mei 2009


De hoezen van de Britse Beatles LP’s

Nu binnenkort de remasters van de oorspronkelijke Britse LP’s er aan komen, is het misschien interessant om het verhaal achter de hoezen te vertellen.

De reeks artikelen kun je terug vinden op de site van de Nederlandse Beatlsfanclub. Omdat het een heel werk is om al die illustraties opnieuw hier binnen te halen, volsta ik voor één keer met het plaatsen van een link.

Advertenties

 

 

 

Most Of The Time

 

Een van de mooiste nummers van Bob Dylan uit zijn latere periode is ‘Most Of The Time’, dat in september 1989 verscheen op Oh Mercy. Dankzij Tell Tale Signs hebben we nog twee andere versies uit die sessies. En dan is er ook nog een geheel andere versie, een jaar later opgenomen voor een videoclipje.

 

 versie 1 – Tell Tale Signs cd 1 – 8 maart 1989 (3:46)

Wanneer Bob Dylan de song voor het eerst naar de studio in New Orleans brengt, heeft hij enkel een tekst en moet nog op zoek naar een melodie. Hij probeert het nummer voor te spelen op zijn akoestische gitaar.  Dankzij de alertheid van geluidstechnicus Malcoln Burn werd deze versie bewaard. In een interview voor het Britse muziektijdschrift Uncut vertelt hij trots:  “Ik nam het op. [Dylan] zei: ‘We zouden het zo kunnen doen.’  – en hij speelde het hele nummer op akoestische gitaar en harmonica. Het archetypische Bob Dylan geluid. Hij verwees naar zichzelf in de derde persoon: ‘Dat zou de typisch Bob Dylan manier zijn.” En dan probeerde hij het anders: als een blues, echt heel langzaam. En die versie nam ik ook op.”

Deze kale versie had net zo goed op Another Side of Bob Dylan kunnen staan, of op Blood On The Tracks. Alleen de stem verraadt dat de opname dateert uit zijn latere periode. Hij is nog hoorbaar op zoek naar de melodie, maar hoewel hij weet dat het niet de bedoeling is om deze opname ooit te gebruiken, is de emotie al aanwezig. 

 * * *

 In ‘Most Of The Time’ maakt de zanger zichzelf iets wijs. Hij houdt bij hoog en laag vol dat hij haar vergeten is. Meestal toch. Want iedere keer hij ontkent dat hij nog aan haar denkt, komt de herinnering natuurlijk terug. Hij is haar zo fel vergeten dat hij een nummer aan haar wijdt.

* * *

 versie 2b – Oh Mercy – 12 maart 1989 (5:01) en radio edit (3:55)

Vier dagen later probeert hij de song “voor echt” op te nemen. Producer Daniel Lanois speelt dobro, Dylan zelf akoestische gitaar. De ritmesectie bestaat uit drummer Willie Green  en bassist Tony Hall. Cyril Neville en Daryl Johnson voegen percussie toe.

En, speciaal voor deze sessie is er een extra muzikant uitgenodigd: rockabilly gitarist Mason Ruffner.

Met Ruffner wordt ‘Most Of The Time’ opnieuw uitgeprobeerd. Er is nog steeds geen echte melodie gevonden en het is Lanois die er voor zorgt dat de song zich ontwikkeld tot een langzaam, melancholisch nummer.  “De versie die op de plaat is gekomen heeft de typische Lanois stempel,”  weet geluidstechnicus Malcolm Burn, “waarbij Lanois de basistrack overdub na overdub aankleedt”. Volgens zijn collega Mark Howard was de uiteindelijk  versie  “gebouwd rond een kleine groep: enkel Bob, Dan en Malcolm. De basis was een loop of een patroon van een 808 drum machine”.

Het resultaat, zoals het op Oh mercy verschijnt is de meest ambitieuze productie van de plaat. “Magistraal”, zoals criticus Allan Jones schreef. Of  “ruimtelijk en theatraal”, zoals Malcolm Burn het noemde: “Op en top Lanois.”
In Chronicles schrijft Dylan dat, terwijl Lanois de track opbouwde, hij zich alsmaar ongemakkelijker ging voelen. Het klonk allemaal niet slecht, maar het was niet zoals hij het had bedoeld. Hij wist niet welke kant het dan wel moest uitgaan, maar zo niet. “Een big band behandeling zou misschien goed geweest zijn. In gedachte zong ik het met begeleiding van het Johnny Otis Orchestra. Een pak regels moesten een andere plaats krijgen en ik voelde mij afgeblokt.”

 Misschien dat hij daarom op Tell Tale Signs ook een versie heeft geplaatst uit diezelfde sessie – misschien zelfs dezelfde take – maar dan zoals de song live in de studio klonk. “Evolution mix” noemde de producer deze versie.

Niet zo geproducet, minder swampy, minder Lanois. De akoestische gitaren zijn meer prominent aanwezig en er zijn enkele kleine tekstafwijkingen.

I got enough faith and I got enough strength
I keep it all away, way beyond arm’s length

zingt hij, in plaats van

I don’t build up illusion ‘till it makes me sick,
I ain’t afraid of confusion no matter how thick

versie 2a – Tell Tale Signs cd 3 – 12 maart 1989 (5:10)

* * *

 

Maar is het wel een vrouw die hem heeft verlaten? Misschien bezingt Dylan zijn muze.

De song werd geschreven in januari 1988, na een lange periode van writer’s Block. Op zijn vorige plaat, Down In The Groove, had Dylan geen enkele nieuwe tekst geschreven. Hij was zelfs al een tijdje aan het overwegen of hij niet beter een ander beroep zou kiezen.

Gehandicapt dooreen stom ongeluk in de tuin en ingesneeuwd op zijn boerderij wordt hij geconfronteerd met zichzelf. Hij vraagt zich af of zijn muze hem voor altijd heeft verlaten.

 Most of the time
I can’t even be sure
If she was ever with me
Or if I was ever with her 

Was het mijn muze wel, of mocht ik enkel af en toe in haar gezelschap vertoeven?

 * * *

 versie 3 – video clip – 16 maart 1990 (4:55)

Toen ‘Most Of The Time’ werd geselecteerd als derde single van de plaat, drong de platenfirma aan op een videoclipje. Dylan was net Under The Red Sky aan het voorbereiden met Don en David Was als producers.

Net een jaar na de oorspronkelijke opname trok hij daarom opnieuw de studio in. Deze keer was het de Culver City Studios in Los Angeles. Hij koos echter voor een radicaal andere aanpak dan die van Lanois. Geen van de oorspronkelijke muzikanten was uitgenodigd. In plaats daarvan koos hij voor meestergitarist David Lindley en de ritmesectie van Randy Jackson en Kenny Aronoff.

Deze versie verscheen ook op de promoversie van de single.

* * *

Een derde interpretatie is dat het helemaal niet over een vrouw gaat: geen van vlees en bloed, maar ook geen mythische. Het zou ook kunnen dat de zanger, nu hij de vijftig nadert, terugblikt op zijn jeugd. Een periode in zijn leven die voorgoed voorbij is en die ver achter hem ligt. “It don’t matter where it went” zingt hij in de versie op cd 3 van Tell Tale Signs.

I can survive and I can endure
And I don’t even think about her
Most of the time

Een tijdje geleden gaf ik hier een overzichtje van mijn favoriete Bob Dylan bootlegs.

Eentje daarvan was Folksinger’s Choice. 

Dat is de volledige opname van het gelijknamige radioprogramma dat in het voorjaar van 1962 werd uitgezonden op een New Yorkse zender WBAI -FM. De folkzangeres Cynthia Gooding sprak daarin met haar kersverse collega, Bob Dylan. De opname dateert uit februari 1962, dus tussen de opname en het verschijnen van zijn debuutplaat.

Dylan speelt een tiental nummers – goed dan: elf – en vertelt tussendoor honderduit over zijn invloeden en achtergrond. Naast drie weinig gehoorde eigen composities (‘The Death Of Emmett Till’, ‘Standing On The Highway’ en ‘Hard Times In New York Town’) brengt hij een eerbetoon aan zijn grote voorbeelden: Woody Guthrie, Hank Williams en een aantal bluesmannen (Howlin’ Wolf, Bukka White en Big Joe Williams). Enigszins verrassend laat hij daarbij horen uitstekend akoestische blues te kunnen spelen, zichzelf begeleidend op  harmonica.

Maar fijner nog dan de muziek zijn de gesprekken. Hilarisch is de manier waarop hij daarbij, met het grootste gemak en zeer overtuigend, complete leugens verzint. Gooding laat hem voluit zijn gang gaan, hoewel ze hem al jaren geleden voor het eerst heeft ontmoet en dus minstens haar twijfels moet hebben gehad over wat hij allemaal verteld.

Bij een latere gelegenheid gaf ze ooit als commentaar: “Hij praat en hij lacht. En net wanneer je denkt hem op een leugen te kunnen betrappen, haalt hij zijn mondharmonica boven en blaast alles weg.”

Luister en geniet. En vrees niet: de geluidskwaliteit is perfect.

En de hoesjes kun je hier vinden.