Het kan zijn dat het slechts een indruk is, maar het valt mij op dat er de afgelopen maanden veel mensen uit de muziekwereld van ons zijn heen gegaan. Sinds Kerstmis alleen al, denk ik dan aan singer/songwriters Vic Chesnutt, Lhasa de Sela en Bobby Charles, Birthday Party gitarist Rowland S. Howard, Tim Hart, oprichter van de folkrock groep Steeleye Span, soul producer Willie Mitchell, punkrocker Jay Reatard en soulzanger Teddy Pendergrass.

Maar het meeste heeft me het nieuws aangegrepen van het overlijden van Kate McGarrigle.

 Kate vormde samen met haar twee jaar oudere zus het erg sympathieke duo dat hier in Vlaanderen en Nederland vooral bekend is omwille van hun hitje uit 1975: ‘Complainte pour Sainte-Catherine’. Ik denk dat iedereen het refrein nog wel zal kunnen meezingen:

“Y’a longtemps qu’on fait d’la politique
Vingt ans de guerre contre les moustiques
Croyez pas qu’on n’est pas chretiens
Le dimanche on promene son chien”

Hier is het nog eens.
 

Gek genoeg sloeg het nummer alleen hier aan. Het wordt bijvoorbeeld in geen enkel Engelstalig in memoriam vernoemd.

Na dat debuut hebben de zussen nog een tiental platen gemaakt, allemaal van hoge kwaliteit, maar echt doorgebroken zijn ze nooit. Misschien wel omdat ze muziek niet zagen als een carriere. Het was hun passie. 

Kate werd op 6 februari 1946 geboren, in Saint-Sauveur-Des-Monts in Québec. Haar zus Anne volgde twee jaar later. Er is ook nog een oudere zus, Jane.

Hun vader, Frank McGarrigle, was een grote fan van 19de eeuwse songs, vooral dan van die van Stephen Foster. Kate verwerkte haar herinneringen aan die tijd waarin ze die “songs that may no longer please us” zongen in ‘The Work Song’, een nummer gebracht door Maria Muldaur in 1973:

When I was a little thing
Papa tried to make me sing
‘Home, Sweet Home’ and ‘Aura Lee’
These were songs my daddy taught me
‘Camptown Races’ and ‘Susanna, don’t you cry’
‘Gentle Annie’ still brings a tear to my eye.

De zussen kregen pianoles van de nonnen in St. Sauveur en zeurden lang genoeg tot ze een gitaar kregen om rock ‘n’ roll te kunnen spelen, zoals de Everly Brothers. Maar het was een optreden van Pete Seeger dat hen, in 1960, het folkpad deed volgen. Met twee jongens vormden ze de Mountain City Four, waarbij ze een repertoire brachten van Britse balladen en Canadeese liedjes. 

Na haar studies voor ingenieur trok Kate naar New York, waar ze kennis maakt met een beginnende folkzanger, Loudon Wainwright III. Ze trouwen en keren terug naar Québec. In 1973 wordt Rufus geboren en drie jaar later volgt Martha.

Ondertussen is Kate zelf ook begonnen met nummers te schrijven. Haar eerste poging is ‘Heart Like A Wheel’. Dat wordt, in 1974, door Linda Ronstadt opgenomen als titelsong van haar elpee. Het wordt een dike hit. Maria Muldaur volgt met ‘Work Song’. Die vraagt de zussen ook om backing vocals te doen voor haar volgende plaat.

Dat vormt de opstap naar hun eigen debuutplaat Kate & Anna McGarrigle. Warner Brothers investeert serieus: Joe Boyd producet en mensen als Lowell George, bassist Tony Levin en  Bobby Keys, saxspeler bij The Stones komen meespelen.

Een van de hoogtepunten is ‘Talk To Me of Mendocino’.

Linda Ronstadt vertelde over die song, in 1998: “Hun spul is zo ontroerend. Het is geen muziek die je op de achtergrond draait. Ik moet er echt voor gaan zitten en luisteren. […] De eerste keer dat ik hun nummer ‘Talk To Me of Mendocino’ hoorde, zat ik in de auto. Ze had me op een bandje gestuurd, mijn manager had het me en ik was naar huis aan het rijden… Ik moest aan de kant gaan staan, het bracht me aan het huilen. Niet dat ik… Ik ween niet gemakkelijk… Het greep me zo aan dat het jaren heeft geduurd voor ik het kon opnemen. Ik moest wachten tot ik het aankon.”

De opvolger is Dancer With Bruised Knees (1977), opnieuw in een productie van Boyd en met John Cale en Bill Monroe als gasten. Daarop staan drie Franstalige songs, hetgeen dan weer lijdt tot een volledig Franstalige plaat Entre Lajeunesse Et La Sagesse (1981- ook gekend als  The French Album).

Via Linda Ronstadt kwamen ze in contact met Emmylou Harris, die zeer graag met de zussen samenwerkte en regelmatig bij hun thuis logeerde. Emmylou stond trouwens tussen de rest van de familie, aan het sterfbed toen Kate op 19 januari overleed aan kanker.

Maar eigenlijk doen Martha en Rufus het hele verhaal veel grappiger uit de doeken, in dit filmpje over hun moeder en tante:

Advertenties