oktober 2013


Ram
RAM – Paul en Linda McCartney

‘Ram vond ik een goede titel voor die plaat: ‘rammen’ is je een weg banen, doordrukken… die betekenis. Maar een ram is, net als een stier, ook een mannelijk dier… het mannelijke aspect.’ – Paul McCartney 2001

Opnamen:
november-december 1970 in de Columbia Recording Studios, New York
5 tot 31 januari 1971, in de A&R Recording Studios, New York
1 tot 14 maart 1971, in de Sound Recording Studios, Los Angeles

Uitgebracht:
19 februari 1971 – Paul en Linda McCartney single: ‘Another Day’/’Oh Woman, Oh Why’
17 mei 1971 – Paul en Linda McCartney elpee Ram (stereo en mono)
kant 1: ‘Too Many People’, ‘3 Legs’, ‘Ram On’, ‘Dear Boy’, ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’, ‘Smile Away’
kant 2: ‘Heart of the Country’, ‘Monkberry Moon Delight’, ‘Eat at Home’, ‘Long Haired Lady’, ‘Ram On’, ‘The Back Seat of My Car’

12 mei 1972 – Wings single b-kant (‘Mary Had a Little Lamb’): ‘Little Woman Love’
30 april 1973 – Paul McCartney and Wings elpee Red Rose Speedway: ‘Get on the Right Thing’ en ‘Little Lamb Dragonfly’
23 mei 2003 – soundtrack film The In-Laws: ‘A Love For You’
21 mei 2012 – remaster Ram: ‘Hey Diddle’, ‘Great Cock and Seagull Race’, ‘Rode All Night’ en ‘Sunshine Sometime’

ramnyc

Nieuwe muzikanten

Op 21 oktober 1969 stuurde Jimi Hendrix een telegram aan Paul McCartney, met de vraag om samen een supergroep te vormen: ‘We nemen dit weekend een elpee op in NewYork. Zin om mee te doen op bas? Bel Alvan Douglas 212-5812212. Peace Jimi Hendrix, Miles Davis, Tony Williams.’
Tony is een jazzdrummer. Miles en Jimi hoef ik niet voor te stellen, denk ik.

Maar Paul heeft zich dan teruggetrokken op zijn boerderij in Schotland en is niet bereikbaar.
Hij ziet het idee echter wel zitten. Dat blijkt uit een band die enkele jaren geleden is opgedoken. Daarop staan een dertigtal demo’s van songs die hij tussen mei en augustus 1970 heeft geschreven. Bij een aantal daarvan is nog wat commentaar te horen. Zo vertelt hij na afloop van ‘Smile Away’ tegen Linda dat hij, om dit nummer op te nemen, een trio wil vormen met Jimi Hendrix en een jazz drummer. Bij de demo van ‘Get On The Right Thing’ heeft hij het er opnieuw over.
Het onverwachte overlijden van de gitaarheld, op 18 september 1970, doorkruist echter zijn droom.

Een maand later zijn Paul, Linda en de kinderen met vakantie in Zuid-Frankrijk wanneer ze het idee krijgen met de SS France naar New York te varen. Ze arriveren in the Big Apple op 17 oktober 1970. ‘Ik wou in New York werken, omdat Linda van daar was en zij daar wat tijd wou doorbrengen [met haar familie],’ vertelt Paul. ‘Ik wou eens met Amerikaanse muzikanten werken. Dus liet ik, via mijn kantoor weten dat ik in de stad was en dat ik een drummer nodig had. Mensen als Bernard Purdie kwamen er op af, maar ik was op zoek naar een nieuwe band. Niet naar zoiets als Blind Faith: ik hoefde geen zwaargewichten.’

De audities vinden plaats in de kelder van een aftands gebouw in Manhattan. Jazzdrummer, Dennis (“Denny”) Seiwell herinnert zich een goedkoop drumstel dat in een hoek stond opgesteld. ‘Vele jongens vonden het maar niks dat ze auditie moesten doen,’ weet hij. ‘Paul vroeg me om in m’n eentje te spelen – hij had zelfs geen gitaar bij. McCartney zocht niet zomaar een drummer; het was op zoek naar iemand met een bepaalde flair. In ieder geval: ik speelde wat. Ik denk dat als je niet in je eentje kunt spelen, dat je dan ook niet met een ander kunt spelen.’
De volgende dag krijgt hij de boodschap dat hij is verkozen boven de acht andere kandidaten: ‘Het waren de tom-toms,’ verklapt Paul. ‘Voor een niet muzikant klinkt het misschien vreemd, maar je komt veel over een drummer te weten wanneer je hem ziet spelen op tom-toms.’

Behalve een drummer heeft Paul ook nog een gitarist nodig. Daarvoor heeft hij Hugh McCracken op het oog, net als Seiwell een sessiemuzikant met een jazzachtergrond. ‘Iedereen wou Hugh voor zijn sessies,’ vertelt geluidstechnicus Dixon Van Winkle. ‘Bladmuziek lezen was niet zijn sterkste punt, maar hij kwam met fantastische partijen. In de loop van de jaren heb ik heel veel uitstekende gitaristen gehoord. Hugh staat voor mij in de top vijf.’
Maar een afspraak met McCracken loopt mis: ‘Op mijn antwoordapparaat stond een boodschap of ik wou meespelen op Ram. Maar ik was in Florida, aan het werk met Aretha Franklin. Ik hoorde het pas toen ik terug was. Ik vond het jammer, maar was blij dat David de job had.’

David is David Spinozza. Ondanks zijn jonge leeftijd – net 21- is hij al vier jaar profmuzikant en een zeer gegeerd sessiegitarist. Hij krijgt een telefoontje van Linda McCartney om hem uit te nodigen ‘voor een jinglesessie’. Wanneer hij zich enkele dagen later op het opgegeven adres meldt, moet hij vaststellen dat het om audities gaat. Hij blijkt dan ook nog de zoveelste in de rij, want het is de derde dag al. ‘Allemaal op uitnodiging,’ reageert de gitarist verbaasd. ‘Je kon er niet zomaar binnenlopen met een gitaar. Paul speelde blues, een solo en wat folk. Hij vroeg me om ook zoiets te doen. Dus speelde ik dat allemaal en toen zei hij alleen maar: “Jammer dat ik niet meer tijd voor je heb, maar ik moet nog heel wat mensen zien.”
Ik was nog maar net thuis, of Linda hing weer aan de lijn, om de volgende week te komen meespelen.’

paul-mccartney-albums-ram-sessions-71

Basistracks

Plaats van afspraak is Studio B in de East 52nd Street van Manhattan: de ruime CBS studio waar Bob Dylan, Paul Simon en Frank Sinatra hun grootste successen op band hebben vastgelegd.
Aan de knoppen zit Tim Geelan, een van de vaste geluidstechnici van het huis. In die hoedanigheid heeft de man gewerkt met jazzgrootheden als Dave Brubeck en Billy Cobham.

Paul staat zelf in voor de productie. ‘Hij deed dat goed,’ meent Geelan. ‘Grondig, zakelijk maar tegelijk ook niet te strikt.’
‘Het was fijn werken met Paul,’ bevestigt gitarist David Spinozza, ‘interessant om te zien hoe hij te werk gaat en waar hij vandaan komt. Als muzikant was hij geen concurrentie voor mij… McCartney is een songschrijver, niet zo zeer een muzikant, maar zijn composities zijn fantastisch.
In de studio is hij ongelofelijk kordaat en zakelijk: geen pretsigaretten, geen drankjes of gemummel…. Niets daarvan. Gewoon werken.’

‘Het waren fijne sessies, volgens een vast patroon’, vervolgt Tim Geelan. ‘We begonnen tegen een uur of tien in de ochtend. Paul toonde de drummer en de gitarist het nummer dat we die dag zouden opnemen. Na een paar uur repeteren, namen we het eens op en namen dan een pauze om een hapje te eten. Na de lunch beluisterden we wat we hadden en, als dat nodig was, namen we het nog een paar keer op.’

Wel is Spinozza een beetje verbaasd over Pauls aanpak: ‘We speelden allebei gitaar – soms speelde hij piano – maar nooit bas, terwijl ik daar was. Hij voegde de bas later toe. Een beetje vreemd want bas, drums en gitaar zou comfortabeler geweest zijn.’
Volgens de gitarist was Linda nog niet echt betrokken bij deze sessies. ‘Zij zorgde voor de kinderen… Ze brachten de hele familie elke dag mee naar de studio… Als hij bleef tot vier in de ochtend, bleef iedereen. […] Geen idee of Linda een andere inbreng had in de studio dan aanwezig zijn en af en toe commentaar geven.’

Na een week staan de basistracks voor vijf songs op band: ‘Another Day’, ‘Oh Woman, Oh Why’, ‘3 Legs’, ‘Eat at Home’ en ‘Get on the Right Thing’

Aan het einde van de sessie deelt Spinozza mee dat hij de volgende week niet elke dag kan komen. ‘Ik zei hen dat […] andere mensen ook beroep op mij deden en zorgden voor brood op de plank. Ik zei dat ik graag met hem zou verder werken, maar dat ik slechts twee van de vijf volgende data beschikbaar was.’
Linda, die de zaken voor Paul regelt, is niet te spreken over de houding van de gitarist. Daarom belt ze nog eens naar Hugh McCracken. ‘Linda vroeg me aan de lijn te blijven. Toen kwam Paul. Die vroeg me simpelweg om de volgende ochtend om 9 uur naar de studio te komen. Ik belde alle eerder gemaakte afspraken af en ging.’

Het klikt meteen met de nieuwe gitarist en binnen de drie weken staan nog eens vijftien songs op band. Opvallend is dat beide gitaristen een heel ander beeld schetsen van de inbreng die ze krijgen van Paul.
‘Ik denk dat de elpee zowat op dezelfde manier is opgenomen als de McCartney elpee, ‘ meent Spinozza, ‘alleen speelden wij deze keer de partijen in voor hem. Er was geen enkele vrijheid. Hij zei ons exact wat we moesten spelen. Paul zong voor wat hij wou en zo werd het opgebouwd. We deden wel suggesties, maar daar ging hij zelden op in en als hij dat wel deed, maakte hij er toch iets van dat klonk als iets van Paul McCartney….’
McCracken zegt dat de doorbraak voor hem kwam tijdens ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’. Dat nummers is opgebouwd uit een aantal fragmenten die Paul had liggen: ‘Gypsy Get Around’, ‘We’re So Sorry’ en ‘Hands Across The Water’. ‘Paul is een genie,’ meent McCracken, ‘Hij gaf altijd specifieke instructies aan mij en de drummer. Maar voor dit nummer wist hij niet welke kant hij uit moest met de gitaar. Ik vroeg hem om me te vertrouwen en dat deed hij ook. Hij was zeer blij met de partijen die ik inspeelde. Voor de verdere opname liet hij me eerst mijn voorstellen uitwerken, voor hij iets suggereerde.’

Ook de drummer heeft geen problemen met Pauls inbreng: ‘Af en toe kwam hij met een fantastisch voorstel voor mij. Dan speelde ik een normaal drumpatroon en dan zei hij: “Niet slecht, maar probeer dit eens.” Dat was dan iets waar een drummer nooit zou aan hebben gedacht.’

Een van de laatste songs die op band worden gezet is een jam van Paul met Denny: ‘Rode All Night’. In maart 2013 legt de drummer uit hoe het tot stand kwam: ‘Ik kwam terug van het avondeten en Paul had nog energie over. Hij stelde voor om nog iets samen te doen, al waren de microfoons al uitgezet – het was weekend of zo – dus begonnen we wat te jammen. Hij ging tekeer op z’n gitaar en ik speelde mee. We keken mekaar aan en vonden: dit is cool! De geluidstechnicus had het in de gaten en zette alles snel klaar. We gingen een minuut of tien door. Toen we stopten vroegen we: heb je het? Maar hij zei: “We zijn er klaar voor.”
Dus, deden we take 2. We deden gewoon verder. […] Ik dacht: het lijkt er op dat Paul eindelijk licht ziet aan het einde van de tunnel. Hij begreep dat hij muziek kon maken met andere mensen dan The Beatles. Zo voelde ik het aan.’

Op 22 december, met basistracks voor een twintigtal songs op band, vliegen Paul, Linda en de kinderen weer naar huis om er de Kerstdagen door te brengen.

LindaPaulMcCartney_Ram

Inzingen en afwerken

Paul en Linda keren in januari weer naar New York, om er de opnamen verder af te werken. Omdat de CBS studio, niet beschikbaar is, wordt overgeschakeld op de A&R Studios van Phil Ramone. Daarbij krijgt die assistentie van geluidstechnicus Dixon Van Winkle. Dixon licht toe: “In die tijd was het mijn taak om alles klaar te zetten voor een opname. Phil Ramone was toen de top in New York wat opnamen met een orkest betreft. In zijn staf zaten niet veel mensen die muziekschool gedaan hadden en baldmuziek konden lezen. Ik kon dat wel. Daarom was ik zowat de rechterhand van Phil en vroeg hij me om hem te helpen bij de sessies voor Ram.’

‘De beveiliging was erg strikt,’ gaat van Van Winkle verder. ‘Paul en Linda namen de lift aan de achterzijde. Ze brachten hun kinderen mee en een babybox die we opstelden voor de controlekamer. Ik was zowat deeltijds kindermeisje, want Mary kroop dikwijls rond de console, of zat op mijn schoot.’

De eerste sessie vindt plaats op 5 januari 1971. Ex Spooky Tooth pianist Gary Wright voegt wat toetsen toe aan enkele songs.
Maar het merendeel van de sessies betreft het toevoegen van bas door Paul, orkestopnamen en vooral het inzingen van de backing vocals door Paul… en Linda.

Op McCartney was Linda’s bijdrage beperkt tot zwaar ademhalen en het imiteren van een pauw op het instrumentale ‘Kreen-Akrore’. Maar dit keer staat Paul er op dat zijn vrouw actief betrokken is bij de opnamen.
‘Goh, ik kan je wel zeggen, dat ik hard aan haar heb moeten werken voor die plaat,’ verklapt Paul. ‘Ze had nog niet veel ervaring en zong dus nog niet helemaal zuiver. Ik denk dat ik niet de meest aangename man was om mee samen te leven, toen. Ze nam het echter goed op en hield het vol. Ze begreep dat het goed moest zijnen dat je je geen fouten kon permitteren. Ik bleef op haar vitten. Ik moet zeggen: we waren erg blij met het resultaat. We hebben er echt moeten op zwoegen. We werkten aan die samenzang, zelfs als het moeilijke passages waren – keer op keer opnieuw. Elton John vertelde me later dat hij in lange tijd niet meer zo’n mooie samenzang had gehoord.’

‘De samenwerking tussen Paul en Linda was mooi om te zien,’ meent Dixon Van Winkle, ‘vooral aan de microfoon. Na verloop van tijd, kwam Linda zelf met voorstellen – alle backing vocals voor ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’ zijn zij met hun tweetjes. Maar als ze hulp nodig had, stond Paul voor haar klaar.’

Tijdens de Kerst heeft Paul met George Martin samen arrangementen uitgewerkt voor drie van de songs: ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’, ‘Long Haired Lady’ en ‘The Back Seat Of My Car’.
Voor de opnamen schakelt Phil Ramone het New York Philharmonic Orchestra in, met Paul als dirigent. Dat is een ideetje van de producer: ‘Eén van mijn leukste herinneringen aan het werken met Paul aan Ram is zijn blije gezicht toen ik hem vroeg ‘Wil jij het orkest dirigeren?’ Hij vond het in eerste instantie een beetje raar maar ik zei ‘Waarom niet?’ Hij zei dat hij er niet geschoold voor was, maar het was zijn muziek, ‘Jouw arrangement, samen met George Martin.’ En hij deed het, eerst wat aarzelend, maar hij kreeg er plezier in.’

Aan het einde van de maand zijn de opnamen in New York klaar.

paul-mccartney-another-day-1971-8

Another Day

Op 19 februari verschijnt alvast een eerste single: ‘Another Day’/’Oh Woman, Oh Why’. Het is Dixon Van Winkle die de keuze heeft bepaald. ‘We waren naar de opnamen aan het luisteren, toen Paul me vroeg om een single te selecteren. Ik had een voorkeur voor ‘Another Day’ dat ik prachtig vond. “Oké”, zei Paul, “Dan wordt het ‘Another Day”.’ Ik mixte de band en David Crawford maakte een honderdtal kopies voor de radiostations. Toen ik het nummer de volgende dag op de radio hoorde, was het een ramp! Er was veel te veel bas en over de radio pompte dat stevig door. Ik had m’n lesje snel geleerd. Maar we hebben het nooit opnieuw gemixt en Paul heeft er nooit iets van gezegd.’

Het nummer bereikt de tweede plaats in Engeland en een vijfde in de Verenigde Staten.

Door de single toe te schrijven aan Paul and Linda McCartney, gaat de helft van de auteursrechten naar McCartney Inc. De andere helft gaat – zoals gebruikelijk – naar MacLen Music Ltd. Een handigheidje waarmee Paul tenminste de helft van de opbrengsten uit handen van Beatlesmanager Allen Klein wil houden.

Dat is echter niet naar de zin van Lew Grade, eigenaar van ATV, de muziekuitgever die Northern Songs, de songcatalogus van the Beatles heeft opgekocht. Op 15 april start een onderzoek gestart naar Linda’s aandeel in het componeren van ‘Another Day’.
Paul verdedigt zich: ‘Linda en ik hebben samengewerkt aan de songs. Mijn uitgever spant een proces tegen me aan, omdat hij me niet geloofd. “Ze trouwt met hem en opeens schrijft ze liedjes,” weet je wel? “Tuurlijk! Tuurlijk schrijft zij de liedjes!”.
Het is zo gegaan. Op een keer zei ik tegen haar: ik zal je leren hoe je liedjes schrijft, ook al moet ik je aan de piano vastbinden. […] Ik doe dat graag samen met iemand anders. Op mijn eentje lijkt het net huiswerk, maar als ik het met Linda kan doen, is het net een spelletje. Dan is het fijn. Dus hebben we een tiental songs samen geschreven.’

Los Angeles

Voor het afwerken zoeken Paul en Linda zonniger oorden op. ‘Na de opnamen in New York, trokken we naar Los Angeles,’ legt Paul uit, ‘omdat daar een paar kerels waren waarmee ik graag wat zou samenwerken. Het weer was er fantastisch en we huurden een huis aan de kust, op Ocean Park Boulevard.’ Van 1 tot 14 maart werkt hij in de Sound Recording Studio, In Los Angeles. Het mixen gebeurt door Eirik Wilhelm Wangberg, die door Paul Erik ’the Norwegian’ wordt gedoopt.

bring to ewe

Eén elpee – drie singles… en nog een elpee

RAM van Paul and Linda McCartney verschijnt op 17 mei 1971 in de Verenigde Staten en twee weken later, op 28 mei in Engeland.
Ram blijft in de VS hangen op een tweede plaats maar bereikt in Pauls thuisland de top, zij het slechts één week.

Ter promotie is er een merkwaardige elpee, op duizend exemplaren: Brung To Ewe By Hal Smith. De promo-elpee bevat vijftien korte sketches: dertien van 30 seconden elk en twee van 60 seconden. Paul en Linda zijn te horen met een nieuwe compositie: ‘Now Here This Song Of Mine’, aangevuld met wat schapengeblaat. De bedoeling is dat de zenders er een fragmentje uitpikken als aankondiging voor ze een song van de echte elpee draaien.

Merkwaardig genoeg verschijnen er, geografisch verspreid, drie verschillende singles.
In Noord-Amerika valt de keuze op ‘Uncle Albert-Admiral Halsey’ met als b-kant ’Too Many People’.
De a-kant is lichtjes geïnspireerd op de oudere generatie, licht Paul toe: ‘Ik dacht: wat zou hij vinden van onze generatie? Daarom schreef ik ‘We’re so sorry, Uncle Albert.’ ‘Ik had een oom [die zo heette]: Albert Kendall – een fijne kerel. […] Wanneer hij gedronken had, citeerde hij uit de Bijbel.’
Admiral Halsey was de bevelhebber van de Amerikaanse vloot tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘Hij staat voor
mij symbool voor autoriteit – niet serieus te nemen, dus. Ik was blij verrast dat het een hit werd.
De single bereikt er de eerste plaats.

In Engeland wordt ‘The Back Seat Of My Car’ naar voor geschoven, gecombineerd met ’Heart Of The Country’. Doordat de hoofdzetel van Apple net naar New York is verhuisd, is er zo goed als geen promotie, waardoor de single niet hoger komt dan een 28ste plaats.

In Europa verschijnt het Buddy Holly-achtige ‘Eat At Home’ met ‘Smile Away’. In Nederland en Noorwegen bereikt de single de top 10.

lennon_postkaart

Listen to What the Men Said

1971 is het jaar waarin de ex-Beatles met hun beste platen komen: George met zijn driedubbelelpee All Things Must Pass, John met het ijzersterke Plastic Ono Band, maar sterker nog dan die twee is Ram van Paul (en vooruit ja, ook Linda).

Op Ram blaakt Paul van zelfvertrouwen en strijdlust, vast besloten om zich los te worstelen van het verleden en met een nieuwe, eigen sound te komen. Hij zingt over de dingen die hem nauw aan het hart liggen: Linda (‘Long Haired Lady’ en ‘Dear Boy’), seks (‘Eat At Home’ en ‘Back Seat of My Car’), het ontdekken van het buitenleven (‘Heart of The Country’), het plezier in de uitspraken van zijn kinderen (‘Monkberry Moon Delight’)… Maar tegelijk bijt hij van zich af, tegenover de mensen die hem dwars liggen, met Lennon en Klein op kop ( ‘Too Many People’, ‘3 Legs’, ‘Smile Away’). Het is geen toeval de plaat begint met een welgemeende ‘Piss Off’ (vermomd als ‘Peace of cake’) en eindigt met het herhalen van het statement: ‘We believe that we can’t be wrong’.

Omdat het hier allemaal veel te lang wordt, verwijs ik graag naar tekst en uitleg over het publieke gekat tussen Paul en John naar dit.

Nog in de ban van de teleurstelling en het venijn van het uiteengaan van The Beatles, kiezen de critici massaal de kant voor Lennon en doen geen enkele moeite om een passionele afkeer voor Paul te verbergen. De zelfverklaarde ‘decaan van de Amerikaanse rockcritici’ Robert Christgau stelt : ‘De meeste songs zijn zo licht van gewicht dat ze wegdrijven, ondanks alle capriolen die Paulie er overheen legt.‘
In Rolling Stone verklaart Jon Landau onomwonden: ‘Ram vertegenwoordigt het dieptepunt in het uiteenvallen van de rock van de jaren zestig.’

Ondanks de goede verkoopcijfers blijft de wrange nasmaak van de kritiek nog jaren nazinderen. Nog steeds zijn er mensen die menen dat je een keuze moet maken: John Lennon of Paul McCartney. Alsof ze mekaars tegenpolen zouden zijn, gebaseerd op het cliché van de ‘Gimme Some Truth’ rocker Lennon en de softie Paul die ‘Silly Love Songs’ zingt.

Zo zwart-wit is het echter nooit. In 1984, in een interview met Playboy verwoorde Linda het zo: ‘John was scherp, maar had ook een sentimentele kant. Paul was sentimenteel, maar kon even scherp zijn. Ze hebben meer gelijkenissen dan dat ze van mekaar verschillen.’

En dat toont Paul hier in iedere seconde van Ram. Een plaat tjokvol hooks en melodiewendingen, ongelofelijk catchy, maar toch alles losjes uit de pols klinkend en genoeg doorspekt met geschifte humor om het pretentieloos te houden. Kortom: de perfecte popplaat, die – in een beter wereld – in elke top 100 allertijden hoog zou moeten eindigen.

Maar u moet mij niet geloven, lieve lezer. Naar aanleiding van de heruitgave in 2012, noemt Stephen Thomas Erlewine Ram in zijn bespreking voor Allmusic: ‘achteraf bekeken de allereerste indie popplaat, een elpee die de kleine genoegens bejubelt met grootse melodieën.’ En Jayson Greene in zijn noemt Ram in een bespreking in Pitchfork ‘een van de vreemdste, meest aardse en eerlijkste platen ooit gemaakt.’

PaulMcCartney-McCartney1970EMIRecor

De breuk
Wanneer de vier Beatles voor het laatst samen in één ruimte zijn geweest is niet geweten. Een mogelijke datum had 20 september 1969 kunnen zijn. Die dag werd het vernieuwde contract met Capitol Records ondertekend in het kantoor van Apple. Jammer genoeg verkoos George om die dag afwezig te blijven.
Het was nochtans een erg belangrijk moment voor de groep.

Allen Klein, de manager van The Beatles verkeerde bij de onderhandelingen in een uitstekende onderhandelingspositie. Hoewel het bestaande contract van de groep nog liep tot 1976, hadden The Beatles hun verplichte hoeveelheid aan product al bijna helemaal vervuld. Er moest enkel nog één van de vijf albums afgeleverd worden en met de nakende releasedatum van Abbey Road (29 september) was ook die klus geklaard. Om de groep aan zich te binden ging Capitol akkoord met het optrekken van de royalties van 17 naar 25% per elpee, zelfs voor de “reeds bestaande producten”.

Zelfs Paul, die een gezonde afkeer heeft van Klein, is onder de indruk van de verwezenlijkingen van de man: ‘Als je ons liggen hebt, zie ik niet in hoe.’

klein

De sfeer binnen de groep is echter al een hele tijd slecht. ‘Ik voelde de split aankomen,’ vertelt Paul in maart 1971. ‘John bleef maar roepen dat we muzikaal ter plaatse trappelden.’
Zoals hij de laatste jaren al meer heeft gedaan, probeert hij met een oplossing te komen om de groep weer bij te sturen.
‘Op een nacht […] dacht ik: “Wat we missen is: samen spelen.” We hadden toen al een hele tijd niet meer opgetreden. Om een goed muzikant te blijven heb je dat contact met het publiek nodig. Het menselijk aspect. Dus bedacht ik om in kleine zalen te gaan spelen, voor een paar honderd man. Iemand een zaaltje laten boeken en dat wat posters ophangen: ‘Zaterdagavond: Ricky and the Red Stripes’. En dan kwamen wij daar aan, in een busje. Ik vond het een fantastisch idee.’

Met het ondertekende contract op tafel vind hij het ideale moment om met het voorstel te komen. ‘We stonden te praten in kantoor van Apple,’ gaat hij verder. ‘Ringo was er bij – hij ging akkoord. George was er, dacht ik, niet. En dan roept John opeens: “Jij bent gek. […]
“Trouwens, ik stap uit de groep,” riep hij. “Ik wil een scheiding.” Dat zei hij letterlijk: “Ik wil een scheiding.” En voor het eerst, meende hij het ook.’

John Lennon had zich al langer willen losmaken van The Beatles om samen met Yoko Ono zijn ding te doen. Toevallig had zich onlangs een gelegenheid voorgedaan waarbij hij een uitkomst had gezien voor zijn situatie. Op 13 september had hij, eerder toevallig, een optreden gegeven met de gelegenheidsformatie The Plastic Ono Band, op een festival in Toronto. (zie: http://peerkesplaatjes.blogspot.be/2008/08/lennon-in-toronto.html)

Na afloop wou hij al zijn vertrek uit de groep aankondigen. Klein kon hem echter overtuigen daarmee te wachten tot het contract met Capitol Records getekend is en het aanzienlijke voorschot binnen.

Wanneer Paul dan komt met het voorstel om een serie onaangekondigde optredens te geven, om zo de kameraadschap van vroeger te herstellen, had hij zo’n heftige reactie van John allerminst verwacht.

‘Ik zei tegen Paul: ik stap er uit,’ legt John in december 1969 uit aan Rolling Stone. ‘Tijdens de vlucht terug van Toronto, wist ik het al. […] Ik wist nog niet hoe of wat – of ik een nieuwe vaste groep zou nemen of zo. […] Ik zie tegen Klein: het is voorbij.’

‘Het was een zware slag voor iedereen,’ blikt Paul terug. ‘We beseften dat, dat fantastisch iets waar we allemaal deel van uitmaakten, voorbij was. Dit was het einde. Zoiets raakt iedereen, wat het ook is. Het is zoiets als van school gaan. Je doet het graag en dan is het opeens gedaan. Of wat ook je ding is. Ons ding was The Beatles.’

tumblr_lyddadmhSV1ro625mo1_500_thumb

Kluizenaar
Paul is zwaar aangeslagen door het nieuws. Hij vertrekt met Linda en de kinderen. Eerst maken ze een lange zwerftocht langs de kusten van Devon en Cornwall. Daarna trekken ze zich maandenlang terug op een bouwvallig boerderijtje in Schotland.

Paul leeft er als een kluizenaar. Hij wast of scheert zich niet meer. Hij heeft waarschijnlijk een zenuwinzinking en voelt zich totaal nutteloos. Later omschrijft hij zijn toestand als “catatonic dispair”. Daardoor gebruikt hij zelfs een tijdje heroïne.

‘We waren vrienden, we zijn samen groot geworden. Het was zo mooi geweest. We hadden al die fantastische dingen samen gedaan en plots stonden we daar: te schreeuwen tegen mekaar.
‘Ik was zeer depressief,’ verklapt Paul jaren later. ‘Ik wou niet meer uit bed. Als ik dan toch opstond, greep ik meteen naar de whisky. Fijn! Omstreeks een uur of drie, had ik ‘m helemaal om en kroop weer in bed.’

‘Het was angstaanjagend,’ verklaart Linda. ‘Ik wou het niet opgeven, maar het was verschrikkelijk. Onwezenlijk. Ik stond er alleen voor – ik had geen keuze – ik moest het proberen. We hadden twee kinderen, waren net een jaar getrouwd en mijn man wou zijn bed niet uit. Hij dronk veel te veel. Hij vertelde me dat hij zich nutteloos voelde. Ik wist dat hij zichzelf pijnigde dat hij de schuld voor de breuk op zich nam. Ik wist dat hij er bovenop zou komen, maar als hij er zelf niet in geloofde, stond ik machteloos. Ik kon alleen maar proberen. Meer kon ik niet. Ik kan je wel vertellen: ik had er mijn handen aan vol.’

‘Ik was onmogelijk,’ beseft Paul. ‘Ik snap niet hoe iemand het met mij uithield. Voor het eerst in mijn leven, zat ik, in mijn ogen, aan de grond… Zoiets had ik nooit meegemaakt. Het was zwaar voor Linda. Ik zou het met zelf niet uitgehouden hebben. Ik begrijp dus niet hoe Linda het gered heeft.’

Het wordt een definitieve breuk met het verleden: in plaats van te trachten in de voorhoede te lopen zou Paul voortaan de wereld door kinderogen bekijken. Weg met de dure auto’s, kaviaar, adellijke vrienden, geflirt met de avant-garde. In plaats daarvan kiest hij voor simpele plattelandswaarden en wordt bovendien radicaal vegetarisch. ‘Linda was lam aan het bereiden en ondertussen keken we naar de lammetjes in de weide. Toen zagen we de situatie opeens onder ogen. Linda heeft mij altijd gracieus de eer gegeven om met het idee te komen om vegetarisch te gaan leven, maar eigenlijk kwamen we gelijktijdig tot het inzicht, daar in Schotland. We keken mekaar aan en besloten geen vlees meer te eten.”

Opnieuw beginnen
Vlak voor de Kerstdagen keren de McCartney’s weer naar Londen.
Paul huurt meteen een Studer viersporen opnameapparaat en één microfoon. Vervolgens contacteert hij geluidstechnicus John Smith om de machine te installeren, in zijn huis in St. John’s Wood. Die komt langs, op 24 december. Om het toestel uit te proberen, speelt Paul een nieuw nummertje: ‘The Lovely Linda’. ‘Paul is de machine aan het uittesten, wanneer Linda binnenkomt,’ vertelt Smith. ‘Ze loopt naar de achterdeur en opent die. Het knarsen is te horen op de opname. Paul besloot het er in te laten. Dat was typisch voor The Beatles. Ze probeerden steeds weer iets nieuws uit.’
Paul bevestigt het verhaal: ‘Linda en ik werkten voor het eerst samen. De plaatopnamen gebeurden thuis. Je hoort haar lopen door de zitplaats, naar de tuin. En aan het einde van het nummer, hoor je de deur opengaan. […] Het was de bedoeling om het nummertje later af te werken. Ik had nog een stukje dat wat Spaans klonk, mariachi bijna… Maar het bleef een fragmentje en dat was ook wel leuk. Het werd het openingsnummer van de McCartneyplaat. Het zet meteen de sfeer.’

In de loop van de volgende week zet hij zo een aantal basistracks op band: gitaren, bas, drums en toetsen – alles in zijn eentje. Daarbij zijn ook enkele nummers die hij eerder aan The Beatles had aangeboden, maar toen niet verder zijn uitgewerkt. Beide songs ontstonden in Indië, in de lente van 1968. Van ‘Jubilee’, zoals het oorspronkelijk heette, zet hij twee versies van op band: een instrumentale versie ‘Singalong Junk’ en een met zang: ‘Junk’.
‘Teddy Boy’ werd, met The Beatles gerepeteerd tijdens de Get Back sessies in januari 1969. John stak toen de draak mee en Paul niet verder aan.

Een laatste keer Beatles
Hoewel de opnamen ondertussen bijna een jaar geleden zijn afgerond is er nog steeds elpee die kan worden uitgebracht, samen met de film Let It Be. Omdat in de film een fragment te zien is waarin George het nummer ‘I Me Mine’ aan de anderen voorspeelt, moet er een echte opname van worden gemaakt. Dat gebeurt op zaterdag 3 januari 1970. George krijgt daarbij de hulp van Paul en Ringo. John schittert door afwezigheid. Het trio neemt eerst 16 takes van de basis track op (akoestische gitaar, bas en drums). Vervolgens wordt het nummer afgewerkt met de nodige overdubs: elektrische piano en gitaar, zang, orgel en opnieuw akoestische gitaar. En dat allemaal voor een nummertje van nauwelijks anderhalve minuut.
De volgende dag vindt de laatste opnamesessies van The Beatles plaats. George, Paul en Linda voegen harmony zang toe aan take 27 van ‘Let It Be’, dat is geselecteerd om als single te worden uitgebracht. Daarna krijgt het nummer live overdubs van twee trompetten, twee trombones en een tenor saxofoon, in een arrangement van George Martin. Aan deze opname voegt George dan een tweede gitaarsolo toe, aangevuld met drums van Ringo en maracas van Paul. Helemaal aan het einde komt er dan nog een stukje cello’s.
’s Maandags stelt Glyn Johns dan een nieuwe mastertape voor de elpee samen. Hij weigert daarbij echter de pas afgewerkte nieuwe mix van ‘Let It Be’ te gebruiken.
Maar ook deze vierde versie wordt afgekeurd. The Beatles blijven het oneens of ze de plaat goed vinden of niet. Bovendien maakt John bezwaar tegen het vermelden van Glyn Johns als producer op de hoes.

Schrijver en theaterrecensent Kenneth Tynan heeft in deze periode contact met Paul. In een brief aan zijn uitgever laat hij weten dat zijn plan om Paul te interviewen niet kan doorgaan. ‘Met spijt moet ik je laten weten dat Paul McCartney liever niet heeft dat er over hem geschreven wordt, op dit moment. Ik begrijp dat The Beatles al geruime tijd uit elkaar aan het groeien zijn. Dit weekend ging Paul naar een opnamesessie voor een nieuwe single. Dat was blijkbaar de eerste activiteit van de groep waarbij hij betrokken was, in negen maand tijd. Hij heeft geen idee over hoe de toekomst er voor hem uitziet en wil vooral niet onder de loep terwijl hij een beslissing daarover neemt.’

Paul in the studio

Billy Martin
Zeer weinig mensen uit zijn omgeving zijn op de hoogte, waar Paul mee bezig is. Tony Bramwell is een van de weinigen die hij nog vertrouwt binnen Apple. ‘Het werd erg deprimerend tegen het einde. Alles gebeurde stiekem. Paul sloop studio’s in en uit, onder een valse naam, werkend aan zijn eerste solo-elpee. Ik moest hem geheimhouding beloven.’
Onder het pseudoniem Billy Martin, heeft Paul studiotijd geboekt van 10 tot 20 februari, in de Morgan Studio in noordwest Londen. Het is een relatief nieuwe studio, waar Led Zeppelin, The Kinks en The Who opnamen hebben gemaakt.

Hij wil er zijn basistracks afwerken, in een professionele omgeving. Omdat de VU-meters van zijn viersporen bandopnemer niet goed werkten, heeft hij moeten raden naar de opnameniveaus. Hij heeft daardoor veel werk om de opnamen over te zetten op 8-sporen. Pas daarna kan hij overdubs opnemen. Hij begint er ook enkele nieuwe opnamen, vanaf nul: ‘Hot As Sun’ en ‘Kreen-Akore’.

Voor het mixen van de tracks, werkt hij toch liever in de vertrouwde Abbey Road studio’s. Dat gebeurt vanaf 21 februari., nog steeds onder het pseudoniem Billy Martin. Waarschijnlijk niet toevallig heeft Ringo er net een dag eerder de laatste hand gelegd aan zijn solo-elpee Sentimental Journey.

Op 22 februari zet hij, in één sessie twee uitstekende nummers op band: ‘Every Night’ en ‘Maybe I’m Amazed’ op. Dat laatste is een eerbetoon aan de vrouw die hem door zijn depressie heeft gesleurd. ‘Dat was voor Linda en ook over haar,’ legt Paul uit. ’Ik wou een liefdesliedje, met wat meer diepgang: “Maybe I’m amazed the way you hang me on a line, pulled me out of time”. Het soort dingen dat je alleen aan je liefje kunt vertellen in een liedje. Ik denk dat veel mensen dat wel herkennen. Het is wat tegendraads, maar mensen begrijpen wat ik bedoel. Het is vooral dat “maybe’ I’m amazed”. Een rechttoe-rechtaan liefdeslied zou gaan van “I’m amazed at the way you love me”. Zo zou iets van Sinatra gaan en dan zou het ‘I’m Amazed’ heten. Maar door die ‘maybe’ is het alsof die kerel het niet echt wil toegeven.’

Op 25 februari rondt Paul zijn opnamen af. Eerst beluistert hij zijn werk tot dan toe. Vervolgens neemt hij ‘Man We Was Lonely’ op, in 12 takes. Hij werkt het nummer af (met een beetje zang van Linda) en mixt het in stereo.
Na afloop belt hij John om hem te zeggen dat hij een solo-elpee heeft opgenomen en dat hij die in april wil uitbrengen. Hij verklaart ook dat hij uit The Beatles wil stappen. John antwoordt alleen maar: ‘Goed! Dan zijn we al met twee die het mentaal aanvaard hebben.’

Storm op komst
Ondertussen blijft de Get Back/Let It Be saga blijft maar aanslepen. De première van de film nadert en de bijhorende elpee is nog steeds niet klaar. Allen Klein komt met het voorstel om de legendarische Amerikaanse producer Phil Spector in te huren. Die heeft, in januari John Lennon geholpen om diens solo single ‘Instant Karma!’ in te blikken. Lennon was zeer te spreken over zijn productie en de top 3 notering bewees dat Spector het nog steeds kon, zelfs al had hij zich drie jaar eerder teruggetrokken uit de muziekwereld.

Hoewel de vier Beatles hun akkoord geven, laten John en Paul het aan George en Ringo over om de mixsessies te superviseren. Vandaar dat op 23 maart, terwijl Spector de banden mixt in Room 4 van de Abbey Road Studios, Paul in een andere ruimte van het gebouw de master tapes voor McCartney klaarmaakt.

Twee dagen later ontdekt Paul dat Klein de releasedatum van zijn elpee heeft uitgesteld. Als directeur van Apple Records, bevestigt George Harrison hem echter dat de eerder gemaakte afspraken blijven gelden en er dus niks aan de hand is.

John is het daar echter niet mee eens en op 31 maart schrijft hij een brief aan Paul en laat die door George mee ondertekenen.

“Beste Paul,
We hebben veel nagedacht over jouw elpee en die van The Beatles en hebben besloten dat het stom zou zijn indien Apple twee belangrijke platen zou uitbrengen binnen één week (en dan zijn e rook nog die van Ringo en [de verzamelelpee] Hey Jude). Dus sturen we een brief aan [de platenmaatschappij] EMI dat ze jouw plaat uitstellen tot 4 juni.
We dachten dat je het wel zou begrijpen, wanneer je beseft dat de plaat van The Beatles verschijnt op 24 april.
Jammer dat het zo is moeten lopen – het is niks persoonlijks,
Liefs,
John en George”

Een tweede brief, die Lennon aan EMI schrijft, laat geen ruimte voor interpretatie: “We hebben besloten dat het beter voor ons is, wanneer de plaat niet op die datum verschijnt”.

Ringo staat er bij en kijkt er naar. ‘Ze stelden die brief op als directeurs van de firma,’ vertelt Ringo. ‘Ik vond het niet fair om de boodschap door een of andere loopjongen te laten overbrengen. Dus bood ik aan om hem zelf te gaan brengen.
Ik schrok behoorlijk, toen hij helemaal uit de bol ging. Hij schreeuwde naar me, porde met zijn vinger naar mijn gezicht en riep: ‘Ik maak jullie allemaal kapot’ en ‘daar zul je voor boeten.
Hij zei me dat ik best mijn jas kon aantrekken en vertrekken. Ik kon het niet geloven. Ik was er echt door aangedaan.

Paul verklaart zijn reactie later: ‘Ik wees hem de deur. Ik moest dat doen, om op te komen voor mezelf, want ik was aan het instorten. Het voelde aan als een enorme mentale klap.’
Ringo toont zich begripvol: ‘Hoewel ik vond dat hij zich gedroeg als een verwend kind, begreep ik dat de datum waarop de plaat zou worden uitgebracht voor hem van gigantische emotionele betekenis was. Ik vond… dat we hem zijn zin moesten geven.’

Op 7 april kondigt Pauls manager (en schoonvader) John Eastman de McCartney elpee officieel aan. De plaat zal tien dagen later verschijnen.

Paul heeft absoluut geen zin om promotionele interviews te geven voor zijn elpee. “Ik was getraumatiseerd, veronderstel ik,’ blikt hij terug. ‘Het was onwezenlijk en ik had geen zin in interviews voor die plaat. Omdat ik wist dat ze zouden vragen: “Hoe zit het met The Beatles?’ Ik had geen zin om daar om te antwoorden. Dus ik vroeg [aan Apple manager Peter Brown]: stuur me een lijstje met vragen en ik zal ze invullen.’
De ingevulde lijst wordt dan, samen met plaat verstuurd naar de journalisten.

Peter stelt een lijst met 41 vragen op. Een paar daarvan raken gevoelige punten aan.


V: Vond je het fijn om in je eentje te werken?
A: Zeer. Ik hoefde alleen an mezelf te vragen om een beslissing te nemen en ik ging altijd akkoord.
V: Is deze plaat een pauze, even weg van The Beatles of het begin van een solo carrière?
A: de tijd zal het uitwijzen. Een solo-elpee wijst op “het begin van een solo carrière”… en de plaat maken zonder The Beatles houdt een pauze in. Beide, dus.
V: Hebben je plannen om op te treden?
A: Nee
V: Is de breuk met The Beatles tijdelijk of permanent? Te wijten aan persoonlijke meningsverschillen of muzikale?
A: Persoonlijke meningsverschillen. Zakelijke meningsverschillen. Muzikale meningsverschillen. Maar bovenal: ik voel me beter bij mijn gezin. Tijdelijk of permanent? Geen idee.
V: Zie je Lennon-McCartney ooit nog opnieuw samenwerken?
A: Nee.

Later geeft Paul toe dat hij dit ‘zelf-interview’ nooit heeft bedoeld als aankondiging van de split. Hij beweert gewoon eerlijk de vragen te hebben beantwoordt. ‘Ik had kunnen zeggen: daar geef ik geen antwoord op,’ licht Paul in 1994 toe. ‘Maar ik dacht: de pot op. Als hij het wil weten, geef ik antwoord. Ik had het gevoel dat ik niet verder kon met mijn leven, als ik het niet vertelde.’

beatles-5

Don Short van de Daily Mirror is een van de eersten die een kopie van Pauls “zelf-interview” in handen krijgt. Hij trekt zijn conclusies. Maar wanneer hij navraag doet bij Apple, wordt daar alles ontkent. Toch bloklettert krant de volgende ochtend op zijn voorpagina: PAUL STAPT UIT THE BEATLES.
Het nieuws slaat overal ter wereld in als een bom.

Het hoofdkwartier van Apple wordt belegerd, maar niemand wil veel kwijt. Ringo verklaart droog: ‘Dit is ook voor mij nieuws.’ George geeft geen commentaar en John reageert laconiek: “Zeg maar dat ik grapte: hij stapte niet op – hij werd ontslagen.’

Paul zelf is niet bereikbaar voor commentaar: hij is met zijn gezin opnieuw naar Schotland vertrokken. De ernst van zijn verklaringen dringt nu pas tot hem door.
‘Het was nooit mijn bedoeling om mijn vertrek aan te kondigen. Dat is een misverstand. Toen ik de koppen zag, dacht ik: Christus, wat heb ik gedaan? Het was gewoon een feit. Ik stapte niet uit
The Beatles – The Beatles stapten uit The Beatles. Maar niemand wil de man zijn die het moet zeggen, dat het feestje voorbij is.’

Vernietigende kritieken
Het solo debuut van Paul McCartney verschijnt op 17 april 1970 (en drie dagen later in de Verenigde Staten), onder de toepasselijke titel: McCARTNEY. De back to basics filosofie die in het Get Back/Let It Be werd nagestreefd is duidelijk doorgetrokken: eenvoudige songs, improvisaties soms zelfs, gebracht zonder toeters of bellen.

De meeste kritieken zijn lauw tot zelfs agressief. Melody Maker heeft het over “het non-event van het jaar”. Ook de andere Beatles hebben enkel afkeer voor het werk van hun ex-collega: ondermaats meent John.

Toch worden er twee miljoen exemplaren van verkocht. De elpee strandt in Engeland op de tweede plaats, vlak achter Bridge Over Troubled Water van Simon & Garfunkel. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan stoot de plaat wel helemaal door tot de top.
En dat ondanks de steun van een single. Op radio’s wordt vooral ‘Maybe I’m Amazed’ veel gedraaid, maar Paul wil geen toestemming geven om het nummer op 45 toeren uit te brengen.
Wel is er een promovideo, geregisseerd door David Putnam, met een montage van foto’s van Paul en zijn familie.

Zes jaar later verschijnt ‘Maybe I’m Amazed’ alsnog op single, in een live versie van Wings Over America.


‘Every Night’ in een live versie uit 1979, met Wings, ter gelegenheid van een benefiet voor de bevolking van Campucea.


‘Singalong Junk’ opgenomen in 1991, voor MTV Unplugged.