De Beatles in 1968


Een tijdje geleden plaatste ik hier een foto van mijn Dylancollectie.
Iemand vroeg toen of ik zoiets kon doen met mijn verzameling Beatlesspullen.

Mijn passie voor The Beatles begon in 1973. Toen kocht ik de blauwe en rode verzamelaars. Tot mijn verbazing (her)kende ik veel meer songs van de groep dan ik had verwacht.  In eerste instantie vond ik de beginperiode het leukst, maar algauw fascineerde de songs op de blauwe elpees me meer. Het einde van ‘A Day In The Life’ vond ik zelf ronduit angstaanjagend.

Korte tijd later zag ik in het uitstalraam van een boekenwikel in Maastricht Het complete platenverhaal (zie foto 3 onderaan). Toen ik aan de juffrouw in de winkel naar het boek vroeg, antwoordde ze: “Die metde kostuums van Sgt. Peppers op de omslag?” Ik had geen idee waarover ze het had.

In dit boek staat het chronologische verhaal van alle Britse singles en elpees van de groep.  Daardoor kon ik netjes alle juiste platen kopen, want toen lagen nog vele vreemde (Amerikaanse, Franse… persingen) in de winkels. 
Het heeft een jaar of vier geduurd eer ik alles bij elkaar had. Daarna begon ik aan de platen van Paul, John, George en Ringo (in die volgorde).

In 1989 ontdekte ik in een platenwinkel in Aken een aantal bootlegs Unsurpassed Masters. Die lagen toen nog gewoon in de rekken. Het was kort na het verschijnen van het fantastische boek The Complete Beatles Recording Sessions van Mark Lewisohn, waarin sprake was van die outtakes. Opeens had ik er een heel pak nieuwe nummers bij.Daardoor was ik weer een hele tijd zoet met mijn liefde voor de groep.

In het midden van de jaren negentig kwam er dan The Beatles Anthology, met drie dubbel-cd’s, het boek en een TV-reeks. Die nieuwe singles hadden voor mij echt niet gehoeven.

Tegen 2003 ben ik gestopt met het kopen van nieuwe dingen van The Beatles.

En nu de foto’s. Wanneer je er op klikt, kun je, in een nieuw blad, de foto’s op groter formaat zien.    

 

 

 

A DAY IN THE LIFE

 

 

John en Paul sloten ooit een deal om alle songs die ze samen of afzonderlijk schreven te laten registreren als Lennon/McCartney. Vooral in de beginjaren van The Beatles was dat ook het geval. Gaandeweg verliep de samenwerking wat losser, waarbij de basisstructuur van een nummer aan de ander werd gepresenteerd, zodat die eventueel wat verbeteringen of aanvullingen kon voorstellen. De voornaamste songschrijver is meestal heel eenvoudig te herkennen: diegene die het nummer heeft geschreven zingt het ook.

‘A Day In The Life’ is een van die songs waaraan beide songschrijvers een belangrijke bijdrage hebben geleverd. Elk op hun typische manier.

 

Jarenlang hebben The Beatles zowat 24 uur per dag samengeleefd. Maar in augustus 1966 zijn ze gestopt met touren. Meteen kan elk zowat zijn eigen weg gaan. Dat is duidelijk merkbaar aan hun uiterlijk. De uniforme pakken zijn vervangen door kleurrijke outfits met gestreepte broeken en bolletjeshemden. Het typische Beatleskapsel is verdwenen en snorren en baarden sieren de bekende gezichten.

 

Paul heeft een huis gekocht, op wandelafstand van de EMI studio aan Abbey Road, in het noordwesten van Londen. Doordat hij nu vlakbij woont is hij dikwijls eerder dan de andere in de studio. Hij probeert er nieuwe muzikale ideeën en productie-effecten uit, die hij dan aan de anderen voorstelt als een voldongen feit. Ringo schijnt het zich niet aan te trekken, wanneer Paul een bepaald drumpatroon voorstelt. Maar George is er niet zo mee opgezet wanneer hij Pauls gitaarsolo’s noot voor noot moet naspelen.

Ook privé gedraagt Paul zich als een vrije vogel. Zijn verloofde, de actrice Jane Asher, is soms maandenlang op tournee met het theatergezelschap waarvan ze deel uitmaakt. Paul stort zich dan volop in het uitgangsleven. ‘Ik was een vrijgezel in Londen,’ legt hij, in ‘86 uit aan Rolling Stone.  “Ik leefde op mijn eentje, bezocht toneelstukken, verdiepte me in [het underground tijdschrift] International Times met Allen Ginsburg. Het was een fantastische tijd. Ik maakte 8 mm amateur filmpjes en toonde ze beeld per beeld – klik, klik, klik – zodat ze bijna een uur duurden, in plaats van 10 minuten, weet je wel? Ik herinner me dat ik ze liet zien aan Antonioni – die in stad was om er Blow Up te draaien – en Keith Richards. We brachten heel wat fijne avonden door – niet altijd even nuchter, vrees ik – met het kijken naar die films. Ik heb ze nog steeds ergens liggen.
Ik hield ook van Stockhausen en maakte heel wat geluidstapes. Die zond ik dan naar vrienden, gewoon voor de lol. Ik weet nog dat ik ooit tegen John zei: “Ik ga een plaat maken met deze spullen. Die heet ik dan Paul McCartney Goes Too Far.” John riep: “Dat moet je doen, man!”

 

John daarentegen zit zowat gevangen in zijn villa in het chique Weybridge, op een uur rijden van Londen. Wanneer het niet echt nodig is, komt hij zijn huis niet uit. Dat vertaalt zich in de onderwerpen van de songs die hij bijdraagt aan Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Een tekening van zijn vijfjarige zoontje Julian vormt de inspiratie voor ‘Lucy In The Sky With Diamonds’. De kreet van reclamespotje voor cornflakes verwerkt hij tot ‘Good Morning, Good Morning’ en een antieke poster voor een circusvoorstelling gebruikt hij haast letterlijk voor ‘For The Benefit Of Mr. Kite’.

Voor ‘A The Day In The Life’ baseert John zich op een aantal artikels in de Daily Mail van 17 januari 1967.

 

 

17 januari 1967

 

‘Een schitterende song,’ meent Paul. ‘Grotendeels Johns nummer, maar ik was er bij betrokken van in het begin. Hij vertelde me het idée om de tekst te baseren op artikels uit de krant.’

John bevestigt: ‘Ik schreef het nummer met de Daily Mail voor me, op de piano,’ vertelt John in 1967. ‘Het lag open op ‘News In Brief’ of ‘Far or Neer’ of hoe ze dat noemen.’ Twee verhalen trokken mijn aandacht. Eentje was over een erfgenaam die dood ging in zijn auto. Dat was het belangrijkste nieuws. Hij strierf in Londen bij een auto ongeluk.’

 

Het is het verslag van de lijkschouwing op Tara Brown. Het artikel trok de aandacht van John, omdat Tara een vriend van Paul was. Browne was een van de koplopers van de Londense Underground scène. Met kleding in wilde kleuren  en zijn psychedelische beschilderde sportwagen was hij een opvallend figuur. Zodra hij 25 zou worden, wachtte hem een enorme som geld, als erfgenaam van het Guinness fortuin.

Paul was een regelmatige bezoeker in Tara’s luxe vrijgezellenflat in Belgravia, waar ze marihuana roken en uren naar muziek luisteren.

 

De 21-jarige jongeman negeerde in de vroege uren van 18 december  1966 een rood licht. Zijn Lotus Elan crakste tegen een geparkeerde bestelwagen. Zijn 19-jarige vriendin Suki Poitier overleefde de klap, maar Tara zelf was niet zo gelukkig.

 

I read the news today oh boy
About a lucky man who made the grade
And though the news was rather sad
Well I just had to laugh
I saw the photograph
He blew his mind out in a car
He didn’t notice that the lights had changed
A crowd of people stood and stared
They’d seen his face before
Nobody was really sure
If he was from the House of Lords.

Paul relativeert: ‘De regel over de politicus die zelfmoord pleegde in zijn auto schreven we samen. Er wordt beweerd dat het over Tara Browne gaat, de erfgenaam van Guinness, maar dat denk ik niet. Toen we het schreven dacht ik toch niet aan Tara. John misschien wel. Ik beelde me een politicus in, die verdoofd door drugs aan een verkeerslicht stopte, zonder te merken dat de lichten veranderd waren. Dat van ‘blew his mind’ was puur een verwijzing naar drugs… had niets van doen met een auto ongeval.‘

 

Ook John distancieerde zich: ‘Ik gaf geen verslag van het ongeval. Tara schoot zich niet voor het hoofd. Maar dat kwam bij me op toen ik dat schreef.’

 

 

De tweede strofe gaat over een oorlogsfilm. Het is een verwijzing naar How I Won the War, de film van Richard Lester, waarin Lennon geacteerd heeft (zie ‘Strawberry Fields Forever’).

 

I saw a film today oh boy
The English Army had just won the war
A crowd of people turned away
but I just had to look
Having read the book

 

Voor de laatste strofe grijpt John opnieuw naar de krant van 17 januari. Er was een stukje over dat ze vierduizend gaten hadden geteld in Blackburn Lancashire.’

‘Bladerend door de krant vonden we kleine stukjes, zoals dat over de gaten in de weg in Blackburne, Lancashire,’ vertelt Paul, ‘en een ander over de [Londense concertzaal] Albert Hall. John verbond die twee, heel handig, als ‘now how many holes it takes to fill the Albert Hall’….’

John vult aan: ‘Toen we de song opnamen, ontbrak er nog een woord… Ik wist dat het zoiets moest worden: ‘Now they know how many holes it takes to  – puntje, puntje – the Albert Hall.’ Om de een of andere redden kon ik geen werkwoord bedenken. Wat deden die gaten in de Albert Hall? Het was Terry Doran die kwam met ‘fill’ the Albert Hall. Dat werd het dan.’

‘…en daardoor werden we in de ban geslagen’, lacht Paul. ‘De BBC dacht dat we vulgair deden. Dat was niet het geval.’

 

I read the news today oh boy
Four thousand holes in Blackburn, Lancashire
And though the holes were rather small
They had to count them all
Now they know how many holes it takes to fill the Albert Hall.

 

 

Daarmee heeft John drie strofen, waarin hij het verschil beklemtoont tussen de werkelijkheid en het waarnemen ervan.

 

 

18 januari 1967

 

‘’A Day in the Life’ – dat was me wat!,’ vertelt John trots, in 1968. ‘Ik hield er van. Een prima samenwerking van Paul en mezelf. Ik had dat stuk van ‘I read the news today’ en Paul was er weg van. […] Ik had een middle-eight nodig, en Paul had er een. Bang, bang, en hij had het. Het ging mooi samen. ’

 

Zoals John het uitlegt, moet Paul met zijn middenstuk zijn gekomen  tijdens de repetitie. ‘We arrangeerden en repeteerden het – dat doen we niet vaak – de dag voor de opname, in de namiddag. We waren aan het spelen en raakten goed op dreef. We wisten dus allemaal wat we zouden spelen.’

 

Pauls stukje gaat over de routine van elke dag en het ontsnappen aan de dagdaagelijkse realiteit.

‘Het was iets helemaal anders, maar het paste toevallig,’ meent Paul. ‘Het was gewoon iets waarbij ik me herinderde hoe het was om de straat uit te lopen om de bus te nemen, naar school. Iets roken en de klas in gaan. Een reflectie over mijn schooltijd. Ik rookte een Woodbine, iemand zei iets en mijn gedachten dwaalden af.’

 

Het is nog een overblijvertje van het begin van de opnamen, toen zowel ‘Strawberry Fields Forever’ als ‘Penny Lane’ over hun jeugd in Liverpool gingen. Het concept om daarmee een hele elpee te vullen, ging echter de deur uit, toen beide nummers geselecteerd werden voor een single en daarmee van de traklist voor Sgt. Pepper’s werden geschrapt.

 

Woke up, fell out of bed,
Dragged a comb across my head
Found my way downstairs and drank a cup,
And looking up I noticed I was late.
Found my coat and grabbed my hat
Made the bus in second splat
Found my way upstairs and had a smoke,
and somebody spoke and I went into a dream.

De bindende kracht tussen de bijdragen van beide songschrijvers is het zinnetje “I’d love to turn you on.”

Paul stelt hij het zo: ‘Tim Leary kwam in die tijd met “Turn on, tune in, drop out” en wij schreven ‘I’d love to turn you on.’ John en ik keken mekaar aan en wisten: ‘ja hoor, dit gaat over drugs. Jij hebt het door, he?’

 

Niemand weet wie met het zinnetje kwam aanzetten. Zelf geven ze mekaar de eer. John, in 1980: ‘Pauls bijdrage was dat prachtige bindstukje ‘I’d love to turn you on.’ Ik had het grootste stuk van de song en de tekst, maar hij kwam met dat zinnetje dat hij in zijn hoofd had en nergens anders voor kon gebruiken.’

 

Vier jaar later, meent Paul dan weer dat John de regel bedacht. ‘Ik herinner me […] dat ik dacht: veel verder kunnen we niet gaan. […] Dat was er eentje van John en een verdomd goeie ook. ‘

19 en 20 januari 1967

 

De opnamen beginnen op donderdag 19 januari, om half acht ‘s avonds. De werktitel is dan nog: ‘In The Life Of….‘

 

De basis track is een live opname van bongo’s (Ringo), maracas (George), piano (Paul) en akoestische Gibson J-160E (John). Daarna zingt John het nummer in.

Omdat ze nog geen idee hebben hoe het middenstuk eruit zal zien laten ze een assistent de 24 maten aftellen. Onder begeleiding van Paul’s getinkel op de piano en met steeds meer echo op zijn stem telt hij Mal Evans van 1 tot 24.  ‘Omdat we dat nogal freaky vonden,’ legt Paul uit. Om het einde van dat deel aan te duiden, laten ze een wekker aflopen.

Pauls zang ontbreekt dan nog, maar na Johns derde strofe telt Mal opnieuw tot 24. Tot slot klinkt er een piano die altijd maar klimt en klimt en klimt en… stop.

Take 1 is indrukwekkende opname. Johns merkwaardige manier van aftellen (‘sugar plum fairy, sugar plum fairy’) is te beluisteren op Anthology 2.

 

Darana volgen nog drie pogingen om dit te verbeteren. Take 4 is de beste versie. Deze wordt gebruikt voor verdere overdubs: John zingt het nummer daarna drie keer in, op de sporen 2, 3 en 4, telkens zwaar bewerkt met echo. Op spoor 3 staat ook nog het pianointro van Paul.

 

De volgende dag wordt take 4 teruggebracht tot twee sporen, in 3 mixen, 5 tot 7, waarvan 6 de beste wordt bevonden. De basistrack blijft spoor 1, terwijl de drie andere sporen zijn samengevoegd op spoor 2. Hierop zingt Paul zijn stukje in. Maar daarbij vergist hij zich en zegt ‘Oh shit’ zodat het later opnieuw moet worden ingezongen.

Op spoor 3 komen Ringo’s drums en Paul op bas. Spoor 4 wordt oorspronkelijk vrijgehouden voor het orkest, maar dan wil Paul wil toch nog wat piano toevoegen en zo is de band opnieuw vol.

 

Op 3 februari zingt Paul zijn deel opnieuw in. Ook de ritmesectie op spoor 3 wordt overgedaan, waarbij Ringo tom-toms bespeelt, in plaats van zijn gewone drumstel. Daar was heel wat overtuigingskracht voor nodig. ‘We moesten hem overhalen om tom-toms te spelen,’ verklapt Paul. ‘Hij wil nooit een solo doen, maar we supporterden: “Kom op. Je bent geweldig! Dit wordt prachtig.”  En dat was het ook.‘

 

 

 

10 februari 1967

 

Hoewel de rest van het nummer zo goed als klaar is, zijn er nog twee keer 24 maten die moeten gevuld worden. Paul heeft een voorstel: een “freak-out”, een geluid dat steeds luider wordt. ‘Het crescendo van het orkest was gebaseerd op wat ideeën die ik kreeg door Stockhausen en zo… Een beetje abstract.’

John ziet dat wel ziten: een ‘geweldige opbouw, van niets tot zoiets als het einde van de wereld.’

 

Paul stelt voor negentig muzikanten in de studio te halen en die telkens een toontje hoger te laten spelen tot de limieten van hun instrument. George Martin ziet dat niet zitten. Zelfs voor The Beatles zouden de kosten, te hoog oplopen.

 

Zo’n bende kun je ook niet onvoorbereid in de studio halen, vindt de procucer. Dus maakt hij op 30 januari een ruwe mono mix 1 van take 6 als demo. Op basis daarvan schrijft Martin, in samenspraak met McCartney een soort arrangement. Het komt er op neer dat de muzikanten beginnen op de laagste noot van hun instrument en geleidelijk hoger gaan, om te eindigen op de allerhoogste noot.

 ‘Ik begon met op de partituren voor elk instrument de laagste noot te schrijven, eindigend met een E majeur akkoord. Aan het begin van elke van de 24 maten gaf ik aan waar ze ongeveer moesten zijn op dat moment.’

 

De grote dag is 10 februari. Die dag verzamelt een bonte bende in de studio. The Beatles hebben wat vrienden uitgenodigd: Mick Jagger en Marianne Faithfull, Keith Richard, Mike Nesmith, Donovan, Simon en Marijke van The Fool, Ron Richards, Tony Bramwell…

 

Er zijn twaalf violen, vier violas, vier cello’s, twee bassen, één harp, één oboe, twee fluiten, drie trompetten, drie trombones, een tuba, twee klarinetten, twee bassooons, twee hoorns en een percussionist. De veertig klassiek getrainde muzikanten komen veelal uit de orkesten van het Royal Philharmonic en de London Symphony.

George Martin heeft de zware taak hen uit te leggen dat ze maar één noot hoeven te spelen. Maar wel steeds luider.  ‘Ze mochten het eigenlijk in hun eigen tempo doen… maar zo werkt een orkest niet. Dat is tegen hun tradities.’

 

Om de sfeer te bevorderen worden gekke hoedjes, valse neuzen en dergelijke uitgedeeld.

 

Zeven camera’s moeten alles op beeld vastleggen.

‘Het was een zootje,’ meent Peter Brown. ‘Ze filmden de laatste sessie in Abbey Road – die met het London Symphony Orchestra. Toen we aankwamen deelden ze 16 mm camera’s uit, en draagbare microfoons. We mochten filmen wat we wilden. Maar er waren geen afspraken gemaakt voor enige echte filmopnamen. Alles was dus puur naar eigen goeddunken. Geen enkel shot was lang genoeg – de mensen amuseerden zich gewoon met de camera’s.’

 

George Martin geeft de instructies: ‘We beginnen heel stil en eindigen heel hard. We straten heel laag en eindigen geel hoog. Je moet zelf bepalen hoe je er geraakt, zo geleidelijk aan mogelijk… zonder echte noten te spelen. Wat je ook doet, luister niet naar de kerel naast je, want ik wil niet dat je hetzelfde doet.’ Natuurlijk keken ze me allemaal aan alsof ik niet goed wijs was.’

 

Het dirigeren van het orkest neemt Paul op zich: ‘Wat opviel was dat je goed het karakter van het orkest er in zag: de strijkers zijn als schapen – ze keken naar wat de ander ging doen. “Ga jij omhoog? Ik ga!” en dan gingen ze allemaal samen. De leider nam hen mee. De koperblazers waren veel wilder. Jazz kerels, he.’

Na afloop breekt er een spontaan applaus los.

 

Het geheel wordt vier keer opgenomen op afzonderlijke opnameapparatuur, terwijl de opnamen van the Beatles op een andere meespeelt. Zo krijgt Paul eigenlijk veel meer dan hij had gevraagd: 160 muzikanten!

 

Na afloop van de opnamen worden de vier sporen samengedrukt op één spoor: take 7.

 

Wanneer de muzikanten naar huis zijn proberen the Beatles met hun vrienden een idee uit voor het einde van het nummer: een langgerekte “hummmmmm”. Ze proberen het vier keer eer ze een take hebben waarop ze niet in lachen uitbarsten. Die opname, take 11, wordt dan nog drie keer overgedaan zodat een hele band ermee vol staat. Het geheel is echter niet echt bevredigend, ook al omdat niemand het 20 seconden volhoudt.

 

 

22 februari 1967

 

Omdat het “koor van stemmen” niet geslaagd is, wordt op 22 februari een ander idee uitgeprobeerd: één langgerkte noot op de piano.

Paul heeft weer de leiding: “Have you got your pedal down, Mal?”

Mal: “Which one’s that?

Paul: “The right hand one, far right. It keeps the echo going.”

John: “Keep it down the whole time.”

Paul: “Right. On four then. One, two, three…”

 

John, Paul, Ringo en Mal Evans slaan gelijktijdig het E majeur akkoord aan, op drie piano’s: Buuungggg.

Er zijn negen takes nodig om precies gelijk te raken.

De laatste poging wordt als beste gekozen en hierop wordt alles dan nog drie keer overgedaan, met steun van George Martin op een harmonium. Dit geluid wordt dan nog bijgewerkt tot een langgerekte geluidsmuur van 53″.

 

Na ongeveer 34 uren werk is ‘A Day In The Life klaar’ om te worden gemixt. Met 5’03” is ‘A Day In The Life’ zo’n twee minuten langer dan elk ander nummer dat The Beatles tot dan toe hadden uitgebracht.

 

Wanneer David Crosby de mannen, in de studio, komt bezoeken, krijgt hij het voorrecht om het nummer te beluisteren. ‘Voor zover ik weet, was ik de eerste mens, behalve hen en George Martin en de geluidstechnici om ‘A Day In The Life’ te horen. Ik had heel wat [hash] gerookt. […] Ze zetten me daar neer. Ze hadden gigantische luidsprekers, op wieltjes en die werden aan weerszijden van de stoel gezet. Tegen het einde van dat laatste pianoakkoord lagen mijn hersens op de grond, man.’

Onlangs plaatste ik hier Pauls ‘Helter Skelter’, opgeplitst in afzonderlijke sporen. Omwille van het evenwicht volgt hier een gelijkaardige oefening van een van Johns nummers uit diezelfde periode: de zomer van 1968.

Een beetje recyclage kan geen kwaad. In februari 2009 postte ik hier ‘Revolution’ van The Beatles. Dat ging eigenlijk vooral over de onuitgegeven complete take 20 – de oorspronkelijke opname die de basis vormde van zowel de elpee versie, ‘Revolution 1’ als het experimentele nummer ‘Revolution 9’.

Hier is nog eens die complete take 20

Maar natuurlijk is er ook nog de singleversie, die verscheen als b-kant van ‘Hey Jude’.  Dat is een verhaal apart.

John wil de ‘Revolution 1’ versie als single willen uitbrengen. Maar Paul vreest voor de reacties op het openlijke politieke standpunt. Gesteund door George, argumenteert hij dat het nummer te traag is voor een single. Hij stelt daarom voor even te wachten, voordat een beslissing wordt genomen.

Wakker geschud uit zijn drugroes door Yoko, laat John zich echter niet meer in een hoekje drummen. Als het nummer te traag is, dan nemen we toch gewoon een nieuwe versie op. Deze keer sneller, meer zoals de demoversie in mei. En veel harder.

De repetities beginnen op de avond van 9 juli, in een bezetting van solo- en ritmegitaren, drums, bas en John’s leadzang.

 De volgende dag wordt het nummer in tien takes opgenomen. Tot ergernis van de technici staan de gitaren hierbij zo hard dat de opnameapparatuur de klank niet meer zuiver kan opnemen.

Hierbij komen nog handgeklap en twee afzonderlijke en zeer zware drumtracks. Alles aan het nummer is keihard. Een paar reductiemixen brengen take 10 naar take 13. Hierop komen twee sporen van John’s schitterende leadzang, compleet met een geschreeuwde intro.

Een volgende reductie brengt ‘Revolution’ naar take 15.

Nog een dag later, op 11 juli worden er nog twee overdubs aan toegevoegd: bas door Paul en een elektrische piano door Nicky Hopkins.

De volgende dag volgt nog de laatste overdubs op take 16: een bijkomende gitaarsolo van John en opnieuw bas door Paul. Daarna worden vier mono mixen, 10 tot 13 gemaakt van take 16.  

Johns zang


Pauls bas

De eerste gitaar:  John  


Nog meer gitaar: George


Ringo geeft het ritme aan van achter zijn drumstel


Tenslotte Pauls bas, die er een geheel eigen melodie op na houdt.

Op 3 september 1968 wordt een kopie gemaakt van de basis track van spoor 16 om de volgende dag het nummer opnieuw te kunnen inzingen bij de opnamen van een promo filmpje. De opnamen vinden plaats in de Londense Twickenham Film Studio’s, in een regie van Michael Lindsay-Hogg.

Bij het inzingen tijdens voor TV zingt John opnieuw “in/out”. 

Het filmpje wordt voor het eerst uitgezonden tijdens Top Of The Pops, op 12 september 1968. Dat is in zwart-wit. In de Anthology reeks wordt het filmpje in kleur vertoond. Dat zie je hier:

The Beatles worden zwaar bekritiseerd voor hun standpunten op ‘Revolution’. Links vindt het nummer “a betrayal” en “a lamentable petty bourgeois cry of fear”. Rechts vindt dat the Beatles slechts “middle-of–the-road subverives” zijn die de maoisten waarschuwen de revolutie niet te verknoeien door te hard aan te dringen.

De jazz zangeres Nina Simone neemt een antwoord-nummer op waarin ze Lennon beschuldigd voor zijn apoliticisme en hem aanraadt zijn hersenen te zuiveren.

En voor wie wil: in 1987 vindt Yoko het nodig toestemming te verlenen om de singleversie te gebruiken als soundtrack voor een Nike commercial.

The Beatles – ‘Helter Skelter’

Het is niet eens zo lang geleden dat ik op Radio 1 ‘Goodnight’ van The Beatles hoorde afkondigen met woorden in de strekking van “The Beatles, met een typisch McCartney liedje: ‘Good Night’.”

Niet dus! Mensen die de wereld graag overzichtelijk hebben, besloten lang geleden al, dat er een rolverdeling was binnen The Beatles. John Lennon was de rebelse rocker en Paul McCartney leverancier van zoetsappige ballades. 

Natuurlijk is de werkelijkheid nooit zo zwart-wit. ‘Good Night’ was een slaapliedje van John voor het zoontje dat hij achterliet toen hij zijn vrouw buitenzette om voortaan met Yoko door het leven te gaan. En Paul schreef klassieke rocksongs als ‘I Saw Her Standing There’, ‘I’m Down’, ‘Back In The USSR’ en ‘Get Back’. En ook ‘Helter Skelter’!

Aanleiding was een uitspraak van Pete Townend. Die verklaarde met ‘I Can See For Miles’ het hardste nummer ooit te hebben geschreven. Het leek Paul een prima idee, maar toen hij de song van The Who hoorde, viel hem het resultaat wat tegen. “Dat kunnen wij beter”, meende hij.

The Who – I Can See For Miles

In september 1968 profiteerde hij van een avondje afwezigheid van hun vaste producer George Martin, om eens stevig loos te gaan. Voor de gelegenheid behielden de mannen niet hun gewone rollen: Paul wou zelf de toon aangeven met zijn gitaar, zodat George de slaggitaar overnam en John bas ter hand nam. Ringo bleef op zijn plekje achter het drumstel.

Dankzij het spelletje RockBand en de wonderen der techniek, kunnen slimme mensen de afzonderlijke sporen van een groot aantal Beatlessongs isoleren en dan kun je bijvoorbeeld de zang alleen beluisteren.

Het zangspoor: de fantastische rockzang van Paul met backing vocals van Paul, John en George. Het zijn nu eenmaal The Beatles, dus ze kunnen het niet laten om wat verfijning aan te brengen, zelfs al gaan ze helemaal uit de bol.

De sologitaar. Paul speelt alsof hij al zijn hele leven bij Sonic Youth zit. Curt Cobain was ook een Beatlesfan, weet je.

De slaggitaar. George kan er ook wat van.

De bas. John ploetert op Pauls  Rickenbaker 4001S. Niet echt subtiel, maar moet dat dan? 

De drums. Ringo is misschien niet de allergrootste rockdrummer ooit, maar hij blijft wel perfect op ritme, geeft waar nodig wat extra vaart aan het geheel met een drumrolletje en gaat maar door, zelfs al heeft hij “blaren op zijn vingers”!

Let ook op de accenten die John en assistent Mal Evans aanbrengen door amateurisch saxofoon en trompet te spelen tijdens de outro.

Een helter skelter is trouwens een Britse kermisattractie, een glijbaan rond een soort toren. Maar evengoed kan Paul er een prettig tijdverdrijf voor volwassenen mee op het oog hebben gehad.

De hoezen van de Britse Beatles LP’s

Nu binnenkort de remasters van de oorspronkelijke Britse LP’s er aan komen, is het misschien interessant om het verhaal achter de hoezen te vertellen.

De reeks artikelen kun je terug vinden op de site van de Nederlandse Beatlsfanclub. Omdat het een heel werk is om al die illustraties opnieuw hier binnen te halen, volsta ik voor één keer met het plaatsen van een link.

beatlesmonoofficial

De mono box set…

... en de stereo box set

... en de stereo box set

 

De remasters komen er aan!

 

Her en der werd er al jaren om geroepen. Sommigen dachten dat ze het nooit meer zouden meemaken. Herhaaldelijk kwamen er hints dat volgend jaar…

 

En toch kwam de aankondiging als een volslagen verrassing: op 9 september 2009 brengen EMI en Apple de volledige catalogus van The Beatles opnieuw op cd uit in een geremasterde versie.

 

John Lennon’s favoriete getal, “Number nine”, indachting kon er geen betere datum worden geprikt dan 09.09.09.

 

Waar gaat het over?

 

The Beatles beheersten de jaren zestig. Hun invloed was zo groot dat zelfs vandaag, bijna veertig jaar nadat de groep uit elkaar is gespat, ze nog steeds terugkeren aan de top van allerhande muzieklijstjes. Nochtans waren ze slechts gedurende een zeer korte periode actief. Al hun langspeelplaten – 13 in totaal – werden opgenomen in een tijdsbestek van goed zes jaar.

 

Die vinylplaten werden einde jaren tachtig voor het eerst op cd uitgebracht. Terwijl andere artiesten als David Bowie en Elvis Costello al aan de derde versie van hun cd’s toe zijn, gebeurde er verder niets met de catalogus van the Beatles. Velen waren dan ook erg ontevreden over de stand van zaken. Die cd’s waren uitgebracht op een moment dat het medium eigenlijk nog in zijn kinderschoenen stond.
De toonaangevende hoezen waren verknipt en door elkaar gehaspeld. Liner notes ontbraken volledig.

 

Maar erger nog was de weergave van de muziek. De eerste vier cd’s waren in mono uitgebracht en de twee daarna Help! en Rubber Soul in een geremixte versie!

Enkel Sgt. Pepper’s was eigenlijk fatsoenlijk gepresenteerd: met een boekje en in een kartonnen hoesje.

 

Geen wonder dat er een bloeiend zwart circuit ontstond waarin creatievellingen als Dr. Ebbert en bootleglabels als Purple Chick  hun eigen “verbeterde” versies van de platen op de markt brachten.

 

Eindelijk kan al die rommel de vuilbak in. Of toch niet?

 

 

Wat krijgen we?

 

De twaalf originele Britse LP’s, plus de Amerikaanse LP Magical Mystery Tour (waarop de gelijknamige dubbel-EP is aangevuld met wat losse singles) en de verzamelaars Past Masters Vol.1 en 2 (nu als dubbel-cd).

 

Alles omvatten deze schijfjes het complete oeuvre van de groep: alle LP’s, alle singles en een handvol losse tracks. Allemaal in de oorspronkelijk mixen, in stereo en digitaal geremasterd.

 

De oorspronkelijke hoezen zijn in hun oorspronkelijke staat hersteld, plus aangevuld met nieuwe teksten, opname details en foto’s.

 

Als lokkertje is er bovendien een extraatje dat slechts gedurende een beperkte periode verkrijgbaar zal zijn: elke cd is aangevuld met een korte documentaire over het album. En daarin zullen wat outtakes van de opnamen te horen, aangevuld met fragmentjes van gepraat tijdens de sessies. 

 

Zo zullen we op Revolver een onuitgegeven instrumentale versie van ‘Dr Robert’ kunnen beluisteren naast een akoestische take van ‘Love You To’. Op Sgt Pepper is er zelfs sprake van dat een tien minuten lange remix van de erg obscure jam ‘Carnival Of Light’ zou zijn ingesloten.

 

 

Maar er is meer.

 

Voor de liefhebbers verschijnen er op dezelfde dag twee box sets.

 

De eerste zijn al deze stereo cd’s, plus een dvd met daarop de filmpjes.

 

Veel interessanter is echter de tweede box set: ‘The Beatles in Mono’. Daarin worden de originele mono versies verzameld. Dat is de eigenlijke manier waarop The Beatles en George Martin de songs wilden presenteren aan het publiek. Stereo was in die tijd iets voor een beperkte minderheid. Oneindig veel meer tijd werd besteed aan de mono mixen. Daarbij waren The Beatles zelf ook actief betrokken. De stereo mixen lieten ze achteraf over aan hun producer en zijn geluidstechniekers. In vele gevallen zijn de mono mixen dan ook merkbaar anders dan de dagen of soms zelfs weken of jaren later gemaakte stereo mixen.

 

De mono box omvat de eerste tien albums – van Abbey Road en Get Back werden nooit mono mixen gemaakt, omdat stereo inmiddels de standaard was geworden.

Daarnaast is er ook een nieuwe cd voorzien: Mono Masters, waarin net als bij Past Masters de overige tracks worden samengebracht: songs die enkel op single of EP zijn verschenen.

 

Als extraatje zijn aan de cd’s van Help! en Rubber Soul ook de oorspronkelijke stereo mixen uit 1965 toegevoegd. 

 

Kortom alle officiële mixen zijn voortaan dus op cd verkrijgbaar. De verbasterde mixen van de eerste zes Amerikaanse LP’s zijn immers enkele jaren geleden ook verschenen als The Capitol Albums vol. 1 en 2. 

 

 

En nog is het niet gedaan.

 

Op 15 augustus verschijnt er alvast een Beatles Box of Vision. Dat is eigenlijk een boek op LP formaat, waarin de hoezen allemaal te bewonderen zijn op groot formaat, inclusief de boekjes van Magical Mystery Tour, Let It Be… Naked en Love. Bovendien is er plaats voorzien om de nieuwe cd’s in te bewaren, aangevuld met de rest van de catalogus: de Anthology, BBC en Love cd’s.


Een prachtig hebbeding, dus.

 

 

Hoe gingen ze te werk?

 

Er is vier jaar aan het project gewerkt. Opvallend is dat noch George Martin, noch zijn zoon Giles bij het remasteren betrokken zijn geweest.  In plaats daarvan werd aan de stereo versies gewerkt door een uitgebreid team: Guy Massey, Steve Rooke en Sam Okell. Paul Hicks en Sean Magee waren verantwoordelijk voor het masteren van de mono versies. 

Dit zijn allemaal mensen die al jaren ervaring hebben met het werken met het materiaal van de (ex-)Beatles .

 

Als je de perstekst mag geloven zijn de heren uiterst zorgvuldig te werk gegaan.

 

Eerst zijn de analoge master tapes grondig onderzocht en dan track per track gedigitaliseerd.

Dit houdt in dat de oorspronkelijke masters zijn gebruikt en men dus niet nieuwe versies heeft gecreëerd zoals dat wel het geval was bij de Yellow Submarine Soundtrack. De mixen zijn dus identiek aan hetgeen in de jaren zestig is uitgebracht.

 

Voor de techneuten onder jullie: dit overzetten gebeurde met een Pro Tools werkstation dat werkte aan een 24 bit 192 kHz resolutie via een Prism A-D converter.

 

Daarna werden kleine foutjes weggewerkt: onzorgvuldig uitgevoerde edits, ploppen van de microfoon, elektronische klikjes… Het gevreesde “de-noise” waarbij achtergrond ruis wordt weggewerkt werd slechts met zeer grote voorzichtigheid toegepast: alles samen minder dan vijf minuten op een totaal van 525 minuten muziek – en enkel op de stereo versies.

 

Ook het volume van de muziek is iets luider gemasterd – zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is. Maar, opnieuw, met mate, om de oorspronkelijke dynamiek maximaal te behouden. 

 

Daarna werd elke song verschillende malen zorgvuldig beluisterd en vergeleken met de originele vinylversies. Daarna volgden nog meer luistertest, telkens in een andere omgeving.

 

 

En hoe klinkt het?

 

In de zomer van vorig jaar werd Mat Snow, van het Britse muziektijdschrift Mojo, uitgenodigd om een tiental tracks van het White Album te gaan beluisteren in de Abbey Road Studio’s. Om een vergelijking mogelijk te maken schakelde Guy Massey daarbij tussendoor telkens eventjes over naar de oorspronkelijke cd-versies.

 

Snow reageerde alvast wild-enthousiast:  “You can hear every thread in the musical fabric — the nuances of Macca’s tour de force vocal on “Helter Skelter,” his tolling bass on “Dear Prudence,” and, eeriest of all, John Lennon singing “Happiness Is a Warm Gun” as if he’s sitting right next to you, right now, rather than a whole lifetime ago.”

 

 

Nog meer goed nieuws?

 

Ja hoor: de prijzen zouden ook zeer “doenbaar” zijn. Er is zelfs sprake van dat de cd’s onder de 10 euro per stuk zouden gaan kosten.

 

Dat moet zelfs diegenen die zweren bij hun bootleg-cd’s over de streep trekken. Want bedenk: hoe prachtig werk Dr. Ebbets ook heeft verricht: hij moest het doen met vinylplaten die hij, met de hulp van de beste apparatuur overzette op cd. Dit zijn de originele banden die met nog veel betere apparatuur zijn overgezet op cd. Aan u de keuze.

 

 

 

Enkele interessante websites: http://www.youtube.com/user/TheBeatlesOfficial
De officiële youtube site van de groep.

http://wogew.blogspot.com/
Een Noorse Beatlessite met interessant nieuws

http://www.columbia.edu/~brennan/beatles/
The Usenet Guide to Beatles Recording Variations: een opsomming van alle mogelijke varianten en afwijkingen tussen de oorspronkelijke mixen.

http://store.boxofvision.com/
Een site waar de Box of Vision kan worden besteld. Klik ook even op de box voor een filmpje waarin een en ander mooi wordt voorgesteld.

 

 

 

 

Het begin van het krokusverlof leek me de ideale gelegenheid om een weekendje te gaan uitwaaien aan zee. Hoge golven, een verlaten strand waarop de hond vrij mag ravotten, een beetje lezen, geen nieuwsberichten, geen TV… heerlijk. 

 

Wanneer ik terug thuiskom blijkt dat er op het internet een kleine aardverschuiving heeft plaatsgevonden in Beatlesland. Eindelijk is er nog eens iets nieuws gelekt.

 

Natuurlijk heeft de Anthology reeks van halverwege de jaren negentig de meeste snoepjes al uit de kluizen bevrijd. Er is heel veel kans dat wat overblijft dingen zijn waarin het grote publiek niet echt geïnteresseerd is. Er zit geen nieuwe ‘She Loves You’ of ‘Let It Be’ meer tussen. Wat rest zijn John, Paul, George en Ringo op hun experimenteels.

Maar toch staan bovenaan het verlanglijstje van elke Beatlefanaat drie van die tracks die op het randje balanceren van de pure chaos. De kans bestaat zelfs dat ze gewoon onbeluisterbaar zijn. Die top drie bestaat uit: een meer dan zeventwintig minuten durende take 3 van de hardste song van de groep:  ‘Helter Skelter’, ‘Carnival Of Light’ een experimentele geluidscollage voor een happening in januari 1967 en de volledige take 20 van ‘Revolution’.

 

En die laatste track is tijdens het voorbije weekend overal op het net opgedoken. Je vindt hem hier, hier en hier.

 

 

Waarover gaat het?

 

RM1 van take 20 van ‘Revolution’. De volle 10 minuten en  46 seconden.

 

Zoals ik hier al vertelde is ‘Revolution’ het commentaar van John Lennon op de gebeurtenissen in de lente van 1968. Overal in de Westerse wereld braken er toen rellen uit: studenten en arbeiders braken de straten op in Leuven, Parijs en Praag. Betogingen tegen de oorlog in Vietnam vonden plaats in New York en Londen. En in Memphis en Detroit reageerden de zwarte op jaren van onderdrukking na de moord van hun leider Martin Luther King.

 

“Ik was er over aan het denken gegaan in de heuvels van Indië,” vertelde John in 1980 aan Playboy. “Ik had zo’n gevoel van ‘God zal ons ter hulp komen’: ‘It’s going to be all right.’ Daarom deed ik het: ik wou er over praten. Ik wou iets zeggen over revoluties. Ik wou zeggen tegen de luisteraar: ‘Wat vind jij? Dit is wat ik vind.’

En ik sta er nog altijd achter: ik wil het plan zien. Geweld doe ik niet aan mee. Ik klim alleen op de barricades met bloemen.
Jarenlang mochten we niks zeggen over de oorlog… Maar nu wou ik absoluut dat The Beatles een standpunt innamen over de oorlog.”

 

John wou de song snel als single uitbrengen. Het is dan ook het eerste nummer dat wordt aangepakt, wanneer the Beatles aan het einde van die tumultueuze maand mei de studio intrekken voor de opnamen van een nieuwe lp. 

 

Op 30 mei 1968 blikken ze takes van de basis track in. John bespeelt daarbij zijn semi-akoestische Epiphone Casino gitaar, Paul neemt plaats achter de piano en Ringo zit natuurlijk achter zijn drumstel.

 

Het nummer wordt aanzienlijk trager gespeeld dan tijdens de opname van de demo, die John eerder die maand op band zette. Daardoor varieert de lengte meestal rond de vijf minuten. Take 5 is pas de eerste volledige. Er zijn geen takes 11 en 12 en alles bij elkaar halen slechts acht pogingen het einde.

 

Maar take 18 is anders.

John is zo vol vuur dat hij nog terwijl de geluidstechnicus Geoff Emerick “Take 18” aankondigt al begint te zingen. Het is ook de eerste opname met begeleidende zang. Maar dat is niet het enige verschil. Het nummer gaat door en door. Het ontaard in een zes minuten lange kakofonische jam, waarbij John alsmaar blijft herhalen “It’s allright”. Hij doet dat nu eens kreunend, dan weer roepend of vragend. Dat past helemaal in het straatje van de avant-garde kunst van zijn nieuwe vriendin Yoko Ono, die dan ook haar steentje bijdraagt met gefluister en bevreemdende kreten als: “You become naked.”

Uiteindelijk maakt John er een einde aan met de kreet: “OK, I’ve had enough!”

 

De volgende dag zingt John take 18 nog John twee keer in. Hij is ondertussen aan het twijfelen geraakt over zijn standpunt: of hij wel of niet wil deel uitmaken van de revolutie. De ene keer zingt hij “in” en de volgende “out”.

Paul speelt daarna zijn Rickenbacker bas in, waarna de vier sporen vol zijn en een reductie wordt gemaakt naar take 19. Hierop zingen Paul en George de backing in (shoo be doo wop”).

 

Op 4 juni zingt John het nummer nog eens in. Om zo relaxt mogelijk te zijn en in een poging om zijn stem anders te laten klinken gaat hij daarbij plat op de grond liggen. Hierbij zingt hij: “You can count me out/in.”

Daarna zingen Paul en George nog extra backing vocals: “Mama … Dada … Mama … Dada …”.

Er volgen nog meer overdubs opgenomen op take 19 en later take 20: drums en percussie door Ringo, wah-wah gitaar door John en orgel door Paul.

 

Verder worden nog twee tape loops toegevoegd: een lang gerokken kreet “Aaaaah”, gezongen door de vier samen en een uitfreakende gitaarsolo van Lennon.

 

De sessie wordt afgerond met een monomix van het geheel, in totaal 10 minuten en 46 seconden lang. John staat er op de tape aan te kondigen met de woorden: “Take… your knickers off!”

 

 

Bootleggers

 

De complete RM 1(remix mono 1) van take 20 wordt in 1995 genoemd voor Anthology 3, maar uiteindelijk niet weerhouden.

 

In 1999 verschijnt de take voor het eerst op bootleg, op From Kinfauns To Chaos. Het Vigotone bootleglabel heeft de hand kunnen leggen op een opname van de mixsessie. Terwijl John daaraan aan het werk was, liep in de controleruimte een bandopnemer mee. John wou blijkbaar ieder detail van zijn werk vastleggen. Jammer genoeg zat Yoko net naast het apparaat. Zij vond het gedoe blijkbaar maar saai en gaf onafgebroken haar mening over van alles en nog wat. 

 

Nog datzelfde jaar kwam een concurrent, Silent Sea Productions, op White Sessions met nog meer van die zogenaamde monitor mixen.

Met veel knip en plakwerk probeerden verschillende mensen daarna om uit de verschillende beschikbare versie zoveel mogelijk “Yoko-vrije” stukken aan elkaar te plakken om zo de oorspronkelijke monomix te kunnen samenstellen.

 

Dat is nu niet meer nodig. Enkele weken geleden kwam nog maar eens een ander bootleglabel, Your Masters Choice, met de dubbel-cd: Revolution Take… Your Knickers Down. Behalve de origele (?) monomix van take 20 staat hierop niet veel interessants. De rest zijn sessies van Badfinger en Cilla Black die songs van The Beatles opnemen met Paul als producer.

 

En nu hebben bloggers deze unieke track “bevrijd” en op het net geplaatst.

 

 

Je kan hem hier ook binnenhalen, als mp3  of als flac   

 

 

Revolution 9

 

Wat deze track zo interessant maakt is dat het eigenlijk de ontbrekende schakel vormt tussen de twee ‘Revolutions’ van John die op de Witte Dubbel zijn verschenen. De eerste helft is een vroege mix van de song ‘Revolution 1’ zoals die kant twee opent, en de laatste zes minuten vormden de basis voor ‘Revolution 9’.

 

Dat gebeurde vanaf 20 juni. Vanaf die dag begon John te werken aan een geluidsmontage. Hij wou de lange outro van de song laten klinken als een revolutie op zich.

 

De volgende dag beslist hij de song in twee te knippen. De eerste helft, ‘Revolution 1’ is bedoeld als single en krijgt nog twee extra overdubs: een blazersectie van twee trompetten en vier trombones, en na een reductie, een gitaarsolo van George.

Er is in het totaal maar liefst veertig uur aan de track gewerkt.

 

Maar het werk aan ‘Revolution 9’ begint pas. John ziet de track als niet minder dan “de soundtrack van de revolutie”. Ter voorbereiding heeft hij, aangemoedigd en geholpen door Yoko een heel pak loops voorbereid.

Enkele daarvan zijn:

George Martin die zegt: “Geoff… put the red light on.” bewerkt met veel echo;

fragmenten uit de band met de laatste zes minuten van Revolution;

een koor, met achteruit gemonteerde violen;

een stukje van een symfonie, in stukjes geknipt en verplakt;

een stukje van het orkest van ‘A Day In The Life’, verwerkt als lus;

achteruit gemonteerde mellotron, symfonieën en opera’s;

een opname uit het geluidsarchief met een stem die “number nine” zegt;

George, John en Yoko die willekeurige dingen reopen, zoals: “the Watusi”, “the Twist”, “personality complex”, “onion soup”, “take this brother, may it serve you well”, “Eldorado”, “There ain’t no rule for the company freaks!”…  

 

Om zijn grootse plannen te kunnen uitvoeren heeft hij de gehele EMI Studio helemaal voor hem alleen nodig. Op 20 juni, terwijl Paul naar Amerika is gevlogen, is het zover. Vanaf 19.00 staan alledrie de studio’s ter beschikking van John en Yoko. Tien technici staan klaar om de vele loops gelijktijdig te laten lopen. Ze werken intensief tot 3:30. John regisseert het geheel nauwlettend als een weldoordachte collage.

 

In 1980 legde John uit: “De langzame versie van ‘Revolution’ op de plaat ging maar door en ik nam de fade-out – tegenwoordig doen ze dat ook met al die disco platen – en daarop bouwde ik laag na laag verder. Over de basistrack van het origineel plaatste ik zeker twintig loops, dingen die we uit het EMI archief haalden. We knipten klassieke muziek in stukjes en maakten er lussen van, met verschillenden lengtes. Al die kleine geluidsfragmenten en geluiden werden allemaal samengebracht.

Er waren zeker tien bandopnemers en bij elk stond iemand met een potlood waarrond dat stukje band rolde. Het ene stukje was maar een paar centimeter en ander waren misschien wel een halve meter. Ik bepaalde wanneer iets werd gebruikt en mixte het allemaal live. Ik had een paar pogingen nodig voor ik het goed vond.

Yoko was er bij en zij koos de loops uit. Ik was nogal onder haar invloed, kun je wel zeggen. Eens ik haar werk had geoord – niet alleen het krijsen en brullen, maar ook de rest: praten en ademen en zo – dacht ik: hoe interessant… Ik wou ook zoiets maken. Ik heb langer gewerkt aan ‘Revolution 9’ dan aan de helft van de rest wat ik ooit heb gedaan. Het was een montage.”

 

George Harrison krijgt het laatste word. In 1969 verklaarde hij: “’Revolution 9’ is niet echt een Beatles nummer… Het werkt echter wel in de context van al die verschillende songs. Ikzelf vindt het moeilijk om er naar te luisteren – eigenlijk, doe ik dat ook niet.”

Volgende pagina »