Deel 15 – Paul McCartney – Tug of War

Opgenomen:

31oktober tot 18 december 1980 in A.I.R. Studios, Londen

3 februari tot 1 maart 1981 in A.I.R. Studios, Montserrat

maart en september tot november 1981 in A.I.R. Studios, Londen

Uitgebracht:

29 maart 1982: ‘Ebony and Ivory (solo versie)’en ‘Rainclouds’ als b-kant van single ‘Ebony and Ivory’ van Paul McCartney & Stevie Wonder

26 april 1982: elpee Tug of War van Paul McCartney

Kant 1: ‘Tug of War, ‘Take It Away,’ Somebody Who Cares’, ‘What’s That You’re Doing’, ‘Here Today’

Kant 2: ‘Ballroom Dancing’, ‘The Pound Is Sinking’, ‘Wanderlust’, ‘Get It’, ‘Be What You See’, ‘Dress Me Up As A Robber’, ‘Ebony and Ivory’.

21 juni 1982 : ’I’ll Give You A Ring’ als b-kant van single ‘Take It Away’ van Paul McCartney

3 oktober 1983: ‘Ode to a Koala Bear’ als b-kant van single ‘Say Say Say’ van Paul McCartney & Michael Jackson

31 oktober 1983: ‘Average Person’, ‘Keep Under Cover’, ‘Sweetest Little Show’ en ‘Hey Hey’ op elpee Pipes of Peace van Paul McCartney

12 november 1984: ‘We All Stand Together’ en ‘We All Stand Together (Humming Version)’ als single van Paul McCartney and the Frog Chorus

Exit Wings

Het blijft natuurlijk arrogant – en zelfs gewoonweg dom – van Paul om, op weg naar Tokio, een voorraadje hash in zijn valies te stoppen. Vooral omdat hem eerder al de toegang tot Japan was ontzegd omwille van drugsbezit. Een mogelijke verklaring voor zijn gedrag bij de aanvang van de eerste tournee van Wings door het land van de rijzende zon, is dat hij – misschien onbewust – van zijn begeleidingsband af wou. Het was immers tijd om het hoofdstuk van zijn carrière af te sluiten.

Tekenend is deze anekdote, een maand voor de arrestatie.
Op 29 november 1979 speelt Wings in het Apollo Theatre van Manchester. Na afloop vertelt drummer Steve Holly aan Paul hoe fantastisch hij het vond. Diens antwoord verrast hem echter: ‘It sucked!’

‘Paul haatte die hele tour,’ weet Holly. ‘Hij vond elk optreden slecht. Al na een paar shows had ik de indruk dat hij er van af wou zijn. Muzikaal waren ook problemen met een paar bandleden. […] Misschien hadden we te weinig gerepeteerd. Ik weet dat Paul flink onder druk stond.’

In 2001 verklaart Macca: ‘Het was niet leuk meer. De arrestatie was een soort van bevestiging. Ik had zoiets van: waarom doe ik dit nog? De band was kwaad op me, omdat ze door mij een serieus pak geld misliepen.’

Toch probeert hij nog even om met Wings verder te gaan. Einde juni 1980 beginnen repetities voor een eventuele verder zetting van de tour. In een oud concertgebouw bij Tenterton in Kent, worden daarbij ook enkele nieuwe songs uitgeprobeerd: ‘Ballroom Dancing’, ‘Call Of Nature’ en ‘Angry’.

Na twee weken repeteren, trekken Paul en Linda met de gitarist Laurence Juber naar Nice. In het nabijgelegen Bear Les Alpes gaan ze Ringo een handje helpen bij het opnemen van zijn volgende elpee Can’t Fight Lightning.

De opnamen duren tien dagen.

‘Dat was fijn,’ grinnikt Juber, ‘want we zaten in het zuiden van Frankrijk. Het was zomer en ik herinner me dat ik daar zat, een akoestische gitaar op schoot, Paul en Ringo naast me. Ik dacht: Yeah! Het was fantastisch. Lloyd Green was er om pedal steel te spelen – dat was ook al cool. Die sessies gingen vlotjes. De muziek was ook niet moeilijk. Een nummer per dag. We namen er ook iets van Linda op: ‘Love’s Full Glory’…

En ‘You Can’t Fight Lightning’ van Ringo. Dat was … vreemd. Ringo speelde op een van mijn gitaeren en hij sneed zich daarbij in zijn vinger. Je kunt zijn bloed nog steeds zien in mijn gitaar. Er zit Beatles-bloed in! (lacht)’

In augustus genieten de McCartneys van een maand lange vakantie in de Caraïben. Na afloop neemt Paul een twintigtal demo’s op van mogelijke kandidaten voor zijn volgende elpee.

Wanneer hij hoort dat John, na vijf jaar stilte, opnieuw in de studio aan het werk is, belt hij hem op, om hem voor te stellen iets samen te doen. Maar hij krijgt Yoko aan de telefoon. Ze weigert John te roepen en vertelt hem zelfs niet dat Paul heeft gebeld. Volgens producer Jack Douglas had John nochtans laten verstaan dat hij een hernieuwde samenwerking met Paul wel zag zitten.

Begin oktober worden de repetities hervat in Tenterton, Kent. Dit keer ligt de klemtoon op de nieuwe songs, als voorbereiding voor opnamen. Maar het wil maar niet vlotten. Volgens Juber ligt dat aan het materiaal: ‘Het probleem was dat Paul een andere richting uitging, iets dat zou leiden tot Tug of War en Pipes of Peace.  Het waren geen nummers voor een rockband. Die twee platen kun je dan ook geen rockplaten noemen. Nummers als ‘Ballroom Dancing’ en ‘Average Person’ zijn iets heel anders – volwassener. Het is materiaal voor een artiest die een solocarrière begint, wiens kinderen naar school gaan en die weg is getrokken uit Londen. Na de dood van John – hetgeen zeker heeft meegespeeld – heeft Paul niet meer getourd tot 1989.’

Kortom: Paul heeft geen band meer nodig.

Rupert Bear

Geen van de andere Wingsleden is dan ook uitgenodigd, wanneer Paul, op 28 oktober 1980, voor het eerst sinds acht jaar, opnieuw samenwerkt met George Martin. De opnamen vinden plaats in de Londense A.I.R. Studios. Paul heeft de ervaren producer er bij gevraagd omdat hij een grootse productie voor ogen heeft: de soundtrack voor een tekenfilm rond het stripfiguurtje Rupert Bear (bij ons gekend als Bruintje Beer).

‘Als kind las ik de jaaruitgaven van Rupert. Die kreeg ik als Kerstcadeautje. Voor- en achteraan stonden er grote, bladvullende tekeningen. Op een daarvan stond een kikkerkoor, met een kikker als dirigent. Ik hield vooral van details, zoals een kikker met een viool. Dan vroeg ik mij af: wat voor muziek zouden zij spelen? Dat was het uitgangspunt voor ‘Rupert and the Frog Song’. Ik dacht: we hebben een fluit, een viool, een koor, iemand geeft de maat aan. Laten we daar wat muziek voor schrijven. Dus ging ik uit van de tekening en beelde me in hoe dat zou klinken. Zodra we dat hadden, begonnen we aan het tekenfilmpje.’

Voor de opnamen doet hij beroep op The King’s Singers en het St. Paul’s Boys Choir .

Paul neemt Geoff Dunbar onder de arm om hem te helpen bij het maken van een tekenfilm rond Rupert Bear. Dunbar heeft in 1974 zijn eerste film gemaakt, Lautrec, over de schilder Henri Toulouse-Lautrec. Daarvoor kreeg hij de Gouden Palm op het Film Festival van Cannes. Ook zijn tweede film, Ubu (1979) over het toneelstuk van Alfred Jarry Ubu Roi viel in de prijzen: de Gouden Beer op het festival van Berlijn.

‘Oorspronkelijk was Rupert and the Frog Song een vingeroefening voor een langspeelfilm’, verklapt Dunbar. ‘Het was niet de bedoeling om die uit te brengen. Het was een probeersel om de mogelijkheden af te tasten. Maar het geheel bleek zo geslaagd, dat het op zichzelf kon staan.’

Wings?

Tijdens de samenwerking bespreken Paul en George de mogelijkheden om samen te werken aan de nieuwe elpee van Wings. George beluistert de demo’s en vindt dat er heel wat goede nummers tussen zitten, maar andere vindt hij maar niets. Hij suggereert dat Paul nog wat sterke nummers bij schrijft.

Wanneer Paul zijn twijfels uit over de huidige samenstelling van de band, komt de producer met een voorstel: ‘Waarom niet kiezen om samen te werken met je helden, in plaats van met de vaste muzikanten van je eigen groep? Stel een lijstje op van muzikanten waarmee je graag eens iets zou willen doen. Dan nodigen we die uit en gebruiken dat als basis voor de nieuwe elpee.’

De opnamen beginnen op vrijdag 28 november in de Londense A.I.R. Studio. George Martin leidt de sessies, maar springt ook in als pianist. Geoff Emerick, de geluidstechnicus van The Beatles, staat in voor de techniek. Denny is present, maar de andere Wingsleden zijn niet uitgenodigd.

Het trio legt basistracks vast van ‘Ballroom Dancing’, ‘Keep Under Cover’, ‘Rainclouds’, ‘Ode to a Koala Bear’, ‘Tug of War’ en ‘Wanderlust’.

Op zondag 7 december beginnen de opnamen van ‘Ballroom Dancing’. George Martin heeft een arrangement uitwerkt, op basis van Pauls demo. Ook bij ‘Keep Under Cover’ heeft Martin een serieuze vinger in de pap: hij adviseert om het nummer helemaal te herwerken ten opzichte van de eerdere demo en opname met Wings. Voor de basistracks van beide nummers bespeelt Paul alle instrumenten. Dennys rol is beperkt tot wat gitaarspel.

De volgende dag werken ze verder aan ‘Keep Under Cover’ en beginnen aan ‘Rainclouds’ en ‘Ode to a Koala Bear’.

Dinsdag staat het afwerken van ‘Rainclouds’ op het programma. Paddy Moloney van the Chieftains is hiervoor uitgenodigd om Ierse doedelzak toe te voegen.

Maar om 8:30, terwijl Linda de kinderen naar school brengt, krijgt Paul een bericht van Yoko: John is doodgeschoten.

Hij is in schok. Trillend belt hij naar zijn broer, om hem het nieuw te melden.

Wanneer Linda terugkeert, is het huis reeds belegerd door de pers.

Tegen de middag verlaat laat Paul zich naar de studio in Londen brengen, waar hij heeft afgesproken met Denny Laine en George Martin.

Geoff Emerick vertelt: ‘Wanneer ik arriveerde bij AIR, was het gebouw omsingeld door een horde schreeuwende journalisten en TV-ploegen. (…) Na een tijdje kwam George Martin binnen. ‘Wat een tragedie’ was het enige dat hij kon uitbrengen. (…) Even later kwam ook Paul aan, ingetogen, in gedachten verzonken. (…) Een hele tijd stonden we bij elkaar, verdoofd, de impact te bespreken die John Winston Ono Lennon had gehad op onze levens. …

Na een tijdje viel eer en oncomfortabele stilte. Het enige wat we konden doen, leek ons, was aan het werk te gaan.’

‘Paul zag er slecht uit,’ herinnert Paddy Moloney zich:’ Hij zag er verbijsterd uit. Hij zei dat het tragisch was en zinloos. (…) We praatten over John. Ik herinner me dat Linda binnenkwam en je zag dat ze gehuild had. Het was zeer emotioneel. (…) Ik denk dat, tegen het einde van de sessie het nog niet echt was doorgedrongen, dat John echt dood was. Voor altijd verdwenen. Ik ben er zeker van dat het een paar dagen duurde voor we dat beseften.‘

‘Paddy deed zijn werk snel en efficiënt. Dan, na Paul onhandig te hebben omhelsd, vertrok hij naar de luchthaven. Hij zag er verloren uit.’

Van uit de studio belt Paul nog eens naar Yoko.

Wanneer hij ’s avonds de veilige omgeving van de studio verlaat, weet hij tegen de journalisten niets anders te vertellen dan “Het is belachelijk, niet?’ Een uitspraak die hem door een bepaalde pers erg kwalijk wordt genomen.

Na een onderbreking van een paar dagen, worden de sessies de volgende zondag hervat. Drummer Adrian Sheppard is uitgenodigd om de basistrack vast te leggen van ‘Wanderlust’. Ook aan ‘Ballroom dancing’ wordt verder gewerkt.

Dinsdag staat ‘Tug Of War’ op het programma. Donderdag wordt daaraan verder gewerkt, waarbij Campbell Maloney van de Campbeltown Pipe Band (die van ‘Mull of Kintyre’) een bijdrage levert op snaredrums.

Ook wordt een demo gemaakt van ‘Ebony and Ivory’.

Na een onderbreking voor de Kerstperiode, doet Paul weer beroep op Wings. Hij wil het Cold Cuts project nog een tweede kans geven. De nummers worden hier en daar nog wat bijgewerkt. De solo-tracks van Denny en Linda worden aan de kant gezet en enkele recente outtakes van Paul komen in de plaats: ‘Robber’s Ball’ en ‘Cage’.

Kant 1: ‘A Love For You’, ‘My Carnival’, ‘Waterspout’, ‘Mama’s Little Girl’, Night Out’, ‘Robber’s Ball’

Kant 2: ‘Cage’, ‘Did We Meet Somewhere Before?’, ‘Hey Diddle’, ‘Tragedy’, ‘Best Friend (Live), ‘Same Time Next Year’.

Misschien dat na de recente samenwerking met Ringo en George Martin, maar vooral door de plotse dood van John, Paul het contact met George Harrison wil herstellen. Feit is dat hij zijn oude makker opbelt met de vraag of hij een gitaarsolo wil toevoegen aan een van zijn tracks: ‘Wanderlust’. George zegt toe.

Dus trekken Paul en Linda, met Denny Laine, George Martin en Geoff Emerick naar Henley-on-Thames. Daar aangekomen stelt George voor om eerst de backing vocals van een van zijn nummers in te zingen. ‘All Those Years Ago’ is geschreven ter nagedachtenis van John. Wanneer Paul, Linda en Denny de klus hebben geklaard, verklaart George dat het te laat is geworden om nog aan Pauls track te werken.

Tot zover de samenwerking.

A.I.R. Studios, Montserrat

Op voorstel van George Martin worden de sessies verplaatst naar een andere omgeving, ver weg van alles. Op Montserrat, een klein vulkanisch eiland in de Caribische Zee, heeft zijn firma Associated Independent Recording een splinternieuwe studio gebouwd.

Op 1 februari 1981 landen Paul en Linda met hun kinderen op het eiland, waar ze verblijven in het huis van George Martin en zijn vrouw. Enkel een paar roadies en Denny Laine zijn mee uitgenodigd.

Laurence Juber en Steve Holly begrijpen dat hun rol is uitgespeeld en stappen uit de band. ‘Ik dacht: dit loopt ten einde,’ blikt Juber in mei 2003 terug. ‘George Martin wou geen Wings plaat maken. Hij wou een McCartney plaat.

Er waren zeker geen plannen meer voor een tournee. Ik had de indruk dat Paul en Linda dat soort druk niet meer wilden voor hun familie. Het was een gevoel van: dit is een nieuw decennium, anders en beter.

Iedere Wings plaat had een soort van eigen identiteit – ook al door de steeds wisselende bezetting. Maar we waren op een punt gekomen dat het geen kant meer uitkon. Vooral George Martin had dat gevoel. Wij allemaal trouwens ook wel. ‘

Ik begon plannen te maken voor een verhuis naar New York. In feite vertrok ik begin februari 1981 naar New York. Wings werd officieel ontbonden in april 1981, maar toen was ik al weg, vermits er ik niets meer te doen had.‘

Eigenlijk is ook Linda, in deze fase, niet meer erg betrokken bij de muziek van Paul. Zij gaat liever paardrijden in de paradijselijke omgeving, of werkt aan eigen songs op een oude Wurlitzer piano.

De eerste gast is Dave Mattack, drummer bij onder andere Fairport Convention. Na een dagje jammen, werken Paul, Denny en George met hem gedurende drie dagen aan evenveel songs: ‘Dress Me Up As A Robber’, ‘The Pound Is Sinking’ en ‘Hear Me Lover’.

Zondagavond arriveren twee nieuwe gasten: jazzbassist Stanley Clarke komt overgevlogen uit Philadelphia en top sessiedrummer Steve Gadd (‘50 Ways to Leave Your Lover’ en ‘Aja’) uit New York. Terwijl hij op hen wacht, schrijft Paul een nieuw nummer. ‘Die zondagnamiddag zat ik buiten. Ik nam mijn gitaar erbij en zocht een rustig plekje op. […] Ik dacht dat het wel leuk zou zijn om met iets fris tevoorschijn te komen. Dus schreef ik [‘Somebody Who Cares’].’

Na het gebruikelijke jammen, wordt dat nummer dan ook vereeuwigd door het drietal. Clarke is zeer enthousiast over de samenwerking met zijn collega-bassist: ‘Hij is een fantastische muzikant. Van alle opnamen waarbij ik betrokken was, is dat een van de meest memorabele. We vlogen naar dat eiland en ik verbleef daar een paar dagen bij Paul. We hadden er de grootste lol. Hij speelt zeer melodisch. Melodieën kosten hem geen enkele moeite. Geen wonder dat hij op zo’n manier bas speelt. Hij hoeft er niet bij na te denken. Hij is een schrijver die ook zingt. Daardoor speelt hij ook zo melodieus op de bas.’

De volgende dag gebruikt McCartney weer een beproefde methode: hij verwerkt twee van de tracks die eerder met Dave Mattacks zijn opgenomen, tot één geheel. Mike Stravou, assistent van de opnametechnicus Geoff Emerick vertelt dat hij zag hoe George Martin de tapes van ‘The Pound is Sinking’ en ‘Hear Me Lover’ met een scheermesje doorsneed en ze daarna weer aan elkaar kleefde. De overgang werd vervolgens gemaskeerd met wat overdubs van Stanley Clark op bas en Denny Laine op akoestische gitaar. Paul zal zelf de track nog verder bijkleuren met allerhande instrumenten.

‘Hey Hey’ komt dan weer voort uit een jam. Hoewel Clarke toch niet de minste is, is hij toch heel trots wanneer hij later merkt naast Paul McCartney te zijn vermeld als mede-auteur voor die track.

Payl, Dave en Richard

Vrijdag vliegt Clarke weer naar huis, maar Mattacks blijft nog enkele dagen langer. Hij wil graag Ringo Starr ontmoeten. Die heeft net zijn elpee Can’t Fight Lightning afgewerkt en komt op zondag overgevlogen uit Los Angeles. Hij brengt niet alleen zijn verloofde Barbara mee, maar ook zijn favoriete drumstel.

Met beide drummers, plus George Martin op elektrische piano, werkt Paul gedurende drie dagen aan ‘Take It Away’.

Daarenboven voegt Ringo ook drums toe aan de demoversie van ‘Average Person’. Die gebruikt Paul als basis voor de track waarop hij, in zijn eentje voort breidt.

Op donderdag 19 februari vertrekken Ringo en Barbara weer naar Los Angeles.

Vrijdag is een gedwongen rustdag: Paul heeft een oorinfectie opgelopen bij het zwemmen.

Gelukkig gaat het zaterdags al weer beter, wanneer Carl Perkins landt.

‘Ik wou absoluut spelen met Carl Perkins,’ verklapt Paul. ‘Ik bewonderde hem al als kind. Zijn songs waren mijn eerste kennismaking met de blues. ‘Blue Suede Shoes’ en zo. We hadden niet een bepaald nummer in gedachten. Ik belde hem gewoon en vroeg of hij interesse had. Hij zei: ‘Tuurlijk Paul’ en kwam naar Montserrat. Gewoon in zijn eentje, zonder entourage. Stapte ‘s avonds laat van het vliegtuig, met alleen zijn gitaar.’

De volgende dag betoont Carl zich behoorlijk onder de indruk van het eiland. Na wat op verkenning te zijn gegaan, gaat hij Paul en George opzoeken in de studio. ‘Hij zei: ‘Paul, toen ik wakker werd deze ochtend, dacht ik dat ik gestorven was en in de hemel was terechtgekomen. Het is hier zo mooi en rustig.

Ondertussen had ik ‘Get It’ geschreven. Dat was een fijne opname. Het doet mij altijd denken aan Laurel en Hardy. Die zouden er wel een danspasje bij verzinnen.

Denny Laine is er ondertussen niet meer bij. Op een weinig subtiele manier heeft hij van een lokale barman vernomen dat zijn vrouw Jo Jo de vorige week ook op het eiland aanwezig was. Ze was bovendien niet alleen: er was een jongeman in haar gezelschap: de zanger John Townley.

Jo Jo Laine verklaart: “[Pauls manager] Alan Crowder belde me, om me te berispen. ‘Ondeugende meid, je man is er kapot van. Hij wist niet eens dat je met die kerel was, laat staan dat je in Montserrat was samen met hem.’ Ik antwoordde: ‘Het kan me niet schelen wat jij denkt. Ik mocht niet mee naar Montserrat met jullie. John nodigde me wel uit en ik ben tot over mijn oren verliefd op hem. Daar heb jij niets mee te maken en Paul of Linda ook niet.’

Denny begreep de boodschap. Hij wist dat ons huwelijk voorbij was. Tot dan toe had ik mijn affaires altijd stiekem gedaan, maar ik wou niet langer liegen. Hij gaf Paul en Linda de schuld: hadden ze me meegenomen, dan was ik niet met een andere gegaan.“

In een poging om zijn huwelijk te redden vliegt Denny hals-over-kop naar Engeland.

Paul en Carl

Op dinsdag werken Paul en Carl aan ‘Get It’. Paul heeft het nummer

Paul heeft daarover een mooie anekdote. ‘Toen we in Montserrat aan het opnemen waren, kwam er een bevriend muzikant op bezoek. De man maakte een wereldreis met zijn yacht – wellicht ook een beetje om aan de fiscus te ontsnappen, denk ik [lacht]. Hij nodigde ons uit op zijn boot. De British bemanning bracht ons aan boord van het kraaknette schip. Carl was onder de indruk van het buffet en de champagne en de hele aankleding. Hij kwam naar me toe en fluisterde: “Paul, waar ik vandaan kom noemen ze zoiets ‘kakken in het rijpe katoen’. Ik vind het een prachtuitdrukking. Toen we die avond ‘Get It’ opnamen, moesten ik er weer aan denken. Daarom zijn we zo aan het lachen. Dat hoor je aan het einde van het nummer. We moesten dat stuk er uitknippen, want het zou anders nooit op de radio worden gedraaid.’

De rockabillygitarist heeft zo genoten van zijn verblijf op het eiland en de ontvangst van Paul dat hij, de avond voor zijn vertrek een speciaal nummer schrijft: ‘My Old Friend’. De volgende ochtend speelt hij het voor Paul.

‘Na de laatste noten, merkte ik dat Paul aan het huilen was,’ verklapt Carl. ‘De tranen liepen echt over zijn wangen.’ Paul gaat even naar buiten, maar Linda komt naar Carl toe om hem te bedanken.

De zanger verontschuldigt zich, maar Linda legt uit: ‘Hij huilt en dat is goed. Hij heeft zich tot nu toe sterk gehouden, na wat is gebeurd met John.’ Ze sloeg haar arm om me heen en vroeg: ‘Maar hoe wist je het?’ Ik vroeg: wat dan? En zij zei: ‘Slechts twee mensen weten wat John Lennon tegen Paul heft gezegd, de laatste keer dat ze samen waren. Maar nu zijn het er drie en jij bent er één van. Ik zei: Ik krijg hier kippenvel van. Wat bedoel je? Toen legde ze uit dat John Lennon, in de hall van zijn appartement in het Dakota gebouw, hem omarmd had en gezegd: ‘Denk af en toe nog eens aan me, oude vriend.’

McCartney had het gevoel dat Lennon me dat nummer had gezonden. Dat meent hij echt.’

Samen nemen ze het nummer op. Maar ze besluiten het privé te houden. Pas in 1996, werkt Paul het af en komt het terecht op Carls laatste elpee Go Cat Go.

De dag na het afscheid van Perkins verschijnt de laatste gast: Stevie Wonder.

Met hem wil Paul een toepasselijk duet opnemen: ‘Ebony And Ivory’.

‘We begonnen met een ritmebox,’ vertelt Paul, ‘een van de allereerste Lynn drum machines. [Stevie] bracht er een mee naar Montserrat. (…) Nadat we hiermee een basis hadden vastgelegd, deed Stevie de drums en daarna zongen we het in.’

‘Iedereen was onder de indruk was van Stevies drumspel,‘ vult geluidstechnicus Mike Stavrou aan, doelend op het feit dat de man blind is. ‘Toen we de microfoons klaarzetten voor het drumstel – en dat waren erg dure spullen, die microfoons – zei hij iets erg grappigs. Vlak voor hij begon te spelen, zei hij: Je kunt niet geloven hoeveel van die UB87’s ik al kapot geslagen heb. In de controleruimte keek iedereen in paniek naar mekaar. Maar natuurlijk sloeg hij niet één keer mis.’

Paul wil niet onderdoen en doet extra zijn best om met een erg melodieus basspel te komen.

De derde opnamedag ontspannen de beide heren zich met wat gezamenlijk jammen. Stevie komt daarbij met een veelbelovende riff op zijn synthesizer. ‘… dus sprong ik achter het drumstel, want hij had al een baslijn op zijn toetsenbord. Ik wou hem niet voor de voeten lopen. Maar ik wou te zeer mijn best doen op het drumstel en hij vroeg me om het wat kalmer aan te doen. Ik was wat te druk. Dus beperkte ik me tot de bas en de snaredrum.’

Het is 7 uur in de ochtend wanneer ze besluiten er mee op te houden.

Het resultaat, het funky ‘What’s That You’re Doing?’ lijkt wel een verdwaalde Stevie Wonder track op een elpee van Paul McCartney.

Op 3 maart vliegen Paul en Linda weer naar Engeland.

Op eigen vleugels

Terug thuis werkt Paul nog enkele weken verder in de Londense AIR Studios.

Hij verwacht dat Denny Laine gewoon weer de draad zal oppikken. Maar op de afgesproken dag, komt ie niet opdagen.

Jo Jo Laine licht toe: “Die namiddag werd hij verwacht in de studio. Eerst belde [roadie] Trevor [Jones]en daarna John Hammel. Maar Denny zei: ‘Ik wil met niemand spreken.’

Uiteindelijk belde Paul zelf. Ik nam op en zei dat Denny niet aan de telefoon wou komen. Ik zei het heel beleefd, maar het deed me stiekem veel genoegen om Paul te kunnen afwijzen.

‘Hij heeft me gevraagd om jou net als alle anderen de boodschap te brengen dat hij eindelijk heft ingezien dat hij zijn familie kwijt is en alle kwaad is geschied. Van mij mag hij naar de studio komen, maar hij wil niet.’

‘Jij, lompe koe, Jo Jo,’ schreeuwde hij me toe. Maar ik antwoordde kalm: ‘Nee, lieverd, dit keer is het je eigen schuld.’ En ik hing op. ‘

Denny zelf verklaart achteraf dat hij om twee redenen uit Wings stapte: ‘Eén: voor het geld. En twee: omwille van mijn vrouw… Ze had het gevoel buitengesloten te worden. Paul maakte steeds kleine, onderhuidse opmerkingen: ‘Ik kan niet werken met mensen om me hee,’ zei hij, wanneer zij er bij was.

Linda is een stuk ouder dan Jo Jo en dat was het belangrijkste probleem. Jo Jo is ook veel extroverter en Linda wou meer zijn zoals zij. Ze was jaloers op haar.

Paul Wou haar uit de weg en dacht dat hij mij er een plezier mee deed. De weigering van Paul en Linda om Jo Jo mee te laten gaan naar Montserrat, kostte me waarschijnlijk mijn huwelijk. Ik dacht dat door uit Wings te stappen, Jo en ik meer tijd samen konden doorbrengen en dat we zo onze problemen konden wegwerken. Het heeft niet mogen zijn.’

Dus werkt Paul de volgende weken veel alleen. Enkel wanneer het nodig is, roept hij de hulp in van anderen. Zo verzorgt Adrian Brett de panfluit op ‘Somebody Who Cares’ en wordt ‘Wanderlust’ afgewerkt door The Philip Jones Brass Ensemble’. ‘Tug of War’ krijgt een 30 man sterk orkest van blazers en strijkers, onder leiding van violist Kenneth Sillito en ook ‘Keep Under Cover’ wordt afgewerkt met strijkers, in een arrangement van George Martin. ‘Take It Away’ krijgt blazers.

Op zaterdag 25 april 1981 deelt Paul officieel de split van Wings mee.

Denny Laines manager reageert onmiddellijk door te verklaren dat Denny zelf uit Wings is gestapt. ‘Er is geen ruzie of zo, maar Denny wil touren en Paul heeft beslist om, voor de nabije toekomst, geen plannen te maken voor Wings in die zin.’

Een jaar later blikt Paul terug: ‘Ik haat de druk die een groep met zich meebrengt…. In ieder geval was ik het concept beu en dacht: Ik wordt veertig en het hoeft voor mij niet meer. Waar staat geschreven dat ik in een groep moet zitten? Denny en ik waren in die periode samen beginnen schrijven. Hij zou blijven, maar we hadden wat wrijvingen. Niks ernstigs, maar hij besliste om op zijn eentje verder te gaan. Hij wou op tournee, zei hij toen… maar hij zit nog altijd thuis.’

Na de zomer hervat Paul het werk, samen met George Martin. Hij heeft een vervanger voor Denny gevonden in de figuur van Eric Stewart, de zanger, gitarist en pianist van 10cc. Het betreft vooral het inzingen van de backing vocals en hier en daar wat gitaaroverdubs.

In die periode voegt hij ook nog één nieuw nummer toe aan het stapeltje opnamen voor de nieuwe elpee. ‘Here Today’ is een persoonlijke herinnering aan zijn vermoorde vriend John Lennon. Hij brengt in een intieme versie met enkel een akoestische gitaar en een strijkkwartet à la ‘Yesterday’.

Tug of War

Einde maart 1982 – meer dan een jaar na de sessies op Montserrat – verschijnt pas de eerste single van Paul McCartney, na de split van Wings. ‘Ebony and Ivory’, het duet met Stevie Wonder, wordt een gigantische hit overal ter wereld – behalve in Zuid-Afrika waar het apartheidsregime de song op de, ahum, zwarte lijst zet. Zeven weken op 1 in de Verenigde Staten – even lang als ‘Hey Jude’! De plaat duikt er zelfs op in de ‘Rhythm and Blues’ lijst en de song wordt drie keer genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

Hoewel het clipje uitziet alsof Paul en Stevie samen aan de piano zitten, bleek het onmogelijk op de agenda’s op mekaar aft e stemmen. Dus werden twee verschillende opnamen samen gemonteerd.

http://www.youtube.com/watch?v=CmALA8miQY8

Maar zoals dat gaat met liedjes die men teveel hoort: men raakt ze beu. Zie ook eerdere grote hits van Macca als ‘Mull of Kintyre’, ‘Silly Love Songs’ of… ‘Hey Jude’.

Nadat het uit de hitlijsten is verdwenen wordt het plaatje nauwelijks nog gedraaid en al snel wordt het geparodieerd. Toegegeven het wat zoeterige arrangement en het goody-goody sentiment lenen er zich toe. In mei 1982 brengen Joe Piscopo en Eddie Murphy het nummer op Saturday Night Live, als Frank Sinatra en Stevie Wonder.

http://www.youtube.com/watch?v=Crxcy5nmaec

De stap naar het lijstje van de meest gehate songs aller tijden is dan ook niet meer groot.

Op 26 april 1982 volgt de elpee Tug of War, in een prachtige hoes van Hipgnosis en Sinc., gebaseerd op een schilderij van Brian Clarke en een foto van Linda. Door vertragingen bij het mixen en de wil van zowel Paul als George om het zo goed mogelijk te doen, verschijnt de plaat meer dan zes maanden na de oorspronkelijk voorziene releasedatum.

De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. Velen kijken uit naar het resultaat van de hernieuwde samenwerking tussen Paul en de producer van The Beatles. Ook is men benieuwd of Paul een nummer zal weiden aan zijn vroege maat John Lennon.

Het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone, dat sinds het uit elkaar vallen van The Beatles de kant van Lennon had gekozen, maakt nu opeens een bocht van 180°. Stephen Holden geeft Tug of War het maximum van de punten en noemt het ronduit: ‘McCartney’s juweel’.

Dankzij de lovende recensies en de nummer 1 hit, komt Tug of War zowat overal aan de top van de hitlijsten. In de Britse hitparade komt het zowaar meteen op 1 binnen.

Tweede single is ‘Take It Away’, met ’I’ll Give You A Ring’.

Het clipje wordt tussen 18 juni en 23 juni 1982 opgenomen in de Elstree Film Studios in Hertfordshire (waar ook Help! En A Hard Day’s Night zijn gedraaid). Paul, die net veertig is geworden, krijgt er ook een verrassingsfeestje, compleet met een “kissogram”: een stripper die, ongevraagd, een speciale versie van ‘All You Need Is Love’ brengt. Naast Ringo Starr en Steve Gadd, herken je ook Linda, George Martin en Eric Stewart, plus de blazerssectie van the Q-Tips en de acteur John Hurt.

http://www.youtube.com/watch?v=5z-iApVMr2Y

Vanzelfsprekend kan het succes van de eerste single niet worden geëvenaard. ‘Take It Away’ moet het stellen met een 10de in de VS, 15 in het Verenigd Koninkrijk, 28 in Vlaanderen en 43 in Nederland.

In september volgt tenslotte het titelnummer, ‘Tug Of War’ met het duet met Carl Perkins, ’Get It’. Dat blijft echter zowel in de Amerikaanse als in de Britse hitlijsten steken op een 53ste plaats.

http://www.youtube.com/watch?v=zIfPIfuTFXA

Op 9 december 2010, de 30ste verjaardag van Johns dood, brengt Paul ‘Here Today’ op de Amerikaanse TV, in het programma Late Night With Jimmy Fallon. Daarbij leidt hij het nummer in met de woorden: “Dit is een gesprek dat we nooit hebben gevoerd. Ik raadt de mensen steeds aan: ‘als je tegen iemand wil zeggen dat je van hem houdt, doe het dan nu. Want er komt een moment waarop het niet meer kan en dan zul je denken: had ik het maar gezegd’.”

http://www.youtube.com/watch?v=eyxPR8M13SY

Advertenties