in de studio

in de studio

In de herfst van 1986 besloot George Harrison dat het tijd werd voor een comeback. Nadat zijn laatste plaat, Gone Troppo, uit 1982, door de critici was afgekraakt en door het publiek genegeerd, had de ex-Beatle even genoeg gehad van de muziekindustrie. Vijf jaar lang had hij zich nog zelden in het openbaar laten zien. Al die tijd had hij zich toegelegd op het onderhouden van zijn tuin en het uitbouwen van zijn filmmaatschappij Handmade Films.  

Om aansluiting vinden bij de geëvolueerde muziekscène zocht hij een geschikte medeproducer. Op aanraden van Dave Edmunds contacteerde hij de vroegere frontman van het Electric Light Orchestra. Jeff Lynne. was altijd al een Beatlesfreak geweest en ging dan ook graag op het verzoek in.

 

Vanaf begin januari tot einde maart 1987 werkten ze samen in George’s huisstudio in Friar Park, aan de opname van Cloud Nine.

 

In februari gingen ze samen naar een optreden van Dave Edmunds kijken in The Palace in Hollywood. Brian Setzer, de leider van de rockabilly groep Stray Cat speelde er mee tijdens de bisnummers. Achteraf gingen George en Jeff, Edmunds opzoeken in zijn kleedkamer. Daar troffen ze ook Bob Dylan, Tom Petty en Duane Eddy. De tequila en Corona vloeiden rijkelijk en al grappend meenden ze dat ze samen wel eens een fantastische band zouden kunnen vormen.

 

 castingcallphoto1

 

Van links naar rechts: Mike Campbell, Dave Edmunds, Brian Setzer, Jeff Lynne, George Harrison, Duane Eddy, Bob Dylan – foto Robert Matheu voor het Amerikaanse muziekblad Creem.

 

* * *

 

Omdat hij vreesde dat niemand hem nog zou kennen, dacht de gitarist er goed aan te doen zich wat meer in de openbaarheid te begeven. Zo verscheen hij in juni op het podium van het jaarlijkse liefdadigheidsfeest The Prince’s Trust.

 

En in oktober was hij present bij elk van de zeven concerten van Bob Dylan in Engeland.

Tom Petty vertelde daar over: “We waren met the Heartbreakers op tournee in Engeland, samen met Bob Dylan. Na een concert in Birmingham kwam George ons opzoeken. Het was mijn verjaardag en hij had een taartje meegebracht. We hadden elkaar daarvoor nog maar één keer ontmoet, maar het was meteen alsof we al ons heel leven lang dikke vrienden waren. Ik heb nog een foto van die avond: ik, George, Jeff Lynne, Roger McGuinn, Bob Dylan en Mike Campbell – alle mensen die ik leuk vind samen op één foto. Ringo was er ook bij, geloof ik. Die avond trok een orkaan door mijn leven en sindsdien is de wind nooit meer gaan liggen.”

 

Na herhaald aandringen was George bereid om, bij het laatste concert in Wembley, een nummer mee te gaan spelen. Dat werd ‘Rainy Day Woman # 12 & 35’. Na afloop van de tournee ging Dylan een paar dagen logeren bij George thuis, in Henley.

 

Op 20 januari van het volgende jaar kwamen George N Bob elkaar alweer tegen. Deze keer in New York, waar in het Waldorf Astoria Hotel, voor de derde keer artiesten werden opgenomen in de Rock And Roll Hall Of Fame. In 1988 was het de beurt aan heel wat grote namen: The Beatles, Bob Dylan, the Beach Boys, Les Paul, Woody Guthrie, the Supremes, the Drifters en Berry Gordy.

 

De avond wordt traditioneel afgesloten met een jamsessie, waaraan iedereen meedoet. Bob en George brengen samen ‘Twist And Shout’ en ‘All Along The Watchtower’.

 

Bruce Springsteen mocht Dylan inleiden. Hij vertelde dat “hij onze hersenen heeft bevrijdt, zoals Elvis onze lichamen heeft bevrijdt.” Hij vroeg ook aandacht voor Dylans recentere werk en wees er op wat een prachtige song ‘Every Grain Of Sand’ is.

 

Datzelfde nummer werd er een maand later ook door George uitgepikt, wanneer hij nog eens op de Amerikaanse radio te horen was. In het programma Rockline, bracht hij een akoestische versie van ‘Every Grain Of Sand’  om te bewijzen dat Dylan nog steeds waardevolle nummers schreef.

 

 

* * *

 

Mede dankzij een zeer grappig videoclipje was George’s single ‘Got My Mind Set On You’ naar de top in de Britse hitlijsten doorgestoten. Ook de opvolger ‘When We Was Fab’ en de LP zelf deden het uitstekend. De platenmaastchappij vroeg om een nieuwe song, als extraatje  voor de 12″ versie van de derde single: ‘This Is Love’.

 

Begin april vliegt George naar Los Angeles, waar Jeff Lynne de comebackplaat van Roy Orbison aan het producen is. Tijdens een etentje met stelt George voor om samen iets op te nemen. Orbison is meteen enthousiast. Omdat er niet zo snel een studio beschikbaar is bellen ze Bob Dylan of ze zijn privé-studio in zijn huis in Malibu mogen gebruiken. Onderweg passeert George nog even bij Tom Petty om zijn gitaar op te pikken, die hij daar eerder heeft laten liggen. Petty besluit ook mee te gaan.

 

Wanneer ze allemaal in de tuin van Bob huis zitten, ziet George daar wat kartonnen dozen staan. De openingszin “been beat up and battered around”, is een beschrijving van de toestand van die dozen en de titel ‘Handle with Care’ komt rechtstreeks van het label dat er op is geplakt.

“Ik dacht: ik ga dit niet alleen zingen,” blikte George achteraf terug: “Ik heb Roy Orbison hier  – ik ga een regel voor hem schrijven. En toen dacht ik: nu even doorzetten en dan laat ik Tom en Bob het middenstuk zingen.”

 

Iedereen draagt een regeltje bij. Alleen Bob Dylan heeft wat aansporing nodig: “Geef ons wat tekst, gij befaamde tekstschrijver” roept George. In een uurtje hebben ze de song klaar. Ze besluiten allemaal mee te doen en de zang te verdelen.

 

Zodra Mo Ostin, de directeur van Warner Brothers, het nummer hoort vindt hij het veel te goed voor een b-kant. Er wordt voorgesteld er een single van te maken en zelfs een budget ter beschikking te stellen voor meer. Het hobbyclubje besluit een hele plaat te maken: The Traveling Wilburys zijn geboren.

 

Tome Petty meent dat George echter al langer  met het idee speelde om samen iets te gaan doen. “We zagen elkaar al regelmatig daarvoor. Ik denk dat we al een gedeelte van [mijn solo-lp] Full Moon Fever op hadden genomen. Roy was er pas bij gekomen, omdat Jeff met hem aan het werk was. De eerste keer dat ik Roy ontmoette schreven Jeff, Roy en ik dat nummer: ‘You Got It’. .. Iedereen kende elkaar dus al. We zochten mekaar op. En George vond – omdat hij een extra track nodig had – dus dacht hij: we zijn hier nu allemaal, laat ons allemaal iets zingen. Toen het op band stond, vond hij het niet echt een George Harrison plaat, het is meer iets voor een groep. ‘Wat vinden jullie: hebben we een groep?’ En zo ging de bal aan het rollen. Het was een fantastische band. Het was heel plezierig om er bij te zijn.”

 

De gitaristen van de Traveling Wilburys

  

De opnamen voor de LP vinden plaats in de studio van Dave Stewart in Los Angeles, van 8 tot 21 mei 1988.

Lynne producet de plaat. De vijf gitaristen krijgen de hulp van drummer Jim Keltner. Tom Petty speelt ook bas en Jeff Lynne toetsen.

De opnamen worden ook gefilmd. Whatever Wilbury Wilbury wordt echter nooit uitgebracht voor het grote publiek.

 

Het plan is om elke dag een nummer te schrijven en dat dan op te nemen.

De opnamen voorlopen zeer voorspoedig. “We genoten er allemaal van,” blikte Roy Orbison terug: “Het was zo ontspannen. Er waren geen ego’s bij betrokken en er hing een zeer speciale sfeer.”

Zelfs Dylan schijnt daardoor terug in zijn plooi te komen. Dit resulteert in drie nieuwe nummers en een tamelijk geweldige LP. Zo werd ‘Dirty World’ geschreven nadat Bob voorstelde: “Laat ons er eentje doen in de stijl van Prince!”

De Springsteen parodie ‘Tweeter and The Monkey Man’ is Dylans beste bijdrage. “Dat kwam van Tom Petty en Bob, die in de keuken zaten,” vertelt George Harrison. “Jeff en ik zaten er bij, maar we begrepen niks van wat ze zeiden – Americana en zo. We haalden een cassetterecorder en namen het op. Dan schreven we alles uit wat ze verteld hadden. En Bob bewerkte dat een beetje… Hij had één take nodig om zich wat op te warmen en dan deden we de tweede take ‘voor echt’. De rest van ons had meer tijd, maar Bob moest op tournee en we wisten dat we het niet opnieuw konden inzingen. Dus moest het meteen goed zitten. Op die tweede take zong hij het in één keer in.”

 

De naam van de groep komt van een opmerking die iemand maakte tijdens de opname. Telkens er een foutje werd gemaakt riep er wel iemand: “We’ll bury it in the mix!” En dat werd al snel “Wilbury”. George stelde voor om er ‘The Trembling Wilburys’ van te maken, maar uiteindelijk werd het ‘The Traveling Wilburys’.

 

Voor de grap nemen ze ook allemaal een andere identiteit aan. Ze zouden allemaal halfbroers zijn, de zonen van Charles Truscott Wilbury, Sr.: George wordt Nelson Wilbury, Roy Orbison is Lefty, Bob Dylan is Lucky, Jeff Lynne is Otis en Tom Petty is Charles T. Junior.

Achteraf worden de basistracks door George en Jeff nog wat bijgewerkt in de George’s studio in Friar Park, met percussie en saxofoons.

 

 

Traveling Wilburys, Vol. 1  wordt op 18 oktober 1988 uitgebracht. Tegelijk verschijnt ook de single ‘Handle With Care’/‘Margarita’.  De single blijft in Billboard steken op de 45ste plaats en in Engeland bereikt hij een 21ste plaats.

De LP zelf wordt de verassingshit van het jaar. Waarschijnlijk mee door de recente successen van Harrison en Petty gaan er meer dan twee miljoen exemplaren van de deur uit. Het grote commercieel succes vertaalt zich in meer dan 40 weken in de Amerikaanse hitlijsten met een derde plaats als hoogste notering. Op die manier haalt Dylan, voor het eerst in de jaren tachtig, platinum. Meer zelfs: het is zijn allereerste dubbel-platina plaat.

In Engeland is het succes iets minder met een 16de plaats

 

In de nasleep gaat er ook veel aandacht naar de plaat van Roy Orbison die met ‘You Got It’ helemaal terug aan de top geraakt. Jammer genoeg kan hij niet lang van zijn nieuwe status genieten: op 6 december overlijdt hij plotseling aan een hartaanval.

 

 

 

Advertisements