Emmylou Harris

Op Hard Bargain, de recente cd van Emmylou Harris, staat een eerbetoon aan Gram Parsons. In ‘The Road’ bezingt ze haar omgang en relatie met de zanger. Het is dan ook niet de eerste keer dat ze terugblikt op haar mentor. In 1975 was er al ‘Boulder to Birmingham’ – één van de weinige nummers die ze tijdens de eerste twintig jaar van haar carrière zelf schreef.  En in 1985 was er The Ballad of Sally Rose. Dat was zowaar een conceptalbum, over een jong zangeresje, dat opkijkt tegen haar minnaar en grote voorbeeld: een muzikant die zwaar leeft en omkomt tijdens een tournee. Je moet echt geen kenner zijn om er het verhaal van Gram en Emmylou in te herkennen.

In 1999 was Emmylou de drijvende kracht achter Return of the Grievous Angel: A Tribute to Gram Parsons, waarop mensen als Elvis Costello en Chrissie Hynde nummers van Parsons coverden.

Gram is ondertussen al bijna veertig jaar geleden overleden. Wat is dat toch dat de grote dame zo onder de indruk blijft van die paar maanden dat ze samengewerkt heeft met die man?

Zelf legt ze het zo uit, tijdens een recent interview met Rolling Stone: “Het is vreselijk dat Gram zo jong stierf, maar ik ben blij dat onze wegen hebben gekruist. ‘The Road’ is mijn dankwoord aan hem en tegelijk een boodschap aan de wereld: ‘Ik ben nog steeds hier en ik kreeg al deze prachtige dingen omdat ik die mens mocht ontmoeten’.”

Deel 1 – Folkzangeres

Emmylou Harris wordt geboren op 2 april 1947, in Birmingham, Alabama. Haar ouders zijn Walter “Buck” Harris en Eugenia Murchison. Vader is afkomstig uit New Jersey. Hij is chemicus van opleiding maar verkoos, na de oorlog, om in het leger te blijven, als officier bij de marine. In Birmingham is hij getrouwd met een plaatselijke schone, uit een boerenfamilie afkomstig uit Chilton bij Clanton. De kleine Emmy is het tweede kind van het gezin. Ze hebben ook al een jongetje: Walter Rutland Harris, Jr.

Vaders job houdt in dat het gezin regelmatig verhuist, van basis naar basis. Pas wanneer de kinderen aan hun middelbare school moeten beginnen, komt er wat standvastigheid.  De familie vestigt zich in Woodbridge, Virginia.  ‘Het was geen hechte gemeenschap. De mensen kwamen van overal. Er was dus geen cultuur.’ Daardoor heeft ze, ondanks haar zuidelijke omgeving, niet echt een zuiders accent en is ze ook niet groot gebracht met country-and-western muziek.

Emmy volgt korte tijd pianolessen, maar schakelt al snel over op klarinet en speelt sax in de fanfare van Woodbridge High. Voor haar zestiende verjaardag krijgt ze van haar grootvader een kleine akoestische gitaar. Met de hulp van boekjes leert ze zichzelf gitaar spelen. Het is dan 1963 en folk is volop in de mode. ‘Als tiener was ik geobsedeerd door Bob Dylan. En Joan Baez! Ik bedoel: welk meisje wilde toen niet Joan Baez zijn?’

‘Er zat pit in [die folk],’ gaat ze verder, ‘er was iets romantisch aan die ballades. Country vond ik vervelend. Je moet eerst opgroeien, huur betalen en dan, wanneer je hart gebroken wordt, kun je pas country verstaan.’ Ze oefent veel en treedt regelmatig op tijdens feestjes. Ze krijgt zoveel lof dat ze zelfs even overweegt van school te gaan ‘om Woody Guthrie’ te worden.

Emmy is een verlegen meisje, altijd met haar neus in de boeken. Aan het einde van haar High School wordt Emmy uitgeroepen tot beste student van haar jaar. Ze krijgt een beurs om naar de universiteit te gaan. Achteraf bekeken omschrijft ze zichzelf als een strevertje.

Toch is ze ook cheerleader en wint zelfs een schoonheidswedstrijd. ‘Erg politiek correct was ik niet als tiener,’ geeft ze toe. ‘Ik wou gewoon populair zijn, zoals alle tienermeisjes. Het stelde niet zo veel voor, hoor. We hebben hier over Woodbridge, Virginia. Ik bedoel: er deden zeven meisjes mee. …  Ze hebben me gevraagd om mee te doen. Ik wou verder studeren en vertelde hen dat ik niet verder zou gaan, als ik zou winnen. Dat vonden ze niet erg. Ik won en kreeg een geldprijs.. en een kroontje natuurlijk.’

Ze gaat toneelschool volgen. ‘Ik wou actrice worden. Ik las scripts en speelde toneel in school. Toen ik een kleine beurs kreeg om naar de universiteit van North Carolina te gaan, ging ik ter voorbereiding toneelles volgen aan de universiteit van Boston. Daarna zou ik dan overstappen.

Omdat ze die studies zelf moet betalen, gaat ze opdienen in een restaurant in Virginia Beach, nabij Norfolk.
‘Ik trad er wat op in kleine folkclubs en leerde er wat muzikanten kennen.‘

Een van hen is Mike Williams, die met zijn 12-snarige gitaar haar optredens wat opleukt. Het repertoire is erg uiteenlopend: van Hank Williams tot the Beatles. Als het maar niet te moeilijk is en de teksten haar aanstaan. Ze zingt vooral omdat de school saai is en ze het geld kan gebruiken.

De acteerlessen blijken niet helemaal wat ze er van verwacht had. ‘Toen ik dan naar de universiteit ging, merkte ik al snel dat ik niet hetzelfde talent had voor acteren als voor muziek. Ik deed het allebei  graag, maar ik besefte dat muziek echt mijn ding was. Ik  blonk niet uit door acteertalent. Ik was alleen maar de beste actrice in onze kleine school geweest, snap je?

Emmy in 1966 aan het UNC van Greensboro

New York, New York

Halfweg het tweede jaar besluit ze haar studies te laten vallen en in Tanglewood toneellessen te gaan volgen. ‘Ik kon zelfs die zes weken niet volhouden – en ik had er zelf voor betaald.” Ze beseft dat een toekomst als actrice er niet in zit. ‘Wanneer ik zong, kon ik me echt inleven. Maar als ik acteerde, speelde ik gewoon een rol.’

Daarom trekt ze naar New York, waar ze het wil gaan maken in de folkwereld. Om kosten te sparen verblijft ze in een YMCA. Overdag gaat ze opdienen in restaurants, om ’s avonds te kunnen optreden in Greenwich Village. Maar de optredens zijn schaars en de inkomsten navenant. Het is inmiddels 1967 en de folkrage is helemaal voorbij. Psychedelische muziek is nu de mode.

Na een tijdje krijgt ze een vaste avond bij Gerde’s Folk City, een club waar Bob Dylan nog heeft gespeeld. Ze vindt er haar plaats in een groepje songwriters waaronder Jerry Jeff Walker, Paul Siebel en David Bromberg. Ze komt een paar keer op TV, bij plaatselijke uitzendingen. Maar echt doorbreken zit er niet in. Daarvoor is ze niet soepel genoeg: vertegenwoordigers van platenmaatschappijen zien geen brood in wat ze doet. ‘Ik had een tamelijk interessant repertoire, maar ze snapten er niets van.’

‘Ik zong nummers van Paul Siebel en Joan Baez, wat van Simon and Garfunkel en een paar nummers die ik zelf had geschreven. Erg uiteenlopend. Ik deed wat van Buck Owens, I deed een paar nummers van Hank Williams, maar dan meer als grap, moet ik toegeven. Ik begreep ze niet echt.’

Haar voornaamste bron van inkomsten blijft opdienen. Ook  werkt ze een tijdje in een boekenwinkel.

 

Begin 1969 trouwt ze met een collega songwriter Tom Slocum. Die helpt haar om een haar songs onder te brengen bij een muziekuitgeverij: Jay-Gee Record Company. Ze bieden haar 3% op de netto verkoopprijs voor zelfgeschreven nummers. Het copyright wordt ondergebracht bij haar eigen muziekuitgeverij Hannah Brown Music, Nanshel Music en Jubilant Music.

Het folklabel Jubilee wilde opnamen wel uit te brengen. ‘Niemand had interesse in waar ik mee bezig was. Mijn manager bracht me in contact met  Jubilee. Ik maakte de fout blindelings te tekenen, zonder vooraf een advocaat te raadplegen. Ik was nogal passief – nu nog trouwens, zij het iets minder  –  ik tekende gewoon het contract en was gebonden aan een firma die niet veel voor me kon of wilde doen.’

Die zomer neemt ze, tijdens drie sessies van drie uur, de songs op voor haar debuutplaat: Gliding Bird. Het is een onschuldige, onopvallende folkplaat, duidelijk gemodelleerd op Clouds van Joni Mitchell. De zang is erg onzeker. Emmylou geeft toe: ‘Het was richtingloos. Ik had geen echte eigen stijl. Ik deed zomaar wat.’ Het titelnummer is geschreven door haar kersverse echtgenoot. Daarnaast zijn er vijf eigen composities, de rest zijn covers. ‘Dat is nog het beste van die plaat,’ meent Emmylou: ‘het toont dat ik songs wou schrijven. De helft van de songs had ik zelf geschreven. Het zijn niet de beste nummers ter wereld, maar ik ben hoef me er ook niet voor te schamen. De helft van de plaat heb ik zelf geschreven!’

De cover van het Bacharach/David nummer ‘I’ll Never Fall In Love Again’ is er op verzoek van de producer, Ray Ellis – en zwaar tegen haar zin. De andere covers zijn wel haar keuze: nummers van Fred Neil, Bob Dylan en Hank Williams. ‘Ik vind dat de covers nogal goed gekozen waren. … Het waren de eerste sporen van wat zou volgen.’

‘I’ll Be Your Baby Tonight’ / ‘I’ll Never Fall In Love Again’ wordt naar voren geschoven als debuutsingle. En verdwijnt spoorloos.

In februari 1970 verschijnt Gliding Bird. Er worden slechts 1 300 exemplaren van verkocht en Jubilee schuift haar een kostennota van $8,000 onder de neus. Tot overmaat van ramp gaat het label dan ook nog eens over kop.

Emmy is inmiddels zwanger, maar zolang haar toestand het toelaat werkt ze als model in een kunstschool (‘met mijn kleren aan en met een paraplu in mijn handen – vraag me niet waarom!’ en gaat weer opdienen.

Er volgt nog een tweede single: ‘Paddy’ / ‘Fugue For The Ox’. De a-kant is geschreven voor de gelijknamige film, gebaseerd op de populaire voetballer George Best. Het is een zwak nummer, maar Emmylou doet haar best.

Nashville, Tennessee

Op 15 maart 1970 bevalt Emmylou van haar eerste dochtertje: Mika Hallie Slocum.  New York lijkt plots een vuilee en gevaarlijke stad. Bovendien is het huwelijk met Tom niet echt denderend. Ze besluiten hebben en houden in hun aftands autootje te stoppen en weg te trekken. ‘Omdat ik, eigenlijk meer voor de grap – een paar countrysongs bracht in mijn show, dacht ik dat ik het als countryzangeres kon gaan maken in Nashville. (lacht) Niet erg doordacht, he! Maar ja, ik was nog zo jong. Als het niet goed gaat – we hadden niet veel geld, mijn carrière zat in het slop en ons huwelijk was ook al niet geweldig – dus was mijn filosofie: we verhuizen!’

De verandering van omgeving brengt echter niet de verhoopte verbetering in de relatie en al na enkele weken, besluit Tom terug te liften naar New York. Emmylou blijft alleen achter, in een vreemde stad en met een baby. Er volgen maanden van zwoegen en armoede, vooral door de hoge schuldenlast. Ze moet zien rond te komen met voedselbonnen.

Clarksville, Maryland

Na een paar miserabele maanden in de Music City keert ze terug naar haar ouders, die inmiddels op een kleine boerderij wonen in Clarksville, Maryland, niet ver van Washington. Ze wordt er hartelijk opgevangen. ‘Ze zeiden: “Je kan blijven zolang je wilt”.’

Ze vindt werk bij een bouwbedrijf in de buurt. Als hostess moet ze in een modelwoning de potentiële klanten rondlijden. ‘Ik had het huis voor mij alleen. Ik verstopte mijn gitaar in de wc en als er niemand was, speelde ik er op. Het was een fijne job… tot ze ontdekten dat ik niet kon typen. Gelukkig had ik dan al wat vrienden leren kennen die muziek maakten in Washington, DC.’

Via zanger/gitarist John Starling (oprichter van de Seldom Scene) en diens vrouw, Fayssoux komt ze in contact met een ander muzikaal koppel. Bill Danoff en Taffy Nivert vormen de band Fat City (na de flop van hun elpee Welcome To Fat City richten ze de Starland Vocal Band op en hebben een hele dikke hit met ‘Afternoon Delight’). Die moedigen haar aan om verder te gaan. Ze stellen haar voor aan de gitarist Gerry Mule en bassist Tom Guidera. Ze zorgen er ook voor dat het trio aan de bak komt in een van de vele rock en folkclubs in het  Georgetown District.

Na een paar maanden vinden ze een vaste stek bij Clyde’s. Het stelt niet veel voor: het is een achterkamer van een vrijgezellenbar in de uitgaansbuurt van Washington. Maar ze kunnen er zes dagen per week spelen, drie sets per avond. Aan het publiek dat toch niets beters te doen heeft dan te luisteren, kunnen ze het repertoire van ‘vreemde en obscure’ songs kwijt.  ‘Washington is een fantastische stad voor muziek,’ blikt Emmylou terug.  ‘Er zijn veel studenten en er is echt interesse in muziek. […] De opbrengsten zijn gering, maar het was zeker evenveel als ik kon verdienen met opdienen. Met de hulp van mijn ouders die zorgden voor mijn dochtertje, kreeg ik de kans om naam te maken in het clubcircuit. Ik verdiende zo’n 100 dollar per week: genoeg voor de huur en de groenten.’

Na een tijdje beginnen Emmy en de bassist een relatie.  Tom trekt in bij Emmy, haar dochtertje en haar ouders.

Niets wijst er op dat in deze situatie nog veel verandering zal komen, de volgende jaren.

Advertenties