december 2010


Lijstjes, ze maken ons zo zot meneer!

Of had ik dat vorig jaar ook al gezegd. Ach, we worden oud! Maar zolang mijn oren het volhouden, blijf ik met veel plezier luisteren naar muziekjes. Ik geef toe: ik heb geen behoefte meer aan de nerveuze ritmes van de jongste Britse hype. Geef mij maar muziek die zijn wortels heeft in de Appalachen. Noem het Roots, noem het Americana, noem het oude zakken muziek. Mij maakt het niet uit, als ik er maar plezier aan beleef.

Dit jaar kon je deze tien schijfjes het meest aantreffen in de buurt van mijn cd-speler:

1. Ray LaMontagne & The Pariah Dogs – God Willin’ & the Creek Don’t Rise

2. Jamey Johnson – The Guitar Song

3. Dylan Leblanc – Paupers Field

4. Neil Young – Le Noise
5. Ellen Jewell Presents Butcher Holler: A Tribute To Loretta Lynn
6. Emily Jane White – Ode To Sentience
7. Karen Elson – The Ghost Who Walks
8. Matthew Harlan – Tips & Compliments
9. Tony Joe White – The Shine
10. Blitzen Trapper – Destroyer Of The Void

Daarnaast heb ik ook (in min of meerdere mate) genoten van:

Adam Klein – Wounded Electric Youth
Al Jardine – A Postcard From California
Arcade Fire – The Suburbs
Babet – Piano Monstre
Band Of Horses – Infinite Arms
Beach House – Teen Dream
Ben – L’oncle soul
Bettye LaVette – Interpretations: The British Rock Songbook
Black Dub – Black Dub
Bonnie Prince Billy & Cairo Gang – The Wonder Show of the World
Brian Wilson – Reimagines Gershwin
Buddy and Julie Miller – Written In Chalk
Carolina Chocolate Drops – Genuine Negro Jig
Chatham County Line – Wildwood 
Corinne West & Kelly Joe Phelps – Magnetic Skyline
Doug Paisley – Constant Companion
Elvis Costello – National Ransom
Eric Bibb – Booker’s Guitar
Greg Trooper – Upside Down Town
Hayward Williams – Cotton Bell
Isobel Campbell & Mark Lanegan – Hawk
J. Shogren – Bird Bones & Muscle
Jan Swerts – Weg
Jeffrey Foucault & Lisa Olstein – Cold Satellite
Jeffrey Foucault & Mark Erelli – Seven Curses
Jim Byrnes – Everywhere West
Joanna Newson – Have One On Me
John Grant – Queen Of Denmark
John Mellencamp – No Better Than This
John Statz – Ghost Towns
Johnny Cash – American VI: Ain’t No Grave
Justin Townes Earle – Harlem River Blues
Los Lobos – Tin Can Trust
Mary Gauthier – The Foundling
Mavis Staples – You Are Not Alone
Midlake – The Courage Of Others
Natalie Merchant – Leave Your Sleep
Old Man Ludecke – My Hands Are On Fire
Otis Gibb – Joe Hill’s Ashes
Patty Griffin – Downtown Church
Phosphorescent – Here’s To Taking It Easy
Richard Thompson – Dream Attic
Robert Plant – Band of Joy
Ryan Bingham & The Dead Horses – Junky Star
Sharon Jones & the Dap-Kings – I Learned the Hard Way
Sun Kil Moon – Admiral Fell Promises
Suzanne Vega – Close-Up, Vol. 1, Love Songs
Suzanne Vega – Close-Up, Vol. 2, People and places
The Holmes Brothers – Feed My Soul
The National – High Violet
The Sojourners – The Sojourners 
The Steel Wheels – Red Wing
Tift Merritt – See You On The Moon
Willie Nelson – Country Music
Wynntown Marshals – Westerner
Zaz – Zaz

Dan waren er ook nog twee schijfjes die buiten categorie zijn, wegens eigenlijk oud, maar toch ook nieuw:
Bob Dylan – Witmark Demos
John Lennon – Double Fantasy Stipped
Bruce Springsteen – The Promise

In januari verschijnt mijn boek Bob Dylan in de studio en dus heb ik dit jaar natuurlijk ook al zijn platen gedraaid. Heel veel gedraaid zelfs:  in stereo, in mono en op bootlegs. Daarvan moet ik toch wel speciaal de uitgaven van Hollow Horn vermelden: Electric Gashcat waarop de outtakes van Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited en Blonde On Blonde zijn verzameld. En ook Mixing Up The Medecine met songs van The Basement Tapes in een kwalitiet die de officiële uitgave doet verbleken.

Tenslotte, hebben deze oudere plaatjes me dit jaar ook nog heel veel plezier geschonken:
Bobby Charles – Bobby Charles
Chris Whiley –   Living With The Law
Eno – Before And After Science
Larry Jon Wilson – New Beginning
Wilco – Sky Blue Sky

Op naar 2011!

Advertenties

Onlangs plaatste ik hier Pauls ‘Helter Skelter’, opgeplitst in afzonderlijke sporen. Omwille van het evenwicht volgt hier een gelijkaardige oefening van een van Johns nummers uit diezelfde periode: de zomer van 1968.

Een beetje recyclage kan geen kwaad. In februari 2009 postte ik hier ‘Revolution’ van The Beatles. Dat ging eigenlijk vooral over de onuitgegeven complete take 20 – de oorspronkelijke opname die de basis vormde van zowel de elpee versie, ‘Revolution 1’ als het experimentele nummer ‘Revolution 9’.

Hier is nog eens die complete take 20

Maar natuurlijk is er ook nog de singleversie, die verscheen als b-kant van ‘Hey Jude’.  Dat is een verhaal apart.

John wil de ‘Revolution 1’ versie als single willen uitbrengen. Maar Paul vreest voor de reacties op het openlijke politieke standpunt. Gesteund door George, argumenteert hij dat het nummer te traag is voor een single. Hij stelt daarom voor even te wachten, voordat een beslissing wordt genomen.

Wakker geschud uit zijn drugroes door Yoko, laat John zich echter niet meer in een hoekje drummen. Als het nummer te traag is, dan nemen we toch gewoon een nieuwe versie op. Deze keer sneller, meer zoals de demoversie in mei. En veel harder.

De repetities beginnen op de avond van 9 juli, in een bezetting van solo- en ritmegitaren, drums, bas en John’s leadzang.

 De volgende dag wordt het nummer in tien takes opgenomen. Tot ergernis van de technici staan de gitaren hierbij zo hard dat de opnameapparatuur de klank niet meer zuiver kan opnemen.

Hierbij komen nog handgeklap en twee afzonderlijke en zeer zware drumtracks. Alles aan het nummer is keihard. Een paar reductiemixen brengen take 10 naar take 13. Hierop komen twee sporen van John’s schitterende leadzang, compleet met een geschreeuwde intro.

Een volgende reductie brengt ‘Revolution’ naar take 15.

Nog een dag later, op 11 juli worden er nog twee overdubs aan toegevoegd: bas door Paul en een elektrische piano door Nicky Hopkins.

De volgende dag volgt nog de laatste overdubs op take 16: een bijkomende gitaarsolo van John en opnieuw bas door Paul. Daarna worden vier mono mixen, 10 tot 13 gemaakt van take 16.  

Johns zang


Pauls bas

De eerste gitaar:  John  


Nog meer gitaar: George


Ringo geeft het ritme aan van achter zijn drumstel


Tenslotte Pauls bas, die er een geheel eigen melodie op na houdt.

Op 3 september 1968 wordt een kopie gemaakt van de basis track van spoor 16 om de volgende dag het nummer opnieuw te kunnen inzingen bij de opnamen van een promo filmpje. De opnamen vinden plaats in de Londense Twickenham Film Studio’s, in een regie van Michael Lindsay-Hogg.

Bij het inzingen tijdens voor TV zingt John opnieuw “in/out”. 

Het filmpje wordt voor het eerst uitgezonden tijdens Top Of The Pops, op 12 september 1968. Dat is in zwart-wit. In de Anthology reeks wordt het filmpje in kleur vertoond. Dat zie je hier:

The Beatles worden zwaar bekritiseerd voor hun standpunten op ‘Revolution’. Links vindt het nummer “a betrayal” en “a lamentable petty bourgeois cry of fear”. Rechts vindt dat the Beatles slechts “middle-of–the-road subverives” zijn die de maoisten waarschuwen de revolutie niet te verknoeien door te hard aan te dringen.

De jazz zangeres Nina Simone neemt een antwoord-nummer op waarin ze Lennon beschuldigd voor zijn apoliticisme en hem aanraadt zijn hersenen te zuiveren.

En voor wie wil: in 1987 vindt Yoko het nodig toestemming te verlenen om de singleversie te gebruiken als soundtrack voor een Nike commercial.

The Beatles – ‘Helter Skelter’

Het is niet eens zo lang geleden dat ik op Radio 1 ‘Goodnight’ van The Beatles hoorde afkondigen met woorden in de strekking van “The Beatles, met een typisch McCartney liedje: ‘Good Night’.”

Niet dus! Mensen die de wereld graag overzichtelijk hebben, besloten lang geleden al, dat er een rolverdeling was binnen The Beatles. John Lennon was de rebelse rocker en Paul McCartney leverancier van zoetsappige ballades. 

Natuurlijk is de werkelijkheid nooit zo zwart-wit. ‘Good Night’ was een slaapliedje van John voor het zoontje dat hij achterliet toen hij zijn vrouw buitenzette om voortaan met Yoko door het leven te gaan. En Paul schreef klassieke rocksongs als ‘I Saw Her Standing There’, ‘I’m Down’, ‘Back In The USSR’ en ‘Get Back’. En ook ‘Helter Skelter’!

Aanleiding was een uitspraak van Pete Townend. Die verklaarde met ‘I Can See For Miles’ het hardste nummer ooit te hebben geschreven. Het leek Paul een prima idee, maar toen hij de song van The Who hoorde, viel hem het resultaat wat tegen. “Dat kunnen wij beter”, meende hij.

The Who – I Can See For Miles

In september 1968 profiteerde hij van een avondje afwezigheid van hun vaste producer George Martin, om eens stevig loos te gaan. Voor de gelegenheid behielden de mannen niet hun gewone rollen: Paul wou zelf de toon aangeven met zijn gitaar, zodat George de slaggitaar overnam en John bas ter hand nam. Ringo bleef op zijn plekje achter het drumstel.

Dankzij het spelletje RockBand en de wonderen der techniek, kunnen slimme mensen de afzonderlijke sporen van een groot aantal Beatlessongs isoleren en dan kun je bijvoorbeeld de zang alleen beluisteren.

Het zangspoor: de fantastische rockzang van Paul met backing vocals van Paul, John en George. Het zijn nu eenmaal The Beatles, dus ze kunnen het niet laten om wat verfijning aan te brengen, zelfs al gaan ze helemaal uit de bol.

De sologitaar. Paul speelt alsof hij al zijn hele leven bij Sonic Youth zit. Curt Cobain was ook een Beatlesfan, weet je.

De slaggitaar. George kan er ook wat van.

De bas. John ploetert op Pauls  Rickenbaker 4001S. Niet echt subtiel, maar moet dat dan? 

De drums. Ringo is misschien niet de allergrootste rockdrummer ooit, maar hij blijft wel perfect op ritme, geeft waar nodig wat extra vaart aan het geheel met een drumrolletje en gaat maar door, zelfs al heeft hij “blaren op zijn vingers”!

Let ook op de accenten die John en assistent Mal Evans aanbrengen door amateurisch saxofoon en trompet te spelen tijdens de outro.

Een helter skelter is trouwens een Britse kermisattractie, een glijbaan rond een soort toren. Maar evengoed kan Paul er een prettig tijdverdrijf voor volwassenen mee op het oog hebben gehad.