trio

 

 

Supergroepen zijn meestal geen lang leven beschoren. Wat begon als een vriendenclubje eindigt haast altijd met discussies waarbij een klein legertje advocaten elke partij vertegenwoordigt. Het komt dan ook zelden voor dat zulke groepen meer dan één plaat kunnen uitbrengen.  Trio, bestaande uit drie vooraanstaande dames uit de Amerikaanse country – en rockmiddens slaagden er in om twee platen te maken. Maar ook dat was niet zonder slag of stoot gegaan.

 

Linda Ronstadt en Emmylou Harris hadden mekaar voor het eerst ontmoet in 1973. Linda was toen een rijzende ster. Ze had al een Grammy onderscheiding ontvangen voor haar hit ‘Long Long Time’. Haar LP Hand Sown… Home Grown wordt weleens aangewezen als de eerste alternatieve countryplaat van een zangeres.

Maar grotere dingen lagen in het verschiet: de Britse producer Peter Asher zou haar doorbraak forceren bij een breder publiek door haar een repertoire te laten brengen waarbij rock en countrysongs mekaar afwisselden. Met hits als ‘You’re No Good’ legde zij samen de basis voor de internationale doorbraak die in 1977 zou volgen met Simple Dreams.

 

Ook Emmylou Harris was aan het begin van haar carrière. Na een mislukte debuutplaat was de folkzangeres door ex-Byrd Chris Hillman ontdekt. Hij vroeg haar om bij zijn groep The Flying Burrito Brothers te komen spelen. Toen die groep echter al snel over kop ging, stelde hij haar voor aan Gram Parsons. De jongeman had eerst met The Byrds en daarna met diezelfde Burrito’s geprobeerd de werelden van country en rock te verzoenen. Voor zijn eerste solo-lp was hij op zoek naar een zangeres, in de traditie van Tammy Wynette en George Jones of Dolly parton naast Porter Wagoner. Ter promotie van die eerste LP GP, waren  Gram en Emmylou in de lente van 1973 op tournee met de band The Fallen Angels.

 

Het was backstage tijdens Neil Young’s Time Fades Away tour dat Chris Hillman – hij weer – de twee zangeressen aan mekaar voorstelde. “Jullie zouden goed met mekaar kunnen opschieten,” had hij gezegd.  En gelijk had hij. “Bij ons eerste gesprek bleek dat we allebei als favoriete zangeres Dolly Parton gemeen hadden,” weet Harris.

 

“Toen ik haar voor het eerst ontmoette, dacht ik: ‘Ik wel met haar zingen’,” vertelt Linda Ronstadt: “Ik zag ons al de Everly Sisters. Ze had natuurlijk al Gram om mee te zingen en dat was een fantastische combinatie. Ik weet nog dat ik tegen mijn toenmalige vriend zei: dat Emmy hoger en langer kon zingen dan ik, en luider en zachter en dat haar frasering beter was. Ze was op-en-top country–rock. Country–rock was tot dan toe mijn specialiteit, maar ze waren mij hard aan het pushen om meer de rocktoer op te gaan. En ik vond: ‘Ze doet dat zo goed, ik geef het op.’ Niemand kan tegen haar op.

Ik heb toen een keuze gemaakt. Ik besloot dat van haar muziek genieten belangrijker voor mij was dan dat ik zou vasthouden aan het idee dat ik de “queen of country–rock” was. Ik beschouwde haar als mijn zang-zus en ik wou iedere gelegenheid aangrijpen om met haar samen te kunnen zingen. En dus zongen we een duet op ‘I Can’t Help It (If I’m Still In Love With You).’ We wonnen zelfs een Grammy voor die plaat.”

 

‘I Can’t Help It (If I’m Still In Love With You)’ stond op Heart Like A Wheel, haar eerstvolgende LP, uit het najaar van 1974.

 

Dolly Parton was op dat moment al een grote ster. Samen met Tammy Wynette was zij één van de leading lady’s van de countrymuziek.

Op Pieces Of The Sky, haar eerste solo-LP na het overlijden van Gram Parsons had Emmylou een cover gebracht van ‘Coat Of Many Colors’, de grootste hit van Parton.

Om haar te bedanken coverde Dolly het volgende jaar Emmylou’s eigen ‘Boulder To Birmingham’ op de LP All I Can Do. Voor die plaat verscheen had ze Emmylou uitgenodigd om de banden te komen beluisteren. De song net voor ‘Boulder’ was daarbij ‘To Daddy’. Harris raakte niet uitgesproken over wat een prachtig nummer ze dat vond, zodat Parton het haar gaf voor haar volgende LP. Ze nam de song op 6 mei 1977 op en het werd een dikke hit op Quarter Moon In A Ten Cent Town.

 

In september 1975 zongen de drie voor het eerst samen. “Van de eerste keer dat we samen zaten wisten we dat onze stemmen mooi samen pasten, “ vertelt Emmylou, “Ik denk dat het eerste nummer ‘When I Stopped Dreaming’ was. Het klonk prachtig. Daarna namen we ‘Light Of the Stable’ op als Kerstsingle – daar kwam dan weer mijn Kerst-LP van voort. En iemand zei toen: ‘We zouden een hele plaat moeten doen.’ Iedereen was het er mee eens.”

De basis was gelegd voor een samenwerking.

 

‘Applejack’ tijdens de Dolly Parton Show in 1976

 

 

In de volgende maanden zong Dolly ook mee op ‘I Never Will Marry’ van Linda’s Simple Dreams en ‘When I Stop Dreaming’ van Emmylou’s Luxury Liner – twee albums die werden uitgebracht in 1977.

 

 

The Queenston Trio

 

Ergens in de loop van dat jaar kreeg Ronstadt een telefoontje van Harris. Ze zei dat ze Parton had uitgenodigd voor een bezoekje aan haar huis in Los Angeles. “Ik zal er zijn,” reageerde Ronstadt meteen enthousiast. Wanneer Harris die avond haar gitaar bovenhaalt, wordt het pas echt gezellig. “We begonnen samen te zingen en het klonk echt fantastisch,” vertelt Ronstadt:  “We zeiden ‘Wow, dit moeten we opnemen.'”

 

Ronstadt  legt uit dat ze nochtans een heel ander stem heeft dan Harris. “Maar ik heb zoveel met haar platen meegezongen dat ik haar heel goed kan schaduwen. Dolly kan niemand kopiëren, maar je moet je in haar geest verplaatsen en zingen zoals zij doet – met het hart. Je moet je laten meedrijven en het aanvoelen zoals zij dat doet. ”

 

In de herfst van 1977 begonnen Emmylou Harris, Dolly Parton en Linda Ronstadt aan de opnamen van een gezamenlijke LP. Ze noemden zich het Queenston Trio, naar de legendarische folkgroep het Kingston Trio.

 

Brian Ahern, Emmylou’s echtgenoot en vaste producer zou de zaak in goede banen leiden. Hij werkte zoals steeds met zijn mobiele studio: de Enactron Truck. Hiermee heeft hij alle LP’s van Emmylou opgenomen tot dan toe, gewoon bij hem thuis. De opnameapparatuur wordt opgesteld in de woonkamer en de kabels lopen over het gazon naar de oprit waar de truck staat geparkeerd. Communicatie verloopt via een gesloten TV-circuit. 

 

In 1996 legt Linda Ronstadt aan Bill Deyoung uit dat precies deze werkwijze bijgedragen heeft tot het mislukken van het project. “Ik denk dat we bijna rond waren. Maar er waren teveel problemen. Brian is een uitstekend producer, maar hij was er niet helemaal bij voor dit project. Hij communiceerde niet goed. Ik ben gewoon om te werken met iemand waar ik mee kan discussiëren. De controlekamer was in de vrachtwagen en wij zaten binnen… en er waren veel drugs in omloop in die tijd. Ik zeg niet dat wij ze namen, maar ze waren er wel. Het was een andere mentaliteit.

Het was vooral moeilijk voor Emmy om getrouwd te zijn met de producer. Soms was ze het niet met hem eens over iets, maar dan had zij had toch het gevoel dat ze zijn kant moest kiezen. Soms werd te lang over iets doorgeboomd. Het was pijnlijk, zowel voor Brian als voor Emmy.. als voor ons allemaal dat de zaak neit doorging. Maar Dolly en ik hebben de knoop doorgehakt, aan de telefoon. We vonden dat wat we hadden niet goed genoeg was. “

 

Volgens Ronstadt was uiteindelijk niet idereen genoeg betrokken bij het project en was iedereen teveel bezig met haar eigen carrière.

 

In de loop van de daaropvolgende jaren zijn sporadisch wat opnamen opgedoken op LP’s van de dames. ‘Even Cowgirls Get the Blues’ (van Rodney Crowell) bracht Emmylou op haar album Blue Kentucky Girl en op Evangeline (1981) stond hun versie van ‘Mister Sandman’, een jaren vijftig song van The Chordettes.

 

“Ik was er echt op tegen om die song te doen,” vertelt Emmylou jaren later, “en uiteindelijk kreeg ik dan ook nog het moeilijkste stuk. Er was al niet te veel melodie aan dat ding en voor de harmoniezang was er nog minder. Door de jaren heen heb ik het nummer echter leren appreciëren en respecteren, precies omdat het zo moeilijk is. Het is zoiets als Russisch leren spreken of zo.”

 

Wanneer Emmylou’s het nummer als single wil uitbrengen, stuit ze op een veto van de platenfirma van Dolly. Er zit niets anders op dan de andere stemmen weg te mixen en zelf in te zingen. Het is al die moeite waard, want het resultaat wordt een top 10 hit.
“‘Mister Sandman’ was één van de problemen,” meent Linda. “We zongen het niet gelijk. Het is geen goede versie. Ik vind haar versie oneindig veel beter.”

Een andere song, het door Dolly geschreven ‘My Blue Tears’ verscheen op Linda’s LP Get Closer (1982). “Ik heb dat speciaal gevraagd,” verklapt Ronstadt: “Dat is de richting die we uitmoesten met ons driën, volgens mij. ‘Even The Cowgirls Get The Blues’ was er ook zo een en ‘Evangeline’.  Ik herinner me dat Dolly vond dat de LP te rommelig was en ik ben het met haar eens.”

 

Een clipje uit 1981 voor ‘Mr. Sandman’ .

 

De gospel ‘Palms Of Victory’ tenslotte verschijnt pas dertig jaar later, op Emmylou’s compilatie Songbird. Het is de eerste keer dat een nummer van die sessies onopgesmukt verschijnt. “We houden allemaal van The Carter Family dus leek ‘Palms Of Victory’ een vanzelfsprekende keuze,” vertelt Emmylou daarover in het boekje.

 

 

The Twisted Sisters

 

Na die mislukte eerste poging duurt het een aantal jaren eer de dames terug met elkaar kunnen of durven samenwerken. “We waren de richting kwijt,” meent Harris. “Het was uiteen gevallen. Ik denk dat we niet terug samen durfden te komen, omdat we niet wilden dat het weer op niks zou uitdraaien.”

Bovendien had Parton haar handen vol met het uit de grond stampen van Dollyville, haar themapark in de buurt van Knoxville, Tennessee. Harris had een scheiding te verwerken en Ronstadt zat met rugklachten.

 

Het is 1984 wanneer Emmylou de eerste stap zet en de beide zangeressen naar de studio lokt. Op haar conceptalbum Ballad of Sally Rose is Dolly zowat op alle songs te horen en op één song, ‘The Sweetheart Of The Rodeo’, is het trio zowaar herenigd.

 

Het ijs is gebroken, iedereen heeft een nieuwe platenmaatschappij en de agenda’s worden naast elkaar gelegd. Er wordt een periode van drie weken gevonden wanneer iedereen beschikbaar is:  januari 1986. 

 

Het eerste probleem is het bepalen van het materiaal: welke nummers ze gaan opnemen. Linda Ronstadt: “Het probleem was dat Emmy en ik passioneel zijn over de materiaalkeuze. Dat leidde dikwijls tot situaties waarbij we met tweeën tegenover één stonden. Jammer genoeg heeft Dolly dikwijls een andere smaak; zij heeft een andere mening over wat mooi is, of indrukwekkend. Het was moeilijk voor ons om haar niet te kwetsen of het gevoel te geven dat we hipper waren of ons beter voelden. Ik denk dat ons dat goed is gelukt. We hadden geen enkele keer ruzie.”

 

“We discussieerden lang of we een rockplaat of een popplaat zouden maken,” legt Parton uit.

“We hielden alle opties open,” verklaart Ronstadt.

“Het duurde even eer we beseften dat het niet de bedoeling was om de allerbeste plaat ooit te maken,” weet Harris. “Eigenlijk  wilden we alleen maar een mooi akoestisch plaatje maken. Het was niet onze bedoeling om er een enorme popplaat van te maken. Waar we het best in zijn is samen eenvoudige, melodische liedjes zingen met een simpele akoestische begeleiding. De eer [van die beslissing] komt eigenlijk toe aan Brian [Ahern]. Hij was het die ons die richting op stuurde. Wij waren aan het discussiëren van ‘We moeten dit doen. En ‘We eten dat doen!’ En dat was waar het fout liep [bij die eerste poging]. Als je goed luistert naar deze plaat is het eigenlijk puur akoestisch.”

En dan kom je al snel uit bij de muziek uit de Apalachen: pure, meerstemmige muziek met akoestische instrumenten: gitaar, autoharp, dobro, dulcimer….. “Dat is wat we wilden,” giechelt Ronstadt: “old-timey.”

“Wat we gemeen hebben is de liefde voor die muziek,” voegt Parton daar aan toe: “We kunnen uren en uren doorgaan [met die liedjes] te zingen. We worden het nooit moe.”

 

George Massenburg wordt ingehuurd als producer. Volgens hem hielden de vrouwen de touwtjes strak in handen: “Het was hun plaat. Dit zijn drie vrouwen die de controle hebben over hun leven en carrières. Ze aanvaarden niet om het even wat als het gaat om hun muziek en waar ze staan in de wereld.”

 

Omdat er de vorige keer “teveel chiefs waren en te weinig indianen” besluiten ze nu anders te pakken. Naast de producer huren ze nog een aantal mensen in – als buffer: John Starling is “Musical Director” en Herb Pedersen “Vocal Arranger”.

“Niemand wou de rol op zich nemen om te zeggen: ‘zing jij dit’ of ‘zing jij tenor dan doe ik de basstem’,” legt Pedersen uit. “Dus was het mijn taak om naar het arrangement te luisteren en dan suggesties te doen in de aard van: ‘Misschien kan Dolly dit deel zingen, want dat past beter bij haar stembereik en dat is dan makkelijker voor Linda en Emmy kan dan de bariton zingen’. Het hing af van de melodie en de toonaard.”

 

Toen hij er bij kwam waren alle backingtracks al opgenomen. Het was puur zijn job om de samenzang te regelen.

“We namen de zang op als individuele delen,” legt Linda uit, “omdat we niet de luxe hadden om veel tijd samen door te brengen op een tour bus… en mekaars (vocale) bewegingen leren… duurt jaren.”

 

De opnamen lopen uit. In maart 1986 kondigt Harris aan dat ze bijna klaar zijn: “We moeten nog één nummer samen zingen en dan nog een a capella song. Maar misschien komen we daar niet meer aan toe…”

In mei wordt aangekondigt dat de LP herdoopt is in The Twisted Sisters.

 

Na afloop van de opnamen duurt het nog even voor het resultaat kan verschijnen. Omwille van hun drukke agenda’s is het moeilijk om tijd te vinden waarin ze zich allemaal kunnen vrijmaken voor promotie. Er is ook sprake van een gemeenschappelijke tournee, maar die komt er nooit. “Ik denk dat Dolly’s manager het geen goede carrièrezet voor haar vond,” meent Linda Ronstadt. “Het is niet aan ons om te bepalen wat zij belangrijk moet vinden. Hij overtuigde haar dat het voor haar belangrijker was om een Tv-optreden te doen.”

 

Geen tour dus, maar wel enkele afzonderlijke optredens, zoals tijdens de Country Music Association show op 13 oktober 1986. Ze brengen er ‘Dear Companion’, een nummer van Jean Ritchie. “Het is niet oud,” verklaart Ronstadt, “maar het klinkt tijdloos en heeft zijn wortels in de bergen.”

 

 

De plaat, uiteindelijk simpelweg Trio gedoopt, ligt vanaf 2 maart 1987 in de winkels – tien jaar na de eerste sessies. De kledij die de drie zangeressen op de hoesfoto dragen is speciaal voor de gelegenheid ontworpen door Manuel uit Hollywood. Het zwarte pakje dat Linda Ronstadt draagt koste maar liefst $11,000. De andere zijn iets bescheidener: dat van Dolly kostte $5,000 en het Hank Williams-achtige vest van Emmylou “slechts” $3,500.

 

De plaat wordt voorafgegaan door de eerste single, ‘To Know Him is to Love Him’ . Dat is een cover van een single van The Teddy Bears, uit 1958. Eigenlijk is het de allereerste single van Phil Spector, die het nummer ook zelf schreef, gebaseerd op het opschrift op het graf van zijn vader.

“De song kwam binnengewaaid recht in de mond van Emmylou,” verklaart Ronstadt. “Toen we het akoestisch zongen leek het net een gebed. Het paste gewoon zo goed bij haar stijl dat we het wel moesten opnemen.”

De tremologitaarsolo is van Ry Cooder.

 

Er wordt een videoclipje bij gemaakt, geregisseerd door George Lucas. De Star Wars regisseur was op dat moment de partner van  Linda Ronstadt – vandaar. Het filmpje wordt opgenomen bij Linda thuis.

 

 

De single doet het erg goed en bereikt de top van de countrylijst.

 

Voor de opvolger valt de keuze op ‘Telling Me Lies’, een prachtig nummer van Linda Thompson, de ex van Richard Thompson en een heel goede vriendin van Linda Ronstadt.

 

Hoewel de plaat totaal niet past binnen de dan heersende stromingen wordt Trio wordt een enorm succes: behalve vijf weken aan de top van de Amerikaanse countrylijst bereikt de plaat ook de zesde plaats van de gewone lijst. Voor Emmylou is het de eerste keer dat ze een platinaplaat mag ontvangen – en ook de enige keer. Verder zijn er ook nog twee Grammy onderscheidingen.

 

Precies omdat het allemaal akoestisch is gehouden is Trio een tijloze plaat die perfect vandaag zou kunnen worden uitgebracht – maar evengoed vijftig jaar geleden. Een klassieker dus.

 

‘Those Memories’ uit een TV-show in 1987

 

 

Nog een heel mooi filmpje (bijna tien minuten lang) waarbij de drie dames, om de beurt, de leadvoacls voor hun rekening nemen. En tussendoor ook nog wat uitleg geven bij hun songkeuze.

 

‘Dear Companion’, ‘Hobo’s Meditation’ en ‘Those Memories Of You’

 

Advertenties