Naar aanleiding van het stuk over Five Leaves Left vroeg Mie me: “Drake zou songs geschreven hebben voor Françoise Hardy? Weet jij daar meer over Peerke?” 

Zoals met zovele dingen in het leven van Nick Drake is de informatie schaars. Naar gelang de bron lopen de verhalen sterk uiteen. Volgens sommigen hadden Nick en Françoise een relatie en woonden ze maandenlang samen. Anderen menen dan weer dat hij enkel – net als zovele jongens in de jaren zestig – verliefd was op de mooie zangeres. Vast staat dat ze mekaar een paar keer hebben ontmoet.

De eerste keer was in het begin van de jaren zeventig. Producer Joe Boyd wou de acts op zijn label Witchseason wat meer bekendheid bezorgen door te trachten wat covers van hun songs te laten opnemen door bekende artiesten. Mogelijk om contractuele redenen koos hij er niet voor om simpelweg wat nummers van Fairport Convention, The Incredible String Band en Nick Drake op één elpee bij elkaar te persen. In plaats daarvan boekte hij, in juli 1970, wat studiotijd en huurde een paar sessiezangers in. Een daarvan zijn eigen vriendin, Linda Peters – die later bekend zou worden als de vrouw van Richard Thompson – en de ander Reginald Dwight. Die stond pas aan het begin van zijn carrière als Elton John en overleefde in de tussentijd door het coveren van succesvolle songs voor goedkope verzamelaars.

Er werden een honderdtal acetaten geperst en naar potentiële klanten gestuurd. Een van de weinigen die reageerden was de Franse zangeres Françoise Hardy. Ze liet Boyd weten dat ze de songs van Nick Drake prachtig vond en dat ze graag wou dat hij wat nummers voor haar zou schrijven. Er werd afgesproken dat ze haar zouden komen opzoeken in Parijs. Dat bezoek verliep echter in mineur. Aangekomen in het appartement op het Ile St. Louis trok Drake zich terug in zijn schulp. “Hij zei geen woord,” verklaart Hardy in de documentaire A Skin Too Few.
“Het was uiterst pijnlijk,” bevestigt Boyd in zijn boek White Bicycles. “Nick zat daar, met het hoofd naar beneden. Hij sipte aan zijn thee en sprak geen woord. Ik moest de pijnlijke stilte opvullen.”
Uiteindelijk werd toch overeengekomen dat hij enkele songs voor haar zou schrijven en dat ze die dan in Londen zou komen opnemen. Er werd alvast tijd geboekt in Studio Sound Techniques (de studio van geluidstechnicus John Wood, waar alle platen van Nick zijn opgenomen).

Maar dan kreeg Boyd een aanbod om voor Warner Brothers te gaan werken in Californië. Het aanbod was te mooi om te laten schieten. Hij verkocht Witchseason aan Island Records, maar liet wel uitdrukkelijk in het contract opnemen dat de platen van Nick Drake nooit uit omloop mogen worden genomen.

Een van de muzikanten die zijn ingehuurd voor de opname van de elpee van Françoise is Jerry Donahue, de gitarist bij de band van Sandy Denny, Fotheringay. Hij bevestigt dat Nick een keer naar de opnamen kwam kijken: “Toen we Françoise’s plaat aan het opnemen waren, kwam Nick Drake langs. Hij zat naast me in de controlekamer. Ik probeerde een beetje met hem te babbelen, maar de conversatie viel telkens stil. Elke keer ik hem een vraag stelde trok hij zijn wenkbrauwen op. Zijn ogen werden groter en het was alsof hij zich inspande om gepast te reageren. In de aard van ‘Ik moet hier iets doen – iemand heeft me aangesproken en een vraag gesteld. Ik zal mijn best doen om iets te antwoorden.’
Als hij dan een antwoord had gegeven, hulde hij zich terug in stilte, zodat ik me weer verplicht voelde om weer een vraag te stellen. En dan begon het weer van voor af aan. Het was bizar. Ik heb nooit iemand anders zo weten reageren. Het was niet dat hij onvriendelijk was. Je voelde gewoon dat je de man voor een probleem stelde door hem een vraag te stellen. Ik vond dat hij het erg moeilijk had met zichzelf. Je kon hem onmogelijk doorgronden, zeker bij zo een korte ontmoeting.”
Wanneer de Engelstalige plaat If You Listen begin 1972 verscheen, stonden er geen nummers op van Nick Drake. Al hangt zijn geest wel duidelijk merkbaar over de plaat, die covers bevat van Beverley Martin, Buffy Ste Marie, Randy Newman en Neil Young).

Als hij al songs voor haar had geschreven, dan had hij die zeker voor zichzelf gehouden, want in oktober 1971 nam hij zijn derde en laatste elpee op: Pink Moon. Toen ook die geruisloos verdween zakte de jongeman helemaal weg in een depressie. Hij overwoog om iets anders te gaan doen: misschien het leger of iets in computers … Uiteindelijk keerde hij terug naar het ouderlijk huis, al voelde hij zich zelfs daar een buitenstaander.

In 1974 leek het wat beter met hem te gaan. In februari en juni nam hij een handvol songs op. Al ging het nog erg moeizaam. Hij slaagde er niet meer in om tegelijkertijd te zingen en gitaar te spelen.
Begin oktober ging hij in op een uitnodiging van enkele vrienden om bij hen in Parijs te komen wonen, in een boot op de Seine.
Wanneer hij daar een paar weken was, besloot hij Françoise Hardy te gaan opzoeken. Misschien omdat zij een van de weinigen was die ooit haar waardering voor hem had uitgesproken. Maar wanneer hij aanbelde aan haar appartement herkende hij de stem aan de parlofoon niet. Hij stamelde: “Het is Nick… Nick…” en keerde op zijn stappen terug.

Begin november keerde hij terug naar huis. Hij wou er zijn Frans verbeteren en dan terugkeren. Vier weken later echter, op 24 november 1974, trof zijn moeder zijn levensloze lichaam aan, op het bed in zijn kamer. Hij is overleden aan een overdosis slaaptabletten.

Françoise Hardy sprak voor het eerst over Nick Drake met Patrick Humphries. Die citeert haar in het artikel Brief Encounter in Mojo 39 (februari 1997) “Wat mij betreft behoorde hij niet tot een bepaalde Britse strekking: zijn stijl was heel anders dan die van The Beatles, the Stones en al die andere groepen waar ik toen naar luisterde. Het is zijn ziel die spreekt in zijn song die me zo diep weet te raken – romantisch, poetisch… maar ook die verfijnde melodieën. En dan is er ook nog dat zeer speciale timbre in zijn stem, die nog meer de melancholie accentueert. Nick scheen verlegen – hij was het ook ongetwijfeld. Hij was zo in zichzelf gekeerd dat het mij achteraf enorm verbaast dat hij me twee, drie keer is komen opzoeken. Zelfs al wist hij hoe zeer ik zijn enorme talent waardeerde. Er was nooit veel communicatie tussen ons, maar ik had de indruk dat het besef dat hij werd geapprecieerd, bewonderd, hem vertrouwen gaf. En dat het gevoel dat zijn zwijgzame aanwezigheid geaccepteerd werd, was genoeg voor hem.”

Advertenties