een draadje:

one-way-road-sign-my-way-001

Jacques Revaux

Parijs, begin jaren zestig.
De jonge Jacques Revaud heeft gedurende een paar jaar geprobeerd, om voet aan grond te krijgen in de cabarets van de linkeroever. Tevergeefs. Zijn liedjes zijn goed genoeg, maar het charisma ontbreekt hem, om aan te slaan bij het publiek. Ook het handvol singletjes die van hem zijn uitgebracht (bij een van zijn eerste optredens heeft de drukker zijn naam verkeerd gespeld op de affiche: Revaux. Herdrukken kost geld, dus gaat hij voortaan zo door het leven) zijn eigenlijk haast uitsluitend gekocht door vrienden en familie.

De genadeslag is de yé-yé rage. Een frisse wind, die in het zog van The Beatles en The Stones, de Franse populaire muziek vooral richt op een tienerpubliek. Salut les copains!

Jacques besluit zich voortaan toe te leggen op een carrière achter de schermen. Hij neemt zich voor om iedere dag een nummer te schrijven. Om ongestoord te kunnen werken, trekt hij zich terug in een bergdorpje in de Franse Alpen. Daar, op de bovenste verdieping van een klein hotelletje, schrijft hij nummers voor Johnny Hallyday, Eddy Mitchell, Sylvie Vartan, Sheila….

Meestal beperkt hij zich tot de muziek. Voor de tekst houdt hij op wat klanken. ‘Chanter en yaourt’, zoals dat zo mooi heet in het Frans. De echte teksten laat hij liever over aan mensen als Pierre Delanoë, Vline Buggy, Jean-Michel Rivat of Ralph Bernet.

In mei 1967 heeft hij een opdracht voor vier nummers voor de muziekuitgever Norbert Saada. De opdracht is dat het moet klinken als iets dat in Engeland is geschreven. Want de Franse zangers hebben liever een vertaling uit het Engels, dan een originele Franse compositie.

Hugues Aufray krijgt de eerste keuze. Daarna komen Petula Clark, Claude François, Dalida en Sacha Distel aan de beurt. Niemand heeft interesse in ‘For Me’.

Clo Clo

Tijdens een feestje in Cannes, enkele maanden later, vraagt Claude François aan Jacques waarom hij hits schrijft voor zowat iedereen, maar nooit voor hem. De componist antwoordt dat hij hem laatst een nummers heeft aangeboden, maar dat Clo Clo het toen niet wou. Ze spreken af voor een herkansing.

Op 27 augustus 1967 rijdt Revaux naar Dannemois, waar de Franse zanger een buitenverblijf heeft. In en rond het zwembad is een hele troep mensen uit de wereld van radio en TV verzameld. ‘Hij wou dat ik het nummer op de piano speelde, voor iedereen,’ vertelt Jacques Devaux in 1993 aan het tijdschrift Platine. ‘Dat duurde bijna tien minuten. Toen hebben we samen de melodie aangepast. Claude heeft drie of vier noten gewijzigd: eentje in het begin en drie in het refrein. En inderdaad: het was een stuk beter.
Hij zette zich aan de piano en kwam met de openingszin: “Je m’lève et je te bouscule…”
Met in zijn achterhoofd de recente breuk met France Gall, met wie hij een bijna drie jaar een relatie heeft gehad, beschrijft Claude hoe de dagelijkse routine, ongemerkt leidt tot sleur in het leven van elk koppel: ‘Comme d’habitude’.

‘Later heeft hij de tekst uitgewerkt met Gilles Thibault,’ verklaart Revaux. ‘Daar was ik niet bij. Ik weet alleen dat het idee van hem kwam.’
Voor zijn aanpassingen krijgt Claude François een vermelding als co-auteur van de melodie. Hij brengt het ook onder bij zijn pas opgezette muziekuitgeverij Jeune Musique.

Korte tijd later neemt hij het op met het orkest van David Whitaker en brengt het, in november 1967 uit, als aller eerste single van zijn eigen platenlabel Disques Flèche.


Met zo’n driehonderdduizend verkochte exemplaren is het een hit, maar geen monstersucces.

David Bowie

In Londen probeert ene David Jones al een paar jaar om aan de bak te komen in de muziekwereld. In afwachting van zijn doorbraak als David Bowie, schnabbelt hij wat bij voor de muziekuitgever Essex Music. Geoffrey Heath brengt hem in contact met de Belgische jazzpianist Willy Albimoor. Willy heeft een vriendinnetje dat hij graag wil lanceren als zangeres: Andrée Giraud. Hij heeft enkele nummers voor haar gecomponeerd, maar er ontbreekt nog een tekst.
Bowie zet zich aan het werk en in juni 1967 verschijnt ‘Pancho’ van Dee Dee and her Panchos. Van het meisje wordt na deze flop niets meer vernomen, maar voor Albimoor rinkelt de kassa wanneer in 1971 Les Chakachas een dik hit scoren met zijn ‘Jungle Fever’.

Blijkbaar vindt de uitgever dat David een tweede kans verdient. In de winter krijgt hij een stapeltje Franstalige singles toegeschoven. De methode om nummers die hun hitpotentieel bewezen hadden, te slijten aan een Engelstalig publiek kwam wel meer voor in die tijd. Denk maar aan ‘You Don’t Have to Say You Love Me’ van Dusty Springfield: een bewerking van een Italiaans nummer van Pino Donaggio.
Een van de plaatjes is ‘Comme d’habitude’.
Bowie voorziet de melodie van een Engelse tekst over een jongen die zich populair maakt door de clown uit te hangen en daarom niet serieus wordt genomen door het meisje van zijn dromen.

In februari 1968 zingt Bowie zijn tekst in, over het plaatje van François heen. De muziekuitgever is niet onder de indruk van ‘Even A Fool Learns To Love’. Noch van de amateuristische aanpak, noch van de geforceerde tekst vol zelfbeklag. Het commentaar van de grote baas is duidelijk : men ‘zoekt een ster op het nummer op te nemen en geen Johnny uit Bromley.’

Paul Anka / Frank Sinatra

De Canadese zanger en liedjesschrijver Paul Anka (onder andere ‘It Doesn’t Matter Anymore’ van Buddy Holly) verblijft veel in Frankrijk, omdat zijn vrouw – hoewel net als hijzelf van Libanese afkomst – ook Frans bloed heeft. ‘Ik had een huis gehuurd in de buurt van Mougins,’ vertelt hij in 2005. ‘Ik hoorde die melodie op de radio en ik dacht : daar moet ik iets mee doen.’
Hij verwerft de rechten voor de Verenigde Staten, maar daar blijft het bij. Voorlopig toch.

Enkele maanden bevindt hij zich in Florida, in het gezelschap van Frank Sinatra en ’een paar leden van de maffia’. Tijdens het diner verklapt Old Blue Eyes dat hij is uitgekeken op de showbizz, dat hij er over denkt om er mee op te houden.

Zodra hij weer thuis is, in New York, haalt hij de partituur van ‘Comme d’habitude’ te voorschijn. Gezeten aan de piano verandert hij het ritme, beetje bij beetje. Vervolgens begint hij aan de tekst.
‘Om een uur of één ’s nachts,’ gaat Paul verder, ‘zette ik me aan mijn oude IBM typmachine, met de vraag: Wat zou Frank schrijven? Ik begon: “And now, the end is near…”
Het was me opgevallen dat er in tijdschriften veel sprake was van “mijn dit” en “mijn dat”. Met was de ik-generatie en Frank was voor mij de verpersoonlijking daarvan. Zoiets als “I ate it up and spit it out” zou ik zelf nooit zeggen. Maar hij sprak zo. Die kerels van de Rat Pack namen het taaltje over van de maffia – zelfs al hadden ze schrik van hun eigen schaduw.’

Het wordt een tekst waarin de zanger een balans op aan het einde van zijn levensweg. Niet ontevreden stelt hij vast dat hij misschien niet altijd het juiste heeft gedaan, maar in elk geval uniek is geweest. ‘I did it my way.’

Tegen 5 uur in de ochtend is de song klaar. “Ik belde Frank op, in Nevada – hij was in Caesar’s Palace. Ik zei hem: “Ik heb iets, speciaal voor jou.”

Sinatra is blij met het resultaat en legt het vast tijdens een sessie in Los Angeles, op 30 december 1968.

Uitgebracht in maart 1969, bereikt het een 27ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Opnieuw: een goed resultaat, maar geen megasucces.
Dat is anders in het Verenigd Koninkrijk: hoewel de hoogste notering slechts een vijfde plaats is, blijft de single maar liefst 75 weken onafgebroken in de top 40 (van april 1969 tot september 1971). Inclusief de 49 weken dat het plaatje daarna nog in de top 75 blijft hangen, is het er de langst genoteerde hitsingle ooit.

David Bowie – opnieuw

David Bowie heeft inmiddels enige bekendheid verworven dankzij het nummer ‘Space Oddity’ van zijn tweede elpee. Rijk is hij er echter nog niet mee geworden, want hij neemt nog steeds de bus om de stad in te gaan. Zo ook op een van de eerste lentedagen van 1971. Hij wil een hemd en schoenen gaan kopen en wandelt naar de bushalte. Onderweg hoort hij Sinatra ergens met ‘My Way’. De afwijzing van zijn versie van ‘Comme d’habitude’ is hij nog niet vergeten. De melodie blijft in zijn hoofd malen en vormt langzaam een soort van parodie. Twee haltes verder springt hij van de bus en loopt terug naar huis.

In de flat in Southend Road staat niet veel meer dan een ligstoel, een asbak en een piano. Tegen het einde van de namiddag heeft hij de tekst en melodie klaar van ‘Life on Mars?’ – “Inspired by Frankie” zoals aangegeven op de hoes van zijn derde elpee.

Het onderwerp is een tienermeisje dat, na een aanvaring met haar ouders èn haar vriendje, verstrooiing zoek t in een bioscoop. Allerlei beelden en indrukken komen op haar af en ze vraagt zich af of er misschien ergens anders een betere wereld zou zijn. Misschien is er leven op Mars?

Mick Ronson zorgt voor een prachtig strijkersarrangement, maar voelt zich nog niet zeker genoeg om zelf de pianopartij in te spelen. Daarvoor zorgt Rick Wakeman, op de piano van de Trident studio – dezelfde waarmee Paul McCartney ‘Hey Jude’ heeft gespeeld.

‘Life on Mars?’ verschijnt in december 1971 op Hunky Dory. In eerste instantie is het gewoon een albumtrack, maar anderhalf jaar later, na de doorbraak van Ziggy Stardust wordt het nummer ook als single uitgebracht. Met succes: top 3 in Engeland. In Amerika is men dan nog niet onder de indruk van Bowie: zelfs geen notering in de top 100 van Billboard.

Elvis Presley

Terwijl Bowie zijn ‘Life On Mars’ opneemt in Londen, legt duizenden kilometers daar vandaan, Elvis Presley een versie vast van ‘My Way’. Dat gebeurt op 10 juni 1971 in de RCA studio B, in Nashville, Tennessee. Die opname gaat echter het archief in. Misschien ook omdat Paul Anka Elvis negatief adviseert over het nummer: ‘Laat dat. Het past niet voor jou.’

Toch brengt The King het nummer tijdens twee optredens in Hawaii, in januari 1973. Deze worden, via satelliet wereldwijd uitgebracht en bekeken door zowat een miljard kijkers.

Op 3 oktober 1977, enkele weken na zijn overlijden, wordt een recente live opname van ‘My Way’ dan toch als single uitgebracht. Met een 22ste plaats in de Amerikaanse hitlijst is het een groter succes dan dat van Sinatra. In de Country lijsten stoot het nummer zelfs door tot de top.

Claude François

In een poging door te breken op de Amerikaanse markt, neemt Clo Clo datzelfde jaar een Engelstalige elpee op, in de Londense Abbey Road studio. Daarbij mag natuurlijk zijn interpretatie van ‘My way’ niet ontbreken. Hij kan dan niet vermoeden dat het inderdaad zijn grafschrift zal worden, want op 11 maart 1978 komt hij om het leven, wanneer hij in zijn badkamer een lamp wil vervangen.

Sid Vicious

Tijdens een desastreuse Amerikaanse tournee, stapt Johnny Rotten in januari 1978, uit de Sex Pistols. Manager Malcolm McLarren heeft daardoor een probleem, want hij heeft nog grootse plannen voor de band. Zo is Julien Temple een documentaire film aan het draaien : The Great Rock ‘n’ Roll Swindle. McLarren probeert ieder van de drie overgebleven leden als lead-zanger uit. Tijdens een sessie in Parijs laat hij Sid Vicious een cover opnemen van ‘My Way’. De rebelse bassist gaat enkel akkoord, op voorwaarde dat McLarren een papier ondertekent waardoor hij niet langer Sids manager is.

Hoewel het een spontane punkversie lijkt, is er behoorlijk over nagedacht. Producer Bill Price heeft een strijkersarrangement voorzien, geschreven door Simon Jeffes van het Penguin Cafe Orchestra.

Vicious zelf heeft zijn huiswerk echter niet zo goed gedaan : hij kent de tekst maar half. Daarom improviseert hij er op los, waarbij hij een sneer geeft naar John Lydon gewoonte om een hoed te dragen : “prat who wears hats”

‘Zijn manier van zingen was grotesk,’ meent Simon Jeffes, ‘maar tegelijk liet het je toch niet onberoerd. Toen we het arrangement bedachten hadden we niet de bedoeling om het belachelijk te maken. Ik vond het zelfs pakkend. Want hoewel het enerzijds helemaal van de pot gerukt was, zat het vol van angst en wanhoop. En leven… er zat echt leven in.’

De opname wordt in juni 1978 uitgebracht op een single met ‘No One Is Innocent’, een in Brazilië opgenomen, gezongen door treinrover Ronnie Biggs met begeleiding van de beide andere overgebleven bandleden. Met de hulp van een controversieel clipje raakt ‘My Way’ tot een 7de plaats in de Britse hitlijsten.

Zelfs Paul Anka moet, in een interview in 2007 toegeven, dat het een zekere kwaliteit heeft: ‘Ik was wat uit mijn lood geslagen door de versie van The Sex Pistols, maar ik had de indruk dat hij het echt meende.’

Herman Brood

Wanneer iemand als Herman Brood een cd vol covers opneemt, hoeft hij over zo’n statement als ‘My Way’ natuurlijk geen twee keer na te denken. Dat doet ie, in een bigband uitvoering voor zijn plaat vol swing nummers, Back on the Corner, uitgebracht in juni 1999.
Toch besluit hij om het uiteindelijk niet op dat album te zetten. ‘Breng het maar uit voor je weet wel’, zou hij tegen zijn manager hebben gezegd.

Twee jaar later, op 11 juli 2001, springt hij van het dak van Amsterdamse Hilton hotel. Hermans uitvoering van ‘My Way’ klinkt tijdens zijn crematie, op het moment dat de kist, met daarop een fles Grand Marnier neerdaalt.
Op datzelfde moment draaien, tegelijkertijd een dozijn radiozenders de plaat. Het nummer verschijnt nog diezelfde week op single en wordt postuum de eerste en enige nummer één hit voor Brood.

Raymond van het Groenewoud

Recalcitrant als altijd kiest Raymond ervoor om voor een Vlaamse versie ‘My Way’ links te laten liggen en ‘Comme d’habitude’ te bewerken als ‘Zoals gewoonlijk’. In de zomer van 2004 verschijnt het nummer, als een van de twee nieuwe opnamen op de compilatie cd Ballades. Het is een eerste samenwerking met producer Peter Vermeersch.

Nawoord

Er bestaan inmiddels meer dan 1200 versies van het nummer. Het komt daarmee in de buurt van ‘Yesterday’ van The Beatles. Wereldwijd zou het elke minuut te horen zijn op radio of tv. De zonen van Claude François alleen al verdienen er elk jaar zo’n 750 000 euro aan auteursrechten mee.

‘My Way’ groeide dan ook uit tot een vast onderdeel op het repertoire van elke nachtclubzanger. Maar ook amateurs wagen zich er, met veel overgave aan. In de Filipijnen is het echter tegenwoordig verboden tijdens karaoke avonden. Dit is het gevolg van een half dozijn moorden, wanneer de zanger maar bleef doorgaan met het kwelen van ‘Maaaaaai weeeeeei’, ondanks klachten uit het publiek.

Voor wie het zelf eens wil proberen, hier is je kans: