Onlangs plaatste ik hier Pauls ‘Helter Skelter’, opgeplitst in afzonderlijke sporen. Omwille van het evenwicht volgt hier een gelijkaardige oefening van een van Johns nummers uit diezelfde periode: de zomer van 1968.

Een beetje recyclage kan geen kwaad. In februari 2009 postte ik hier ‘Revolution’ van The Beatles. Dat ging eigenlijk vooral over de onuitgegeven complete take 20 – de oorspronkelijke opname die de basis vormde van zowel de elpee versie, ‘Revolution 1’ als het experimentele nummer ‘Revolution 9’.

Hier is nog eens die complete take 20

Maar natuurlijk is er ook nog de singleversie, die verscheen als b-kant van ‘Hey Jude’.  Dat is een verhaal apart.

John wil de ‘Revolution 1’ versie als single willen uitbrengen. Maar Paul vreest voor de reacties op het openlijke politieke standpunt. Gesteund door George, argumenteert hij dat het nummer te traag is voor een single. Hij stelt daarom voor even te wachten, voordat een beslissing wordt genomen.

Wakker geschud uit zijn drugroes door Yoko, laat John zich echter niet meer in een hoekje drummen. Als het nummer te traag is, dan nemen we toch gewoon een nieuwe versie op. Deze keer sneller, meer zoals de demoversie in mei. En veel harder.

De repetities beginnen op de avond van 9 juli, in een bezetting van solo- en ritmegitaren, drums, bas en John’s leadzang.

 De volgende dag wordt het nummer in tien takes opgenomen. Tot ergernis van de technici staan de gitaren hierbij zo hard dat de opnameapparatuur de klank niet meer zuiver kan opnemen.

Hierbij komen nog handgeklap en twee afzonderlijke en zeer zware drumtracks. Alles aan het nummer is keihard. Een paar reductiemixen brengen take 10 naar take 13. Hierop komen twee sporen van John’s schitterende leadzang, compleet met een geschreeuwde intro.

Een volgende reductie brengt ‘Revolution’ naar take 15.

Nog een dag later, op 11 juli worden er nog twee overdubs aan toegevoegd: bas door Paul en een elektrische piano door Nicky Hopkins.

De volgende dag volgt nog de laatste overdubs op take 16: een bijkomende gitaarsolo van John en opnieuw bas door Paul. Daarna worden vier mono mixen, 10 tot 13 gemaakt van take 16.  

Johns zang


Pauls bas

De eerste gitaar:  John  


Nog meer gitaar: George


Ringo geeft het ritme aan van achter zijn drumstel


Tenslotte Pauls bas, die er een geheel eigen melodie op na houdt.

Op 3 september 1968 wordt een kopie gemaakt van de basis track van spoor 16 om de volgende dag het nummer opnieuw te kunnen inzingen bij de opnamen van een promo filmpje. De opnamen vinden plaats in de Londense Twickenham Film Studio’s, in een regie van Michael Lindsay-Hogg.

Bij het inzingen tijdens voor TV zingt John opnieuw “in/out”. 

Het filmpje wordt voor het eerst uitgezonden tijdens Top Of The Pops, op 12 september 1968. Dat is in zwart-wit. In de Anthology reeks wordt het filmpje in kleur vertoond. Dat zie je hier:

The Beatles worden zwaar bekritiseerd voor hun standpunten op ‘Revolution’. Links vindt het nummer “a betrayal” en “a lamentable petty bourgeois cry of fear”. Rechts vindt dat the Beatles slechts “middle-of–the-road subverives” zijn die de maoisten waarschuwen de revolutie niet te verknoeien door te hard aan te dringen.

De jazz zangeres Nina Simone neemt een antwoord-nummer op waarin ze Lennon beschuldigd voor zijn apoliticisme en hem aanraadt zijn hersenen te zuiveren.

En voor wie wil: in 1987 vindt Yoko het nodig toestemming te verlenen om de singleversie te gebruiken als soundtrack voor een Nike commercial.

 

 

 

 

Het begin van het krokusverlof leek me de ideale gelegenheid om een weekendje te gaan uitwaaien aan zee. Hoge golven, een verlaten strand waarop de hond vrij mag ravotten, een beetje lezen, geen nieuwsberichten, geen TV… heerlijk. 

 

Wanneer ik terug thuiskom blijkt dat er op het internet een kleine aardverschuiving heeft plaatsgevonden in Beatlesland. Eindelijk is er nog eens iets nieuws gelekt.

 

Natuurlijk heeft de Anthology reeks van halverwege de jaren negentig de meeste snoepjes al uit de kluizen bevrijd. Er is heel veel kans dat wat overblijft dingen zijn waarin het grote publiek niet echt geïnteresseerd is. Er zit geen nieuwe ‘She Loves You’ of ‘Let It Be’ meer tussen. Wat rest zijn John, Paul, George en Ringo op hun experimenteels.

Maar toch staan bovenaan het verlanglijstje van elke Beatlefanaat drie van die tracks die op het randje balanceren van de pure chaos. De kans bestaat zelfs dat ze gewoon onbeluisterbaar zijn. Die top drie bestaat uit: een meer dan zeventwintig minuten durende take 3 van de hardste song van de groep:  ‘Helter Skelter’, ‘Carnival Of Light’ een experimentele geluidscollage voor een happening in januari 1967 en de volledige take 20 van ‘Revolution’.

 

En die laatste track is tijdens het voorbije weekend overal op het net opgedoken. Je vindt hem hier, hier en hier.

 

 

Waarover gaat het?

 

RM1 van take 20 van ‘Revolution’. De volle 10 minuten en  46 seconden.

 

Zoals ik hier al vertelde is ‘Revolution’ het commentaar van John Lennon op de gebeurtenissen in de lente van 1968. Overal in de Westerse wereld braken er toen rellen uit: studenten en arbeiders braken de straten op in Leuven, Parijs en Praag. Betogingen tegen de oorlog in Vietnam vonden plaats in New York en Londen. En in Memphis en Detroit reageerden de zwarte op jaren van onderdrukking na de moord van hun leider Martin Luther King.

 

“Ik was er over aan het denken gegaan in de heuvels van Indië,” vertelde John in 1980 aan Playboy. “Ik had zo’n gevoel van ‘God zal ons ter hulp komen’: ‘It’s going to be all right.’ Daarom deed ik het: ik wou er over praten. Ik wou iets zeggen over revoluties. Ik wou zeggen tegen de luisteraar: ‘Wat vind jij? Dit is wat ik vind.’

En ik sta er nog altijd achter: ik wil het plan zien. Geweld doe ik niet aan mee. Ik klim alleen op de barricades met bloemen.
Jarenlang mochten we niks zeggen over de oorlog… Maar nu wou ik absoluut dat The Beatles een standpunt innamen over de oorlog.”

 

John wou de song snel als single uitbrengen. Het is dan ook het eerste nummer dat wordt aangepakt, wanneer the Beatles aan het einde van die tumultueuze maand mei de studio intrekken voor de opnamen van een nieuwe lp. 

 

Op 30 mei 1968 blikken ze takes van de basis track in. John bespeelt daarbij zijn semi-akoestische Epiphone Casino gitaar, Paul neemt plaats achter de piano en Ringo zit natuurlijk achter zijn drumstel.

 

Het nummer wordt aanzienlijk trager gespeeld dan tijdens de opname van de demo, die John eerder die maand op band zette. Daardoor varieert de lengte meestal rond de vijf minuten. Take 5 is pas de eerste volledige. Er zijn geen takes 11 en 12 en alles bij elkaar halen slechts acht pogingen het einde.

 

Maar take 18 is anders.

John is zo vol vuur dat hij nog terwijl de geluidstechnicus Geoff Emerick “Take 18” aankondigt al begint te zingen. Het is ook de eerste opname met begeleidende zang. Maar dat is niet het enige verschil. Het nummer gaat door en door. Het ontaard in een zes minuten lange kakofonische jam, waarbij John alsmaar blijft herhalen “It’s allright”. Hij doet dat nu eens kreunend, dan weer roepend of vragend. Dat past helemaal in het straatje van de avant-garde kunst van zijn nieuwe vriendin Yoko Ono, die dan ook haar steentje bijdraagt met gefluister en bevreemdende kreten als: “You become naked.”

Uiteindelijk maakt John er een einde aan met de kreet: “OK, I’ve had enough!”

 

De volgende dag zingt John take 18 nog John twee keer in. Hij is ondertussen aan het twijfelen geraakt over zijn standpunt: of hij wel of niet wil deel uitmaken van de revolutie. De ene keer zingt hij “in” en de volgende “out”.

Paul speelt daarna zijn Rickenbacker bas in, waarna de vier sporen vol zijn en een reductie wordt gemaakt naar take 19. Hierop zingen Paul en George de backing in (shoo be doo wop”).

 

Op 4 juni zingt John het nummer nog eens in. Om zo relaxt mogelijk te zijn en in een poging om zijn stem anders te laten klinken gaat hij daarbij plat op de grond liggen. Hierbij zingt hij: “You can count me out/in.”

Daarna zingen Paul en George nog extra backing vocals: “Mama … Dada … Mama … Dada …”.

Er volgen nog meer overdubs opgenomen op take 19 en later take 20: drums en percussie door Ringo, wah-wah gitaar door John en orgel door Paul.

 

Verder worden nog twee tape loops toegevoegd: een lang gerokken kreet “Aaaaah”, gezongen door de vier samen en een uitfreakende gitaarsolo van Lennon.

 

De sessie wordt afgerond met een monomix van het geheel, in totaal 10 minuten en 46 seconden lang. John staat er op de tape aan te kondigen met de woorden: “Take… your knickers off!”

 

 

Bootleggers

 

De complete RM 1(remix mono 1) van take 20 wordt in 1995 genoemd voor Anthology 3, maar uiteindelijk niet weerhouden.

 

In 1999 verschijnt de take voor het eerst op bootleg, op From Kinfauns To Chaos. Het Vigotone bootleglabel heeft de hand kunnen leggen op een opname van de mixsessie. Terwijl John daaraan aan het werk was, liep in de controleruimte een bandopnemer mee. John wou blijkbaar ieder detail van zijn werk vastleggen. Jammer genoeg zat Yoko net naast het apparaat. Zij vond het gedoe blijkbaar maar saai en gaf onafgebroken haar mening over van alles en nog wat. 

 

Nog datzelfde jaar kwam een concurrent, Silent Sea Productions, op White Sessions met nog meer van die zogenaamde monitor mixen.

Met veel knip en plakwerk probeerden verschillende mensen daarna om uit de verschillende beschikbare versie zoveel mogelijk “Yoko-vrije” stukken aan elkaar te plakken om zo de oorspronkelijke monomix te kunnen samenstellen.

 

Dat is nu niet meer nodig. Enkele weken geleden kwam nog maar eens een ander bootleglabel, Your Masters Choice, met de dubbel-cd: Revolution Take… Your Knickers Down. Behalve de origele (?) monomix van take 20 staat hierop niet veel interessants. De rest zijn sessies van Badfinger en Cilla Black die songs van The Beatles opnemen met Paul als producer.

 

En nu hebben bloggers deze unieke track “bevrijd” en op het net geplaatst.

 

 

Je kan hem hier ook binnenhalen, als mp3  of als flac   

 

 

Revolution 9

 

Wat deze track zo interessant maakt is dat het eigenlijk de ontbrekende schakel vormt tussen de twee ‘Revolutions’ van John die op de Witte Dubbel zijn verschenen. De eerste helft is een vroege mix van de song ‘Revolution 1’ zoals die kant twee opent, en de laatste zes minuten vormden de basis voor ‘Revolution 9’.

 

Dat gebeurde vanaf 20 juni. Vanaf die dag begon John te werken aan een geluidsmontage. Hij wou de lange outro van de song laten klinken als een revolutie op zich.

 

De volgende dag beslist hij de song in twee te knippen. De eerste helft, ‘Revolution 1’ is bedoeld als single en krijgt nog twee extra overdubs: een blazersectie van twee trompetten en vier trombones, en na een reductie, een gitaarsolo van George.

Er is in het totaal maar liefst veertig uur aan de track gewerkt.

 

Maar het werk aan ‘Revolution 9’ begint pas. John ziet de track als niet minder dan “de soundtrack van de revolutie”. Ter voorbereiding heeft hij, aangemoedigd en geholpen door Yoko een heel pak loops voorbereid.

Enkele daarvan zijn:

George Martin die zegt: “Geoff… put the red light on.” bewerkt met veel echo;

fragmenten uit de band met de laatste zes minuten van Revolution;

een koor, met achteruit gemonteerde violen;

een stukje van een symfonie, in stukjes geknipt en verplakt;

een stukje van het orkest van ‘A Day In The Life’, verwerkt als lus;

achteruit gemonteerde mellotron, symfonieën en opera’s;

een opname uit het geluidsarchief met een stem die “number nine” zegt;

George, John en Yoko die willekeurige dingen reopen, zoals: “the Watusi”, “the Twist”, “personality complex”, “onion soup”, “take this brother, may it serve you well”, “Eldorado”, “There ain’t no rule for the company freaks!”…  

 

Om zijn grootse plannen te kunnen uitvoeren heeft hij de gehele EMI Studio helemaal voor hem alleen nodig. Op 20 juni, terwijl Paul naar Amerika is gevlogen, is het zover. Vanaf 19.00 staan alledrie de studio’s ter beschikking van John en Yoko. Tien technici staan klaar om de vele loops gelijktijdig te laten lopen. Ze werken intensief tot 3:30. John regisseert het geheel nauwlettend als een weldoordachte collage.

 

In 1980 legde John uit: “De langzame versie van ‘Revolution’ op de plaat ging maar door en ik nam de fade-out – tegenwoordig doen ze dat ook met al die disco platen – en daarop bouwde ik laag na laag verder. Over de basistrack van het origineel plaatste ik zeker twintig loops, dingen die we uit het EMI archief haalden. We knipten klassieke muziek in stukjes en maakten er lussen van, met verschillenden lengtes. Al die kleine geluidsfragmenten en geluiden werden allemaal samengebracht.

Er waren zeker tien bandopnemers en bij elk stond iemand met een potlood waarrond dat stukje band rolde. Het ene stukje was maar een paar centimeter en ander waren misschien wel een halve meter. Ik bepaalde wanneer iets werd gebruikt en mixte het allemaal live. Ik had een paar pogingen nodig voor ik het goed vond.

Yoko was er bij en zij koos de loops uit. Ik was nogal onder haar invloed, kun je wel zeggen. Eens ik haar werk had geoord – niet alleen het krijsen en brullen, maar ook de rest: praten en ademen en zo – dacht ik: hoe interessant… Ik wou ook zoiets maken. Ik heb langer gewerkt aan ‘Revolution 9’ dan aan de helft van de rest wat ik ooit heb gedaan. Het was een montage.”

 

George Harrison krijgt het laatste word. In 1969 verklaarde hij: “’Revolution 9’ is niet echt een Beatles nummer… Het werkt echter wel in de context van al die verschillende songs. Ikzelf vindt het moeilijk om er naar te luisteren – eigenlijk, doe ik dat ook niet.”

 

In de lente van 1968 gonst het van de geruchten dat The Beatles een dertig tal songs gaan opnemen voor hun volgende plaat.  Al op 20 april 1968 meldt het Britse muziektijdschrift New Musical Express dat The Beatles tegen het einde van de maand terug de studio zullen intrekken.  Een concurrerend blad, Melody Maker, komt s op 29 mei met meer details. Ze hebben een kort interview met Paul: “Twintig [songs] werden geschreven toen we bij de Maharishi waren in Indië. De andere tien schreven we sinds we terug naar Londen zijn gekomen. We denken er over om ze alle dertig op te nemen en dan er een stuk of 14 uit te kiezen voor een LP. Misschien worden het twee platen of zelfs drie. We zien wel als we er mee klaar zijn.”

Het blad heeft zelfs een lijstje gekregen met werktitels van de songs die Paul wil opnemen: ‘Obla-dee Obla-da’, ‘ Scrap Heap’, ‘Ballad’, ‘Back In The U.S.S.R.’, ‘Country Boy’, ‘Martha My Dear’, ‘Silly Girl’ en ‘Rocky Racoon’.

 

 

De Kinfauns Tapes

 

Ter voorbereiding maken John, George en Paul tijdens de derde week van mei alvast demo-opnamen van de songs die ze de laatste maanden hebben geschreven. Dat gebeurt in Kinfauns, het huis van George huis in Esher. In zijn huisstudio heeft hij een Ampex vier-sporen bandopnemer opgesteld. In het algemeen speelt de componist zijn songs telkens twee keer op akoestische gitaar terwijl hij zingt. Er zijn maar een handvol uitzonderingen. Op vier nummers van Lennon is slechts een enkele gitaar te horen. George voegt voor twee nummers harmonium en /of orgel toe. Op de opname van ‘Sour Milk Sea’ is er zelfs elektrische gitaar, bas en percussie toegevoegd.

 

Alles bij elkaar zetten ze zevenentwintig songs op band, waarvan John bijna de helft voor zijn rekening neemt. Paul komt met zeven songs en George met vijf. Het geluid is verre van perfect en de synchronisatie bij het overdubben laat te wensen over, vooral op de demo’s van John. Toch is het interessant om deze ontspannen versies te horen. Begin jaren negentig verschenen er een twintigtal op een bootleg: Unsurpassed Demos. Maar tot verassing van de verzamelaars bleken er nog meer te zijn, toen in 1995 zeven tracks officieel verschenen op Anthology 3.

Daarbij waren verschillende nummers die pas op Abbey Road zouden verschijnen: ‘Mean Mr. Mustard’ en ‘Polythene Pam’.

 

Sommige nummers zouden ze zelfs pas na de split van The Beatles in een echte studio opnemen: John’s ‘I’m Just a Child of Nature’ is een vroege versie van ‘Jealous Guy’, terwijl zijn ‘What’s the New Mary Jane’ op een veto van de andere stuitte en nooit werd afgewerkt. Paul hield ‘Junk’ achter voor zijn solodebuut en George bleef met het meeste materiaal zitten: ‘Sour Milk Sea’ gaf hij aan Jackie Lomax, ‘Not Guilty’ werd opgenomen door The Beatles maar niet uitgebracht en ‘Circles’  verscheen pas in 1982 op Gonne Troppo.

 

 

Mei ’68 in de studio

 

De eigenlijke opname gaan van start op 30 mei. Nochtans was de studio 2 van EMI studio aan Abbey Road vanaf 20 mei geboekt voor elke werkdag, telkens van 14:30 tot middernacht. The Beatles gingen er van uit dat ze  tien weken zouden nodig hebben: tot 26 juli.

 

Het eerste werk zijn 18 takes van wat John ziet als de nieuwe single: ‘Revolution’. Het is zijn commentaar op de gebeurtenissen in de lente van 1968. Overal in de Westerse wereld braken er rellen uit: studenten en arbeiders braken de straten op in Leuven, Parijs en Praag. Betogingen tegen de oorlog in Vietnam vonden plaats in New York en Londen. En in Memphis en Detroit reageerden de zwarte op jaren van onderdrukking na de moord van hun leider Martin Luther King.

“Ik was er over aan het denken gegaan in de heuvels van Indië,” vertelde John in 1980 aan Playboy. “Ik had zo’n gevoel van ‘God zal ons ter hulp komen’: ‘It’s going to be all right.’ Daarom deed ik het: ik wou er over praten. Ik wou iets zeggen over revoluties. Ik wou zeggen tegen de luisteraar: ‘Wat vind jij? Dit is wat ik vind.’

En ik sta er nog altijd achter: ik wil het plan zien. Geweld doe ik niet aan mee. Ik klim alleen op de barricades met bloemen.
Jarenlang mochten we niks zeggen over de oorlog… Maar nu wou ik absoluut dat The Beatles een standpunt innamen over de oorlog.”

 

The Beatles zijn goed op dreef en een van de best geslaagde takes ontaard in een lange kakofonische jam. Die past helemaal in het straatje van de avant-garde kunst van Yoko, die dan ook haar steentje bijdraagt met kreten en gefluister.

De volgende dagen wordt de opname afgewerkt met talrijke overdubs. Om zijn stem anders te doen klinken zingt John het nummer in, liggend op de vloer. Paul en George voegen doo-wop backing vocals toe.

 

De volgende paar dagen worden besteedt aan Ringo’s ‘Don’t Pass Me By’. Maar er is veel afleiding in de studio: de zangeres Lulu komt op bezoek en ook Davy Jones van the Monkees, het fotomodel Twiggy en de cineast Franco Zeffirelli.

 

 

Solo Beatles

 

Na amper een week worden de geplande sessies alweer afgezegd omdat George en Ringo met hun vrouwen naar Los Angeles vliegen voor een vakantie in Monterey.

 

John en Yoko profiteren van de gelegenheid om de laatste zes minuten van ‘Revolution’ om te werken in een afzonderlijk nummer: ‘Revolution No. 9’. Dagenlang voegen ze allerlei geluidseffecten aan de toch al kakofonische opname toe. Sommige effecten maken ze zelf terwijl ze andere uit de EMI archieven halen.

 

John en Yoko komen pas ’s avonds naar de studio afgezakt. Dus is Paul dinsdagnamiddag 11 juni de enige is komen opdagen. Hij neemt dan maar in zijn eentje een nummer op: ‘Blackbird’. Het is zijn commentaar op de recente gebeurtenissen. “Ik dacht aan een zwarte vrouw, in plaats van aan een merel. Het was de tijd van de burgerrechtenbeweging. Ik wou iets zeggen over de zwarte vrouw, die de dupe was van al die problemen in de Vernigde Staten… ‘Laat me je aanmoedigen om te blijven proberen, om vertrouwen te houden: er is hoop.’ Maar ik heb nogal de gewoonte om het niet openlijk te zeggen. Dus, in plaats van iets te zeggen als ‘Black woman living in Little Rock’, had ik het over een vogel, een symbool, iets dat algemeen toepasbaar is.”

 

George en Ringo keren op 18 juni terug uit Amerika… maar twee dagen later vertrekt Paul dan weer naar Los Angeles om de Apple te gaan promoten bij de platenmaatschappij Capitol.

Die avond vindt er een hectische sessie plaats waarbij de master wordt samengesteld voor ‘Revolution 9’. John en Yoko hebben alle drie de studio’s nodig om de bandjes met geluidseffecten rechtstreeks, tijdens de mix toe te voegen aan de mastertape. John zit zelf achter de knoppen van het mengpaneel.

 

Terwijl John en Yoko de volgende paar dagen besteden aan het afwerken en mixen van beide versies van ‘Revolution’ maakt George gebruik van de onbenutte studiotijd om met Jackie Lomax ‘Sour Milk Sea’ op te nemen.

 

 

Een nieuwe start

 

Pas op 26 juni is iedereen terug op post, na een onderbreking van twintig dagen. Eindelijk kan dan nog eens een nieuw nummer worden aangepakt. De keuze valt op John’s ‘Everybody’s Got Something To Hide Exept Me And My Monkey’. Op het stukje over de aap na, bestaat de tekst grotendeels uit citaten van de Maharishi.

“Natuurlijk ging het over mij en Yoko,” bevestigd John: “Iedereen leek wel paranoïde, behalve wij twee. Wij waren smoorverliefd. Alles is klaar en duidelijk wanneer je verliefd bent. Rondom ons was iedereen gespannen: ‘Wat doet ZIJ hier? Waarom is ze bij hem?’ Zo een gedoe terwijl wij gewoon de hele tijd samen wilden zijn.”

 

Twee dagen wordt er gerepeteerd en opgenomen – of beter avonden, want de sessies beginnen pas rond 19 uur en gaan door tot half vijf in de ochtend.

Het volgende nummer is er opnieuw eentje van John: ‘Good Night’. Het is zijn afscheid aan zijn vijfjarig zoontje Julian. Hij durft het echter niet zelf te zingen. Daarom vraagt hij Ringo om het te doen. “Ik denk dat hij het niet goed vond voor zijn imago,” meent Paul. “Maar het was prachtig om het hem te horen doen: hij zong het fantastisch. We hoorden het hem zingen om het Ringo aan te leren. Hij deed het met veel gevoel. John toonde zelden zijn zachte kant. Maar toch blijven die momenten me het beste bij, die momenten wanneer hij zichzelf bloot gaf als een gevoelig, liefdevol mens.”

De volgende paar dagen worden beide nummers verder verfijnd en afgewerkt.

 

Pas op 3 juli wordt er voor het eerst samen gewerkt aan een nummer van Paul: ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’. “[Jimmy Scott] was een vriend van me, een Nigeriaan… en wanneer je hem vroeg: ‘hoe is het?’ antwoordde hij steeds: ‘Say ob-la-di, ob-la-da life goes on, bra.’ Ik vond dat mooi.

Ik herinner me dat George Harrison tegen me zei dat hij zo niet kon schrijven. Hij schrijft altijd vanuit persoonlijke ervaring. Hij zei: ‘Ik snap niet hoe je zoiets als ob-la-di, ob-la-da, kunt schrijven. Ken jij die Molly en Desmond?’ Ik zei: ‘Nee, die vind ik uit, zoals een romanschrijver zijn personages bedenkt.”

Paul ziet het nummer als een potentiële single en wil het dan ook zo goed mogelijk op band krijgen. Verschillende keren wordt er helemaal opnieuw begonnen, in de loop van de volgende vier-vijf dagen.

 

 

Revolution No. 3

 

Vanaf 9 juli is het weer aan John. Hij wil een snellere versie van ‘Revolution’: sneller en harder. “De spanning steeg tussen The Beatles,” vertelde John in  1980. “Ik ha de langzame versie van ‘Revolution 1’ gedaan en ik wou die als single uitbrengen: als een statement van the Beatles over Vietnam en over de revolutie. Die eerste versie van ‘Revolution’ …wel, George en Paul waren niet akkoord: ze vonden het niet snel genoeg. Als je wil discussiëren over wat al dan niet een hitsingle is…  misschien [heb je gelijk]. Maar the Beatles konden het zich permitteren om de langzame, goed verstaanbare versie van ‘Revolution’ als single uit te brengen. Of het nu een gouden of een houten plaat was geworden.”

 

“Als ze harder en sneller willen kunnen ze dat krijgen ook,” moet John hebben gedacht. Hij wil dat alle naalden in het rood slaan: alle regels en reglementen overboord. Geluidstechnicus Phil McDonald vertelt: “John wou die klank: geen zuiver geludi. De gitaren werden rechtstreeks ingeplugd in de opname console, dat was technisch absoluut geen goed idee. Alles ging aan het piepen en knarsen. Gelukkig hebben de onderhoudsmensen er niks van gemerkt. Ze waren niet blij met ‘misbruik van apparatuur’.”

 

De geluidstechnici merken ook wel dat er spanningen zijn tussen de vroegere vrienden. Geoff Emerick was sinds een jaar of vijf de rechterhand van George Martin, de producer van The Beatles. De man kwam telkens weer op de proppen met technische oplossingen voor hun eisen om de klank te veranderen en te verbeteren. Maar aan zijn  geduld kwam een einde, tijdens het afwerken van ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’

“We staken veel werk in ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’. Paul was het nummer opnieuw in aan het zingen, toen George Martin iets over zijn zang zei. Paul snapte terug: ‘Kom jij dan hier en zing het verdomme zelf’. Het was vreselijk.”

Voor Emerick is het de druppel die de emmer doet overlopen. Hij is de enorm verslechterde sfeer en het geruzie beu en wil niet langer werken voor the Beatles.

“Een week daar voor had John ook al zoiets tegen mij gezegd. Ik was aan het werk om die verstoorde gitaarklank van ‘Revolution’ voor mekaar te krijgen. Ik zat naast het mengpaneel om die dingen in te pluggen – iets wat strik verboden was. Hij kwam naast me staan en zei: ‘Een maand of drie in het leger zou je goed gedaan hebben.’ Ik heb geen idee waarom hij dat zei, maar het maakte me kwaad.”

De volgende dag stapt hij naar George Martin en laat weten dat hij onmiddellijk opstapt. “John kwam nog naar me toe. Hij zei: ‘Het heeft niets met jou te maken. Het is dit – de studio.’ Ik bedoel: bakstenen muren, metalige industriële verlichting tegen het plafond en dan die grijze doeken tegen de muren. Ze zaten daar week na week opgesloten.

Maar ik was weg.”

 

Ook Paul’s vriendin, Francie Schwartz merkt dat de mannen onder druk staan. Op een avond gaat ze Paul  opzoeken in de studio. “Paul lag op zijn rug op de grond. Hij was iets aan het uitproberen op zijn bas. Iedereen was eten en er was niemand anders daar. Toen hij mij zag, riep hij: ‘Juden raus!’

Ik vond het zo triest. Ik sloop terug naar buiten en ging naar huis. We hebben het er nooit meer over gehad. Ik denk dat hij zich schaamde. Toen hij die nacht thuis kwam was hij overstuur – nog meer dan anders. Tegen de hoogzomer moet het erg geworden zijn voor Paul: de anderen beten van zich af wanneer hij de leiding nam.”

 

Niemand durft de andere nog aanwijzingen te geven en er wordt eigenlijk alleen nog gejamd. Verschillende versies van ‘Sexy Sadie’ lopen uit tot meer dan acht minuten en een versie van ‘Helter Skelter’duurt zelfs 27’11”.

 

 

Een weekendje er tussen uit

 

Een adempauze is meer dan nodig. John en Yoko brengen per helikopter een bezoek aan het eiland Dorinish. John heeft het eiland voor de Ierse kust een tijdje geleden gekocht, maar hij is er nog nooit geweest.

Paul rijdt ondertussen met Francie naar Liverpool om haar voor te stellen aan zijn vader. En daarna brengt hij een bezoekje aan John’s ex, Cynthia.

 

Na het weekend wordt eerst een paar dagen op neutral terrein gewerkt: diverse songs worden afgewerkt. En dan, op 25 juli is het eindelijk de beurt aan George. Nadat hij zijn demoversie van ‘While My Guitar Gently Wheeps’.

heeft opgenomen en voorgesteld wordt er uitgebreid gerepeteerd. Na afloop kan hij twee banden met outtakes mee naar huis nemen.

 

 

Hey Jude

 

Maar de volgende dag komt Paul met ‘Hey Jude’ aandragen. John is er behoorlijk van aangedaan. Onmiddellijk wordt besloten dat dit de nieuwe single moet worden. George moet weer even op zijn tanden bijten.

 

De volgende dagen repeteren The Beatles uitgebreid op het nummer, in afwachting van de echte opnamen in de Trident Studios. Die onafhankelijk studio beschikt namelijk over 8-sporen opnameapparatuur terwijl EMI het nog altijd met 4-sporen moet doen.

Op 31 juli is het zo ver. De basis track staat op band in vier takes.”Daar hangt een grappige anekdote aan vast,” vertelt Paul: “Ringo ging even naar het toilet en ik had dat niet gemerkt. Het toilet is niet ver van de plaats waar het drumstel stond opgesteld, maar hij was achter mij door gelopen. Ik begon te spelen en het was de goede take. Maar het duurt een hele tijd eer de drums invallen bij ‘Hey Jude’. Opeens voel ik Ringo op zijn tenen langs mij door trippelen, zich haastend om op tijd bij zijn drumstel te raken. Hij zet zich neer en: boom boom boom, Zijn timing was absoluut perfect.”

De volgende dag vinden de opnamen met een 36-man sterk orkest plaats. “De studio in Trident was lang en smal,” vertelt Chris Thomas – toen 21 jaar en leerling-producer. “Toen we de overdubs met het orkest opnamen moesten we de trombones helemaal vooraan plaatsen, anders kregen de anderen ze in hun nek.”

Wanneer ze de backing vocals gaan inzingen zet John zijn koptelefoon op. Maar die staat veel te hard. Op 2:58 is zijn reactie nog goed hoorbaar op de achtergrond.

 

Er wordt lang getwijfeld of ‘Hey Jude’ wel geschikt is om als single te worden uitgebracht. 7:11 erg lang voor een 45-toeren plaatje. Het kost dan ook behoorlijk veel moeite om de klank goed te krijgen. “Het was langer dan een single ooit geweest was,” weet Paul McCartney, “Maar we hadden uitstekende technici. We vrogen hoelang een 45 toren plaatje mocht zijn. Vier minuten was de grens, vertelden ze, voor het volume serieus naar beneden ging en iedereen het ding harder moest gaan zetten. Maar ze pakten het handig aan, door het stuk dat niet hard hoefde te zijn te compressoren zodat er meer plaats vrij kwam voor de rest. Op de een of andere manier slaagden ze er in om de 7 minuten er op te krijgen – een hele prestatie.”

 

Apple Records wordt officieel gelanceerd op 11 augustus 1968 met National Apple Week. De pers ontvangt een speciaal pakket Our First Four. Daarin zitten naast ‘Hey Jude’/’Revolution’ van The Beatles, ook drie andere Apple singles: ‘Those Were The Days’ van Mary Hopkin, ‘Sour Milk Sea’ van Jackie Lomax en ‘Thingumybob’ van the Black Dyke Mills Band. Tegenwoordig is zo’n doos meer dan € 1 700 waard.

 

 

 

Augustus

 

Na ‘Hey Jude’ is het nog eens de beurt aan George Harrison. Hij heeft vijf dagen en 101 takes nodig om ‘Not Guilty’ op band te zetten. En dan wordt het nummer niet gebruikt. Wanneer één van die sessies al om 2 uur ’s nachts is afgelopen blijft Paul nog wat hangen, om in zijn eentje ‘Mother Nature’s Son’ op te nemen.

 

Het studio personeel raakt al die nachtelijke sessies stilaan beu. Daarom trekt EMI een aantal jonge technici aan om de anderen wat rust te gunnen. Een van die nieuwelingen is John Smith. Hij is pas 17. In de jaren negentig deed hij zijn verhaal tegen Mark Lewisohn: “Er werd veel geruzied en gesnauwd in de band. De mensen die voor de opnamen instonden wilden terugkeren naar normale werkuren. Maar daar wilden the Beatles niets van weten. Dikwijls werkten ze van 6 uur ’s avonds tot 8 uur ’s morgens. Dat zagen de meeste ouderen echt niet zitten.
Nochtans was het prettig werken voor hun en met hun. Ze hadden veel meer geld dan ik…zij arriveerden in een Rolls Royce en ik kwam met de metro. Toch waren het gewone mensen, voor zover mogelijk. Ik stond niet in bewondering voor hun en dat wilden ze ook niet. Daarom schoten we goed op met mekaar.”

Het ergste zijn de lange uren wanneer de technici moeten wachten terwijl de muzikanten iets uitwerken. Bij mooi weer gaan ze dan wat verpozen op het dak van de studio. Van daar uit kunnen ze kijken naar de buurvrouwen die zich omkleden om te gaan slapen. Wanneer The Beatles daar van horen, brengen ze ook verrekijkers mee.

“Nochtans kon je echt niet veel zien. Zelfs niet met verrekijkers. Maar het was wel een grappig zicht om hen daar te zien staan, op een rijtje met hun verrekijkers.”

 

 

Op 12 augustus is George ver genoeg opgeschoten met ‘Not Guilty’ om het nummer in te zingen. Dat doet hij niet in de studio, maar in de controlekamer. Een van de technici lacht met de eeuwige zoektocht van The Beatles om een “ander geluid” te verkrijgen: “Wat gaan we nu nog meemaken? We hebben het rommelhok nog niet geprobeerd.”

Zoiets moet je niet tegen Lennon zeggen. Het hok wordt leeggemaakt en de volgende avond kruipen ze er met hun vieren in om ‘Yer Blues’ en een nieuwe versie van ‘Sexy Sadie’ op te nemen.

 

George heeft weer een vakantie gepland. Dat spoort de anderen aan om wat sneller te werken. Zowel John’s experimentele ‘What’s The New, Mary Jane?’als Paul’s country pastiche ‘Rocky Raccoon’ staan er elk in één avond op. George probeert dan zelf ook nog even ‘While My Guitar Gently Wheeps’ opnieuw.

 

John en Ringo profiteren dan van de afwezigheid van George om enkele songs af te werken en bij te schaven, terwijl Paul in een andere studio alleen werkt. In een paar uur tijd zet hij ‘Wild Honey Pie’ op band.

 

Doordat Paul op wandelafstand van de Abbey Road studio woonde kon hij veel gemakkelijker binnen springen dan de anderen – die minstens een uur moesten rijden. Daardoor was hij dikwijls als eerste aanwezig. Hij had al een riff, een basloopje of een drumpatroon uitgewerkt voordat de anderen kwamen binnen sijpelden. En af en toe werkte dat zijn collega’s behoorlijk op de zenuwen. Dat was ook het geval bij de opname van ‘Back In The USSR’. Wanneer George binnenkomt is Ringo al opgestapt.

“Ik herinner me niet meer waarom Ringo weg ging,” vertelt George: “Iemand zei me: ‘Oh, Ringo is met vakantie.’ Later ontdekten we dat hij vond dat wij met ons drieën goed overeen kwamen en hij niet. Het was zoiets. Iedereen voelde het zo aan. We waren het allemaal stilaan beu: ‘Waarom ben ik hier nog? Zij zijn allemaal zo hip en ik pas er niet bij.’”

Het nieuws wordt geheim gehouden en de opnamen gaan door, zonder Ringo.

 

Op 26 augustus vindt de feestelijke opening plaats van de club Vesuvio, waarvan Mick Jagger en Keith Richards mede-eigenaren zijn. De Stones stellen hun nieuwe lp Beggars Banquet, voor. Het is het succes van de avond tot Paul, rond een uur of drie binnenkomt. Hij heeft de nieuwe, nog niet verschenen, single van The Beatles mee. Wanneer de DJ die oplegt is iedereen zwaar onder de indruk. “Mick kwam naar me toe,” vertelt Paul trots, “Hij zei: ‘Dat zijn bijna twee songs, man. Eerst een nummer en dan nog dat heel stuk “na na na” aan het einde’”

 

Nog steeds zonder Ringo keren de overgebleven Beatles terug naar de Trident Studios om er ‘Dear Prudence’ op band te zetten. Paul speelt drums en George en John gitaren. De basistrack krijgt een aantal overdubs tijdens de volgende nacht: bas (Paul), zang (John), backing vocals, handgeklap en tamboerijn (Paul, George, Mal Evans, John McCartney (Paul’s neef) en Jackie Lomax), piano (Paul) en flügelhorn (Paul).

 

‘Hey Jude’/’Revolution’ wordt op 30 augustus uitgebracht als eerste Beatles-single op het Apple label. Met meer dan 6 miljoen exemplaren wordt het de best verkochte single van de groep. In Amerika vliegen er de eerste week al meer dan 1 miljoen exemplaren van de deur uit, waardoor de single op 10 binnen komt in de lijst van Billboard. Zoiets is nog nooit vertoond.

 

Ringo keert net op tijd terug op mee te werken aan de opname van promofilmpjes voor beide songs van de single. Dat gebeurt op 4 september in de Twickenham filmstudios. Michael Lindsay-Hogg heeft de leiding. Ze zijn zo tevreden over zijn werk dat ze hem later opnieuw vragen voor Let It Be.

 

 

Chaos en hysterie

 

Niemand had verwacht dat de opnamen zo lang zouden aanslepen. George Martin had dan ook een vakantie geboekt. The Beatles maken meteen van zijn afwezigheid gebruik om in opstand te komen. Ze zijn te weten gekomen dat in de EMI studio ook een 8-sporen machine is, maar dat die nog niet mag worden gebruikt. Ieder nieuw apparaat moet immers eerst goed onderzocht en goedgekeurd worden en zoiets vraagt tijd.

Ze maken van gelegenheid gebruik om de machine te “bevrijden”. George laat meteen de bestaande vier-sporen band van ‘While My Guitar Gently Wheeps’ overzetten op acht-sporen. Vervolgens probeert hij, in zijn eentje, een zorgvuldig achteruit gespeelde gitaarsolo er aan toe te voegen. Hij wil het geluid van een huilende gitaar verkrijgen, zonder gebruik te maken van een wah-wah pedaal. Urenlang is hij daar mee bezig. Volgens Geoff Emerick had George altijd veel tijd nodig voor zijn solo’s. “Niets ging ooit snel bij hem. Hij had het overal wat moeilijk mee.”

 

Maar het resultaat stelt hem toch niet tevreden. Hij besluit helemaal opnieuw te beginnen. Omdat ook dat niet helemaal naar zijn zin is, haalt hij er Eric Clapton bij.

 

Wanneer op 9 september de leerling-producer Chris Thomas terugkomt uit zijn vakantie vindt hij een nota van George Martin op zijn bureau, waarin die hem vraagt, hem te vervangen als Beatles-producer. “Ik werkte pas zes maanden voor George. Ik was nog in mijn proefperiode…” vertelt Chris Thomas: “Ik dacht: ik ga daar stilletjes zitten in de controlekamer en ik hou mij gedeisd. Maar niets daarvan. Paul kwam binnen en vroeg wat ik daar deed. Ik was er van uit gegaan dat George hen had verwittigd. Dus zei ik: George heeft me gezegd om te komen, wisten jullie dat niet? Paul keek me aan en zei: ‘Als je ons wilt producen, dan doe je maar. En anders kun je het afstappen.’ En weg was ie. Ik heb uren niks durven zeggen. Ik zat daar stijf van schrik toen de anderen binnen kwamen.

Ken Scott had het overgenomen van Geoff Emerick omdat die niet meer tegen de gespannen sfeer kon. Ik zat naast Ken en zij begonnen met ‘Helter Skelter’. Ik dacht: die gaan mij negeren en ik vlieg er uit. En dan kan ik mijn job wel vergeten.

Dus had ik niks meer te verliezen. Toen iemand een foutje maakte, zei ik: ‘Er ging iets fout.’ En zei: ‘Niets van’. Maar ze kwamen allemaal luisteren en ze gaven mij gelijk. Het lijkt ongelofelijk dat ik dat gedurfd had, maar het was gewoon puur uit angst dat ik het deed.”

 

Onder zijn “leiding” proberen The Beatles een chaotische remake van ‘Helter Skelter’. “Ik had gelezen dat The Who net de luidste, wildste rock ‘n’ roll plaat ooit hadden gemaakt,” legt Paul uit. “Ik heb geen idee over welk nummer het ging, maar ik dacht: “Juist! Dat moeten wij ook doen’.”

John speelt bas en saxofoon, Mal Evans speelt al even amateuristisch trompet, George en Paul delen de gitaarsolo’s en Ringo beukt op zijn drumstel. Er is verder ook nog piano, heel veel feedback en vervorming en backing vocals van John en George. Terwijl de manische lead zang van Paul wordt opgenomen, draagt George bij tot de sfeer door met een brandende asbak op zijn hoofd door de studio te rennen.

“‘Helter Skelter’ was pure gekte en hysterie,” weet ook Ringo. “Soms moet je je eens laten gaan en met die song – Paul’s bas en mijn drum – Paul begon te schreeuwen en te krijsen en verzon het ter plaatse.”

“We begonnen er aan om half drie in de namiddag,” vertelt Chris Thomas. “En we waren klaar tegen half drie ’s nachts. Na afloop vroeg ik aan Paul: ‘En hoe zit het voor morgen?’ Hij zei: ‘Je bent welkom.’ Ik dacht: ‘Hij heeft mij niet weg gestuurd. Wow!’”

 

Met ‘Glass Onion’ bedankt John Paul en neemt hij meteen ook mentaal afscheid.

 

George is er niet bij wanneer ‘I Will’ opgenomen wordt. Paul zingt en speelt akoestische gitaar, Ringo speelt maracas en cimbalen en John geeft het ritme aan door met hout op metaal te kloppen. Paul improviseert vrijelijk tussendoor: ‘Can you take me back’, ‘Step Inside Love’, ‘Los Paranoias’, …

De volgende avond werkt Paul alleen van 7 ’s avonds tot 5 in de ochtend aan het afwerken van de song. Hij voegt een backing vocal toe, een dum-dum-dum baritone bas klank nabootsing en een tweede akoestische gitaar.

 

Ook de volgende dag, 18 september, is hij vroeger dan de anderen in de studio. Hij speelt wat met een ideetje rond het thema van een verjaardag. Wanneer iedereen aanwezig is, wordt ‘Birthday’ dan opgenomen, in 20 takes. Ze werken snel, want die avond zendt de BBC The Girl Can’t Help It uit: een klassieke rock ‘n’ roll film uit 1956 met Little Richard, Fats Domino en Eddie Cochran. Na de basistracks trekken The Beatles, Yoko, Patti, Chris Thomas en waarschijnlijk nog wat anderen naar Paul’s huis om er TV te gaan kijken. En daarna keren ze terug naar de studio, waar ze de song afwerken. De meisjes mogen zelfs meezingen.

 

Een dag later is George weer aan de beurt: ‘Piggies’. Chris Thomas komt met het idee om een klavecimbel te gebruiken. “Die stond in studio 1 opgesteld voor een sessie van klassieke muziek,’ vertelt hij. “Ik had er wat op gespeeld en ik vond dat het erg goed klonk. Dus zei ik tegen George: Er staat een klavecimbel, is dat niks voor jouw song?”

 

 

De laatste loodjes

 

Begin oktober keert George Martin terug uit verlof. In de Trident studio leidt hij de opname van Paul’s ‘Honey Pie’ en ‘Savoy Truffle’ van George – niet bepaald hoogtepunten uit het repertoire van The Beatles.

‘Martha My Dear’ is beter. Paul nam het nummer – alweer – helemaal alleen op. “Toen ik piano leerde spelen,” vertelt Paul, ‘wou ik zien hoever ik kon gaan. Dit begon als iets dat je leert tijdens een pianoles. Het is nogal moeilijk om te spelen: het is twee-handig. De woorden betekenen niet echt iets: ik probeerde zomaar wat. Toevallig kwam ik op ‘Martha my dear.’ Het is puur verzonnen. Martha, is eigenlijk mijn hond en onze relatie is puur platonisch, geloof me.”

 

Ringo en George hebben reisplannen vanaf half oktober en dus moet er stevig worden doorgewerkt.

George besteedt twee lange nachten aan ‘Long Long Long’. Het spookachtige geluid aan het einde van de song is een fles wijn die ratelt door de lage tonen van een versterker. The Beatles waren dol op dit soort toevalligheden.

John zet op één avond ‘I’m So Tired’ en ‘The Continuing Story of Bungalow Bill’ op band. Yoko Ono en Maureen Starkey zijn bij de opname aanwezig en Yoko mag zelfs één regel zingen.

Terwijl de anderen ‘Long Long Long’ afwerken neemt Paul in zijn eentje ‘Why Don’t We Do It in the Road’ op. Wanneer John het resultaat hoort is die niet blij. Het is precies zijn soort song en hij had er wat graag aan meegewerkt. 

 

In een aantal marathonsessies worden strijkers en blazers toegevoegd en songs gemixt.

John krijgt het laatste woord: op zondag 13 oktober neemt hij het laatste nummer op voor het album: ‘Julia’. Het is John’s enige solo-nummer voor The Beatles. Linda fotografeert.

De volgende dag vertrekt Ringo met zijn familie naar Sardinië, met vakantie.

 

De laatste mixen worden gemaakt en op woensdag 16 oktober werken John, Paul en George, George Martin en Chris Thomas onafgebroken gedurende 24 uur om de LP samen te stellen en af te mixen.

 

Er zijn in totaal 32 nummers opgenomen, waarvan ‘Not Guilty’ en ‘What’s The New Mary Jane’ (één experimentele geluidscollage is genoeg) op de plank blijven liggen.

 

 

Het is eerder een verzameling van solo-opnamen dan een echte groeps-lp. “Het is niet gemakkelijk om de muziek van drie songschrijvers op één plaat samen te brengen,” meent John. “Dus maakten we er een dubbel van.”

 

George Martin heeft zijn bedenkingen. “Ik vond niet alle songs even sterk. Ik vond dat we beter er een heel erg  sterk enkel album uit konden halen, in plaats van een dubbele LP. Maar ze hielden voet bij stuk. Ik denk dat het ongelofelijk goed zou zijn geweest als het wat meer … gebald was.

Nochtans hebben een pak mensen me verteld dat ze het hun beste plaat vinden. Dat is niet mijn mening, maar…. Pas veel later heb ik gehoord dat ze door al die songs op te nemen sneller van hun contract met EMI af wilden geraken.”

 

“Wat moet je anders doen als je zoveel songs hebt,” meent George Harrison: “We zaten met veel ego’s in de band. Misschien hadden we een pak songs opzij kunnen leggen of er b-kantjes van maken.”

 

 

Bij het bepalen van de volgorde worden enkele regeltjes gehanteerd: de vier overblijvende nummers van George worden netjes verdeeld over de vier plaatkanten. En verder worden alle songs over dieren samen gebracht op één zijde.

 

Geluidstechnicus Ken Scott vertelt over de dag lange laatste spurt: “Het was uitputtend. We zaten letterlijk overal. We probeerden zoveel verschillende manieren om de songs te ordenen. Ik kan het mij niet herinneren. Ik zat in de ene controlekamer en John Smith zat in een andere. We waren allemaal tegelijk bezig. We zaten overal verspreid doorheen de studio’s van Abbey Road. Ik kan u echt niet vertellen wie wat gedaan heeft.”

 

 

Na een hazenslaapje vertrekken George Harrison, Mal Evans en Jackie Lomax naar Los Angeles.  George neemt de masters van The Beatles mee die hij persoonlijk gaat afgeven bij Capitol.


 

 

THE BEATLES of de witte dubbel-lp verschijnt op 22 november 1968 in Engeland en drie dagen later in Amerika. Hoewel het Apple label op de labels prijkt, wordt de plaat eigenlijk gewoon verdeeld door respectievelijk Capitol en EMI. Terwijl in Engeland zowel een mono als een stereoversie beschikbaar is, krijgen de Verenigde Staten enkel de stereo versie.

Nochtans is de mono uitgave diegene die door The Beatles zelf is samengesteld. Zij waren bij alle mono mixen aanwezig. De stereo uitgaven wijkt op een groot aantal punten af van die mono versie.

 

De totale verkoopscijfers komen wereldwijd op meer dan zeventien miljoen exemplaren.

 

 

 

https://i0.wp.com/www.jpgr.co.uk/pcs7067_c.jpg

 

 

 

The Beatles in 1968 – deel 4: Paul McCartney

 

Van de vier Beatles had Paul altijd het minste problemen gehad om te kunnen omgaan met de roem. Integendeel: hij genoot er van. Terwijl de anderen het touren al lang beu waren, wilde hij er nog graag mee door gaan. Hij vond het hun plicht tegenover de fans.

 

Na de dood van hun manager, Brian Epstein, had hij schrik dat The Beatles er mee zouden ophouden. Daarom kwam hij op de proppen met het voorstel om zelf een film te draaien: Magical Mystery Tour. De anderen lieten hem maar al te graag het werk doen.

 

Paul was al langer aan het experimenteren met 16-mm filmpjes. Die toonde hij zelfs trots aan de Italiaanse filmregisseur Michelangelo Antonioni. Het was slechts één van de vele interessante mensen waarmee hij contacten onderhield. Hij had er bewust voor gekozen om in het centrum van Londen te blijven wonen, terwijl de anderen ver weg zaten in de chique, maar saaie buitenwijken. Zijn huis in Cavendish Avenue ligt maar twee straten van Abbey Road, de studio waar The Beatles hun opnamen maakten.

Hij praatte met schrijvers en kunstenaars, ging naar tentoonstellingen of lezingen en maakte geluidscollages. Vooral John was wel een beetje jaloers op zoveel vrijheid. 

 

En vrijheid had Paul. Zeker wanneer zijn verloofde, de beeldschone actrice Jane Asher, weer eens voor een paar weken weg was met het toneelgezelschap Old Vic. Dan kon hij naar hartelust de vrijgezel uithangen.

 

De relatie met Jane was er een met veel strubbelingen. Ze was een jonge, onafhankelijke vrouw uit de hogere middenklasse, die een eigen carrière wou. Paul had het daar – net als de andere Beatles en de meeste jongemannen uit de werkende klasse in die tijd – moeilijk mee. Hij uitte dat in talrijke songs: ‘We Can Work It Out’, ‘I’m Looking Through You’, ‘For No One’…

 

 

Lente

 

Paul en Jane waren mee gereisd met de anderen naar Rishikesh. Maar na een maand keerden zij terug, om de rest van de vakantie door te gaan brengen op Paul’s boerderijtje in Schotland. “Mediteren kun je overal,” was zijn redenering.

 

Begin mei keerden ze echter al terug naar Londen. Jane moest terug aan het werk met haar toneelgezelschap en Paul ging Apple helpen op poten te zetten.

 

Met John en hele resem afgevaardigden van de firma vloog hij op 11 mei naar New York om er hun firma te gaan voorstellen aan de pers. Zijn visie op de zaak was: “gecontroleerde chaos – een soort Westers communisme.”

Tijdens de persconferentie ontmoette hij Linda Eastman opnieuw. Zij was een gereputeerde fotografe die, onder andere, met Jimi Hendrix, The Doors en Traffic had gewerkt.  Bij de persvoorstelling van Sgt. Pepper’s in mei 1967, had ze Paul voor het eerst ontmoet. Volgens Paul was de vonk meteen overgeslagen, maar ze waren elkaar sindsdien uit het oog verloren. Nu waagde ze haar kans en gaf hem haar telefoonnummer.

 

Terug in Londen regisseerde Paul een promofilm voor ‘Elevator’, de nieuwe single van de Apple groep Grapefruit en zette de carrière van Mary Hopkins op het goede spoor. Hij tekende haar als een van de eerste artiesten voor het nieuwe Apple label. Hij koos ‘Those Were The Days’ als haar debuutsingle en produceerde de opname.  

 

 

Juni

 

The Beatles hadden een afspraak om hun liefjes of vrouwen niet mee te brengen naar de studio. Cynthia, Jane, Patti of Maureen waren nog nooit aanwezig geweest bij een opname. De anderen waren door ook verwonderd dat John zijn nieuwe liefje meebracht naar de eerste sessie voor de nieuwe Beatles-LP. Als ze zich dan nog beperkte tot stilletjes toekijken konden ze dat tolereren. Maar dat lag niet in de aard van Yoko Ono: ze gaf commentaar en zelfs kritiek. Al direct bij de eerste sessie wou ze een microfoon en leverde ze haar eerste bijdragen aan de lange jam, waarin ‘Revolution’ ontaardde.

 

De anderen voelden zich hierbij zeer ongemakkelijk, maar wilden er niets over zeggen. Om hem subtiel op het storende element te wijzen, kwam Paul de volgende dag ook met een wildvreemde aanzetten: Francie Schwartz.

Francie was een vierentwintig jarige aspirant-schrijfster uit New York, die naar Londen was gevlogen om haar filmscript bij Apple te slijten. Daarbij had ze, aan de receptie van het Apple hoofdkwartier, toevallig Paul ontmoet.

 

In 1998 vertelde ze over de eerste ontmoeting met The Beatles: “Het was een serieuze schok om door die dubbel deur binnen te stappen en ze alle vier samen te zien: Paul aan de piano en de andere drie rond hem. Maar nadat Paul me had voorgesteld als “Franny” werden het al snel gewone mensen voor mij.

Een paar uur later stond ik te dansen tussen twee takes in en zelfs mee te zingen: “Ba-oom shooby-doo-wah”, met mijn gezicht op twintig centimeter van dat van George Harrison, aan de andere kant van de micro. Fantastische nacht, die eerste keer.”

 

Dat weekend is Paul getuige bij het huwelijk van zijn jongere broer, Mike McCartney. Maar wanneer Jane terug vertrokken is voor het vervolg van de tournee, begint hij een verhouding met Francie Schwartz.

 

Hoewel de Abbey Road studio (toen nog EMI-studio), elke werkdag vanaf 14:30 tot middernacht geboekt was voor The Beatles, wou dat daarom nog niet zeggen dat ze er ook aanwezig waren. Paul en Francie zijn de enige die in de namiddag van 11 juni zijn komen opdagen. Hij neemt dan maar in zijn eentje het akoestische ‘Blackbird’ op.

 

Een paar dagen later, vliegt hij naar Los Angeles. Hij gaat er, als verrassing voor alle aanwezigen, de stafvergadering van de Amerikaanse platenmaatschappij Capitol bijwonen om er Apple te promoten.

 

Een van de mannen die met hem meegereisd is, is Peter Brown, een assistent van Derek taylor. Jaren later schrijft hij een schandaalboek over zijn jaren bij The Beatles: The Love You Make. Daarin vertelt hij dat Paul in zijn suite in het Beverly Hills Hotel, de dag na de vergadering, een “black & white show” opvoerde met een zwart fotomodel en een blanke actrice. De beide dames lagen, volgens hem, elk in een afzonderlijk bed in twee afzonderlijk kamers, op Paul te wachten.

Na een paar uur kreeg het zwarte model, Winona, ruzie met Paul, waarop hij haar buiten zette.

Peter Brown vertelt dat wanneer Winona wat later terugkeerde naar Paul’s suite, Linda Eastman de deur open deed. Zij zou naar LA zijn gevlogen om hem te vertellen dat ze zwanger was.

 

Ken Mansfield, die de leiding had over de Amerikaanse tak van Apple vertelt het anders. Hij was bij Paul in de suite die namiddag. Volgens hem werkte Paul aan ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’ en ‘Back In The USSR’, waarbij Mansfield enkele suggesties aandroeg. “Paul was even buiten, toen er werd geklopt. Ik deed open en ontmoette Linda Eastman voor het eerst. ‘Hallo, waarmee kan ik u helpen?’ vroeg ik. ‘Is Paul hier?’ Over mijn schouder zag ze Paul uit de slaapkamer komen. Ze stormde langs me, omhelsde hem, duwde hem door de deur, sloeg die dicht en verdwenen waren ze, voor de rest van de dag en nacht.”

 

De volgende dag keert Paul terug naar Londen, waar Francie op hem wacht.

 

De regionale TV zender London Weekend Television had Paul gevraagd om het thema te schrijven voor een nieuwe serie: Thingumybob. “Ik heb altijd gehouden van brass bands,” vertelt Paul, “daarom schreef en producete ik een song voor de Black Dyke Mills Band. We trokken naar het noorden: naar Saltaire, bij Bradford. Daar namen we eerst de b-kant op [een instrumentale versie van ‘Yellow Submarine’] in een grote hal, met veel echo. Voor de a-kant wou ik een ander geluid. Dus gingen we gewoon buiten en speelden op straat. Daar kregen we een mooie klank.”

 

Paul heeft Peter Asher en Derek Taylor meegenomen voor de lange trip naar Yorkshire. Op de terugweg stoppen ze een dorpje in Bedfordshire, om Paul’s bobtail, Martha, wat te laten spelen in de rivier. Ondertussen gaan ze een pint drinken in een kroeg vlakbij. Daar raken ze aan de praat met de lokale bevolking. 

Een van die mannen, John Keech, doet achteraf zijn verhaal: “Hij was een gewone gast – absoluut niet pretentieus. Het was duidelijk dat de roem hem niet naar het hoofd is gestegen. Het was echter wel surrealistisch.

Om een uur of twee in de morgen ging ik naar huis en vertelde tegen mijn vrouw dat ik pinten had gepakt met Paul McCartney. Zij vond dat het slechtste excuus dat ze ooit had gehoord. Maar toen ik zei dat ik terug ging, was ze in een wip uit bed.

Ik vond het raar dat een grote ster als Paul McCartney in ons kleine dorpje stopte. En dan vermaakte hij ons ook nog eens urenlang aan de piano.Toen ik hem vroeg hoe hij bij ons terecht was gekomen, antwoordde hij: ‘Gewoon: heel spontaan. We prikten met een speld in een kaart en keken waar we uitkwamen’.”

Volgens Keech was een van de songs die Paul er speelde, een vroege versie van ‘Hey Jude’.

 

 

Juli

 

Op een avond zit Francie in Paul’s huis wat TV te kijken, wanneer ze onverwachts bezoek krijgt. De moeder van Jane Asher komt wat kookboeken ophalen.

Wanneer Paul later thuiskomt van zijn werk in de studio, is hij niet al te blij wanneer Francie hem verteld wie langs is geweest. Francie pakt haar spullen en keert terug naar haar appartement.

Een paar uur later belt Paul haar om haar te vragen bij hem te komen inwonen.

 

Een paar dagen later komt Jane zelf kijken wat er aan de hand is. De Apple Scruf (meisjes die er een dagtaak aan hebben om The Beatles altijd en overal te volgen) proberen hem te waarschuwen, maar hij gelooft hen niet. Het gevolg is dat Jane hen samen aantreft in de slaapkamer. Ze  stormt het huis uit, gevolgd door Paul.
Maar de volgende dag worden ze samen gezien, hand in hand, in Hyde Park.

 

Zowat de hele eerste helft van juli wordt besteedt aan de opname aan ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’. Paul ziet het nummer als een potentiële single.

“[Jimmy Scott] was een zwarte, een vriend van me.… Wanneer iemand hem vroeg hoe het met hem ging antwoordde hij altijd: Bwa, ob-la-di, ob-la-da life goes on, bra.’ Een echte Afrikaan. Ik vond dat een mooie uitspraak. “

 

Maar de anderen worden zenuwachtig van zijn streven naar perfectie voor wat zij als een banaal nummer zien. Er hangt spanning in de lucht. De sfeer in de studio is de laatste weken zienderogen achteruit gegaan en volgens Francie is Paul zwaar beginnen drinken.

 

 

Het weekend van 20 juli is er weer een pauze ingelast. John heeft een eiland gekocht voor de Ierse kust. Hij wil dat gaan bezoeken.

Paul maakt van de gelegenheid gebruik om zijn nieuwe vriendin te gaan voorstellen aan zijn vader, in Liverpool.

Paul werkt er verder aan de tekst en het arrangement van ‘Hey Jude’ op de piano in de woonkamer.

Net die avond onthult Jane in het TV programma Dee Time dat haar verloving met Paul beëindigd is. Ze verklaart: “Ik weet dat het sentimenteel klinkt, maar we praten nog met elkaar. Het gaat alleen niet meer.”

 

Hoewel John iedereen van zijn kennissenkring verboden heeft nog contact te hebben met zijn ex-vrouw, zoekt Paul de volgende dag Cynthia op in Kenwood, om haar te gaan troosten.

“Het was vlak nadat ze uit elkaar waren gegaan. Ik had altijd al een goede band gehad met [hun zoontje] Julian. Het is een sympathieke knul.

Terwijl ik er naar toe reed was ik wat aan het zingen, zo van ‘Hey, Jules.’ Ik weet niet waarom ‘Hey, Jules.’ Het kwam gewoon zo. ‘Don’t make it bad/Take a sad song…’ En toen vond ik dat Jude beter klonk. Een beetje country and western-achtig. Het was gewoon een naam. Het had evengoed ‘Hey Luke’ of ‘Hey Max’ of ‘Hey Abe’ kunnen zijn, maar ‘Hey Jude’ was beter.”

Eens aangekomen geeft Paul een roos aan Cyn en stelt haar voor om te trouwen: “Wat denk je Cyn? Wij twee? We zullen ze eens iets laten zien, niet?”.

 

Volgens Francie werkte hij lang aan de song: “Ik zag wekenlang er aan schaven. Elke keer een beetje anders.”

 

De volgende vrijdag stelt hij het nummer voor aan de anderen. Vooral John is er behoorlijk van aangedaan. “Toen Paul ‘Hey Jude’ de eerste keer zong… vatte ik het erg persoonlijk op. ‘Ah, dat ben ik,’ zei ik, ‘Dat gaat over mij.’ En hij zei: ‘Nee, het gaat over mij.’ En ik zei: ‘Ik heb het begrepen: we gaan door hetzelfde.'”

“Ik weet nog dat ik het voor John en Yoko speelde,” vertelt Paul. “En ik zei: de tekst is nog niet af. Ik had dat stukje: ‘The movement you need is on your shoulder,’ en John riep: ‘Dat is juist geweldig!’ En ik zeg: ‘Maar het betekent niks.’ Waarop hij weer: ‘Juist wel. Het is fantastisch.'”

 

In 1980 blikt John een laatste keer terug, in zijn interview met Playboy: “[Paul] zei dat het over Julian ging. Hij wist dat we uiteen gingen en dat ik Cyn en Julian achterliet. Hij was als een oom voor hem. En toen kwam hij met ‘Hey Jude.’ Maar ik heb er altijd een boodschap voor mij in gehoord.. ik lijk wel een van die fans die altijd van alles in de song horen….

Maar denk er eens over: Yoko was net in beeld gekomen en hij zingt ‘Hey, Jude’ – ‘Hey, John.’ Onbewust was hij aan het zeggen: ‘Vooruit, ga maar.’ Natuurlijk wou hij niet dat ik hem in de steek liet. De engel in hem zei: ‘je hebt mijn zegen.’ Maar de duivel in hem vond het maar niks, want hij wou zijn partner niet kwijt.”

De volgende dagen worden uitsluitend besteed aan het opnemen van ‘Hey Jude’. Onmiddellijk wordt beslist dat dit de nieuwe single moet worden. Zelfs John is bereid om ‘Revolution’ naar de b-kant te verwijzen.

 

De relatie tussen John en Paul is zodanig verbeterd dat Paul hem en Yoko onderdak biedt tot ze een betere oplossing hebben. “Ik vond het geweldig,” vertelt Francie, “maar voor Paul was het minder. Ze bleven drie weken.

 

 

 

 

 

 

na, na, na, na-na-na-naaaaaa

En dan doen we allemaal: "na, na, na, na-na-na-naaaaaa"

 

 

 

Augustus

 

Over het dagelijkse leven in Cavendish Avenue kan Francie ons ook wat inside informatie geven. Zo vertelt ze dat Paul veel dronk in die periode.
“Muziek was “werk” wanneer John en Paul het mee naar huis namen. Soms gingen ze naar boven, naar een kleine studio op zolder waar ze de opnamen van die dag beluisterden.

Paul speelde soms een proefpersing van ‘Jude’ of ‘Thingumybob’ of een plaat waarop we samen dansten. Maar ik kan me niet herinneren dat hij ooit gitaar of piano voor me speelde. Hij is een perfectionist en hij was toen heel onzeker over zijn rol als Beatle en als man…

Ik zag hoe het hem wrong dat hij zelf geen arrangementen kon schrijven, wanneer we Linda’s platen draaiden [Linda Eastman zond hem de laatste nieuwe platen uit Amerika.], vooral het debuut van Randy Newman. Paul’s eerste reactie was: ‘Die kerel kan echt muziek schrijven!’. Ik was geshockeerd. Ik zei niks, maar ik dacht: en jij dan?”

 

Einde augustus is de sfeer terug helemaal omgeslagen. Ken Scott, een van geluidstechnici van de studio vertelt hoe Paul alleen aan het werk is aan de opname van ‘Mother Nature’s Son’. “We waren blazers toe aan het voegen toen John en Ringo binnenwandelden. Opeens was de spanning te snijden. Het was zo intens. Ze bleven een half uurtje en toen ze wegwaren werd alles terug normaal.”

Paul ligt ’s nachts wakker van de vijandigheid die er heerst tussen de vroegere kameraden. Op een nacht heeft hij een droom waarin zijn overleden moeder hem vertelt het zich niet zo aan te trekken: “Het komt wel in orde”. Paul verwerkt de droom in een song: ‘Let It Be’.

 

 

September

 

Einde augustus ziet Francie in dat het niks wordt tussen haar en Paul. Ze maakt het eten klaar, gaat langs Apple voor geld voor de vlucht en stapt op het vliegtuig naar New York.

 

Paul blijft niet lang alleen: de Duitse actrice en zangeres Nico komt een tijdje bij hem logeren. Ze was in Londen voor een behandeling van een doorboord trommelvlies. Ze wou bij de fotograaf David Bailey intrekken, maar die wou haar niet binnen laten en stuurde haar naar Paul.

 

Twee weken later is Paul opgelucht wanneer hij hoort dat Andy Warhol en Paul Morrisey, de manager van de Velvet Underground in Londen zijn. Hij moet haar dringend terug kwijt, want hij heeft Linda Eastman uitgenodigd om hem te komen opzoeken.

 

Op 24 september maken The Beatles plannen bekend voor een live TV show. Vooral Paul voelt er veel voor terug live te gaan spelen, om de groep zo terug bijeen te brengen. Een eerste concert wordt aangekondigd voor 14 december in de Royal Albert Hall in Londen.

 

De volgende ochtend vroeg, wanneer Paul naar huis keert na de opnamen, staat Linda Eastman hem op te wachten. Ze is net 27 geworden.

Yoko vertelt over de eerste keer dat Paul haar mee nam naar de studio: “Het eerste wat ze me vertelde was dat ze er was voor Paul en niet voor John. Ik vond dat sympathiek. Ze verwachtte dat ik nerveus zou zijn. Ze zei gewoon: ‘Oh, Ik ben bij Paul.”

Ik dank dat ze graag bij mij wou zijn – en bij John, in de zin van Paul en John zijn goede vrienden, dan moeten wij ook goed met elkaar kunnen opschieten. We gingen naar ons huis en Linda kookte voor ons. We hadden fijne diners en zo. Ook toen ze zwanger was en het moeilijk werd voor haar om te koken. Maar ze bleef het doen en dat was fijn.”

 

 

Oktober

 

Naast de plaatopnamen besteedt Paul ook veel tijd aan het hoes. Hij werkt, gedurende bijna twee weken, dagelijks met Richard Hamilton aan het ontwerp.

 

In de studio werkt hij veel op zijn eentje. Zowel ‘Martha My Dear’ als ‘Why Don’t We Do It in the Road’ zijn solo-werken. Vooral over dat laatste is John niet te spreken. Het ligt erg in de lijn van zijn latere solowerk en hij had er graag op meegespeeld.

“Dat is Paul,” vertelt John daarover in 1980. “Hij nam het in zijn eentje op in een andere kamer. Zo ging dat toen. We kwamen binnen en hij had een compleet nummer opgenomen: drums, piano, zang… Maar hij kon…  misschien kon hij zich niet losmaken van The Beatles. Ik weet het niet, maar ik vond het een goed nummer.

Ik weet niet hoe het met George zat, maar het deed mij pijn als hij zonder ons iets in elkaar stak. Maar dat ging toen zo.”

Paul antwoordde daarop: “Ik heb het niet met opzet gedaan: John en George waren met iets bezig en Ringo was vrij. Dus zei ik tegen hem: kom, we gaan even iets opnemen. Een paar dagen later hoorde ik John dat nummer zingen. Hij hield er van en ik veronderstel dat hij mee had willen doen. Het was echt zijn soort song.”

 

 

Wanneer de opnamen achter de rug zijn vliegen Paul en Linda naar New York, waar ze tien dagen in het appartement van Linda verblijven. Paul maakt er kennis met Linda’s dochtertje Heather. Hij laat zijn baard staan en kan zo anoniem rondlopen in Harlem, Little Italy en Chinatown.

Ze bezoeken er Bob en Sara Dylan.

Daarnaast heeft Paul ook een afspraak met Stockhausen om te bekijken of The Beatles samen met hem zouden kunnen optreden. Door een hevige sneeuwstorm kan Paul niet op de afspraak raken en de plannen raken nooit verder dan dat.

 

Op 31 oktober vliegen ze terug naar Londen. Deze keer neemt Linda haar dochtertje, Heather, mee om definitief in Engeland te blijven.

 

 

November

 

Begin november neemt Paul hen beide mee naar Liverpool om hen voor te stellen aan zijn vader en de rest van de familie. Van daar uit reizen ze door naar Schotland, waar ze zich een tijdje terugtrekken op Paul’s boerderijtje.

 

 

December

 

Daarna vliegen ze naar Portugal, waar Paul aan Linda vraagt om met hem te trouwen. Na een eerder weigering in New York, gaat ze nu akkoord.

 

Daarom vliegen ze op 18 december terug naar New York om er Paul te laten kennis maken met de familie Eastman. Hij is erg onder de indruk van de burelen van John en Lee Eastman, in Manhattan. Linda’s vader en broer zijn er succesvolle advocaten, gespecialiseerd in kunstzaken.

In januari zal Paul voorstellen dat zij de problemen van Apple proberen te ontwarren. Maar de gevolgen daarvan zijn voor een andere keer.