Parchman Farm

 

 

 

 

 

Mose Allison

 

Tegenwoordig lijkt het wel alsof er geen tijdschrift of krant meer verkocht kan worden zonder dat je er een cd of dvd bij krijgt. Humo, De Morgen, Dag allemaal en Flair zijn allemaal voorzien van extraatjes. Britse muziektijdschriften proberen op die manier hun extra hoge prijzen wat dragelijker te maken.

 

Dikwijls zijn die cd’s vooral geschikt om een bierpint op te zetten. Maar af en toe zit er een mooie compilatie bij. Een van de betere was In God’s Country: The Music that Inspired The Joshua Tree. Die cd, samengesteld door Roy Carr en Allan Jones zat in het najaar van 2003 bij Uncut. Er stonden uitsluitend Amerikaanse nummers op uit de jaren dertig tot zestig: blues, country, soul…  

 

Een van de tracks was ‘Parchman Farm’ van Mose Allison. De naam van Mose was ik al eerder tegen gekomen. The Who brachten een stevige live versie van zijn ‘Young Man Blues’ op hun Live At Leeds en The Clash coverden ‘Look Here’ op Sandinista!.

 

Maar er zijn nog meer redenen om de man te kennen: Norah Jones coverde zijn ‘Mercy’, Elvis Costello bracht ‘Everybody’s Cryin’ Mercy’ op zijn Kojak Variety en een ‘Your Mind Is On Vacation’ is een bonustrack op King Of America.  Van Morrison nam zelfs een hele cd met zijn songs op: Tell Me Something: The Songs of Mose Allison. En Black Francis van The Pixies schreef een nummer over hem, toepasselijk getiteld: ‘Allison’ (op Bossanova).

 

En voor wie van country chiks houdt: Amy Allison is zijn dochter.

 

Mose Allison

 

Mose Allison werd geboren op 11 november 1927 in Tippo, Talahachie Country. Tippo is een onooglijk klein dorpje in het hart van de Mississippi Delta. In de jaren zestig stond er een bord aan de grens: “Tippo, Mississippi, Population 50 (not including the blacks)”.
Zijn vader, een vroegere ragtime pianist baatte er een grote katoenboerderij uit en zijn moeder was de plaatselijke onderwijzeres.

 

Vanaf zijn zes jaar volgde hij pianoles, later aangevuld met trompet.

 

“Ik zong en schreef songs vanaf mijn twaalfde. Ik schreef een nummer dat heette ‘The 14-Day Palmolive Plan’ toen ik een jaar of 13 was. Ik speelde het overal, tijdens feestjes en zo. Het ging over reclame op de radio: je zet je radio aan om muziek te horen en, lap, daar heb je alweer reclameblok. Dat was zowat mijn eerste song.”

 

Er is blijkbaar niet veel veranderd op dat gebied.

 

Op de middelbare school richtte hij een Dixieland band op. Na zijn legertijd – als pianist – studeerde hij Engels en filosofie aan de universiteit van Mississippi.

 

Muzikaal ondervond hij invloed van mensen als Bullmoose Jackson, Percy Mayfield, Charles Brown, John Lee Hooker en Sonny Boy Williamson, die hij allemaal aan het werk zag. Zijn grote voorbeeld was Nat King Cole, maar ook hield hij veel van boogie-woogie.

 

In 1950 begon hij professioneel op te treden. “Een vriend had een club in Jackson, Mississippi. Ik trok er naar toe met een kwartet en bleef er een tijdje. Ik dacht, zolang ik er van kan leven blijf ik dit doen.

 

Gelukkig had ik een bassist, Taylor LaFargue, met een auto. En hij was bereid om er mee op zoek te gaan naar optredens. We kenden een aantal drummers, dus redden we gewoon van stad tot stad. Werk zoeken en er dan zo lang mogelijk blijven hangen.

 

Omstreeks ’56 trok ik naar New York. Ik had voor mezelf uitgemaakt dat als ik er iets aan wou overhouden ik naar New York moest trekken. De jazz boom was er volop aan de gang. Er gebeurde dus van alles in New York op dat moment. Het waren opwindende tijden. Natuurlijk ging het moeilijk in het begin: weekend jobs, een optreden hier of daar, tot ik wat naam gemaakt had en het werk kwam.”

 

Hij speelde er eerst bij Stan Getz, daarna bij Gerry Mulligan en dan de Al Cohn-Zoot Sims groep.

 

In 1957, kwam het debuut van Mose Allison: Back Country Suite, waarvan vooral het plaatkant lange titelnummer  opviel: een “Suite for Piano, Bass and Drums”.

 

De muziek klonk zo zwart dat een reporter van Ebony Magazine hem, tijdens een telefonisch interview, vroeg of hij de eerste zwarte was die was afgestudeerd aan de LSU.

 

 

 

 

Local Color

 

De opvolger verscheen in januari 1958:  Local Color ( Prestige OJCCD-457-2). De tien nummers waren op 8 november 1957 opgenomen, in de Van Gelder Studios in Hackensack, New Jersey. Samen met bassist Addison Farmer en drummer Nick Stabulas nam Mose die dag acht instrumentale semi-improvistaies op.

 

“Ik ga nooit zitten om iets op te schrijven. Ik laat de dingen zo een beetje vorm krijgen in mijn brein. Ik sla voortdurend frazen en ideeën op die ik in een song zou kunnen verwerken. Maandenlang doe ik niks en dan schiet ik opens aan het werk. Dan ga ik aan de piano zitten en begin wat te rommelen.”

 

Maar het mooist zijn de twee gezongen nummers die hij die dag op band zette: een cover van ‘Lost Mind’ van Percy Mayfield en dan vooral ‘Parchman Farm’.

 

 

Mississippi State Penitentiary

 

Parchman Farm is de bijnaam voor het Mississippi State Penitentiary, de oudste en belangrijkste gevangenis van de staat Mississippi. Een stevig stuk land van meer dan zevenduizend hectare in Parchman, werd in 1901 afgeschermd om er de criminelen aan het werk te zetten.

De bedoeling was dat de gevangenis zichzelf zou terug betalen of liefst zelfs nog winst maken. Daarom werd het “trusty system” op touw gezet, waarbij slechts een minimum aan betaald personeel nodig was. Voor de bijna vijfduizend gevangenen waren er slechts honderdvijftig personeelsleden. Daarnaast werd er een hiërarchie in het leven geroepen waarbij gevangenen macht kregen over hun medegevangene. Sommigen mochten zelfs wapens dragen.

Het leven was er ongemeen hard voor de overwegend zwarte bevolking. Vernederingen waren dagelijkse kost, maar ook  mishandeling, verkrachting en moord kwamen veel voor.

Pas in 1972 werd het systeem afgeschaft.  

 

Een aantal blueszangers “logeerden” er een tijdje. Bukka White schreef ‘Parchman Farm Blues’ over zijn ervaringen en ook ‘The Midnight Special’ vond er zijn oorsprong.  De Midnight Special was een trein die de bezoekers naar de gevangenis bracht. Volgens de legende kon een gevangene die door de koplichten van de trein werd beschenen binnenkort zijn vrijlating verwachten.

En dat was dan weer de basis voor Dylan’s eigen interpretatie, als ‘I Shall Be Released’.

Parchman Farm

Well I’m sittin’ over here on Parchman Farm.  
Well I’m asittin’ over here on Parchman Farm.  
Well I’m asittin’ over here on Parchman Farm,
An I ain’t never done no man no harm..

Well I’m puttin’ that cotton in a ‘leven foot sack.
Well I’m puttin’ that cotton in a ‘leven foot sack.
Well I’m puttin’ that cotton in a ‘leven foot sack,
With a twelve-gauge shotgun at my back.

I’m sittin’ over here on Number Nine.
I’m sittin’ over here on Number Nine.
Well I’m sittin over here on Number Nine,
And all I did was drink my wine.

Well I’m gonna be here for the rest of my life.
I’m gonna be on this farm for the rest of my natural life.  
Well I’m gonna be here for the rest of my life,
And all I did was shoot my wife.

I’m sittin’ here on Parchman Farm…. 

‘Parchman Farm’ wordt gezongen vanuit het standpunt van een dwangarbeider in de meedogenloze  gevangenis.

Drie strofen lang laat de verteller ons geloven dat hij ten onrechte veroordeeld is tot dat harde, eindeloze werk. “Ik heb nooit iemand kwaad gedaan,” vertelde hij ons. “Ik had gewoon wat gedronken”. Het lijkt haast een protestsong. 

Hoe hebben ze die arme man voor iets onbenulligs kunnen opsluiten. Dat is toch niet eerlijk…

Maar dan komt de aap uit de mouw: “De rest van mijn leven zal ik hier zitten en al wat ik gedaan heb is mijn vrouw doodschieten.”

Korte pauze en dan terug ” I’m sittin’ here on Parchman Farm….”

Verdorie, hij had ons liggen. In feite is het een gewetenloze smeerlap die zijn vrouw heeft vermoord en vind dat hij voor zo’n akkefietje niet had mogen worden gestraft.

In de hoesnota’s bij de uitstekende recente Rhino compilatie Allison Wonderland: The Mose Allison Anthology geeft Patti Jones wat uitleg: “Nee, Mose heeft nooit gezeten – het is gewoon pure fictie gebaseerd op de levensechte gevangenis in de buurt van waar hij opgroeide. Hij bezocht er ooit een vriend die er een straf uitzat. Net als andere van zijn “katoenzak” songs, weigert hij dit nummer nog te brengen.  De regel “all I did was shoot my wife” was ironisch en humoristisch, maar hij vindt het nu niet grappig meer.”

Net als Randy Newman een paar keer heeft mogen ervaren, nemen sommige luisteraars de tekst letterlijk. Zij vinden het werkelijk schandalig dat de man daarvoor de gevangenis is ingevlogen. Hij wil dit soort mensen niet aanmoedigen en heeft het uit zijn repertoire geschrapt.

 

 

 

Misschien nog mooier is de versie van Bobbie Gentry op haar prachtige tweede elpee The Delta Sweete.  Ze brengt de tekst haast woordelijk, zoals Allison hem heeft geschreven. Alleen I wordt he. Ze zingt dus dat haar man is opgesloten in de Parchman Farm. De laatste regel wordt dus: “All he did, was shoot his wife.” Waarmee ze hem meteen een motief geeft voor de moord.

 

Prachtig toch?

 

 

Advertenties