Na het grote succes van de Trio LP in 1987 kregen Emmylou Harris, Linda Ronstadt en Dolly Parton steeds weer dezelfde vraag te horen: “komt er een vervolg?”. Het duurde echter twaalf jaar eer Trio II in de winkels lag en het is zeer onwaarschijnlijk dat er ooit nog een Trio III zal verschijnen.

Was de eerste plaat al een moeilijke bevalling, bij de tweede ontstonden er nog veel meer complicaties.

 

 

Emmylou Harris

 

Het begin van de jaren negentig was een periode van grote veranderingen voor Emmylou Harris. Aan het einde van de jaren tachtig had ze problemen gekregen met haar stembanden. Ze kon de voortdurende competitie met het versterkte instrumentarium van haar begeleidingsband The Hot Band niet meer aan. Noodgedwongen ontbond ze de band die haar jarenlang had begeleid.

 

In januari 1992 liep ook haar derde huwelijk, met Paul Kennerley, op de klippen en de platenmaatschappij  Warner Bros./Reprise Records beëindigde, na twintig jaar, de samenwerking met haar. De reden daarvoor was dat ze nog weinig werd gedraaid door de Amerikaanse radiozenders. Die vonden haar te oud.

 

Ze liet zich echter niet ontmoedigen en vocht terug. Ze formeerde een nieuwe band: The Nash Ramblers. Met die puur akoestische band gaf ze enkele optredens in het Nashville’s legendarisch Ryman Auditorium. De zaal van waaruit vroeger de Grand Old Ophry uitzendingen plaatsvonden stond al enkele jaren leeg. Met de opbrengsten van de uitstekende live-LP At the Ryman, hielp ze mee de zaal terug in orde te laten brengen.

 

Daarna wou ze terug iets gaan doen, samen met Linda Ronstadt. Ze wou ook andere mensen er bij betrekken: zangers en schrijvers waarvoor ze een bewondering had, zoals de Canadese zussen McGarrigle. Ronstadt introduceerde haar aan Alison Krauss.

 

 

Met of zonder Dolly?

 

Ronstadt stelde ook voor om Dolly er terug bij te halen. Maar Emmylou zag dat zo niet zitten. Ze herinnerde zich maar al te goed hoe moeilijk de vorige samenwerking was verlopen. Wat een problemen het gaf om de agenda’s op mekaar af te stemmen en hoe moeilijk het was geweest om promotie te doen voor de plaat – en dat was nu nog belangrijker geworden dan vroeger.

Puur praktisch bekeken zou het een ramp zijn als Dolly aan de plaat meewerkte en zich dan terug trok. “Met ons tweeën konden we de plaat niet promoten, als het een trio-lp was,” weet Linda. “Dus wou Emmy dat we het onder ons hielden. Bovendien herinnerde ze zich dat wij een andere smaak hebben dan haar. Maar ik vond dat wat we met ons drieën hadden gedaan zo mooi was. Ik wou dat overdoen, dus vocht ik daar voor.”

 

Ze polsten Dolly of die zin heeft om mee te werken aan een paar tracks. Die liet weten dat ze het te druk had.

 

In 1993 had Dolly Parton namelijk net de jackpot gewonnen – of toch iets in die aard. Whitney Houston had een oud nummer van haar gecoverd voor de soundtrack van de film The Bodyguard. Gedurende de laatste maanden van 1992 en de lente van 1993 voerde ‘I Will Always Love You’ maar liefst 14 weken de Amerikaanse hitlijsten aan en er werden 12 miljoen exemplaren van verkocht.

Dolly had het nummer twintig jaar eerder geschreven als afscheid aan haar muzikale partner en mentor Porter Wagoner. Het was toen ook al een dikke  countryhit geweest voor haarzelf. Elvis Presley had het nummer toen willen coveren, maar zijn manager had de helft van de rechten opgeëist en daar had ze niet van willen weten. Dat was dus niet doorgegaan.

“En nu kan ik Graceland zelf kopen,” grapte ze.

 

Een half jaar na haar oorspronkelijke weigering, liet Dolly Parton opeens weten wel weer mee te willen werken aan een tweede Trio plaat.

 

 

1994

 

Omdat Bob Krasnow, de grote baas van Elektra, de platenmaatschappij van Linda Ronstadt, de samenwerking met Dolly Parton niet zag zitten, was Linda bereid de kosten voor de opnamen op zich te nemen. Een studio werd geboekt in Marin County, Californië. Een aantal topmuzikanten werd ingehuurd, zoals mandolinespeler David Grisman, steelgitarist Ben Keith, drummer Jim Keltner en bluegrassgitaristen Carl Jackson en John Starling. Daarnaast waren er ook mensen als Alison Krauss op fiddle en David Lindley op autoharp.


En dan, de avond voor de eerste sessie, kwam er een fax van Dolly: er was iets misgelopen en ze moest een dag of tien weg.

 

Omdat de muzikanten veel te duur waren om ze terug naar huis te sturen, besloten de beide andere zangeressen de opnamen maar te maken zonder Dolly.

 

Uiteindelijk kwam Parton toch opdagen. Emmylou en Linda namen haar even apart. Ze wilden er zeker van zijn dat er nu niets meer fout kon gaan. “We vragen je nu of je bereid bent om drie wken uit te trekken voor promotie en een korte tournee. We moeten een datum vastleggen.” Zij geeft haar woord.

“‘Ik heb zoveel ijzers in het vuur dat ik mijn eigen kont verbrand,’ dat waren haar exacte woorden,” herinnert Linda Ronstadt zich. “Wij dachten: ‘Dat is mooi.’ Maar ze had haar erewoord gegeven.

Krasnow was er echter niet gerust in. Hij zei: “Ze heeft de reputatie niet betrouwbaar te zijn.” Maar ik zei: ze gaf me haar erewoord en dat is voldoende voor mij.”

 

Ze spraken een datum af waarop Dolly haar zang zou toevoegen. De studio werd voor een week gereserveerd… En dan zei ze opnieuw af. “Dat koste ons alweer $20,000,” zucht Ronstadt. “Iedere keer als we zo een fax kregen gingen er twintig in rook op.”

 

De zenuwen raakten stilaan overspannen. Emmylou had net haar vader verloren, maar er stond ook een tournee geboekt en af zeggen zou een enorm financieel verlies met zich meebrengen. Linda had net een nieuwe baby gekregen en spendeerde elk vrij uur in de studio, waar ze, samen met George Massenburg, de zaak op tijd probeerde klaar te krijgen.

 

Een van de eerste songs die af raakt is de hymne ‘Softly And Tenderly’… en die blijft tot 2007 in het archief liggen, tot Emmylou hem opdiept voor haar Songbird boxset. Ze vertelt daarover: “Ik vond het erg jammer dat deze [song] niet werd uitgebracht. Ik vind de zang zo buitengewoon. Wanneer Linda daar omhoog gaat begrijp je weer waarom ze een van de mooiste stemmen heeft…. en dan lieten we Dolly weer terug die oude nummers zingen…Het was een ongelofelijke ervaring om die stemmen  terug samen te horen.”

 

‘Feels Like Home’ was geschreven door Randy Newman, voor zijn Faust project, waaraan Linda had meegewerkt.  Het kreeg een prachtige, nieuwe benadering die het nummer helemaal tot zijn recht liet komen.

 

Op ‘Lover’s Return’, een song van A. P. Carter, uit 1935, speelt de fiddle van Alison Krauss een prominente rol. Maar het mooiste is de cover van ‘After the Gold Rush’. Het titelnummer van Neil Young’s plaat uit 1970 word gedragen door piano, maar krijgt daarbij de hulp van een heel bijzonder instrument: de armonica. Dat is een glasinstrument, waarvoor Linda een bijzondere belangstelling heeft.

 

In dit clipje, gedraaid in maart 1999 in een synagoge in New York, is het instrument twee keer heel even te zien, tegen het einde aan.

 

 

Uiteindelijk stonden Dolly’s partijen er op. Of toch bijna. “We moesten nog twee mixen doen en toen bracht ze opeens een live LP uit – een maand voor onze plaat zou verschijnen. Ze zei dat die goed zou verkopen en dat de Trio plaat zou helpen promoten.

Wel, dat vonden wij dus niet zo’n goed idee. Maar we konden haar niet aan de telefoon krijgen.”

 

De kosten liepen verder op en de afgesproken releasedatum naderde schrikbarend snel. Paniek sloeg toe. Tracks werden aan de kant geschoven en Linda begon voor een aantal songs Dolly’s partijen zelf in te zingen. Voor andere werd Valerie Carter er bij betrokken.

 

Pas na meer dan een week beantwoorde Dolly Parton de telefoon. “Hoe kunnen jullie mij dit aandoen?” pruilde ze, “Ik verdrink in het werk.”

“Dolly, je hebt een keuze gemaakt,” stelde Linda.

“Het was God’s wil,” meende Dolly: “alsof je een been breekt of zo.”

“Niks God’s wil,” kaatste Linda terug. “Het was de wil van Dolly.”

 

Volgens Parton “smeekte en bad” ze haar partners nog om het uitbrengen van de plaat uit te stellen tot de volgende lente. Dan zou ze zich zeker kunnen vrijmaken voor promotie. Maar dat zien ze niet zitten “Het werd een machtsstrijd,” meent Parton: “Het maakte dat ik me gekwetst voelde, beledigd en beladen met schuld. Ik zou mij aan mijn woord gehouden hebben, maar mijn belofte was niet goed genoeg voor hun. Uiteindelijk riep ik: ‘De pot op. Vervolg me dan maar.'”
 

 

 

Feels Like Home

 

Om tenminste een deel van haar kosten te recupereren besloot Linda een aantal songs te gebruiken voor haar volgende solo-LP. Dolly (of haar platenmaatschappij) wilden echter geen toestemming geven voor het gebruik van haar stem. De songs mochten wel worden gebruikt – mits haar stem was weggemixt – tegen een redelijke financiële vergoeding.

 

Met de hulp van, onder andere, Alison Krauss nam Ronstadt nog een aantal bijkomende songs op en in maart 1995 verscheen Feels Like Home. Vijf van de songs waren afkomstig van de Trio sessies: ‘High Sierra’, ‘The Blue Train’, ‘Feels Like Home’, ‘After the Gold Rush’ en ‘Lover’s Return’.

 

Ter vergelijking: de “solo-versie” van Linda Ronstadt.

 

 

Dolly slaat terug

 

In juli 1995 publiceerde het Amerikaanse damesblad Home Journal een interview met Dolly Parton. Tegenover Jim Jerome liet ze zich laatdunkend uit over haar beide collega’s: Harris noemde ze “een brave country puriste die haar materiaal  uiterst zorgvuldig uitkiest” en Ronstadt, een perfectionistische diva die “leeft voor de studio en zo langzaam werkt dat ik er gek van wordt. Ik wou een cattle prod nemen (nvdr: een stok waarmee het vee een elektrische schok wordt toegediend om het aan te sporen) en roepen: ‘Wordt wakker, teef, ik heb nog wat anders te doen’.”

Dat was allemaal nergens voor nodig, vond ze, want “ik zing het net zo goed de eerste keer als de honderdste.”

 

Op de vraag of de vriendschap nu voorbij was, antwoordde Parton schouderophalend: “We waren toch al nooit zo close – gewoon zakenrelaties.” Ze wil wel toegeven dat ze het jammer vindt van de prachtige samenzang, die aanvoelde “als een creatief, emotioneel orgasme.” 

 

 

Natuurlijk vielen die uitspraken niet in goede aarde. Linda Ronstadt reageerde in een interview met Bill Deyoung, dat in augustus 1996 verscheen in Goldmine. 

“Ik kan niet met haar werken. Ze heeft bewezen dat ze onbetrouwbaar is. Emmy wil niet meer met haar werken, omdat zij vindt dat ze geen waardering heeft voor wat wij gedaan hebben. Daarom is die plaat niet uitgekomen. En Dolly heeft ons dan ook beledigd in dat interview. Zij was erg onvriendelijk tegenover ons. Ik vind dat ze zich moet verontschuldigen.”

 

En dat deed zij dan ook.

“Ze schreef ons allebei een brief en zei dat ze spijt had van hoe het allemaal was gelopen,” vertelt Ronstadt drie jaar later aan hetzelfde tijdschrift, “en dat het fijn zou zijn om de plaat toch nog een kans te geven, in de vorm waarin ze oorspronkelijk was bedoeld. We hebben het bijgelegd en dat was dat.”

 

In 1997 werden de oorspronkelijke opnamen terug boven gehaald en eindelijk afgewerkt. Maar het was nog steeds moeilijk om de agenda’s op mekaar afgestemd te krijgen en het duurde tot februari 1999 eer Trio II in de rekken verscheen. De drie hadden zelfs nooit de tijd gevonden om samen te poseren voor een hoesfoto, zodat er zwart-wit fototootjes uit hun kindertijd moesten worden gebruikt.

 

De kritieken zijn nog steeds zeer positief, maar de magie van de eerste keer is er niet meer. Er worden dan ook “slechts” een half miljoen exemplaren van verkocht – een vierde van de voorganger.

 

In maart 1999 vindt een korte gezamenlijke tournee plaats. Ook het videoclipje voor ‘After The Goldrush’ werd toen gedraaid.

 

High Sierra

 

En hoe kijkt Emmylou Harris nu terug op hun avontuur?

“Uiteindelijk, mogen we mekaar toch graag. Er waren gewoon wat misverstanden en die zijn uit de hand gelopen. Ik dank dat iedereen er spijt van heeft, omdat we van mekaar houden en vooral van de muziek die we samen maken. Ik ben erg blij dat Trio II uitgekomen is. Maar belangrijker nog, vind ik, is dat we rond de tafel zijn gaan zitten en ons hart hebben gelucht. We zijn terug vriendinnen nu. Dat is het belangrijkste. Want dit zijn twee zeer bijzondere vrouwen. Wij drieën hebben een zeer speciale band.”

 

Advertenties