februari 2014


WATSOSCover

Opgenomen: januari-februari 1976 in de Abbey Road Studios, Londen.

Uitgebracht: 26 maart 1976 – Wings elpee: Wings At The Speed Of Sound
Kant 1: ‘Let ‘Em In’, ‘The Note You Never Wrote’, ‘She’s My Baby’, ‘Beware My Love’, ‘Wino Junko’ (Jimmy McCulloch/Colin Allen)
Kant 2: ‘Silly Love Songs’, ‘Cook Of The House’, ‘Time To Hide’ (Denny Laine), ‘Must Do Something About It’, ‘San Ferry Anne’, ‘Warm And Beautiful’

Denny Laine

Denny Laine

Wings Over The World

Een goede voorbereiding is het halve werk
In september 1975 eindelijk aan de langverwachte wereldtournee: Wings Over The World. Hoewel Wings meer dan vier maanden intensief heeft gerepeteerd, staat Paul er op langzaam op te bouwen. De eerste concerten, in Engeland, zijn nog in concertzalen van drie tot zesduizend man. Daarna trekken ze naar het verre oosten waar ze in sportarena’s spelen voor twaalf tot zestienduizend fans. Om daaraan, wanneer als perfect geolied verloopt, door Noord Amerika te touren, in de echt grote arena’s.
Met een licht- en lasershow, achtergrondprojecties en vuurwerk zet Wings een nieuwe standaard – een voorbeeld dat zal worden gevolgd door bands als Led Zeppelin en The Rolling Stones…

Op 12 november, slechts enkele dagen voor het geplande vertrek naar Japan, weigeren de autoriteiten Wings de toegang tot het land, omwille van Paul en Linda’s drugveroordelingen. De McCartney’s gebruiken de vrijgekomen tijd om wat te gaan bruinen in Hawaï. Paul schrijft er ‘Silly Love Songs’. ‘Ik kreeg steeds weer het verwijt te veel over de liefde te zingen. Ik dacht: wacht eens, er is toch niets mooiers. […] Dus schreef ik dat nummer, rond de vraag: Wat is er mis met liefdesliedjes?’
‘Ik zie liefde niet vanuit het standpunt van “dat oude gezeik over de liefde”. Ik zie het meer als: je trouwt en krijgt een kind en zo. Dat aspect. Ik bedoel: dat zijn sterke gevoelens. Het gaat niet over oppervlakkig gedoe. Het gaat dieper.’

woab

Wings in de studio

In januari 1976 neemt Wings de opvolger van het succesvolle Venus and Mars op in de Abbey Road Studios, in Londen. Omdat er niet veel tijd is, voordat de tournee verder trekt, is niet gekozen voor een studio in het buitenland.

Bovendien is, voor het eerst, de samenstelling van de band ongewijzigd voor twee elpees na mekaar. Om dat ook zo te houden, wil Paul de groepsleden een grotere inbreng geven. Zo brengt Denny Laine niet alleen een eigen nummer, ‘Time To Hide’, maar laat Paul hem ook ‘The Note You Never Wrote’ inzingen.
Net als op Venus And Mars heeft Jimmy weer een tekst van Colin Allen op muziek gezet. Was het vorige keer nog een waarschuwing om van de pillen te blijven, dan gaat het nu over alcoholmisbruik.
Maar ook de andere groepsleden worden niet vergeten. Drummer Joe English brengt ‘Must Do Something About It’ en Linda – als tiener al wild van rock ‘n’ roll – krijgt een jarig vijftig pastiche: ‘Cook Of The House’. Voor de gelegenheid bespeelt Paul de akoestische bas van Bill Black, de begeleider van Elvis Presley in zijn Sun periode. Om het geheel nog wat meer authentiek te maken, mixt Paul het nummer in mono.

‘Dit is meer een groepselpee,’ verklaart Paul. ‘Ik vond altijd dat Denny een grootser nummer verdiende dan waar hij zelf mee kwam. Dus schreef ik iets speciaal voor hem. Dat werd ‘The Note You Never Wrote’. Van daaruit vertrok het en toen kwam de rest van de groep aan bod. Voor Denny was zingen iets natuurlijks, want hij zong natuurlijk al lang. Ik vond het jammer dat hij altijd als tweede stem moest zingen, achter mij. Er zit meer in hem.
Met de anderen was het meer een gok. Als het niet lukte, dan gooiden we het weg. Ik kon altijd wel met iets anders komen. Maar het leek allemaal best mee te vallen.’
Zelfs de blazers mogen hun eigen arrangementen bedenken. ‘Zo zijn ze er meer bij betrokken’, meent Macca.
Een van hen, Steve Howard, blikt terug: ‘Ik herinner me vooral ‘Silly Love Songs’, omdat dat de dikke hit was van de plaat. Toen we het zouden opnemen had Paul niets op papier gezet. Hij ging gewoon aan de piano zitten en speelde wat voor. Wij werkten dat dan verder uit met de blazerssectie en beslisten wie wat ging spelen.
Voor een paar stukjes mochten we zelf wat voorstellen doen – ik heb bijvoorbeeld wat stukjes aangedragen. We deden wat we in vaktaal noemen ‘head arrangements’.
Ik ben ook te horen op ‘Let ‘Em In’ en op ‘San Ferry Ann’. Dat laatste werd gewoon een albumtrack, een nummer dat je niet vaak op de radio hoort. Toch is het mijn favoriet, omwille van de mooie melodie en de bugelsolo die ik daar breng. Zoiets kom je niet vaak tegen in rock- of popmuziek. Als blazer krijg je niet vaak een solo – hooguit als sax speler , af en toe. Dat was dus een fijne ervaring.’

Het enige nieuwe gezicht in de studio is de jonge geluidstechnicus Peter Henderson. De 20 jarige heeft twee jaar meegelopen met Geoff Emerick, als assistent-producer. Daarna heeft hij George Martin mogen bijstaan bij de opname van Wired van Jeff Beck. En nu mag hij, voor het eerst op eigen benen, het geluid verzorgen voor Wings.
‘Kijk,’ legt hij uit, ‘Dat ging zo bij AIR (de firma van George Martin): je liep zo’n 18 maanden mee als assistent en daarna was je opeens geluidstechnicus. Je deed wat reclamespotjes en orkestopnamen en na verloop van tijd mocht je met steeds grotere namen werken.’
Het systeem blijkt te werken, want na de vuurdoop bij een ex-Beatle, mag Henderson de productie doen voor Supertramp… en wint meteen een Grammy voor ‘Best Recording Package’ voor Breakfast in America.

Hoewel ‘Silly Love Songs’ op piano is geschreven, speelt Paul bij de opname de melodie op zijn bas. ‘We brachten de bas en drums helemaal naar voren [in de mix]. Dat gaf het nummer een lekkere drive. We wilden iets dansbaars, dus dat hielp wel.’ Hoewel disco nog niet echt is doorgebroken, is er wel al Philly-soul: dansbare muziek uit Philadelphia, waarvan de sound zeker als inspiratie diende voor zowel ‘Silly Love Songs’, ‘She’s My Baby’ als ‘Let ‘em In’. Niet toevallig de drie songs met prominente bas op de plaat. ‘Shithot bass,’ noemt Paul het zelf, ‘’The bass in your face!.’

‘Let ‘Em In’ nummer had Paul eigenlijk geschreven voor Ringo, maar hij besluit het zelf te houden. Het was een soort van lijstje van mensen die hij zou uitnodigen voor een feestje. ‘Dat is het eigenlijk. Het vertelde zoiets als: er klopt iemand op de deur. Laat hem dan binnen. We maken er een feestje van. […] Dus bij het opmaken van het lijstje, kwam ik vanzelf bij tante Gin, broer Michael – dat is mijn eigen broer en tante Gin is ook echt mijn tante. Ik bedoel: ze bestaan allemaal. Phil en Don zijn de Everly [Brothers].’
Verder noemt hij ook nog: Martin Luther (King), Brother John (Lennon?) en Sister Suzie. In die laatste herkennen we vrouwtje Linda, die in 1977 een single zal uitbrengen onder de naam Suzie and the Red Stripes.

Voor de strijkersarrangementen van twee tracks (‘The Note You Never Wrote’ en’ Warm and Beautiful’) doet Paul beroep op een goede vriend: Fiachra Trench. De Ierse muzikant heeft Linda leren pianospelen. Hoewel zijn naam geen belletje doet rinkelen, ken je vast wel zijn werk. Hij is verantoordelijk voor de arrangementen van ‘I Don’t Like Mondays’, ‘Fairytale of New York’ en ‘Nothing Compares 2 U’.

Er is slechts één outtake van deze sessies bekend: een studioversie van ‘Soily’. Maar deze is nog steeds niet opgedoken, noch officieel, noch op bootlegs.

Wings at the Speed of Sound

Einde februari 1976 worden de opnamen afgerond en een maand later al, net voor het hervatten van de tournee, ligt Wings at the Speed of Sound bij de platenboer.

De kritieken zijn eerder lauw te noemen. Terwijl eerder geopperd werd dat Wings toch eigenlijk enkel een vehikel is voor Paul, moppert men nu dat de inbreng van de andere groepsleden de kwaliteit naar beneden haalt: ‘Wie laat er zijn vrouw of zijn drummer zingen?’
De criticus van dienst bij Rolling Stone meent er zelfs een conceptelpee in te ontwaren, opgebouwd rond het thema “A Day with the McCartneys”. Hij roemt de arrangementen en productie, maar waarschuwt Paul toch wat meer aandacht aan de songs zelf te besteden.

Mede gesteund door de succesvolle Amerikaanse tournee, de hernieuwde belangstelling voor The Beatles, door de verzamelaar Rock and Roll Music en het opnieuw uitbrengen van alle originele singles van de groep, plus twee dikke hits, wordt Wings At The Speed of Sound Pauls best verkochte post-Beatles elpee: zowat een hele zomer lang aan de top van de Amerikaanse hitlijsten. Ondanks een uitstekende verkoop, met 35 weken in de hitlijsten, zit de absolute top er in Engeland net niet in.

De eerste single is ‘Silly Love Songs’ met ‘Cook Of The House’, uitgebracht in april 1976. De prominente bas, het prachtige arrangement met strijkers en blazers, plus het driestemmig gezongen refrein maken het nummer tot een onweerstaanbare oorwurm. Het is dan ook een dikke hit voor Wings: 2 in Engeland en maar liefst vijf weken lang op 1 in de Verenigde Staten, waar het ook wordt uitgeroepen tot hit van het jaar.
Misschien omwille van die alomtegenwoordigheid, die zomer, krijgen vele een afkeer van het nummer. Vooral het ‘discoritme’ moet het ontgelden. Misschien ontgaat hen ook de ironie waarmee Paul zichzelf parodieert.

Ook de b-kant krijgt de nodige kritiek. Zo vraagt een journalist aan Linda of ze echt vindt dat ‘…haar plaats in de keuken is?’ Linda laat zich niet uit het lood slaan en antwoordt: ‘Daar wil ik het volgende over zeggen: Fuck off!’

Paul overweegt om ‘Warm And Beautiful’ als tweede single uit te brengen. Net als bij ‘Silly Love Songs’ zijn de meningen over dit nummer erg uiteenlopend. Elvis Costello noemt het ‘één van Pauls allermooiste songs voor Linda’, terwijl Stephen Holden het in Rolling Stone bestempelt als ‘één van zijn Pauls aller slechtste nummers ooit’.

In plaats daarvan volgt in juni ‘Let ‘Em In’. Ook die single bereikt de top 3 aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Mooi is dat Billy Paul – de man van ‘Me And Mrs. Jones’ – Pauls eerbetoon aan de Philly Soul, bevestigt met een cover, die op zijn beurt de Amerikaanse top 10 induikt.

Over de b-kant, ‘Beware My Love’, vertelt Paul dat Wings het live in de studio heeft opgenomen: ‘’[We wilden een] opwindende backing track. Je voelt dat het leeft, dat we er allemaal zijn.’

‘Het opzet van Wings At The Speed of Sound was om alle bandleden aan bod te laten komen,’ kijkt Denny Laine terug. ‘om zo minder de klemtoon op Paul te leggen. Vandaar geen ‘Paul McCartney and Wings’ meer. Hij wou naar buiten treden als een echte band. Hadden we nog een plaat kunnen maken met die bezetting dan was het misschien helemaal gelukt. Wie zal het zeggen?’

Wings1976

VenusandMarsalbumcover

Opnamen:
– november 1974 – Abbey Road Studios, Londen
– 16 januari tot 24 februari 1975: Sea-Saint Studios, New Orleans, Louisiana
– 25 februari tot 24 maart: Wally Heider Studios, Los Angeles, Californië

Uitgebracht:
27 mei 1975 – Wings elpee Venus and Mars
Kant 1: ‘Venus And Mars/Rock Show’, ‘Rock Show’, ‘You Gave Me The Answer’, ‘Magneto And Titanium Man’, ‘Letting Go’
Kant 2: ‘Venus And Mars (reprise)’, ‘Spirits Of Ancient Egypt’, ‘Medicine Jar’(Jimmy McCullough/Colin Allen), ‘Call Me Back Again’, ‘Listen To What The Man Said’, ‘Treat Her Gently/Lonely Old People’, ‘Crossroads Theme’(Tony Hatch)

11 april 1980 – Paul McCartney single (b-kant van ‘Coming Up’): ‘Lunch Box/Odd Sox’
13 november 1985 – Paul McCartney single (b-kant van ‘Spies Like Us’): ‘My Carnival’
26 October 1998 – Linda McCartney cd Wide Prairie: ‘New Orleans’

Abbey Road, Londen

Na eerder bescheiden tournees van Wings door Europese en Engelse zalen is de tijd rijp voor een schaalvergroting. Het streefdoel is een grootschalige tournee langs de stadiums van Noord-Amerika. Om er wat in te komen is alvast een tournee gepland door Australië, Nieuw Zeeland en Japan.

De volgende elpee staat dan ook helemaal in het teken van die tournee: veel elektrische gitaren, grootse gebaren, pompende bas…
Paul heeft zijn huiswerk goed gedaan: ‘Ik had zo goed als alles al geschreven voor we [de studio introkken]. Jimmy had ook een nummer geschreven met een vriend van hem. We waren met vakantie gegaan naar Jamaica en voor het eerst had ik alle nummers al geschreven: een rol van hier tot daar. […] Ik zette het ene nummer hier en het andere daar. Een beetje schuiven en zo. De enige keer dat ik zoiets had gedaan was de mini-opera van Abbey Road. Nooit eerder zat ik met vier papieren te verschuiven om ze in een goede volgorde te leggen.’

Om belastingtechnische redenen wil Paul graag weer in het buitenland gaan opnemen en de keuze valt op New Orleans, Louisiana. ‘Daar was ik nog nooit geweest. Ja, op tournee [met The Beatles], maar toen zagen we niets anders dan de binnenkant van een geblindeerd busje. Het enige dat ik me herinner van New Orleans is een vibrerend bed in het motel en dat het er snikheet was.’

Maar dan blijkt dat Denny Laine problemen heeft om een werkvergunning te krijgen voor de Verenigde Staten. Dus trekt Wings begin november 1974 maar naar de Abbey Road studio’s in Londen. Oude getrouwe Geoff Emerick is weer paraat om de techniek in goede banen te leiden.

Een week later krijgt Denny dan toch een bevestigend antwoord. Inmiddels staan basistracks op band van ‘Letting Go’, ‘Love In Song’, ‘Medicine Jar’ en een vroege versie van ‘Rock Show’. ‘Medicine Jar’ is geschreven door Jimmy, op een tekst van Colin Allen, de vroegere drummer van Stone The Crows.

Sea Saint, New Orleans

Op 10 januari 1975 vliegen de McCartney’s naar New York. Paul en Linda gaan er John bezoeken, om hem uit te nodigen te komen meespelen bij de opnamen van de nieuwe Wingselpee in New Orleans. Het idee om Paul weer aan het werk te zien in de studio spreekt John erg aan.
Terwijl ze daar zijn, belt David Bowie. Hij is in de Electric Lady studio’s en wil een cover opnemen van ‘Across The Universe’. John besluit even langs te gaan en vraagt Paul en Linda mee. Johns vriendin May Pang vertelt: ‘Bowie wou ons de tracks van zijn nieuwe elpee laten horen. Young Americans wou hij hem noemen. Hoewel John en ik de plaat al een paar keer hadden gehoord, liet hij de nummers horen aan Paul en Linda …Ik zag dat Paul zenuwachtig werd toen Bowie de nummers voor een derde keer wou afspelen. ‘Kun we naar iets anders luisteren?’ vroeg hij. David negeerde hem maar John greep in: ‘Hebt je niets anders dat ons zou kunnen interesseren?… David mompelt: ‘Als jullie mij even willen excuseren’ en verlaat de zaak.’
Om zich te excuseren biedt John later aan om mee te spelen op Davids coverversie.

Maar dit natuurlijk geheel terzijde. Back to business.

Na een weekje familiebezoek bij Linda’s vader in New York, verzamelt Wings in New Orleans, om er te repeteren en op te nemen in de Sea-Saint Studio. Geluidstechnicus is Alan O’Duffy.

Paul heeft speciaal voor de Sea-Saint Studio gekozen, omdat ‘Lady Marmalade’, de hit van Labelle er is opgenomen (beter gekend als ‘Voulez vous coucher avec moi, ce soir?’. Paul is vooral onder de indruk van de drumklank die producer Allen Toussaint heeft weten vast te leggen. Tousaint is trouwens mede-eigenaar van de studio.

Het materiaal is echter nog niet goed uitgepakt of het rommelt alweer binnen de gelederen: Geoff Britton stapt op. Het heeft nooit geklikt tussen hem en de twee gitaristen: Denny Laine en Jimmy McCulloch.
‘Ik was depressief,’ verklaart de drummer. ‘Ik zag er echt tegen op om naar New Orleans te gaan met hen. Het had een hoogtepunt in mijn leven moeten worden, maar ik voelde me rot en haatte het echt. Elke dag opnieuw was het een strijd om te overleven, om overeind te blijven. Denny kon erg wreed zijn. Hij en Jimmy waren zogezegd beste maatjes, drinkebroers, altijd samen op stap. Maar wanneer hij wat teveel op had, probeerde hij Jimmy een mes in de rug te steken. Een rotzak. Ik had hem op zijn bakkes moeten slaan. Ik heb spijt dat ik het niet gedaan heb.’

Jo Jo Patrie, de vrouw van Denny meent: ‘Het was een lieve kerel, maar hij had zich moeten beperken tot karate [zijn favoriete sport]. Hij was veel te braaf voor die bende, geloof me. Ik bedoel: hij rookte niet eens. En in de ogen van non-stop gebruikers als Paul en Linda is zoiets alleen al redden voor ontslag!’

Geoff geeft toe: ‘Ze vonden me te braaf. ‘[Denny en Jimmy] waren onbenullen. Goede muzikanten, maar ook niet meer. Ze hielden zich vooral bezig met zuipen en drugs gebruiken en daar deed ik niet natuurlijk aan mee. Op feestjes lagen de lijntjes coke klaar op tafel… al wat je wou was er. Na afloop kon niemand nog op zijn benen staan en dan mocht ik hun naar huis brengen. […] Misschien had ik McCulloch en Laine eens onder handen moeten nemen… Dan leefde Jimmy misschien nog en dan zaten we allemaal nog bij Wings.’

Op aanraden van Tony Dorsey wordt Joe English, een drummer uit Macon, Georgia, ter hulp ingeroepen. Met zijn band, Jam Factory heeft hij voorprogramma gespeeld voor Jimi Hendrix, the Grateful Dead en Janis Joplin. Die groep is echter gesplitst en nu was hij net aan het repeteren met Bonnie Bramlett.

Nu kunnen de opnamen eindelijk van start gaan. Er wordt iedere dag gewerkt vanaf 4 uur in de namiddag tot vroeg in de ochtend.
De nieuwe drummer voelt zich meteen op zijn gemak. ‘In de studio stond het je vrij om elke dag te komen en mee te doen aan de opnamen, het mixen, ideeën inbrengen… Paul gaf ons heel wat vrijheid. Natuurlijk, als hij vond dat iets op een bepaalde manier moest, zei hij het ook. In 99% van de gevallen volgde ik hem, omdat hij meestal gelijk had. Maar als ik een beter voorstel had, zei ik dat en dan deden we het zo.’

Ook Jimmy McCulloch bevestigt dat hij veel vrijheid heeft: ‘[Wat mijn gitaarspel betreft] voel ik me als een vis in het water. De gitaarpartijen zijn nooit vooraf vastgelegd. Je speelt puur op het gevoel, wanneer je een beetje in moet houden om de zang tot zijn recht te laten komen, of wanneer je eens lekker loos kunt gaan. Enkel het akkoordenschema staat vast, al de rest is improvisatie: je kunt je eigen interpretatie geven […]. Er is veel vrijheid. Je hebt een houvast: een harmonische structuur en de rest is gewoon uitproberen tijdens de repetities. Mocht iets niet passen, dan probeer je gewoon iets anders. Zo ontwikkel je – ik dus, feitelijk – iets dat past bij de band.’

Op een avond gaat Jimmy kijken naar een optreden van Dave Mason, de vroegere gitarist van Traffic. Na afloop gaat hij de man backstage opzoeken en nodigt hem uit naar de studio.
Er wordt er wat gezellig gejamd. Daaruit komt een outtake: ‘Crawl Of The Wild’.
Daarna wil Paul graag van zijn aanwezigheid gebruik maken om wat gitaar toe te voegen aan ‘Listen To What The Man Said’, een nummer waarin hij een geheide hit ziet, maar waarvan de opname maar niet wil klikken. Net zoals George Harrison dat in de laatste jaren van the Beatles graag placht te doen, wordt daarbij het geluid van Masons gitaar vervormd door het door een roterende speaker van een Leslie orgel te sturen.
Dan vragen ze zich af wat ze kunnen doen voor de solo. Iemand merkt op dat de bekende saxofonist Tom Scott in de buurt woont. Hij blijkt bereid om langs te komen. Sterker nog: een halfuurtje later is hij er al.
‘Daar was hij, met z’n sax,’ vertelt Paul. ‘Hij zette zich neer en speelde. De geluidstechnicus nam het op. Na afloop kwam hij [naar de controlekamer] en vroeg: ‘Heb je dat?’ We luisterden en het was fantastisch. Niet te geloven! We probeerden nog een paar takes, maar niets was zo goed als die eerste take.’
Achteraf blijven ze nog een paar uur napraten.

Dave en Paul

Dave en Paul

Ook andere bezoekers komen wel eens een potje meejammen, zoals Dr. John of Professor Longhair. Allen Toussaint speelt zelf ook mee op de nieuwe versie van ‘Rock Show’. Een jam met The Meters resulteert in het b-kantje ‘My Carnival’.
Andere outtakes zijn vooral instrumentaal ‘Sea Dance’, ‘Lunch Box/Odd Sox’, een nieuwe versie van ‘Tomorrow’. Wel zang hebben een nummertje van Linda: ‘New Orleans’ en een cover van ‘Baby Face’, opgenomen met de Young Tuxedo Brass Band.

Door het toevoegen van een blazerssectie aan vrijwel alle tracks krijgt het geheel een soulvol sausje. Trombonist Tony Dorsey, die Paul heeft overgehouden van de sessies in Nashville krijgt hierbij de leiding. Hij verzorgt de arrangementen en selecteert ook de muzikanten, voornamelijk uit New Orleans. Steve Howard bijvoorbeeld, is de man die trompet speelt op ‘Lady Marmalade’ en de elpee Southern Nights van Toussaint. Thaddeus Richard is te horen op alt sax, fluit en sopraan sax.

De sessies zijn afgelopen op 24 februari.
Jammer genoeg is John Lennon nooit komen opdagen. Die is inmiddels weer bij Yoko en zoekt geen enkel contact meer met andere muzikanten.

tijdens het Mardi Grass in New Orleans

tijdens het Mardi Grass in New Orleans

Wally Heider, Los Angeles

Voor het afwerken van het materiaal verhuist de hele bende naar de Westkust. In de Wally Heider Studios in Los Angeles worden backing vocals en strijkers toegevoegd. Daarna kunnen de tracks gemixt.

Paul besteedt veel aandacht aan de overgangen tussen de verschillende songs, vooral tussen ‘Listen To What The Man Said’ dat onafgebroken doorgaat in ‘Treat Her Gently/Lonely Old People’. Dat laatste bestaat op zichzelf al uit twee nummers.
‘Ik hou wel van dat stukje,’ verklapt Paul. ‘Ik dacht: niemand zal aanstoot nemen aan zo’n extra stukje.’
De laatste song ‘Crossroad Theme’ is een cover… van het thema van een populaire soapserie. ‘Een grapje,’ geeft Paul toe. ‘Britse humor. Misschien een beetje te Brits, maar ik wou het er toch graag op. Als je er niets van af weet, is het gewoon een afsluiter. […] Maar als je mee bent… Het komt vlak na ‘Lonely Old People’. […] Wat doen oude mensen? In Engeland kijken ze naar Crossroads. Het had net zo goed Coronation Street kunnen zijn, maar we kenden toevallig de akkoorden van Crossroads. Ik vond het gewoon grappig.’

De zender ITV kan er alvast mee lachen en gebruikt de versie van Wings zelfs even in plaats van hun gewone eindtune.

Op 24 maart viert Wings het afronden van het werk met een feest in stijl: aan boord van het cruiseschip Queen Mary, in de haven van Long Beach, Californië. Onder de 200 gasten treffen we George Harrison, Bob Dylan, Joni Mitchell, Carole King, Marvin Gaye, The Faces, Phil Everly, The Jackson Five, Led Zeppelin, Dean Martin, Ryan en Tatum O’Neil, Tony Curtis, Cher, de vroegere Monkees Mickey Dolenz en Davy Jones, Derek Taylor en Mal Evans. Voor het muzikaal vermaak zorgen Lee Dorsey, Ernie K-Doe, Professor Longhair, The Meters en Chocolate Milk. De set van Professor Longhair wordt later uitgebracht op de elpee Live On The Queen Mary.

Live-On-The-Queen-Mary-cover

Venus and Mars

Na het succes van Band on the Run zijn de verwachtingen hoog gespannen voor de opvolger. Vooral ook omdat die zolang op zich heeft laten wachten: bijna anderhalf jaar.

De eerste tekenen zijn alvast positief: de eerste single, ‘Listen To What the Man Said’ verschijnt midden mei 1975. Topnotering in de Verenigde Staten, 6 in Engeland en top 20 in Nederland en Vlaanderen.

https://www.youtube.com/watch?v=kRT3V-q_gBI

Paul heeft alvast voldoende vertrouwen herwonnen om de groepsnaam weer in te korten tot Wings. ‘Paul McCartney and Wings heb ik altijd vervelend gevonden. Het was ook nooit Paul McCartney and the Beatles, Paul McCartney and the Quarrymen, of Paul McCartney and the Moondogs. Wings is korter en gemakkelijker uit te spreken. Iedereen weet trouwens wel dat ik in de groep zit.’

De elpee Venus and Mars verschijnt twee weken later. De recensies zijn overwegend lovend (alhoewel hier en daar toch wordt geopperd dat Band on the Run beter was.) De verkoop is schitterend: weliswaar maar één week wereldwijd de best verkochte elpee, maar wel 77 weken lang in de Amerikaanse hitlijst.

Er volgen nog twee singles (‘Letting Go’ en ‘Venus and Mars/Rock Show’), maar die doen het minder goed.

https://www.youtube.com/watch?v=2Rjq0mT3p_I

https://www.youtube.com/watch?v=sn-Cu_NoH4U

De voornaamste kritiek behelst de dikwijls niets-zeggende teksten. Zo zijn Magneto, Titanium Man en Crimson Dynamo slechteriken uit de Marvel stripverhalen.
Over de titelsong vertelt Paul: ‘Het nummer ‘Venus and Mars’ gaat over een niet-bestaande vriend die een vriendin heeft die geïnteresseerd is in astrologie – zo eentje die eerst je sterrenbeeld moet weten voor ze goeiendag zegt. Meer moet je er niet achter zoeken.’
‘Letting Go’ is dan weer de zoveelste ode aan vrouwtje Linda.

Kortom, vrij vertaald luidt de kritiek: “too many silly love songs”.

Juniors_farm_spain

Opgenomen: juli 1974 in Sound Shop studio in Nashville, Tennessee

Uitgebracht:
18 oktober 1974: The Country Hams single: ‘Walking In The Park With Eloise’ ( James McCartney)/’Bridge Over The River Suite’
25 oktober 1974: Paul McCartney and Wings single: ‘Junior’s Farm’/’Sally G’

6 december 1980: op Denny Laine elpee Japanese Tears: ‘Send Me The Heart’
26 oktober 1998: op Linda McCartney cd Wide Prairie: ‘Wide Prairie’

Met zowel Band On The Run als een aantal singles wereldwijd aan de top van de hitlijsten is de tijd rijp voor een tournee door de Verenigde Staten. Als trio is Wings echter wat te mager voor zo’n grootscheeps project. Dus moet Paul op zoek naar nieuwe bandleden: een sologitarist en een drummer.

De Schot Jimmy McCulloch is pas 20, maar heeft er toch al een hele carrière opzitten. Als 16-jarige had hij een dikke hit met Thunderclap Newman: ‘Something in the Air’. Vervolgens was hij even de sologitarist bij John Mayall, stapte dan over naar Blue en verving Les Harvey in Stone the Crows.
Over hoe hij bij de band kwam, vertelt Jimmy: “Ik heb Paul voor het eerst ontmoet in de Kingsway Studio waar hij Band on the Run aan het mixen was (oktober 1973). Ik was er aan het werk aan een solo elpee. […] Iemand van de studio vertelde me dat Paul op zoek was naar een gitarist voor sessiewerk. Ik ging met hem mee om eens te babbelen, maar het was als in een droom. Paul was honderduit aan het praten en ik bleef maar staren: Christus! Een echte Beatle! En hij praat tegen me alsof ik belangrijk ben. ”
Jimmy gaat graag in op het aanbod van Paul: ‘Ik ben het beu om van band naar band te verhuizen. Ik wil iets vastleggen dat succesvol is, in plaats van maar aan te modderen in telkens in van die bandjes te zitten waar maar een paar mensen naar luisteren.’

Voor een plaats achter het drumstel wordt een Ier gerekruteerd: David Lutton, uit de band van Steve Ellis, die op zijn beurt vooral bekendheid verwierf als zanger van Love Affair.

Paul beslist niet over één nacht ijs te gaan en de bandleden wat aan mekaar te laten wennen. Naast twee sessies in Parijs, waarbij enkele nummers van Linda worden vastgelegd, test hij de vernieuwde Wings ook uit bij de opnamen van de elpee McGear*. Mike McGear heet eigenlijk Mike McCartney en is de jongere broer van Paul. Samen de Liverpoolse dichter Roger McCough en John Gorman maakt hij deel uit van de groep The Scaffold (vooral bekend van de noveltyhit ‘Lily The Pink’ – het origineel van de carnavalskraker ‘Drinke totteme zinke’). Voor de elpee schrijven de broers samen vijf songs, Paul schrijft er bovendien twee in zijn eentje, plus één met de McGough. Paul doet ook de productie, en de muziek wordt verzorgd door Wings.

Na afloop van die sessies stapt Lutton echter op. Hij krijgt een aanbod om te gaan drummer bij T. Rex, de band van Marc Bolan. Dus houdt Paul, op 26 april 1974 audities voor een nieuwe drummer. Geoff Britton wordt geselecteerd uit de vijftig kandidaten. De man is karate-expert en houdt er een gezonde levensstijl op na: niet roken, niet drinken.

Zeven weken in Nashville

In mei 1974 krijgt Buddy Killen, directeur van de muziekuitgeverij Tree Publishing een telefoontje van zijn advocaat, Lee Eastman . Eastman is op zoek naar een tijdelijk verblijf voor zijn schoonzoon, Paul McCartney. “Wat zou je er van vinden als Paul naar Nashville kwam? En zou jij hem kunnen opvangen?’
Killen moet vooreerst op zoek naar een geschikt onderkomen voor zijn gasten. ‘Ze zochten iets op de buiten – een farm’, zegt hij. ‘Maar wanneer je op zoek gaat naar iets voor zeven weken, dan weten ze niet voor wie het is, maar wel dat het iemand is met geld. Iemand zei: “Natuurlijk kun je mijn farm afhuren voor zeven weken. Ik vraag $200,000 dan kan ik het ineens afbetalen.”

Ten einde raad wendt Killen aan een van zijn beste schrijvers, Curly Putman. De man zit er warmpjes in, dankzij successen als ‘The Green, Green Grass of Home’, D-I-V-O-R-C-E’ en (samen met Bobby Braddock) ‘He Stopped Loving Her Today’. Putman heeft een farm van 54 ha in Lebanon, zo’n 40 km buiten Nashville. Killen stelt Curly en diens vrouw voor om, met het geld, eens lekker lang met vakantie te gaan in Hawaii. Dat zien ze wel zitten.

De bedoeling van Paul is om, in een relaxte omgeving, mekaar wat te leren kennen, wat te repeteren voor de wereldtournee en tegelijk wat van de sfeer van de omgeving op te snuiven.

Het gezelschap arriveert op 6 juni 1974. Paul, Linda en hun drie dochters verblijven in het hoofdgebouw, terwijl Denny, Jimmy en Geoff, plus road manager Alan Crowder in een bijbouw worden ondergebracht. De garage is ingericht als repetitielokaal.

Het is er erg rustig. ‘Ze leken het er naar hun zin te hebben‘, meent Putnam, die hen ontvangt. ‘Ze konden er paardrijden, zwemmen in de vijver die ik er had laten aanleggen….’
Niet iedereen is echter even enthousiast. ‘We zaten in een plaats met de naam Lebanon’, vertelt Geoff, ‘Droog gebied: sterke drank was er verboden, dus werd er in de bergen overal illegaal gestookt. In het stadje zag je kerels met versleten pick-up trucks, die de hele dag niets beters te doen hadden dan wat in een stukje hout te kerven. Het was alsof we in een film terecht kwamen.’

Misschien speelt de verveling een rol, maar ze zijn amper een week samen of er zijn al spanningen tussen de groepsleden. ‘Tijdens het repeteren ontstond er een controverse,’ gaat Geoff verder. ‘Iedereen was wat stoned en het liep uit de hand. Jimmy beledigde Linda en er vloeiden traantjes. Ik heb Jimmy gezegd wat ik van hem dacht.’
McCulloch geeft toe: ‘Ik doe soms wat raar. Onvolwassen, denk ik. Met muziek heb ik hopen ervaring, maar levenservaring… met mensen omgaan, weten wanneer je je mond moet houden en zo, daar ben ik niet goed in. […] Dat kan mensen al eens op stang jagen.’
De drummer heeft genoeg van dat branieventje en wil onmiddellijk opstappen. Maar Paul en Linda dringen er bij hem op aan niets overhaast te beslissen. Om het groepsgevoel te versterken verhuizen de groepsleden ook naar het hoofdgebouw. Dat helpt om de spanning wat te verminderen.

Denny Laine, Linda McCartney, Paul McCartney, Geoff Britton en Jimmy McCulloch

Denny Laine, Linda McCartney, Paul McCartney, Geoff Britton en Jimmy McCulloch

* * *

Paul maakt van de gelegenheid gebruik om wat collega’s die in de buurt wonen, te gaan bezoeken. Johnny Cash bijvoorbeeld, Bill Monroe – de vader van de Bluegrass – en Chet Atkins, de legendarische gitarist en producer die, samen met Owen Bradley een van de architecten is van de Nashville Sound. Paul en Linda gaan ook een regelmatig naar de legendarisch concertzaal Grand Ole Opry, waar ze Monroe aan het werk zien en het allerlaatste optreden bijwonen van Dolly Parton en Porter Wagoner.

De familie McCartney bij Dolly en Porter.

De familie McCartney bij Dolly en Porter.

* * *

Vanaf begin juli werkt Wings gedurende twee weken in de Sound Shop studio in Nashville, aan een half dozijn songs.
‘Eigenlijk mocht hij geen opnamen maken,’ weet Killen, ‘want ze hadden geen werkvergunning. Maar ik had toevallig een studio ter beschikking. Het was niet de bedoeling om de wet te overtreden. Het kwam zo uit.’
‘Buddy kennende heeft hij er zeker voor gezorgd dat Paul wist dat hij een studio ter beschikking had, mocht hij willen opnemen’, lacht Ernie Winfrey, de vaste geluidstechnicus van de studio.
Winfrey is er aan het werk, wanneer hij plots oog in oog staat met de ex-Beatle. ‘Ze kwamen langs de achterdeur. […] Paul wuifde eens en hij en Linda gingen zitten, wachten tot we klaar waren. Na afloop van de sessie introduceerde Buddy me. Ik stond te bibberen op mijn benen.’

De directe aanleiding voor de sessies is een bezoekje aan gitarist Chet Atkins. Paul en Linda zijn er uitgenodigd voor een diner. Na het eten komen er gitaren te voorschijn. Afwisselend brengen beide muzikanten wat nummers. Daarbij brengt Paul ‘Walking in the Park with Eloise’, een nummer in Dixielandstijl. ‘Dit is er eentje dat mijn vader heeft geschreven’, legt Paul uit. ‘Lang geleden.’
‘Hij vertelde me dat hij het ooit wou opnemen’, herinnert Atkins zich in 1998. ‘Ik zei hem dat zoiets een prachtig cadeau zou zijn voor zijn vader.’

Paul op bezoek bij Chet

Paul op bezoek bij Chet

Enkele dagen later belt Paul hem op, om te zeggen dat hij zijn raad gaat opvolgen. ‘Ik trommelde wat muzikanten op’, gaat Chet verder, ‘mensen waarvan ik dacht dat ze goed zouden zijn voor het nummer.’

De muzikanten die Chet er bij haalt zijn niet van de minsten: pianist Floyd Cramer (de man die de toetsen beroerde op ‘Heartbreak Hotel’) en Bobby Thompson op banjo en slaggitaar. Winfrey vertelt dat Paul, behalve bas, ook nog iets anders bespeelde tijdens de sessie. ‘Hij had een oud wasbord gevonden in een klein winkeltje naast het Loveless Café.’ Naar skiffletraditie gebruikte hij ‘[…]het als een ritme instrument door met vingerhoedjes op zijn vingers over het geribbelde oppervlak te schrapen.‘

De geluidstechnicus die nochtans ervaring heeft met countrysterren als Marty Robbins, Eddy Arnold, Dolly Parton, Johnny Rivers en Willie Nelson, maar ook met rhythm & blues artiesten als Otis Blackwell, Wilson Pickett, is onder de indruk van Paul: ‘Als zanger is hij absoluut top. […] Hem daar zo zien staan aan de microfoon, zoals je je hem herinnert van bij de Ed Sullivan Show… Ik kon het haast niet geloven: gebeurt dit echt? En zijn basspel… ongehoord! […] Elke noot was kristalhelder. Ik hoefde niets bij te regelen. Het kon zo op band.‘

Winfrey verklaart dat Paul pas relaxte wanneer het werk er op zat: ‘Na afloop kwam hij bij me zitten om naar de playbacks te luisteren. Dan pas kwam er een glas whisky-cola bij te pas.’

De sfeer van Nashville inspireert Paul tot het schrijven van een song in de countrytraditie: ‘Sally G’. Voor het op band zetten daarvan, vult hij Wings aan, met enkele muzikanten uit het A-team: banjospeler Bobby Thompson kennen we al, maar nieuw is steel gitarist Lloyd Green – een man die 400 sessies per jaar doet, voor iedereen van Faron Young tot The Byrds. Backing vocals worden verzorgd door The Cates Sisters: Marcy en Margie.
Fiddles mogen natuurlijk niet ontbreken. Daarvoor zorgen de adelijke heren Johnny Gimble (King of Texas Swing) en Vassar Clements (King of Hillbilly Jazz). De samenwerking verloopt prima. Volgens Winfrey stond Paul open voor suggesties. ‘….dat stelde de spelers uit Nashville op hun gemak. Iedereen kwam met ideeën.’

‘Hij was verrast door de snelle manier van werken in Nashville’, meent Green. ‘In de regel deden we drie à vier songs in een drie-uur durende sessie. Het was fijn om nu eens de hele tijd te bekunnen besteden aan één enkel nummer.’

Na afloop van de sessie stelt Paul aan Green voor om met Wings op tournee te gaan. ‘Dan brengen we samen elke keer een kwartiertje lang uitsluitend country. Jij en ik samen. Maximaal vier muzikanten en pure country.’
Green legt echter uit dat zoveel sessiewerk heeft dat hij onmogelijk zoveel tijd kan vrijmaken om op tournee te gaan. Achteraf heeft hij spijt van zijn antwoord: ‘Ik weet nog niet waarom ik er niet op in ben gegaan. Ik denk dat ik schrik had om er twee maanden tussen uit te zijn en dan vast te moeten stellen dat de mensen me niet meer nodig hadden.’

Anders zit het met de man die de arrangementen voor de blazers verzorgt. Tony Dorsey is een trombonist uit New Orleans, die steeds present is om de R&B opnamen in de Sound Shop op te leuken. Hij gaat graag in op Pauls aanbod en zal de leiding van de blazerssectie op zich nemen tijdens Wings Over The World tournee.

Verder wordt er ook nog wat nummers van Linda en Denny opgenomen. Dat van Linda heet ‘Proud Mum’ en die van Denny Laine, ’Send Me The Heart’ – ‘Sentimenteel genoeg om door te gaan voor een echt countrynummer,’ meent Winfrey.
Verder worden enkele oudere opnamen afgewerkt. Green voegt steelgitaar toe aan ‘Hey Diddle’ (van de Ram-sessies) – ‘Het meest Beatlesachtige nummer waaraan we werkten,’ volgens Winfrey.
‘Bridge Over The River Suite’ en ‘Wide Prairie’, twee nummers van de sessies in Parijs (november ‘73) krijgen overdubs van een zeskoppige blazerssectie, onder leiding van Tony Dorsey.

Het belangrijkste nummer van de sessies is echter een pittige rocker: ‘Junior’s Farm’, geïnspireerd door Bob Dylans ‘Maggie’s Farm’ en hun tijdelijke verblijfplaats – de bijnaam van Curly Putman is ‘Junior’. De tekst, geeft Paul toe, is niet meer dan ‘wat goed klinkende zinnen’, met verwijzingen naar Eskimos, zeeleeuwen en Oliver Hardy.

Winfrey herinnert zich dat Paul en Linda erg close waren. ‘Wanneer ze naar een playback luisterden, zat de een steeds bij de ander op schoot. Ik denk dat Pauls houding ten opzichte van Linda veel over hem verteld. Hij was bereid al die kritiek er bij te nemen omdat hij zijn vouw bij de band wou. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe geduldig hij was met haar. Van de andere kant: ze pikte snel iets op: hij zong iets voor en zij kon het meteen nazingen.’

Over Jimmy McCulloch is Winfrey minder te spreken: ‘Uitstekend gitarist, maar een enorme klootzak.’ De jongeman heeft problemen met drugs, loopt regelmatig weg tijdens een sessie, werpt een cola flesje naar het raam van de controle kamer en wordt gearresteerd voor roekeloos rijden. Killen kan vermijden dat hij achter de tralies verdwijnt, maar het incident zal hem later heel wat problemen bezorgen om de States binnen te mogen voor de Wings Over America tournee.

* * *

Half juli vliegen de bandleden weer naar Londen. Paul en zijn familie passeren eerst langs New York, waar ze John Lennon en diens vriendin May Pang een bezoekje gaan brengen.

* * *

Het resultaat van de Nashvillesessies verschijnt in oktober 1974 op twee 45-toeren plaatjes.

‘Junior’s Farm’/’Sally G’ is de krachtige nieuwe single van Paul McCartney and Wings. In Engeland is een 16de plaats de hoogste notering.
Het plaatje doet het een stuk beter in de Verenigde Staten waar het de top 3 haalt. Bovendien bereikt de b-kant er ook een mooie 17de plaats.

Een week eerder dan de nieuwe Wingssingle verschijnen ‘Walking In The Park With Eloise’ en ’Bridge Over The River Suite’ onder de noemer The Country Hams. Omdat niemand weet dat het om Paul McCartney gaat verdwijnen de twee instrumentaaltjes geruisloos in de koopjesbakken.

In 1984 vertelt Paul aan Playboy: ‘Ik zei tegen mijn vader: Jij krijgt alle auteursrechten. Jij hebt het geschreven, we gaan het voor je uitgeven en dus krijg jij de cheques. Maar hij antwoordde: ‘Ik heb het niet geschreven, jongen.’
Ik dacht: verdorie. Daar komen problemen van.
Maar toen zei hij: ‘Ik heb het bedacht, maar ik heb het niet geschreven.’ Hij bedoelde dat hij geen muziek kon noteren. Ik ook niet trouwens. Ik kan ook geen muziek neerschrijven. Ik bedenk het ook maar.’