Naar aanleiding van het recente overlijden van arrangeur Robert Kirby een stukje over zijn eerste stappen in de wereld van de muziek.

Nick Drake – Five Leaves Left

 

Amper twee jaar nadat het voormalige rangeerstation van de Britse spoorwegen in 1966 als concertzaal was in gebruik genomen, was het Roundhouse uitgegroeid tot psychedelische hart van Londen. Zowel Pink Floyd als Led Zeppelin hadden er gedebuteerd. The Beatles overwogen er hun comeback op het podium te organiseren. De befaamde UFO Club had er een tijdje zijn onderkomen gevonden en er vonden regelmatig festivalletjes plaats onder de typische jaren zestig namen als Middle Earth en Implosion.

 

Op 23 februari 1968 was er weer zo’n Middle Earth geprogrammeerd: een festival voor de vrede. Fairport Convention trad er op, Country Joe And The Fish, Blossom Toes en Tyrannosaurus Rex.

Omstreeks twee uur ’s nachts mocht Nick Drake er tien minuutjes spelen. Het was het eerste optreden van de jonge gitarist voor een groot publiek: zo’n tweeduizend mensen.

Een van die toeschouwers was Ashley Hutchings, de bassist van Fairport. En hij was onder de indruk: “Wat vooral opviel was zijn houding en charisma. Ik lette niet echt op de songs. Hij zong goed en speelde uitstekend. De songs waren interessant. Maar het was zijn persoonlijkheid die opviel: zijn uitstraling op het podium. Dat maakte een grote indruk op mij.”

 

Enthousiast vertelde Hutchings over de jongeman die hij die avond had gezien aan zijn producer Joe Boyd. Die Amerikaan was pas 26, maar naast producer was hij ook al eigenaar van een eigen label: Witchseason. In twee jaar tijd had hij een belangrijke plaats weten te veroveren in de Londense muziekscène. Hij had de debuutsingle van Pink Floyd geproducet, Fairport Convention ontdekt en de carrières van John & Beverly Martyn en de The Incredible String Band op het goede spoor gezet.

 

“Ashley gaf me zijn telefoonnummer,” vertelt Joe Boyd. “Ik belde hem en hij bracht me een bandje.Ik vond het geweldig. Als ik me goed herinner stonden er drie songs op: ‘Time Of No Reply’, ‘The Thoughts Of Mary Jane’ en ‘Magic’.  Toen ik die hoorde dacht ik: Wow, dit is erg ongewoon. Werkelijk uniek.”

Hij nodigt de jongeman uit naar Londen voor een gesprek over een contract. 

 

In de herfst van 2006 vertelde Joe Boyd aan Frank de Munnik van de VPRO over zijn ontmoeting met de zanger: “Nick kwam binnen, bijna verontschuldigend. Of hij wist niet hoe goed hij eruit zag, of hij schaamde zich ervoor. Zijn vingers vol nicotinevlekken, as op zijn jas…

Hij speelde zijn liedjes voor mij. Ik had gitaristen als Richard Thompson, John Renbourne en Bert Jansch gehoord, maar Nick had de meest perfecte gitaartechniek.

Hij rookte voortdurend hash, altijd en overal. Gitaarspelen, hash en als hij honger had, haalde hij een curry. Dit was ongeveer zijn dagritme.”

 

 

Een lange aanloop

 

De opnamen vinden plaats in de Sound Techniques, Chelsea, London. De eerste sessie is geboekt op donderdag 10 oktober 1968. Tijdens de 3 uur durende sessie worden twee songs op band gezet: ‘Man In A Shed’ en ‘Mayfair’. Beiden zijn puur Nick Drake: alleen zijn zang en zijn gitaar.

Op bootlegs zoals Second Grace staan drie takes van ‘Mayfair’. De eerste take breekt Nick al vroeg af, omdat hij een foutje maakte. Take 2 is wat langer en take 3 is volledig. Hierbij fluit hij een middenstukje. Dat komt te vervallen in de uiteindelijke versie. 

 

De tweede sessie vindt pas een maand later plaats: op maandag 11 november.

“We namen onze tijd,” verklaart Joe Boyd: “Het duurde bijna een jaar om die plaat te maken. Het was helemaal iets anders dan de andere platen waar ik op dat moment mee bezig was. Daar trokken we voor een intense week de studio in en deden de hele plaat – of toch een flink stuk ervan – in eens.  Met Nick deden we één sessie en dachten er dan over na. Een week, of een maand later deden we er dan weer één. Het was een totaal nieuwe ervaring: zeer aangenaam en zeer bevredigend.”

 

Opnieuw worden er slechts twee songs opgenomen, opnieuw enkel zang en gitaar: ‘Joey’ en ‘Clothes Of Sand’.

 

Pas tijdens de derde sessie, op vrijdag 20 december wordt er voor het eerst een andere muzikant bijgehaald. Dat was iets waar de producer al van in het begin op aandrong.

“Voor zover ik me kan herinneren, hebben we nooit demo’s gemaakt,” meent Boyd. “We zaten gewoon op een avond samen en hij speelde me al zijn songs voor. Ze waren allemaal even fantastisch. Ik schreef de titels op, met wat nota’s erbij en we bespraken hoe we ze gingen aanpakken. Dat was opwindend voor mij, want Fairport Convention en Incredible String Bands waren hechte groepen. Daar kon je dus in de studio niet veel aan veranderen. Maar met Nick was dat anders. Je had de gelegenheid om te zeggen: ‘We halen er een  bassist bij en misschien een sax.’ Als producer kon je veel creatiever zijn, veel meer ingrijpen want hij was zo een beetje een blank canvas.”

 

De eerste muzikant die met Nick samenspeelt is de gitarist van Fairport Convention. Richard Thompson voegt accenten op elektrische gitaar toe aan ‘The Thoughts of Mary Jane’.  De tweede song van die sessie, ‘Time Of No Reply’ is echter opnieuw Nick solo.

 

Dit is voorlopig de laatste sessie. Er zijn wat problemen met de studio.

De zes songs die tot nu toe zijn opgenomen zullen echter niet worden gebruikt voor Nick’s debuut-elpee. Ze blijven tien jaar in het archief liggen en verschijnen pas voor het eerst in 1979 op de een elpee met outtakes: Time Of No Reply.

 

 

Een jamsessie

 

Na een onderbreking van drie maanden vindt er in maart 1969 opnieuw een sessie plaats, in de  Morgan Studios in Noord Londen. Deze keer zijn er twee gastmuzikanten: ‘Reebop’ Kwaakhu Baah van de groep Traffic speelt conga’s. Daarnaast is er ook een fluitist, maar diens naam is niet gekend. Samen zetten ze een lange, relaxte versie van ‘Three Hours’ op band. Ook die opname verschijnt pas veel later,  in 2004 namelijk, op Made To Love Magic.

Richard Hewson

 

Hoewel hij niet echt tevreden is met wat hij tot nu toe op band heeft staan, weet Joe Boyd zeker dat ze op de goede weg zijn met de experimenten om de songs wat meer aan te kleden. “Terwijl ik naar die [oorspronkelijke] demo aan het luisteren was, hoorde ik [in gedachte] onmiddellijk een soort productie die veel meer gesofistikeerd was dan die van een gewone folkplaat. Ik moet toegeven dat ik behoorlijk beïnvloed was door de productie van John Simon voor het debuut van Leonard Cohen. Ik had die plaat pas gekregen en ik was behoorlijk onder de indruk.”

Songs of Leonard Cohen verscheen in februari 1968, maar Nick had de plaat nog niet gehoord. Joe legt het voorstel voor aan Nick en die lijkt er geen bezwaar tegen te hebben. “Hij was erg verlegen. Als iemand iets voorstelde zei hij: ‘Oh, oké’. Het was erg moeilijk om uit te maken of hij nu echt enthousiast was of gewoon te beschaamd om tegen te pruttelen.”

 

Joe Boyd contacteert Richard Hewson. Die heeft net de arrangementen verzorgd voor het debuut van James Taylor op het platenlabel van The Beatles.

Hewson is nog heel jong. Hij is net afgestudeerd aan de Guild Hall universiteit van Londen. Hoewel hij er klassieke muziek  heeft gestudeerd, is hij ook geïnteresseerd in jazz. “We hadden een bandje: een trio,” vertelt Hewson. “Ik speelde gitaar, we hadden een drummer, Nigel Anthony, die nu acteur is.” De bassist was Peter Asher, van de groep Peter and Gordon. “We oefenden in de kelder [van het huis van de Asher’s]  in Wimpole Street. In die tijd ging Paul [McCartney] met de zus van Peter: Jane. Zo leerde ik Paul kennen.”

Wanneer the Beatles met hun eigen platenmaatschappij, Apple Records, begonnen was een van de eerste dingen die ze op de markt brachten ‘Those Were The Days’ van Mary Hopkins. Peter was ondertussen A&R man geworden en hij beval zijn vriend aan als arrangeur – hoewel die totaal geen ervaring had.

“Bij Apple kon alles toen,” meent Hewson. ” Niemand had enig idee waar iemand anders mee bezig was! Peter kende geen arrangeurs. Hij kende mij en wist dat ik op Guild Hall had gezeten en klassieke muziek had gedaan. En hij dacht: ‘Paul wil een orkest hierop. Richard zal wel weten hoe hij een klassiek arrangement moet schrijven. Laat hem maar eens proberen.’ En zo heb ik die job gekregen: omdat ze niemand anders kenden. Dat was mijn geluk. Als ze wat uitgekeken hadden, hadden ze wel een echte arrangeur gevonden.”

Wanneer de single een enorm succes bleek, mocht hij ook de elpee van Hopkins doen en daarna die van een andere nieuwe Apple artiest, de Amerikaanse singer/songwriter James Taylor.

 

Hewson was daardoor dus echt wel de opkomende arrangeur van het moment. Boyd geeft hem dan ook carte blanche. Hij mag zelfs de vijftien mensen voor het orkest zelf uitkiezen.

 

De sessie vindt ergens in april 1969 plaats. Zoals gebruikelijk in die tijd worden er in een standaardsessie van drie uur drie songs opgenomen. Hewson heeft arrangementen geschreven voor Made To Love Magic’, ‘The Thoughts Of Mary Jane’ en ‘Day Is Done’.

“Ik herinner het mij nog goed,” vertelt John Wood, de vaste geluidstechnicus van de Sound Techniques. “Nick begon meer en meer nerveus te worden. Hij was erg jong en het leek alsof hij zich gemakkelijk liet doen. Sommige mensen doen gewoon alles wat je hen opdraagt tijdens een opnamesessie. Maar hij was zich aan het opwinden en uiteindelijk trok hij zijn mond open: hij vond de arrangementen maar niks. Hij zei dat hij een vriend in Cambridge had, ene Robert Kirby. Volgens hem voelde die veel beter aan waar hij naar toe wilde.”

 

Normaal gezien zou een producer er geen seconde over denken om een totaal onervaren iemand in te huren, maar precies omdat Nick Drake er zo op stond besloot Boyd hem een kans te geven.

 

Hoe de songs klonken met de arrangementen van Hewson kan men beluisteren op de cd Made To Love Magic. Daarop staat het gelijknamige nummer. De beide andere arrangementen zijn alleen terug te vinden op bootlegs. Ze zijn inderdaad nogal stroperig en doen de songs geen recht. 

 
Robert Kirby

 

In oktober 1967 was Nick naar Cambridge getrokken om er Engelse literatuur te gaan studeren. Via een wederzijdse vriend was hij er, in januari of februari 1968, met Robert Kirby in contact gekomen.

“Niet alleen omdat ik muziek studeerde, maar eerder omdat ik op TV geweest was: de Kersteditie van Dee Time, met een andere groep uit Cambridge.Ik zat sinds 1962 in een folkgroepje. We hadden zelfs al een paar keer getourd door Duitsland, met ons vieren. Ik kon dus een stukje gitaar spelen en was “voor” rock.

Nick kwam mijn kamer in het Caius College binnengeslopen. Hij mompelde dat hij wat songs had geschreven en dat hij op zoek was naar iemand die wat orkestarrangementen kon maken voor een paar optredens. Hij pakte mijn goedkope Spaanse gitaar en toverde er de wonderlijkste klanken uit.” 

Nick vroeg hem om arrangementen te schrijven voor strijkers en houtblazers bij een paar van zijn songs. De bedoeling was die te gebruiken bij een optredens tijdens het jaarlijkse meibal van de universiteit.

 

“Ik had een mono bandopnemer, eentje op lampen uit 1959 – een serie 3 Ferrograph. Ik heb hem nog steeds. In de loop van de volgende weken maakte ik opnamen van een aantal van zijn songs.Ik had een piano op mijn kamer en hij nam ‘Way To Blue’ op, ‘Made To Love Magic’ en ‘Saturday Sun’.

Hij bleef heel geduldig terwijl ik ze – heel vervelend – probeerde te ontleden. Ik maakte nota’s van de nuances van ieder moeilijk akkoord.”

Twee andere demo’s, opgenomen op Kirby’s bandopnemer zijn ook te beluisteren op Made To Love Magic: ‘Mayfair’ en ‘River Man’.

 

 

Een nieuwe lente, een nieuw geluid.

 

Het is ondertussen mei 1969 – acht maanden na de eerste sessie – wanneer de eerste songs worden vastgelegd  die wel op de plaat zullen verschijnen.

Danny Thompson, de bassist van de folk-jazz groep Pentangle bespeelt contrabas en Rocki Dzidzornu opzwepende conga’s bij de opname van ‘Three Hours’ en ‘Cello Song’.

De cello bij die laatste song wordt als een overdub toegevoegd tijdens een afzonderlijke sessie. Een klassieke muzikante, Claire Deniz, hanteert daarbij de strijkstok. Op aanraden van Joe Boyd zal ze, later dat jaar, bij The Strawbs gaan spelen.

 

Het klikt meteen tussen de grote struise Thompson en de gesloten jongeman. Zowel muzikaal als op persoonlijk vlak. De bassist is dan ook bij alle volgende sessies aanwezig.

Voor ‘Time Has Told Me’ en ‘Man In A Shed’ is er naast Drake en Thompson opnieuw een derde muzikant uitgenodigd: de Amerikaanse pianist Paul Harris.

Joe Boyd vertelt: “We namen ‘Man In A Shed’ op met Paul Harris in Londen. Maar we besloten dat het niet helemaal goed zat. We vonden wat Harris gedaan had wel heel goed. Daarom vloog ik naar New York om het hem daar opnieuw te laten spelen. En toen ik terugkwam riep John Wood: ‘Wat heb je daarmee uitgespookt? Die piano is uit de toon!'”

Ook de overdub van elektrische gitaar van Richard Thompson gebeurde later, in Trident.

 

Drie weken na de opname met Hewson is het zo ver: de grote kans wacht voor Robert Kirby. “Nick en ik reden samen vanuit Cambridge naar Londen, op een vrijdagavond voorafgaand aan de sessie,” weet Kirby nog: “We dachten drie nummers op te nemen. Dat zou al mooi zijn. We hadden materiaal bij voor een vierde, voor het geval dat…”

“Robert had nooit eerder iets gedaan in een opnamestudio,” weet John Wood, “maar twee weken later boekten we met een groepje muzikanten – veel minder dan bij de eerste sessie [met Richard Hewson], weet ik nog. En we waren er ondersteboven van: hij was zo goed! ”

 

De afspraak is een zaterdagmorgen, einde mei 1969, tussen 10 en 13 uur. Eerste opdracht is ‘The Thoughts Of Mary Jane’. Danny Thompson is er bij, naast een zevental klassieke muzikanten. Dan volgt ‘Fruit Tree’, waarbij de oboe speler dubbelt op fluit. Diens job zit er dan ook op.

Dan lopen de meningen uiteen. Volgens Kirby is ‘Day Is Done’ het derde nummer van de sessie. Nick wordt daarop enkel begeleid door het enkel nog strijkkwartet, in een arrangement beïnvloed door ‘Eleanor Rigby’ van The Beatles. 

In het boekje bij Made To Love Magic vertelt Robert Kirby: “We hadden zelfs nog een kwartier, twintig minuten over. Dus probeerden we nog even ‘Way To Blue’. Twee, hooguit drie keer. Die tijdsdruk droeg wel bij tot de intensiteit van de opname.”

Joe Boyd meent echter dat ‘Way to Blue’ voor ‘Day Is Done’ op band werd gezet, want daarop is Thompson nog te horen. Het zou zonde zijn om iemand nog langer in de studio te houden, wanneer hij daar niet nodig is, want tijd kost geld.

In ieder geval, op ‘Way To Blue’ zingt Nick alleen, dus zonder gitaar te spelen.

 

Enkele dagen later vindt opnieuw een sessie met een orkest plaats: deze keer zijn er twaalf strijkers. Het arrangement voor ’River Man’ is geschreven door Harry Robinson. Robert Kirby voelde zich niet bekwaam om zo een complexe song te arrangeren. Vooral omdat Drake aangaf dat hij iets wilde in de aard van Delius of Ravel.

“Alle zang was live, want hij was een uitmuntend zanger,” vertelt geluidstechnicus John Wood bewonderend. “Je hoefde zelfs niet op hem te letten. Je kon je met de rest bezighouden omdat je wist dat wat hij deed in orde was. Al die strijkersarrangementen werden live opgenomen, terwijl hij gitaar speelde en zong. Zelfs met Harry Robinson en dat twaalf- of veertien-koppig orkest op ‘River Man’. Nick zong dat live in de studio – niet afgeschermd in een hokje. Er waren wat baffles, maar dat was om de klank van de strijkers af te schermen, niet om ons toe te laten de zang te overdubben.

 

De opnamen worden afgesloten met een avondsessie. Voor ‘Saturday Sun’ krijgt hij hulp van Tristian Fry op vibes en drums, naast natuurlijk de onmisbaar geworden Danny Thompson.

 

 

De titel, Five Leaves Left, is een verwijzing naar de waarschuwing in de pakjes van de British Rizla sigarettenvloeitjes. Het betekende dat het pakje bijna op was. Nick gebruikt het als subtiele herinnering dat de kansen snel verminderen.

 

Daarnaast er is ook een kortverhaal van O Henry getiteld ‘The Last Leaf’, over een jonge schilderes die stervende is aan longonsteking in het New Yorkse Greenwich Village. In het verhaal kijkt de schilderes hoe de boom voor het raam zijn bladeren verliest in de herfst. Ze vertelt haar dokter:

“They’re falling faster now. Three days ago there were almost a hundred. It made my head ache to count them. But now it’s easy….There are only five left now.”
“Five what, dear?…”
“Leaves. On the ivy vine. When the last one falls I must go too.”

Drake studeerde Engelse literatuur in Cambridge toen hij aan de plaat werkte. Het is dus goed mogelijk dat hij dit verhaal ergens tegenkwam. Met de bijkomende boodschap in zijn achterhoofd van het pakje vloetjes, vond Nick een titel die de sfeer van zijn werk aangaf.

 

 

De plaat zou in juli 1969 verschijnen. De eerste bespreking, in het Britse muziekblad Melody Makeris alvast veelbelovend. De plaat wordt er omschreven als “poetisch” en “interessant”.  Nick Drake verwacht grootse dingen van zijn debuut en hij besluit dan ook zijn studies af te breken. Zeer tegen de zin van zijn vader, die hem aanraadt zijn laatste jaar eerst af te maken.

 

Maar er loopt iets fout bij de post-productie. Het masteren door geluidstechnicus Malcolm Davis gebeurt in de Apple studio van The Beatles. Maar daar heerst chaos in de zomer van ’69.

Wanneer de plaat op 1 september eindelijk in de winkels ligt is Nick al naar Londen verhuisd. Hij betrekt er een kamer in het appartement van zijn zus Gabrielle in Hampstead.

“Hij was erg gesloten,” blikt ze terug. “Ik wist dat hij een plaat aan het maken was, maar ik wist niet hoever het gevorderd was. Op een dag kwam hij mijn kamer binnen gewandeld en zei: ‘Hier is het’, wierp de plaat op mijn bed en liep terug weg.”

Perfectionistisch als hij was, was Nick teleurgesteld over details van de verpakking: dat de teksten op de binnenhoes niet in de juiste volgorde waren afgedrukt en vooral dat er hele strofen bij stonden die hij had geschrapt voor de opname.

 

De ontvangst valt tegen. NME schrijft dat “er niet genoeg variatie is om het boeiend te houden” en op de Britse radio toont alleen John Peel belangstelling.

 

Er wordt een tournee geboekt en de eerste show als voorprogramma van Fairport Convention in de Royal Festival Hall verloopt uitstekend. Maar wanneer hij de provincie intrekt om het clubcircuit te bespelen, blijkt hij veel te onervaren. Zo besteedt hij, voor ieder nummer, veel aandacht aan het stemmen van zijn gitaar. Tijdens die lange pauzes bekommert hij zich echter niet om het publiek, dat dan ook al snel de aandacht verliest.

Een collega zangeres, Beverley Kutner (de latere vrouw van John Martyn) ziet het zo: ‘Het ontbrak hem aan de bravoure en de humor waarmee John [Martyn] kon uitpakken. Wanneer iemand luidruchtig was aan de bar, wist John altijd wel hun aandacht op te eisen.“

Nick kan dat niet, zo blijkt uit het verslag van iemand die hem aan het werk zag in de Keen and Nettlefolds Works Social Club in Smethwick. “Nick stapte het podium op, rond een uur of 9 ’s avonds,” vertelt Robert Jones. “Ze waren de stoelen en tafels [van het diner] nog aan de kant aan het zetten. Zonder één woord begon hij te spelen voor de tien, vijftien mensen die naar voeren waren gekomen. De anderen bleven de stoelen klaar zetten, de tafels afruimen of stonden gewoon te babbelen. Na een nummer of vijf, zes legde hij zijn gitaar terug in de kist en stapte het af.“

Het is meteen zijn laatste tournee.

 

Zonder promotie krijgt de plaat geen enkele kans. Er worden nauwelijks een paar duizend exemplaren van verkocht.

Pas jaren later komt daar verandering in, al maakt Nick dat zelf niet meer mee. Hij is dan al lang dood. Hij overlijdt vijf jaar na het verschijnen van zijn debuut. Five leaves left…

Advertenties