Dit jaar bestaan The Rolling Stones vijftig jaar. Dat wordt alom gevierd. Reden genoeg om ook mijn steentje bij te dragen aan de feestvreugde. Laten we daarom eens terugblikken naar de eerste elpee van de groep die er werkelijk toe doet: Aftermath, uit 1966.

Voor de doorbraak van The Beatles waren de Britten er nooit in geslaagd iets te beteken de Amerikaanse hitparade. Daar kwam in 1964 verandering in, met de zogenaamde British Invasion. De Amerikaanse platenmaatschappijen waren echter overtuigd van hun superioriteit en meenden veel beter te weten wat de Amerikaanse jeugd wou. Daarom namen ze niet zomaar de Britse singlereleases over, maar kozen ze zelf welke songs ze als singles op de markt brachten. Ook de elpees werden onafhankelijk van de oorspronkelijke uitgaven samengesteld.

In Groot-Brittannië huldigde men het principe dat de klant recht had op waarde voor zijn geld: Value for money. Elpees telden er traditioneel 14 songs. Tracks die al op single waren uitgebracht, verschenen niet meer op een elpee. Dat werd aan de overzijde van de oceaan helemaal anders bekeken: daar zette men slechts 12 songs op een album, inclusief de recente hitsingles. Op die manier kon men de tracks uitsmeren over veel meer platen: drie Amerikaanse albums in plaats van twee Britse elpees. Money, money, money….

De artiesten hadden daarbij geen enkele inspraak in titels, hoezen of tracklists. The Beatles ergerden zich daar mateloos aan en dat gold ook voor hun collega’s, The Rolling Stones.

Keith, Andrew en Mick – december 1965 in RCA Studios

december 1965

De eerste drie platen van The Stones waren een samenraapsel van covers en wat eigen nummers, opgenomen tijdens wat vrije momenten tussen een druk tourschema. Om meer een eenheid te vormen besloot de groep om een hele stapel nieuwe zelfgeschreven songs op band te zetten, tijdens een weeklange sessie. ‘Al de vorige sessies waren haastklussen’, verklaart Keith Richards achteraf. ‘Dit keer konden we het rustig aan doen, de tijd ervoor nemen.’

Die sessie is gepland van 3 tot 8 december 1965, na afloop van een maandlange Amerikaanse tournee De songs hebben ze ook allemaal geschreven in die periode. ‘Een Amerikaanse tournee hield in dat je begon te schrijven voor een volgende plaat. Na een week of drie, vier had je genoeg materiaal, en dan trok je naar L.A. om er te gaan opnemen. We werkten snel op die manier en wanneer je zo’n tour achter de rug had, waren we prima op mekaar ingespeeld als band.’

Manager Andrew Loog Oldham, die ook optreedt als producer, heeft de RCA Studios in Hollywood, Californië, geboekt. Vanaf de eerste noten wist de band dat dit anders zou worden. ‘Die studio’s waren niet zo funky als die van Chess,” vergelijkt Bill Wyman met de studio in Chicago, waar ze het vorige jaar waren gaan opnemen. ‘Maar je krijgt er wel een commerciëler geluid. [De geluidstechnicus, Dave Hassinger] heeft een uitstekend oor. Hij zorgde voor een fantastische klank. Omdat de klank altijd goed zat, hadden we meestal genoeg aan een take of 3, 4 per song.’

Een van de eerste songs waaraan ze werken is ‘19th Nervous Breakdown’. “We hadden er net vijf hectische weken in de States op zitten en [op een avond] riep ik: “Geen idee wat jullie er van denken, maar ik ben zowat klaar voor mijn 19de zenuwaanval.” We zagen het als een mogelijke songtitel. Keith en ik werkten er aan tijdens de vrije momenten in de tour.”
Het meest opvallende kenmerk van de song zit helemaal aan het einde: Bill Wyman speelt er een paar reeksen aflopende basnoten. “Ik bespeelde een kleine Framus bas op dat nummer,’ legt hij uit. ‘Andrew of Keith vroeg: “Kun je niet iets aan het einde doen, om de ruimte tussen de zang en de band op te vullen? Ik bedacht dat Bo Diddley-achtige ding. Met mijn vingertop liet ik de snaar stuiteren tegen het pickup element en liep dan mijn vinger over de snaar. Dat gaf dat geluid alsof er een bom aan komt.’

‘Voor het eerst experimenteerden we ook met andere muzikanten,’ gaat de bassist verder. ‘Iemand als Jack Nitzsche speelde af en toe piano.’ Dat is bijvoorbeeld het geval op ‘Sad Day’. Op de 11 minuten lange track ‘Going Home’, is hij dan weer te horen op percussie. Zesde Stone, Ian Stuart, zit daarbij aan de toetsen.
Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling om zo’n lang nummer op te nemen. De song was voorzien als iets van een minuut of twee-drie. Maar ‘… toen we bezig waren, wachten we op een teken om op te houden’, verklaart Wyman. ‘Maar niemand gaf iets aan….’ Hij wijst ook nog op een foutje: ‘Op een moment hoor je de drums wegvallen. Keith had zijn jas naar Charlie geworpen. Die herpakte zich echter snel.’

Met dezelfde bezetting wordt ook ‘Doncha Bother Me’ op band gezet.
Bij ‘Take It or Leave It’ bespeelt Nitzsche het orgel. Brian Jones is daarbij dan weer te horen op klavecimbel en een Japanse snareninstrument: de koto.

Voor de solo op ‘Mother’s Little Helper’, grijpt Keith naar een 12-snarige elektrische gitaar. ‘Een 12-snarige met een slide er op, ‘specifieert hij. ‘Dat geeft het iets Oosters. Het nummer had iets speciaals nodig, want anders klonk het nogal vaudeville-achtig.’

Jack en Keith

Could You Walk On The Water?

Eens weergekeerd in Engeland, wordt uit de sessies een elpee samengesteld. De platenfirma, Decca Records, plant 10 maart 1966 als datum van verschijnen.

De tracklist:

kant 1: ‘19th Nervous Breakdown’, ‘Sad Day’, ‘Take It Or Leave It’, ‘Think’, ‘Mother’s Little Helper’
kant 2: ‘Goin’ Home’, ‘Sittin’ On A Fence’, ‘Don’t You Follow Me’, ‘Ride On, Baby’, ‘Looking Tired’

‘Goin’ Home’ is daarbij stevig ingekort, waardoor de plaat net geen half duurt. ‘Don’t You Follow Me’ is de oorspronkelijke titel voor wat later ‘Doncha Bother’ zal gedoopt worden en ‘Looking Tired’ tenslotte is een overblijvertje uit de sessies voor de vorige elpee, Out Of Our Heads.

Voor de hoes kiest Oldham een foto waarbij de hoofden van de bandleden tevoorschijn komen uit een waterreservoir.

Wanneer de plaat wordt gepresenteerd aan de raad van bestuur van de platenfirma verslikken enkele hoge pieten zich in hun thee bij het zien van de voorgestelde hoesfoto, in combinatie met de bewust provocerende titel. Ze weigeren de plaat uit te brengen op die manier.

Terwijl de onderhandelingen lopen, wordt ‘19th Nervous Breakdown’ naar voor geschoven als een single. Het verschijnt op 4 februari 1966, met op de b-kant een ouder nummer: de Stones versie van ‘As Tears Go By’. Marianne Faithfull had in ‘64 een hit gehad met haar versie van de song – één van de eerste successen van het schrijversduo Jagger/Richards. En de Stones versie was in de VS een hit in december ’65.
Daarom kiest men daar voor een nieuw nummer als b-kant: ‘Sad Day’.
Mede dankzij optredens op Top of The Pops en de Ed Sullivan Show bereikt de single aan beide zijden van de oceaan de top 3: 2 in de VS en 1 in Engeland.

maart 1966

Na afloop van een Australische tournee, keren Jagger en Co terug naar de RCA Studio’s in Los Angeles om er vier dagen lang bijkomende opnamen te maken: van 3 tot 9 maart 1966.

De vrijheid die ze er vorige keer hebben ervaren zet aan tot meer experimenteerdrift. De periode waarin The Stones uitsluitend rhythm-en bluesnummers brachten, ligt definitief achter hen. In 2003 blikt de zanger terug: ‘In die periode begonnen we ook wat andere soorten muziek te schrijven. Keith schreef veel melodieën en we probeerden verschillende arrangementen uit. Niets was vooraf gepland. Alles gebeurde in de studio, spontaan. We deden alles in een paar sessies bij RCA. We waren goed bezig. Het zit tsjokvol hooks: ‘Paint It Black’, die Bo Diddley riff in ‘19th Nervous Breakdown’ – uiterst hooky en pure pop.’

‘We experimenteerden meer met instrumenten,’ gaat de bassist verder. ‘We hadden nooit eerder die vrijheid in de studio. Brian vond er altijd wel iets om uit te proberen.’ Manager Andrew Oldham is het daar mee eens: ‘Brians bijdrage is merkbaar op zowat elke track bij die opnamen in RCA. Als hij een instrument niet kon bespelen, leerde hij het wel. Nummers als ‘Lady Jane’ of ‘Paint It Black’ zouden heel anders klinken zonder hem. Bij sommige songs was het veel meer dan alleen maar decoratief. Soms was het Brians spel dat er iets speciaals van maakte.’

‘Ik denk niet dat Brian de gitaar beu was,’ meent Mick. ‘Hij hield van het inkleuren van de songs – en hij deed dat uitstekend. Zijn gitaarspel was heel goed, vooral als hij slide speelde – dat was zijn sterke – maar hij was niet echt een rockgitarist. Keith deed dat beter en dus was Brian niet echt nodig daarvoor. Daarom greep hij naar een blokfluit of een sitar. Brian was meer een all-round muzikant dan een gespecialiseerd gitarist.’

‘Ik heb veel geleerd van platen als platen als December’s Children en Aftermath’, vertelt Keith. ‘Ik speelde alle gitaarpartijen die Brian normaal gezien zou hebben gedaan. Gekkenwerk was dat! Het was niet zoals tegenwoordig, dat je vier tot zes maanden aan een plaat werkt. Toen had je tien dagen de tijd om een elpee op te nemen… plus een single. Dat was de norm. Doordat Brian een stapje terug zette op [als gitarist], kwam alle druk op mij terecht.’

Een mooi voorbeeld is ‘Paint It Black’.
‘We zagen het [eerst] als een comedy track’, verklapt Keith, ‘met een funky ritme’. Maar dat leidde nergens naar toe. Ze zijn wat aan het dollen met de song, wanneer Bill Wyman met zijn vuisten op de pedalen van een Hammond orgel begint te slaan. Als Brian daar dan bij komt met een sitar, valt plots alles op zijn plaats.

Brian

Een flink aantal songs gaan natuurlijk over meisjes: ‘Lady Jane’, ‘Under My Thumb’, ‘Out of Time’ en ‘Stupid Girl’. De ode aan de adellijke Jane is één van die songs waarop ze nieuwe wegen verkennen. De akoestische gitaar van Keith wordt aangevuld met Jack Nitzsche op klavecimbel en Brian Jones op dulcimer, een snaarinstrument dat met stokjes wordt bespeeld. ‘Brian was helemaal weg van de dulcimer toen,’ weet Keith. ‘Dat kwam door Richard Fariña… We waren toen ook beginnen luisteren naar muziek uit de Appalachen. Als je het mij vraagt, klinkt ‘Lady Jane’ erg Elizabethiaans. Er zijn nog steeds enkele plekken in England waar ze zo nog spreken: het Engels van Chaucer’.
‘Ik heb zelf geen idee waar het eigenlijk over gaat,’ verklapt Mick. ‘De namen zijn historisch juist, maar het is puur toeval dat ze allemaal passen binnen dezelfde periode.’

In de andere songs komen de meisjes er niet zo goed van af. Stuk voor stuk worden ze onder de duim gehouden, als ouderwets bestempeld of gewoon dom genoemd. ‘Dat is het gevolg van onze omgeving…’, meent Keith. ‘…hotels en te veel domme grieten. Niet allemaal dom – verre van – maar je hebt er zo bij.’

Jaren later moet Mick zich nog steeds verdedigen voor deze vrouwonvriendelijke teksten. In 1976: ‘Ach, [die songs] waren zo naïef – en toch zit er ook een waarheid in, niet?. Ik vind niet dat er iets mis mee is. Het kwam er misschien niet helemaal goed uit, maar die songs waren toch echt wel juist. Kijk, je zegt iets en dan denken ze dat het op alle vrouwen slaat. Maar als je goed naar de tekst luistert – niet te letterlijk – “under my thumb, a girl who ONCE had ME down” Snap je? Dat is toch niet onredelijk. Waarom zou dat op elke vrouw slaan?’ ‘Het was gewoon terugslaan eigenlijk,’ verduidelijkt hij zes jaar later nog. ‘de “onderdrukte man” slaat terug.’
Dat komt uit mijn tienertijd’, meent hij in ’78. ‘In die tijd was er nog geen kritiek van de feministen, want dat bestond toen nog niet.’

Ook hier weer wordt het geluid bepaald door Brian – dit keer op marimba.
Op ‘Stupid Girl’ horen we Brian nog eens op akoestische gitaar. Keith speelt elektrische, Ian Stewart op orgel en Jack Nitzsche op elektrische piano. ‘Dat nummer is veel smeriger dan ‘Under My Thumb’, meent Mick in 1995. ‘Ik had duidelijk problemen toen. Mijn relatie zat niet goed. Of beter: teveel slechte relaties. Ik had toen veel vriendinnen. En geen van hen scheen het zich aan te trekken dat het niet echt klikte. Ik zat duidelijk in de verkeerde omgeving.’

Na afloop kijkt Mick tevreden terug op de sessies: ‘We namen 21 Jagger-Richard composities op in Los Angeles. We waren zo druk bezig, dat ik er over dacht om mijn bed naar de studio te verhuizen.’

Brian is niet zo gelukkig met de evolutie. Nu Mick en Keith alle songs aandragen, komt zijn positie als leider van de groep steeds meer onder druk te staan. ‘Fysisch, noch op andere wijze, was Brian sterk genoeg om de controle te houden’, verklaart Charlie Watts. Ook Ian Stewart bevestigt: ‘Songschrijver zorgde voor veel wrijvingen. Maar Brian kon het gewoon niet. […] Zijn probeersels waren echt vreselijk.’
Keith ziet het zo: ‘Brian trok het zich erg aan, dat Mick en ik alle songs schreven. […] Hij herwon nooit meer enige status. Hij verloor meer en meer zijn interesse in de groep.’ Dat gebrek aan doorzettingsvermogen kenmerkt zich ook in zijn spel. ‘Hij was een slimme muzikant’, weet Charlie, ‘maar hij bleef nooit lang genoeg aan iets werken om een uitstekend muzikant te worden. Hij bespeelde een bepaald instrument gedurende drie weken en keek er dan nooit meer naar om.’

Big Hits (High Tide and Green Grass)

De Amerikaanse platenmaatschappij begint stilaan ongeduldig te worden. Er wordt van uitgegaan dat groepen als The Beatles en The Rolling Stones slechts een paar jaar succes zullen hebben. Dus moet er snel geïncasseerd worden. Omdat de nieuwe elpee te lang op zich laat wachten, komen ze, op 28 maart 1966, met een verzamelalbum: Big Hits (High Tide and Green Grass).

Het fotoboekje dat was voorbereid voor Could You Walk On Water wordt er bij gevoegd en voor de hoes wordt een andere foto uit dezelfde fotosessie in het Franklin Canyon Park in Los Angeles gekozen. London Records is echter wel zo voorzichtig om te kiezen voor een foto waarbij de Stones naast het water staan en niet er op!

Aftermath

De Britse platenfirma kiest er voor om nog even te wachten met de verzamelaar en brengt Aftermath uit op 15 april 1966. De titel Aftermath – nasleep – is een inside-joke naar de lange strijd om de oorspronkelijke elpee uit te brengen.

In de tussentijd zijn een aantal nummers uit de eerste sessies geschrapt. ‘19th Nervous Breakdown’ en ‘Sad Day’ zijn al op single verschenen. ‘Ride On Baby,’ ‘Sitting On A Fence’ en ‘Looking Tired’ verdwijnen in de kast (al duiken twee van die drie songs in 1967 op, op de Amerikaanse compialtie Flowers).

De klemtoon komt te liggen op de recentere opnamen. Van de elf nummers opgenomen in maart, worden er negen geselecteerd voor de nieuwe tracklist.

Die ziet er zo uit:
kant 1: ‘Mother’s Little Helper’, ‘Stupid Girl’, ‘Lady Jane’, ‘Under My Thumb’, ‘Doncha Bother Me’, ‘Goin’ Home’
kant 2: ‘Flight 505’, ‘High And Dry’, ‘Out Of Time’, ‘It’s Not Easy’, ‘I Am Waiting,’ ‘Take It Or Leave It’ ‘Think’, ‘What To Do’

De twee overblijvende songs, ‘Paint It, Black’ (met komma, opeens) en ‘Long Long While’ komen terecht op de volgende single, die op 13 mei verschijnt. Het wordt de zesde Stones singles die de top bereikt in Engeland.

De Britse muziekpers reageert enthousiast op de elpee. Melody Maker noemt het ‘ongetwijfeld de beste Stones plaat tot nu toe’ en de New Musical Express stelt dat de band ‘heeft gezorgd dat je de beste investering ooit kunt doen met deze nieuwe elpee’. Het publiek volgt: de plaat verdringt de soundtrack van The Sound Of Music van de top en voert acht weken lang de Britse hitlijsten aan.
… waarna het weer de beurt is aan ‘Edelweiss’ en ‘The hills come alive…’.

Een andere Aftermath

Omdat ze de verkoop van de verzamelelpee niet willen dwarsbomen, wacht London Records tot 1 juli eer ze Aftermath in de VS op de markt brengen. In afwachting verschijnt wel al ‘Paint It, Black’ op single, maar met ‘Stupid Girl’ als b-kant. De single bereikt ook daar de top.

Wanneer Aftermath er dan, met anderhalve maand vertraging, toch verschijnt, is er, ironisch genoeg, toch weer gekozen voor een andere tracklist en hoes. Vier nummers houdt men achter de hand voor latere releases: ‘Mother’s Little Helper’, ‘Out Of Time’, ‘Take It Or Leave It’ en ‘What To Do’. De meest recente hitsingle komt vooraan en het 11 minuten lange ‘Goin’ Home’ komt als afsluiter, in plaats van pal in het midden van de plaat.

Dat geeft dit resultaat:
kant 1: ‘Paint It, Black’, ‘Stupid Girl’, ‘Lady Jane’, ‘Under My Thumb’, ‘Doncha Bother Me’, ‘Think’
kant 2: ‘Flight 505’, ‘High and Dry’, ‘It’s Not Easy’, ‘I Am Waiting’, ‘Goin’ Home’

De hoesfoto wordt vervangen door een andere foto, geleend uit het programmaboekje van de Britse tournee. Voor alle duidelijkheid is de bandnaam er bij gezet, plus de toevoeging: ‘Including ‘Paint It, Black’’.

Ter promotie is er ook een nieuwe single: ‘Mother’s Little Helper’ met ‘Lady Jane’ als b-kant.
Desondanks moet Aftermath het afleggen tegen Yesterday and Today van The Beatles – ook al zo’n Amerikaanse bijgeharkt zootje. Vooral bekend omwille van de slagershoes, waarmee de vier uit Liverpool wilden protesteren tegen het verminken van hun elpees door de Amerikaanse platenmaatschappij.

Charlie, Andrew, Brian, Mick, Keith en Bill
Jack en Ian buiten beeld.

In 1995 blikt Mick Jagger terug op de plaat: ‘Die plaat was een keerpunt voor ons. Het was de eerste keer dat we alle songs zelf schreven. Eindelijk konden we breken met die, ongetwijfeld, zeer fijne en interessante covers van oude R&B songs – het blijven tenslotte covers. Om eerlijk te zijn: we vonden trouwens dat we die nummers geen recht deden, vooral omdat we de maturiteit niet hadden. […]
[Aftermath] biedt een heel spectrum aan muzikale stijlen: ‘Paint It Black’ was zo’n beetje een Turks nummer. Er waren ook erg bluesy dingen, zoals ‘Goin’ Home’. Als ik me niet vergis staan e rook watt rage nummers tussen. Heel wat goede nummers, verschillende stijlen en goed opgenomen. Wat mij betreft: een hoogtepunt.’

Amerika

  

Die lente heeft de Londense Evening Standard een serie interviews met The Beatles gepubliceerd onder de titel How Does A Beatle Live?.  De journaliste Maureen Cleave is elk van de vier heren bij hen thuis gaan opzoeken. Op vrijdag 4 maart is het stuk gewijd aan John Lennon gepubliceerd. John heeft haar een rondleiding gegeven door zijn huis, waarbij hij stilstaat bij spullen die iets voor hem betekenen. Zo hangt er een groot kruis en ligt er een dikke, antieke Bijbel. ‘Hij leest extensief over religie.’ merkt Cleave op. En dan wijdt hij uit over een boek dat hij net heeft gelezen: The Passover Plot van Hugh J. Sconfeld: ‘Het Christendom zal verdwijnen. Het zal krimpen en oplossen. Ik hoef daarover niet te discussiëren: ik heb gelijk en ik zal ook gelijk krijgen. Wij zijn populairder nu dan Jezus. Ik heb geen idee wat het eerst voorbij zal gaan: rock ‘n’ roll of het Christendom. Jezus was prima, maar zijn discipelen zijn stom en gewoontjes. Hun streken verknoeien het voor mij.’

Het interview gaat onopgemerkt voorbij, voorlopig.  Ook wanneer het New York Times Magazine  op 3 juli een uittreksel van het interview publiceert is er nog steeds geen vuiltje aan de lucht.

Dat is wel anders wanneer aan het enkele weken later het tienermagazine Datebook de tekst overneemt. Op de kaft wordt het artikel aangekondigd met als titel “We’re bigger than Jesus”.

Onmiddellijk  komen er hevig reacties in het Zuiden van de Verenigde staten. 22 zenders verklaren geen platen van The Beatles meer te zullen draaien. In Mississippi verklaart een leider van de Ku Klux Klan dat de groepsleden zijn gebrainwashed door de Communistische partij. In Birmingham, Alabama organiseert een radiozender een grote verbranding van Beatlesplaten en – spullen.

‘Toen ze onze platen begonnen op te branden… dat was echt een schok’, blikt John later terug, maar George relativeert: ‘Ze moeten ze eerst kopen, voor ze ze kunnen verbranden.’

Enkele dagen later kondigt de Zuid-Afrikaanse staatzender aan geen platen van The Beatles meer te zullen draaien. Officieel is het een reactie op de uitspraken van John Lennon, maar er is nog een achterliggende reden. Een week eerder heeft de groep een contract geweigerd voor een serie concerten in het land, omdat de concerten alleen door blanken bezocht zouden mogen worden.

De ban zal vijf jaar duren. De solo-elpees van Paul, George en Ringo mogen worden gedraaid, maar niet die van John. 

Op 5 augustus vliegt Brian Epstein naar New York, waar hij met een op TV uitgezonden persconferentie wil proberen de anti-Beatle hetze wat te doen bekoelen en Johns opmerkingen te relativeren. Het mag niet baten, net zo min als een verklaring van Maureen Cleave dat Johns uitspraken uit hun context zijn gerukt en dat hij totaal niets negatiefs heeft bedoeld.

 

Omdat ze vrezen dat de nakende Amerikaanse tournee gevaarlijk kan zijn voor hun idolen, beginnen Britse fans een petitie om The Beatles niet te laten vertrekken. Brian Epstein onderhandelt druk met de Amerikaanse promotor. Hij is bereid 1 miljoen dollar te betalen om de tournee af te gelasten. Dat kan echter niet meer.  

En dus vliegen The Beatles op 11 augustus naar Chicago. Omdat de pers en de drie lokale TV-zenders over niets anders praten geven ze er, diezelfde avond nog, een persconferentie. John tracht zijn uitspraken te verantwoorden. ‘Kijk, ik heb niet gezegd dat The Beatles beter zijn dan God of Jesus. Ik zei ‘Beatles’ omdat ik gemakkelijk over The Beatles praat. Ik had net zo goed ‘TV’ kunnen noemen, of ‘de cinema’, ‘auto’s’ of iets anders dat populair is. Dan was het niet zo opgevallen.’

Uiteindelijk excuseert hij zich. Maar na afloop, terug in zijn hotelkamer, barst hij in tranen uit.

De tournee gaat de volgende dag van start, met twee optredens voor telkens 13 000 toeschouwers in het International Amphitheatre, Chicago. Het repertoire is exact hetzelfde als tijdens het Aziatische deel van de wereldtournee, dus zonder één enkel nummer van de pas verschenen elpee Revolver.

Het voorprogrammma wordt gevormd door The Remains (20’) , Bobby Herb (20’), The Cyrkle (25’) en The Ronettes (25’, met The Remains als begeleiders), gevolgd door een pauze van een kwartier.

Alle materiaal van de vijf groepen kan samen in een busje.

Voor The Beatles is de tournee een absolute nachtmerrie. Ze leven met een voortdurende schrik voor een aanslag. Dat verbetert zeker niet, wanneer een helderziende voorspelt dat drie van de vier binnenkort bij een vliegtuigongeluk zullen omkomen.

 

Terwijl er ook  in Spanje en Nederland stemmen opgaan om Beatles platen te bannen, arriveert de tournee in Cleveland. In het Municipal Stadium zijn 20 000 schreeuwende fans verzameld. Tijdens ‘Day Tripper’  bestormen zo’n 2 500 van hen het baseballveld, waarop het podium staat. De politie kan die massa niet de baas en de band moet zich terugtrekken in een caravan. Pas na twintig minuten is de toestand terug onder controle en kan de show verder gezet worden.

Diezelfde avond wordt Radio KLUE, die het verbranden van de platen had georganiseerd, van de ether gehaald door een blikseminslag op de zendmast. De nieuwslezer raakt van de klap buiten bewustzijn.        

De Catholic Herald meldt ondertussen dat Johns verklaringen “arrogant” zijn, maar, zoals Lennon zelf onlangs had uitgelegd, waarschijnlijk waar. En L’Observatore Romano aanvaardt John’s verontschuldigingen over zijn uitlatingen.

 

In Washington DC. betogen vijf leden van de Ku Klux Klan voor de aanvang van het concert. Het optreden in het JF Kennedystadium in Philadelphia dreigt dan weer te worden verstoord door zwarte donderwolken. Als gevolg van het slechte weer zijn slechts 21 000 van de 60 000 plaatsen bezet. Maar de onweer blijft uit tot 10 minuten na de show. The Beatles zijn dan al op weg in een Greyhound bus naar de luchthaven voor de vlucht naar Canada.

Tijdens een persconferentie in Toronto moedigt John de Amerikanen aan naar Canada te vluchten om zo te vermijden naar Vietnam te moeten tijdens hun militaire dienst.  Geen van beide shows in het Maple Leaf Stadium is uitverkocht.

De volgende dag vertrekken ze terug naar Amerika. In Boston, Massachusetts spelen ze voor 25 000 mensen, van op het midden van een paardenrenbaan Suffolk Downs. Op vrijdag vliegen ze naar Memphis. Daar wil John nog eens op bezoek gaan bij Elvis Presley. Maar the King zit in Hollywood voor filmopnamen.

Het eerste optreden in het Mid South Coliseum, verloopt zonder problemen. Maar voor de tweede voorstelling houden zes Ku Kux Klan leden, in vol ornaat buiten het stadion de wacht. In een anoniem telefoontje wordt aangekondigd dat alle vier The Beatles tijdens het optreden zullen worden vermoord. Het concert wordt even uitgesteld om te zoeken naar een eventuele bom, maar gaat dan toch van start. The Beatles worden bekogeld met rot fruit en rommel. Halverwege de show ontploft er een stuk vuurwerk. Alle vier kijken ze rond om te zien wie er geraakt is.  

Na afloop van het optreden wordt een limousine als afleidingsmanoeuvre weggestuurd. Toch wordt de Greyhound bus, waarin ze hebben plaatsgenomen, omsingeld door schreeuwende fanatici. ‘Ze waren fanatiek’, gruwt Paul McCartney, ‘Die haat op hun gezichten was afgrijselijk.’

Het regent hevig in Cincinnatti. Het ontbreken van een afdekking boven het podium, maakt spelen onmogelijk: elektrocutatie zou onvermijdelijk zijn. Epstein is woedend op de organisatoren. De 35 000 toeschouwers zijn al in het stadion. Uiteindelijk krijgt iedereen een pasje om de volgende dag naar het vervangconcert te komen kijken.

Na afloop van dat vervangoptreden vliegen ze onmiddellijk naar St.Louis, Missouri. Maar ook daar speelt de hevige regenval hun parten. Een linnen afdekking boven het podium moet The Beatles beschermen. Het water druipt echter op hun versterkers. Elke keer wanneer Paul in de buurt van zijn microfoon komt slaan de vonken over. Een roadie zit klaar om de stekker er uit te halen, zodra iemand omvalt. Bovendien is er, door het abominabele geluidssysteem zowat drie seconden  vertraging tussen het zingen en de echo van het terugkomende geluid.

 

Zelfs voor Paul is de maat vol. ‘We speelden in de regen en toen werden we in een verhuiswagen gestopt. Een enorme lege ruimte, zonder zelfs maar iets om ons aan vast te klampen. … Ik vloekte en riep: Verdomme, ik ga akkoord met jullie. Ik heb er genoeg van. En zij riepen: “Dat zeggen we nu al weken, man.” Eindelijk hadden ze mijn akkoord.

Na het optreden vliegen ze weer door naar New York, waar ze om 03:50 arriveren. Daar hebben ze twee rustdagen, die ze doorbrengen in een luxegevangenis: het  poepchique  Warwick Hotel.

Op 23 augustus treden ze weer op in het SHEA stadium, waar ze het vorige jaar het record hebben verbroken van het grootste aantal toeschouwers op een popconcert. Ondanks het feit dat er dit keer 11 000 van de 55 600 zetels vrij blijven, verdienen The Beatles dit keer meer dan het vorige jaar.  

Ed Freeman, een van de drie roadies voor de tournee vertelt: “Toen de tournee op zijn einde liep, was het duidelijk dat het optreden een farce was geworden. Niemand kon ook maar iets horen. Ze liepen het podium op, de volgende twintig minuten hoorde je uitsluitend gekrijs en dan liepen ze weer van het podium af.’

Na nog een rustdag in Los Angeles, vliegen ze naar Seattle voor twee optredens in het Colisseum.

De vlucht terug naar LA heeft vijf uur vertraging omdat één van de banden totaal op is en moet worden vervangen.

Op uitnodiging van hun vroegere publiciteitsagent Derek Taylor, ontmoet Paul twee leden van The beach Boys: Brian en Carl Wilson, met hun vrouwen, bij Taylor thuis. Hij beschrijft de ontmoeting in zijn kenmerkende stijl: ‘De lichten binnenshuis waren gedempt, het basin van Los Angeles fonkelde in blauw, rood-goud en zilver en we hadden Glenn Miller’s Latest Hits zachtjes op de platendraaier. “Hi” zeiden Brian en de Wilsons. “Hello” zei Paul en voegde er aan toe: “We, jij bent Brian Wilson en ik ben Paul McCartney. Zo, dat hebben we gehad en laten we ons nu amuseren.” Brian lachtte en vroeg: “Wil je iets horen?”

Hij speelde het  buitengewoon  fascinerende ‘Good Vibrations’ en Paul was zo onder de indruk dat hij vroeg of hij het plaatje mocht houden, ‘als een souvenir’. Brian zei echter dat hij het liever hield. Hij was nog niet helemaal tevreden over de klank. Ach, het maakte ook allemaal niet zo veel uit.”

Later komt ook George Harrison nog langs, met de hipster van The Byrds: David Crosby.

Zondag 28 augustus geven The Beatles een laatste persconferentie in de Capitol Records Tower. Hun nieuwe publiciteitsagent, Tony Barrow herinnert zich: ‘Wat het meest opviel tijdens de twintig minuten durende persconferentie was de mentaliteitsverandering van de groep tegenover de media. In de Capitol Tower behandelden ze een publiek van prestigieuze internationale journalisten met een onverschilligheid die grensde aan verachting. Paul was de enige die nog enigszins een poging deed meer dan eenlettergrepige antwoorden te geven, als altijd pogend een situatie te redden.’

Na het optreden voor 45 000 mensen in Dodger stadium, komt de auto van de groep vast te staan voor de gesloten poort. Er zijn slechts 120 veiligheidsmensen aanwezig. The Beatles moeten meer dan twee uur wachten eer ze, uit de belegering van de fans kunnen worden bevrijd, in een gepantserde auto.

De volgende namiddag vliegen The Beatles van Los Angeles naar San Francisco, waar ze om 17:45 arriveren.De fotograaf  Jim Marshall mag met hen meerijden naar het stadium. ‘Toen we daar aankwamen was de poort gesloten. Dus moesten ze rondblijven rijden in dat verdomde ghetto!’ ‘We lachtten ons verrot’, gaat George Harrison verder:  ‘De chauffeur reed helemaal tot het einde van de parking, draaide daar om en begon dan alsmaar sneller te rijden om de fans af te schudden. Opeens reed hij van de parking af en sloeg zomaar ergens een straat in. Op goed geluk doorkruistte hij de hele buurt. Eindelijk  zagen we het park terug. Gelukkig was de poort nu wel open en konden we tot bij de kleedkamers geraken.‘

In het Candlestick Park zien 25 000 mensen het allerlaatste concert van The Beatles. Paul heeft Tony Barrow de opdracht gegeven om het concert op te nemen, op zijn cassetterecorder. Pas achteraf begrijpt hij dat ze goed wisten dat het hun laatste optreden zou zijn.

‘We waren toch wel opgelucht, na afloop van dat concert’, vertelt George Harrison:  ‘Ergens vlak voor het einde zetten we een van onze fototoestellen op een versterker. Ringo stapte van achter zijn drumstel en we gingen met onze rug naar het publiek staan. We poseerden voor een foto, omdat we wisten dat het afgelopen was.’

Dinsdag 30 augustus vliegen van Los Angeles terug naar Londen, waar ze de volgende ochtend arriveren. Aan boord zucht George opgelucht: ‘Het is voorbij. Ik kan ophouden met te doen alsof ik een Beatle ben.’ John denkt er hetzelfde over: ‘Zo, dat was het.’ Later blikt hij terug: ‘Van optreden hadden we genoeg… voor altijd.’ Tijdens onze laatste tournee brachten ze voortdurend blinde, kreupele en mismaakte kinderen naar onze kleedkamer. En zo’n moeder riep dan: “Vooruit, geef hem een kus! Misschien kan hij dan weer zien.” We zijn niet wreed. We hebben genoeg miserie gezien in onze buurt. Maar wanneer zo’n moeder krijst: “Raak hem aan, dan kan hij misschien weer lopen”, dan willen we gillend wegrennen… en onze zakken leegschudden.”

Zoals gewoonlijk weet Ringo alles te relativeren met een kwinkslag: ‘Nadat we besloten hadden om voorgoed te stoppen met het geven van optredens, vertelde ik dat tegen mijn moeder. Zij zei: “Dat is goed, jongen. Maar je speelt toch nog in Liverpool, niet?’

 

De laatste tournee van The Beatles

 

 

De laatste tournee van The Beatles vindt plaats in de zomer van 1966. Nergens is er sprake van een afscheidstournee. Dat kan ook moeilijk, want niemand – zelfs John, Paul, George en Ringo zelf – beseft dat hun laatste shows zullen zijn.

Alles samen hebben ze, sinds ze negen jaar eerder begonnen met spelen, zo’n 1400 keer opgetreden. Een aanzienlijke prestatie.

De lol is er dan ook een beetje af, vooral omwille van alle heisa die het telkens weer met zich meebrengt. Het is iedere keer opnieuw een heel gedoe om heelhuids ter bestemming te raken en achteraf weer te kunnen ontsnappen aan de uitzinnige fans.

Muzikaal stelt het ook allemaal niet veel meer voor. Per show brengen ze slechts elf songs. Ze zingen toonloos en nemen niet eens de moeit om hun instrumenten te stemmen. 

Waarom zouden ze ook? Met hun 120 watt versterkertjes kunnen ze niet opboksen tegen het alles overstemmende en niet aflatende gekrijs van tienduizenden meisjesstemmen.

Repeteren is overbodig geworden. Het repertoire is gekend. De songs die ze de afgelopen maanden hebben opgenomen voor hun nieuwe elpee Revolver, zijn veelal te complex om live te brengen.

‘We trekken ons er niet veel meer van aan wat we op het podium presteren’,  geeft John Lennon toe. ‘We repeteren enkel nog wat we noemen: grijnzen om niks. Een, twee, drie en we grijnzen om niks.’

Wanneer ze aan een moeilijke passage komen, schudden ze even synchroon met hun hoofden, zodat het gillen nog een paar decibels luider wordt. ‘We zouden de wassen beelden van onszelf op tournee kunnen sturen en dan zou de massa even content zijn’, gaat John verder. ‘Concerten van The Beatles hebben hebben niets meer met muziek te maken. Het zijn verdomde stamrituelen.’

 

Duitsland

 

Het eerste deel van de tournee brengt hen naar Duitsland, Japan en de Filippijnen.

Het vertrek is gepland op donderdag 23 juni, om 11 uur. Veel slaap kunnen ze niet gehad hebben, want die nacht hebben ze tot halftwee doorgewerkt om, samen met George Martin, de laatste hand te leggen aan de eindmixen van Revolver.

Het loopt echter al meteen fout. In het vliegtuig worden ze opgewacht door een advocaat. Een Duitse vrouw, Erika Heubers, beweert dat Paul de vader is van haar dochter Bettina. Totnogtoe heeft Paul de zaak steeds ontkend, maar de man komt nu met een papier dat Paul moet ondertekenen. Eerder mag de vlucht niet vertrekken. De overeenkomst is dat Paul jaarlijks een relatief klein bedrag betaalt tot de 18de verjaardag van het kind. In ruil wordt het vaderschap verder ontkend.

Brian Epstein, de manager van de groep, stelt dat het goedkoper is om de £3,000 op te hoesten, dan de tournee af te gelasten.

Paul kan niet anders dan toegeven. (De zaak duikt een paar decennia opnieuw op. Dan blijkt uit een DNA-test, dat Paul niet de vader is.)

De volgende dag gaat de tournee van start met twee shows in Circus-Krone-Bau in Munchen. Het voorprogramma wordt gevormd door Cliff Bennett and the Rebel Rousers, the Rattles en Peter and Gordon.

Na afloop eist het stadsbestuur van Munchen van Brian Epstein, een vermakelijkheidsbelasting. In Duitsland bestaat zoiets eigenlijk niet, maar de overheid beweert dat de muziek van The Beatles ‘slechts bijkomstig is bij het schreeuwen en stampen van het publiek, waarvoor het bedoeld is om het te veroorzaken.’

De dag daarna worden ze, vroeg in de ochtend, met een vloot Mercedessen, onder politie-escorte naar het station gebracht. Daar stappen ze in een speciale trein om naar Essen te sporen. Op de trein hebben ze elk een eigen kamer en kunnen ze ontbijten. Ook in Essen geven ze twee optredens, in de Grugahalle.

Na een treinrit van vier uur arriveert het gezelschap vervolgens om 6 uur ‘s ochtends in het station van Hamburg. Van daar worden ze naar het Schloßhotel in Tremsbüttel bij Bargteheide gebracht. De bedoeling is een eind van het stadscentrum en dus ook van de fans te logeren.  Het helpt niet echt, want tegen de middag staan er al honderden fans onder hun balkons.

Na afloop van twee concerten, in de Ernst Merck Halle, maken John en Paul een nostalgische trip langs de Reeperbahn, waarbij ze de plaatsen gaan bezoeken waar ze ‘in hun jeugd’ hebben gespeeld.  

Op maandag 27 juni vliegen ze terug naar Londen.

 

Japan

 

Amper enkele uren later vertrekken ze opnieuw, nu naar Japan.

De bedoeling is over de noordpool te vliegen, maar ten gevolge van een tyfoon wordt het vliegtuig afgeleid naar Anchorage, Alaska.

Daar aangekomen is het pure chaos. Niemand is op de komst van The Beatles voorzien en iedereen doet ontzettend zijn best om alles in goede banen te leiden. Gestrand in een hotel, met niks om handen, vliegen ze in de drank.

Pas 9 uur later is de storm wat gaan liggen en kan de reis verder gezet worden.

In Tokio gelden strikte veiligheidsmaatregelen. Omdat The Beatles in de Budokan Hall gaan spelen, heeft een uiterst rechtse groepering doodsbedreigingen geuit. Ze beschouwen het stadium  als een heilige plaats die enkel voor Japanse gevechtskunsten mag worden gebruikt.

Er zijn 35 000 veiligheidsmensen opgetrommeld om The Beatles te beschermen tijdens de vier dagen dat ze in Japan zijn. Tijdens elk van de vijf concerten die ze er geven, staan er drieduizend agenten op strategische plaatsen opgesteld om de tienduizend toeschouwers in bedwang te houden.

De jongens kijken met stijgende verbazing om zich heen ‘Er waren allemaal van die vreemde kleine ventjes in rare auto’s’, weet George Harrison. ‘De trip naar het centrum van Tokio duurde een eeuwigheid. We zagen studenten rebelleren tegen de politie. Het was net of we in de derde Wereldoorlog terecht waren gekomen.  De politie droeg van die stalen helmen, zoals ik ze me herinnerde van de oorlog.’

‘Ze brachten ons rechtstreeks naar het Hilton en daar mochten we niet meer uit.’ Hoewel ze in de presidentiele suite logeren, zitten The Beatles letterlijk opgesloten in hun hotel voor de gehele duur van hun verblijf in Japan. ‘Ik heb geen voet buiten het Hilton gezet’, legt George uit, ‘behalve dan om naar de concerten te gaan. 

‘Alles was perfect getimed’, gaat George verder. Zoveel seconden van de deur tot de lift, zoveel seconden tot de kelderverdieping….  ‘Alle verkeer was stil gelegd, van het hotel tot aan het Budokan. Politie op elke straathoek. We gingen naar daar, deden onze show, kwamen terug en de volgende dag allemaal exact hetzelfde. Zeer vreemd!’

Om zijn gasten wat afleiding te bezorgen, laat de promotor kooplui komen om de fijnste waren te tonen – tegen overdreven prijzen. The Beatles kopen kimono’s, porselein en horloges. Er worden zelfs geisha’s binnen gebracht. Maar daar gaan ze niet op in.

Ze krijgen ook wat dingen cadeau: de nieuwste Nikon fototoestellen en een groot vel handgeschept papier, plus water- en olieverf. De vier jonge mannen beginnen dan maar aan een gemeenschappelijk schilderij. Ze zetten een lamp in het midden van het blad en maken, elk op een hoek, een tekening.

Het werk wordt even onderbroken voor het namiddagconcert, maar daarna werken ze verder aan hun kunstwerk. Onder luisteren ze naar acetates van Revolver en roken marihuana. De meegekomen fotograaf Robert Whitaker maakt foto’s, waarvan er een terechtkomt op de achterhoes van de verzamelplaat A Collection of Oldies… But Goldies.

 

de Filippijnen

Zondag 3 juli vliegen ze van van Tokio, over Hong Kong, naar Manilla, op de Filippijnen. Daar worden ze opgewacht door 50 000 mensen. De politie wil niet onderdoen voor die van Japan en sleept de vier Beatles letterlijk uit het vliegtuig. Omringd door twee bataljons in volledige gevechtsuitrusting worden ze naar het hoofdkwartier van de luchtmacht gebracht.

‘Overal elders – Amerika, Zweden, Duitsland – werden we met respect behandeld’, gruwt George Harrison, ‘ook al was er die gekte. (…) Maar in Manilla was de sfeer uiterst negatief. Voor het eerst  werden we slecht  behandeld. Ze haalden ons van het vliegtuig… Zo’n gorilla’s: grote kerels, ernstige gezichten, witte hemden, korte mouwen… en meteen namen ze onze ‘diplomatenkoffertjes’ in beslag. Wij vieren, John, Paul, Ringo en ik, werden van de anderen gescheiden. Ze duwden ons in een auto en die kerel vertrok. Onze valiezen bleven achter op tarmac en ik dacht: het is zover, we worden gearresteerd.

Ze worden echter naar een zwaarbewaakt privé jacht gebracht, in de baai van Manilla.  De eigenaar, miljonair Don Manolo Elizalde toont hen als trofeeën aan zijn vrienden.

Het is 4 uur in de ochtend eer Brian Epstein de zaak terug onder controle krijgt en de vier naar hun suite in het Hotel Manilla kunnen.

In de vroege namiddag van de volgende dag sluipen Paul en Ringo uit hun hotel, om wat van de omgeving te zien. Ze belanden in Makati, de financiële buurt, waar Paul foto’s trekt van het contrast tussen de tentoongestelde rijkdom en de sloppenbuurt er naast.

Wanneer ze terug keren in het hotel, heerst daar paniek. Er staan militairen klaar om hen op te halen. Het blijkt dat ze die ochtend al verwacht werden op het presidentieel paleis. De uitnodiging van president Marcos heeft hen echter nooit bereikt.

Op TV worden beelden getoond van wachtende mensen in en om het paleis. ‘De commentator herhaalde steeds maar weer: ‘De Fab Four zijn er nog steeds niet’, vertelt George. ‘Dus zagen we onszelf niet komen opdagen. Uiteindelijk gaf de vrouw van de president, mevrouw (Imelda) Marcos het op en trok zich terug.’

 

De beide concerten die namiddag en avond in het Rizal Memorial voetbalstadium verlopen zonder problemen, voor respectievelijk 30 000 en 50 000 mensen. Het publiek is zich nog van niets bewust.

Brian Epstein heft ondertussen geregeld dat hij, tijdens een rechtsreekse TV-uitzending, zich wil verontschuldigen. De uitzending wordt echter voortdurend gestoord.

De vogende ochtend breekt de hel pas echt los, na het verschijnen van de kranten. Die reageren hysterisch op de “beledigingen”. Het blijkt dat het feit dat ze niet van een uitnodiging op de hoogte waren, niet als excuus wordt aanvaardt.

Een van Epsteins assitenten is opgepakt en de hele nacht ondervraagd. Er is geen room service meer in het hotel en ook de security is volledig verdwenen.

Bij het vertrek naar de luchthaven zijn alle veiligheidsmaatregelen weggenomen. De Beatles en hun entourage worden bespuugd en uitgejouwd. De liften zijn zelfs uitgeschakeld, zodat ze met hun bagage de trappen op moeten zeulen.

Ondertussen worden ze door de menigte geduwd en geschopt. Ringo gaat onderuit, maar het zijn vooral Mal Evans en Brian Epstein die de klappen opvangen. Ze hebben allebei verzorging nodig.

Wanneer ze tenslotte in het vliegtuig zijn gesukkeld, worden Neil, Brian en Tony Barrow terug uitgehaald om “administratieve redenen”.  Na nog eens 44 angstige minuten en het betalen van een zware, pas bedachte “belasting”, kan de KLM vlucht 862 tenslotte toch vertrekken.

Minuten na het vertrek laat Marcos een verklaring publiceren dat The Beatles de hem en zijn familie niet opzettelijk hebben beledigd.

De vlucht gaat richting New Dehli, via een tussenstop in Bangkok. The Beatles hopen in Indië even op adem te kunnen komen. George had van tevoren al te kennen gegeven dat hij er een paar dagen wou blijven, om een goede sitar te kopen. De anderen vonden dat een goed idee en het werd geregeld dat iedereen in New Dehli zou uitstappen.

‘Maar nadat we dat gedoe in Manilla hadden meegemaakt, wou niemand nog van het vliegtuig in Delhi’, vertelt George. ‘Ze dachten: “Nee dank u, geen wijzingen meer. Laten we maar naar huis gaan”.’

Het blijkt echter dat de tickets al zijn omgewisseld en de plaatsen bezet. Dus moet iedereen uitstappen. 

Maar zelfs in Indië heeft de Beatlemania toegeslagen: 600 fans staan hen op te wachten op het vliegveld en het hotel is weer bezet gebied. Voor George is de maat vol: hij dreigt uit de groep te stappen als ze niet stoppen met optreden.

Wanneer ze twee dagen later van New Dehli naar London terugvliegen, vertellen The Beatles aan Brian Epstein dat ze stoppen met optreden. Brian is zo aangeslagen door het bericht dat hij er lijfelijk ziek van wordt. Bij hun aankomst op London Airport, om zes uur ’s ochtends, vraagt de piloot om een ambulance in stand by.

Zoals gebruikelijk volgt er een korte persconferentie. Op de vraag wat ze nu gaan doen antwoord George Harrison: ‘We gaan een paar weken recupereren voor we door de Amerikanen in elkaar worden geslagen.’ Hij heeft geen idee hoezeer hij gelijk zal krijgen.

de setlist op Pauls bas