Pete Seeger

Folk

De titel King of the 12-String gaat dan ook naar Lead Belly. Huddie Ledbetter wordt in 1888 geboren op een kleine boerderij in Louisiana. Als tiener trekt hij er weg, op zoek naar een beter leven. Onderweg neemt hij alle mogelijke werk aan. Tussendoor leert hij piano, concertina, mandoline en gitaar bespelen. Omstreeks 1912 kan hij een 12-snarige Stella gitaar op de kop tikken in een pandjeswinkel in Dallas. Het instrument blijkt hem erg te liggen.

Maar de man heeft ook een kort lontje en in 1917 wordt hij veroordeeld wegens moord. Er wacht hem dertig jaar dwangarbeid. Door hard te werken en zijn muzikale gaven wordt hij een van de populairste gevangenen. Wanneer hij verneemt dat de gouverneur op bezoek zal komen, schrijft hij een nummer waarin hij om gratie verzoekt. Het werkt en in 1924 is hij opnieuw vrij. Zijn vrijheid blijkt van korte duur, want zes jaar later belandt hij opnieuw achter de tralies. Dit keer krijgt hij tien jaar dwangarbeid.

Opnieuw is het de muziek die hem er uit helpt. Folklorist John Lomax meent dat in gevangenissen de meest authentieke folk muziek kan worden aangetroffen, omwille van de geïsoleerde situatie waarin de gevangenen zich bevinden. Wanneer hij, samen met zijn zoon Alan Lomax, Lead Belly “ontdekt” in de gevangenis van Louisiana, zijn beiden zeer onder de indruk. Zij slagen er in de man vrij te krijgen, door te beloven hem in vaste dienst te nemen, als chauffeur en contactpersoon met de zwarte bevolking. Later trekken ze naar het noorden om lezingen te geven, waarbij Ledbetter dan enkele nummers uit zijn uitgebreide repertoire speelt.

Wanneer ze in New York aankomen springt de pers echter op het verhaal. Promotoren komen met voorstellen voor concerten. Iemand wil zijn leven zelfs verfilmen. Al snel volgen er discussies over het geld en Huddie gaat in zijn eentje verder. De zwarte bevolking van Harlem blijkt niet geïnteresseerd in de oude folk en blues songs. Linkse, blanke intellectuelen uit Greenwich Village echter wel. Lead Belly wordt er de ster voor de vooroorlogse folk beweging. Hij trekt op met mensen als Woody Guthrie, Pete Seeger en Josh White.

Na het overlijden van Huddie Ledbetter, in december 1949, is er niemand die zijn rol overneemt. De 12-snarige gitaar dreigt te verdwijnen.  Als eerbetoon aan zijn collega en vriend, neemt Pete Seeger neemt met zijn groep The Weavers een cover op van diens ‘Good Night Irene’. Het wordt een enorme hit en bereikt de top van de hitlijsten.  Op de versie van The Weavers is echter geen 12-snarige gitaar te horen. Pete Seeger bespeelt dan nog vooral de 5-snarige banjo.

In de eerste helft van de jaren vijftig wordt de populariteit van de eerste folk revival in de kiem gesmoord door de blinde Communistenjacht van de republikeinse senator Joseph McCarthy. Folk muzikanten hebben de reputatie linkse sympathieën te hebben. Ze zijn dus hoogst verdacht. McCarthy zet de pers en de media onder druk. Iedereen met een een uitgesproken mening wordt verbannen van radio en TV, promotoren zeggen optredens af… Kortom: de meeste muzikanten kunnen beter uitkijken naar een andere job.

In 1958, komt echter een tweede folk revival op gang. Het Kingston Trio brengt een zeer aaibare versie van een heel oud nummer: ‘Hang Down Your Head, Tom Dooley’.  Hun folk is grondig opgekuist. Keurige samenzang is de norm. Folk is radiovriendelijk geworden. Dat geldt ook voor The Rooftop Singers, die in 1963 doorbreken met ‘Walk Right In’. The band is speciaal opgericht om een nieuwe versie op te nemen van het oude nummer van Gus Cannon. Initiatiefnemer is Eric Darling, een van de mannen uit The Weavers. De klank van ‘Walk Right In’ wordt naast de zang, vooral gekenmerkt door de 12-snarige gitaren, bespeeld door beide gitaristen:  Eric Darling dus en Bill Svanoe. De daaropvolgende maanden  wordt de 12-snarige het folk instrument bij uitstek.

Dat is vooral de verdienste van Pete Seeger. Wanneer zijn carrière op een laag pitje komt te staan, als één van de vele slachtoffers van McCarthy, legt hij zich toe op de studie van de 12-snarige gitaar. “Ik was zowat 30 toen Lead Belly stierf,” vertelt hij in 2002 aan Acoustic Guitar. “Vele mensen vroegen me toen: ‘Waarom leer jij niet 12-snarige gitaar spelen?’ Een vriend hielp me op weg door te beginnen met de Travis methode. Ik leerde dus wat van Lead Belly’s stijl en wat van (Merle) Travis methode. Lead Belly speelde geen moeilijke akkoorden, maar man, wat kon hij een prachtige baslijnen verzinnen.”

Seeger kan het niet laten: “Mijn  basisfilosofie is dat ik een leraar ben. Ik leer de mensen om mee te doen, of het nu gaat om banjo’s of gitaren of politiek, of om het even wat.” Net als hij eerder met de banjo heeft gedaan, schrijft ook nu weer een handboek: A Folksinger’s Guide to the 12-String Guitar as Played by Leadbelly.

Hij trekt door het land om workshops te gaan geven. Aan al wie dat wil geeft hij lessen op de banjo en de 12-snarige gitaar. Op die manier komt een nieuwe generatie in contact met de folkmuziek. Mensen als Jim McGuinn, Bob Gibson, Dick Rosmini en Fred Gerlach ontdekken de 12-snarige gitaar door Seeger.

Het mooiste voorbeeld van zijn invloed is het nummer ‘Turn Turn Turn’’ In 1963 is Jim McGuinn is door Judy Collins aangetrokken om arrangementen uit te werken voor haar derde elpee. Met zijn vorige groep, The Limeliters, heeft hij een onuitgegeven nummer van Pete Seeger opgenomen:  ‘To Everything There Is a Season”. Dit keer bedenkt hij een ‘Bach-achtige riff’ op 12-snarige gitaar. De song wordt omgedoopt tot ‘Turn Turn Turn’. Maar de echte hitversie brengt hij twee jaar later zelf, als derde single van zijn nieuwe folkrock groep, The Byrds.

Seeger zelf gebruikt de kracht en het nieuwe van de 12-snarige gitaar om maximaal aandacht te trekken voor de boodschap die hij wil overbrengen met ‘We shall overcome’, een hit in 1963.

Advertenties