Naar aanleiding van het recente overlijden van Levon Helm, de drummer van The Band, kunt u hier een tekst lezen, waaraan ik al een tijdje geleden begon, maar die nooit was afgeraakt.

‘The Night They Drove Old Dixie Down’

Merkwaardig toch, dat een van de mooiste liedjes over the South, het zuiden van de Verenigde Staten, geschreven is door een Canadees: Robbie Robertson, de gitarist van The Band. Maar misschien is er net een buitenstaander voor nodig om de dingen beter te kunnen waarnemen.

Een melodie zonder woorden

Voor de Classic Albums serie, uit 1997 beklemtoont Robbie Robertson dat hij de muziek geschreven had, voor de sessies voor hun tweede elpee begonnen. “Toen we The Band opnamen, was mijn dochter Alexandra net geboren. … Met zo’n pasgeboren baby in huis, moest ik me stil houden, terwijl ik schreef. Het ging zo van: “De baby slaapt! Maak geen lawaai!” Dus werkte ik in stilte. Het was niet dat ik het subtiel wou houden. Ik was gewoon verplicht om subtiel te spelen. En dat leidde tot die melodie.”

Aan Barney Hoskyns, auteur van de band-biografie Across The Great Divide (1993) vertelt Robertosn: “Alles samen, deed ik er zo’n maand of acht over, om dat nummer te schrijven. Ik had enkel de muziek en had geen idee waarover het moest gaan. Ik zat aan de piano en speelde telkens weer datzelfde akkoordenschema. En opeens kwam de rest. Soms moet je een song de tijd geven. Ik ben blij dat ik deze de tijd heb gegeven.”

“Ik had de muziek in mijn hoofd voor ‘The Night They Drove Old Dixie Down’,” gaat hij verder in het boekje bij de prachtige box set The Band – A Musical History. “Maar ik had geen idee waar de song over moest gaan. Ik neuriede maar wat. Ik speelde de akkoorden en ik hield van het akkoordenschema dat ik had bedacht. En opeens kwam het [concept] in mij op.”

De inspiratie vond hij een belangrijke chroniqueur van het leven in het mytische zuiden: “Tennessee Williams sprak mij erg aan,” vertelt hij in 1988, tijdens een interview, “zijn manier van schrijven, [alleen al] de titels van die dingen: Sweet Bird of Youth, Cat On A Hot Tin Roof. Ik werd er door gegrepen, omdat ik naar het zuiden was getrokken, vanuit Canada. Dat was echt ying en yang: het andere uiterste. Het greep mij veel meer aan dan wanneer iemand vanuit Washington, DC naar South Carolina zou trekken. Ik ging van Toronto naar de Mississippi Delta….En ik hield van de manier waarop ze daar spreken, hoe ze daar bewegen. Ik hou er van om ergens te zijn waar er muziek in de lucht hangt. Ik dacht: het is niet voor niets dat ze hier rock ‘n’ roll hebben uitgevonden. Alles klinkt er als muziek…

Ik kwam in deze wereld terecht, als een buitenstaander… Omdat ik het allemaal niet als iets vrijblijvend opnam schreef ik er ‘The Night They Drove Old Dixie Down’ over.”

Ook een ontmoeting met de vader van Levon Helm maakt grote indruk op de tekstschrijver. Als authentieke zuiderling tussen een bende Canadezen had de drummer recht van spreken. Helm werd geboren in Marvell, Arkansas en groeide op in Turkey Scratch, een boerengat wat verder op. Zijn ouders verbouwden er katoen – zuidelijker kan haast niet.

“Levons vader zei tegen me: ‘Hey Robbie, ooit zal het zuiden herrijzen’,” vertelt Robertson. “In het begin vond ik het vreemd, maar na een tijdje begon ik in te zien dat het diep moest zitten: de pijn en de droefenis.”

Daarom is ‘The Night They Drove Old Dixie Down’ geschreven vanuit het standpunt van de verliezers: de zuidelijken.

Een beetje geschiedenis

Dixie is de geuzennaam voor de zuidelijke staten van Noord Amerika.
De naam zou zijn oorsprong vinden in New Orleans. Tot 1860 gaf de plaatselijke bank er bankbiljetten uit. Op die van tien dollar stond de waarde ook in het Frans vermeld, in letters: “dix”. New Orleans werd dus “dixie-land”. De benaming verspreidde zich over Louisiana en uiteindelijk over het gehele zuiden. Ene Daniel Decatur Emmett – die, gek genoeg, uit Ohio kwam – schreef in 1859 de song ‘Dixie’.
Wanneer twee jaar later, de zuidelijke staten in opstand kwamen tegen het noorden werd ‘Dixie’ hun strijdlied.

Elf zuidelijke staten wilden zich afscheuren van de Verenigde Staten en vormden de Confederate States of America (de Confederatie). Onder leiding van Jefferson Davis, bevochten ze de federale overheid van de Verenigde Staten (de Unie). Hoewel achteraf nogaleens gesteld wordt dat de strijd ging over de afschaffing van de slavernij, was dit lang niet de voornaamste reden voor de vreselijke broederstrijd. Het was de culminatie van oplopende meningsverschillen tussen het industriële noorden en het agrarische zuiden.

De Amerikaanse Burgeroorlog vond plaats van 1861 tot 1865 en vormt zowat het laatste hoofdstuk van de Amerikaanse Revolutie. Door het zuiden op zijn knieën te dwingen werd de machtstrijd voor eens en voor altijd beslecht.

Schaven aan de tekst

Waneer Robertson de ruwe versie van de song aan de andere leden van The Band voorstelt, komt er protest van Levon Helm. “In een van de regels zei ik iets over Lincoln,” vertelt Robbie. “Levon wees mij terecht: ‘dat zullen ze niet zo graag horen in het zuiden’.”

Levon stelt voor om Robbie’s kennis over de Burgeroorlog  wat bij te spijkeren.
“Robbie en ik werkten aan ‘The Night They Drove Old Dixie Down’ in Woodstock,” schrijft Levon in zijn boek. “Ik nam hem mee naar de bibliotheek om er wat opzoekingswerk te doen over de geschiedenis en de kaarten te bestuderen. Ik wou vooral dat generaal Robert E. Lee het nodige respect zou krijgen.”

‘The Night They Drove Old Dixie Down’ gaat het over de laatste maanden van die burgeroorlog en zijn nasleep. Merkwaardig genoeg ligt de focus niet op één van de grote veldslagen waarbij de strijd werd beslecht. Integendeel, Stoneman’s Raid is slechts een voetnoot in de geschiedenis van de oorlog. Vooral ook omdat de geschiedenisboeken altijd worden geschreven door de winnaars.

De zanger, Virgil Caine, is een soldaat van het zuidelijke leger. Hij loopt dienst onder generaal Robert E. Lee. Diens troepen bewaken de aanvoer van voorraden naar Richmond, de hoofdstad van de Confederatie. Heel voornaam daarbij is het stadje Petersburg in Virginia, strategisch gelegen op een knooppunt van spoorwegen. In 1864 besluit de Noordelijke generaal Ulysses S. Grant het stadje aan te vallen. Dankzij een netwerk van loopgraven kunnen echter tweeduizend soldaten er de veel grotere vijandelijke troepenmacht weerstaan. Er volgt een langdurend beleg. Om een eind te maken aan de patstelling krijgt generaal George Stoneman de opdracht om “het land te ontmantelen” en te “vernielen, maar zonder veldslagen.” Grant specifieert zelfs dat de vruchtbare Shenandoah vallei zo grondig moet worden aangepakt dat “een kraai die over de vallei vliegt, zijn eigen voorraden moet meenemen”.

Vanaf maart 1965 trekken de troepen door North Carolina naar Virginia, om er de taktiek van de verbrande aarde toe te passen. De Yankees terroriseren de plaatselijke bevolking, vernietigen de oogst en vernielen de sporen van de Virginia & Tennessee Railroad over een lengte van 250 km: “…Stoneman’s cavalry came and tore up the tracks again.” Het werkt, want de voorraden raken uitgeput en Lee’s troepen hebben geen eten meer. “We were hungry / Just barely alive”.

Op 2 april, na een beleg van 292 dagen, moet generaal Lee Richmond prijsgeven. President Jefferson Davis en zijn kabinet ontvluchten de stad per trein. Maar ook in Danville blijken alle voedselvoorraden uitgeput. Op Palmzondag, 9 april 1865, geeft Lee zich over aan Grant.

Hoewel Virgil Caine zingt, “By May the tenth, Richmond had fell, it’s a time I remember, oh so well,” blijkt zijn geheugen hem, 104 jaar na de feiten, wat parten te spleen. Richmond viel al op 9 april, maar het eigenlijke einde van de oorlog was pas vijf weken later: op 10 mei. Op die dag wordt Jefferson Davis, president van de Confederatie gevangen genomen in de buurt van Irwinville, Georgia. Meteen daarna kondigt president Andrew Johnson aan dat het zuiden zijn gewapend verzet heeft opgegeven. Het betekent het einde voor Dixie.

Het leven gaat echter verder, maar niets is nog hetzelfde. De verwoesting van het land en de economie (“The money’s no good”) treft de verslagen bewoners diep. Virgil verzucht: “… they should never have taken the very best.”

The Night They Drove Old Dixie Down

Virgil Caine is the name, and I served on the Danville train,
‘Til Stoneman’s cavalry came and tore up the tracks again.
In the winter of ’65, We were hungry, just barely alive.
By May the tenth, Richmond had fell, it’s a time I remember, oh so well,

The Night They Drove Old Dixie Down, and the bells were ringing,
The Night They Drove Old Dixie Down, and the people were singin’.
They went: La,  La, La, La, La, La,   La, La, La, La, La, La,    La, La,

Back with my wife in Tennessee, When one day she called to me,
“Virgil, quick, come see, there goes Robert E. Lee!”
Now I don’t mind choppin’ wood, and I don’t care if the money’s no good.
Ya take what ya need and ya leave the rest,
But they should never have taken the very best.

(Refrein)

Like my father before me, I will work the land,
And like my brother above me, who took a rebel stand
He was just eighteen, proud and brave, but a Yankee laid him in his grave,
I swear by the mud below my feet,
You can’t raise a Caine back up when he’s in defeat.

(Refrein)

Opname

Gezien het onderwerp van de song lijkt het haast vanzelfsprekend dat Levon Helm, als enige Amerikaan in het gezelschap, de zang voor zijn rekening neemt. Bovendien drijft hij, met zijn prachtig drumwerk, het nummer vooruit.
Daarnaast is Rick Danko te horen op bas en viool, Richard Manuel op piano en Robbie Robertson op akoestische gitaar.
Opmerkelijk zijn de bijdragen van Garth Hudson. Wat lijkt op een harmonica in de tweede strofe is het geluid van een accordeon, vervormd door een roterende Lowrey-organ, vermengd met een Hohner melodica. “Garth was een wereld op zich,” weet producer John Simon. “Hij bouwde zelf zijn eigen instrumenten. Daarmee  was hij een voorloper op dat gebeid. Hij vond het geweldig om zoiets te doen.”
Aan het einde voegt Garth ook nog wat bugel toe.

 

Release

‘The Night They Drove Old Dixie Down’  staat op de elpee The Band, die in september 1969  verschijnt. Daarbij staat Robbie Robertson als enige componist vermeld. In zijn autobiografie This Wheel’s On Fire, vertelt Levon dat alle bandleden hun steentje hebben bijgedragen. Dat geldt trouwens wel voor meer songs van The Band, zo laat hij verstaan.
Robertson ziet dat echter anders: “Ik deed wat research en ik schreef de tekst.”

Voor die tijd is het erg ongebruikelijk om de Burgeroorlog te bekijken vanuit het standpunt van het Zuiden. Dat deel van de Verenigde Staten gaat gebukt onder een uiterst conservatief en zelfs negatief imago. Het roept beelden op van racisme en rednecks, brandende kruisen, de Ku Klux Klan, de moorden op Kennedy en Martin Luther King…

De platenmaatschappij durft het dan ook niet aan om het nummer op single uit te brengen. Toch slaat het nummer onmiddellijk aan, voor een stuk ook omdat veel jongeren er parallellen in zien met de oorlog in Vietnam, die op dat moment in alle hevigheid woedt.

De laatste keer dat Levon het nummer zong, was tijdens het afscheidsconcert van The Band, in november 1976. Bij de reunie van de groep in de jaren tachtig en negentig heeft hij het nooit meer willen brengen. “Het was te moeilijk,” is zijn enige verklaring

Advertenties