Emmylou Harris


 

 

Deel 5 – Pieces Of The Sky

‘Grams dood was een traumatische ervaring voor mij,’ geeft Emmylou Harris toe. ‘Tussen zijn dood en het maken van mijn eerste elpee beleefde ik een vreselijk jaar (sic). Ik smeet me in mijn werk, maar hij hart was er niet bij.’

Ze ziet het als haar taak Grams werk verder te zetten. ‘Ik had geen keuze. Die muziek was te belangrijk  voor mij. En ik kon niets anders. Het was dat, of terug gaan opdienen. Dus vormde ik een kleine band in D.C..’

De kern van de vijfkoppige Angel Band bestaat uit Emmylou, Tom Guidera en steelgitarist Danny Pendleton.

‘Repeteren in een garage in de vrieskou en dan terug naar de zaaltjes waar ik voordien akoestisch had gespeeld – voor Gram. Het was een leerproces, maar ook een manier om te overleven.‘

Zes avonden per week, spelen ze vier sets in de Red Fox Inn, in Washington.

Op een avond zitten er twee mensen in de zaal die met meer dan gewone belangstelling lijken te luisteren. De man en vrouw blijven de hele avond. Ze hebben zelfs een casetterecorder bij, waarmee zij alles opnemen. Na afloop stellen ze zich voor, allebei met een Canadees accent. De vrouw is Mary Martin, A&R verantwoordelijke van Warner/Reprise. De man is Brian Ahern, producer.

Hun aanwezigheid is, voor een stuk te danken aan Linda Ronstadt. 

Die heeft Emmy en haar dochterje uitgenodigd om te komen logeren in Los Angeles. ‘Ze vroeg me om samen met haar op te treden in de Roxy,’ legt Emmylou uit. ‘Ze was een enorme steun voor me, na de dood van Gram. Ze hielp me om een platencontract te krijgen. Ze bemoederde me en was erg genereus.’

Don Schmitzer, een van de bazen van Warner Bros. heeft haar daarbij opgemerkt. Hij geeft Martin de opdracht om een mogelijkeke samenwerking te onderzoeken. Mary Martin werkte vroeger voor Albert Grossman, toen die manager was van Bob Dylan. Zij was het die de folkzanger in contact bracht met The Band. Later werd ze zelf manager van Leonard Cohen en Van Morrison.

Wanneer Mary Emmylou getraceerd heeft in Washington, belt ze Ahern in Toronto. De gitarist heeft countryzangeres Anne Murray ontdekt en haar versie van ‘Snowbird’ geproduceertd. Het plaatje was een dikke hit in Canada en de Verenigde Staten.

De beide toeschouwers zijn voldoende onder de indruk om Emmylou Harris een kans te geven. ‘[Ze zong nummers van] Merle Haggard, Gram Parsons… ,’ zegt Ahern. ‘Ik denk dat ik nog het meest gecharmeerd was van het feit dat ze haar band strak in de hand had.’ 

In oktober 1974 biedt Reprise, een dochterafdeling van Warner Records, Emmylou Harris een contract aan. De voorwaarde is dat Brian Ahern de opnamen zal leiden.

Ter voorbereiding nemen ze samen een groot aantal songs door. ‘Brian [liet me] naar bandjes met songs te luisteren,’ vertelt Emmylou. ‘We luisterden een hele dag, acht uur, naar spul dat me absoluut niets deed. Na een tijdje moesten we er om lachen; we dede nogal onnozel.’ Maar dan zet Brian een cassette aan van iemand die hij net onder contract heeft genomen bij zijn eigen muziekuitgeverij: Rodney Crowell. ‘Ik riep: Dat lijkt er meer op. Die kerel is fantastisch. Hij heeft duidelijk geluisterd naar George Jones. Het waren twee nummers: ‘Song For The Life’ en ‘Bluebird Wine’.’

Ahern laat de 22-jarige overvliegen naar Washington om er met Emmylou en haar Angel Band te spelen. ‘Na afloop gingen we ergens heen en speelden songs tot de vroege ochtend’, herinnert Rodney zich. ‘De klik was er meteen. Ik hield van oude muziek – zoals the Louvin Brothers – en zij ook. Het was een beetje archivaris-achtig. Musicologie, een hele nacht lang. Country-musicology. Ik denk dat Gram Parsons haar het wereldje ingeleid had. Ik denk ook dat het zo goed klinkte omdat ik uit Texas kwam en er mee opgegroeid was.’

In afwachting van grootsere dingen vindt alvast een eerste sessie plaats in de Track Recorders Inc in Silver Spring, Maryland. Met The Angel Band worden ‘Before Believing’ en ‘Queen Of the Silver Dollar’ van Shel Silverstein op band gezet. 

Kort daarna verhuizen Emmy en haar dochter naar Los Angeles, waar ze intrekken bij Linda Ronstadt.

Brian Ahern heeft er een huis gehuurd in Lania Lane, een bochtige, doodlopende straat in Coldwater Canyon. ‘We hadden geen beddegoed, dus moesten Linda en Emmy gaan winkelen. Ze kwamen terug met achterbak van Linda’s MGB volgestouwd vol spullen voor ons, de jongens van de techniek.’

Het huis wordt immers ook gebruik als studio. Voor de opnamen laat Brian zijn zelf ontworpen mobiele studio overkomen, vanuit Toronto. De Enactron Truck is een 19-ton zware vrachtwagen volgestouwd met opnameapparatuur. Hiermee kan hij om het even waar opnemen. Zoals gewoon bij hem thuis, dus, in de huiskamer voor de open haard.

‘Brian woonde in een slaakamer aan de achterzijde,’ vertelt Bernie Leadon, die ook aan de opnamen meewerkte.  ‘De rest van het huis was nu eens woonruimte en dan weer de plaats voor de opnamen. Zo werd de hele plaat gemaakt. Het was een constante: op elk uur van de dag konden ze opnemen. De truck stond geparkeerd voor het huis in de heuvels, bij Beverly Hills… maar niet in de dure buurt van Beverly Hills.’

Contact tussen de controleruimte en de ‘studio’ gebeurt via een gesloten TV-circuit. In de vrachtwagen is er ook een kleine geïsoleerde ruimte, waar solo’s kunnen worden ingespeeld.

De eigenlijke opnamen vinden plaats aan het einde van oktober 1974. Daarvoor wordt de hulp ingeroepen van de muzikanten van Gram Parsons soloalbums: drummer Ron Tutt, pianist Glen D. Hardin, bassist Emory Gordy Jr., sologitarist  James Burton en banjospeler Herb Pedersen. Daarnaast zijn er ook nog Fayssoux Starling op backing vocals en Bernie Leadon op verschillende snaarinstrumenten.

Door de aanwezigheid van Presley’s bandleden wordt het één van de duurste countryplaten tot dan toe. Om de kosten te beperken, blijven de eigenlijke opnamen beperkt tot twee dagen: woensdag 30 en donderdag 31 oktober. 

Door live op te nemen slagen ze er in om, in die beperkte tijd, een twintigtal songs op band te zetten. ‘We namen veel te veel op,’ legt Ahern uit. ‘Ik dacht dat, als we de zwakke eerste plaat konden overslaan, en rechtstreeks doorstoten naar nummer twee – bij wijze van spreken – de muziek veel beter zou zijn. Op die manier bespaarden we een pak tijd en geld zowel voor de platenmaatschappij als voor de artiest. […] In zekere zin was haar debuut meteen haar tweede plaat.’

Volgens Herb Pedersen heeft Ahern de touwtjes stevig in handen: ‘Hij wist hoe hij de arrangementen wilde hebben. Hij was een geschoold muzikant in Canada voor hij naar hier kwam. Hij speelde zelf heel wat slaggitaar op die plaat, maar dat staat nergens vermeld. Hij was erg zorgvuldig in de keuze van arrangementen, toonaarden en melodieën. Hij wou absoluut niet een plaatje met het zoveelste countryzangeresje afleveren.’

‘Ik liet haar [de songs] voorzingen,’ vertelt Ahern. ‘[…] Dan deed ik suggesties om de structuur te veranderen. Ik schreef de akkoorden neer en speelde het dan zelf, op mijn akoestische gitaar en beelde me het nummer in, in mijn hoofd.’

Maar ook Emmylou laat zich gelden, weet Pedersen: ‘Wanneer ik de tweede stem inzong, was zij er steeds bij, om te luisteren of  het was zoals zij het wou. Zij maakte evenveel de dienst uit als hij, denk ik.’

‘Het is moelijk uit te leggen wat ik wou,’ blikt Emmylou terug, ‘het was heel intuitief. Ik was zeer sterk geïnspireerd door de muziek van Gram. Op mijn manier probeerde ik die voort te zetten.’

De songs zijn met opzet geselecteerd uit een heel breed gamma. Dat gaat van klassiekers uit de country/rock als ‘Coat Of Many Colors’ van Dolly Parton en ‘The Bottle Let Me Down’ van Merle Haggard tot nummers van The Beatles: ‘For No One’ en ‘Here, There And Everywhere’. Natuurlijk mag een song van Parsons helden, Charlie en Ira Louvin niet ontbreken. De keuze valt op ‘If I Could Only Win Your Love’.

Voor één nummer  heeft Emmylou de tekst zelf geschreven: ‘Boulder To Birmingham’ is een erg persoonlijke song, waarin ze afscheid neemt van Parsons.

De producer zorgt er voor dat Emmylou’s klaterheldere stem centraal komt te staan. Ondanks de aanwezigheid van steelgitaar, fiddle en mandoline is het resultaat meer pop dan country. Toch staat het ver van de gelikte country-rock die The Eagles in die tijd zo populair maken.

Harris geeft toe dat ze geen idee had hoe de plaat zal worden ontvangen. ‘Ik was behoorlijk nerveus. Ik dacht dat niemand de plaat zou snappen. Ik wist dat een aantal mensen, van wie de mening voor mij belang was, het goed zouden vinden. Mensen als John Starling, van wie ik wist dat hij  ‘If I Could Only Win Your Love’ prachtig zou vinden. Het was allemaal nieuw voor mij, zo’n echte plaat maken. Het was nogal eclectisch.’

 

Op 7 februari 1975 verschijnt Pieces of the Sky.  De plaat is genoemd naar een regel uit ‘Before Believing’, een nummer van Danny Flowers.

Als eerste single kiest de platenmaatschappij voor ‘Too Far Gone’. Het nummer van Billy Sherrill was in 1967 een hit voor Tammy Wynette. Emmylou’s versie verschijnt op 26 februari 1975. Glen D. Hardin verzorgde het strijkers  arrangement en James Burton schittert op elektrische gitaar. De single maakt niet echt brokken en komt niet hoger dan een 73ste  plaats in de Countrylijst.

– – –

Ter promotie van de elpee doet Emmylou enkele optredens, als voorprogramma van de Earl Scruggs Revue. Ze wordt daarbij begeleid door Bernie Leadon en Herb Pedersen. ‘Het was puur akoestisch,’ vertelt Leadon, ‘met driestemmige zang. Herb heeft een ongelofelijke stem. Het werkt inspirerend om te zingen met  twee van die fantastische stemmen.’

Eddie Tickner, die het management van Emmylou heeft overgenomen, meent dat een doorbraak het best kan geforceerd worden in Europa. De platenmaatschappij wil er wel geld instoppen, op voorwaarde dat ze een “hot band” heeft.

Emmylou zou graag de mensen achter zich krijgen waarmee ze de plaat heeft opgenomen. ‘Glen D Hardin was meteen akkoord. We speelden een paar keer samen en we amuseerden ons geweldig. Het was een fantastische bende, die mekaar allemaal goed aanvoelen. Rodney Crowell kwam er bij en we wisten meteen dat er magie in de lucht zou hangen van zodra we een podium op kropen.’

De Hot Band  bestaat uit gitarist James Burton, pianist Glen D. Hardin en bassist Emory Gordy – allemaal uit de tourband van Elvis. Drummer is John Ware, singer-songwriter Rodney Crowell speelt slaggitaar, Hank de Vito pedal steel. Gelukkig voor haar had Elvis Presley in die periode geen optredens gepland. ‘Ik betwijfel of Elvis besefte dat zijn band met iemand anders rondtrok. We deden het niet achter zijn rug, maar hij was zo afgeschermd dat ik bewtijfel of hij er iets van merkte.’

Eigenlijk kan Emmylou zich zo’n band niet veroorloven. ‘Ik ging voor een kwart miljoen dollar in het rood met de Hot Band. Gelukkig maakte de verkoop van de plaat veel goed. Ik had geen garantie dat ik er uit zou raken, maar ik greep de kans om met de muzikanten waarmee Gram gewerkt had met beide handen aan. Ik wou zoveel mogelijk Grams werk uitdragen. Plus natuurlijk het feit dat ze fantastisch waren en dat ze me de moed gaven om naar buiten te treden.’

Door verplichtingen bij Elvis Presley kan er slechts één keer gerepeteerd worden voor de band de baan op trekt.

‘We speelden in The New Vic [in London] voor een uitverkochte zaal. Je voelde de verwachtingen voor die band. James Burton was er bij, mensen die vereerd werden. Het publiek hier kenden de achtergrond. Ze kennen de songwriters, ze weten wie op de plaat speelt, ze kennen de muzikanten …ze weten alles!

Het was fantastisch om die opwinding te voelen voor wat ik deed. Dat sloeg over naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. En toen had ik een echte Top 5 plaat op de country lijst met een oud nummer van de Louvin Brothers.

Dat opende de deuren van Nashville en country radio, maar blijkbaar was er ook interesse vanuit de popwereld.Mensen die mijn nplaten kochten, kochten ook platen van Talking Heads. Dat trok de aandacht: er is hier iets gaande!’

Drie maanden touren met The Hot Band werpt zijn vruchten af en de tweede single krijgt dan ook veel meer aandacht.  

Emmylou’s versie van het Louvin Brothers nummer ‘If I Could Only Win Your Love’ verschijnt  op 4 juni 1975. De solo op mandoline contrasteert sterk met de heersende muzikale trends: prog rock, jazz fusion, disco, urban cowboy en de eerste aanzetten tot punk. Desondanks wordt het duet met Herb Pedersen die zomer een top 5 hit in de Amerikaanse countrylijst en zelfs een notering in de poplijst.

Door een countrysong aanvaardbaar te maken voor een groot publiek vervolledigt Emmylou Harris het levenswerk van Gram Parsons.

Advertenties

Deel 4 – Sleepless Nights / Grievous Angel

De opnamen voor de tweede soloplaat van Gram Parsons, verlopen een stuk vlotter dan de sessies voor GP.  Dat komt omdat  arrangementen van een aantal songs al vastliggen. ‘Veel van dat materiaal was on the road uitgewerkt,’ verduidelijkt Emmylou, doelend op de tournee die ze dat voorjaar hebben afgewerkt. ‘Die plaat is geboren op de bus. De zang van ‘Love Hurts’ is uitgewerkt op de bus. We brachten het elke avond. Tegen die tijd zat onze frasering perfect. Ik wist precies wat Gram zou doen, voor hij het deed. […]  Dat ging volledig zonder er bij na te denken.’

Nochtans volgen de opnamen na een zeer turbulente periode in het leven van Gram Parsons.

Die zomer is zijn huis afgebrand. De juiste oorzaak wordt nooit vastgesteld, maar de zanger meent dat zijn jonge vrouw, Gretchen, onvoorzichtig is geweest met een sigaret. Ze trekken even in bij haar vader, maar de spanningen en emoties blijken te veel voor hun toch al niet zo schitterende relatie.

Gram trekt er uit en Gretchen laat een abortus plegen. 

De gebeurtenissen, gecombineerd met zijn zware druggebruik, maken dat Gram weinig tijd heeft gehad om songs te schrijven. Hij heeft dan ook slechts twee nieuwe nummers klaar.

‘In My Hour of Darkness’ is een eerbetoon aan drie goede vrienden die in de afgelopen maanden zijn omgekomen. Over Clarence White hadden we het al in deel 4. Brandon de Wilde was een voormalig kindacteur met wie Parsons een elpee heeft opgenomen, met zijn toenmalige groep, de International Submarine Band.  Sid Keiser uit de band van Delaney & Bonnie, was een drugbuddie, die Gram steeds aan de beste kwaliteit beste spullen kon helpen.

Het tweede nieuwe nummer is ‘Return Of The Grievous Angel’. De tekst is gebaseerd op een gedicht dat Gram Parsons kreeg van een student in Boston, Tom Brown. Gram herkende er zich zelf in en zette het op muziek.

Bij gebrek aan nieuw materiaal zoekt Parsons wat overblijvers bij elkaar. ‘Brass Buttons’, waarin hij het heeft over het alcoholprobleem van zijn moeder is al acht jaar oud. ‘$1000 Wedding’ is wat jonger, maar werd toch ook al geschreven toen hij nog bij de Burrito’s was. Daarnaast is er een ook nog nieuwe versie van zijn bekendste nummer, ‘Hickory Wind’.

Net als op de eerste elpee vult hij die eigen nummers aan met countryklassiekers. ‘Cash on the Barrelhead’ en ‘The Angels Rejoiced Last Night’  zijn van The Louvin Brothers, ‘Brand New Heartache’, ‘Sleepless Nights’ en ‘Love Hurts’ komen van The Everly Brothers, uit het songbook van Felice en Boudleaux Bryant. ‘I Can’t Dance’ tenslotte is van Tom T. Hall.

Daarnaast is er ook nog  een song, die door Emmylou wordt aangedragen. ‘Ik kwam met ‘Hearts On Fire’ aanzetten omdat ik zoveel hield van Walter [Egan]’s nummer.’ Emmylou’s partner Tom Guidera, werkt het nu verder uit.

Geluidstechnicus Hugh Davies is opnieuw van de partij. Behalve de techniek, neemt hij ook weer de productie op zich.

Ook de kern van de studioband blijft, in grote lijnen, dezelfde: uit Presley’s TCB band komt naast gitarist James Burton, pianist Glen D. Hardin en drummer Ronnie Tutt nu ook bassist Emory Gordy. Al Perkins bespeelt de steelgitaar.

Herb Pedersen komt uit de bluegrassband The Dillars. Daarnaast zijn er gastrollen voor goede vrienden als Bernie Leadon, N.D. Smart, Byron Berline en Linda Ronstadt.

Gram heeft beloofd heeft zich te concentreren en zelfs van de heroïne voor de duur van de sessies. Toch gaat het al meteen fout.

‘Ik herinner me dat [Gram] veel te laat kwam voor de eerste sessie,’ weet Pedersen nog. ‘ We zaten in de studio van Wally Heider in Los Angeles en hij kwam binnen samen met Emmylou. Dat was de eerste keer dat ik samen met hem opnam.

We hadden een lijstje met twaalf songs af te werken en er was heel weinig studiotijd.’

‘De basistracks stonden er in één week op,’ bevestigt Emory Gordy. ‘Gram speelde ons alle songs voor. Glen [D. Hardin] had de basisakkoorden genoteerd voor we de studio ingingen. We vertrokken met die basis. Er waren geen formele arrangementen vastgelegd – we speelden wat we dachten dat goed was voor de song. Het viel allemaal netjes op zijn plaats. Als er iets fout liep, hoorden we dat bij het beluisteren  en dan verbeterden we dat met een nieuwe take.’

Soms is zo’n tweede take echt wel nodig.

‘Michael Clarke zat achter het drumstel toen we ‘$1,000 Wedding’ opnamen – die van mij waren nooit  zo goedkoop,’ lacht Herb Pedersen. ‘Johnny ‘Guitar’ Watson en Larry Williams waren er bij, in de controleruimte. Ze waren hilarisch! Wij maar ons best doen om zo’n vreselijk sloom nummer te spelen en zij maar commentaar geven als Wolfman Jack.’

‘De opnamen gebeurden volledig live,’ vult Emmylou aan. ‘Iedereen speelde samen en Gram en ik  zongen ondertussen,’ vertelt Emmylou. ‘Meestal [waren er] maar een paar takes nodig.‘ De zang wordt later wel opnieuw ingezongen, met wat hulp van Linda Ronstadt.

‘Elke avond kregen we ruwe mixen van het werk van die dag. Die namen we mee en beluisterden we dan keer op keer. We waren heel enthousiast, stonden te huppelen van plezier. GP was een strijd geweest, maar Grams zang was zoveel beter nu, na een jaar spelen.’

Toch ligt niet alles vooraf vast: ‘Grams manier van werken was: aan een aantal songs beginnen en dan het afwerken uitstellen tot op het allerlaatste moment,’ gaat Emory verder. ‘Hij werkte dikwijls een idee uit dat pas bij hem opgekomen was en liet het dan verder rusten tot de song moest worden afgewerkt.’

Zo staat Emmylou vermeld als mede-auteur van ‘In My Hour of Darkness’. Zelf wijt ze dit aan de vrijgevigheid van Gram. Zij zegt enkel verantwoordelijk  te zijn voor het arrangement, dat ontstond in de studio.

De opnamen verlopen vlotter en de resultaten zijn ook beter dan bij de eerste elpee. Zowel de zang als het spelen getuigen van een groter vertrouwen. Een paar hardere nummers zorgen voor wat meer afwisseling.

Gram zelf is zeer in zijn nopjes met wat er op band staat. Over de telefoon vertelt hij aan zijn zus in Tennessee: ‘GP was goed, maar Sleepless Nights is meer zoals ik meer hetgeen ik wilde bereiken.’

– – – –

Na afloop van de sessies, vraagt Gram de scheiding aan en trek dan naar het Joshua Tree Memorial Park in het zuid-oosten van Californië. Hij houdt van de plek. Hij houdt er van om, in zijn eentje  de Mohave Desert tedoorkruisen, op zoek naar UFO’s.

Ondertussen is Emmylou terug gekeerd naar Washington, om er haar dochter op te halen voor de geplande definitieve verhuizing naar de Westkust. In oktober staat er immers alweer een tournee gepland.

Maar dan krijgt ze vreselijk nieuws: op 19 september 1973 is Gram Parsons overleden aan een overdosis drugs, in combinatie met alcohol. Hij was pas 26.

In de pers krijgt het overlijden niet veel aandacht, vooral ook omdat de volgende dag de veel bekendere singer/songwriter Jim Croce omkomt bij een vliegtuigcrash.

Harris betreurt dat ze niets heeft kunnen doen om Parsons dood te voorkomen. ‘Daar heb ik verschrikkelijk veel spijt van. Had ik het niet moeten zien aankomen? Hij was zo jong, zo’n sterke persoonlijkheid. Ik kon niet begrijpen dat hij er niet meer zou zijn.’

‘Ik had de indruk dat het beter met hem ging. Hij dronk niet meer. Het leek mij dat hij meer een meer sobere momenten had. Hij zag er gezonder uit. Al herinner ik me dat Bernie Leadon langskwam… We waren wat een dollen met een bal, gewoon een stelletje hippies die doen alsof  ze baseball kunnen spelen. Phil Kaufman was scheidsrechter – gewoon wat pret, in de zon. Ik hoorde Bernie zeggen: “Gram ziet er vreselijk uit.” Ik dacht: dat is niet waar. Voor mij, omdat ik zo dicht bij hem stond en omdat hij nuchter was, zag ik hem beter worden. Misschien was het gewoon dat ik het niet wou zien, dat kan.’

Hoewel Parsons de echtscheidingenformulieren had ingevuld, alvorens naar Joshua  Tree te vertrekken, bleel achteraf dat Kaufman de papieren nog niet had ingediend op het tijdstip van overlijden. Daardoor blijft Gretchen de wettige erfgename, samen met dochter Polly en Grams zus Avis en hun halfzus Diane.

Emmylou blijkt niet welkom op de begrafenisplechtigheid. Gretchen ziet haar nog steeds als een concurrente. ‘Ik kreeg de kans niet om te rouwen,’ meent Emmylou. ‘Ik kon niet anders dan er voor op de vlucht gaan. Ik sprong in mijn autootje en trok door Amerika, maandenlang… Op zoek naar mensen die Gram gekend hadden, die me konden troosten… op zoek naar iets om me aan op te trekken.’

Wanneer Grams tweede soloelpee verschijnt, in januari 1974, blijkt dat Gretchen ook daar Emmylou’s bijdrage heeft geminimaliseerd. Zo zijn een aantal duetten weggelaten, waaronder het titelnummer ‘Sleepless Nights’. De plaat heet daarom nu Grievous Angel. Ook de hoes heeft ze veranderd. Gram had de plaat willen laten verschijnen als ‘Gram Parsons with Emmylou Harris’. Een foto van hen samen, zittend op de Harley Davidson van Phil Kaufmann,  zou op de  voorzijde prijken. Gretchen vond die foto echter ‘aanstootgevend’.

Daarom liet ze die vervangen door een foto van Grams hoofd in een zee van blauw.

Vooral het ontbreken van één nummer voelt Emmylou aan als een gemis. ‘Wat betreft mijn mooiste duet met Gram: iedereen zal meteen denken aan ‘Love Hurts’, maar ik wil ‘The Angels Rejoiced Last Night’ daar graag meteen aan toevoegen.’  Niet toevallig selecteert zij dit nummer ook voor haar boxset Songbird.

Toch is het Gram zelf die dit nummer niet op de plaat wou: ‘Die komt op de volgende. Er zijn al genoeg nummers over engelen op deze.’

de oorspronkelijke hoes, gepubliceerd in Rolling Stone

– – – –

De hamvraag blijft: hebben gram en Emmy ooit iets met elkaar gehad?

Phil Kaufman stelt het zo: ‘Als Gram niet getrouwd was, dan zouden er zeker iets gebeurd zijn tussen hen.’

In een recent interview geeft Emmylou toe: ‘Reken maar! Als hij niet gestorven was. Het ging die kant uit. Enkele weken daarvoor had ik voor mezelf toegegeven dat ik verliefd was geworden. Maar, ik wou hem nog niets zeggen. Ik wou even afwachten. Er was tijd genoeg… maar toen ging ie dood. Dus, heb ik het hem nooit kunnen vertellen. […] Ik wou het niet over de telefoon zeggen. Ik wou hem zien, maar ik kreeg de kans niet meer.’

Kaufman voegt er aan toe: ‘Als Gram en Emmylou een koppel waren geworden, zou het zijn leven hebben gered. Zij had geen slechte gewoontes. Zij had hem op het rechte pad gebracht. Ze zouden nu nog samen zijn en nog lang en gelukkig geleefd hebben.’

Wordt vervolgd, in deel 5: Pieces Of The Sky.

Deel 3 – The Fallen Angels

Emmylou  spendeert het geld dat ze kreeg voor haar bijdrage aan de opnamen van Gram Parsons solodebuut aan een splinternieuwe Martin D28 akoestische gitaar.  Die kan ze meteen gebruiken tijdens de maandlange tournee die Grams manager Eddie Tickner organiseert in het voorjaar van 1973.

Presley’s muzikanten zijn veel te duur, dus moet Parsons op zoek naar andere begeleiders. ‘We probeerden Waddy Wachtel te krijgen, op gitaar,’ weet Phil Kaufman, ‘maar hij wou niet op tournee. We vroegen [ex-Byrds ] Clarence White, die kon niet. Dus namen we een vriend van Emmylou: Gerry Mule.’

Verder bestaat de band uit twee oudere sessiemuzikanten uit Nashville: bassist Kyle Tullis en steelgitarist Neil Flanz. De ‘psychotic redneck ‘ drummer komt uit The Remains.

De band krijgt de naam The Fallen Angels (Parsons had The Turkeys voorgesteld, maar dat werd weggelachen).

Road manager Kaufman reist mee om toe te zien dat Parsons uit de buurt van  verboden spullen blijft. Ook Grams vrouw Gretchen trekt mee rond, vooral omdat ze erg jaloers is op Emmy. Emmy zelf heeft haar dochtertje mee.

De geplande repetities draaien uit op feesten, al doet Emmylou nog zo haar best om hen bij de les te houden.

Meteen bij het eerste concert gaat het dan ook goed fout. ‘In Boulder bleek dat [Gerry Mule, de sologitarist] het niet kon,’ weet Kaufman. ‘Hij was een beetje als een baseball coach: hij kon het uitleggen, maar hij kon niet samenspelen. Dus trokken we de stad in en vroegen: “Kan hier iemand gitaar spelen?” Zo vonden we Jock Bartley, ergens in een winkeltje in Boulder. We huurden hem in en vertrokken. Heel bizar.’

Een paar optredens zijn als voorprogramma van The Eagles. Bernie Leadon bevestigt Emmylou’s bezorgdheid over de samenhang van de band: ‘Ik had met Gram gewerkt en wist dat hij niet veel zin had in repeteren. Dat hield in had hij er geen graten in zag om songs te herschikken als hij dat nodig vond. De lengte van een intro, het aantal strofen, het hernemen van een refrein, dat kon allemaal zomaar veranderen.’

Hij herinnert zich wel de prachtige combinatie van de stemmen van Gram en Emmy . ‘Dat was volledig haar verdienste,’ meent hij.  ‘[Op het podium stond] Emmy vlak bij hem en keek naar zijn gezicht, naar zijn mond. Het was haast telepathisch hoe ze wist wat hij zou gaan doen. Als je goed luistert naar die opnamen, zou het me niet verbazen dat haar zang een microseconde achter de zijne volgt.’

Na afloop van een optreden blijven Gram en de muzikanten vaak, tot een stuk in de nacht, plaatjes draaien en countryliedjes zingen. ‘Hij liet me kennismaken met The Louvin Brothers,’ vertelt Emmylou.

Deze spoedcursus country is voor Harris een openbaring. ‘Een nieuwe wereld ging voor me open. […] Daarvoor had ik altijd het idee gehad dat country politiek incorrect was. […] Natuurlijk hou ik van the South. Ik ben er geboren, ik heb er familie van wie ik ontzettend veel hou, maar die waarschijnlijk nooit zullen begrijpen dat blank en zwart naast samen kunnen leven. Het zijn goede mensen, maar ze zijn zo opgegroeid. De muziek van the South stond voor mij voor al dat foute spul. Daarom verloochende ik mijn afkomst, omdat zoveel daar belachelijk was: die kapsels en die kostuums… Ik luisterde nooit naar country muziek.’

In Houston, mogen The Fallen Angels vier avonden openen voor Neil Young. Die trekt rond met zijn Time Fades Away tour. Linda Ronstadt en haar band spelen vormen het voorprogramma.

Chris Hillman – hij weer – stelt de beide zangeressen aan mekaar voor. ‘Jullie zouden goed met mekaar kunnen opschieten,’ meent hij.  En gelijk heeft hij. ‘Toen ik haar voor het eerst ontmoette, dacht ik: Ik wel met haar zingen,’ vertelt Linda Ronstadt: ‘Ik zag ons al de Everly Sisters. Ze had natuurlijk al Gram om mee te zingen en dat was een fantastische combinatie. Ik weet nog dat ik tegen mijn toenmalige vriend zei dat Emmy hoger en langer kon zingen dan ik, en luider en zachter en dat haar frasering beter was. Ze was op-en-top country–rock. Country–rock was tot dan toe mijn specialiteit, maar ze waren mij hard aan het pushen om meer de rocktoer op te gaan. En ik vond: ‘Ze doet dat zo goed, ik geef het op.’ Niemand kan tegen haar op.’

‘Het opzet was om country en rock & roll te spelen in de betere hippie honky tonks van de natie,’ vat Emmylou de tour samen. ‘Het publiek was er. De zalen waren klein, maar het was intens. Misschien niet in dezelfde mate in Chicago als in Austin, maar de energie was er wel altijd.

Ze kwamen om die jonge man te zien en zijn stem te horen, een stem die kon breken en kraken, puur en prachtig, zoetgevooisd, maar ook vol pijn. Er werden niet bepaald records verbroken aan de kassa, maar diegene die er bij waren zullen het nooit vergeten…’

Een optreden voor een radiozender in Long Island, opgenomen in maart 1973, verschijnt negen jaar later, als Gram Parsons & The Fallen Angels Live 1973. De live versie van ‘Love Hurts’ krijgt dan zelfs een nominatie als ‘Beste opname door een country duo.

Zowel op als naast het podium, wordt Emmylou steeds met veel respect behandeld, door de andere muzikanten. ‘Misschien wilden ze haar beschermen omdat ze van de oostkust kwam en al een kind had,’ meent Leadon. ‘Ik denk dat iedereen om haar gaf omdat ze er zo onschuldig en oprecht uitzag.’

Minder goed ligt Emmy bij Gretchen. Hoewel alle betrokkenen volhouden dat er nooit iets is gebeurd tussen die twee, is mevrouw Parsons razend jaloers op de goede verstandhouding tussen de beide zangers. De spanningen lopen zo hoog op, dat de tourmanager Gretchen op een bus zet, richting L.A.

– – –

Enkele maanden na de tournee van The Fallen Angels zijn er plannen voor een “All Star World Tour”. Ter voorbereiding heeft Warner Bros. Records alvast een mini-tour opgezet in het eerste weekend van juni 1973. Het geheel wordt aangekondigd als een “country-rock festival”. De verschillende deelnemende bands zijn allemaal opgebouwd rond ex-leden van The Byrds: Clarence White, Gene Parsons, Sneaky Pete Kleinow en Chris Ethridge.

Op 14 juli wordt Clarence White echter omvergereden door een dronken chauffeur. Hij overlijdt een dag later.

De plannen voor de wereldtournee komen hiermee abrupt ten einde.

 

 

Wordt vervolgd:

Deel 4 – Sleepless Nights : Grievous Angel

 

 

 

Deel 2 – GP

 Gram Parsons

Ingram Cecil Connor III wordt geboren op 5 november 1946 in Winter Haven, Florida. Zijn moeder is van zeer rijke afkomst en bezit uitgestrekte citrusplantages. Vader is een held uit de Tweede Wereldoorlog. Maar allebei hebben ze problemen, die ze trachten te verdringen met alcohol. Na de zelfmoord van haar man, hertrouwt zijn moeder met Robert Parsons. Een aantal jaren gaat het goed, tot Robert een buitenechtelijke affaire blijkt te hebben. Moeder drinkt zich letterlijk dood.

Gram Parsons, zoals hij zich inmiddels is gaan noemen, vlucht in de muziek. Eerst is Elvis zijn grote held, later sluit hij aan bij de folkbeweging. Maar wanneer hij, aan de universiteit van Harvard, in de ban raakt van de countrymuziek van Merle Haggard, vindt hij zijn roeping. Hij besluit zijn studie filosofie op te geven om ‘Cosmic American Music’ op de kaart te zetten, een vermenging van alle Amerikaanse muzieksoorten: rock en country, met soul en folkinvloeden.

Een eerste elpee met de International Submarine Band komt niet van de grond. Via Chris Hillman komt hij bij The Byrds terecht, als jazzpianist (!). Hij drukt zijn stempel op het baanbrekende Sweetheart Of The Rodeo. Tijdens een Europese tournee met de groep, komt hij in contact met the Rolling Stones. Zijn passie voor countrymuziek maakt grote indruk op Keith Richard.

Terug in Los Angeles richt hij, samen met Hillman The Flying Burrito Brothers op. De eerste elpee, The Gilded Palace Of Sin brengt de Bakersfield Sound naar een rock publiek. Maar zijn druggebruik maakt hem onberekenbaar en in juni 1970, kort na het verschijnen van de tweede elpee, wordt hij uit de groep gezet.

Zoektocht naar een zangeres

 

Terwijl Gram probeert een solocarrière uit de grond te stampen, gaat de groep door met een aantal nieuwe mensen. Maar het loopt niet zoals het hoort. Na een geflopte derde plaat denkt Chris Hillman er zelfs over om op het aanbod van Stephen Stills in te gaan om samen een nieuwe groep op te richten.

 

Na afloop van een concert in Washington, DC, krijgt Rick Roberts, de nieuwe gitarist van de band, bezoek van een oude kennis. Ze staan te praten wanneer Chris Hillman er bij komt staan. Die meent dat er iets moet gebeuren om de band weer wat schwung te geven. Een zangeres zou misschien een oplossing kunnen zijn.

Wanneer Hillman weg is, vertelt Roberts vriend hem over een zangeres die hij onlangs aan het werk heeft gezien. Ze heeft niet alleen een mooie stem, maar ziet er ook heel goed uit. 

Roberts is geïnteresseerd en samen trekken ze naar Clyde’s. Daar merkt hij dat zijn vriend niet heeft overdreven. De zangeres maakt indruk. Zeker wanneer ze, met een cover van ‘It Wasn’t God Who Made Honky Tonk Angels’ van Kitty Wells, ook blijkt country te kunnen brengen. Emmylou Harris zou wel eens precies kunnen zijn waarnaar The Flying Burrito Brothers op zoek zijn.

De volgende avond brengt Roberts, Chris Hillman mee. Ze blijven hangen tot Emmylou’s set afgelopen is en vragen dan aan de zangeres of ze zin heeft om de volgende dagen enkele nummers mee te komen doen, bij hun verdere optredens in de club. Dat gebeurt een keer of twee, drie.

– – –

Enkele weken later zijn de Burrito’s weer in de buurt van Washington: ze spelen in Baltimore, zo’n veertig kilometer van de hoofdstad. Gram is net terug van Europa, waar hij rondgehangen heeft met Keith Richards en Anita Pallenberg. Er is afgesproken dat hij komt  meespelen bij het concert.

In de kleedkamer vertelt Parsons over zijn soloplannen en dat ie op zoek is naar een geschikte zangeres. Iemand met wie hij close harmony kan zingen, in de stijl van zijn geliefde Louvin Brothers, zoiets als George Jones met Tammy Wynette.

Hillman vertelt hem over het zangeresje dat enkele keren met hen heeft meegezongen. ‘Chris Hillman was zo enthousiast, toen hij me vertelde over Emmylou dat ik haar wel moest zien,’ getuigt Parsons.

Alleen: niet weet hoe met haar in contact te komen.

Opnieuw komt het toeval ter hulp. Een van de meisjes die backstage rondhangen is de babysit voor Emmy’s dochtertje. Zij komt met het telefoonnummer dat het leven van Emmylou Harris een heel nieuwe wending zal geven.

‘Ik wist niet eens wie hij was,’ lacht Emmylou, terugdenkend aan het telefoontje van Gram Parsons. ‘Hij wou dat ik naar Baltimore kwam. Maar dat ging niet: ik moest spelen. Dus kwam hij met de trein naar D.C.

We spraken af aan het station. Gram was daar met zijn nieuwe vrouw, Gretchen. Zo’n charmante Southern boy, met uitstekende manieren en een brede glimlach. Ik speelde die avond in Clyde’s. Tussen twee sets deden we een paar songs samen, voor die paar aanwezigen.’

Parsons is onder de indruk: ‘Ik was er kapot van toen ik haar hoorde. Ik wou uittesten hoe goed ze was, of ze de manier van zingen en het gevoel van country kon oppikken. … We zongen één van de moeilijkste countryduetten die ik ken: ‘That’s All It Took’ [van George Jones en Gene Pitney]. Emmy zong het alsof ze nooit iets anders had gedaan.’

‘Gram zei dat het goed klonk,” vertelt Emmylou, ‘en dat hij me zou bellen. Ik dacht: Dat zal wel.’

 

GP

Zowat een jaar gaat voorbij.

Het heeft even geduurd eer Gram doorhad dat een platencontract met Rolling Stones Records er niet in zat. Daarna ging hij aankloppen bij Warner Brothers/Reprise Records. Mo Ostin wou hem wel tekenen. Een van Parsons idolen, Merle Haggard zou als producer optreden. Maar Haggard vindt Gram een hippie en grijpt zijn huwelijksproblemen aan om de zaak af te blazen.

Haggards geluidstechnicus, Hugh Davies, ziet de samenwerking wel zitten. Op zoek naar een andere producer, laat Parsons Ric Gretch overkomen. Hij is met de bassist van de Britse groep Family bevriend geraakt tijdens de Europese tournee met The Byrds. Hij heeft van Gretch zelfs een countryfan gemaakt.

Het is augustus 1972, wanneer Emmylou een vliegtuigticket voor Los Angeles in de bus krijgt. ‘Ik verwachtte niet dat de elpee er echt zou komen. Maar ik dacht: Ik neem dat vliegtuig, voor het avontuur. […] Ze boden me $500 om mee te doen aan de sessies. Dat was een berg geld voor iemand die moeite had om $100 per week te bij elkaar te krijgen.’

Parsons heeft een uitstekende groep muzikanten bij elkaar kunnen krijgen. Naast zijn vriend Barry Tashian op bas, treffen we de kern van Elvis Presley’s TCB Band: pianist Glen D. Hardin, drummer Ronnie Tutt en gitarist James Burton. ‘Gram kon echt onder de indruk raken van sommige mensen,’ meent Al Perkins. ‘Mensen als Elvis en Merle… Daarom wou hij hun muzikanten er bij betrekken.’ 

Emmylou is niet onder de indruk: ‘Weet je, ik had geen idee wie die mensen waren. Muzikaal was ik helemaal geïsoleerd. Ik had wel wat country gezongen, maar ik snapte er eigenlijk niks van. Ik wist toen ook niets van wat er in de popmuziek gebeurde.’

In de studio gaat het echter al meteen mis: Gretch heeft nierproblemen en moet de tweede dag verstek geven. Gelukkig zijn de muzikanten zo ervaren dat het gebrek aan een producer geen probleem vormt.

Erger is het drankmisbruik van Gram zelf. Emmylou schrikt als ze merkt hoeveel hij drinkt. ‘Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Zo stevig doordrinken…. en de drugs… Ik zal niet beweren dat ik nog nooit iemand had zien gebruiken…‘ 

Volgens Parsons manager Phil Kaufman was zijn client er slecht aan toe: ‘Cocaine en alcohol. Op een bepaald moment hebben we de zaak moeten stil leggen. We hadden de band van Elvis, we hadden een paar opnamen gemaakt, we hadden Emmylou daar, maar hij was te ver heen om iets te presteren.

Dus nam ik hem even apart en zei hem waar het op stond. Ik zei: “Zo komt er geen plaat.” […] Helemaal nuchter werd ie niet, maar toch voldoende om een beetje samenhangend te werken.

Zijn huwelijk was toen al naar de botten. Dat hielp zeker niet. [Gretchen] was een probleem. […] Ze was, weet je… een feeks. Ze wou de vrouw/vriendin van een rockster zijn. En dat lukte niet echt.’

Daarna verliepen de sessies in de Wally Heider’s Studio in Los Angeles, over het algemeen, tamelijk vlot. Glen D. Hardin werpt zich op als leider van de muzikanten. ‘Ik vond de muziek echt goed,’ meent Davis. ‘Ik amuseerde me. Het was country, maar tegelijk funky… niet echt rock, maar toch zeker geen traditionele country.’ 

Hoewel zijn muziek wordt geklasseerd als country–rock, had Gram, volgens Emmylou, een hekel aan de term. ‘Dat hield voor hem in iets in dat minder voorstelde dan de som van de delen. Ik weet dat hij erg hield van schoonheid van de traditionele muziek, maar daar wou hij dan zijn eigen poëzie aan toevoegen. Neem een nummer als ‘Sin City’: de structuur is zoals die van een van die prachtige songs van The Louvin Brothers, maar de tekst kon enkel geschreven zijn door iemand van zijn generatie en met zijn ervaringen.’

In het begin is Emmylou nogal nerveus, maar daarna wordt ze zowat de mascotte van het team: de chick-singer!. ‘Zij was gewoon een lief meisje,’ weet Phil Kaufman. ‘Ze zat daar maar te breien. Ze had haar dochtertje bij.’

Haar aanwezigheid werkt kalmerend. 

Gram laat het uitwerken van de harmoniezang helemaal aan Emmylou over. ‘We bespraken niets op voorhand. We begonnen er gewoon aan. Gram zei me nooit om zo of zo te zingen. Af en toe stelde hij iets voor: ‘Aan het einde van de song kun je misschien omhoog gaan, in plaat van naar beneden.’ Dat was bij ‘We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning’, maar er werd nooit iets gerepeteerd. Hij begon te zingen en ik viel in. Ik ontdekte dat ik een aangeboren aanleg had voor harmoniezang. Omdat ik geen opleiding had gevolgd, koos ik nooit een bepaalde noot omdat het zo moest […] Ik zag het gewoon als een tweede melodie.’

‘Het was allemaal nogal chaotisch,’ weet ze nog. ‘Gram was al een tijdje niet meer aan het werk geweest, in een studio. Ik zag geen lijn in wat we bezig waren. Eigenlijk was het de aanzet tot een fenomenale muzikale opvoeding voor mij. Achteraf bekeken snap ik niet hoe ik er door ben geraakt. Ik denk dat het louter naïviteit was.‘ 

‘De songs hadden geen begin of einde,’ gruwt  Emmylou. ‘Ik dacht eerst nog dat het zo hoorde. Gram zong iets en schakelde dan over op een ander nummer. Ik had een cassetterecorder en nam alles op, om het dan te leren. Het was absoluut niet plezierig, dat mag je weten.

Op een dag beluisterde ik een opname van de vorige avond. Ik hoorde hem zingen – we deden ‘The Angels Rejoiced Last Night’, van de Louvin Brothers – en ik dacht: Lieve help, die man kan zingen! Opeens drong het tot me door. Daarvoor was ik zo geconcentreerd bezig geweest met mijn eigen zang, het leren van de liedjes, mijn gitaarspel en het samenspel met de band  – ik had nog nooit met een band gewerkt. Ik was dus altijd druk bezig geweest met mijn eigen ding en had nooit echt geluisterd. Opeens hoorde ik het en ik werd verliefd op zijn stem. Toen begon ik het te snappen.’

‘Ze deed het perfect,’ meent Kaufman. ‘’Ze had haar huiswerk gedaan en had aandacht voor wat Gram wou. Ze kon de beide partijen zingen. Ze ving zijn tekorten op, gewoon door hem te volgen [lacht].’

De samenwerking levert hartverscheurende duetten op, met als hoogtepunt  ‘We’ll Sweep Out the Ashes in the Morning’, een cover van een nummer van Joyce Allsup. De oorspronkelijke versie is van Carl and Pearl Butler uit ’69. Het is een van de drie countrycovers. De anderen zijn ‘Streets of Baltimore’ van Tompall Glaser en Harlan Howard – vooral bekend in de versie van countryzanger Bobby Bare. En ‘That’s All It Took’, een pure countrysong, uit  ’62 gezongen door George Jones in duet met Margie Singleton.  

Daarnaast is er een nummer van Ric Gretch en een cover van een recente rocksong van de J. Geils Band. De zes overige nummers zijn eigen composities van Gram.  Het bekendst daarvan is waarschijnlijk ‘She’, een gospel-getint nummer, dat hij enkele jaren eerder geschreven heeft met de bassist van The Flying Burrito Brothers.

GP verschijnt in januari 1973 bij Reprise Records. Ondanks de kwaliteit, de verschillende enthousiaste besprekingen en het succes van volgelingen als The Eagles en Poco blijft de plaat een commerciële flop. 

Geen van beide singles (‘She’ en ‘Cry One More Time’) maakt brokken, noch in de rock-, noch in de countrylijsten.

 

Emmylou Harris

Op Hard Bargain, de recente cd van Emmylou Harris, staat een eerbetoon aan Gram Parsons. In ‘The Road’ bezingt ze haar omgang en relatie met de zanger. Het is dan ook niet de eerste keer dat ze terugblikt op haar mentor. In 1975 was er al ‘Boulder to Birmingham’ – één van de weinige nummers die ze tijdens de eerste twintig jaar van haar carrière zelf schreef.  En in 1985 was er The Ballad of Sally Rose. Dat was zowaar een conceptalbum, over een jong zangeresje, dat opkijkt tegen haar minnaar en grote voorbeeld: een muzikant die zwaar leeft en omkomt tijdens een tournee. Je moet echt geen kenner zijn om er het verhaal van Gram en Emmylou in te herkennen.

In 1999 was Emmylou de drijvende kracht achter Return of the Grievous Angel: A Tribute to Gram Parsons, waarop mensen als Elvis Costello en Chrissie Hynde nummers van Parsons coverden.

Gram is ondertussen al bijna veertig jaar geleden overleden. Wat is dat toch dat de grote dame zo onder de indruk blijft van die paar maanden dat ze samengewerkt heeft met die man?

Zelf legt ze het zo uit, tijdens een recent interview met Rolling Stone: “Het is vreselijk dat Gram zo jong stierf, maar ik ben blij dat onze wegen hebben gekruist. ‘The Road’ is mijn dankwoord aan hem en tegelijk een boodschap aan de wereld: ‘Ik ben nog steeds hier en ik kreeg al deze prachtige dingen omdat ik die mens mocht ontmoeten’.”

Deel 1 – Folkzangeres

Emmylou Harris wordt geboren op 2 april 1947, in Birmingham, Alabama. Haar ouders zijn Walter “Buck” Harris en Eugenia Murchison. Vader is afkomstig uit New Jersey. Hij is chemicus van opleiding maar verkoos, na de oorlog, om in het leger te blijven, als officier bij de marine. In Birmingham is hij getrouwd met een plaatselijke schone, uit een boerenfamilie afkomstig uit Chilton bij Clanton. De kleine Emmy is het tweede kind van het gezin. Ze hebben ook al een jongetje: Walter Rutland Harris, Jr.

Vaders job houdt in dat het gezin regelmatig verhuist, van basis naar basis. Pas wanneer de kinderen aan hun middelbare school moeten beginnen, komt er wat standvastigheid.  De familie vestigt zich in Woodbridge, Virginia.  ‘Het was geen hechte gemeenschap. De mensen kwamen van overal. Er was dus geen cultuur.’ Daardoor heeft ze, ondanks haar zuidelijke omgeving, niet echt een zuiders accent en is ze ook niet groot gebracht met country-and-western muziek.

Emmy volgt korte tijd pianolessen, maar schakelt al snel over op klarinet en speelt sax in de fanfare van Woodbridge High. Voor haar zestiende verjaardag krijgt ze van haar grootvader een kleine akoestische gitaar. Met de hulp van boekjes leert ze zichzelf gitaar spelen. Het is dan 1963 en folk is volop in de mode. ‘Als tiener was ik geobsedeerd door Bob Dylan. En Joan Baez! Ik bedoel: welk meisje wilde toen niet Joan Baez zijn?’

‘Er zat pit in [die folk],’ gaat ze verder, ‘er was iets romantisch aan die ballades. Country vond ik vervelend. Je moet eerst opgroeien, huur betalen en dan, wanneer je hart gebroken wordt, kun je pas country verstaan.’ Ze oefent veel en treedt regelmatig op tijdens feestjes. Ze krijgt zoveel lof dat ze zelfs even overweegt van school te gaan ‘om Woody Guthrie’ te worden.

Emmy is een verlegen meisje, altijd met haar neus in de boeken. Aan het einde van haar High School wordt Emmy uitgeroepen tot beste student van haar jaar. Ze krijgt een beurs om naar de universiteit te gaan. Achteraf bekeken omschrijft ze zichzelf als een strevertje.

Toch is ze ook cheerleader en wint zelfs een schoonheidswedstrijd. ‘Erg politiek correct was ik niet als tiener,’ geeft ze toe. ‘Ik wou gewoon populair zijn, zoals alle tienermeisjes. Het stelde niet zo veel voor, hoor. We hebben hier over Woodbridge, Virginia. Ik bedoel: er deden zeven meisjes mee. …  Ze hebben me gevraagd om mee te doen. Ik wou verder studeren en vertelde hen dat ik niet verder zou gaan, als ik zou winnen. Dat vonden ze niet erg. Ik won en kreeg een geldprijs.. en een kroontje natuurlijk.’

Ze gaat toneelschool volgen. ‘Ik wou actrice worden. Ik las scripts en speelde toneel in school. Toen ik een kleine beurs kreeg om naar de universiteit van North Carolina te gaan, ging ik ter voorbereiding toneelles volgen aan de universiteit van Boston. Daarna zou ik dan overstappen.

Omdat ze die studies zelf moet betalen, gaat ze opdienen in een restaurant in Virginia Beach, nabij Norfolk.
‘Ik trad er wat op in kleine folkclubs en leerde er wat muzikanten kennen.‘

Een van hen is Mike Williams, die met zijn 12-snarige gitaar haar optredens wat opleukt. Het repertoire is erg uiteenlopend: van Hank Williams tot the Beatles. Als het maar niet te moeilijk is en de teksten haar aanstaan. Ze zingt vooral omdat de school saai is en ze het geld kan gebruiken.

De acteerlessen blijken niet helemaal wat ze er van verwacht had. ‘Toen ik dan naar de universiteit ging, merkte ik al snel dat ik niet hetzelfde talent had voor acteren als voor muziek. Ik deed het allebei  graag, maar ik besefte dat muziek echt mijn ding was. Ik  blonk niet uit door acteertalent. Ik was alleen maar de beste actrice in onze kleine school geweest, snap je?

Emmy in 1966 aan het UNC van Greensboro

New York, New York

Halfweg het tweede jaar besluit ze haar studies te laten vallen en in Tanglewood toneellessen te gaan volgen. ‘Ik kon zelfs die zes weken niet volhouden – en ik had er zelf voor betaald.” Ze beseft dat een toekomst als actrice er niet in zit. ‘Wanneer ik zong, kon ik me echt inleven. Maar als ik acteerde, speelde ik gewoon een rol.’

Daarom trekt ze naar New York, waar ze het wil gaan maken in de folkwereld. Om kosten te sparen verblijft ze in een YMCA. Overdag gaat ze opdienen in restaurants, om ’s avonds te kunnen optreden in Greenwich Village. Maar de optredens zijn schaars en de inkomsten navenant. Het is inmiddels 1967 en de folkrage is helemaal voorbij. Psychedelische muziek is nu de mode.

Na een tijdje krijgt ze een vaste avond bij Gerde’s Folk City, een club waar Bob Dylan nog heeft gespeeld. Ze vindt er haar plaats in een groepje songwriters waaronder Jerry Jeff Walker, Paul Siebel en David Bromberg. Ze komt een paar keer op TV, bij plaatselijke uitzendingen. Maar echt doorbreken zit er niet in. Daarvoor is ze niet soepel genoeg: vertegenwoordigers van platenmaatschappijen zien geen brood in wat ze doet. ‘Ik had een tamelijk interessant repertoire, maar ze snapten er niets van.’

‘Ik zong nummers van Paul Siebel en Joan Baez, wat van Simon and Garfunkel en een paar nummers die ik zelf had geschreven. Erg uiteenlopend. Ik deed wat van Buck Owens, I deed een paar nummers van Hank Williams, maar dan meer als grap, moet ik toegeven. Ik begreep ze niet echt.’

Haar voornaamste bron van inkomsten blijft opdienen. Ook  werkt ze een tijdje in een boekenwinkel.

 

Begin 1969 trouwt ze met een collega songwriter Tom Slocum. Die helpt haar om een haar songs onder te brengen bij een muziekuitgeverij: Jay-Gee Record Company. Ze bieden haar 3% op de netto verkoopprijs voor zelfgeschreven nummers. Het copyright wordt ondergebracht bij haar eigen muziekuitgeverij Hannah Brown Music, Nanshel Music en Jubilant Music.

Het folklabel Jubilee wilde opnamen wel uit te brengen. ‘Niemand had interesse in waar ik mee bezig was. Mijn manager bracht me in contact met  Jubilee. Ik maakte de fout blindelings te tekenen, zonder vooraf een advocaat te raadplegen. Ik was nogal passief – nu nog trouwens, zij het iets minder  –  ik tekende gewoon het contract en was gebonden aan een firma die niet veel voor me kon of wilde doen.’

Die zomer neemt ze, tijdens drie sessies van drie uur, de songs op voor haar debuutplaat: Gliding Bird. Het is een onschuldige, onopvallende folkplaat, duidelijk gemodelleerd op Clouds van Joni Mitchell. De zang is erg onzeker. Emmylou geeft toe: ‘Het was richtingloos. Ik had geen echte eigen stijl. Ik deed zomaar wat.’ Het titelnummer is geschreven door haar kersverse echtgenoot. Daarnaast zijn er vijf eigen composities, de rest zijn covers. ‘Dat is nog het beste van die plaat,’ meent Emmylou: ‘het toont dat ik songs wou schrijven. De helft van de songs had ik zelf geschreven. Het zijn niet de beste nummers ter wereld, maar ik ben hoef me er ook niet voor te schamen. De helft van de plaat heb ik zelf geschreven!’

De cover van het Bacharach/David nummer ‘I’ll Never Fall In Love Again’ is er op verzoek van de producer, Ray Ellis – en zwaar tegen haar zin. De andere covers zijn wel haar keuze: nummers van Fred Neil, Bob Dylan en Hank Williams. ‘Ik vind dat de covers nogal goed gekozen waren. … Het waren de eerste sporen van wat zou volgen.’

‘I’ll Be Your Baby Tonight’ / ‘I’ll Never Fall In Love Again’ wordt naar voren geschoven als debuutsingle. En verdwijnt spoorloos.

In februari 1970 verschijnt Gliding Bird. Er worden slechts 1 300 exemplaren van verkocht en Jubilee schuift haar een kostennota van $8,000 onder de neus. Tot overmaat van ramp gaat het label dan ook nog eens over kop.

Emmy is inmiddels zwanger, maar zolang haar toestand het toelaat werkt ze als model in een kunstschool (‘met mijn kleren aan en met een paraplu in mijn handen – vraag me niet waarom!’ en gaat weer opdienen.

Er volgt nog een tweede single: ‘Paddy’ / ‘Fugue For The Ox’. De a-kant is geschreven voor de gelijknamige film, gebaseerd op de populaire voetballer George Best. Het is een zwak nummer, maar Emmylou doet haar best.

Nashville, Tennessee

Op 15 maart 1970 bevalt Emmylou van haar eerste dochtertje: Mika Hallie Slocum.  New York lijkt plots een vuilee en gevaarlijke stad. Bovendien is het huwelijk met Tom niet echt denderend. Ze besluiten hebben en houden in hun aftands autootje te stoppen en weg te trekken. ‘Omdat ik, eigenlijk meer voor de grap – een paar countrysongs bracht in mijn show, dacht ik dat ik het als countryzangeres kon gaan maken in Nashville. (lacht) Niet erg doordacht, he! Maar ja, ik was nog zo jong. Als het niet goed gaat – we hadden niet veel geld, mijn carrière zat in het slop en ons huwelijk was ook al niet geweldig – dus was mijn filosofie: we verhuizen!’

De verandering van omgeving brengt echter niet de verhoopte verbetering in de relatie en al na enkele weken, besluit Tom terug te liften naar New York. Emmylou blijft alleen achter, in een vreemde stad en met een baby. Er volgen maanden van zwoegen en armoede, vooral door de hoge schuldenlast. Ze moet zien rond te komen met voedselbonnen.

Clarksville, Maryland

Na een paar miserabele maanden in de Music City keert ze terug naar haar ouders, die inmiddels op een kleine boerderij wonen in Clarksville, Maryland, niet ver van Washington. Ze wordt er hartelijk opgevangen. ‘Ze zeiden: “Je kan blijven zolang je wilt”.’

Ze vindt werk bij een bouwbedrijf in de buurt. Als hostess moet ze in een modelwoning de potentiële klanten rondlijden. ‘Ik had het huis voor mij alleen. Ik verstopte mijn gitaar in de wc en als er niemand was, speelde ik er op. Het was een fijne job… tot ze ontdekten dat ik niet kon typen. Gelukkig had ik dan al wat vrienden leren kennen die muziek maakten in Washington, DC.’

Via zanger/gitarist John Starling (oprichter van de Seldom Scene) en diens vrouw, Fayssoux komt ze in contact met een ander muzikaal koppel. Bill Danoff en Taffy Nivert vormen de band Fat City (na de flop van hun elpee Welcome To Fat City richten ze de Starland Vocal Band op en hebben een hele dikke hit met ‘Afternoon Delight’). Die moedigen haar aan om verder te gaan. Ze stellen haar voor aan de gitarist Gerry Mule en bassist Tom Guidera. Ze zorgen er ook voor dat het trio aan de bak komt in een van de vele rock en folkclubs in het  Georgetown District.

Na een paar maanden vinden ze een vaste stek bij Clyde’s. Het stelt niet veel voor: het is een achterkamer van een vrijgezellenbar in de uitgaansbuurt van Washington. Maar ze kunnen er zes dagen per week spelen, drie sets per avond. Aan het publiek dat toch niets beters te doen heeft dan te luisteren, kunnen ze het repertoire van ‘vreemde en obscure’ songs kwijt.  ‘Washington is een fantastische stad voor muziek,’ blikt Emmylou terug.  ‘Er zijn veel studenten en er is echt interesse in muziek. […] De opbrengsten zijn gering, maar het was zeker evenveel als ik kon verdienen met opdienen. Met de hulp van mijn ouders die zorgden voor mijn dochtertje, kreeg ik de kans om naam te maken in het clubcircuit. Ik verdiende zo’n 100 dollar per week: genoeg voor de huur en de groenten.’

Na een tijdje beginnen Emmy en de bassist een relatie.  Tom trekt in bij Emmy, haar dochtertje en haar ouders.

Niets wijst er op dat in deze situatie nog veel verandering zal komen, de volgende jaren.