Ram
RAM – Paul en Linda McCartney

‘Ram vond ik een goede titel voor die plaat: ‘rammen’ is je een weg banen, doordrukken… die betekenis. Maar een ram is, net als een stier, ook een mannelijk dier… het mannelijke aspect.’ – Paul McCartney 2001

Opnamen:
november-december 1970 in de Columbia Recording Studios, New York
5 tot 31 januari 1971, in de A&R Recording Studios, New York
1 tot 14 maart 1971, in de Sound Recording Studios, Los Angeles

Uitgebracht:
19 februari 1971 – Paul en Linda McCartney single: ‘Another Day’/’Oh Woman, Oh Why’
17 mei 1971 – Paul en Linda McCartney elpee Ram (stereo en mono)
kant 1: ‘Too Many People’, ‘3 Legs’, ‘Ram On’, ‘Dear Boy’, ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’, ‘Smile Away’
kant 2: ‘Heart of the Country’, ‘Monkberry Moon Delight’, ‘Eat at Home’, ‘Long Haired Lady’, ‘Ram On’, ‘The Back Seat of My Car’

12 mei 1972 – Wings single b-kant (‘Mary Had a Little Lamb’): ‘Little Woman Love’
30 april 1973 – Paul McCartney and Wings elpee Red Rose Speedway: ‘Get on the Right Thing’ en ‘Little Lamb Dragonfly’
23 mei 2003 – soundtrack film The In-Laws: ‘A Love For You’
21 mei 2012 – remaster Ram: ‘Hey Diddle’, ‘Great Cock and Seagull Race’, ‘Rode All Night’ en ‘Sunshine Sometime’

ramnyc

Nieuwe muzikanten

Op 21 oktober 1969 stuurde Jimi Hendrix een telegram aan Paul McCartney, met de vraag om samen een supergroep te vormen: ‘We nemen dit weekend een elpee op in NewYork. Zin om mee te doen op bas? Bel Alvan Douglas 212-5812212. Peace Jimi Hendrix, Miles Davis, Tony Williams.’
Tony is een jazzdrummer. Miles en Jimi hoef ik niet voor te stellen, denk ik.

Maar Paul heeft zich dan teruggetrokken op zijn boerderij in Schotland en is niet bereikbaar.
Hij ziet het idee echter wel zitten. Dat blijkt uit een band die enkele jaren geleden is opgedoken. Daarop staan een dertigtal demo’s van songs die hij tussen mei en augustus 1970 heeft geschreven. Bij een aantal daarvan is nog wat commentaar te horen. Zo vertelt hij na afloop van ‘Smile Away’ tegen Linda dat hij, om dit nummer op te nemen, een trio wil vormen met Jimi Hendrix en een jazz drummer. Bij de demo van ‘Get On The Right Thing’ heeft hij het er opnieuw over.
Het onverwachte overlijden van de gitaarheld, op 18 september 1970, doorkruist echter zijn droom.

Een maand later zijn Paul, Linda en de kinderen met vakantie in Zuid-Frankrijk wanneer ze het idee krijgen met de SS France naar New York te varen. Ze arriveren in the Big Apple op 17 oktober 1970. ‘Ik wou in New York werken, omdat Linda van daar was en zij daar wat tijd wou doorbrengen [met haar familie],’ vertelt Paul. ‘Ik wou eens met Amerikaanse muzikanten werken. Dus liet ik, via mijn kantoor weten dat ik in de stad was en dat ik een drummer nodig had. Mensen als Bernard Purdie kwamen er op af, maar ik was op zoek naar een nieuwe band. Niet naar zoiets als Blind Faith: ik hoefde geen zwaargewichten.’

De audities vinden plaats in de kelder van een aftands gebouw in Manhattan. Jazzdrummer, Dennis (“Denny”) Seiwell herinnert zich een goedkoop drumstel dat in een hoek stond opgesteld. ‘Vele jongens vonden het maar niks dat ze auditie moesten doen,’ weet hij. ‘Paul vroeg me om in m’n eentje te spelen – hij had zelfs geen gitaar bij. McCartney zocht niet zomaar een drummer; het was op zoek naar iemand met een bepaalde flair. In ieder geval: ik speelde wat. Ik denk dat als je niet in je eentje kunt spelen, dat je dan ook niet met een ander kunt spelen.’
De volgende dag krijgt hij de boodschap dat hij is verkozen boven de acht andere kandidaten: ‘Het waren de tom-toms,’ verklapt Paul. ‘Voor een niet muzikant klinkt het misschien vreemd, maar je komt veel over een drummer te weten wanneer je hem ziet spelen op tom-toms.’

Behalve een drummer heeft Paul ook nog een gitarist nodig. Daarvoor heeft hij Hugh McCracken op het oog, net als Seiwell een sessiemuzikant met een jazzachtergrond. ‘Iedereen wou Hugh voor zijn sessies,’ vertelt geluidstechnicus Dixon Van Winkle. ‘Bladmuziek lezen was niet zijn sterkste punt, maar hij kwam met fantastische partijen. In de loop van de jaren heb ik heel veel uitstekende gitaristen gehoord. Hugh staat voor mij in de top vijf.’
Maar een afspraak met McCracken loopt mis: ‘Op mijn antwoordapparaat stond een boodschap of ik wou meespelen op Ram. Maar ik was in Florida, aan het werk met Aretha Franklin. Ik hoorde het pas toen ik terug was. Ik vond het jammer, maar was blij dat David de job had.’

David is David Spinozza. Ondanks zijn jonge leeftijd – net 21- is hij al vier jaar profmuzikant en een zeer gegeerd sessiegitarist. Hij krijgt een telefoontje van Linda McCartney om hem uit te nodigen ‘voor een jinglesessie’. Wanneer hij zich enkele dagen later op het opgegeven adres meldt, moet hij vaststellen dat het om audities gaat. Hij blijkt dan ook nog de zoveelste in de rij, want het is de derde dag al. ‘Allemaal op uitnodiging,’ reageert de gitarist verbaasd. ‘Je kon er niet zomaar binnenlopen met een gitaar. Paul speelde blues, een solo en wat folk. Hij vroeg me om ook zoiets te doen. Dus speelde ik dat allemaal en toen zei hij alleen maar: “Jammer dat ik niet meer tijd voor je heb, maar ik moet nog heel wat mensen zien.”
Ik was nog maar net thuis, of Linda hing weer aan de lijn, om de volgende week te komen meespelen.’

paul-mccartney-albums-ram-sessions-71

Basistracks

Plaats van afspraak is Studio B in de East 52nd Street van Manhattan: de ruime CBS studio waar Bob Dylan, Paul Simon en Frank Sinatra hun grootste successen op band hebben vastgelegd.
Aan de knoppen zit Tim Geelan, een van de vaste geluidstechnici van het huis. In die hoedanigheid heeft de man gewerkt met jazzgrootheden als Dave Brubeck en Billy Cobham.

Paul staat zelf in voor de productie. ‘Hij deed dat goed,’ meent Geelan. ‘Grondig, zakelijk maar tegelijk ook niet te strikt.’
‘Het was fijn werken met Paul,’ bevestigt gitarist David Spinozza, ‘interessant om te zien hoe hij te werk gaat en waar hij vandaan komt. Als muzikant was hij geen concurrentie voor mij… McCartney is een songschrijver, niet zo zeer een muzikant, maar zijn composities zijn fantastisch.
In de studio is hij ongelofelijk kordaat en zakelijk: geen pretsigaretten, geen drankjes of gemummel…. Niets daarvan. Gewoon werken.’

‘Het waren fijne sessies, volgens een vast patroon’, vervolgt Tim Geelan. ‘We begonnen tegen een uur of tien in de ochtend. Paul toonde de drummer en de gitarist het nummer dat we die dag zouden opnemen. Na een paar uur repeteren, namen we het eens op en namen dan een pauze om een hapje te eten. Na de lunch beluisterden we wat we hadden en, als dat nodig was, namen we het nog een paar keer op.’

Wel is Spinozza een beetje verbaasd over Pauls aanpak: ‘We speelden allebei gitaar – soms speelde hij piano – maar nooit bas, terwijl ik daar was. Hij voegde de bas later toe. Een beetje vreemd want bas, drums en gitaar zou comfortabeler geweest zijn.’
Volgens de gitarist was Linda nog niet echt betrokken bij deze sessies. ‘Zij zorgde voor de kinderen… Ze brachten de hele familie elke dag mee naar de studio… Als hij bleef tot vier in de ochtend, bleef iedereen. […] Geen idee of Linda een andere inbreng had in de studio dan aanwezig zijn en af en toe commentaar geven.’

Na een week staan de basistracks voor vijf songs op band: ‘Another Day’, ‘Oh Woman, Oh Why’, ‘3 Legs’, ‘Eat at Home’ en ‘Get on the Right Thing’

Aan het einde van de sessie deelt Spinozza mee dat hij de volgende week niet elke dag kan komen. ‘Ik zei hen dat […] andere mensen ook beroep op mij deden en zorgden voor brood op de plank. Ik zei dat ik graag met hem zou verder werken, maar dat ik slechts twee van de vijf volgende data beschikbaar was.’
Linda, die de zaken voor Paul regelt, is niet te spreken over de houding van de gitarist. Daarom belt ze nog eens naar Hugh McCracken. ‘Linda vroeg me aan de lijn te blijven. Toen kwam Paul. Die vroeg me simpelweg om de volgende ochtend om 9 uur naar de studio te komen. Ik belde alle eerder gemaakte afspraken af en ging.’

Het klikt meteen met de nieuwe gitarist en binnen de drie weken staan nog eens vijftien songs op band. Opvallend is dat beide gitaristen een heel ander beeld schetsen van de inbreng die ze krijgen van Paul.
‘Ik denk dat de elpee zowat op dezelfde manier is opgenomen als de McCartney elpee, ‘ meent Spinozza, ‘alleen speelden wij deze keer de partijen in voor hem. Er was geen enkele vrijheid. Hij zei ons exact wat we moesten spelen. Paul zong voor wat hij wou en zo werd het opgebouwd. We deden wel suggesties, maar daar ging hij zelden op in en als hij dat wel deed, maakte hij er toch iets van dat klonk als iets van Paul McCartney….’
McCracken zegt dat de doorbraak voor hem kwam tijdens ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’. Dat nummers is opgebouwd uit een aantal fragmenten die Paul had liggen: ‘Gypsy Get Around’, ‘We’re So Sorry’ en ‘Hands Across The Water’. ‘Paul is een genie,’ meent McCracken, ‘Hij gaf altijd specifieke instructies aan mij en de drummer. Maar voor dit nummer wist hij niet welke kant hij uit moest met de gitaar. Ik vroeg hem om me te vertrouwen en dat deed hij ook. Hij was zeer blij met de partijen die ik inspeelde. Voor de verdere opname liet hij me eerst mijn voorstellen uitwerken, voor hij iets suggereerde.’

Ook de drummer heeft geen problemen met Pauls inbreng: ‘Af en toe kwam hij met een fantastisch voorstel voor mij. Dan speelde ik een normaal drumpatroon en dan zei hij: “Niet slecht, maar probeer dit eens.” Dat was dan iets waar een drummer nooit zou aan hebben gedacht.’

Een van de laatste songs die op band worden gezet is een jam van Paul met Denny: ‘Rode All Night’. In maart 2013 legt de drummer uit hoe het tot stand kwam: ‘Ik kwam terug van het avondeten en Paul had nog energie over. Hij stelde voor om nog iets samen te doen, al waren de microfoons al uitgezet – het was weekend of zo – dus begonnen we wat te jammen. Hij ging tekeer op z’n gitaar en ik speelde mee. We keken mekaar aan en vonden: dit is cool! De geluidstechnicus had het in de gaten en zette alles snel klaar. We gingen een minuut of tien door. Toen we stopten vroegen we: heb je het? Maar hij zei: “We zijn er klaar voor.”
Dus, deden we take 2. We deden gewoon verder. […] Ik dacht: het lijkt er op dat Paul eindelijk licht ziet aan het einde van de tunnel. Hij begreep dat hij muziek kon maken met andere mensen dan The Beatles. Zo voelde ik het aan.’

Op 22 december, met basistracks voor een twintigtal songs op band, vliegen Paul, Linda en de kinderen weer naar huis om er de Kerstdagen door te brengen.

LindaPaulMcCartney_Ram

Inzingen en afwerken

Paul en Linda keren in januari weer naar New York, om er de opnamen verder af te werken. Omdat de CBS studio, niet beschikbaar is, wordt overgeschakeld op de A&R Studios van Phil Ramone. Daarbij krijgt die assistentie van geluidstechnicus Dixon Van Winkle. Dixon licht toe: “In die tijd was het mijn taak om alles klaar te zetten voor een opname. Phil Ramone was toen de top in New York wat opnamen met een orkest betreft. In zijn staf zaten niet veel mensen die muziekschool gedaan hadden en baldmuziek konden lezen. Ik kon dat wel. Daarom was ik zowat de rechterhand van Phil en vroeg hij me om hem te helpen bij de sessies voor Ram.’

‘De beveiliging was erg strikt,’ gaat van Van Winkle verder. ‘Paul en Linda namen de lift aan de achterzijde. Ze brachten hun kinderen mee en een babybox die we opstelden voor de controlekamer. Ik was zowat deeltijds kindermeisje, want Mary kroop dikwijls rond de console, of zat op mijn schoot.’

De eerste sessie vindt plaats op 5 januari 1971. Ex Spooky Tooth pianist Gary Wright voegt wat toetsen toe aan enkele songs.
Maar het merendeel van de sessies betreft het toevoegen van bas door Paul, orkestopnamen en vooral het inzingen van de backing vocals door Paul… en Linda.

Op McCartney was Linda’s bijdrage beperkt tot zwaar ademhalen en het imiteren van een pauw op het instrumentale ‘Kreen-Akrore’. Maar dit keer staat Paul er op dat zijn vrouw actief betrokken is bij de opnamen.
‘Goh, ik kan je wel zeggen, dat ik hard aan haar heb moeten werken voor die plaat,’ verklapt Paul. ‘Ze had nog niet veel ervaring en zong dus nog niet helemaal zuiver. Ik denk dat ik niet de meest aangename man was om mee samen te leven, toen. Ze nam het echter goed op en hield het vol. Ze begreep dat het goed moest zijnen dat je je geen fouten kon permitteren. Ik bleef op haar vitten. Ik moet zeggen: we waren erg blij met het resultaat. We hebben er echt moeten op zwoegen. We werkten aan die samenzang, zelfs als het moeilijke passages waren – keer op keer opnieuw. Elton John vertelde me later dat hij in lange tijd niet meer zo’n mooie samenzang had gehoord.’

‘De samenwerking tussen Paul en Linda was mooi om te zien,’ meent Dixon Van Winkle, ‘vooral aan de microfoon. Na verloop van tijd, kwam Linda zelf met voorstellen – alle backing vocals voor ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’ zijn zij met hun tweetjes. Maar als ze hulp nodig had, stond Paul voor haar klaar.’

Tijdens de Kerst heeft Paul met George Martin samen arrangementen uitgewerkt voor drie van de songs: ‘Uncle Albert/Admiral Halsey’, ‘Long Haired Lady’ en ‘The Back Seat Of My Car’.
Voor de opnamen schakelt Phil Ramone het New York Philharmonic Orchestra in, met Paul als dirigent. Dat is een ideetje van de producer: ‘Eén van mijn leukste herinneringen aan het werken met Paul aan Ram is zijn blije gezicht toen ik hem vroeg ‘Wil jij het orkest dirigeren?’ Hij vond het in eerste instantie een beetje raar maar ik zei ‘Waarom niet?’ Hij zei dat hij er niet geschoold voor was, maar het was zijn muziek, ‘Jouw arrangement, samen met George Martin.’ En hij deed het, eerst wat aarzelend, maar hij kreeg er plezier in.’

Aan het einde van de maand zijn de opnamen in New York klaar.

paul-mccartney-another-day-1971-8

Another Day

Op 19 februari verschijnt alvast een eerste single: ‘Another Day’/’Oh Woman, Oh Why’. Het is Dixon Van Winkle die de keuze heeft bepaald. ‘We waren naar de opnamen aan het luisteren, toen Paul me vroeg om een single te selecteren. Ik had een voorkeur voor ‘Another Day’ dat ik prachtig vond. “Oké”, zei Paul, “Dan wordt het ‘Another Day”.’ Ik mixte de band en David Crawford maakte een honderdtal kopies voor de radiostations. Toen ik het nummer de volgende dag op de radio hoorde, was het een ramp! Er was veel te veel bas en over de radio pompte dat stevig door. Ik had m’n lesje snel geleerd. Maar we hebben het nooit opnieuw gemixt en Paul heeft er nooit iets van gezegd.’

Het nummer bereikt de tweede plaats in Engeland en een vijfde in de Verenigde Staten.

Door de single toe te schrijven aan Paul and Linda McCartney, gaat de helft van de auteursrechten naar McCartney Inc. De andere helft gaat – zoals gebruikelijk – naar MacLen Music Ltd. Een handigheidje waarmee Paul tenminste de helft van de opbrengsten uit handen van Beatlesmanager Allen Klein wil houden.

Dat is echter niet naar de zin van Lew Grade, eigenaar van ATV, de muziekuitgever die Northern Songs, de songcatalogus van the Beatles heeft opgekocht. Op 15 april start een onderzoek gestart naar Linda’s aandeel in het componeren van ‘Another Day’.
Paul verdedigt zich: ‘Linda en ik hebben samengewerkt aan de songs. Mijn uitgever spant een proces tegen me aan, omdat hij me niet geloofd. “Ze trouwt met hem en opeens schrijft ze liedjes,” weet je wel? “Tuurlijk! Tuurlijk schrijft zij de liedjes!”.
Het is zo gegaan. Op een keer zei ik tegen haar: ik zal je leren hoe je liedjes schrijft, ook al moet ik je aan de piano vastbinden. […] Ik doe dat graag samen met iemand anders. Op mijn eentje lijkt het net huiswerk, maar als ik het met Linda kan doen, is het net een spelletje. Dan is het fijn. Dus hebben we een tiental songs samen geschreven.’

Los Angeles

Voor het afwerken zoeken Paul en Linda zonniger oorden op. ‘Na de opnamen in New York, trokken we naar Los Angeles,’ legt Paul uit, ‘omdat daar een paar kerels waren waarmee ik graag wat zou samenwerken. Het weer was er fantastisch en we huurden een huis aan de kust, op Ocean Park Boulevard.’ Van 1 tot 14 maart werkt hij in de Sound Recording Studio, In Los Angeles. Het mixen gebeurt door Eirik Wilhelm Wangberg, die door Paul Erik ’the Norwegian’ wordt gedoopt.

bring to ewe

Eén elpee – drie singles… en nog een elpee

RAM van Paul and Linda McCartney verschijnt op 17 mei 1971 in de Verenigde Staten en twee weken later, op 28 mei in Engeland.
Ram blijft in de VS hangen op een tweede plaats maar bereikt in Pauls thuisland de top, zij het slechts één week.

Ter promotie is er een merkwaardige elpee, op duizend exemplaren: Brung To Ewe By Hal Smith. De promo-elpee bevat vijftien korte sketches: dertien van 30 seconden elk en twee van 60 seconden. Paul en Linda zijn te horen met een nieuwe compositie: ‘Now Here This Song Of Mine’, aangevuld met wat schapengeblaat. De bedoeling is dat de zenders er een fragmentje uitpikken als aankondiging voor ze een song van de echte elpee draaien.

Merkwaardig genoeg verschijnen er, geografisch verspreid, drie verschillende singles.
In Noord-Amerika valt de keuze op ‘Uncle Albert-Admiral Halsey’ met als b-kant ’Too Many People’.
De a-kant is lichtjes geïnspireerd op de oudere generatie, licht Paul toe: ‘Ik dacht: wat zou hij vinden van onze generatie? Daarom schreef ik ‘We’re so sorry, Uncle Albert.’ ‘Ik had een oom [die zo heette]: Albert Kendall – een fijne kerel. […] Wanneer hij gedronken had, citeerde hij uit de Bijbel.’
Admiral Halsey was de bevelhebber van de Amerikaanse vloot tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘Hij staat voor
mij symbool voor autoriteit – niet serieus te nemen, dus. Ik was blij verrast dat het een hit werd.
De single bereikt er de eerste plaats.

In Engeland wordt ‘The Back Seat Of My Car’ naar voor geschoven, gecombineerd met ’Heart Of The Country’. Doordat de hoofdzetel van Apple net naar New York is verhuisd, is er zo goed als geen promotie, waardoor de single niet hoger komt dan een 28ste plaats.

In Europa verschijnt het Buddy Holly-achtige ‘Eat At Home’ met ‘Smile Away’. In Nederland en Noorwegen bereikt de single de top 10.

lennon_postkaart

Listen to What the Men Said

1971 is het jaar waarin de ex-Beatles met hun beste platen komen: George met zijn driedubbelelpee All Things Must Pass, John met het ijzersterke Plastic Ono Band, maar sterker nog dan die twee is Ram van Paul (en vooruit ja, ook Linda).

Op Ram blaakt Paul van zelfvertrouwen en strijdlust, vast besloten om zich los te worstelen van het verleden en met een nieuwe, eigen sound te komen. Hij zingt over de dingen die hem nauw aan het hart liggen: Linda (‘Long Haired Lady’ en ‘Dear Boy’), seks (‘Eat At Home’ en ‘Back Seat of My Car’), het ontdekken van het buitenleven (‘Heart of The Country’), het plezier in de uitspraken van zijn kinderen (‘Monkberry Moon Delight’)… Maar tegelijk bijt hij van zich af, tegenover de mensen die hem dwars liggen, met Lennon en Klein op kop ( ‘Too Many People’, ‘3 Legs’, ‘Smile Away’). Het is geen toeval de plaat begint met een welgemeende ‘Piss Off’ (vermomd als ‘Peace of cake’) en eindigt met het herhalen van het statement: ‘We believe that we can’t be wrong’.

Omdat het hier allemaal veel te lang wordt, verwijs ik graag naar tekst en uitleg over het publieke gekat tussen Paul en John naar dit.

Nog in de ban van de teleurstelling en het venijn van het uiteengaan van The Beatles, kiezen de critici massaal de kant voor Lennon en doen geen enkele moeite om een passionele afkeer voor Paul te verbergen. De zelfverklaarde ‘decaan van de Amerikaanse rockcritici’ Robert Christgau stelt : ‘De meeste songs zijn zo licht van gewicht dat ze wegdrijven, ondanks alle capriolen die Paulie er overheen legt.‘
In Rolling Stone verklaart Jon Landau onomwonden: ‘Ram vertegenwoordigt het dieptepunt in het uiteenvallen van de rock van de jaren zestig.’

Ondanks de goede verkoopcijfers blijft de wrange nasmaak van de kritiek nog jaren nazinderen. Nog steeds zijn er mensen die menen dat je een keuze moet maken: John Lennon of Paul McCartney. Alsof ze mekaars tegenpolen zouden zijn, gebaseerd op het cliché van de ‘Gimme Some Truth’ rocker Lennon en de softie Paul die ‘Silly Love Songs’ zingt.

Zo zwart-wit is het echter nooit. In 1984, in een interview met Playboy verwoorde Linda het zo: ‘John was scherp, maar had ook een sentimentele kant. Paul was sentimenteel, maar kon even scherp zijn. Ze hebben meer gelijkenissen dan dat ze van mekaar verschillen.’

En dat toont Paul hier in iedere seconde van Ram. Een plaat tjokvol hooks en melodiewendingen, ongelofelijk catchy, maar toch alles losjes uit de pols klinkend en genoeg doorspekt met geschifte humor om het pretentieloos te houden. Kortom: de perfecte popplaat, die – in een beter wereld – in elke top 100 allertijden hoog zou moeten eindigen.

Maar u moet mij niet geloven, lieve lezer. Naar aanleiding van de heruitgave in 2012, noemt Stephen Thomas Erlewine Ram in zijn bespreking voor Allmusic: ‘achteraf bekeken de allereerste indie popplaat, een elpee die de kleine genoegens bejubelt met grootse melodieën.’ En Jayson Greene in zijn noemt Ram in een bespreking in Pitchfork ‘een van de vreemdste, meest aardse en eerlijkste platen ooit gemaakt.’

Advertenties