Deel 12 – Wings :: Back To The Egg
null

Opgenomen:
29 juni tot 27 juli 1978 in de Spirit of Ranachan studio, Campbeltown
11 tot 29 september 1978, in Lympne Castle in Kent
2 tot 11 oktober en 13 november tot 1 december 1978, in Abbey Road, Londen
december 1978 tot februari 1979, in Replica Studio, Londen

Uitgebracht:
8 juni 1979: Wings elpee Back To The Egg
kant 1 (Sunny Side Up): ‘Reception’, ‘Getting Closer’, ‘We’re Open Tonight’, ‘Spin It On’, ‘Again and Again and Again’ (Denny Laine), ‘Old Siam, Sir’, ‘Arrow Through Me’
kant 2 (Over Easy): ‘Rockestra Theme’, ‘To You’, ‘After the Ball/Million Miles’, ‘Winter Rose/Love Awake’, ‘The Broadcast’, ‘So Glad to See You Here’, ‘Baby’s Request’

15 (VS) en 23 (VK) maart 1979: Wings single ‘Goodnight Tonight’/’Daytime Nighttime Suffering’
5 februari 1990: ‘Same Time Next Year’ op 12” en cd-single ‘Put It There’.

Nieuwe vleugels

Twee jaar na het afsluiten van de Wings Over the World tournee begint het bij Paul opnieuw te kriebelen: hij wil graag opnieuw met Wings de wereld rond trekken. Onder meer Japan en China staan op het verlanglijstje. Daarvoor heeft hij wat steviger songs nodig, want de meeste songs van zijn meest recente elpeee, London Town, zijn eerder akoestisch. Om hem daarbij te begeleiden wil Paul graag een co-producer naast zich. De keuze valt op een oude bekende: Chris Thomas.
Chris begon zijn carrière zowat bij The Beatles. Tijdens de opnamen van de Dubbele Witte, in 1968, was hij assistent van George Martin en kreeg toen plots de opdracht de leiding, toen Martin er voor een vakantie tussenuit kneep. In de jaren daarna heeft Thomas naam gemaakt als producer van Procol Harum, Roxy Music, John Cale en recent… The Sex Pistols.

Na het vertrek van Jimmy McCulloch en Joe English is het noodzakelijk om Wings weer te completeren met een nieuwe drummer en leadgitarist. Dat worden respectievelijk Steve Holly en Laurence Juber. Beiden zijn studiomuzikanten, aangedragen door Denny Laine en na een auditie, uitgekozen door Paul.
‘Dat was eigenlijk best wel grappig,’ vertelt Juber. ‘Je hebt verdorie te maken met Paul McCartney! Maar hij was zeer vriendelijk en hij vond het niet erg dat ik geen nummers van Wings kende. Het verliep vlotjes.’
‘We speelden een uur of twee, drie,’ vult de drummer aan. ‘Plots zei Paul: “Prima. Dit is een goede groep. Klinkt goed. Laten we ervoor gaan!”.’

‘Ik wist dat Paul een reputatie had,’ gaat Juber verder, ‘dat hij moeilijk zou zijn om mee samen te werken. Maar dat bleek geheel onterecht – integendeel zelfs. Over het algemeen was het heel fijn samenwerken. Ik heb er veel van geleerd. Het enige nadeel dat ik had door bij de band te gaan is dat ik een succesvolle carrière als studiomuzikant moest opgeven, omdat ik niet beiden kon blijven doen.’

De vuurdoop voor de nieuwe leden vindt plaats op 5 mei 1978. In de Londense RAK studio neemt Wings die dag een song op, op bestelling. ‘Same Time Next Year’ is bedoeld voor de gelijknamige film met Alan Alda en Ellen Burstyn.

Het nummer wordt de volgende dag afgewerkt in de Abbey Road Studios, met een 68-man sterk orkest, in een arrangement van Fiachra Trench.

Uiteindelijk vind de regisseur, Robert Mulligan, echter dat Paul in zijn tekst wat ‘teveel verraadt van de plot’. Daarom verkiest hij een ander nummer: ‘The Last Time I Felt Like This’ van Marvin Hamlisch.

Spirit of Ranachan

[Na die eerste sessies] trokken we naar Schotland om mekaar wat te leren kennen,’ vertelt Laurence Juber. Ze verblijven van 29 juni tot 27 juli 1978 in Pauls boerderij in Campbeltown, waar ze in een relaxte sfeer kunnen repeteren en jammen.

Er wordt ook gestart met de opnamen van de elpee, die dan nog de werktitel Wings In The Wild draagt. Die opnamen vinden plaats in de studio die Paul heeft laten bouwen in een schuur op het erf: Spirit of Ranachan.

Dit keer kiest Paul er voor om de basistracks van de nummers zoveel mogelijk live op te nemen. ‘De meeste tracks werden opgenomen als een band, met iedereen op zijn gebruikelijke instrument,’ bevestigt Juber. ‘Soms namen we iets op zonder de drums. Die kwamen dan later.
Er was geen uitgebreide productie nodig. Het was meer basic… Back To The Egg moet je dan ook zien back to basics. Producer Chris Thomas kwam rechtstreeks van The Sex Pistols. Hij deed ook The Pretenders [in diezelfde periode]… een heel andere aanpak [dan London Town] Dat was een vreemde plaat, haast een folkelpee.’

Twee van de hardste songs worden in één dag op band gezet: 23 juli, een zondag. Eerst ‘Spin It On’ en daarna ‘Old Siam, Sir’. Dat laatste is ontstaan uit een riff van Linda, gespeeld op haar toetsenbord. Paul werkt het verder uit, met de hulp van Denny Laine. Tijdens de sessie komt Steve Holly met een middenstuk. Dat leidt tot een hoogoplopende discussie met Laine, over wie de credits krijgt. Paul lost het op… door alleen zijn eigen naam er onder te zetten.

‘Spin It On’ noemt Laurence ‘een soort punk-rockabilly. Het heeft iets meedogenloos. Ik deed alle sologitaarspullen in zo’n twintig minuten. Zo voelde het tenminste aan. Ik zat in de controlekamer, naast Paul. Alleen wij twee.’

‘Arrow Through Me’ bestaat uit niet veel meer dan twee drumpartijen, een sax en een elektrische piano. Laurence Juber: ‘Ik herinner me dat Paul Simon op bezoek kwam in de studio. Toen hij dat nummer hoorde, vroeg hij: “Wow, hoe krijg je die fantastische basklank?” Hij kon echt niet geloven dat het met de linkerhand gespeeld was op de elektrische piano.’

Na vier weken zijn er basistracks opgenomen van een dozijn nummers. Naast de al eerder genoemden zijn dat: ‘To You’, ‘Winter Rose’, ‘Cage’, plus vroege versies van ‘Love Awake’ en ‘Ballroom Dancing’. Denny Laine heeft twee songs aangedragen: ‘Again and Again and Again’ en ‘Weep For Love’. Laurence Juber kwam met het instrumentale ‘Maisie’.

Daarnaast is nog een tweede filmsong opgenomen: ‘Did We Met Somewhere Before?’. Het is bedoeld voor Heaven Can Wait , van Warren Beatty and Buck Henry. Maar opnieuw wordt de song afgewezen – terecht, want het is niet erg sterk.
Twee jaar later krijgt het toch nog een tweede kans, wanneer Allan Arkush de song gebruikt als openingsnummer voor zijn film rond The Ramones: Rock & Roll High School. Hij heeft het op een akkoordje kunnen gooien met Macca: de regisseur mag de song gebruiken voor een schamele $500, maar het mag niet op de soundtrackelpee en Paul wil zijn naam niet op de aftiteling.

Tijdens de laatste week worden overdubs toegevoegd aan de beste takes.

Lympne Castle

Na een onderbreking van zes weken, worden de sessies hervat. Vanaf 11 september 1978 treffen we Wings aan in een geheel nieuwe omgeving: in Kent. Meer bepaald in Lympne, een dorpje op een half uurtje rijden van de nieuwe woonst van de McCartney’s in Rye, Sussex.
De RAK mobiele studio staat er gedurende drie weken opgesteld. ‘We hadden de beschikking over de nieuwste 24-sporen opnameapparatuur,’ vertelt Paul. ‘Maar ik heb niet het gevoel dat zoiets een meerwaarde is ten opzichte van vroeger, toen we maximaal vier sporen hadden. Je verliest snel het overzicht en dat wil ik niet.’

‘We namen het grootste deel [van Back to the Egg] op in een middeleeuws kasteel in Kent,’ gaat hij verder. ‘Een maand lang namen we het kasteel over. We werkten in de keuken, de traphal, de trappentoren en de grote inkomhall. […] Het was fijn. Interessant. We houden er wel van om op speciale plekken op te nemen. Dat zorgt voor een gezonde, frisse aanpak. Persoonlijk geloof ik niet in de mythes van goede akoestiek. Ik denk dat je met goede microfoons en goede nummers overal aan de slag kan.’
Zo wordt het drumstel opgesteld in de openhaard van de grote hal.

Nummers waaraan gewerkt wordt in het kasteel zijn: ‘We’re Open Tonight’, ‘After The Ball’, ‘Million Miles’ en een nieuwe versie van ‘Love Awake’. Het musical-achtige ‘Robber’s Ball’ belandt in het archief.
Voor twee andere nummers wordt de hulp ingeroepen van de bewoners. Harold Margary reciteert ‘The Sport Of Kings’ van Ian Hay en ‘The Little Man’ van John Galsworthy voor ‘The Broadcast’. Zijn echtgenote, Dierdre, zegt een kinderversje op: ‘The Poodle And The Pug’ voor het openingsnummer, ‘Reception’.

Rockestra

Begin oktober verkast Paul naar de vertrouwde omgeving van de Abbey Road Studio voor een speciaal project. Hij heeft het idee opgevat om, met de hulp van de crème de la crème van de Britse rockmuziek, een soort orkest te vormen: Rockestra. Het betreft leden van The Shadows, Pink Floyd, The Who, Led Zeppelin, The Faces en The Attractions.

Er ontbreken er een paar op het appel. Keith Moon was uitgenodigd, maar was helaas overleden voor het zover was. Ringo Starr sloeg de uitnodiging af wegens andere bezigheden in het buitenland. Jimmy Page had toegezegd, maar ‘Hij kwam niet opdagen,’ weet Laurence Juber. ‘Zijn versterker was er, maar hijzelf niet. John Paul Jones is op de plaat en John Bonham. Maar geen Jimmy Page.’
Jeff Beck wou dan weer wel komen, maar eiste vetorecht over zijn gitaarpartijen. Daar wou Paul niet van horen.

In drie uur worden twee nummers opgenomen: ‘So Glad To See You Here’ en het ‘Rochestra Theme’.
Zestig microfoons zijn verbonden met twee mixing consoles, zowel een 24 las een 16-sporen apparatuur werken gelijktijdig, dankzij een nieuw synchronisatiesysteem Tape Lock. Bovendien wordt alles gefilmd door regisseur Barry Chattington die vijf Pana-vision 35-mm cameras gebruikt, plus eigen opname apparatuur.
Volgens Jo Jo Laine wordt er in de toiletten aangeschoven om cocaine te snuiven.

Paul toont zich erg tevreden over het resultaat: ‘Verbazingwekkend hoe strak ze allemaal samen speelden. Met mensen als Pete Townshend, Gary Brooker, Hank Marvin, Ronnie Lane, Ray Cooper en Dave Gilmour zou je een ruwer, minder gecontroleerd geluid verwachten. Maar het draaide anders uit: 14 rockmuzikanten die voor het eerst samen spelen, klinken ongelofelijk strak.’

https://www.youtube.com/watch?v=8VxF7L3VVqs

Replica Studio

Na nog eens een onderbreking van een maand, werken ze opnieuw twee weken in de Abbey Road studio, om de opgenomen tracks af te werken. Paul maakt van de gelegenheid gebuik om twee nieuwe nummers op te nemen. ‘Getting Closer’ begint als een duet met Denny Laine. Het gaat echter niet over vriendschap, maar over een nachtelijke autorit, opgeleukt door muziek op de radio en een goede pretsigaret. Jammer genoeg is het precies een niet aflatende stroom van die sigaretjes die er voor zorgt dat Paulie zo slordig omgaat met zijn teksten: ‘Say you don’t love him, my salamander’ ?! Of nog: ‘Well now, why haven’t I had any dinner?’ – de complete tekst van het ‘Rockestra Theme’.

Het jazzy ‘Baby’s Request’ is een ander verhaal. Paul schreef het nummer na een optreden van The Mills Brothers, een a capella groep uit de jaren dertig, die hij die zomer aan het werk zag, tijdens een vakantie in het zuiden van Frankrijk. Paul maakt een demo met Wings. Wanneer hij hen de song aanbiedt, vragen ze echter geld om het op te nemen. Dus gebruikt hij de opname maar als slotstuk van de elpee.

Wanneer blijkt dat Studio Two van Abbey Road, vanaf begin december een paar maanden bezet is, omdat Cliff Richard er zijn nieuwe elpee (Rock ‘n’ Roll Juvenile) gaat opnemen, toont Paul zich erg ongeduldig. Hij laat de controlekamer helemaal opmeten en nabouwen. Het is een exacte kopie, compleet met valse wanden en andere namaakspullen.

‘We creëerden Replica Studio in de kelder van Pauls kantoor, aan Soho Square, voornamelijk voor het mixen’, vertelt Laurence Juber. ‘We maakten er ook wat opnamen.’ Zo krijgen ‘Spin It On’ en ‘So Glad To See You Here’ een nieuw einde.
‘Daarvoor werd het drumstel opgesteld in een kamer waar de koffiemachine stond. Daar speelde ik ook de akoestische gitaarsolo voor ‘Goodnight Tonight’. Zoiets geeft het een heel andere sfeer.’

‘Goodnight Tonight’ heeft Paul een jaar eerder, tijdens het afmixen van London Town, in zijn eentje opgenomen. De enige bijdrage van een van de andere bandleden is de prachtige Flamenco gitaarsolo van Juber. Tijdens het afmixen, kondigt Paul aan dat het de eerste single wordt van de vernieuwde Wings. Als iemand een sterk nummer kan schrijven tijdens het weekend, zullen ze dat op maandag opnemen voor de b-kant.
Iedereen schiet meteen in actie. Zelfs Linda doet haar best.

Maar ‘s maandags komt Paul zelf met ‘Daytime Nightime Suffering’ aandragen. Hoewel hij het pas heeft geschreven weet Paul al precies hoe het moet klinken. ‘Ik kreeg veel vrijheid,’ vertelt Juber. ‘De enige keer dat hij me zei wat ik moest spelen, was bij ‘Daytime Nighttime Suffering’. Dat had hij helemaal uitgeschreven. Dat en ‘Coming Up’. Die riff van ‘Coming Up’: diddlelittlelitditdit…Dat stukje, dat wou hij precies zo hebben.’

Het nummer staan dan ook in no-time op band. Het mixen verloopt heel wat moeizamer: daarvoor zijn niet minder dan 49 pogingen nodig. En dan blijft er nog een foutje hoorbaar: na twee minuten kun je, met een koptelefoon, baby James horen huilen.

Begin april 1979 – bijna 10 maanden na de eerste sessies, wordt eindelijk de laatste hand gelegd aan de tracks van Back To The Egg. ‘Winter Rose – Love Awake’ wordt ingezongen en voorzien van een brassband, de Black Dyke Mills Band, en er wordt synthesizer toegevoegd aan ‘Getting Closer’ en ‘Love Awake’.

Even wordt er gestoeid met het idee van een conceptelpee, onder de titel ‘We’re Open Tonight’. ‘Ik bedacht iets rond touren,’ vertelt Linda.’Op een regenachtige avond stapt een groep in het busje, op weg naar een optreden… Maar uiteindelijk zijn het gewoon wat songs.’

Hot Hits and Kold Kutz

Paul was nogal gepikeerd over het feit dat ‘Mull Of Kintyre’ in de Verenigde Staten haast onopgemerkt is gebleven, terwijl het in de rest van de wereld zo’n gigantisch succes kent. Hij verwijt Capitol, de platenfirma die er zijn muziek verdeeld, niet genoeg promotie te hebben gemaakt. Wanneer London Town er bovendien, als eerste elpee van Wings in jaren, niet de top bereikte, is voor hem de maat vol. Hij laat Capitol Records weten dat hij op zoek gaat naar een andere verdeler.

Op 1 januari 1979 tekent Paul één van de beste contracten in de popgeschiedenis. Columbia Records (CBS) biedt hem, voor de volgende drie jaar, een voorschot van 1,5 miljoen euro per jaar. Als tegenprestatie moet hij elk jaar één album aanleveren. Verder krijgt hij 22% royalties, plus een extraatje. Zijn muziekuitgeverij MPL krijgt de rechten van Frank Music, de muziekcatalogus van Frank Loesser, bekend van o.a.Guys and Dolls.
Pas in 2006 raakt bekend dat Paul in het contract heeft laten opnemen dat hij opnamen mag maken met ‘John Lennon, Richard Starkey and George Harrison recording together as The Beatles’.

Om de periode af te sluiten, wil Capitol graag een verzamelaar uitbrengen. Paul komt met het voorstel om er een dubbelelpee van te maken: Hot Hits and Kold Kutz. Het Hot Hits aspect is duidelijk: een verzameling van zijn grootste hits. Kold Kutz (Cold cuts zijn prakjes of kliekjes) zijn zoals de naam het aangeeft, b-kantjes en outtakes.

De voorgestelde tracklist van Kold Kutz is:
kant 1: ‘Mama’s Little Girl’, ‘I Would Only Smile’, ‘Tragedy’, ‘Night Out’, ‘Oriental Nightfish’, ‘Lunch Box/Odd Sox’, ‘My Carnival’
kant 2: ‘Send Me The Heart’, ‘Hey Diddle’, ‘Wide Prairie’, ‘Tomorrow’, ‘Proud Mum’, ‘Proud Mum Reprise’, ‘Same Time Next Year’, ‘Did We Meet Somewhere Before?’

‘I Would Only Smile’ en ‘Send Me The Heart’ zijn songs van Denny Laine. ‘Oriental Nightfish’ en ‘Wide Prairie’ zijn gezongen door Linda. ‘Tragedy’ is een cover van een nummer van The Fleetwoods uit 1961.
De beide niet-gebruikte soundtracknummers vervolledigen de tracklist.

‘Oriental Nightfish’ wordt in oktober 1978 vertoond in Britse bioscopen, als voorfilmpje bij Driver. De tekenfilm is het werk van Ian James, naar een song van Linda McCartney.

Capitol geeft echter de voorkeur aan een enkele elpee: “dat verkoopt beter”.
Dus verschijnt, netjes op tijd voor de Kerstperiode, Wings Greatest in november 1979.

null

Singles
null
De eerste release van Columbia is de single ‘Goodnight Tonight’/’Daytime Nighttime Suffering’ die verschijnt op 15 maart 1979. Het nummer doet het goed en behaalt zowel in Engeland als in Amerika de top 5. De single versie is een edit en voor de volledige opname kun je terecht bij de 12” versie.

Columbia dringt er dan ook bij Paul op aan om het nummer op zijn volgende elpee te zetten, maar die weigert dat. Back To The Egg verschijnt in mei 1979. De titel geeft al aan dat Paul het album ziet als een nieuwe start.
‘Het was zo’n beetje terug naar af voor ons’, verklaart Paul, ‘nieuwe dingen proberen. Die titel vat het zowat samen.’

Maar ondanks genoeg melodieën in elke song, waarmee anderen een hele elpee mee zouden kunnen vullen én een TV-special met promofilmpjes van 7 nummers, doet de plaat het na, een sterke start, niet zo goed in vergelijking met zijn vorige elpees. De top 5 wordt net niet bereikt. Het gebrek aan een echte hitsingle speelt daarin zeker mee.
De platenmaatschappij had nochtans erg hoge verwachtingen. ‘Ik hoorde onlangs dat er drie miljoen exemplaren van Back To The Egg liggen te wachten in een stockageruimte,‘ verklapt Paul. ‘Dat klinkt als een enorme flop. Maar voor elke andere groep is een verkoop van één miljoen – en dat hebben wij – een succes. Het is een goede plaat. Het is onze eerste plaat. De niet-verkochte platen zijn er omdat de platenmaatschappij er teveel heeft geperst. ‘
Ook volgens Juber waren de voortuitzichten van Columbia niet realistisch. ‘De overeenkomst was geregeld met Walter Yentikoff, Bruce Lundvall, Don Devito, Paul Atkinson aen nog een paar anderen – allemaal legendarische figuren in de muziekwereld op dat moment. Paul McCartney bij je label hebben verhoogde je status zeker. Maar tegen dat de plaat uitkwam in juni 1979 ging het economisch niet te best en de platenverkoop was achteruit gegaan. De platenlabels hadden het in hun hoofd gehaald dat iedere plaat het beter zou moeten doen dan Rumors of Saturday Night Fever. Dat was een fase die snel weer voorbij was en de verkoop viel snel terug tot de normale omzet. […] In elk geval: Back to the Egg deed het tamelijk goed en het zou nog beter zijn gegaan als hij ‘Goodnight Tonight’ er op had gezet. […] Het zou het verschil hebben gemaakt van triople platina in plaats van platina.’

Als eerste single is ‘Old Siam, Sir’ in Engeland en Europa, terwijl voor Noord-Amerika de keuze valt op ‘Getting Closer’. De b-kant is wel overal hetzelfde: ‘Spin It On’. En het resultaat ook: gestrand buiten de top 20!
Eenzelfde lot zijn de volgende singles beschoren: ‘Arrow Through Me’ in de VS, ‘Getting Closer’/‘Baby’s Request’ in het VK en ‘Rockestra Theme’ in een aantal Europeese landen.


5 juni 1979: in de hangar van een klein prive vliegveld in Kent, worden beelden geschoten voor ‘Spin It On’ en ‘Getting Closer’. In een veld in de buurt wordt ‘Again And Again And Again’ verfilmd. Er wordt gewerkt tot het donker wordt.
‘Ik herinner me de opname van dat filmpje nog goed, ‘mijmert Laurence Juber. ‘We droegen van die namaak vliegeniersjassen: leder, gevoerd met bont. We filmden in een vliegtuighangar in de koude Britse lente, maar achter ons stonden een heel pak schijnwerpers. We werden zowat gebraden. Toen ik die avond thuis kwam, hing ik de jas te drogen. Dagenlang droop het zweet er nog uit – zo heet was het daar.’

 

In de lente van 1968 gonst het van de geruchten dat The Beatles een dertig tal songs gaan opnemen voor hun volgende plaat.  Al op 20 april 1968 meldt het Britse muziektijdschrift New Musical Express dat The Beatles tegen het einde van de maand terug de studio zullen intrekken.  Een concurrerend blad, Melody Maker, komt s op 29 mei met meer details. Ze hebben een kort interview met Paul: “Twintig [songs] werden geschreven toen we bij de Maharishi waren in Indië. De andere tien schreven we sinds we terug naar Londen zijn gekomen. We denken er over om ze alle dertig op te nemen en dan er een stuk of 14 uit te kiezen voor een LP. Misschien worden het twee platen of zelfs drie. We zien wel als we er mee klaar zijn.”

Het blad heeft zelfs een lijstje gekregen met werktitels van de songs die Paul wil opnemen: ‘Obla-dee Obla-da’, ‘ Scrap Heap’, ‘Ballad’, ‘Back In The U.S.S.R.’, ‘Country Boy’, ‘Martha My Dear’, ‘Silly Girl’ en ‘Rocky Racoon’.

 

 

De Kinfauns Tapes

 

Ter voorbereiding maken John, George en Paul tijdens de derde week van mei alvast demo-opnamen van de songs die ze de laatste maanden hebben geschreven. Dat gebeurt in Kinfauns, het huis van George huis in Esher. In zijn huisstudio heeft hij een Ampex vier-sporen bandopnemer opgesteld. In het algemeen speelt de componist zijn songs telkens twee keer op akoestische gitaar terwijl hij zingt. Er zijn maar een handvol uitzonderingen. Op vier nummers van Lennon is slechts een enkele gitaar te horen. George voegt voor twee nummers harmonium en /of orgel toe. Op de opname van ‘Sour Milk Sea’ is er zelfs elektrische gitaar, bas en percussie toegevoegd.

 

Alles bij elkaar zetten ze zevenentwintig songs op band, waarvan John bijna de helft voor zijn rekening neemt. Paul komt met zeven songs en George met vijf. Het geluid is verre van perfect en de synchronisatie bij het overdubben laat te wensen over, vooral op de demo’s van John. Toch is het interessant om deze ontspannen versies te horen. Begin jaren negentig verschenen er een twintigtal op een bootleg: Unsurpassed Demos. Maar tot verassing van de verzamelaars bleken er nog meer te zijn, toen in 1995 zeven tracks officieel verschenen op Anthology 3.

Daarbij waren verschillende nummers die pas op Abbey Road zouden verschijnen: ‘Mean Mr. Mustard’ en ‘Polythene Pam’.

 

Sommige nummers zouden ze zelfs pas na de split van The Beatles in een echte studio opnemen: John’s ‘I’m Just a Child of Nature’ is een vroege versie van ‘Jealous Guy’, terwijl zijn ‘What’s the New Mary Jane’ op een veto van de andere stuitte en nooit werd afgewerkt. Paul hield ‘Junk’ achter voor zijn solodebuut en George bleef met het meeste materiaal zitten: ‘Sour Milk Sea’ gaf hij aan Jackie Lomax, ‘Not Guilty’ werd opgenomen door The Beatles maar niet uitgebracht en ‘Circles’  verscheen pas in 1982 op Gonne Troppo.

 

 

Mei ’68 in de studio

 

De eigenlijke opname gaan van start op 30 mei. Nochtans was de studio 2 van EMI studio aan Abbey Road vanaf 20 mei geboekt voor elke werkdag, telkens van 14:30 tot middernacht. The Beatles gingen er van uit dat ze  tien weken zouden nodig hebben: tot 26 juli.

 

Het eerste werk zijn 18 takes van wat John ziet als de nieuwe single: ‘Revolution’. Het is zijn commentaar op de gebeurtenissen in de lente van 1968. Overal in de Westerse wereld braken er rellen uit: studenten en arbeiders braken de straten op in Leuven, Parijs en Praag. Betogingen tegen de oorlog in Vietnam vonden plaats in New York en Londen. En in Memphis en Detroit reageerden de zwarte op jaren van onderdrukking na de moord van hun leider Martin Luther King.

“Ik was er over aan het denken gegaan in de heuvels van Indië,” vertelde John in 1980 aan Playboy. “Ik had zo’n gevoel van ‘God zal ons ter hulp komen’: ‘It’s going to be all right.’ Daarom deed ik het: ik wou er over praten. Ik wou iets zeggen over revoluties. Ik wou zeggen tegen de luisteraar: ‘Wat vind jij? Dit is wat ik vind.’

En ik sta er nog altijd achter: ik wil het plan zien. Geweld doe ik niet aan mee. Ik klim alleen op de barricades met bloemen.
Jarenlang mochten we niks zeggen over de oorlog… Maar nu wou ik absoluut dat The Beatles een standpunt innamen over de oorlog.”

 

The Beatles zijn goed op dreef en een van de best geslaagde takes ontaard in een lange kakofonische jam. Die past helemaal in het straatje van de avant-garde kunst van Yoko, die dan ook haar steentje bijdraagt met kreten en gefluister.

De volgende dagen wordt de opname afgewerkt met talrijke overdubs. Om zijn stem anders te doen klinken zingt John het nummer in, liggend op de vloer. Paul en George voegen doo-wop backing vocals toe.

 

De volgende paar dagen worden besteedt aan Ringo’s ‘Don’t Pass Me By’. Maar er is veel afleiding in de studio: de zangeres Lulu komt op bezoek en ook Davy Jones van the Monkees, het fotomodel Twiggy en de cineast Franco Zeffirelli.

 

 

Solo Beatles

 

Na amper een week worden de geplande sessies alweer afgezegd omdat George en Ringo met hun vrouwen naar Los Angeles vliegen voor een vakantie in Monterey.

 

John en Yoko profiteren van de gelegenheid om de laatste zes minuten van ‘Revolution’ om te werken in een afzonderlijk nummer: ‘Revolution No. 9’. Dagenlang voegen ze allerlei geluidseffecten aan de toch al kakofonische opname toe. Sommige effecten maken ze zelf terwijl ze andere uit de EMI archieven halen.

 

John en Yoko komen pas ’s avonds naar de studio afgezakt. Dus is Paul dinsdagnamiddag 11 juni de enige is komen opdagen. Hij neemt dan maar in zijn eentje een nummer op: ‘Blackbird’. Het is zijn commentaar op de recente gebeurtenissen. “Ik dacht aan een zwarte vrouw, in plaats van aan een merel. Het was de tijd van de burgerrechtenbeweging. Ik wou iets zeggen over de zwarte vrouw, die de dupe was van al die problemen in de Vernigde Staten… ‘Laat me je aanmoedigen om te blijven proberen, om vertrouwen te houden: er is hoop.’ Maar ik heb nogal de gewoonte om het niet openlijk te zeggen. Dus, in plaats van iets te zeggen als ‘Black woman living in Little Rock’, had ik het over een vogel, een symbool, iets dat algemeen toepasbaar is.”

 

George en Ringo keren op 18 juni terug uit Amerika… maar twee dagen later vertrekt Paul dan weer naar Los Angeles om de Apple te gaan promoten bij de platenmaatschappij Capitol.

Die avond vindt er een hectische sessie plaats waarbij de master wordt samengesteld voor ‘Revolution 9’. John en Yoko hebben alle drie de studio’s nodig om de bandjes met geluidseffecten rechtstreeks, tijdens de mix toe te voegen aan de mastertape. John zit zelf achter de knoppen van het mengpaneel.

 

Terwijl John en Yoko de volgende paar dagen besteden aan het afwerken en mixen van beide versies van ‘Revolution’ maakt George gebruik van de onbenutte studiotijd om met Jackie Lomax ‘Sour Milk Sea’ op te nemen.

 

 

Een nieuwe start

 

Pas op 26 juni is iedereen terug op post, na een onderbreking van twintig dagen. Eindelijk kan dan nog eens een nieuw nummer worden aangepakt. De keuze valt op John’s ‘Everybody’s Got Something To Hide Exept Me And My Monkey’. Op het stukje over de aap na, bestaat de tekst grotendeels uit citaten van de Maharishi.

“Natuurlijk ging het over mij en Yoko,” bevestigd John: “Iedereen leek wel paranoïde, behalve wij twee. Wij waren smoorverliefd. Alles is klaar en duidelijk wanneer je verliefd bent. Rondom ons was iedereen gespannen: ‘Wat doet ZIJ hier? Waarom is ze bij hem?’ Zo een gedoe terwijl wij gewoon de hele tijd samen wilden zijn.”

 

Twee dagen wordt er gerepeteerd en opgenomen – of beter avonden, want de sessies beginnen pas rond 19 uur en gaan door tot half vijf in de ochtend.

Het volgende nummer is er opnieuw eentje van John: ‘Good Night’. Het is zijn afscheid aan zijn vijfjarig zoontje Julian. Hij durft het echter niet zelf te zingen. Daarom vraagt hij Ringo om het te doen. “Ik denk dat hij het niet goed vond voor zijn imago,” meent Paul. “Maar het was prachtig om het hem te horen doen: hij zong het fantastisch. We hoorden het hem zingen om het Ringo aan te leren. Hij deed het met veel gevoel. John toonde zelden zijn zachte kant. Maar toch blijven die momenten me het beste bij, die momenten wanneer hij zichzelf bloot gaf als een gevoelig, liefdevol mens.”

De volgende paar dagen worden beide nummers verder verfijnd en afgewerkt.

 

Pas op 3 juli wordt er voor het eerst samen gewerkt aan een nummer van Paul: ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’. “[Jimmy Scott] was een vriend van me, een Nigeriaan… en wanneer je hem vroeg: ‘hoe is het?’ antwoordde hij steeds: ‘Say ob-la-di, ob-la-da life goes on, bra.’ Ik vond dat mooi.

Ik herinner me dat George Harrison tegen me zei dat hij zo niet kon schrijven. Hij schrijft altijd vanuit persoonlijke ervaring. Hij zei: ‘Ik snap niet hoe je zoiets als ob-la-di, ob-la-da, kunt schrijven. Ken jij die Molly en Desmond?’ Ik zei: ‘Nee, die vind ik uit, zoals een romanschrijver zijn personages bedenkt.”

Paul ziet het nummer als een potentiële single en wil het dan ook zo goed mogelijk op band krijgen. Verschillende keren wordt er helemaal opnieuw begonnen, in de loop van de volgende vier-vijf dagen.

 

 

Revolution No. 3

 

Vanaf 9 juli is het weer aan John. Hij wil een snellere versie van ‘Revolution’: sneller en harder. “De spanning steeg tussen The Beatles,” vertelde John in  1980. “Ik ha de langzame versie van ‘Revolution 1’ gedaan en ik wou die als single uitbrengen: als een statement van the Beatles over Vietnam en over de revolutie. Die eerste versie van ‘Revolution’ …wel, George en Paul waren niet akkoord: ze vonden het niet snel genoeg. Als je wil discussiëren over wat al dan niet een hitsingle is…  misschien [heb je gelijk]. Maar the Beatles konden het zich permitteren om de langzame, goed verstaanbare versie van ‘Revolution’ als single uit te brengen. Of het nu een gouden of een houten plaat was geworden.”

 

“Als ze harder en sneller willen kunnen ze dat krijgen ook,” moet John hebben gedacht. Hij wil dat alle naalden in het rood slaan: alle regels en reglementen overboord. Geluidstechnicus Phil McDonald vertelt: “John wou die klank: geen zuiver geludi. De gitaren werden rechtstreeks ingeplugd in de opname console, dat was technisch absoluut geen goed idee. Alles ging aan het piepen en knarsen. Gelukkig hebben de onderhoudsmensen er niks van gemerkt. Ze waren niet blij met ‘misbruik van apparatuur’.”

 

De geluidstechnici merken ook wel dat er spanningen zijn tussen de vroegere vrienden. Geoff Emerick was sinds een jaar of vijf de rechterhand van George Martin, de producer van The Beatles. De man kwam telkens weer op de proppen met technische oplossingen voor hun eisen om de klank te veranderen en te verbeteren. Maar aan zijn  geduld kwam een einde, tijdens het afwerken van ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’

“We staken veel werk in ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’. Paul was het nummer opnieuw in aan het zingen, toen George Martin iets over zijn zang zei. Paul snapte terug: ‘Kom jij dan hier en zing het verdomme zelf’. Het was vreselijk.”

Voor Emerick is het de druppel die de emmer doet overlopen. Hij is de enorm verslechterde sfeer en het geruzie beu en wil niet langer werken voor the Beatles.

“Een week daar voor had John ook al zoiets tegen mij gezegd. Ik was aan het werk om die verstoorde gitaarklank van ‘Revolution’ voor mekaar te krijgen. Ik zat naast het mengpaneel om die dingen in te pluggen – iets wat strik verboden was. Hij kwam naast me staan en zei: ‘Een maand of drie in het leger zou je goed gedaan hebben.’ Ik heb geen idee waarom hij dat zei, maar het maakte me kwaad.”

De volgende dag stapt hij naar George Martin en laat weten dat hij onmiddellijk opstapt. “John kwam nog naar me toe. Hij zei: ‘Het heeft niets met jou te maken. Het is dit – de studio.’ Ik bedoel: bakstenen muren, metalige industriële verlichting tegen het plafond en dan die grijze doeken tegen de muren. Ze zaten daar week na week opgesloten.

Maar ik was weg.”

 

Ook Paul’s vriendin, Francie Schwartz merkt dat de mannen onder druk staan. Op een avond gaat ze Paul  opzoeken in de studio. “Paul lag op zijn rug op de grond. Hij was iets aan het uitproberen op zijn bas. Iedereen was eten en er was niemand anders daar. Toen hij mij zag, riep hij: ‘Juden raus!’

Ik vond het zo triest. Ik sloop terug naar buiten en ging naar huis. We hebben het er nooit meer over gehad. Ik denk dat hij zich schaamde. Toen hij die nacht thuis kwam was hij overstuur – nog meer dan anders. Tegen de hoogzomer moet het erg geworden zijn voor Paul: de anderen beten van zich af wanneer hij de leiding nam.”

 

Niemand durft de andere nog aanwijzingen te geven en er wordt eigenlijk alleen nog gejamd. Verschillende versies van ‘Sexy Sadie’ lopen uit tot meer dan acht minuten en een versie van ‘Helter Skelter’duurt zelfs 27’11”.

 

 

Een weekendje er tussen uit

 

Een adempauze is meer dan nodig. John en Yoko brengen per helikopter een bezoek aan het eiland Dorinish. John heeft het eiland voor de Ierse kust een tijdje geleden gekocht, maar hij is er nog nooit geweest.

Paul rijdt ondertussen met Francie naar Liverpool om haar voor te stellen aan zijn vader. En daarna brengt hij een bezoekje aan John’s ex, Cynthia.

 

Na het weekend wordt eerst een paar dagen op neutral terrein gewerkt: diverse songs worden afgewerkt. En dan, op 25 juli is het eindelijk de beurt aan George. Nadat hij zijn demoversie van ‘While My Guitar Gently Wheeps’.

heeft opgenomen en voorgesteld wordt er uitgebreid gerepeteerd. Na afloop kan hij twee banden met outtakes mee naar huis nemen.

 

 

Hey Jude

 

Maar de volgende dag komt Paul met ‘Hey Jude’ aandragen. John is er behoorlijk van aangedaan. Onmiddellijk wordt besloten dat dit de nieuwe single moet worden. George moet weer even op zijn tanden bijten.

 

De volgende dagen repeteren The Beatles uitgebreid op het nummer, in afwachting van de echte opnamen in de Trident Studios. Die onafhankelijk studio beschikt namelijk over 8-sporen opnameapparatuur terwijl EMI het nog altijd met 4-sporen moet doen.

Op 31 juli is het zo ver. De basis track staat op band in vier takes.”Daar hangt een grappige anekdote aan vast,” vertelt Paul: “Ringo ging even naar het toilet en ik had dat niet gemerkt. Het toilet is niet ver van de plaats waar het drumstel stond opgesteld, maar hij was achter mij door gelopen. Ik begon te spelen en het was de goede take. Maar het duurt een hele tijd eer de drums invallen bij ‘Hey Jude’. Opeens voel ik Ringo op zijn tenen langs mij door trippelen, zich haastend om op tijd bij zijn drumstel te raken. Hij zet zich neer en: boom boom boom, Zijn timing was absoluut perfect.”

De volgende dag vinden de opnamen met een 36-man sterk orkest plaats. “De studio in Trident was lang en smal,” vertelt Chris Thomas – toen 21 jaar en leerling-producer. “Toen we de overdubs met het orkest opnamen moesten we de trombones helemaal vooraan plaatsen, anders kregen de anderen ze in hun nek.”

Wanneer ze de backing vocals gaan inzingen zet John zijn koptelefoon op. Maar die staat veel te hard. Op 2:58 is zijn reactie nog goed hoorbaar op de achtergrond.

 

Er wordt lang getwijfeld of ‘Hey Jude’ wel geschikt is om als single te worden uitgebracht. 7:11 erg lang voor een 45-toeren plaatje. Het kost dan ook behoorlijk veel moeite om de klank goed te krijgen. “Het was langer dan een single ooit geweest was,” weet Paul McCartney, “Maar we hadden uitstekende technici. We vrogen hoelang een 45 toren plaatje mocht zijn. Vier minuten was de grens, vertelden ze, voor het volume serieus naar beneden ging en iedereen het ding harder moest gaan zetten. Maar ze pakten het handig aan, door het stuk dat niet hard hoefde te zijn te compressoren zodat er meer plaats vrij kwam voor de rest. Op de een of andere manier slaagden ze er in om de 7 minuten er op te krijgen – een hele prestatie.”

 

Apple Records wordt officieel gelanceerd op 11 augustus 1968 met National Apple Week. De pers ontvangt een speciaal pakket Our First Four. Daarin zitten naast ‘Hey Jude’/’Revolution’ van The Beatles, ook drie andere Apple singles: ‘Those Were The Days’ van Mary Hopkin, ‘Sour Milk Sea’ van Jackie Lomax en ‘Thingumybob’ van the Black Dyke Mills Band. Tegenwoordig is zo’n doos meer dan € 1 700 waard.

 

 

 

Augustus

 

Na ‘Hey Jude’ is het nog eens de beurt aan George Harrison. Hij heeft vijf dagen en 101 takes nodig om ‘Not Guilty’ op band te zetten. En dan wordt het nummer niet gebruikt. Wanneer één van die sessies al om 2 uur ’s nachts is afgelopen blijft Paul nog wat hangen, om in zijn eentje ‘Mother Nature’s Son’ op te nemen.

 

Het studio personeel raakt al die nachtelijke sessies stilaan beu. Daarom trekt EMI een aantal jonge technici aan om de anderen wat rust te gunnen. Een van die nieuwelingen is John Smith. Hij is pas 17. In de jaren negentig deed hij zijn verhaal tegen Mark Lewisohn: “Er werd veel geruzied en gesnauwd in de band. De mensen die voor de opnamen instonden wilden terugkeren naar normale werkuren. Maar daar wilden the Beatles niets van weten. Dikwijls werkten ze van 6 uur ’s avonds tot 8 uur ’s morgens. Dat zagen de meeste ouderen echt niet zitten.
Nochtans was het prettig werken voor hun en met hun. Ze hadden veel meer geld dan ik…zij arriveerden in een Rolls Royce en ik kwam met de metro. Toch waren het gewone mensen, voor zover mogelijk. Ik stond niet in bewondering voor hun en dat wilden ze ook niet. Daarom schoten we goed op met mekaar.”

Het ergste zijn de lange uren wanneer de technici moeten wachten terwijl de muzikanten iets uitwerken. Bij mooi weer gaan ze dan wat verpozen op het dak van de studio. Van daar uit kunnen ze kijken naar de buurvrouwen die zich omkleden om te gaan slapen. Wanneer The Beatles daar van horen, brengen ze ook verrekijkers mee.

“Nochtans kon je echt niet veel zien. Zelfs niet met verrekijkers. Maar het was wel een grappig zicht om hen daar te zien staan, op een rijtje met hun verrekijkers.”

 

 

Op 12 augustus is George ver genoeg opgeschoten met ‘Not Guilty’ om het nummer in te zingen. Dat doet hij niet in de studio, maar in de controlekamer. Een van de technici lacht met de eeuwige zoektocht van The Beatles om een “ander geluid” te verkrijgen: “Wat gaan we nu nog meemaken? We hebben het rommelhok nog niet geprobeerd.”

Zoiets moet je niet tegen Lennon zeggen. Het hok wordt leeggemaakt en de volgende avond kruipen ze er met hun vieren in om ‘Yer Blues’ en een nieuwe versie van ‘Sexy Sadie’ op te nemen.

 

George heeft weer een vakantie gepland. Dat spoort de anderen aan om wat sneller te werken. Zowel John’s experimentele ‘What’s The New, Mary Jane?’als Paul’s country pastiche ‘Rocky Raccoon’ staan er elk in één avond op. George probeert dan zelf ook nog even ‘While My Guitar Gently Wheeps’ opnieuw.

 

John en Ringo profiteren dan van de afwezigheid van George om enkele songs af te werken en bij te schaven, terwijl Paul in een andere studio alleen werkt. In een paar uur tijd zet hij ‘Wild Honey Pie’ op band.

 

Doordat Paul op wandelafstand van de Abbey Road studio woonde kon hij veel gemakkelijker binnen springen dan de anderen – die minstens een uur moesten rijden. Daardoor was hij dikwijls als eerste aanwezig. Hij had al een riff, een basloopje of een drumpatroon uitgewerkt voordat de anderen kwamen binnen sijpelden. En af en toe werkte dat zijn collega’s behoorlijk op de zenuwen. Dat was ook het geval bij de opname van ‘Back In The USSR’. Wanneer George binnenkomt is Ringo al opgestapt.

“Ik herinner me niet meer waarom Ringo weg ging,” vertelt George: “Iemand zei me: ‘Oh, Ringo is met vakantie.’ Later ontdekten we dat hij vond dat wij met ons drieën goed overeen kwamen en hij niet. Het was zoiets. Iedereen voelde het zo aan. We waren het allemaal stilaan beu: ‘Waarom ben ik hier nog? Zij zijn allemaal zo hip en ik pas er niet bij.’”

Het nieuws wordt geheim gehouden en de opnamen gaan door, zonder Ringo.

 

Op 26 augustus vindt de feestelijke opening plaats van de club Vesuvio, waarvan Mick Jagger en Keith Richards mede-eigenaren zijn. De Stones stellen hun nieuwe lp Beggars Banquet, voor. Het is het succes van de avond tot Paul, rond een uur of drie binnenkomt. Hij heeft de nieuwe, nog niet verschenen, single van The Beatles mee. Wanneer de DJ die oplegt is iedereen zwaar onder de indruk. “Mick kwam naar me toe,” vertelt Paul trots, “Hij zei: ‘Dat zijn bijna twee songs, man. Eerst een nummer en dan nog dat heel stuk “na na na” aan het einde’”

 

Nog steeds zonder Ringo keren de overgebleven Beatles terug naar de Trident Studios om er ‘Dear Prudence’ op band te zetten. Paul speelt drums en George en John gitaren. De basistrack krijgt een aantal overdubs tijdens de volgende nacht: bas (Paul), zang (John), backing vocals, handgeklap en tamboerijn (Paul, George, Mal Evans, John McCartney (Paul’s neef) en Jackie Lomax), piano (Paul) en flügelhorn (Paul).

 

‘Hey Jude’/’Revolution’ wordt op 30 augustus uitgebracht als eerste Beatles-single op het Apple label. Met meer dan 6 miljoen exemplaren wordt het de best verkochte single van de groep. In Amerika vliegen er de eerste week al meer dan 1 miljoen exemplaren van de deur uit, waardoor de single op 10 binnen komt in de lijst van Billboard. Zoiets is nog nooit vertoond.

 

Ringo keert net op tijd terug op mee te werken aan de opname van promofilmpjes voor beide songs van de single. Dat gebeurt op 4 september in de Twickenham filmstudios. Michael Lindsay-Hogg heeft de leiding. Ze zijn zo tevreden over zijn werk dat ze hem later opnieuw vragen voor Let It Be.

 

 

Chaos en hysterie

 

Niemand had verwacht dat de opnamen zo lang zouden aanslepen. George Martin had dan ook een vakantie geboekt. The Beatles maken meteen van zijn afwezigheid gebruik om in opstand te komen. Ze zijn te weten gekomen dat in de EMI studio ook een 8-sporen machine is, maar dat die nog niet mag worden gebruikt. Ieder nieuw apparaat moet immers eerst goed onderzocht en goedgekeurd worden en zoiets vraagt tijd.

Ze maken van gelegenheid gebruik om de machine te “bevrijden”. George laat meteen de bestaande vier-sporen band van ‘While My Guitar Gently Wheeps’ overzetten op acht-sporen. Vervolgens probeert hij, in zijn eentje, een zorgvuldig achteruit gespeelde gitaarsolo er aan toe te voegen. Hij wil het geluid van een huilende gitaar verkrijgen, zonder gebruik te maken van een wah-wah pedaal. Urenlang is hij daar mee bezig. Volgens Geoff Emerick had George altijd veel tijd nodig voor zijn solo’s. “Niets ging ooit snel bij hem. Hij had het overal wat moeilijk mee.”

 

Maar het resultaat stelt hem toch niet tevreden. Hij besluit helemaal opnieuw te beginnen. Omdat ook dat niet helemaal naar zijn zin is, haalt hij er Eric Clapton bij.

 

Wanneer op 9 september de leerling-producer Chris Thomas terugkomt uit zijn vakantie vindt hij een nota van George Martin op zijn bureau, waarin die hem vraagt, hem te vervangen als Beatles-producer. “Ik werkte pas zes maanden voor George. Ik was nog in mijn proefperiode…” vertelt Chris Thomas: “Ik dacht: ik ga daar stilletjes zitten in de controlekamer en ik hou mij gedeisd. Maar niets daarvan. Paul kwam binnen en vroeg wat ik daar deed. Ik was er van uit gegaan dat George hen had verwittigd. Dus zei ik: George heeft me gezegd om te komen, wisten jullie dat niet? Paul keek me aan en zei: ‘Als je ons wilt producen, dan doe je maar. En anders kun je het afstappen.’ En weg was ie. Ik heb uren niks durven zeggen. Ik zat daar stijf van schrik toen de anderen binnen kwamen.

Ken Scott had het overgenomen van Geoff Emerick omdat die niet meer tegen de gespannen sfeer kon. Ik zat naast Ken en zij begonnen met ‘Helter Skelter’. Ik dacht: die gaan mij negeren en ik vlieg er uit. En dan kan ik mijn job wel vergeten.

Dus had ik niks meer te verliezen. Toen iemand een foutje maakte, zei ik: ‘Er ging iets fout.’ En zei: ‘Niets van’. Maar ze kwamen allemaal luisteren en ze gaven mij gelijk. Het lijkt ongelofelijk dat ik dat gedurfd had, maar het was gewoon puur uit angst dat ik het deed.”

 

Onder zijn “leiding” proberen The Beatles een chaotische remake van ‘Helter Skelter’. “Ik had gelezen dat The Who net de luidste, wildste rock ‘n’ roll plaat ooit hadden gemaakt,” legt Paul uit. “Ik heb geen idee over welk nummer het ging, maar ik dacht: “Juist! Dat moeten wij ook doen’.”

John speelt bas en saxofoon, Mal Evans speelt al even amateuristisch trompet, George en Paul delen de gitaarsolo’s en Ringo beukt op zijn drumstel. Er is verder ook nog piano, heel veel feedback en vervorming en backing vocals van John en George. Terwijl de manische lead zang van Paul wordt opgenomen, draagt George bij tot de sfeer door met een brandende asbak op zijn hoofd door de studio te rennen.

“‘Helter Skelter’ was pure gekte en hysterie,” weet ook Ringo. “Soms moet je je eens laten gaan en met die song – Paul’s bas en mijn drum – Paul begon te schreeuwen en te krijsen en verzon het ter plaatse.”

“We begonnen er aan om half drie in de namiddag,” vertelt Chris Thomas. “En we waren klaar tegen half drie ’s nachts. Na afloop vroeg ik aan Paul: ‘En hoe zit het voor morgen?’ Hij zei: ‘Je bent welkom.’ Ik dacht: ‘Hij heeft mij niet weg gestuurd. Wow!’”

 

Met ‘Glass Onion’ bedankt John Paul en neemt hij meteen ook mentaal afscheid.

 

George is er niet bij wanneer ‘I Will’ opgenomen wordt. Paul zingt en speelt akoestische gitaar, Ringo speelt maracas en cimbalen en John geeft het ritme aan door met hout op metaal te kloppen. Paul improviseert vrijelijk tussendoor: ‘Can you take me back’, ‘Step Inside Love’, ‘Los Paranoias’, …

De volgende avond werkt Paul alleen van 7 ’s avonds tot 5 in de ochtend aan het afwerken van de song. Hij voegt een backing vocal toe, een dum-dum-dum baritone bas klank nabootsing en een tweede akoestische gitaar.

 

Ook de volgende dag, 18 september, is hij vroeger dan de anderen in de studio. Hij speelt wat met een ideetje rond het thema van een verjaardag. Wanneer iedereen aanwezig is, wordt ‘Birthday’ dan opgenomen, in 20 takes. Ze werken snel, want die avond zendt de BBC The Girl Can’t Help It uit: een klassieke rock ‘n’ roll film uit 1956 met Little Richard, Fats Domino en Eddie Cochran. Na de basistracks trekken The Beatles, Yoko, Patti, Chris Thomas en waarschijnlijk nog wat anderen naar Paul’s huis om er TV te gaan kijken. En daarna keren ze terug naar de studio, waar ze de song afwerken. De meisjes mogen zelfs meezingen.

 

Een dag later is George weer aan de beurt: ‘Piggies’. Chris Thomas komt met het idee om een klavecimbel te gebruiken. “Die stond in studio 1 opgesteld voor een sessie van klassieke muziek,’ vertelt hij. “Ik had er wat op gespeeld en ik vond dat het erg goed klonk. Dus zei ik tegen George: Er staat een klavecimbel, is dat niks voor jouw song?”

 

 

De laatste loodjes

 

Begin oktober keert George Martin terug uit verlof. In de Trident studio leidt hij de opname van Paul’s ‘Honey Pie’ en ‘Savoy Truffle’ van George – niet bepaald hoogtepunten uit het repertoire van The Beatles.

‘Martha My Dear’ is beter. Paul nam het nummer – alweer – helemaal alleen op. “Toen ik piano leerde spelen,” vertelt Paul, ‘wou ik zien hoever ik kon gaan. Dit begon als iets dat je leert tijdens een pianoles. Het is nogal moeilijk om te spelen: het is twee-handig. De woorden betekenen niet echt iets: ik probeerde zomaar wat. Toevallig kwam ik op ‘Martha my dear.’ Het is puur verzonnen. Martha, is eigenlijk mijn hond en onze relatie is puur platonisch, geloof me.”

 

Ringo en George hebben reisplannen vanaf half oktober en dus moet er stevig worden doorgewerkt.

George besteedt twee lange nachten aan ‘Long Long Long’. Het spookachtige geluid aan het einde van de song is een fles wijn die ratelt door de lage tonen van een versterker. The Beatles waren dol op dit soort toevalligheden.

John zet op één avond ‘I’m So Tired’ en ‘The Continuing Story of Bungalow Bill’ op band. Yoko Ono en Maureen Starkey zijn bij de opname aanwezig en Yoko mag zelfs één regel zingen.

Terwijl de anderen ‘Long Long Long’ afwerken neemt Paul in zijn eentje ‘Why Don’t We Do It in the Road’ op. Wanneer John het resultaat hoort is die niet blij. Het is precies zijn soort song en hij had er wat graag aan meegewerkt. 

 

In een aantal marathonsessies worden strijkers en blazers toegevoegd en songs gemixt.

John krijgt het laatste woord: op zondag 13 oktober neemt hij het laatste nummer op voor het album: ‘Julia’. Het is John’s enige solo-nummer voor The Beatles. Linda fotografeert.

De volgende dag vertrekt Ringo met zijn familie naar Sardinië, met vakantie.

 

De laatste mixen worden gemaakt en op woensdag 16 oktober werken John, Paul en George, George Martin en Chris Thomas onafgebroken gedurende 24 uur om de LP samen te stellen en af te mixen.

 

Er zijn in totaal 32 nummers opgenomen, waarvan ‘Not Guilty’ en ‘What’s The New Mary Jane’ (één experimentele geluidscollage is genoeg) op de plank blijven liggen.

 

 

Het is eerder een verzameling van solo-opnamen dan een echte groeps-lp. “Het is niet gemakkelijk om de muziek van drie songschrijvers op één plaat samen te brengen,” meent John. “Dus maakten we er een dubbel van.”

 

George Martin heeft zijn bedenkingen. “Ik vond niet alle songs even sterk. Ik vond dat we beter er een heel erg  sterk enkel album uit konden halen, in plaats van een dubbele LP. Maar ze hielden voet bij stuk. Ik denk dat het ongelofelijk goed zou zijn geweest als het wat meer … gebald was.

Nochtans hebben een pak mensen me verteld dat ze het hun beste plaat vinden. Dat is niet mijn mening, maar…. Pas veel later heb ik gehoord dat ze door al die songs op te nemen sneller van hun contract met EMI af wilden geraken.”

 

“Wat moet je anders doen als je zoveel songs hebt,” meent George Harrison: “We zaten met veel ego’s in de band. Misschien hadden we een pak songs opzij kunnen leggen of er b-kantjes van maken.”

 

 

Bij het bepalen van de volgorde worden enkele regeltjes gehanteerd: de vier overblijvende nummers van George worden netjes verdeeld over de vier plaatkanten. En verder worden alle songs over dieren samen gebracht op één zijde.

 

Geluidstechnicus Ken Scott vertelt over de dag lange laatste spurt: “Het was uitputtend. We zaten letterlijk overal. We probeerden zoveel verschillende manieren om de songs te ordenen. Ik kan het mij niet herinneren. Ik zat in de ene controlekamer en John Smith zat in een andere. We waren allemaal tegelijk bezig. We zaten overal verspreid doorheen de studio’s van Abbey Road. Ik kan u echt niet vertellen wie wat gedaan heeft.”

 

 

Na een hazenslaapje vertrekken George Harrison, Mal Evans en Jackie Lomax naar Los Angeles.  George neemt de masters van The Beatles mee die hij persoonlijk gaat afgeven bij Capitol.


 

 

THE BEATLES of de witte dubbel-lp verschijnt op 22 november 1968 in Engeland en drie dagen later in Amerika. Hoewel het Apple label op de labels prijkt, wordt de plaat eigenlijk gewoon verdeeld door respectievelijk Capitol en EMI. Terwijl in Engeland zowel een mono als een stereoversie beschikbaar is, krijgen de Verenigde Staten enkel de stereo versie.

Nochtans is de mono uitgave diegene die door The Beatles zelf is samengesteld. Zij waren bij alle mono mixen aanwezig. De stereo uitgaven wijkt op een groot aantal punten af van die mono versie.

 

De totale verkoopscijfers komen wereldwijd op meer dan zeventien miljoen exemplaren.

 

 

 

https://i0.wp.com/www.jpgr.co.uk/pcs7067_c.jpg