concerten


De website van Rolling Stone  meldt dat Wolfgang’s Vault een  concert van Bob Dylan en The Band heeft. Op die website kun je het twee uur durende concert van 14 februari 1974 downloaden. Je moet je wel even registreren, maar verder is het volledig gratis.

Hier is de setlist:

deel 1

“Lay Lady Lay”
“Just Like Tom Thumb’s Blues”
“Rainy Day Woman #12 & 35″
“It Ain’t Me Babe”
“Ballad of a Thin Man”
“Stage Fright”
“The Night They Drove Old Dixie Down”
“King Harvest (Has Surely Come)”
“When You Awake”
“I Shall Be Released”
“Up On Cripple Creek”
“All Along the Watchtower”
“Ballad of Hollis Brown”
“Knockin’ On Heaven’s Door”

deel 2

“She Belongs To Me”
“It’s All Over Now, Baby Blue”
“The Times They Are A-Changin’”
“Just Like a Woman”
“It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)”
“Rag Mama Rag”
“This Wheel’s On Fire”
“The Weight”
“Forever Young”
“Highway 61 Revisited”
“Like A Rolling Stone”
“Blowin’ in the Wind”

Met deze Amerikaanse tournee keerde Dylan terug voor het voetlicht na een afwezigheid van de concertpodia van zeven jaar. Van deze concertreeks is ook een live-cd uitgebracht: Before The Flood.

Het hele verhaal kun je hier lezen.

Advertenties

Town Hall concert – 12 april 1963

 

 

 

Het zijn interessante tijden voor Dylanfans. Terwijl we nog nagenieten van drie schijfjes vol lekkers van Tell Tale Signs zit het volgende reguliere studioalbum er al weer aan te komen. En ondertussen teistert de goede man ook nog eens de oren van de Europese concertgangers met eigenzinnige versies van zijn klassiekers. Gisteren bijvoorbeeld nog in Vorst Nationaal in Brussel.

 

Misschien is het interessant om, in dat verband, eens terug te blikken op een concert uit het begin van zijn carrière. We maken er kennis met een heel andere zanger: iemand die zijn publiek vermaakt met grapjes en die reageert op opmerkingen of verzoeknummertjes vanuit het publiek.

 

Op 12 april 1963 stond de eenentwintigjarige Bob Dylan in de Town Hall in New York. Het was zijn eerste belangrijke soloconcert. Hoewel de negenhonderd plaatsen niet uitverkocht waren, was het een groot succes. Zeker voor iemand die achttien maanden eerder nog geen vijftig man bij elkaar had gekregen voor een recital in een andere zaal in dezelfde stad: de Carnegie Hall.

 

Zijn debuut was gezonken als een baksteen en zijn doorbraak LP moest nog uitkomen. En toch stond er die avond een ster op het podium. Het zelfvertrouwen, dat er al sinds zijn optredens met schoolbandjes was geweest, ging nu gepaard met een volwassen podiumact en goede eigen songs. Opvallend is dat vrijwel alle nummers eigen composities waren en dat slechts een handvol daarvan zouden verschijnen op zijn op handen zijnde plaat. Enkele dagen voor de show waren de eerste promotie exemplaren van The Freewheelin’ Bob Dylan verstuurd naar radiozenders en recensenten aan de Oostkust.

 

Zoals altijd tegendraads, bracht hij slechts één nummer van zijn eerste plaat: ‘Talkin’ New York’ – niet toevallig ook een van de twee eigen nummers op die schijf. Dat wil dus zeggen dat zowat alle andere songs nieuw moesten zijn voor het publiek. Maar toch horen we hier en daar kreten, vooral om ‘Hard Rain’, waarmee hij een belangrijke status had verkregen in de folkkring van Greenwich Village.  

Hij opent met ‘Ramblin’ Down Thru The World’, dat volgens kenners een omelet is gemaakt van twee eitjes van Woody Guthrie: ‘Sally Don’t You Grieve’ en ‘Ramblin’ Round’. Ook de beide volgende songs zijn nog verwant aan zijn grote voorbeeld: ‘Bob Dylan’s Dream’ qua sfeer en ‘Talkin’ New York’ als genre.

 

Maar dan is het tijd voor het serieuze werk: in ‘The Ballad of Hollis Brown’ vertelt hij het trietse verhaal van een boer uit South Dakota die geen andere mogelijkheid ziet om aan de armoede en de tegenslagen te onstnappen dan zijn hele familie uit moorden. En ook in ‘Walls Of Red Wing’ ziet de situatie er hopeloos uit voor het hoofdpersonage.

 

Dylan weet dat zoveel kommer en kwel het best kan worden gevolgd oor wat luchtiger materiaal. Met de dubbelzinnigheden in ‘All Over You’ krijgt hij de lachers op zijn hand. En in ‘Talking John Birch Paranoid Blues’ maakt hij de paranoïde heksenjacht op communisten belachelijk.

 

Dan volgen een paar liefdesliedjes, maar wel van de soort zoals alleen Dylan ze kan schrijven. Eerst de allereerste uitvoering van één van mijn lievelingsnummers: ‘Boots Of Spanish Leather’ en dan ‘Hero Blues’ – je zult me pas echt apprecieren als ik dood ben!  

 

Hoewel ‘Blowin’ In The Wind’ inmiddels precies een jaar oud was, lokt het hier nog geen reactie uit van het publiek. Dat zou enkele maanden later wel anders zijn, wanneer de coverversie van Peter, Paul and Mary met honderdduizenden tegelijk de winkels uit zou vliegen en de song naar de tweede plaats van de hitparade zal voeren.

 

Het hoogtepunt van het eerste deel is ongetwijfeld ‘Tomorrow Is A Long Time’. Deze live versie verscheen in 1971  op de compilatie Greatest Hits Vol. 2. Zelf zou Dylan nooit een studiouitvoering uitbrengen, maar Elvis Presley deed dat wel. In februari 1966 nam hij de song op voor de soundtrack van de film Spinout. Dylan roemde die versie van The King later als de favoriete cover van een van zijn nummers.

Voor de pauze ingaat geeft Dylan zijn publiek nog een hoogtepunt mee om over na te denken: ‘A Hard Rain’s Gonna Fall’.

 

 

Kan hij, na de perfect opgebouwde eerste set, nog beter doen in het tweede deel?

 

Hij trapt af met drie nagelnieuwe songs op rij: ‘Dusty Old Fairgrounds’, ‘Who Killed Davey Moore?’ en ‘Seven Curses’. Geen van die drie verschijnt de eerste paar decennia op plaat. Davey Moore is een bokser die nauwelijks veertien dagen voor het concert is overleden aan zijn verwondingen, opgelopen tijdens een wedstrijd.

 

Dan grijpt hij even terug naar twee covers uit zijn debuutplaat: ‘Highway 51’ van Curtis Jones en – op verzoek – de traditional ‘Pretty Peggy-O’.

 

‘Don’t Think Twice, It’s Alright’ is alweer een premiere en ook weer een boodschap aan Suze. Zoals Frank Vanderlinden het uitdrukt: “niemand heeft ooit zo mooi nee tegen mij gezegd.”

 

Luister hoe goed Bob Dylan hier zingt: hoeveel emotie hij in zijn stem legt. Hoe hij meent wat hij verteld. En let  ook eens op zijn gitaarspel. Deze man kan spelen!

 

Om af te sluiten haalt Dylan alles uit de kast: met drie straffe protestsongs krijgt hij iedereen op de been: het schokkende ‘Hiding Too Long’ is later nooit meer opgedoken. Maar ook zowel ‘With God On Our Side’ als ‘Masters Of War’ zijn geheel nieuw voor zijn toehoorders.

 

En dan, wanneer hij het publiek daar heeft waar hij het wil hebben doet hij iets helemaal onverwachts. Met de hem kenmerkende eigenzinnigheid sluit hij af met een lang gedicht. ‘Last Thoughts On Woody Guthrie’. Acht minuten lang leest hij voor: een eerbetoon aan zijn held, maar ook een symbolisch afsluiten van het hoofdstuk uit zijn leven waarin Guthrie zijn gedachten heeft beheerst.

 

 

De volledige setlist:

 

deel 1

Ramblin’ Down Thru The World (Woody Guthrie)

Bob Dylan’s Dream

Talkin’ New York

Ballad Of Hollis Brown

Walls Of Red Wing

All Over You

Talking John Birch Paranoid Blues

Boots Of Spanish Leather

Hero Blues

Blowin’ In The Wind

John Brown

Tomorrow Is A Long Time

Hard Rain

 

deel 2

Dusty Old Fairgrounds

Who Killed Davey Moore?

Seven Curses

Highway 51 (Curtis Jones)

Pretty Peggy-O (trad.)

Bob Dylan’s New Orleans Rag

Don’t Think Twice, It’s All Right

Hiding Too Long

With God On Our Side

Masters Of War

Last Thoughts On Woody Guthrie

 

 

Beeld u even in dat u daar in het publiek mocht zitten en, in dat tijdsgewricht, deze boodschappen te horen krijgt van deze jonge zanger. Hoe hij precies onder woorden weet te brengen wat iedereen denkt. Hoe hij man en paard durft te noemen en zegt waar het op staat. Dit is Dylan de protestzanger, de boodschapper, de “stem van zijn generatie”. 

Luister naar deze opname en begrijp waarom die jonge kerel uit het hoge noorden het zover heeft geschopt. Veel verder dan die honderden andere protestzangers waarmee het New Yorkse Greenwich Village begin jaren zestig was bevolkt.

 

Wel, u kan er bij zijn. …Of toch bijna.

 

Het concert werd door Columbia Records opgenomen voor een mogelijke live-LP, mocht Dylan wat om materiaal verlegen zitten. De live plaat werd onder de titel, Bob Dylan In Concert voorbereid voor Kerstmis 1964. De acetate bevat een mengeling van opnamen van het Town Hall concert met opnamen van het latere concert in Carnegie Hall, op 26 oktober 1963. 

 

Maar tegen die tijd had hij alweer genoeg materiaal voor handen voor een nieuw studio album. Daardoor bleven vele van deze songs ongehoord. Pas dertig jaar later verschenen ‘Who Killed Davey Moore?’ en ‘Last Thoughts On Woody Guthrie’ op The Bootleg Series Volumes 1-3 en het nog steeds officieel onuitgegeven ‘Hiding Too Long’ is terug te vinden op The Genuine Bootleg Series, Vol. 1. 

 

Al jaren circuleren hele stukken uit het concert in het bootlegcircuit. Maar pas einde vorig jaar is eindelijk de volledige opname opgedoken. Naar het schijnt had Sony de banden opgekocht met de bedoeling het concert uit te brengen in de Bootleg Series. Maar er is een probleempje met de microfoon: de geluidstechnicus van dienst had vergeten een schermpje aan te brengen waardoor Bobs p’s ploffen. Zoiets is niet te verhelpen.

 

Dankzij de brave mensen van het Expectingrain forum kunt u het concert alsnog in volle glorie beluisteren. Doen!

 

Deel 1:
http://rapidshare.com/files/96217544/D1P1.zip.html
http://rapidshare.com/files/96229526/D1P2.zip.html

Deel 2:
http://rapidshare.com/files/96241795/D2P1.zip.html
http://rapidshare.com/files/96254023/D2P2.zip.html

 

 

 

Een mooi plan

 

Op 30 januari 2009 is het precies veertig jaar geleden dat The Beatles voor het laatst samen live speelden. John, Paul, George en Ringo stonden bij die gelegenheid niet op een podium, maar op het dak van hun kantoor in noord Londen. Onaangekondigd en zelfs onzichtbaar voor het publiek spelen ze er 42 minuten lang in de vrieskou.

 

Hoe is dat zo gekomen?

 

Begin november 1968 kondigde de platenmaatschappij van de groep aan dat The Beatles drie avonden zullen gaan  optreden in de Roundhouse in Londen, ten voordele van een goed doel. Het eerste concert was gepland voor 15 of 16 december 1969.

Ook andere Apple-artiesten zoals Mary Hopkins en Jackie Lomax stonden op het programma. Het geheel zou worden gefilmd voor een TV-show. Het was de bedoeling vooral nummers te spelen van de nog te verschijnen dubbel-LP The Beatles.

Verder was er ook sprake van een tiental gratis concerten in de Verenigde Staten, in de lente of zomer van het volgende jaar.

 

Het geheel was een idee van Paul McCartney. Die wou iets doen aan de spanningen en de slechte sfeer binnen de groep. Sinds de band in augustus 1966 was gestopt met optreden, was er van het hechte vriendenclubje van vroeger niet veel meer over.

 

Maar iedereen had het veel te druk met zijn eigen bekommernissen en uiteindelijk gingen de geplande concerten niet door. Bijzonder jammer voor de fanclubleden die al tickets hadden ontvangen.
 
 
 
 

 

In december kwam het concert opnieuw in de pers. Als locatie werden zowel de Londense Roundhouse als de Cavern in Liverpool naar voor geschoven. Ook de datum lag nog niet helemaal vast – 18 januari 1969 werd genoemd – maar in ieder geval voor het einde van de winter, zo werd meegedeeld.

 

Opnieuw was het de bedoeling om het concert te filmen. Nieuw was wel dat men nu ook de voorbereidingen wou vastleggen op film. Paul had een documentaire gezien over Pablo Picasso, waarbij de schilder werd getoond terwijl hij aan het werk was. Het leek hem heel interessant, om eens te tonen hoe een song tot stand komt. “Het plan was dat je The Beatles ziet repeteren, jammen, dingen bedenken, de show op poten zetten en uiteindelijk spelen we dan ergens een groot concert,” lichte McCartney toe. “Er kunnen dan twee uitzendingen komen: eerst de repetities, The Beatles At Work en de volgende dag het concert.”

 

Daarom was het belangrijk dat er nieuwe songs werden gespeeld. En waarom dan niet uitsluitend nieuwe nummers brengen? Daar stond producer George Martin helemaal achter: “Ik vond het een goed idee. Ze zeiden: ‘Laat ons eerst wat repeteren, de boel op punt zetten, het live opnemen en dat dan uitbrengen. Dat was nog nooit eerder gedaan: een live-plaat met uitsluitend nieuw materiaal.”

“Het motto is “Get Back”: terug simpele rock spelen, zonder technische snufjes”, lichtte Paul toe.

 

Hoewel ze net dertig songs hadden opgenomen voor The Beatles, liet Apple perschef Derek Taylor weten dat zoiets geen probleem mag zijn: “Ze hebben geen gebrek aan nieuw materiaal. Ze schrijven voortdurend. Het is eerder een kwestie van het juiste materiaal uitkiezen voor de show.”
 
 
 
 

 

 

Twickenham Film Studios

 

In afwachting van het uitpikken van de juiste locatie werd overeengekomen om alvast te beginnen met de repetities.

 

De geopperde datum van 18 januari was vooral gekozen in functie van Ringo. Die had zich geëngageerd om te gaan acteren in een film: Magic Christian. Het was de bedoeling dat de opnames zouden beginnen vanaf de vierde week van januari. Er zou worden gedraaid in filmstudios in Twickenham, waar ook de binnenopnamen van zowel de Beatlesfilms A Hard Day’s Night als Help! zijn gedraaid. Maar eind december kwam het bericht dat de opnamen drie weken werden achteruit geschoven.

 

De studio kwam daardoor vrij. Wanneer The Beatles daar zouden gaan repeteren waren meteen alle faciliteiten voorhanden om de repetities te filmen.

 

Regisseur Michael Lindsay-Hogg, die de clips voor ‘Hey Jude’ en ‘Revolution’ heeft gedraaid, was aangezocht om de beeldopnamen in goede banen te leidden. De jonge geluidstechnicus Glyn Johns stond in voor het mixen van de klank.

George Martin zou enkel het concert zelf opnemen. “George [Martin] belde af en toe,” herinnert Glyn zich, “maar verder moest ik zelf mijn plan trekken. De band gebruikte mij als producer. Ik voelde mij daar wel ongemakkelijk bij, want George Martin was toch hun echte producer.”

 

 

De “Winter of discontent”

 

De repetities gingen van start op donderdag 2 januari. Omwille van de vakbondsvoorschriften van de filmploeg kon er uitsluitend overdag worden gewerkt. De sessies begonnen elke werkdag tussen 11 en 13 uur en liepen tot de late namiddag.

 

Vooral George Harrison had een massa nieuwe nummers geschreven die hij graag wou opnemen.  Hij was net terug uit de Verenigde Staten waar hij prettig had gemusiceerd met Bob Dylan. Hij wou de “winter of discontent”, zoals hij de opnamen van de Witte Dubbel omschreef, zo snel mogelijk achter zich laten. “Ik herinner me dat ik nogal optimistisch was,” vertelt hij later. “Ik dacht: een nieuw jaar  – een nieuw aanpak.”
 
 
 
 

 

Trotst arriveerde hij dan ook in de hal met een bundeltje teksten en een splinternieuwe gitaar: een pastelgroene Rosewood Telecaster. Het instrument was een geschenk van de firma Fender en volledig met de hand gemaakt. Er bestaan maar twee exemplaren van dit prototype: één voor George en één voor Jimi Hendrix. Maar die van Hendrix is nooit afgegeven aan de gitarist – die overleed voor de gitaar klaar was.

 

Ringo had een nieuw drumstel: een bruine Ludwig Hollywood set en Paul had zijn Rickenbacker 4001S laten zandstralen. Het psychedelische tijdperk was definitief afgesloten.

 

En John…. Bracht Yoko weer mee. En dat begon de anderen al snel op de zenuwen te werken. Vooral omdat John erg passief was en Yoko het woord voor hem liet voeren. “Ik gaf nergens om toen. Ik was stoned van de H (heroine).”

 

Ook het vroege uur, de voortdurende aanwezigheid van de camera’s en de grote, lege hal waren geen ideale omstandigheden om creatief bezig te zijn. De repetities verliepen dan ook moeizaam en de sfeer was dikwijls zoek. Bovendien waren de vier nog niet terug opgeladen na de marathonopnamen van de dubbele witte LP. Urenlang werd er doelloos gejamd, waarbij dikwijls werd terug gegrepen naar het oude repertoire van rock ‘n’ rollstandaards en eigen nummers uit de beginperiode ‘One After 909’, ‘Too Bad About Sorrows’ en ‘I Lost My Little Girl’.

 

 

Met het naderen van de vooropgestelde datum voor het optreden in het vooruitzicht, brak  Paul na een paar dagen het koud zweet uit. Hij begon hem duidelijk te worden dat  als ze niet snel beter gingen spelen het faliekant zou gaan aflopen. Daarom begon hij dan ook de repetities te leiden, hetgeen George op stang joeg.

 

Zo ontstond er een discussie, tijdens het werken aan ‘Two Of Us’. Paul stelde vast dat er veel te veel tijd werd verknoeid met jammen en dat ze beter wat zouden werken aan fragmentjes en solo’s. George wierp op dat zoiets totaal nutteloos was, maar besluit gelaten: “Ik speel wat jij maar wilt dat ik speel en als je niet wilt dat ik speel, speel ik niet.”

Als compromis stelde Paul voor dat iedereen zijn eigen nummers zou regisseren en dat de anderen dan volgen.

 

En ondertussen bleven de camera’s voortdurend draaien, ook terwijl de muzikanten ruzie aan het maken waren.

 

 

Op zoek naar een locatie

 

Tijdens de lange pauzes tussen de repetities werden regelmatig de wildste ideeën opgeworpen over een mogelijke locatie voor het concert. Iemand stelde voor op te treden in een verlaten molen bij de Thames. Een ander kwam met het voorstel om een exotischer omgeving op te zoeken: een Romeins amfitheater of ergens in de woestijn. Stel je voor: The Beatles beginnen te spelen in de lege ruimte en dan komt het publiek binnendruppelen, alle rassen en naties door elkaar.

Michael Lindsay-Hogg suggereerde een cruiseschip op weg naar Noord Afrika. John en Paul waren daar wel voor te vinden, maar zowel George als Ringo verklaarden absoluut tegen te zijn. Desondanks werd alvast een driedaagse trip naar Afrika besproken.

 

 

En toen waren ze nog met drie

 

Het aanvankelijke optimisme van George Harrison was al snel omgeslagen in ergernis. Alles en iedereen scheen hem op stang te willen jagen. De vreemde omgeving, het vroege uur, voortdurende aanwezigheid van al dat volk… Paul natuurlijk, met zijn voortdurende bemoeienissen. Yoko die over alles haar mening meende te moeten ventileren en John die zich zo passief opstelde.

 

Het ergerde hem vooral dat zijn nieuwe nummers volkomen werden genegeerd. Op dinsdag 7 januari melde hij dat hij niet wou dat één van zijn nummers live zou worden gespeeld, wanneer zij niet serieus werden genomen. De gemoederen raakten verhit en Paul vertelde dat hij er over dacht naar huis te gaan wanneer de negatieve sfeer bleef voortduren. George daagde hem daarop uit de groep te laten splitten en John grapte dat hij dan de voogdij wou over de kinderen (de liedjes).  

 

Wanneer George de volgende toch nog eens een nieuwe song voorstelde was het weer prijs. John meende dat de ideale begeleiding voor ‘I Me Mine’ zou bestaan uit een accordeon en doedelzakken. Om zijn bewering te illustreren pakte hij Yoko bij de arm en walste door de zaal. 

 

Ook de dag daarna hadden George en John een hevige ruzie, waarbij John hem verweet dat zijn songs niets voorstellen.

 

Op vrijdag 10 januari barste de bom.

 

Tijdens de middagpauze beet George John toe dat hij niets bijdroeg aan de sessies en totaal niet geïnteresseerd was. Wanneer Yoko opmerkte dat George zelf te veel nieuwe nummers had was de maat vol. De “stille Beatle” had meer dan genoeg van Johns passiviteit. Hij beruste nu al jaren in zijn positie als nummer drie in de band. Maar nu John ook nog eens Yoko voor hem het woord liet voeren, zag hij zichzelf naar de vierde plaats verbannen.

Woedend gooide George zijn bord naar John, die reageerde met een rake klap in zijn gezicht.

 

George droop verslagen af en kwam na de lunch enkel terug om te zeggen dat hij uit de band stapte. Ze kunnen, wat hem betreft, een advertentie plaatsen om een vervanger te zoeken. “Ik zie jullie wel in de clubs!”

 

“Ik had er genoeg van,” verklaarde George later: “Ik vond het niet plezierig meer. Ik was ongelukkig in de band. Het hoeft voor mij niet meer, bedankt: ik ben weg.”

 

 

Schijnbaar onaangedaan door het vertrek van hun vriend hernamen John en Paul de repetities. John opende met een fragment van ‘A Quick One While He’s Away’ van The Who, waarna ze een lange jam inzetten, die Michael Lindsay-Hogg omschreef als “Vreemd, woest, brutaal en passioneel.” De enige “zang” kwam van Yoko, die op de vaste plaats van George was gaan zitten en af en toe een ijzingwekkende kreet slaakte.  

 

Na de ontlading kwam het gesprek weer op het optreden. Paul stelde de krater van een vulkaan voor.  Wanneer de regisseur, verbaasd over zoveel onverschilligheid, vroeg wat ze gingen doen als George niet zou terugkeren, antwoordde John: “Als hij dinsdag niet terug is, vragen we Eric Clapton. Gaan we verder als hij wegblijft? Ik wel. We zoeken wel iemand anders … We doen gewoon door alsof er niets is gebeurd.”

 

 

In een poging om de zaak uit te praten belegde Ringo dat weekend een vergadering bij hem thuis. George kwam luisteren wat ze te vertellen hadden. Maar wanneer John opnieuw zwijgend toekeek en Yoko begon: ‘Ik vind dat the Beatles….” stapte George het terug af.

 

Twee dagen lang repeteerden de overgebleven drie Beatles, nog doellozer dan tevoren. Tegenover Ringo legde Paul de schuld helemaal bij Yoko, maar verklaarde John dat niet te durven aanwrijven uit angst dat die gewoon uit de groep zou stappen. En dat kan niet want “hoe belachelijk zou het zijn,  wanneer in alle boeken komt te staan dat we uiteen gegaan zijn, alleen maar omdat John er op stond zijn lief mee te  brengen naar de sessies.”

 

Op woensdag 15 januari vond er een vijf uur durende vergadering plaats waarbij George zijn eisen duidelijk stelde: geen TV-show meer of hij verliet de groep definitief. Hij was wel bereid om in plaats daarvan verder te werken aan de opname van een  LP, maar dan enkel in hun eigen studio. Er werd overeengekomen de 20ste te beginnen.

Het concept van de TV-documentaire werd vervangen door dat van een speelfilm Get Back.

 

 

Apple Studio

 

In de kelder van het Apple hoofdkwartier aan 3 Saville Row werd er al maanden gewerkt aan de bouw van een eigen studio voor The Beatles. Alexis Mardas, de Griekse uitvinder en vriend van John, had de leiding over de inrichting. Hij heeft de studio uitgerust met zelfontworpen 72-sporen apparatuur (8-sporen was toen de standaard) en zelfs onzichtbare wanden.

Jammer genoeg blijkt niets te werken.

George Peckham, een van de geluidstechnici van Apple licht toe: “In principe had Alex goed ideeën, maar het ging niet. Tegen een muur had hij grote plaatstalen panelen geplaatst, die van binnen helemaal opgevuld waren met een soort spons. Dat zorgde voor reflectie en absorptie, zoals de moderne studio’s ook zijn gebouwd. Maar hij had de vloer niet zwevend laten maken, waardoor de trillingen overal werden doorgegeven. De open haard was ook nog open gelaten waardoor het geluid doorgegeven werd …”

“De opnamestudio van Alex in Apple was de grootste ramp aller tijden,” meent George Harrison. “Hij liep daar rond in een witte stofjas, als een soort chemicus, maar hij wist niet waar hij bezig was.”

 

Geconfronteerd met een studio die niet werkte riepen The Beatles George Martin ter hulp. Die huurde in allerijl 4-sporen apparatuur van EMI en liet alles overbrengen naar de Apple-studio.

 
 
 
 

 

Een vijfde Beatle

 

Toen de opnamen op woensdag 22 januari echt konden beginnen had George een gast meegebracht. Billy Preston was toetsenist bij de band van Ray Charles. The Beatles kenden hem nog uit de tijd dat hij bij Little Richard speelde, in Hamburg. George was te weten gekomen dat hij in Londen was de opnamen van een TV-special van Ray Charles voor de BBC.

 

“Het is interessant om te zien hoe mensen zich vriendelijk gedragen wanneer je een gast meebrengt, ” verklaart George Harrison. “Niemand wil laten zien dat ze kattig zijn. Hij zette zich aan de elektrische piano en meteen was de sfeer 100% beter. Billy wist niks van wat er allemaal aan de hand was en de spelletjes die er werden gespeeld. In zijn onschuld paste hij zich in en gaf de band de nodige kick”

 

Glyn Johns getuigt over de ommekeer: “Ze waren opeens uitgelaten. Ik denk dat ze het zelf niet eens doorhadden. Ik was totaal verrast door wat er gebeurde, zeker nadat ik van zo dichtbij getuige was geweest van de paranoia en de onmacht die er had geheerst de vorige weken.”

“Als je met iets goeds bezig bent, is er geen tijd voor gezever,” concludeert Ringo.

 

De volgende dagen werd in een ontspannen sfeer, het ene na het andere nummer uitgewerkt en opgenomen. De zaken verliepen zo goed dat John zelfs voorstelde om Billy permanent lid van de groep te maken. Waarop Paul droogjes opmerkte: “We hebben al last genoeg met vier!”

 

Aan het einde van de week greep Michael Lindsay-Hogg in. Hij wees er op dat de opnamen nog maanden zouden kunnen aanslepen en dat Ringo binnen een week weg moest om te gaan acteren. Er moest dringend een locatie worden gevonden om een concert te geven, waarmee de film kan worden afgesloten.

Wanneer de muzikanten even een luchtje gaan scheppen op het dak, kwam John met voorstel om daar te gaan spelen. George twijfelde en Ringo was ronduit tegen.

 

Terwijl ingenieurs de zaak controleerden en de technische aspecten uitwerkten gingen de volgende week de opnamen gewoon verder. 

 

 

Het dak op

 

 

Op de middag van donderdag 30 januari was het zo ver: zes verdiepingen boven de hoofden van de toevallige voorbijgangers begonnen John, Paul, George, Ringo en Billy aan het allerlaatste publieke optreden van The Beatles.

 

Dag en nacht is gewerkt aan de opbouw van een podium, het leggen van kabels, de huur van een helicopter…  Alan Parsons was toen nog een jonge geluidstechnicus: “Die ochtend meende Glyn Johns dat we weleens problemen konden krijgen met de wind in de microfoons. Hij stuurde mij er op uit op wat kousen of panty’s te gaan kopen. Daar stond ik dan, in de plaatselijke lingeriewinkel: ‘Ik had graag wat dameskousen.’ De juffrouw zei: “Natuurlijk, meneer. Welke maat?’ En ik weer: ‘Dat doet er niet toe.’ Volgens mij dacht ze dat ik er een bank mee ging overvallen of zo.”

 

“We waren wel wat ongewone dingen gewend,” blikt Jean Nisbet, een van de Apple bedienden terug: “Maar toen ze begonnen te spelen boven mijn hoofd en het plafond begon te trillen, dacht ik dat het tijd werd om iets te gaan doen. Ik haastte mij de deur uit en de straat op. Overal hingen er meisjes uit de ramen van de omliggende kantoren. Honderden voorbijgangers stonden verbaasd naar het dak te staren… Het verkeer was stil gevallen.

Iedereen reageerde heel positief, op een paar buren na, die zo al niet gekken waren op de aanwezigheid van Apple in hun straat.”

 

John Hewlett, toen bassist bij John’s Children en later manager van The Sparks was getuige van het getuige: “The Beatles waren fantastisch. Het was ongelofelijk. Ik had hen nooit van zo kort bij gezien. Ik had hen een paar keer in de studio aan het werk gezien, maar ik had hen nooit een hele song horen doen. Het was onbeschrijfelijk.

Zij genoten er zelf ook van, vooral Lennon. Ik was het meest onder de indruk van Lennon en Ringo Starr… hij kreeg wel eens kritiek over zijn drumspel maar hij was geweldig en echt uniek. Ik kwam net terug van mijn middagpauze en hoorde al dat lawaai. We klommen het dak op en zaten daar gewoon naar hen te kijken.”

 

Producer Alan Parsons is nog steeds onder de indruk: “Om hen samen te zien spelen en de reacties van de mensen daarop… vijf camera’s van aan de andere kant van de straat… het was ongelofelijk..  pure magie.”

 

Het optreden is nooit bedoeld als een echt concert en de setlist bestaat dan ook uit slechts vijf songs. Die werden wel elk een aantal keren werden gespeeld, om een zo goed mogelijke versie vast te leggen voor de film.

 

‘I’ve Got A Feeling’

 

‘The One After 909’

 

‘I Dig A Pony’

 

‘Don’t Let Me Down’

John was de tekst van ‘Don’t Let Me Down’ vergeten en improviseerde wat tijdens de eerste versie. Voor de tweede is iemand snel de tekst gaan halen en houdt die voor hem op.

 

Na een kleine drie kwartier kwam de politie een einde maken aan de voorstelling. Enkele buurtbewoners hadden klacht ingediend. The Beatles zelf vinden het niet erg. Paul McCartney: “Onze roadie, Mal [Evans], kwam naar ons toe geslopen – hij probeerde uit beeld te blijven – en hij zei: ‘De politie komt. Jullie moeten ophouden.’ Wij riepen: ‘We stoppen niet! Door doen.’ En hij weer: ‘De politie gaat jullie arresteren.’ ‘Prima einde voor de film. Laat ze maar doen!’ Fantastisch, niet?”

 

‘Get Back’

 

Na afloop van het laatste nummer bedankt McCartney Ringo’s vrouw Maureen voor haar enthousiaste applaus: “Thanks, Mo!”. Lennon krijgt het laatste woord met zijn opmerking: “I’d like to say ‘thank you’ on behalf of the group and ourselves, and I hope we passed the audition!”

 

 

In totaal zijn 28 uur film en meer dan honderd uur geluidsopnamen gemaakt. De film en LP verschijnen na heel veel getouwtrek en geruzie uiteindelijk als Let It Be, in de lente van 1970. Maar The Beatles zelf bestaan dan al niet meer.

Met al die sneeuwpracht buiten kom ik weer helemaal in de Kerstsfeer. Maar ‘Jingle Bells’ is niet echt mijn soort muziek. Gelukkig zijn er genoeg alternatieven.

Zo vond er onlangs een wel erg fijn familiefeestje plaats in de Londense Queen Elizabeth Hall. Teddy Thompson, zoon van Richard en Linda Thompson organiseerde er “een familie moment dat slechts eens om de dertig jaar voorkomt”. De gehele familie was er, plus talrijk ander schoon volk: Kamila Thompson, Bert Jansch, Chris Difford, Katherine Williams, Ed Harcourt, Justin Bond, Brendan Campbell, Jenni Muldaur en Rachel Unthank & The Winterset.  

Jammer dat Emmylou Harris en de gezusters McGarrigle er niet bij konden zijn. Maar dat werd goedgemaakt door dat pa en ma Thompson nog eens samen op het podium stonden – en dat was wel heel erg lang geleden.

Hier is een bespreking van het drie uur durende concert.  

Op 17 december 2008 zond BBC Radio 2 een stukje van deze A Thompson Family Christmas uit. En daardoor kunnen wij hier ook van genieten.

Met dank aan Never Get Out Of the Boat voor de link.

 

De setlist:

  1. Teddy Thompson & Katherine Williams – Silent Night
  2. Kamila Thompson – Purple Snowflakes
  3. Ed Harcourt – Christmas Time Is Here
  4. Justin Bond – New Depression
  5. Brendan Campbell – Albert’s Ashes
  6. Teddy Thompson – Christmas
  7. Katherine Williams – Bright Morning Stars
  8. Kamila Thompson – Last Christmas
  9. Chris Difford – Let’s Not Fight This Christmas
  10. Richard Thompson – Cutty Wren
  11. Rachel Unthank & The Winterset – Tar Barrel In Dale
  12. Bert Jansch – Moonshine
  13. Jenni Muldaur – Christmas Will Be Just Another Day
  14. Thompsons – Blue Christmas

Americana Treasures is een mooi initiatief: gevestigde namen uit het genre touren samen met jonge talenten langs een aantal theaters in de Lage Landen. Al is dat wel erg relatief want in Vlaanderen is er blijkbaar maar één cultureel centrum dat er aan deel neemt: het CC van Leopoldsburg.

Eerder zag ik er al Slaid Cleaves met Jeffrey Foucault en Caroline Herring en een andere keer veteraan Chip Taylor met zijn protégé Carrie Rodriguez.

 

Zaterdag stond Oh Susanne geprogrammeerd, met Luke Doucet en special guest Melissa McClelland.

Er stonden vier microfoons netjes naast elkaar op een rijtje. Vier, want ze hadden ook nog een bassist meegebracht: Rich Levesque.

 

Het werd een verrassend concert. Ik had verwacht dat elk om zijn beurt een set zou spelen, waarna ze allemaal samen eventueel wat bissen zouden brengen. Zij hadden er echter voor gekozen om iedereen gelijkwaardig te behandelen. En terecht, zo bleek.

Beurt om beurt brachten de drie singer-songwriters ieder één song, zowel instrumentaal als vocaal begeleid door de drie anderen. Zo maakten ze drie rondjes voor en drie rondjes na de pauze.

 

Melissa mocht openen. Met haar rode kleed, elektrische dobro en mooie, warme stem wist ze meteen de aandacht te vatten. Volgens het foldertje is ze in haar thuisland, Canada, een grootheid, maar ik had zelfs nooit van haar gehoord. Het blijkt dat haar cd’s hier ook nog niet verdeeld werden. Daar zou pas volgend jaar verandering in komen.

Niets te vroeg, afgaand op Thumbelina’s One Night Stand, dat ik in de pauze kocht.

 

Die cd is geproducet door Luke Doucet. Die heeft er al een hele carrière opzitten: een zevental platen, waarvan de helft met de band Veal – een soort Canadeese Flaming Lips. Zijn solowerk is wat folkier, met een stevige scheut country. Denk aan Ryan Adams, Ron Sexsmith of Ray Lamontagne. De klank wordt vooral bepaald door zijn prachtige Gretsch White Falcon, waar hij – terecht – uiterst trost op is. Het is de rockabilly gitaar bij uitstek, maar ook Neil Young maakt er graag gebruik van: hij staat er mee afgebeeld op de binnenhoes van Decade.

Uit songs als ‘Long Haul Driver’ blijkt dat Doucet een uitstekend verhalenverteller terwijl hij met het cynische ‘I Wish I Was American’ zijn  politieke standpunten duidelijk maakt.

 

Suzie Ungerleider verstopt zich achter het pseudoniem Oh Susanne. Met haar donkerbruine rok en blouse en bruine akoestische gitaar leek ze zich zelfs op het podium een beetje te willen verstoppen. Gelukkig heeft ze wel een stem. Daarmee bracht ze eigen songs als ‘Greyhound Bus’, maar ook een prachtige cover van Dylan’s ‘Billy’ uit de soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid. 

 

Voor de bissen nam Luke het voortouw. Eerder had hij al de namen van The Band en Neil Young laten vallen, maar nu wou hij even een eerbetoon brengen aan de mensen waar zij hun mosterd halen: eerst ‘Folsom Prison Blues’ van Johnny Cash en daarna een sfeervolle versie van Springsteen’s ‘I’m On Fire’. Bij deze covers namen ook weer alle zangers om beurt een strofe voor hun rekening en zelfs de bassist werd deze keer niet vergeten.

 

Het was kermis in Leopoldsburg en buiten was er vuurwerk. De knallen waren tot in de zaal te horen. Maar ook binnen was er veel moois te beleven voor het driehonderdtal toeschouwers.

 

Het hadden er gerust nog wat meer mogen zijn, maar de radio en gedrukte pers hebben het veel te druk met andere dingen. Daarom zal ik hier maar even wat promotie maken: op 28 november komt Steve Forbert naar het CC Leopoldsburg.

Er zijn nog tickets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier zijn wat videoclipjes:

 

 

 

 

 

 

Luke Doucet – It’s Not The Liquor I Miss

 

 

 

 

 

Melissa McClelland – Passenger 24

 

 

 

 

 

Oh Susanna – Right By Your Side

 

 

En om je een idee te geven hoe het er tijdens het concert aan toe ging:

 

 

 

Melissa McClelland & Luke Doucet met Cidne Treen

(ze droegen zelfs dezelfde kleren)