VenusandMarsalbumcover

Opnamen:
– november 1974 – Abbey Road Studios, Londen
– 16 januari tot 24 februari 1975: Sea-Saint Studios, New Orleans, Louisiana
– 25 februari tot 24 maart: Wally Heider Studios, Los Angeles, Californië

Uitgebracht:
27 mei 1975 – Wings elpee Venus and Mars
Kant 1: ‘Venus And Mars/Rock Show’, ‘Rock Show’, ‘You Gave Me The Answer’, ‘Magneto And Titanium Man’, ‘Letting Go’
Kant 2: ‘Venus And Mars (reprise)’, ‘Spirits Of Ancient Egypt’, ‘Medicine Jar’(Jimmy McCullough/Colin Allen), ‘Call Me Back Again’, ‘Listen To What The Man Said’, ‘Treat Her Gently/Lonely Old People’, ‘Crossroads Theme’(Tony Hatch)

11 april 1980 – Paul McCartney single (b-kant van ‘Coming Up’): ‘Lunch Box/Odd Sox’
13 november 1985 – Paul McCartney single (b-kant van ‘Spies Like Us’): ‘My Carnival’
26 October 1998 – Linda McCartney cd Wide Prairie: ‘New Orleans’

Abbey Road, Londen

Na eerder bescheiden tournees van Wings door Europese en Engelse zalen is de tijd rijp voor een schaalvergroting. Het streefdoel is een grootschalige tournee langs de stadiums van Noord-Amerika. Om er wat in te komen is alvast een tournee gepland door Australië, Nieuw Zeeland en Japan.

De volgende elpee staat dan ook helemaal in het teken van die tournee: veel elektrische gitaren, grootse gebaren, pompende bas…
Paul heeft zijn huiswerk goed gedaan: ‘Ik had zo goed als alles al geschreven voor we [de studio introkken]. Jimmy had ook een nummer geschreven met een vriend van hem. We waren met vakantie gegaan naar Jamaica en voor het eerst had ik alle nummers al geschreven: een rol van hier tot daar. […] Ik zette het ene nummer hier en het andere daar. Een beetje schuiven en zo. De enige keer dat ik zoiets had gedaan was de mini-opera van Abbey Road. Nooit eerder zat ik met vier papieren te verschuiven om ze in een goede volgorde te leggen.’

Om belastingtechnische redenen wil Paul graag weer in het buitenland gaan opnemen en de keuze valt op New Orleans, Louisiana. ‘Daar was ik nog nooit geweest. Ja, op tournee [met The Beatles], maar toen zagen we niets anders dan de binnenkant van een geblindeerd busje. Het enige dat ik me herinner van New Orleans is een vibrerend bed in het motel en dat het er snikheet was.’

Maar dan blijkt dat Denny Laine problemen heeft om een werkvergunning te krijgen voor de Verenigde Staten. Dus trekt Wings begin november 1974 maar naar de Abbey Road studio’s in Londen. Oude getrouwe Geoff Emerick is weer paraat om de techniek in goede banen te leiden.

Een week later krijgt Denny dan toch een bevestigend antwoord. Inmiddels staan basistracks op band van ‘Letting Go’, ‘Love In Song’, ‘Medicine Jar’ en een vroege versie van ‘Rock Show’. ‘Medicine Jar’ is geschreven door Jimmy, op een tekst van Colin Allen, de vroegere drummer van Stone The Crows.

Sea Saint, New Orleans

Op 10 januari 1975 vliegen de McCartney’s naar New York. Paul en Linda gaan er John bezoeken, om hem uit te nodigen te komen meespelen bij de opnamen van de nieuwe Wingselpee in New Orleans. Het idee om Paul weer aan het werk te zien in de studio spreekt John erg aan.
Terwijl ze daar zijn, belt David Bowie. Hij is in de Electric Lady studio’s en wil een cover opnemen van ‘Across The Universe’. John besluit even langs te gaan en vraagt Paul en Linda mee. Johns vriendin May Pang vertelt: ‘Bowie wou ons de tracks van zijn nieuwe elpee laten horen. Young Americans wou hij hem noemen. Hoewel John en ik de plaat al een paar keer hadden gehoord, liet hij de nummers horen aan Paul en Linda …Ik zag dat Paul zenuwachtig werd toen Bowie de nummers voor een derde keer wou afspelen. ‘Kun we naar iets anders luisteren?’ vroeg hij. David negeerde hem maar John greep in: ‘Hebt je niets anders dat ons zou kunnen interesseren?… David mompelt: ‘Als jullie mij even willen excuseren’ en verlaat de zaak.’
Om zich te excuseren biedt John later aan om mee te spelen op Davids coverversie.

Maar dit natuurlijk geheel terzijde. Back to business.

Na een weekje familiebezoek bij Linda’s vader in New York, verzamelt Wings in New Orleans, om er te repeteren en op te nemen in de Sea-Saint Studio. Geluidstechnicus is Alan O’Duffy.

Paul heeft speciaal voor de Sea-Saint Studio gekozen, omdat ‘Lady Marmalade’, de hit van Labelle er is opgenomen (beter gekend als ‘Voulez vous coucher avec moi, ce soir?’. Paul is vooral onder de indruk van de drumklank die producer Allen Toussaint heeft weten vast te leggen. Tousaint is trouwens mede-eigenaar van de studio.

Het materiaal is echter nog niet goed uitgepakt of het rommelt alweer binnen de gelederen: Geoff Britton stapt op. Het heeft nooit geklikt tussen hem en de twee gitaristen: Denny Laine en Jimmy McCulloch.
‘Ik was depressief,’ verklaart de drummer. ‘Ik zag er echt tegen op om naar New Orleans te gaan met hen. Het had een hoogtepunt in mijn leven moeten worden, maar ik voelde me rot en haatte het echt. Elke dag opnieuw was het een strijd om te overleven, om overeind te blijven. Denny kon erg wreed zijn. Hij en Jimmy waren zogezegd beste maatjes, drinkebroers, altijd samen op stap. Maar wanneer hij wat teveel op had, probeerde hij Jimmy een mes in de rug te steken. Een rotzak. Ik had hem op zijn bakkes moeten slaan. Ik heb spijt dat ik het niet gedaan heb.’

Jo Jo Patrie, de vrouw van Denny meent: ‘Het was een lieve kerel, maar hij had zich moeten beperken tot karate [zijn favoriete sport]. Hij was veel te braaf voor die bende, geloof me. Ik bedoel: hij rookte niet eens. En in de ogen van non-stop gebruikers als Paul en Linda is zoiets alleen al redden voor ontslag!’

Geoff geeft toe: ‘Ze vonden me te braaf. ‘[Denny en Jimmy] waren onbenullen. Goede muzikanten, maar ook niet meer. Ze hielden zich vooral bezig met zuipen en drugs gebruiken en daar deed ik niet natuurlijk aan mee. Op feestjes lagen de lijntjes coke klaar op tafel… al wat je wou was er. Na afloop kon niemand nog op zijn benen staan en dan mocht ik hun naar huis brengen. […] Misschien had ik McCulloch en Laine eens onder handen moeten nemen… Dan leefde Jimmy misschien nog en dan zaten we allemaal nog bij Wings.’

Op aanraden van Tony Dorsey wordt Joe English, een drummer uit Macon, Georgia, ter hulp ingeroepen. Met zijn band, Jam Factory heeft hij voorprogramma gespeeld voor Jimi Hendrix, the Grateful Dead en Janis Joplin. Die groep is echter gesplitst en nu was hij net aan het repeteren met Bonnie Bramlett.

Nu kunnen de opnamen eindelijk van start gaan. Er wordt iedere dag gewerkt vanaf 4 uur in de namiddag tot vroeg in de ochtend.
De nieuwe drummer voelt zich meteen op zijn gemak. ‘In de studio stond het je vrij om elke dag te komen en mee te doen aan de opnamen, het mixen, ideeën inbrengen… Paul gaf ons heel wat vrijheid. Natuurlijk, als hij vond dat iets op een bepaalde manier moest, zei hij het ook. In 99% van de gevallen volgde ik hem, omdat hij meestal gelijk had. Maar als ik een beter voorstel had, zei ik dat en dan deden we het zo.’

Ook Jimmy McCulloch bevestigt dat hij veel vrijheid heeft: ‘[Wat mijn gitaarspel betreft] voel ik me als een vis in het water. De gitaarpartijen zijn nooit vooraf vastgelegd. Je speelt puur op het gevoel, wanneer je een beetje in moet houden om de zang tot zijn recht te laten komen, of wanneer je eens lekker loos kunt gaan. Enkel het akkoordenschema staat vast, al de rest is improvisatie: je kunt je eigen interpretatie geven […]. Er is veel vrijheid. Je hebt een houvast: een harmonische structuur en de rest is gewoon uitproberen tijdens de repetities. Mocht iets niet passen, dan probeer je gewoon iets anders. Zo ontwikkel je – ik dus, feitelijk – iets dat past bij de band.’

Op een avond gaat Jimmy kijken naar een optreden van Dave Mason, de vroegere gitarist van Traffic. Na afloop gaat hij de man backstage opzoeken en nodigt hem uit naar de studio.
Er wordt er wat gezellig gejamd. Daaruit komt een outtake: ‘Crawl Of The Wild’.
Daarna wil Paul graag van zijn aanwezigheid gebruik maken om wat gitaar toe te voegen aan ‘Listen To What The Man Said’, een nummer waarin hij een geheide hit ziet, maar waarvan de opname maar niet wil klikken. Net zoals George Harrison dat in de laatste jaren van the Beatles graag placht te doen, wordt daarbij het geluid van Masons gitaar vervormd door het door een roterende speaker van een Leslie orgel te sturen.
Dan vragen ze zich af wat ze kunnen doen voor de solo. Iemand merkt op dat de bekende saxofonist Tom Scott in de buurt woont. Hij blijkt bereid om langs te komen. Sterker nog: een halfuurtje later is hij er al.
‘Daar was hij, met z’n sax,’ vertelt Paul. ‘Hij zette zich neer en speelde. De geluidstechnicus nam het op. Na afloop kwam hij [naar de controlekamer] en vroeg: ‘Heb je dat?’ We luisterden en het was fantastisch. Niet te geloven! We probeerden nog een paar takes, maar niets was zo goed als die eerste take.’
Achteraf blijven ze nog een paar uur napraten.

Dave en Paul

Dave en Paul

Ook andere bezoekers komen wel eens een potje meejammen, zoals Dr. John of Professor Longhair. Allen Toussaint speelt zelf ook mee op de nieuwe versie van ‘Rock Show’. Een jam met The Meters resulteert in het b-kantje ‘My Carnival’.
Andere outtakes zijn vooral instrumentaal ‘Sea Dance’, ‘Lunch Box/Odd Sox’, een nieuwe versie van ‘Tomorrow’. Wel zang hebben een nummertje van Linda: ‘New Orleans’ en een cover van ‘Baby Face’, opgenomen met de Young Tuxedo Brass Band.

Door het toevoegen van een blazerssectie aan vrijwel alle tracks krijgt het geheel een soulvol sausje. Trombonist Tony Dorsey, die Paul heeft overgehouden van de sessies in Nashville krijgt hierbij de leiding. Hij verzorgt de arrangementen en selecteert ook de muzikanten, voornamelijk uit New Orleans. Steve Howard bijvoorbeeld, is de man die trompet speelt op ‘Lady Marmalade’ en de elpee Southern Nights van Toussaint. Thaddeus Richard is te horen op alt sax, fluit en sopraan sax.

De sessies zijn afgelopen op 24 februari.
Jammer genoeg is John Lennon nooit komen opdagen. Die is inmiddels weer bij Yoko en zoekt geen enkel contact meer met andere muzikanten.

tijdens het Mardi Grass in New Orleans

tijdens het Mardi Grass in New Orleans

Wally Heider, Los Angeles

Voor het afwerken van het materiaal verhuist de hele bende naar de Westkust. In de Wally Heider Studios in Los Angeles worden backing vocals en strijkers toegevoegd. Daarna kunnen de tracks gemixt.

Paul besteedt veel aandacht aan de overgangen tussen de verschillende songs, vooral tussen ‘Listen To What The Man Said’ dat onafgebroken doorgaat in ‘Treat Her Gently/Lonely Old People’. Dat laatste bestaat op zichzelf al uit twee nummers.
‘Ik hou wel van dat stukje,’ verklapt Paul. ‘Ik dacht: niemand zal aanstoot nemen aan zo’n extra stukje.’
De laatste song ‘Crossroad Theme’ is een cover… van het thema van een populaire soapserie. ‘Een grapje,’ geeft Paul toe. ‘Britse humor. Misschien een beetje te Brits, maar ik wou het er toch graag op. Als je er niets van af weet, is het gewoon een afsluiter. […] Maar als je mee bent… Het komt vlak na ‘Lonely Old People’. […] Wat doen oude mensen? In Engeland kijken ze naar Crossroads. Het had net zo goed Coronation Street kunnen zijn, maar we kenden toevallig de akkoorden van Crossroads. Ik vond het gewoon grappig.’

De zender ITV kan er alvast mee lachen en gebruikt de versie van Wings zelfs even in plaats van hun gewone eindtune.

Op 24 maart viert Wings het afronden van het werk met een feest in stijl: aan boord van het cruiseschip Queen Mary, in de haven van Long Beach, Californië. Onder de 200 gasten treffen we George Harrison, Bob Dylan, Joni Mitchell, Carole King, Marvin Gaye, The Faces, Phil Everly, The Jackson Five, Led Zeppelin, Dean Martin, Ryan en Tatum O’Neil, Tony Curtis, Cher, de vroegere Monkees Mickey Dolenz en Davy Jones, Derek Taylor en Mal Evans. Voor het muzikaal vermaak zorgen Lee Dorsey, Ernie K-Doe, Professor Longhair, The Meters en Chocolate Milk. De set van Professor Longhair wordt later uitgebracht op de elpee Live On The Queen Mary.

Live-On-The-Queen-Mary-cover

Venus and Mars

Na het succes van Band on the Run zijn de verwachtingen hoog gespannen voor de opvolger. Vooral ook omdat die zolang op zich heeft laten wachten: bijna anderhalf jaar.

De eerste tekenen zijn alvast positief: de eerste single, ‘Listen To What the Man Said’ verschijnt midden mei 1975. Topnotering in de Verenigde Staten, 6 in Engeland en top 20 in Nederland en Vlaanderen.

https://www.youtube.com/watch?v=kRT3V-q_gBI

Paul heeft alvast voldoende vertrouwen herwonnen om de groepsnaam weer in te korten tot Wings. ‘Paul McCartney and Wings heb ik altijd vervelend gevonden. Het was ook nooit Paul McCartney and the Beatles, Paul McCartney and the Quarrymen, of Paul McCartney and the Moondogs. Wings is korter en gemakkelijker uit te spreken. Iedereen weet trouwens wel dat ik in de groep zit.’

De elpee Venus and Mars verschijnt twee weken later. De recensies zijn overwegend lovend (alhoewel hier en daar toch wordt geopperd dat Band on the Run beter was.) De verkoop is schitterend: weliswaar maar één week wereldwijd de best verkochte elpee, maar wel 77 weken lang in de Amerikaanse hitlijst.

Er volgen nog twee singles (‘Letting Go’ en ‘Venus and Mars/Rock Show’), maar die doen het minder goed.

https://www.youtube.com/watch?v=2Rjq0mT3p_I

https://www.youtube.com/watch?v=sn-Cu_NoH4U

De voornaamste kritiek behelst de dikwijls niets-zeggende teksten. Zo zijn Magneto, Titanium Man en Crimson Dynamo slechteriken uit de Marvel stripverhalen.
Over de titelsong vertelt Paul: ‘Het nummer ‘Venus and Mars’ gaat over een niet-bestaande vriend die een vriendin heeft die geïnteresseerd is in astrologie – zo eentje die eerst je sterrenbeeld moet weten voor ze goeiendag zegt. Meer moet je er niet achter zoeken.’
‘Letting Go’ is dan weer de zoveelste ode aan vrouwtje Linda.

Kortom, vrij vertaald luidt de kritiek: “too many silly love songs”.

Advertenties