Juniors_farm_spain

Opgenomen: juli 1974 in Sound Shop studio in Nashville, Tennessee

Uitgebracht:
18 oktober 1974: The Country Hams single: ‘Walking In The Park With Eloise’ ( James McCartney)/’Bridge Over The River Suite’
25 oktober 1974: Paul McCartney and Wings single: ‘Junior’s Farm’/’Sally G’

6 december 1980: op Denny Laine elpee Japanese Tears: ‘Send Me The Heart’
26 oktober 1998: op Linda McCartney cd Wide Prairie: ‘Wide Prairie’

Met zowel Band On The Run als een aantal singles wereldwijd aan de top van de hitlijsten is de tijd rijp voor een tournee door de Verenigde Staten. Als trio is Wings echter wat te mager voor zo’n grootscheeps project. Dus moet Paul op zoek naar nieuwe bandleden: een sologitarist en een drummer.

De Schot Jimmy McCulloch is pas 20, maar heeft er toch al een hele carrière opzitten. Als 16-jarige had hij een dikke hit met Thunderclap Newman: ‘Something in the Air’. Vervolgens was hij even de sologitarist bij John Mayall, stapte dan over naar Blue en verving Les Harvey in Stone the Crows.
Over hoe hij bij de band kwam, vertelt Jimmy: “Ik heb Paul voor het eerst ontmoet in de Kingsway Studio waar hij Band on the Run aan het mixen was (oktober 1973). Ik was er aan het werk aan een solo elpee. […] Iemand van de studio vertelde me dat Paul op zoek was naar een gitarist voor sessiewerk. Ik ging met hem mee om eens te babbelen, maar het was als in een droom. Paul was honderduit aan het praten en ik bleef maar staren: Christus! Een echte Beatle! En hij praat tegen me alsof ik belangrijk ben. ”
Jimmy gaat graag in op het aanbod van Paul: ‘Ik ben het beu om van band naar band te verhuizen. Ik wil iets vastleggen dat succesvol is, in plaats van maar aan te modderen in telkens in van die bandjes te zitten waar maar een paar mensen naar luisteren.’

Voor een plaats achter het drumstel wordt een Ier gerekruteerd: David Lutton, uit de band van Steve Ellis, die op zijn beurt vooral bekendheid verwierf als zanger van Love Affair.

Paul beslist niet over één nacht ijs te gaan en de bandleden wat aan mekaar te laten wennen. Naast twee sessies in Parijs, waarbij enkele nummers van Linda worden vastgelegd, test hij de vernieuwde Wings ook uit bij de opnamen van de elpee McGear*. Mike McGear heet eigenlijk Mike McCartney en is de jongere broer van Paul. Samen de Liverpoolse dichter Roger McCough en John Gorman maakt hij deel uit van de groep The Scaffold (vooral bekend van de noveltyhit ‘Lily The Pink’ – het origineel van de carnavalskraker ‘Drinke totteme zinke’). Voor de elpee schrijven de broers samen vijf songs, Paul schrijft er bovendien twee in zijn eentje, plus één met de McGough. Paul doet ook de productie, en de muziek wordt verzorgd door Wings.

Na afloop van die sessies stapt Lutton echter op. Hij krijgt een aanbod om te gaan drummer bij T. Rex, de band van Marc Bolan. Dus houdt Paul, op 26 april 1974 audities voor een nieuwe drummer. Geoff Britton wordt geselecteerd uit de vijftig kandidaten. De man is karate-expert en houdt er een gezonde levensstijl op na: niet roken, niet drinken.

Zeven weken in Nashville

In mei 1974 krijgt Buddy Killen, directeur van de muziekuitgeverij Tree Publishing een telefoontje van zijn advocaat, Lee Eastman . Eastman is op zoek naar een tijdelijk verblijf voor zijn schoonzoon, Paul McCartney. “Wat zou je er van vinden als Paul naar Nashville kwam? En zou jij hem kunnen opvangen?’
Killen moet vooreerst op zoek naar een geschikt onderkomen voor zijn gasten. ‘Ze zochten iets op de buiten – een farm’, zegt hij. ‘Maar wanneer je op zoek gaat naar iets voor zeven weken, dan weten ze niet voor wie het is, maar wel dat het iemand is met geld. Iemand zei: “Natuurlijk kun je mijn farm afhuren voor zeven weken. Ik vraag $200,000 dan kan ik het ineens afbetalen.”

Ten einde raad wendt Killen aan een van zijn beste schrijvers, Curly Putman. De man zit er warmpjes in, dankzij successen als ‘The Green, Green Grass of Home’, D-I-V-O-R-C-E’ en (samen met Bobby Braddock) ‘He Stopped Loving Her Today’. Putman heeft een farm van 54 ha in Lebanon, zo’n 40 km buiten Nashville. Killen stelt Curly en diens vrouw voor om, met het geld, eens lekker lang met vakantie te gaan in Hawaii. Dat zien ze wel zitten.

De bedoeling van Paul is om, in een relaxte omgeving, mekaar wat te leren kennen, wat te repeteren voor de wereldtournee en tegelijk wat van de sfeer van de omgeving op te snuiven.

Het gezelschap arriveert op 6 juni 1974. Paul, Linda en hun drie dochters verblijven in het hoofdgebouw, terwijl Denny, Jimmy en Geoff, plus road manager Alan Crowder in een bijbouw worden ondergebracht. De garage is ingericht als repetitielokaal.

Het is er erg rustig. ‘Ze leken het er naar hun zin te hebben‘, meent Putnam, die hen ontvangt. ‘Ze konden er paardrijden, zwemmen in de vijver die ik er had laten aanleggen….’
Niet iedereen is echter even enthousiast. ‘We zaten in een plaats met de naam Lebanon’, vertelt Geoff, ‘Droog gebied: sterke drank was er verboden, dus werd er in de bergen overal illegaal gestookt. In het stadje zag je kerels met versleten pick-up trucks, die de hele dag niets beters te doen hadden dan wat in een stukje hout te kerven. Het was alsof we in een film terecht kwamen.’

Misschien speelt de verveling een rol, maar ze zijn amper een week samen of er zijn al spanningen tussen de groepsleden. ‘Tijdens het repeteren ontstond er een controverse,’ gaat Geoff verder. ‘Iedereen was wat stoned en het liep uit de hand. Jimmy beledigde Linda en er vloeiden traantjes. Ik heb Jimmy gezegd wat ik van hem dacht.’
McCulloch geeft toe: ‘Ik doe soms wat raar. Onvolwassen, denk ik. Met muziek heb ik hopen ervaring, maar levenservaring… met mensen omgaan, weten wanneer je je mond moet houden en zo, daar ben ik niet goed in. […] Dat kan mensen al eens op stang jagen.’
De drummer heeft genoeg van dat branieventje en wil onmiddellijk opstappen. Maar Paul en Linda dringen er bij hem op aan niets overhaast te beslissen. Om het groepsgevoel te versterken verhuizen de groepsleden ook naar het hoofdgebouw. Dat helpt om de spanning wat te verminderen.

Denny Laine, Linda McCartney, Paul McCartney, Geoff Britton en Jimmy McCulloch

Denny Laine, Linda McCartney, Paul McCartney, Geoff Britton en Jimmy McCulloch

* * *

Paul maakt van de gelegenheid gebruik om wat collega’s die in de buurt wonen, te gaan bezoeken. Johnny Cash bijvoorbeeld, Bill Monroe – de vader van de Bluegrass – en Chet Atkins, de legendarische gitarist en producer die, samen met Owen Bradley een van de architecten is van de Nashville Sound. Paul en Linda gaan ook een regelmatig naar de legendarisch concertzaal Grand Ole Opry, waar ze Monroe aan het werk zien en het allerlaatste optreden bijwonen van Dolly Parton en Porter Wagoner.

De familie McCartney bij Dolly en Porter.

De familie McCartney bij Dolly en Porter.

* * *

Vanaf begin juli werkt Wings gedurende twee weken in de Sound Shop studio in Nashville, aan een half dozijn songs.
‘Eigenlijk mocht hij geen opnamen maken,’ weet Killen, ‘want ze hadden geen werkvergunning. Maar ik had toevallig een studio ter beschikking. Het was niet de bedoeling om de wet te overtreden. Het kwam zo uit.’
‘Buddy kennende heeft hij er zeker voor gezorgd dat Paul wist dat hij een studio ter beschikking had, mocht hij willen opnemen’, lacht Ernie Winfrey, de vaste geluidstechnicus van de studio.
Winfrey is er aan het werk, wanneer hij plots oog in oog staat met de ex-Beatle. ‘Ze kwamen langs de achterdeur. […] Paul wuifde eens en hij en Linda gingen zitten, wachten tot we klaar waren. Na afloop van de sessie introduceerde Buddy me. Ik stond te bibberen op mijn benen.’

De directe aanleiding voor de sessies is een bezoekje aan gitarist Chet Atkins. Paul en Linda zijn er uitgenodigd voor een diner. Na het eten komen er gitaren te voorschijn. Afwisselend brengen beide muzikanten wat nummers. Daarbij brengt Paul ‘Walking in the Park with Eloise’, een nummer in Dixielandstijl. ‘Dit is er eentje dat mijn vader heeft geschreven’, legt Paul uit. ‘Lang geleden.’
‘Hij vertelde me dat hij het ooit wou opnemen’, herinnert Atkins zich in 1998. ‘Ik zei hem dat zoiets een prachtig cadeau zou zijn voor zijn vader.’

Paul op bezoek bij Chet

Paul op bezoek bij Chet

Enkele dagen later belt Paul hem op, om te zeggen dat hij zijn raad gaat opvolgen. ‘Ik trommelde wat muzikanten op’, gaat Chet verder, ‘mensen waarvan ik dacht dat ze goed zouden zijn voor het nummer.’

De muzikanten die Chet er bij haalt zijn niet van de minsten: pianist Floyd Cramer (de man die de toetsen beroerde op ‘Heartbreak Hotel’) en Bobby Thompson op banjo en slaggitaar. Winfrey vertelt dat Paul, behalve bas, ook nog iets anders bespeelde tijdens de sessie. ‘Hij had een oud wasbord gevonden in een klein winkeltje naast het Loveless Café.’ Naar skiffletraditie gebruikte hij ‘[…]het als een ritme instrument door met vingerhoedjes op zijn vingers over het geribbelde oppervlak te schrapen.‘

De geluidstechnicus die nochtans ervaring heeft met countrysterren als Marty Robbins, Eddy Arnold, Dolly Parton, Johnny Rivers en Willie Nelson, maar ook met rhythm & blues artiesten als Otis Blackwell, Wilson Pickett, is onder de indruk van Paul: ‘Als zanger is hij absoluut top. […] Hem daar zo zien staan aan de microfoon, zoals je je hem herinnert van bij de Ed Sullivan Show… Ik kon het haast niet geloven: gebeurt dit echt? En zijn basspel… ongehoord! […] Elke noot was kristalhelder. Ik hoefde niets bij te regelen. Het kon zo op band.‘

Winfrey verklaart dat Paul pas relaxte wanneer het werk er op zat: ‘Na afloop kwam hij bij me zitten om naar de playbacks te luisteren. Dan pas kwam er een glas whisky-cola bij te pas.’

De sfeer van Nashville inspireert Paul tot het schrijven van een song in de countrytraditie: ‘Sally G’. Voor het op band zetten daarvan, vult hij Wings aan, met enkele muzikanten uit het A-team: banjospeler Bobby Thompson kennen we al, maar nieuw is steel gitarist Lloyd Green – een man die 400 sessies per jaar doet, voor iedereen van Faron Young tot The Byrds. Backing vocals worden verzorgd door The Cates Sisters: Marcy en Margie.
Fiddles mogen natuurlijk niet ontbreken. Daarvoor zorgen de adelijke heren Johnny Gimble (King of Texas Swing) en Vassar Clements (King of Hillbilly Jazz). De samenwerking verloopt prima. Volgens Winfrey stond Paul open voor suggesties. ‘….dat stelde de spelers uit Nashville op hun gemak. Iedereen kwam met ideeën.’

‘Hij was verrast door de snelle manier van werken in Nashville’, meent Green. ‘In de regel deden we drie à vier songs in een drie-uur durende sessie. Het was fijn om nu eens de hele tijd te bekunnen besteden aan één enkel nummer.’

Na afloop van de sessie stelt Paul aan Green voor om met Wings op tournee te gaan. ‘Dan brengen we samen elke keer een kwartiertje lang uitsluitend country. Jij en ik samen. Maximaal vier muzikanten en pure country.’
Green legt echter uit dat zoveel sessiewerk heeft dat hij onmogelijk zoveel tijd kan vrijmaken om op tournee te gaan. Achteraf heeft hij spijt van zijn antwoord: ‘Ik weet nog niet waarom ik er niet op in ben gegaan. Ik denk dat ik schrik had om er twee maanden tussen uit te zijn en dan vast te moeten stellen dat de mensen me niet meer nodig hadden.’

Anders zit het met de man die de arrangementen voor de blazers verzorgt. Tony Dorsey is een trombonist uit New Orleans, die steeds present is om de R&B opnamen in de Sound Shop op te leuken. Hij gaat graag in op Pauls aanbod en zal de leiding van de blazerssectie op zich nemen tijdens Wings Over The World tournee.

Verder wordt er ook nog wat nummers van Linda en Denny opgenomen. Dat van Linda heet ‘Proud Mum’ en die van Denny Laine, ’Send Me The Heart’ – ‘Sentimenteel genoeg om door te gaan voor een echt countrynummer,’ meent Winfrey.
Verder worden enkele oudere opnamen afgewerkt. Green voegt steelgitaar toe aan ‘Hey Diddle’ (van de Ram-sessies) – ‘Het meest Beatlesachtige nummer waaraan we werkten,’ volgens Winfrey.
‘Bridge Over The River Suite’ en ‘Wide Prairie’, twee nummers van de sessies in Parijs (november ‘73) krijgen overdubs van een zeskoppige blazerssectie, onder leiding van Tony Dorsey.

Het belangrijkste nummer van de sessies is echter een pittige rocker: ‘Junior’s Farm’, geïnspireerd door Bob Dylans ‘Maggie’s Farm’ en hun tijdelijke verblijfplaats – de bijnaam van Curly Putman is ‘Junior’. De tekst, geeft Paul toe, is niet meer dan ‘wat goed klinkende zinnen’, met verwijzingen naar Eskimos, zeeleeuwen en Oliver Hardy.

Winfrey herinnert zich dat Paul en Linda erg close waren. ‘Wanneer ze naar een playback luisterden, zat de een steeds bij de ander op schoot. Ik denk dat Pauls houding ten opzichte van Linda veel over hem verteld. Hij was bereid al die kritiek er bij te nemen omdat hij zijn vouw bij de band wou. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe geduldig hij was met haar. Van de andere kant: ze pikte snel iets op: hij zong iets voor en zij kon het meteen nazingen.’

Over Jimmy McCulloch is Winfrey minder te spreken: ‘Uitstekend gitarist, maar een enorme klootzak.’ De jongeman heeft problemen met drugs, loopt regelmatig weg tijdens een sessie, werpt een cola flesje naar het raam van de controle kamer en wordt gearresteerd voor roekeloos rijden. Killen kan vermijden dat hij achter de tralies verdwijnt, maar het incident zal hem later heel wat problemen bezorgen om de States binnen te mogen voor de Wings Over America tournee.

* * *

Half juli vliegen de bandleden weer naar Londen. Paul en zijn familie passeren eerst langs New York, waar ze John Lennon en diens vriendin May Pang een bezoekje gaan brengen.

* * *

Het resultaat van de Nashvillesessies verschijnt in oktober 1974 op twee 45-toeren plaatjes.

‘Junior’s Farm’/’Sally G’ is de krachtige nieuwe single van Paul McCartney and Wings. In Engeland is een 16de plaats de hoogste notering.
Het plaatje doet het een stuk beter in de Verenigde Staten waar het de top 3 haalt. Bovendien bereikt de b-kant er ook een mooie 17de plaats.

Een week eerder dan de nieuwe Wingssingle verschijnen ‘Walking In The Park With Eloise’ en ’Bridge Over The River Suite’ onder de noemer The Country Hams. Omdat niemand weet dat het om Paul McCartney gaat verdwijnen de twee instrumentaaltjes geruisloos in de koopjesbakken.

In 1984 vertelt Paul aan Playboy: ‘Ik zei tegen mijn vader: Jij krijgt alle auteursrechten. Jij hebt het geschreven, we gaan het voor je uitgeven en dus krijg jij de cheques. Maar hij antwoordde: ‘Ik heb het niet geschreven, jongen.’
Ik dacht: verdorie. Daar komen problemen van.
Maar toen zei hij: ‘Ik heb het bedacht, maar ik heb het niet geschreven.’ Hij bedoelde dat hij geen muziek kon noteren. Ik ook niet trouwens. Ik kan ook geen muziek neerschrijven. Ik bedenk het ook maar.’

Advertenties