Deel 6 – Ringo Starr

 

 

Ringo, Maureen en de latere drummer van The Who en Oasis - Zak Starkey

Ringo, Maureen en de latere drummer van The Who en Oasis - Zak Starkey

 

 

 

 

 

 

Voor Ringo hoefde het allemaal niet zo nodig, dat zoeken naar spiritualiteit. Hij was best tevreden met zijn vrouw en kinderen, in zijn mooie villa Sunny Heights, ver weg van het drukke leven in Londen. Maar, uit solidariteit met zijn maten vlogen Ringo en Maureen toch mee naar het verre Indië.

 

Het begon al meteen slecht. Toe ze daar, na een vlucht van 20 uur, arriveerden op 19 februari stond er een hele meute persmensen te wachten. Het Beatleshulpje Mal Evans was hen komen oppikken aan de luchthaven van Bankok. Maar Ringo had pijn aan zijn arm van de inspuitingen. Met een resem perslui in hun kielzog vertrokken ze, op zoek naar een dokter. De taxi’s kwamen vast te zitten in een veld en de hele karavaan moest zich, in achteruit, een weg terugbanen. In het plaatselijke ziekenhuis weigerden ze hem te onderzoeken. “Het is geen speciaal geval en hij zal moeten wachten.”

Uiteindelijk kon een dokter hem vertellen dat het wel vanzelf over zou gaan.

 

Het verblijf in Rishikesh zelf bleek verder niet veel aangenamer voor de Starkey’s – Ringo’s echte naam is Richard Starkey. Ringo’s zwakke maag verdroeg het sterk gekruide voedsel niet en Maureen kon niet overweg met de vele insecten. Uit beleefdheid hielden ze het een tiental dagen uit en vlogen dan terug naar huis en naar hun kinderen. 

 

Daar kon hij rustig afwachten tot hij weer eens werd opgeroepen om aan het werk te gaan… of op reis, want “we gingen altijd samen ergens naar toe. Als iemand ergens naar toe moest, ging er altijd iemand mee – meestal per twee. Paul en ik gingen naar de Maagdeneilanden, John en ik vlogen naar Trinidad. Als we met vakantie gingen, was het altijd met een van de anderen. Zo close waren we met elkaar.”

 

Zo vlogen Ringo en Maureen met George en Patti naar het filmfestival in Cannes. En een paar weken daarna vlogen ze alweer terug naar het zuiden van Frankrijk, maar dan met John en Yoko. Ook Bee Gee Maurice Gibb was daarbij. “Ik kwam goed overeen met Lennon. Met mijn vrouw [de zangeres] Lulu gingen we samen met vakantie, in 1968.Hij was pas samen met Yoko. Met ons zessen zaten we een weekje in Antibes – ons te bezatten. We hingen de hele nacht rond in de bar, waar we liedjes van de Everly Brothers zongen met onze akoestische gitaren. Na nog een paar glaasjes cognac kwamen we dan terecht bij oude country songs. Ringo’s stem werd lager en lager, naar mate hij meer dronk en John werd meer en meer abstract.”

 

Wanneer de sessies begin juni van start gingen werd er vanzelfsprekend begonnen met iets van John. Maar als tweede song kwam een nummer van Ringo aan bod: ‘Don’t Pass Me By’. Het is zijn allereerste eigen compositie.

“Ik schreef het toen ik eens thuis rond hing. Ik ken maar drie akkoorden op de gitaar en drie op de piano. Ik was wat aan het prullen aan de piano – ik klop maar wat – en als er dan een melodie zich aandient met wat woorden, ga ik daar mee verder.

We maakten er iets country-achtigs van. Het was fijn om mijn eerste song op te nemen – eentje van mij. Het was echt opwindend en iedereen hielp mee. En die maffe violist was helemaal te gek.”

Hoewel Ringo de titel vijf jaar eerder al eens vermelde, werd als werktitel eerst ‘Ringo’s Tune (Untitled)’ genoteerd en daarna ook nog: ‘This Is Something Friendly’.

 

Amper een week na de eerste sessie pakten Ringo en Maureen alweer hun koffers. Deze keer trokken ze naar Californië, waar George een afspraak had met Ravi Shankar. In het huis van Peter Tork – één van de Monkees – jamden de twee Beatles met David Crosby en Peter Asher.

 

 

 

Als kind was Richie een ziekelijk jongetje. Alles samen verbleef hij bijna twee jaar in diverse ziekenhuizen. Op school liep hij daardoor natuurlijk een enorme achterstand op. Maar hij leerde er zichzelf bezig te houden in zijn eentje. Dat kwam hem goed van pas tijdens de vele uren in de Abbey Road studios. Urenlang moest hij wachten tot de anderen iets hadden uitgewerkt, zodat hij eindelijk nog eens iets te doen had.

 

Het kwam ook voor dat ze hem van te voren lieten weten dat hij niet hoefde te komen. En soms kreeg hij dan een telefoontje of hij toch niet in zijn auto wilde springen om even naar de studio te komen. Maar wanneer hij dan anderhalf uur later arriveerde, bleek het niet meer nodig.

Geen wonder dat Ringo zich onder gewaardeerd voelde. 

 

Op donderdag 22 augustus werd het hem te veel. De opname van een nieuw nummer van Paul waren net begonnen. Paul had een drumpatroon bedacht voor ‘Back In The USSR’, maar Ringo had moeite om het onder de knie te krijgen. Wanneer Paul er een opmerking over maakte was dat de spreekwoordelijke druppel: Ringo stapte uit de groep. Hij was het beu.

“Er waren twee redenen voor mijn vertrek,” verklaarde de drummer later: “Ik had het gevoel dat ik slecht speelde. Daarnaast meende ik dat de anderen alle drie gelukkig waren en dat ik daar buiten stond. Ik ging naar John, die in mijn appartement woonde met Yoko sinds hij bij hem thuis was weggegaan. Ik zei: ‘Ik stap uit de groep omdat ik mij onbemind en buiten gesloten voel. En jullie drie zijn echt close.’ En John riep: ‘Ik dacht hetzelfde van jullie drie!’

Toen ging ik naar Paul. Ik klopte op zijn deur en zei hetzelfde: ‘Ik stap uit de band. Jullie drie zijn zo hecht en ik sta er buiten.’ En Paul antwoordde: “Ik dacht hetzelfde van jullie drie!”

Ik ging zelfs niet meer naar George. Ik zei: ‘ik ga op vakantie’. Ik pakte de kinderen en we gingen naar Sardinië.

 

George toonde begrip voor zijn situatie: “Iedereen had datzelfde gevoel. We voelden ons allemaal bekocht: waarom moeten we er mee doorgaan? Zij zijn allemaal cool en hip en ik pas er niet bij.”

 

Ze besloten het nieuws geheim te houden en de opnamen gingen gewoon verder… zonder Ringo. Paul nam zijn plaats in achter het drumstel.

 

“In Sardinië schreef ik ‘Octopus’s Garden’,” weet Ringo. “Peter Sellers had ons zijn jacht geleend en we maakten een tochtje. We hadden de kapitein verteld dat we “fish and chips” wilden eten – we aten praktisch nooit iets anders. Die middag had hij inderdaad frieten klaar, maar er langs iets raars bij. ‘Wat is dat?’ vroegen wij en hij zei: ‘inktvis.’ Dat was de eerste keer dat ik zoiets at.

We babbelden nog wat verder over octopussen. Hij vertelde me dat ze in grotten wonen en dat ze blinkende voorwerpen meepakken naar hun grot: blinkende stenen en een tinnen blik en zo.

Ik pakte m’n gitaar en daar kwam ‘Octopus’s Garden’!”

 

Bij zijn thuiskomst lag er een telegram op hem te wachten: “Je bent de beste rockdrummer ter wereld. Kom terug, we houden allemaal van je.”

 

Op 2 september vond er een vergadering plaats bij George thuis. Nadat de anderen herhaaldelijk erkenden dat hij evenveel Beatle was als de anderen, liet hij zich overhalen om terug te keren.

“Zo gaat dat,” blikt Paul later terug: “je bent bezig met je leven en je neemt nooit de tijd om te zeggen: ‘weet je wat? Jij bent fantastisch.'”

 

Toen hij de volgende dag de studio binnenstapte was zijn drumstel bedolven onder de bloemen.

 

 

Na afloop van de sessies ging Ringo met zijn hele familie opnieuw op vakantie naar Sardinië. En in november verhuisden de Starkey’s naar Brookfields, een huis uit de zestiende eeuw, in Elstead, dat Ringo gekocht had van Peter Sellers en Britt Ekland. Het huis heeft een wijngaard, biljartkamer, sauna, bioscoopzaal, garage voor vijf auto’s en stallen voor zes paarden. Ringo zal er maar één jaar blijven wonen en dan verkoopt hij het huis aan Stephen Stills.

 

En John en Yoko mochten hun intrek nemen in zijn oude huis, tot ze een eigen huis vinden.

 

Advertenties