Deel 5 – George Harrison

 

 

Sinds hem, in 1965 tijdens de filmopnamen van Help, een boekje over Hindoeïsme in handen was gestopt, was George Harrison zeer geïnteresseerd in oosterse religies en mystiek. Hij was al eens naar Indië afgereisd om er bij de sitar expert Ravi Shankar lessen te gaan volgen. Daarna had hij er ook opnamen gemaakt voor de soundtrack van de film Wonderwall.

Het was zijn vrouw Patti, die hem had gewezen op de Maharishi Mahesh Yogi. George zag diens Transcendente Meditatie helemaal zitten en de andere Beatles wilden hem best daarin volgen.

 

Min of meer toch. Want geen van de anderen ging er zo in op als George. Toen enkele topmensen van Apple hen kwamen opzoeken in Rishikesh, nam George Dennis O’Dell even apart. “Hij vertelde me dat hij had geleerd om te leviteren,” vertelt Dennis: “Ik dacht: dat wil ik zien. Hij demonstreerde het. Maar of hij ook echt een paar centimeter van de grond kwam weet ik niet – ik was te verbaasd over wat ik zag. Ik begreep dat dit een zeer toegewijd man was.”

 

Wanneer John ontgoocheld wegvlucht uit het meditatiecentrum, reizen George en Patti naar Madras, in het zuiden van Indië, waar ze een weekje bij Ravi Shankar gaan logeren. Ze werken er mee aan de opnamen voor een documentaire film over de meester. De werktitel is East Meets West, maar die wordt later veranderd in Messenger Out of The East. Wanneer de film in november 1971 eindelijk verschijnt blijkt de titel nog eens gewijzigd: Raga.

 

 

Mei

 

Volgens Patti is George veranderd sinds ze zijn terug gekomen uit Indië. Zozeer zelfs dat hun relatie er onder lijdt. “Na de trip naar de ashram van de Maharishi, was George geobsedeerd door het mediteren,” schrijft Patti Boyd in haar autobiografie. “Soms was hij teruggetrokken en depressief. Dat had natuurlijk ook een invloed om mijn gevoelens en ik dacht aan zelfmoord. Ik denk niet dat ik ooit op het punt heb gestaan om me echt van kant te maken, maar ik had toch al wel bedacht hoe ik het zou doen. Ik zou een kleed aantrekken van Ossie Clark en mezelf van [de kliffen aan] Beachy Head af werpen.”

“Hij had ook andere vrouwen,” schrijft ze verder, “en dat kwetste me. George was gefascineerd door de god Krishna die altijd omringd werd door mooie meisjes. Toen we terug keerden uit Indië wou hij een soort Krishna figuur zijn, een spiritueel wezen met veel minnaressen. Dat was wat hij tegen mij zei.”

 

Ondanks dat hij al een tijdje van de drugs afblijkt verkeert George in dei tijd toch in een permanente roes door het vele mediteren.

Half mei vliegen George en Ringo met hun vrouwen naar Cannes, om er aanwezig te zijn bij de wereldpremière van Wonderwall op het filmfestival. “Ik weet dat ik er geweest ben,” vertelt George, “omdat ik de hoestekst van Derek [Taylor] heb gelezen toen de soundtrack op cd uitkwam. Ik herinnerde me er absoluut niets meer van, tot ik de foto’s zag waarop we stonden met een nogal mooie jongedame die meespeelde in de film: Jane Birkin.”

 

 

Juni

 

De opnamen voor de Dubbele Witte van The Beatles zijn net een week bezig wanneer de sessies alweer moeten worden stopgezet. George en Ringo vertrekken opnieuw samen met hun vrouwen. Deze keren vliegen ze naar Los Angeles voor een vakantie in Monterey. George gaat er ook bijkomende filmopnamen  met Ravi Shankar.

 

Tijdens dit bezoek begrijpt George dat hij, ondanks het vele oefenen, nooit een uitblinker zal worden op de sitar. “Drie jaar heb ik sitar gespeeld,” blikt hij in 1977 terug. “Ik luisterde alleen nog naar klassieke Indische muziek. Ik speelde praktisch uitsluitend sitar. Alleen wanneer we optraden of opnamen maakten haalde ik mijn gitaar nog eens boven. Ik leerde wat ik moest spelen, deed wat ik moest doen en daarmee klaar. Ik was alle interesse in de gitaar kwijt.

Ik herinner me dat ik terug kwam uit Californië en ik had een sitar bij me. [Op de terugweg] stopten we in New York.  We checkten in en Jimi Hendrix en Eric Clapton verbleven ook in hetzelfde hotel… Dat was de laatste keer dat ik sitar heb gespeeld.
Ik raakte bevriend met Eric, en die gasten speelden allemaal fantastisch. Ik had het gevoel dat ik jarenlang van alles had gemist … Alle jonge gasten speelden zo geweldig en ik had het allemaal gemist. Al die jaren dat ik bij The Beatles zat: iedere keer diezelfde oude liedjes spelen… en daarnaast die Indische muziek.”

Hij neemt zich voor om terug meer gitaar te gaan spelen en schaft zich alvast een nieuw exemplaar aan: een Gibson J-200.

 

Wanneer ze terug arriveren in Londen, zijn John en Yoko nog steeds bezig met het maken van assemblages voor ‘Revolution N° 9′. Omdat die pas ’s avonds in actie schieten, staat de studio in de namiddag leeg.

 

George maakt daarvan gebruik om een single op te nemen met een nieuwe Apple artiest: Jackie Lomax. Voor zijn single debuut neemt Lomax een nummer van George op: ‘Sour Milk Sea’. “Ik schreef dat in Rishikesh,” verklaart de Beatle: “Het was eigenlijk gebaseerd op Vishvasara Tantra, van de Tantrische kunst…’what is here is elsewhere, what is not here is nowhere’. Het is een afbeelding en die heet Sour Milk Sea – Kalladadi Samudra in het Sanskriet. Ik gebruikte Sour Milk Sea als een idee: als je in problemen zit, klaag er niet over, maar doe er iets aan.”

 

Naast George zelf spelen Paul, Ringo, Eric Clapton, Klaus Voormann en Nicky Hopkins mee. Voor het arrangement rekent George op zijn vriend John Barham. Die blikt terug: “Ik werkte [een tijdje] nauw samen met George. Het viel me dan ook op dat zodra de andere drie in de studio verschenen, George plots helemaal veranderde: hij werd afstandelijk en gesloten [tegenover de buitenstaanders]. Zijn focus sloeg meteen om. Het was niet onaangenaam – in feite bewonderen muzikanten die dit meemaken het professionalisme en de creatieve focus die er uit blijken.” 

 

 

Juli

 

Pas op 25 juli – de opnamen voor de dubbel-lp zijn dan al bijna twee maanden bezig, zijn The Beatles eindelijk toe aan een nummer van George.

Terwijl de anderen nog met iets aan het afwerken zijn in studio 2, neemt hij eerst een akoestische versie op van ‘While My Guitar Gently Wheeps’, in studio 1. Zoals later te horen is op de Anthology cd’s wordt het een prachtige versie met enkel zijn nieuwe Gibson J-200 en wat ondersteuning van een orgel. George maakt de demo om aan de anderen laten horen hoe het nummer zou moeten klinken.

Wanneer die er bij komen wordt er uitgebreid gerepeteerd. “Maar,” zucht George, “niemand was geïnteresseerd. Ringo waarschijnlijk wel, maar John en Paul zeker niet. Toen ik die nacht naar huis ging was ik echt ontgoocheld, want ik vond het echt een goed nummer. Het is toch echt geen rommel.”

 

De volgende dag zou er verder aan worden gewerkt, maar dan komt Paul met ‘Hey Jude’. George is al wat gepikeerd en wanneer Paul hem dan ook nog verteld dat hij vindt dat het geluid van zijn elektrische gitaar niet echt bij het  nummer past is de maat voor hem vol. De gitarist legt zijn instrument neer en doet niet meer mee.

Wanneer de volgende dag de camera’s komen voor de opname van een documentaire volgt George alles vanuit de controlekamer.

 

 

Augustus

 

En toch had Paul misschien ergens een punt: George heeft veel te lang zijn gitaarspel verwaarloosd.

 

Om hem aan te moedigen geeft Eric Clapton hem een kersenrode Gibson Les Paul Deluxe uit 1957. De gitaar heeft een naam: Lucy. Lucy geeft, in combinatie met George’s nieuwe Fender versterker, een uitstekende klank. 
Het wordt George’s favoriete instrument, zozeer dat hij bijna geen andere gitaar meer aanraakt. Zijn Gibson SG geeft hij zelfs weg, aan Pete Ham van Badfinger.

 

Het was niet alleen de vriendschap van een medemuzikant die Eric Clapton veel over de vloer deed komen in huize Harrison. “Eric sprong regelmatig binnen,” vertelt Patti: “Hij en George waren goede vrienden geworden, die samen speelden en samen schreven. Eric’s gitaarspel werd door iedereen bewonderd. Volgens graffiti op de muren van de metro was hij zelfs “God”. Het was echt opwindend om hem bezig te zien. Hij zag er ook goed uit op een podium – echt sexy.
Maar toen ik hem “in het echt” zag gedroeg hij zich niet als een rockster – hij was verassend verlegen en terughoudend. Ik voelde dat hij mij aantrekkelijk vond en ik hield wel van zijn aandacht. Het was erg flatterend dat ik hem er telkens op betrapte dat hij naar me zat te kijken of dat hij langs mij wou komen zitten. Hij maakte me complimentjes over mijn kleren of over het eten en hij maakte me aan het lachen. Allemaal dingen die George al lang niet meer deed.”

 

De nieuwe gitaar gebruikt George voor het eerst op 7 augustus, wanneer The Beatles beginnen aan de opname van  tweede song van hem: ‘Not Guilty’.

“Daarin gaf ik lucht aan boosheid, om de manier waarop Lennon en McCartney mij behandelden tijdens het maken van de Witte Dubbel. Ik zei dat ik niet schuldig was: dat ik hun carrières niet in de weg stond. Ik zei dat het niet mijn schuld was dat zij zich hadden meeslepen naar Rishikesh om er de Maharishi te zien.”

De opnamen verlopen moeizaam want van de 46 basis tracks die worden begonnen, zijn er slechts vijf volledig.

 

In de tweede helft van de maand verlaat George de sessies al weer: Deze keer om met Patti, een weekje van de zon te gaan genieten in Griekenland.

 

 

September

 

Vlak voor ze op vakantie vertrokken werd, na een onderbreking van zes weken, nog eens poging ondernomen om ‘While My Guitar Gently Wheeps’ op te nemen. Op 5 september probeerden The Beatles om deze versie af te werken.

Toen ze merkten dat het niks werd begonnen ze zelfs helemaal op nieuw.

Maar weer was George niet tevreden. “Het klikte niet. John, Paul en Ringo waren er totaal niet in geïnteresseerd. Ik wist nochtans zeker dat het een goed nummer was. De volgende dag zag ik Eric Clapton. Ik vertelde hem: We gaan dat nummer opnemen. Kom mee. Hij zei: ‘Nee. Dat kan ik niet doen. Niemand speelt ooit op een plaat van The Beatles.’ Ik zei: Kijk, het is mijn nummer en ik wil dat je er op meespeelt.'”

Door die impuls doen The Beatles nog eens extra hun best: Paul kwam bijvoorbeeld met een mooie piano intro.

Clapton speelt de solo op zijn Les Paul gitaar.

“Ik vond het fantastisch,” vertelt George, maar “… toen we luisterden naar het resultaat riep [Eric]: ‘We hebben een probleem: het klinkt niet Beatlesachtig.'”

Daarom wordt besloten om het geluid van de solo sterk vervormd weer te geven.

 

Een paar dagen later nemen ze nog een nummer van George op: ‘Piggies’. Tijdens een pauze laat George aan de assistent-producer, Chris Thomas, een nieuwe song horen die pas heeft geschreven: ‘Something’. Omdat Chris zegt dat hij het geweldig vindt, besluit George dat hij het best aan iemand als Joe Cocker kan geven.

 

 

Oktober

 

Nu de sessies op hun einde beginnen te lopen en John en Paul stilaan door hun voorraad songs zitten, mag George nog wat nummers uit de kast halen: ‘Savoy Truffle’  en ‘Long, Long, Long’ volgen elkaar snel op.

 

Op 17 oktober, de dag na het afwerken van de dubbel-LP vertrekken George, Mal Evans en Jackie Lomax naar Los Angeles.  George neemt de masters van The Beatles mee die hij persoonlijk gaat afgeven bij Capitol.

 
George en zijn gezelschap zullen bijna zeven weken in Amerika blijven. De bedoeling is er promotie te maken voor de single van Lomax en vooral ook opnamen te maken van diens debuut-lp. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de beste sessiemuzikanten: drummer Hall Blaine, pianist Larry Knechtel en bassist Joe Osborn.

 

 

November

 

Tijdens de sessies in Los Angeles voor de LP van Lomax, maakt George kennis met de Moog synthesizer. Hij vindt het nieuwe instrument geweldig interessant en koopt er prompt een. Bernie Krause, die het ding, samen met Robert Moog heeft uitgevonden, geeft hem wat lessen. George laat de lessen opnemen en brengt die later zelfs uit als één kant van zijn experimentele solo-LP Electronic Sounds.

 

In Los Angeles maakt George ook kennis met iemand die een grote invloed zal uitoefenen op zijn solo carrière: Delaney Bramlett. Delaney, die al zowat van alles heeft gedaan, van katoenplukken tot het leger en sessiemuzikant, is na zijn huwelijk met de eerste blanke Ikette Bonnie O’Farell een eigen groep begonnen: Delaney & Bonnie. Het is een uitstekende groep muzikanten met drummers Jim Gordon en Jim Keltner, bassist Carl radle, gitarist/organist Bobby Whitlock, de blazers Bobby Keys (sax) en Jim Price (trompet) en backing zangeres Rita Coolidge.

Na een optreden van hen te hebben bijgewoond stelt hij hen voor om hun plaat, Accept No Substitute, die in de US door Stax is uitgebracht, in Engeland bij Apple onder te brengen. Maar wanneer Peter Asher hen daar over gaat opzoeken, valt die in slaap tijdens de auditie. Daarom tekenen ze bij Atlantic Records.

Delaney leert George een nieuwe techniek aan die voor een heel groot stuk de sound van zijn solo carrière zal bepalen: de slide.

“Ik voelde dat ik een achterstand had. Eric gaf me die Les Paul, die me echt terug op het goede spoor hielp omdat die zo funky klinkt. Daarom begon ik slide te spelen, omdat ik het gevoel had niet meer mee te zijn bij het spelen van “hot licks”. Voor slide had ik geen lessen nodig: ik begon er gewoon mee.“

 

 

Wanneer de opnamen van de LP van Jackie Lomax klaar zijn, trekken George en Patti naar Woodstock, bij New York, waar ze twee weken logeren bij Bob Dylan. George en Bob werken er samen aan ‘I’d Have You Anytime’. George schrijft er ook een song met zijn visie op het einde van The Beatles: ‘All Things Must Pass’.

 

Op 30 november varen George en Patti, Mal Evans en Jackie Lomax per boot terug naar Engeland.

           

 

December

 

Bij zijn terugkeer is George vol van zijn bezoek aan The Band en Dylan. Hij heeft een dozijn exemplaren van Music From Big Pink meegebracht om aan iedereen uit te delen. “Het is een meesterwerk,” drukt hij iedereen op het hart. Hij vertelt ook aan iedereen die het horen wil dat hij een song heeft geschreven samen met Dylan – zoiets had nog nooit iemand gedaan.

Daarnaast heeft Dylan hem ook een band meegegeven met opnamen van The Basement Tapes.

 

 

Naast de productie van Jackie Lomax is George dat najaar ook nauw betrokken bij enkele andere Apple projecten.

 

Zo is er een nieuwe groep uit Californië naar Londen komen overvliegen om hun kans te wagen bij Apple. De muzikanten zijn kort daarvoor elk uit hun eigen groepen gestapt. Het zijn de Amerikaanse David Crosby, uit The Byrds, de Canadeese Stephen Stills, uit Buffalo Springfield en de Brit Graham Nash, uit The Hollies. Ze hebben gemerkt dat hun stemmen prachtig bij elkaar pass en besloten daarom samen te gaan werken als Crosby, Stills & Nash.

 

Tony Bramwell van Apple verteld: “Ze hadden een demo binnen gebracht en iedereen vond het geweldig… behalve John: die vond het maar niks.”

Toch ging George op de uitnodiging in om eens naar hen te gaan luisteren. Wat hij hoorde, in hun flat in Moscow Road, maakte behoorlijk indruk… en toch wees hij hen af. Stephen Stills maakt de kapitale fout aan hem te vragen of Paul McCartney hun plaat zou kunnen producen. George stapte, zwaar beledigd, op.

 

 

Een andere groep had meer succes bij Apple:

Syamasundar Das, een jonge Amerikaanse aanhanger van Krishna zocht George op, in het Apple kantoor. Na een gesprek van twee uur, nodigde George hem en de andere Krishna-aanhangers, uit voor een bezoek aan zijn huis in Esher om er de andere Beatles te ontmoeten.

Een van zijn companen vertelt: “We waren er ‘Hare Krishna’ aan het zingen en opeens riep George: ‘Dat wil ik opnemen.'”

De single van de Radha Krsna Temple wordt verassend genoeg een enorm succes. In Engeland strandt de single op een 17de plaats, maar in Duitsland en vooral Tschechoslowakije, voert het plaatje wekenlang de hitlijsten aan.

 

 

 

 

 

George en Eric met ‘While My Guitar Gently Weeps’ tijdens het Concert For Bangla Desh in 1971.
 
 
 

 

 

 

 

Advertenties