Give_My_Regards_to_Broad_Street_(poster)

Kant 1: ‘No More Lonely Nights’, ‘Good Day Sunshine/Corridor Music’, Yesterday’, ‘Here, There And Everywhere’, ‘Wanderlust’, ‘Ballroom Dancing’, ’Silly Love Songs’
Kant 2: ’Silly Love Songs (Reprise)’, ‘Not Such A Bad Boy’, ’So Bad’, ‘No Values’, ‘For No One’, ‘Eleanor Rigby/ Eleanor’s Dream’, ‘Long And Winding Road’, ‘No More Lonely Nights’, ‘Good Night Princess’

Opnamen: december 1982 en januari en april 1983 en in juli 1984

The Long and Winding Road

Wanneer Paul in 1984 aankondigt dat hij een film heeft gedraaid, komt dat idee niet uit de lucht vallen. Natuurlijk hebben The Beatles al geacteerd in een aantal films (met wisselend succes) en hebben ze met Magical Mystery Tour een dappere poging ondernomen om er zelf één te maken (zonder succes).

Wings is nauwelijks van de grond gekomen, wanneer hij voor het eerst met het idee speelt. Voor het optreden in het Concertgebouw van Den Haag, op 21 augustus 1971, is een professionele filmcrew ingehuurd. Bedoeling is om een film van 50 minuten te maken: The Bruce McMouse Show. De merkwaardige titel verwijst naar de stukjes tekenfilm die tussen de concertfragmenten zijn verweven. Het animatiegedeelte gaat over een muizenkoppel Bruce en Yvonne dat onder het podium woont met hun drie kinderen Soily, Swooney en Swat. De regie is in handen van Barry Chattington en Eric Wylam staat in voor de tekenfilm, op basis van schetsen van Paul zelf.
Hoewel er twee jaar aan het project is gewerkt, wordt de afgewerkte film nooit vertoond, omdat Paul niet tevreden is over het resultaat. Zowat het enige tastbare resultaat van het hele project is het hard rockende nummer ‘Soily’, dat tijdens de wereldtournee van 1975-76 als bisnummer wordt gebracht.

Na afloop van die tournee, heeft Paul gesprekken met Gene Roddenberry, producer van Star Trek, over een mogelijke samenwerking aan een science fiction musical, met Paul als een buitenaardse rockster en de leden van Wings als zichzelf. Misschien is dit de aanleiding voor de hoes van Back To The Egg, waarop de leden van Wings van uit een ruimtetuig neerkijken op de aardbol?
De opnamen zouden beginnen in januari 1977, maar wanneer Paramount beslist om een nieuwe reeks van Star Trek te gaan filmen, verdwijnt het plan in de kast.

In de zomer van 1978, pikt Paul het idee om een film te maken weer op. Hij contacteert de Britse schrijver Willy Russell. De auteur is, net als Paul, afkomstig uit Liverpool. Als jongen van 13-14 heeft hij een tachtigtal optredens van The Beatles in The Cavern meegepikt. Zijn doorbraak kwam er zelfs met een verhaal over een vijfde Beatle: John, Paul, George, Ringo and Bert.

Willy Russell (door Paul consequent aangesproken als Woolly Rissole) brengt een week door met de band, tijdens de repetities in Schotland. ‘Ik werd uitgenodigd door Paul’, vertelt hij, ‘omdat Paul een film wou maken met Wings. Ik zou het script schrijven.. […] Ik vroeg of hij me wat teksten kon leveren en hij gaf me een lange beschrijving van [Back To The Egg] en de teksten van alle songs.’

Op kosten van Paul mag Willy, met zijn vaste schrijfpartner Mike Ockrent, een maand doorbrengen op een tropisch eiland om er in alle rust het script te schrijven. In oktober leggen ze Band On The Run voor. Het is niet helemaal wat Paul verwachtte. Hij stelt heel wat aanpassingen voor.

Een paar weken later worden de beide schrijvers op het matje geroepen, bij Macca thuis, in Sussex. ‘Het was vreselijk,’ verklapt Russell, ‘Hij had het vreselijk druk met het een of ander… Ik denk dat we wel zeven of acht uur zaten te wachten voor hij ons ontving. En dan volgde een zeer vluchtig gesprek.’
Paul heeft er David Puttnam bijgehaald, de Britse filmproducent die net heeft gescoord met Midnight Express. Die heeft zo’n verregaande kritiek op het script, dat de beide auteurs vermoeden dat hij hen buitenspel wil zetten om zelf het zaakje over te nemen. ‘Hij deed erg neerbuigend.’

Russell is dan ook erg verrast wanneer Paul hem wat later uitnodigt om aanwezig te zijn bij een persconferentie voor een optreden van Wings in Liverpool. ‘Ik wil de film aankondigen’, zegt Paul enthousiast. ‘Maar’, zucht Russell ‘Niemand vraagt iets over de film en dus zegt Paul er ook niets over. Het is het klassieke promopraatje: “Fantastisch om weer in Liverpool te zijn”.’
Toch verzekert Paul hem achteraf, dat ze na afloop van de tournee, zullen beginnen filmen. Over budgetten of voorbereidingen wordt echter niet gerept.

Maar dan wordt Paul opgepakt in Japan en dooft Wings uit. En daarmee ook het filmproject Band on the Run. ‘Dat had ook geen zin meer’, geeft Russell toe. ‘Het script was geschreven rond de notie van een bestaande band, specifiek geënt op mensen als Linda en Denny Laine. Zonder Wings was het gewoon overbodig.’ Hij vindt het vooral jammer voor Linda: ‘We zagen haar als het hart van de band. Het beeld dat de pers van haar had opgehangen stond zo ver af van de werkelijkheid. Ik denk dat de film haar imago ten goede zou zijn gekomen.’

Zoals Willy Russell al had voorzien, komt David Puttnam nu beter in beeld. Hij stelt een nieuw concept voor: een anti-oorlogsfilm, met de songs van Tug of War als basis. Voor het schrijven van het scenario wordt de hulp ingeroepen van Tom Stoppard. Die heeft dan vooral ervaring met het maken van TV-films, maar zal later doorbreken met het schrijven van de kaskraker Shakespeare in Love.

Opnieuw is Paul echter niet echt tevreden. ‘Als het idee van iemand anders komt, ligt het anders dan wanneer je het zelf hebt bedacht’. Dus besluit hij, dat hij het best allemaal zelf kan doen. ‘Ik zat in een verkeersopstopping en verveelde me. […] Ik dacht: ik zal het zelf wel schrijven.’

Het uitgangspunt is een verhaal dat Chris Thomas hem had verteld tijdens de opnamen van de laatste Wings elpee. Chris was in dei periode ook producer van The Sex Pistols. Toen Never Mind the Bollocks klaar was, had iemand van de platenfirma het klaargespeeld om de mastertapes kwijt te raken. Pas na lang zoeken werden de banden ergens weer gevonden.
Paul maakt het nog wat dramatischer door zijn hoofdfiguur slechts 24 uur de tijd te geven om de banden te vinden. Daarna gaat zijn zaak over in de handen van een zakenman.

Na bemiddeling van David Puttnam wordt regisseur Peter Webb bereid gevonden om de film te draaien. De man heeft niet veel meer op zijn palmares dan enkele afleveringen van wat soaps. Pauls manager ziet het grootser en weet hem te overtuigen dat de film in de bisocoop moet worden vertoond. Om het grotere budget (£1,5 mio) dat daavoor nodig is te verantwoorden, dringt Webb aan op het gebruik van songs die al bekend zijn bij het grote publiek (of is dit een excuus omdat het Paul niet lukt om nieuwe songs te schrijven?). Vandaar dat hij enkele klassiekers uit zijn tijd bij The Beatles in een nieuw jasje steekt.
Paul speelt zelf de hoofdrol, met naast hem Ringo Starr en diens vrouw Barbara, Tracy Ullman en Ralph Richardson (die de rol van Pauls vader Jim op zich neemt).

George Martin staat in voor de productie van de filmmuziek. Uit zijn bijdragen aan de catalogus van Beatlessongs kiest Paul er vier (!) uit Revolver, plus – merkwaardig genoeg – ‘The Long And Winding Road’. Daarnaast zijn er nog wat outtakes: ‘Fool On The Hill’, ‘Hey Jude’ en ‘Martha My Dear’.
Verder bewerkt Paul nog enkele songs uit zijn meest recente plaat, Tug of War: ‘Wanderlust’, ‘Ballroom Dancing’ en ‘So Bad’. De remake van ‘Band On The Run’ belandt echter in het archief.

***

Camera

De filmopnamen beginnen op 8 november 1982 in West Wycombe Park. Eerst worden de dramatische scenes vastgelegd. Daarbij is een lang stuk rond ‘Eleonor Rigby’, gesitueerd in het Victoriaanse tijdperk.

Aansluitend volgen de eerste muzieksessies. Paul staat er op dat alle songs live opgenomen worden, voor het oog van de camera. Om te voorkomen dat zoiets veel te lang zou aanslepen, staat Martin er op dat vooraf, in de studio, een backing track wordt opgenomen, waarover de mzuikanten dan live hun partijen spelen. Een techniek die hij bij The Beatles ook al had toegepast voor de live uitvoering van ‘All You Need Is Love’ voor een miljoenenpubliek op TV.

De muzikanten zijn weer met zorg gekozen. McCartney zegt hierover: ‘George Martin en ik meenden: waarom niet voor de top gaan? Mensen waarnaar ik zelf graag luister en waarmee ik altijd al heb willen werken.’ Daarbij horen blijkbaar twee uitstekende gitaristen: Dave Edmunds en Chris Spedding.
‘Ik was me er van bewust dat het toch wel speciaal was’, verklapt die laatste. ‘Omdat het om materiaal voor Say Goodbye To Broadstreet [sic] ging, had hij George Martin en Geoff Emerick ingehuurd. De mensen dus die de opnamen van The Beatles hadden verzorgd. De drummer was Ringo Starr, de bassist Paul McCartney en overal waar ik keek was er wel iemand die iets met The Beatles had te maken gehad. Ik dacht: ik kan doen alsof ik George Harrison ben (lacht). […] Ik had het gevoel dat ik bij The Beatles speelde!’

Naast dat viertal zijn er ook nog twee dames: de percussioniste Jody Linscott (van de band Kokomo) en Linda McCartney op toetsen.

Er staan twee nieuwe songs op het menu – allebei rockers: ‘Not Such A Bad Boy’ en ‘No Values’.
‘No Values’ schreef Paul aan het einde van de jaren zeventig. Of beter: het kwam tot hem in een droom. ‘Ik droomde dat ik bij The Rolling Stones was,’ vertelt Paul hierover. ‘Ze waren er allemaal: Mick, Bill, Charlie, Keith, met Mick vooraan. Toen ik wakker werd, dacht ik: Dat was een goed nummer. Maar onmiddellijk daarna dacht ik: He, The Rolling Stones hebben geen nummer dat ‘No Values’ heet. Mijn brein had het voor me gecreerd. Dus dacht ik: Nu is het er dus wel: een nieuw nummer dat ‘No Values’ heet. Maar verklap het niet aan Mick, want anders wil hij vast delen in de auteursrechten.’
Eens het echte werk er op zit, wordt er nog urenlang ontspannen gejamd, op allerhande oude rocksongs.

Na zeven weken wordt een pauze ingelast, voor de eindejaarsfeesten.

De opnamen worden verder gezet vanaf begin januari in de Elstree filmstudios. Dit keer wordt er 13 weken gewerkt, tot begin mei. Deze periode betreft vooral de muziekscenes, waaronder die voor de enige remake van een nummer van Wings: ‘Silly Love Songs’. Hiervoor doet Paul beroep op enkele leden van Toto.
‘We hadden Paul ontmoet tijdens de opname voor Thriller’, verklapt Steve Lukather. ‘Paul had toen Jeff en mezelf uitgenodigd om mee te spelen in zijn film. Hetgeen hij er niet bij had verteld, was dat we een al die makeup en rommel moesten dragen. Maar ja, het was best wel grappig. Toen we zagen dat hij het ook zo uitgedost was, dachten we: wat oké is voor Paul McCartney, is ook oké voor ons.’

‘Als je een tijdje in deze business zit, ben je niet meer zo snel onder de indruk van een grote naam‘, gaat Lukather verder. ‘Maar wanneer Paul McCartney binnen stapt, denk je: Wow! Zowel hijzelf als Linda waren echter zeer beminnelijk. Zij was fantastisch: grappig, slim, zichzelf. Een prachtmens.
Ik kon mijn ogen niet geloven, toen ik op de mellotron mocht spelen die was gebruikt voor ‘Strawberry Fields’. Ik testte de riff uit, in het bijzijn van Paul en ik dacht: Man, als dit maar goed gaat. Ik vroeg aan Linda of hij het erg vond, maar zij zei van niet. Dus probeerde ik het en hij lachtte en begon verhalen uit zijn Beatlestijd te vertellen. Dat brak het ijs en we speelden urenlang liedjes van The Beatles met Paul!’

In april wordt gefilmd in de Royal Albert Hall en het Broadcasting House, het Londense hoofdkwartier van de BBC. Voor het eerst in de filmgeschiedenis worden hiervoor twee opnameapparaten met elk 24-sporen gelijktijdig gebruikt. Op het ene wordt de vooraf opgenomen muziek afgespeeld, terwijl op het andere de live uitvoering wordt vastgelegd.

Chris Spedding en Dave Edmunds zijn opnieuw van de partij voor een remake van ‘Ballroom Dancing’ van Tug of War. Omdat Paul piano speelt, is er een bassist nodig. De keuze valt op John Paul Jones van Led Zeppelin. De blazerssectie is volledig live.

Ringo voelt zich niet op zijn gemak met het idee om nieuwe versies van Beatlesklassiekers op te nemen. ‘Ringo was er niet blij mee’, geeft Paul toe. Er waren enkele nummers in de film, waarbij hij achter het drumstel moest zitten, maar hij zag dat niet zitten. Ergens begrijp ik hem wel. Hij had niet graag dat er vergeleken zou worden: drumt hij nu beter dan toen? Of net niet?
Ik zie het anders. Ik bekijk het nummer. Het zijn mijn nummers. Ik wil me niet verstoppen voor iets dat ik vroeger schreef.’

Dus is Ringo wel te zien tijdens een scene met ‘Yesterday’ en ’Here There and Everywhere’, maar speelt hij enkel mee bij ‘Wanderlust’. De drie nummers hebben een nieuw arrangement voor blazers. Die zijn geselecteerd uit het Philip Jones Ensemble. Philip Jones is overigens ook te horen op trompet, op de oorspronkelijke Beatles versies van zowel ‘Strawberry Fields Forever’ als ‘Penny Laine’.


‘Yesterday’/’Here There and Everywhere’/’Wanderlust’

Ringo is er dus ook niet bij voor ‘For No One’ of ‘Eleanor Rigby’. Die zijn beiden gearrangeerd voor akoestische gitaar (Paul), hoorn (Jeff Bryant) en strijkers (door het Gabrielli String Quartet).

Buitenopnamen tenslotte vinden plaats in juli. Daarbij zit een scene, opgenomen met verborgen camera, waarbij Paul vermomd als straatmuzikant ’s ochtendsvroeg aan de uitgang van het metrostation Leicester Square ‘Yesterday’ speelt. ‘Een paar mensen kwamen dichterbij’, lacht Paul, ‘Ze keken me vreemd aan Zoiets van: “Ben jij niet Paul McCartney?” Ik zei: Nee hoor. Yesterday, jinga jinga, all my troubles seemed so far away, jinga jinga.

Verder wordt er gedraaid aan het treinstation van Broad Street en voor het kantoor van Paul aan Soho Square. Officieel zijn de filmopnamen afgerond op 26 juli 1983.

In november 1983 neemt Paul een nieuwe versie op van ‘The Long And Winding Road’, in de AIR Studios. De bezetting is hiervoor: Paul op piano, Herbie Flowers op bas, Dave Mattacks op drums, Trevor Bastow op toetsen en Dick Morrisey op sax.

Paul McCartney: “We wilden een neiuwe versie van ‘The Long And Winding Road’ voor de film. Maar dat moet je dus wel om de bestaande versie van ‘The Long And Winding Road’ heen. Probeer maar eens beter te doen dan de versie van The Beatles – niet makkelijk. Anderzijds is dat meteen ook een belachelijke reden om het niet te doen. […] ik dacht: Dit is te gek: het is mijn song. Ik vind het goed. George [Martin] wil het. Dan doen we het toch!’

Vreemd genoeg werken ze een arrangement uit dat nauw aanleunt bij dat van Phil Spector voor Let It Be. Enkel de sax intro is echt nieuw – maar niet echt een meerwaarde.
De dag daarna wordt nog een instrumentaal nummer opgenomen door een big band: ‘Good Night Princess’. Hierop is Paul niet zelf te horen. Deze track wordt enkel op de cd versie uitgebracht, als extraatje.

***

Omdat Pipes of Peace gepland staat voor het najaar van 1983, duurt het tot 22 oktober 1984 eer Give My Regards to Broadstreet in premiere kan gaan. Net als bij Tug Of War en Pipes Of Peace, wordt de soundtrack digitaal gemixt, om een zo helder mogelijk geluid te verkrijgen.
Overigens is de muziek op de soundtrack soms afwijkend van die op de plaat.

***

Tijdens het afwerken van de film blijkt er nog een nieuw nummer nodig. Dat wordt ‘No More Loney Nights’. In juli 1984, nodigt Paul David Gilmour uit om hem te helpen bij de opname in de Elstree Film Studios.
‘Straffe kost vond ik dat’, verklaart de Pink Floyd gitarist. ‘Tijdens één sessie van drie uur leerden het we het nummer met de band en namen het op. Paul speelde piano en zong live en ik speelde de gitaarsolo. Bang!’
Naast Paul en David op gitaar bestaat de band uit Anne Dudley op synthesizer, Herbie Flowers op bas, Stuart Elliot op drums, plus Eric Stewart en Linda McCartney op backing vocals.
Overigens draagt Gilmour Macca op om zijn gage te storten aan een liefdadigheidsinstelling.

Maar de filmmaatschappij blijkt niet tevreden met het resultaat. ‘Twentieth Century Fox vroeg een opbeurend nummer’, vertelt Paul, ‘een vrolijke noot waarop de mensen de zaal konden verlaten. Dus maakte ik een nieuw arrangement, in een sneller tempo: dansbaar.’ Die nieuwe versie knutselt hij in zijn eentje in elkaar, met de hulp weliswaar van een 4-koppige blazersband (waarbij hij zelf bijspringt op bugel!). George Martin zorgt voor een meer dan 8 minuten lange mix.

De filmproducer is echter nog niet happy. Arthur Baker wordt er bij geroepen om het geheel wat meer pit te geven. Baker is op dat moment erg hot als remixer van de grote namen: Springsteen, The Stones, Dylan, Cyndy Lauper… Hoewel hij die soloversie maar niets vindt, is hij bereid er mee aan de slag te gaan, want ‘… zoveel geld sla je niet af. […] Ik zat op dat moment zwaar aan de drugs. Een nachtmerrie eigenlijk.’

McCartney is desondanks erg blij met het resultaat en plaats de zogenaamde ‘Special Dance Mix’ op de b-kant van de single in Amerika en maakt er bovendien een eigen videoclipje voor.

‘No More Lonely Nights’ verschijnt op 24 september 1984 als single. Zoals te doen gebruikelijk in de jaren tachtig verschijnt de song in verschillende formaten, met verschillende remixen en edits. In totaal zijn er maar liefst 7 verschillende varianten.
De typische McCartney ballad wordt een wereldwijde hit, met als hoogste notering: 2 in Engeland en 6 in de Verenigde Staten.

De film zelf wordt minder gesmaakt. Het blijkt een veredelde serie videoclipjes, aan elkaar geregen met een flutverhaaltje. Na de premiere in Hollywood, op 22 oktober 1984 zijn de kritieken uiterst negatief. The Washington Post heeft het over ‘de slechtste film van het jaar’. Een ander stelt botweg: ‘Dit is niets meer dan een amateurfilmpje, maar wel met een budget van 9 miljoen dollar.’

De soundtrack van Give My Regards To Broad Street wordt wereldwijd uitgebracht op de dag van de première. De CD- elpee- en casetteversies verschillen aanzienlijk. De CD en casette hebben merkelijk langere versies dan de elpee en er zijn zelfs twee extra nummers (‘Good Night Princess’ en een remake van ‘So Bad’). Ondanks enige kritiek op de remakes van de Beatlessongs, doet de plaat het opvallend goed, met onder meer in Engeland een eerste plaats in de hitlijst (meteen de laatste keer dat dit gebeurt) en top 10 in Japan, Noorwegen en Zweden.
In Amerika echter strandt de plaat net buiten de top 20 – iets dat Paul nog nooit is overkomen.

Wanneer Give My Regards to Broad Street begint te lopen in de zalen is het hoogtepunt eigenlijk de voorvertoning: een 13 minuten lange tekenfilm Rupert And The Frog Song. Er is twee jaar gewerkt aan het filmpje rond het gekende figuurtje Bruintje Beer, met als hoogtepunt ‘We All Stand Together’.

Die song verschijnt op 12 november 1984 ook op single en het prachtig gemaakte kinderliedje wordt op zijn beurt een dikke hit: top 3 in Engeland. Vele Macca-haters zien het echter meteen als een nieuw dieptepunt in ’s mans carrière en het mikpunt van veel spot.

De video, die gelijktijdig met de single op de markt verschijnt, gaat echter als zoete broodjes de deur uit en krijgt een Grammy nominatie in de categorie beste muziekvideo. Naast Rupert And The Frog Song zijn er nog twee andere tekenfilms op te zien, beiden op muziek van Linda McCartney: ‘Seaside Woman’ en ‘The Oriental Nightfish’.

Deel 16: Paul McCartney – Pipes of Peace
‘Toen we aan Tug of War begonnen, stelde ik voor aan Paul: Laten we deze plaat wat harder maken, meer funky dan je tot nu toe hebt gedaan… In feite is dat beter gelukt met Pipes Of Peace dan met Tug Of War.’
George Martin – 1984

31 oktober 1983: elpee Pipes of Peace van Paul McCartney
Kant 1: ‘Pipes of Peace’, ‘Say Say Say’ (Paul McCartney/Michael Jackson), ‘The Other Me’, ‘Keep Under Cover’, ‘So Bad’
Kant 2: ‘The Man’ (Paul McCartney/Michael Jackson), ‘Sweetest Little Show’, ‘Average Person’, ‘Hey Hey’ (Paul McCartney/ Stanley Clarke), ‘Tug of Peace’, ‘Through Our Love’

nota: ‘Average Person’, ‘Keep Under Cover’, ‘Sweetest Little Show’ en ‘Hey Hey’ zijn opgenomen tijdens de sessies voor Tug of War.

Wanneer Michael Jackson 21 wordt, toont hij meteen zijn onafhankelijkheid van zijn familie door een eigen manager te kiezen: John Branca. Het is de eerste zet in een ambitieus plan. Het doel is niet minder dan de grootste ster te worden in de showbusiness… en meteen ook de rijkste.
Off The Wall, zijn eerste solo-elpee als volwassene, is een enorm succes: vijf hitsingles, drie American Music Awards, twee Billboard Music Awards en een Grammy.
Maar toch ervaart de jongeman het als een ontgoocheling: alle prijzen zijn in de categorieën Soul/R&B of als zwarte artiest. ‘Het was zeer oneerlijk dat ik niet de onderscheiding kreeg voor Plaat van het jaar. Zoiets zal nooit meer gebeuren.’ Wanneer Rolling Stone hem afwijst voor een coverartikel is de maat vol. ‘Wacht maar af. Ooit zullen ze me smeken voor een interview. Misschien geef ik er een, misschien ook niet.’

Hij is vastbesloten om met zijn volgende plaat een blank publiek aan te spreken. Hoe kun je zoiets beter forceren dan door een duet met een populaire blanke zanger? De keuze valt dan al snel op de man die vermeld staat in het Guiness Book of Records als ‘de meest geëerde componist en uitvoeren artiest in de muziekwereld’?
In de uitgave van 1979 staan Paul McCartney’s verdiensten opgesomt:
– succesvolste artiest aller tijden (43 songs geschreven tussen 1962 en 1978 waarvan meer dan 1 miljoen exemplaren zijn verkocht);
– record aantal gouden platen (42 met the Beatles, 17 met Wings en 1 met Billy Preston: 60 in totaal);
– ‘s werelds meest succesvolle artiest (geschatte aantal verkochte platen tot 1979: meer dan 100 miljoen elpees en 100 miljoen singles).

Paul legt uit hoe het eerste contact is verlopen: ‘Ik hoorde voor het eerst iets van Michael met Kerst 1980. Hij belde me op en mijn eerste reactie was: ‘Wie ben je en hoe kom je aan mijn privénummer?’ Michael lachte en legde uit wie hij was. Terwijl we aan het praten waren, vroeg ik hem waarom hij belde. Hij zei: Wat zou je er van denken om samen wat hits te maken?’
Dat was de start van ons gezamenlijk avontuur.’

Om de een of andere redenen komt Michael niet, net als de andere gasten op Tug of War, in maart 1981 naar Montserrat. In plaats daarvan gaat hij Paul twee maanden later opzoeken in Soho.
‘We zaten samen op de bovenste verdieping van ons kantoor in Londen’, vertelt Paul acht jaar later. ‘Ik nam mijn gitaar en ‘Say, Say, Say’ kwam er uit. […] Michael hielp vooral met de tekst. Michael is meer een zanger dan een schrijver.’
De volgende dag werken ze verder bij Paul thuis, in Sussex, waar ze de basis van een tweede nummer componeren: ‘The Man’.

Met George Martin als producer, worden basistracks voor beide nummers opgenomen in de Londense A.I.R. Studios. Eigenlijk zijn het meer demo’s: enkel akoestische gitaar en zang.

Na afloop keert Michael terug naar Los Angeles voor de Triumph tournee met zijn broers. Paul schaaft verder aan de opnamen voor Tug of War.

Pas wanneer die plaat in de winkels ligt, wordt de samenwerking hernomen. Van 14 tot 16 april 1982 is Paul in Los Angeles om er, in de Westlake Studios, een song op te nemen voor de opvolger van Off The Wall. Niet toevallig is dit duet het allereerste nummer van Thriller dat op band wordt gezet.
Jackson toont zich erg enthousiast: ‘Van al mijn opnamen als solo-artiest, heb ik de beste herinneringen aan ‘The Girl Is Mine’. Werken met Paul McCartney was opwindend en we hadden gewoon erg veel pret. We plaagden mekaar: met dingen gooien en grapjes maken. We namen het grotendeels live op: instrumenten en zang gelijktijdig.’
Het nummer is door Michael alleen geschreven, naar een idee van zijn producer Quincy Jones, over twee mannen die ruziën om een vrouw. Het wat zoetsappige liedje is duidelijk bedoeld om een doorbraak bij het blanke publiek te vergemakkelijken. Het verschijnt dan ook in het najaar van 1982 als eerste single van de elpee en bereikt zijn doel: 1 in de R&B singles lijst. Maar veel belangrijker nog: een tweede plaats in Billboard Hot 100.

* * *

Inmiddels is Paul zelf ook begonnen aan de opvolger van zijn succesplaat.
In het najaar van 1982 werkt het team van Tug of War in Pauls huisstudio in Sussex en in de A.I.R. Studio in Londen. Met George Martin als producer en Geoff Emerick als geluidstechnicus, bespeelt Paul zowat alle instrumenten zelf. Occasioneel doen ze beroep op een gastdrummer als Ringo Starr of Dave Mattack. Eric Stewart van 10cc draagt wat gitaar bij, maar vooral backing vocals (zijn kenmerkende stijl waarbij hij laag na laag backing vocals aanbrengt is alom tegenwoordig op de plaat).

Jammer genoeg heeft hij echter af te rekenen met een gebrek aan inspiratie. Heeft hij teveel tijd en energie gestoken in het voorbereiden van de film Give My Regards to Broadstreet (onwaarschijnlijk) of heeft zijn muze hem gewoon in de steek gelaten? ‘So Bad’, ‘The Other Me’ en ‘Through Our Love’ zijn niet bepaald meesterwerken en ‘Tug Of Peace’ is vulsel. Om aan voldoende songs te komen worden wat restopnamen van de Montserrat sessies bovengehaald.
Enkel wanneer hij wordt uitgedaagd slaagt Paul er in boven de middelmaat uit te stijgen. De Liverpoolse schrijver George Melly kwam met het idee om een song te schrijven waarin het begrip wereldvrede wordt uitgelegd aan kinderen. Daarop komt Paul met ‘Pipes of Peace’.
Oorspronkelijk wou hij het nummer opbouwen rond fluiten van overal ter wereld. Het blijkt echter moeilijk om een muzikant te vinden die bijvoorbeeld de shehnai (een Indische hobo) kan bespelen. Inmiddels is wel een basistrack opgenomen met een tablaspeler James Kippen. George Martin komt met een filmscore achtige intro en voor de backing vocals wordt beroep gedaan op een kinderkoor.

Heel veel tijd is er echter niet. Na zes weken gaat Hug Fo’ Love (of, andere werktitel: Tug Of War II) voor een jaartje de kast in, want vanaf november gaat alle aandacht naar Pauls filmproject. Maar daarover later meer.

* * *

Begin februari 1983 is Michael Jackson opnieuw te gast bij Paul thuis, om de beide songs waaraan ze een jaar eerder begonnen zijn, af te werken. Voor ‘Say Say Say’ heeft Michael, tijdens de opnamen van Thriller, een demo uitgewerkt met zijn muzikanten. Paul is zo onder de indruk dat deze opname, na het inzingen en afwerken, op de plaat terecht komt.

Jacksons plannetje heeft inmiddels vruchten afgeworpen: muziekzender MTV is overstag gegaan en draait voor het eerst een clipje van een zwarte artiest: ‘Billy Jean’. De single voert overal ter wereld de hitlijsten aan en de kassa rinkelt in huize Jackson.
De 24-jarige zanger vraagt zijn 20-jaar oudere collega om advies. Paul gaat daar graag op in: ‘Ik zei: Je verdient nu goed geld. Je bent een ster. Om te beginnen: zoek iemand die je kan vertrouwen om je geld te beheren. Wacht daar niet mee, want voor je het weet is het verdwenen. Dat is zovelen in de showbusiness al overkomen.
Dan: maak videoclips en zorg dat je er de rechten over behoudt. […]
En ten derde: denk eens na over de mogelijkheid om te investeren in muziekbeheer.’
Ter illustratie toont Paul hem een dik boek, waarin alle songs zijn afgedrukt waarvan hij de rechten heeft opgekocht. Alles van Buddy Holly bijvoorbeeld. ‘Zo verdien je gemakkelijk geld’, legt hij uit. ‘Telkens één van deze songs op de radio wordt gedraaid, of iemand het ergens live brengt, rinkelt mijn kassa.’

Michael luistert aandachtig. Bij zijn terugkeer in Los Angeles geeft hij zijn manager de opdracht om uit te kijken naar songcatalogi op de markt. Zijn eerste aankoop zijn de composities van Sly Stewart van Sly and the Family Stone.
Maar anderhalf jaar later biedt zich onverwacht een kans aan, wanneer Holmes à Court de catalogus van ATV Music op de markt brengt. De Australische zakenman heeft de muziekuitgeverij pas twee jaar eerder opgekocht voor zo’n 20 miljoen pond. Maar nu vindt hij het tijd om de belegging te laten renderen. De kroonjuwelen tussen de vierduizend songs van ATV zijn de 256 nummers van The Beatles die zijn geregistreerd bij Northern Song.
Michael moet en zal die hebben. Branca voert een jaar lang onderhandelingen en weet in november 1985 de vette vis binnen te halen voor 47,5 miljoen dollar.

* * *

Na het afronden van de filmopnamen, herneemt Paul het werk aan Pipes Of Peace. In juni 1983 werkt hij met George Martin de tracks af, in diens A.I.R. Studio in Londen. Het opzet is om een dramatisch geheel te brengen door de songs te linken met geluidseffecten en overgangsstukjes. Maar dat idee verdwijnt al snel in de prullenmand.

* * *

Op 3 oktober 1983 ligt de ‘Say, Say, Say’/’Ode To A Koala Bear’ bij de platenboer. Zoals te doen gebruikelijk in de jaren tachtig zijn er zowel een single- als een 12” versie. Het b-kantje – een niemendalletje van Paul uit december ’80 – is exclusief voor deze uitgave. Op de 12” versie staat bovendien nog een instrumentale remix ‘Say Say Say’. Deze remix is, net als de lange versie, onder handen genomen door John Jellybean Benitez.

Begin oktober zijn Paul en Linda vier dagen in Los Alamos, Californië om er een videoclipje te draaien voor het nummer. Vanzelfsprekend is Michael er ook bij, samen met zijn zus La Toya Jackson en de acteur Harry Dean Stanton. Voor het eerst zit er in een muziekclipje een verhaallijn en het is dan ook het eerste waarin dialoog voorkomt. Het geheel ziet er prachtig uit en dat mag ook wel voor een budget van een half miljoen dollar.

Maar het rendeert: het duet met Michael Jackson is met 26 de hoogste nieuwe binnenkomer in de Amerikaanse top 100 sinds Lennons ‘Imagine’ in 1971. ‘Say, Say, Say’ bereikt snel de top en behoudt die positie gedurende zes weken.
In Engeland loopt de verkoop niet zo vlot. Paul is niet tevreden over de klank bij het promofilmpje, waardoor het even duurt eer het op de Britse TV te zien is. Wanneer na drie weken eindelijk klaar is, is het plaatje echter al gezakt in de hitlijst. De samensteller van het BBC programma Top Of the Pops, beslist daarom om het zelfs niet uit te zenden.
Gelukkig vertoont het concurrerende The Tube het de volgende dag wel, waarna de verkoop onmiddellijk weer aangezwengeld wordt. De volgende week stijgt de single van 14 naar 3 en een week later bereikt het als hoogste notering alsnog een tweede plaats.

Als tweede single wordt gekozen voor het titelnummer, met de ode aan Macca en Linda’s zoontje James als b-kant. In de Verenigde Staten kiest men er echter voor om de single om te draaien, zodat ‘So Bad’ er een (bescheiden) hit wordt.

Ter ondersteuning van ‘Pipes of Peace’, wordt begin december 1983 in Chobham Common, Surrey, een videoclip opgenomen onder leiding van regisseur Hugh Symonds. Het thema is een historische gebeurtenis uit de Eerste Wereldoorlog: op Kerstdag 1914 verbroederden soldaten van beide kanten, één dag lang, tijdens een staakt-het-vuren. De scene wordt nagespeeld met een 200-tal figuranten.
Paul – met een zeer kort geknipt kapsel – speelt de dubbelrol: zowel een Britse als een Duitse soldaat.

De £ 200.000 kostende clip is goed voor een Brit Award als beste videoclip van 1983 en helpt het nummer aan een eerste plaats in de Britse hitparade.
Het is meteen ook de laatste single van Paul McCartney die de top van Britse hitlijst bereikt, net als ‘Say Say Say’ dat de laatste was in de Amerikaanse lijsten.

Ondanks de beide hitsingles valt de verkoop van de elpee Pipes Of Peace wat tegen: 15 in de VS en 4 in Engeland. De critici reageren over het algemeen dan ook minder enthousiast dan over Tug Of War. Hoewel het muzikaal allemaal wel snor zit, laat vooral de kwaliteit van de teksten veel te wensen over, menen ze. De productie is top, de muziek klinkt inderdaad wat meer als jaren tachtig funk en rock, met de kenmerkende drumsound. Maar het niveau van een aantal songs laat vooral tekstueel wat te wensen over. Met ‘But something took hold of me/And I acted like a dustbin lid’ (!?) als absoluut dieptepunt.
Ook ‘Sweetest Little Show’, een boodschap aan zichzelf dat hij boven de kritiek moet staan, is ronduit gênant.

‘You’ve been around a long time
But you’re still good for a while
And if they try to criticize you
Make them smile, make them smile.’

* * *

‘The Man’, het tweede duet met Michael Jackson staat gepland als derde single. Het videoclipje is zelfs al klaar. Maar dan worden Paul en Linda, tijdens een vakantie in de Caraïben, weer betrapt op het bezit van cannabis. Op 16 januari 1984, dag op dag vier jaar na de arrestatie in Japan, pleiten ze schuldig voor de rechtbank in Barbados.
Wanneer ze drie dagen later arriveren op het vliegveld van Heathrow, treft de douane bovendien opnieuw marihuana aan in een filmkokertje van Linda.

Profiterend van de belangstelling waarvan Paul op het ogenblik “geniet”, publiceert de Britse roddelkrant The Sun, in vier dagelijkse afleveringen een lang artikel van Denny Laine over zijn leven bij de McCartney’s, waarbij de klemtoon ligt op hun “gierige” levensstijl..

Om Michael Jackson niet te betrekken in die negatieve publiciteit besluit Paul ‘The Man’ niet uit te brengen op single. Ook de videoclip wordt nooit uitgezonden en de b-kant ‘Blackpool’ is schijnbaar voorgoed verdwenen in Macca’s archief.

De opsomming van records in het Guiness Book of Records was, achteraf gezien, een teken aan de wand. Voor wie de absolute top bereikt rest er slechts één optie: naar beneden. De zeven magere jaren staan voor de deur voor Paul McCartney.

Deel 15 – Paul McCartney – Tug of War

Opgenomen:

31oktober tot 18 december 1980 in A.I.R. Studios, Londen

3 februari tot 1 maart 1981 in A.I.R. Studios, Montserrat

maart en september tot november 1981 in A.I.R. Studios, Londen

Uitgebracht:

29 maart 1982: ‘Ebony and Ivory (solo versie)’en ‘Rainclouds’ als b-kant van single ‘Ebony and Ivory’ van Paul McCartney & Stevie Wonder

26 april 1982: elpee Tug of War van Paul McCartney

Kant 1: ‘Tug of War, ‘Take It Away,’ Somebody Who Cares’, ‘What’s That You’re Doing’, ‘Here Today’

Kant 2: ‘Ballroom Dancing’, ‘The Pound Is Sinking’, ‘Wanderlust’, ‘Get It’, ‘Be What You See’, ‘Dress Me Up As A Robber’, ‘Ebony and Ivory’.

21 juni 1982 : ’I’ll Give You A Ring’ als b-kant van single ‘Take It Away’ van Paul McCartney

3 oktober 1983: ‘Ode to a Koala Bear’ als b-kant van single ‘Say Say Say’ van Paul McCartney & Michael Jackson

31 oktober 1983: ‘Average Person’, ‘Keep Under Cover’, ‘Sweetest Little Show’ en ‘Hey Hey’ op elpee Pipes of Peace van Paul McCartney

12 november 1984: ‘We All Stand Together’ en ‘We All Stand Together (Humming Version)’ als single van Paul McCartney and the Frog Chorus

Exit Wings

Het blijft natuurlijk arrogant – en zelfs gewoonweg dom – van Paul om, op weg naar Tokio, een voorraadje hash in zijn valies te stoppen. Vooral omdat hem eerder al de toegang tot Japan was ontzegd omwille van drugsbezit. Een mogelijke verklaring voor zijn gedrag bij de aanvang van de eerste tournee van Wings door het land van de rijzende zon, is dat hij – misschien onbewust – van zijn begeleidingsband af wou. Het was immers tijd om het hoofdstuk van zijn carrière af te sluiten.

Tekenend is deze anekdote, een maand voor de arrestatie.
Op 29 november 1979 speelt Wings in het Apollo Theatre van Manchester. Na afloop vertelt drummer Steve Holly aan Paul hoe fantastisch hij het vond. Diens antwoord verrast hem echter: ‘It sucked!’

‘Paul haatte die hele tour,’ weet Holly. ‘Hij vond elk optreden slecht. Al na een paar shows had ik de indruk dat hij er van af wou zijn. Muzikaal waren ook problemen met een paar bandleden. […] Misschien hadden we te weinig gerepeteerd. Ik weet dat Paul flink onder druk stond.’

In 2001 verklaart Macca: ‘Het was niet leuk meer. De arrestatie was een soort van bevestiging. Ik had zoiets van: waarom doe ik dit nog? De band was kwaad op me, omdat ze door mij een serieus pak geld misliepen.’

Toch probeert hij nog even om met Wings verder te gaan. Einde juni 1980 beginnen repetities voor een eventuele verder zetting van de tour. In een oud concertgebouw bij Tenterton in Kent, worden daarbij ook enkele nieuwe songs uitgeprobeerd: ‘Ballroom Dancing’, ‘Call Of Nature’ en ‘Angry’.

Na twee weken repeteren, trekken Paul en Linda met de gitarist Laurence Juber naar Nice. In het nabijgelegen Bear Les Alpes gaan ze Ringo een handje helpen bij het opnemen van zijn volgende elpee Can’t Fight Lightning.

De opnamen duren tien dagen.

‘Dat was fijn,’ grinnikt Juber, ‘want we zaten in het zuiden van Frankrijk. Het was zomer en ik herinner me dat ik daar zat, een akoestische gitaar op schoot, Paul en Ringo naast me. Ik dacht: Yeah! Het was fantastisch. Lloyd Green was er om pedal steel te spelen – dat was ook al cool. Die sessies gingen vlotjes. De muziek was ook niet moeilijk. Een nummer per dag. We namen er ook iets van Linda op: ‘Love’s Full Glory’…

En ‘You Can’t Fight Lightning’ van Ringo. Dat was … vreemd. Ringo speelde op een van mijn gitaeren en hij sneed zich daarbij in zijn vinger. Je kunt zijn bloed nog steeds zien in mijn gitaar. Er zit Beatles-bloed in! (lacht)’

In augustus genieten de McCartneys van een maand lange vakantie in de Caraïben. Na afloop neemt Paul een twintigtal demo’s op van mogelijke kandidaten voor zijn volgende elpee.

Wanneer hij hoort dat John, na vijf jaar stilte, opnieuw in de studio aan het werk is, belt hij hem op, om hem voor te stellen iets samen te doen. Maar hij krijgt Yoko aan de telefoon. Ze weigert John te roepen en vertelt hem zelfs niet dat Paul heeft gebeld. Volgens producer Jack Douglas had John nochtans laten verstaan dat hij een hernieuwde samenwerking met Paul wel zag zitten.

Begin oktober worden de repetities hervat in Tenterton, Kent. Dit keer ligt de klemtoon op de nieuwe songs, als voorbereiding voor opnamen. Maar het wil maar niet vlotten. Volgens Juber ligt dat aan het materiaal: ‘Het probleem was dat Paul een andere richting uitging, iets dat zou leiden tot Tug of War en Pipes of Peace.  Het waren geen nummers voor een rockband. Die twee platen kun je dan ook geen rockplaten noemen. Nummers als ‘Ballroom Dancing’ en ‘Average Person’ zijn iets heel anders – volwassener. Het is materiaal voor een artiest die een solocarrière begint, wiens kinderen naar school gaan en die weg is getrokken uit Londen. Na de dood van John – hetgeen zeker heeft meegespeeld – heeft Paul niet meer getourd tot 1989.’

Kortom: Paul heeft geen band meer nodig.

Rupert Bear

Geen van de andere Wingsleden is dan ook uitgenodigd, wanneer Paul, op 28 oktober 1980, voor het eerst sinds acht jaar, opnieuw samenwerkt met George Martin. De opnamen vinden plaats in de Londense A.I.R. Studios. Paul heeft de ervaren producer er bij gevraagd omdat hij een grootse productie voor ogen heeft: de soundtrack voor een tekenfilm rond het stripfiguurtje Rupert Bear (bij ons gekend als Bruintje Beer).

‘Als kind las ik de jaaruitgaven van Rupert. Die kreeg ik als Kerstcadeautje. Voor- en achteraan stonden er grote, bladvullende tekeningen. Op een daarvan stond een kikkerkoor, met een kikker als dirigent. Ik hield vooral van details, zoals een kikker met een viool. Dan vroeg ik mij af: wat voor muziek zouden zij spelen? Dat was het uitgangspunt voor ‘Rupert and the Frog Song’. Ik dacht: we hebben een fluit, een viool, een koor, iemand geeft de maat aan. Laten we daar wat muziek voor schrijven. Dus ging ik uit van de tekening en beelde me in hoe dat zou klinken. Zodra we dat hadden, begonnen we aan het tekenfilmpje.’

Voor de opnamen doet hij beroep op The King’s Singers en het St. Paul’s Boys Choir .

Paul neemt Geoff Dunbar onder de arm om hem te helpen bij het maken van een tekenfilm rond Rupert Bear. Dunbar heeft in 1974 zijn eerste film gemaakt, Lautrec, over de schilder Henri Toulouse-Lautrec. Daarvoor kreeg hij de Gouden Palm op het Film Festival van Cannes. Ook zijn tweede film, Ubu (1979) over het toneelstuk van Alfred Jarry Ubu Roi viel in de prijzen: de Gouden Beer op het festival van Berlijn.

‘Oorspronkelijk was Rupert and the Frog Song een vingeroefening voor een langspeelfilm’, verklapt Dunbar. ‘Het was niet de bedoeling om die uit te brengen. Het was een probeersel om de mogelijkheden af te tasten. Maar het geheel bleek zo geslaagd, dat het op zichzelf kon staan.’

Wings?

Tijdens de samenwerking bespreken Paul en George de mogelijkheden om samen te werken aan de nieuwe elpee van Wings. George beluistert de demo’s en vindt dat er heel wat goede nummers tussen zitten, maar andere vindt hij maar niets. Hij suggereert dat Paul nog wat sterke nummers bij schrijft.

Wanneer Paul zijn twijfels uit over de huidige samenstelling van de band, komt de producer met een voorstel: ‘Waarom niet kiezen om samen te werken met je helden, in plaats van met de vaste muzikanten van je eigen groep? Stel een lijstje op van muzikanten waarmee je graag eens iets zou willen doen. Dan nodigen we die uit en gebruiken dat als basis voor de nieuwe elpee.’

De opnamen beginnen op vrijdag 28 november in de Londense A.I.R. Studio. George Martin leidt de sessies, maar springt ook in als pianist. Geoff Emerick, de geluidstechnicus van The Beatles, staat in voor de techniek. Denny is present, maar de andere Wingsleden zijn niet uitgenodigd.

Het trio legt basistracks vast van ‘Ballroom Dancing’, ‘Keep Under Cover’, ‘Rainclouds’, ‘Ode to a Koala Bear’, ‘Tug of War’ en ‘Wanderlust’.

Op zondag 7 december beginnen de opnamen van ‘Ballroom Dancing’. George Martin heeft een arrangement uitwerkt, op basis van Pauls demo. Ook bij ‘Keep Under Cover’ heeft Martin een serieuze vinger in de pap: hij adviseert om het nummer helemaal te herwerken ten opzichte van de eerdere demo en opname met Wings. Voor de basistracks van beide nummers bespeelt Paul alle instrumenten. Dennys rol is beperkt tot wat gitaarspel.

De volgende dag werken ze verder aan ‘Keep Under Cover’ en beginnen aan ‘Rainclouds’ en ‘Ode to a Koala Bear’.

Dinsdag staat het afwerken van ‘Rainclouds’ op het programma. Paddy Moloney van the Chieftains is hiervoor uitgenodigd om Ierse doedelzak toe te voegen.

Maar om 8:30, terwijl Linda de kinderen naar school brengt, krijgt Paul een bericht van Yoko: John is doodgeschoten.

Hij is in schok. Trillend belt hij naar zijn broer, om hem het nieuw te melden.

Wanneer Linda terugkeert, is het huis reeds belegerd door de pers.

Tegen de middag verlaat laat Paul zich naar de studio in Londen brengen, waar hij heeft afgesproken met Denny Laine en George Martin.

Geoff Emerick vertelt: ‘Wanneer ik arriveerde bij AIR, was het gebouw omsingeld door een horde schreeuwende journalisten en TV-ploegen. (…) Na een tijdje kwam George Martin binnen. ‘Wat een tragedie’ was het enige dat hij kon uitbrengen. (…) Even later kwam ook Paul aan, ingetogen, in gedachten verzonken. (…) Een hele tijd stonden we bij elkaar, verdoofd, de impact te bespreken die John Winston Ono Lennon had gehad op onze levens. …

Na een tijdje viel eer en oncomfortabele stilte. Het enige wat we konden doen, leek ons, was aan het werk te gaan.’

‘Paul zag er slecht uit,’ herinnert Paddy Moloney zich:’ Hij zag er verbijsterd uit. Hij zei dat het tragisch was en zinloos. (…) We praatten over John. Ik herinner me dat Linda binnenkwam en je zag dat ze gehuild had. Het was zeer emotioneel. (…) Ik denk dat, tegen het einde van de sessie het nog niet echt was doorgedrongen, dat John echt dood was. Voor altijd verdwenen. Ik ben er zeker van dat het een paar dagen duurde voor we dat beseften.‘

‘Paddy deed zijn werk snel en efficiënt. Dan, na Paul onhandig te hebben omhelsd, vertrok hij naar de luchthaven. Hij zag er verloren uit.’

Van uit de studio belt Paul nog eens naar Yoko.

Wanneer hij ’s avonds de veilige omgeving van de studio verlaat, weet hij tegen de journalisten niets anders te vertellen dan “Het is belachelijk, niet?’ Een uitspraak die hem door een bepaalde pers erg kwalijk wordt genomen.

Na een onderbreking van een paar dagen, worden de sessies de volgende zondag hervat. Drummer Adrian Sheppard is uitgenodigd om de basistrack vast te leggen van ‘Wanderlust’. Ook aan ‘Ballroom dancing’ wordt verder gewerkt.

Dinsdag staat ‘Tug Of War’ op het programma. Donderdag wordt daaraan verder gewerkt, waarbij Campbell Maloney van de Campbeltown Pipe Band (die van ‘Mull of Kintyre’) een bijdrage levert op snaredrums.

Ook wordt een demo gemaakt van ‘Ebony and Ivory’.

Na een onderbreking voor de Kerstperiode, doet Paul weer beroep op Wings. Hij wil het Cold Cuts project nog een tweede kans geven. De nummers worden hier en daar nog wat bijgewerkt. De solo-tracks van Denny en Linda worden aan de kant gezet en enkele recente outtakes van Paul komen in de plaats: ‘Robber’s Ball’ en ‘Cage’.

Kant 1: ‘A Love For You’, ‘My Carnival’, ‘Waterspout’, ‘Mama’s Little Girl’, Night Out’, ‘Robber’s Ball’

Kant 2: ‘Cage’, ‘Did We Meet Somewhere Before?’, ‘Hey Diddle’, ‘Tragedy’, ‘Best Friend (Live), ‘Same Time Next Year’.

Misschien dat na de recente samenwerking met Ringo en George Martin, maar vooral door de plotse dood van John, Paul het contact met George Harrison wil herstellen. Feit is dat hij zijn oude makker opbelt met de vraag of hij een gitaarsolo wil toevoegen aan een van zijn tracks: ‘Wanderlust’. George zegt toe.

Dus trekken Paul en Linda, met Denny Laine, George Martin en Geoff Emerick naar Henley-on-Thames. Daar aangekomen stelt George voor om eerst de backing vocals van een van zijn nummers in te zingen. ‘All Those Years Ago’ is geschreven ter nagedachtenis van John. Wanneer Paul, Linda en Denny de klus hebben geklaard, verklaart George dat het te laat is geworden om nog aan Pauls track te werken.

Tot zover de samenwerking.

A.I.R. Studios, Montserrat

Op voorstel van George Martin worden de sessies verplaatst naar een andere omgeving, ver weg van alles. Op Montserrat, een klein vulkanisch eiland in de Caribische Zee, heeft zijn firma Associated Independent Recording een splinternieuwe studio gebouwd.

Op 1 februari 1981 landen Paul en Linda met hun kinderen op het eiland, waar ze verblijven in het huis van George Martin en zijn vrouw. Enkel een paar roadies en Denny Laine zijn mee uitgenodigd.

Laurence Juber en Steve Holly begrijpen dat hun rol is uitgespeeld en stappen uit de band. ‘Ik dacht: dit loopt ten einde,’ blikt Juber in mei 2003 terug. ‘George Martin wou geen Wings plaat maken. Hij wou een McCartney plaat.

Er waren zeker geen plannen meer voor een tournee. Ik had de indruk dat Paul en Linda dat soort druk niet meer wilden voor hun familie. Het was een gevoel van: dit is een nieuw decennium, anders en beter.

Iedere Wings plaat had een soort van eigen identiteit – ook al door de steeds wisselende bezetting. Maar we waren op een punt gekomen dat het geen kant meer uitkon. Vooral George Martin had dat gevoel. Wij allemaal trouwens ook wel. ‘

Ik begon plannen te maken voor een verhuis naar New York. In feite vertrok ik begin februari 1981 naar New York. Wings werd officieel ontbonden in april 1981, maar toen was ik al weg, vermits er ik niets meer te doen had.‘

Eigenlijk is ook Linda, in deze fase, niet meer erg betrokken bij de muziek van Paul. Zij gaat liever paardrijden in de paradijselijke omgeving, of werkt aan eigen songs op een oude Wurlitzer piano.

De eerste gast is Dave Mattack, drummer bij onder andere Fairport Convention. Na een dagje jammen, werken Paul, Denny en George met hem gedurende drie dagen aan evenveel songs: ‘Dress Me Up As A Robber’, ‘The Pound Is Sinking’ en ‘Hear Me Lover’.

Zondagavond arriveren twee nieuwe gasten: jazzbassist Stanley Clarke komt overgevlogen uit Philadelphia en top sessiedrummer Steve Gadd (‘50 Ways to Leave Your Lover’ en ‘Aja’) uit New York. Terwijl hij op hen wacht, schrijft Paul een nieuw nummer. ‘Die zondagnamiddag zat ik buiten. Ik nam mijn gitaar erbij en zocht een rustig plekje op. […] Ik dacht dat het wel leuk zou zijn om met iets fris tevoorschijn te komen. Dus schreef ik [‘Somebody Who Cares’].’

Na het gebruikelijke jammen, wordt dat nummer dan ook vereeuwigd door het drietal. Clarke is zeer enthousiast over de samenwerking met zijn collega-bassist: ‘Hij is een fantastische muzikant. Van alle opnamen waarbij ik betrokken was, is dat een van de meest memorabele. We vlogen naar dat eiland en ik verbleef daar een paar dagen bij Paul. We hadden er de grootste lol. Hij speelt zeer melodisch. Melodieën kosten hem geen enkele moeite. Geen wonder dat hij op zo’n manier bas speelt. Hij hoeft er niet bij na te denken. Hij is een schrijver die ook zingt. Daardoor speelt hij ook zo melodieus op de bas.’

De volgende dag gebruikt McCartney weer een beproefde methode: hij verwerkt twee van de tracks die eerder met Dave Mattacks zijn opgenomen, tot één geheel. Mike Stravou, assistent van de opnametechnicus Geoff Emerick vertelt dat hij zag hoe George Martin de tapes van ‘The Pound is Sinking’ en ‘Hear Me Lover’ met een scheermesje doorsneed en ze daarna weer aan elkaar kleefde. De overgang werd vervolgens gemaskeerd met wat overdubs van Stanley Clark op bas en Denny Laine op akoestische gitaar. Paul zal zelf de track nog verder bijkleuren met allerhande instrumenten.

‘Hey Hey’ komt dan weer voort uit een jam. Hoewel Clarke toch niet de minste is, is hij toch heel trots wanneer hij later merkt naast Paul McCartney te zijn vermeld als mede-auteur voor die track.

Payl, Dave en Richard

Vrijdag vliegt Clarke weer naar huis, maar Mattacks blijft nog enkele dagen langer. Hij wil graag Ringo Starr ontmoeten. Die heeft net zijn elpee Can’t Fight Lightning afgewerkt en komt op zondag overgevlogen uit Los Angeles. Hij brengt niet alleen zijn verloofde Barbara mee, maar ook zijn favoriete drumstel.

Met beide drummers, plus George Martin op elektrische piano, werkt Paul gedurende drie dagen aan ‘Take It Away’.

Daarenboven voegt Ringo ook drums toe aan de demoversie van ‘Average Person’. Die gebruikt Paul als basis voor de track waarop hij, in zijn eentje voort breidt.

Op donderdag 19 februari vertrekken Ringo en Barbara weer naar Los Angeles.

Vrijdag is een gedwongen rustdag: Paul heeft een oorinfectie opgelopen bij het zwemmen.

Gelukkig gaat het zaterdags al weer beter, wanneer Carl Perkins landt.

‘Ik wou absoluut spelen met Carl Perkins,’ verklapt Paul. ‘Ik bewonderde hem al als kind. Zijn songs waren mijn eerste kennismaking met de blues. ‘Blue Suede Shoes’ en zo. We hadden niet een bepaald nummer in gedachten. Ik belde hem gewoon en vroeg of hij interesse had. Hij zei: ‘Tuurlijk Paul’ en kwam naar Montserrat. Gewoon in zijn eentje, zonder entourage. Stapte ‘s avonds laat van het vliegtuig, met alleen zijn gitaar.’

De volgende dag betoont Carl zich behoorlijk onder de indruk van het eiland. Na wat op verkenning te zijn gegaan, gaat hij Paul en George opzoeken in de studio. ‘Hij zei: ‘Paul, toen ik wakker werd deze ochtend, dacht ik dat ik gestorven was en in de hemel was terechtgekomen. Het is hier zo mooi en rustig.

Ondertussen had ik ‘Get It’ geschreven. Dat was een fijne opname. Het doet mij altijd denken aan Laurel en Hardy. Die zouden er wel een danspasje bij verzinnen.

Denny Laine is er ondertussen niet meer bij. Op een weinig subtiele manier heeft hij van een lokale barman vernomen dat zijn vrouw Jo Jo de vorige week ook op het eiland aanwezig was. Ze was bovendien niet alleen: er was een jongeman in haar gezelschap: de zanger John Townley.

Jo Jo Laine verklaart: “[Pauls manager] Alan Crowder belde me, om me te berispen. ‘Ondeugende meid, je man is er kapot van. Hij wist niet eens dat je met die kerel was, laat staan dat je in Montserrat was samen met hem.’ Ik antwoordde: ‘Het kan me niet schelen wat jij denkt. Ik mocht niet mee naar Montserrat met jullie. John nodigde me wel uit en ik ben tot over mijn oren verliefd op hem. Daar heb jij niets mee te maken en Paul of Linda ook niet.’

Denny begreep de boodschap. Hij wist dat ons huwelijk voorbij was. Tot dan toe had ik mijn affaires altijd stiekem gedaan, maar ik wou niet langer liegen. Hij gaf Paul en Linda de schuld: hadden ze me meegenomen, dan was ik niet met een andere gegaan.“

In een poging om zijn huwelijk te redden vliegt Denny hals-over-kop naar Engeland.

Paul en Carl

Op dinsdag werken Paul en Carl aan ‘Get It’. Paul heeft het nummer

Paul heeft daarover een mooie anekdote. ‘Toen we in Montserrat aan het opnemen waren, kwam er een bevriend muzikant op bezoek. De man maakte een wereldreis met zijn yacht – wellicht ook een beetje om aan de fiscus te ontsnappen, denk ik [lacht]. Hij nodigde ons uit op zijn boot. De British bemanning bracht ons aan boord van het kraaknette schip. Carl was onder de indruk van het buffet en de champagne en de hele aankleding. Hij kwam naar me toe en fluisterde: “Paul, waar ik vandaan kom noemen ze zoiets ‘kakken in het rijpe katoen’. Ik vind het een prachtuitdrukking. Toen we die avond ‘Get It’ opnamen, moesten ik er weer aan denken. Daarom zijn we zo aan het lachen. Dat hoor je aan het einde van het nummer. We moesten dat stuk er uitknippen, want het zou anders nooit op de radio worden gedraaid.’

De rockabillygitarist heeft zo genoten van zijn verblijf op het eiland en de ontvangst van Paul dat hij, de avond voor zijn vertrek een speciaal nummer schrijft: ‘My Old Friend’. De volgende ochtend speelt hij het voor Paul.

‘Na de laatste noten, merkte ik dat Paul aan het huilen was,’ verklapt Carl. ‘De tranen liepen echt over zijn wangen.’ Paul gaat even naar buiten, maar Linda komt naar Carl toe om hem te bedanken.

De zanger verontschuldigt zich, maar Linda legt uit: ‘Hij huilt en dat is goed. Hij heeft zich tot nu toe sterk gehouden, na wat is gebeurd met John.’ Ze sloeg haar arm om me heen en vroeg: ‘Maar hoe wist je het?’ Ik vroeg: wat dan? En zij zei: ‘Slechts twee mensen weten wat John Lennon tegen Paul heft gezegd, de laatste keer dat ze samen waren. Maar nu zijn het er drie en jij bent er één van. Ik zei: Ik krijg hier kippenvel van. Wat bedoel je? Toen legde ze uit dat John Lennon, in de hall van zijn appartement in het Dakota gebouw, hem omarmd had en gezegd: ‘Denk af en toe nog eens aan me, oude vriend.’

McCartney had het gevoel dat Lennon me dat nummer had gezonden. Dat meent hij echt.’

Samen nemen ze het nummer op. Maar ze besluiten het privé te houden. Pas in 1996, werkt Paul het af en komt het terecht op Carls laatste elpee Go Cat Go.

De dag na het afscheid van Perkins verschijnt de laatste gast: Stevie Wonder.

Met hem wil Paul een toepasselijk duet opnemen: ‘Ebony And Ivory’.

‘We begonnen met een ritmebox,’ vertelt Paul, ‘een van de allereerste Lynn drum machines. [Stevie] bracht er een mee naar Montserrat. (…) Nadat we hiermee een basis hadden vastgelegd, deed Stevie de drums en daarna zongen we het in.’

‘Iedereen was onder de indruk was van Stevies drumspel,‘ vult geluidstechnicus Mike Stavrou aan, doelend op het feit dat de man blind is. ‘Toen we de microfoons klaarzetten voor het drumstel – en dat waren erg dure spullen, die microfoons – zei hij iets erg grappigs. Vlak voor hij begon te spelen, zei hij: Je kunt niet geloven hoeveel van die UB87’s ik al kapot geslagen heb. In de controleruimte keek iedereen in paniek naar mekaar. Maar natuurlijk sloeg hij niet één keer mis.’

Paul wil niet onderdoen en doet extra zijn best om met een erg melodieus basspel te komen.

De derde opnamedag ontspannen de beide heren zich met wat gezamenlijk jammen. Stevie komt daarbij met een veelbelovende riff op zijn synthesizer. ‘… dus sprong ik achter het drumstel, want hij had al een baslijn op zijn toetsenbord. Ik wou hem niet voor de voeten lopen. Maar ik wou te zeer mijn best doen op het drumstel en hij vroeg me om het wat kalmer aan te doen. Ik was wat te druk. Dus beperkte ik me tot de bas en de snaredrum.’

Het is 7 uur in de ochtend wanneer ze besluiten er mee op te houden.

Het resultaat, het funky ‘What’s That You’re Doing?’ lijkt wel een verdwaalde Stevie Wonder track op een elpee van Paul McCartney.

Op 3 maart vliegen Paul en Linda weer naar Engeland.

Op eigen vleugels

Terug thuis werkt Paul nog enkele weken verder in de Londense AIR Studios.

Hij verwacht dat Denny Laine gewoon weer de draad zal oppikken. Maar op de afgesproken dag, komt ie niet opdagen.

Jo Jo Laine licht toe: “Die namiddag werd hij verwacht in de studio. Eerst belde [roadie] Trevor [Jones]en daarna John Hammel. Maar Denny zei: ‘Ik wil met niemand spreken.’

Uiteindelijk belde Paul zelf. Ik nam op en zei dat Denny niet aan de telefoon wou komen. Ik zei het heel beleefd, maar het deed me stiekem veel genoegen om Paul te kunnen afwijzen.

‘Hij heeft me gevraagd om jou net als alle anderen de boodschap te brengen dat hij eindelijk heft ingezien dat hij zijn familie kwijt is en alle kwaad is geschied. Van mij mag hij naar de studio komen, maar hij wil niet.’

‘Jij, lompe koe, Jo Jo,’ schreeuwde hij me toe. Maar ik antwoordde kalm: ‘Nee, lieverd, dit keer is het je eigen schuld.’ En ik hing op. ‘

Denny zelf verklaart achteraf dat hij om twee redenen uit Wings stapte: ‘Eén: voor het geld. En twee: omwille van mijn vrouw… Ze had het gevoel buitengesloten te worden. Paul maakte steeds kleine, onderhuidse opmerkingen: ‘Ik kan niet werken met mensen om me hee,’ zei hij, wanneer zij er bij was.

Linda is een stuk ouder dan Jo Jo en dat was het belangrijkste probleem. Jo Jo is ook veel extroverter en Linda wou meer zijn zoals zij. Ze was jaloers op haar.

Paul Wou haar uit de weg en dacht dat hij mij er een plezier mee deed. De weigering van Paul en Linda om Jo Jo mee te laten gaan naar Montserrat, kostte me waarschijnlijk mijn huwelijk. Ik dacht dat door uit Wings te stappen, Jo en ik meer tijd samen konden doorbrengen en dat we zo onze problemen konden wegwerken. Het heeft niet mogen zijn.’

Dus werkt Paul de volgende weken veel alleen. Enkel wanneer het nodig is, roept hij de hulp in van anderen. Zo verzorgt Adrian Brett de panfluit op ‘Somebody Who Cares’ en wordt ‘Wanderlust’ afgewerkt door The Philip Jones Brass Ensemble’. ‘Tug of War’ krijgt een 30 man sterk orkest van blazers en strijkers, onder leiding van violist Kenneth Sillito en ook ‘Keep Under Cover’ wordt afgewerkt met strijkers, in een arrangement van George Martin. ‘Take It Away’ krijgt blazers.

Op zaterdag 25 april 1981 deelt Paul officieel de split van Wings mee.

Denny Laines manager reageert onmiddellijk door te verklaren dat Denny zelf uit Wings is gestapt. ‘Er is geen ruzie of zo, maar Denny wil touren en Paul heeft beslist om, voor de nabije toekomst, geen plannen te maken voor Wings in die zin.’

Een jaar later blikt Paul terug: ‘Ik haat de druk die een groep met zich meebrengt…. In ieder geval was ik het concept beu en dacht: Ik wordt veertig en het hoeft voor mij niet meer. Waar staat geschreven dat ik in een groep moet zitten? Denny en ik waren in die periode samen beginnen schrijven. Hij zou blijven, maar we hadden wat wrijvingen. Niks ernstigs, maar hij besliste om op zijn eentje verder te gaan. Hij wou op tournee, zei hij toen… maar hij zit nog altijd thuis.’

Na de zomer hervat Paul het werk, samen met George Martin. Hij heeft een vervanger voor Denny gevonden in de figuur van Eric Stewart, de zanger, gitarist en pianist van 10cc. Het betreft vooral het inzingen van de backing vocals en hier en daar wat gitaaroverdubs.

In die periode voegt hij ook nog één nieuw nummer toe aan het stapeltje opnamen voor de nieuwe elpee. ‘Here Today’ is een persoonlijke herinnering aan zijn vermoorde vriend John Lennon. Hij brengt in een intieme versie met enkel een akoestische gitaar en een strijkkwartet à la ‘Yesterday’.

Tug of War

Einde maart 1982 – meer dan een jaar na de sessies op Montserrat – verschijnt pas de eerste single van Paul McCartney, na de split van Wings. ‘Ebony and Ivory’, het duet met Stevie Wonder, wordt een gigantische hit overal ter wereld – behalve in Zuid-Afrika waar het apartheidsregime de song op de, ahum, zwarte lijst zet. Zeven weken op 1 in de Verenigde Staten – even lang als ‘Hey Jude’! De plaat duikt er zelfs op in de ‘Rhythm and Blues’ lijst en de song wordt drie keer genomineerd voor een Grammy onderscheiding.

Hoewel het clipje uitziet alsof Paul en Stevie samen aan de piano zitten, bleek het onmogelijk op de agenda’s op mekaar aft e stemmen. Dus werden twee verschillende opnamen samen gemonteerd.

http://www.youtube.com/watch?v=CmALA8miQY8

Maar zoals dat gaat met liedjes die men teveel hoort: men raakt ze beu. Zie ook eerdere grote hits van Macca als ‘Mull of Kintyre’, ‘Silly Love Songs’ of… ‘Hey Jude’.

Nadat het uit de hitlijsten is verdwenen wordt het plaatje nauwelijks nog gedraaid en al snel wordt het geparodieerd. Toegegeven het wat zoeterige arrangement en het goody-goody sentiment lenen er zich toe. In mei 1982 brengen Joe Piscopo en Eddie Murphy het nummer op Saturday Night Live, als Frank Sinatra en Stevie Wonder.

http://www.youtube.com/watch?v=Crxcy5nmaec

De stap naar het lijstje van de meest gehate songs aller tijden is dan ook niet meer groot.

Op 26 april 1982 volgt de elpee Tug of War, in een prachtige hoes van Hipgnosis en Sinc., gebaseerd op een schilderij van Brian Clarke en een foto van Linda. Door vertragingen bij het mixen en de wil van zowel Paul als George om het zo goed mogelijk te doen, verschijnt de plaat meer dan zes maanden na de oorspronkelijk voorziene releasedatum.

De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. Velen kijken uit naar het resultaat van de hernieuwde samenwerking tussen Paul en de producer van The Beatles. Ook is men benieuwd of Paul een nummer zal weiden aan zijn vroege maat John Lennon.

Het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone, dat sinds het uit elkaar vallen van The Beatles de kant van Lennon had gekozen, maakt nu opeens een bocht van 180°. Stephen Holden geeft Tug of War het maximum van de punten en noemt het ronduit: ‘McCartney’s juweel’.

Dankzij de lovende recensies en de nummer 1 hit, komt Tug of War zowat overal aan de top van de hitlijsten. In de Britse hitparade komt het zowaar meteen op 1 binnen.

Tweede single is ‘Take It Away’, met ’I’ll Give You A Ring’.

Het clipje wordt tussen 18 juni en 23 juni 1982 opgenomen in de Elstree Film Studios in Hertfordshire (waar ook Help! En A Hard Day’s Night zijn gedraaid). Paul, die net veertig is geworden, krijgt er ook een verrassingsfeestje, compleet met een “kissogram”: een stripper die, ongevraagd, een speciale versie van ‘All You Need Is Love’ brengt. Naast Ringo Starr en Steve Gadd, herken je ook Linda, George Martin en Eric Stewart, plus de blazerssectie van the Q-Tips en de acteur John Hurt.

http://www.youtube.com/watch?v=5z-iApVMr2Y

Vanzelfsprekend kan het succes van de eerste single niet worden geëvenaard. ‘Take It Away’ moet het stellen met een 10de in de VS, 15 in het Verenigd Koninkrijk, 28 in Vlaanderen en 43 in Nederland.

In september volgt tenslotte het titelnummer, ‘Tug Of War’ met het duet met Carl Perkins, ’Get It’. Dat blijft echter zowel in de Amerikaanse als in de Britse hitlijsten steken op een 53ste plaats.

http://www.youtube.com/watch?v=zIfPIfuTFXA

Op 9 december 2010, de 30ste verjaardag van Johns dood, brengt Paul ‘Here Today’ op de Amerikaanse TV, in het programma Late Night With Jimmy Fallon. Daarbij leidt hij het nummer in met de woorden: “Dit is een gesprek dat we nooit hebben gevoerd. Ik raadt de mensen steeds aan: ‘als je tegen iemand wil zeggen dat je van hem houdt, doe het dan nu. Want er komt een moment waarop het niet meer kan en dan zul je denken: had ik het maar gezegd’.”

http://www.youtube.com/watch?v=eyxPR8M13SY

13427280cf617b1786cb8c68392295d01b562bbc

Opgenomen: tussen februari 1977 en januari 1978, op diverse locaties

Uitgebracht: Wings elpee London Town – 27 maart 1978 (VS) en 31 maart 1978 (VK)

kant 1: ‘London Town’, ‘Cafe On The Left Bank’, ‘I’m Carrying’, ‘Backwards Traveller’, ‘Cuff Link’, ‘Children Children’, ‘Girlfriend’, ‘I’ve Had Enough’
kant 2: ‘With A Little Luck’, ‘Famous Groupies’, ‘Deliver Your Children’, ‘Name And Address’, ‘Don’t Let It Bring You Down’, ‘Morse Moose And The Grey Goose’

11 november 1977: Wings single ‘Mull of Kintyre’/’Girl’s School’.

En ook nog:
6 mei 1977: Holly Days van Denny Laine
kant 1: ‘Heartbeat’, ‘Moondreams’, ‘Rave On’,’I’m Gonna Love You Too’, ‘Fool’s Paradise’, ‘Lonesome Tears’
kant 2: ‘It’s So Easy’/’Listen to Me’, ‘Look at Me’, ‘Take Your Time’, ‘I’m Looking for Someone to Love’

31 mei 1977: ‘Seaside Woman’/’B Side To Seaside’, single van Suzy and the Red Stripes (enkel in de VS). In Engeland verschijnt de single twee jaar later, op 10 augustus 1979.

Vanaf november 1976 geniet Wings van drie maanden rust. De voorbije jaren zijn dan ook behoorlijk hectisch geweest voor de band: een uiterst succesvolle tournee van meer dan een jaar, waarbij drie continenten zijn aangedaan, plus twee studio elpees en verschillende nummer één singles.

Zelfs tijdens een break in de tournee, gedurende de zomermaanden, heeft Paul niet stil gezeten. Voor een live-elpee Wings Over America en een film Rockshow , beluistert hij de meer dan 90 uren opnamen die in Amerika zijn gemaakt. Elk van de 34 concerten is er opgenomen. Daarvan zijn telkens de beste vijf versies van elk nummer uitgekozen. Paul maakt de selectie en verzorgt de mix. Naar verluidt werkt hij 14 uur per dag, zeven dagen per week, gedurende zes weken, om alles op tijd klaar te krijgen.
De opnamen worden uitgebreid bijgewerkt. Volgens drummer Joe English waren er heel wat overdubs nodig, omdat ‘mensen vals zongen en dan heb ik het niet over Paul.[…] Aan de toetsen was het meeste werk, dan Denny’s partijen en dan de backing vocals. Paul moest een paar dingen opnieuw inzingen, door een slecht werkende micro, maar de zang van de anderen… We zaten in een gigantische studio en je zag jezelf zingen of spelen op het scherm. Dan moest je proberen om de zang te laten overeenkomen met de mimiek op het scherm. Het was grappig, een speciale ervaring.’

Zodra dat werk klaar is, trekt Paul zich met zijn familie terug op de boerderij in Schotland. Daar maakt hij, in zijn Rude Studio, Holly Days. De plaat met covers van Buddy Holly songs wordt gepresenteerd als een solo elpee van Denny Laine, maar eigenlijk is diens inbreng beperkt tot het inzingen.
Wel maken ze van de gelegenheid gebruik om samen een aantal nummers te schrijven, waarvan er vijf op de volgende Wings elpee zullen verschijnen.

Die paar maanden vakantie zijn dus meer dan welkom.

7 tot 19 februari 1977 – Abbey Road studios, Londen

Wanneer de band op 7 februari 1977 verzamelt in de Abbey Road studio, is dat om te beginnen aan de derde elpee op rij met dezelfde bezetting: Paul en Linda McCartney, Denny Laine, Jimmy McCulloch en Joe English. Zelfs de geluidstechnicus Pete Henderson is er weer bij.
Hoewel: de blazerssectie die het geluid van Wings heeft opgeleukt op de laatste twee elpees en de wereldtournee is er niet meer bij. In plaats daarvan heeft Paul een nieuw speeltje: de Yamaha CS-80. De synthesizer die de muziek van de jaren tachtig zal overheersen, is voor gewone stervelingen pas beschikbaar vanaf 1978. Maar een ex-Beatle kun je moeilijk beschouwen als een gewone sterveling. Macca heeft een van de allereerste exemplaren te pakken gekregen. Het nummer ‘London Town’ drijft vooral op deze klanken. Al zijn er ook enkele korte, maar krachtige gitaarsolo’s van Jimmy te horen.
(Veel) meer elektrische gitaar is te horen op ‘Girls’ School’. De tekst is gebaseerd op de titels uit een advertentie van een krant. Een advertentie voor … pornovideo’s. De titels van de aangeboden waren inspireren Paul voor de karakters uit zijn song: ‘Sleepy Head’, ‘School Mistress’, ‘Oriental Princess’ …

Het opzet is om snel een elpee in te blikken en daarna weer op tournee te vertrekken. Maar dan blijkt dat Linda in verwachting te zijn. De baby is uitgerekend voor september.
Daarom besluiten Paul en Linda om het even kalm aan te doen. Al na amper twee weken repeteren en opnemen, trekken ze er tussen uit voor een vakantie op Jamaica, met de kinderen.

16 tot 31 maart 1977 – Abbey Road studios, Londen

De sessies worden half maart hervat, met Geoff Emerick achter de knoppen. Emerick was de vaste geluidstechnicus van The Beatles, van Revolver tot Abbey Road.
Hij vertelt enthousiast over Hawaii, waar hij net George Martin heeft geassisteerd bij opnamen met de groep America. Om belastingtechnische redenen spreekt het idee om in het buitenland op te nemen Paul sterk aan. Denny komt met het voorstel om op een boot te gaan werken, in internationale wateren.

Paul laat uitzoeken of zoiets praktisch uitvoerbaar is. ‘Na een paar telefoontjes naar Record Plant in L.A. bleek het mogelijk om opnameapparatuur te installeren op een schip,’ vertelt hij. Een geschikte boot wordt gevonden in de buurt van de Maagdeneilanden, in het Caribisch gebied.

In afwachting wordt verder gewerkt. Het tempo ligt erg laag, want aan het einde van de maand staan er slechts een handvol songs op band. Typisch Macca: allemaal heel verscheiden van aanpak. Naast ‘London Town’, met een prominente rol voor de Yamaha CS-80 en de stevige rocker ‘Girl’s School’, wordt ‘Deliver Your Children’ voortgestuwd door de akoestische gitaren van Paul en Denny. Joe en Jimmy komen er zelfs niet aan te pas.
Dat is ook zo voor ‘B-Side To Seaside’. Paul bespeelt alle instrumenten in zijn eentje, waarna Linda het inzingt.
Het nummer is speciaal geschreven als b-kant van – de naam zegt het al – ‘Seaside Woman’, een solo-single van Linda. Dat reggaedeuntje is al jaren geleden opgenomen, maar nooit uitgebracht. Dat komt er nu eindelijk van, onder de groepsnaam Suzy and the Red Stripes, naar de naam van een Jamaicaans bier.

londontowngroupphoto

2 tot 31 mei 1977 – aan boord van de Fair Carol, Maagdeneilanden

Op 30 april vliegen de bandleden, technici en de kinderen van Paul en Linda naar het eiland Sint Thomas, een van de Amerikaanse Maagdeneilanden, die liggen tussen Puerto Rico en de Bovenwindse eilanden. ‘Van daar voeren we naar Sint John, een nabijgelegen eiland’, vertelt Paul. ‘Vlak na zonsondergang meerden we aan in Watermelon Bay, dat was uitgekozen als de minst woelige plek in de buurt.’

McCartney heeft er vier boten gehuurd: hij en zijn familie verblijven op de El Toro, de andere mannen op de Wanderlust , de Samala is voor eten en ontspanning en de Fair Carol is het schip waarop de opnamen zullen plaatsvinden. ‘De boot die we huurden wordt normaal gebruikt voor mensen die met vakantie gaan’, legt Paul uit. ‘De kapitein was niet blij toen hij al die instrumenten zag. We verbouwden zijn boot zowat en dat vond hij maar niks. De verblijfsruimte werd omgebouwd tot studio en op een ander dek kwam de controlekamer.’

‘Het was fantastisch! […] ’s Nachts plezier maken: van het bovenste dek in het water springen en zo. Op een avond had ik wat te veel gedronken en brak ik bijna iets bij een sprong van de ene boot naar de andere. Maar zoiets hoort bij een vakantie, niet?’
Er zijn nog meer van die voorvalletjes: Denny heeft te lijden van zware zonnebrand, Jimmy wordt tijdelijk doof, assistent Alan Crowder valt van een trap en breekt zijn hiel en Geoff Emerick tenslotte krijgt een stroomstoot door zijn voet.
Daarenboven krijgen ze de Amerikaanse douane op bezoek. De mannen vinden geen drugs, maar geven toch een waarschuwing.

Daartegenover staat dat de 24-sporen apparatuur uitstekend werkt. ‘We hadden geen last van zoutwater in de apparatuur of aanvallen van haaien of zo,’ bevestigt Paul. ‘De studio werkte fantastisch. Meteen de eerste dag hadden we al een nummer klaar.’
Die eerste song is ‘Cafe On The Left Bank’ – typisch genoeg, een observatie van hoe Engelsen zich in het buitenland gedragen.

Assistent technicus Mark Vigars licht toe: ‘[Al snel ontstond] een patroon: drie tot vier uur durende sessies in de voormiddag en dan nog eens in de late namiddag tot avond, met daartussen tijd om te zwemmen, waterskieën en heerlijk lekker eten op de Samala. Daarvoor zorgde niemand minder dan de kapitein zelf, Tony Garton, een stoere zeebonk, maar ook een uitstekende chef.’

Na vier weken staan er een twaalftal songs op band: ‘I’m Carrying’, ‘I’ve Had Enough’ (dan nog puur instrumentaal), ‘With A Little Luck’, ‘Famous Groupies’, ‘Don’t Let It Bring You Down’ en ‘Morse Moose And The Grey Goose’. Paul waakt er voor dat de synthesizer niet te fel de bovenhand haalt, door een aantal songs puur akoestisch op te nemen.
Daarnaast zijn er ook een aantal songs of jams die de plaat niet zullen halen: ‘Boil Crisis’ (een punknummer), ‘El Toro Passing’, ‘Running Round The Room’, ‘Standing Very Still’, ‘After You’ve Gone’ en ‘Fairy Tale’.

1977x-londontown

Sratch in zijn Black Ark studio

Sratch in zijn Black Ark studio

20 juni 1977 – Black Ark studio, Jamaica

In juni gaan Paul, Linda en de kinderen opnieuw met vakantie naar Jamaica. Ze maken van de gelegenheid gebruik om er de legendarische Lee ‘Scratch’ Perry te gaan opzoeken. De bizarre producer van ondermeer Bob Marley en The Congos is dan op zijn hoogtepunt met hits als ‘Police and Thieves’ van Junior Murvin en ‘War Ina Babylon’ van Max Romeo.
Linda, die al lang een grote reggaefan is, wil graag wat tracks met hem opnemen voor haar solo-elpee. Perry trommelt wat muzikanten op: Billy Gardner (slaggitaar), Boris Garner (bas), Miky Boo (drums) en Winston Write (toetsen). Jammer genoeg hebben Paul en Linda geen nummers geschreven. Daarom worden op 20 juni wat covers opgenomen van Linda’s favorieten uit de jaren vijftig: ‘Mr. Sandman’en ‘Sugartime’. Het resultaat stelt teleur, zoals kan worden beluisterd op de postume cd Wide Prarie.

***

Paul+McCartney+and+Wings+-+Mull+Of+Kintyre+-+7'+RECORD-286319

Mull of Kintyre – juli – augustus 1977 – Spirit of Ranachan studio, Schotland

Het afwerken van de reggae opnamen gebeurt in de Spirit of Ranachan studio. Linda (en Paul) zingen de nummers in en Paul speelt ook elektrische gitaar.

Spirit of Ranachan is een plechtige naam voor de nieuwe studio die Paul heeft laten inrichten in een schuur van zijn boederij in Schotland. Hij had er al de Rude Studio, maar die had slechts 4-sporen apparatuur. De nieuwe is uitgerust met 24-sporen apparatuur.

Paul maakt er ook een hele resem demo-opnamen, van nieuwe nummers. Daarbij zitten ook wat songs die al een tijdje geleden zijn geschreven, maar waar nog niets mee is gebeurd. ‘Mull Of Kintyre’ is er zo een. Paul had de aanzet al in 1974.
‘Ik was echt verliefd geworden op Schotland. Op een dag bedacht ik dat er al een tijdje geen Schotse songs meer werden geschreven. Al die nummers voor doedelzak stamden uit de vorige eeuw. Dus bedacht ik iets over de omgeving daar: het [eiland] Mull bij Kintyre. Het was helemaal niet de bedoeling om een hit te schrijven. Ik wou gewoon iets schrijven over die streek.’

Hij roept er zijn maat Denny bij om het verder uit te werken. ‘We schreven het nummer samen, met een fles whiskey, op een namiddag, buiten, tussen de heuvels van Kintyre. Paul had het refrein al. De rest schreven we samen en de tekst kwam vooral van mij. […] Mull, daar stond een oude vuurtoren, verder was er total niets te zien. […] Een vuurtoren, een kerkhof en een luizig hotel waar de bandleden soms verbleven.’

‘Ik maakte dus een demo van wat ik had,’ gaat Paul verder, ‘En toen dacht ik: hier horen doedelzakken bij.’ Daarvoor doet hij een beroep op de plaatselijke band. ‘Het was een fantastisch idee om de Campbeltown Pipe Band er bij te halen,’ meent Denny. ‘Het bleek wel dat we de toonaard moesten aanpassen voor de drone van de doedelzakken’

Een van de blazers van de Campbeltown Pipe Band, de 16-jarige Ian McKerral blikt later terug: ‘Onze bandleider, Tony Wilson, vertelde op de bijeenkomst dat hij benaderd was door Paul McCartney om dat nummer op te nemen. Wij dachten dat het een grap was. Tony was met hen gaan praten en Linda had hem de melodie voorgespeeld op toetsen, zodat hij een arrangement kon uitwerken. We kregen zowat een maand de tijd.’

Er wordt een datum geprikt: 9 augustus.
Omdat de opnamen in de open lucht zullen doorgaan – als het weer het toelaat – op de boerderij in Campletown, huurt Paul een mobiele studio in: RAK. Geoff Emerick wordt er bij gehaald om de opnamen in goede banen te leiden. Hij wordt bijgestaan door Mark Vigars en Tim Summerhayes van RAK. ‘Als ik me goed herinner, dan brachten we de mobiele studio al een paar dagen op voorhand naar de boerderij,’ meent Summerhayes. ‘We maakten alles in orde in de controleruimte [een koeienstal] en de zone waar de opname zou plaatsvinden.

De dag voor de opname arriveren ook de andere bandleden, Jimmy en Joe, plus nog wat roadies.
Het is een hele opgave om al dat volk te huisvesten. Summerhayes vertelt: ‘Mark en ik deelden een caravan, op de boerderij en Geoff lag in een kleine caravan, naast die van ons. Zo’n 50 meter verder, op een begraasde heuvel, was een huisje waarin de band was ondergebracht . Denny had zijn eigen caravan en woonde kort bij de plaats waar werd opgenomen!’

Jo Jo Laine, de vrouw van Denny is niet te spreken over de levensomstandigheden op de boerderij. ‘Dat gebouw waarin we werden verondersteld om te gaan verblijven leek meer op een stal dan op een huis. De muren, vloer, alles: puur cement. Ik weet nog dat Jimmy het had over ‘de bunker’. Er lag geen tapijt of zo. Er stonden enkel een paar stoelen en een oude matras.’

Ook het huisje, waarin de roadies verblijven, is niet veel beter. Er is daar wel warm water. ‘Daar aten we meestal allemaal samen,’ verklaart Tim Summerhayes, ‘behalve dan Paul en zijn familie. Die aten in hun eigen huisje, een paar kilometer verderop.’

‘Ik dacht: Paul en Linda zitten daar mooi in luxe, aan de andere kant van de heuvel’, gaat Jo Jo verder. ‘Maar toen bleek dat zij nog enger behuisd waren dan wij. Zowat het enige verschil was dat zij er een TV hadden. Verder waren de omstandigheden er niet beter dan bij ons. Ik denk dat ze –op de een of andere manier – wilden bewijzen dat geld niet belangrijk was. Ik bedoel: hun kinderen droegen soms verschillende sokken. En veel van de kleedjes die Stella droeg, had ik Mary het vorige jaar mee zien rondlopen. Al moet ik toegeven dat de kinderen wel gelukkig waren – of er tenminste zo uitzagen.’
‘Het was geen luxe,’ geeft Denny toe, ‘maar echt slecht was het niet.’

De avond voor de opname is er een gezamenlijk diner. De geluidstechnici kruipen vroeg onder de wol, maar Jimmy en de roadies blijven doen een nachtje door, met veel drank en allerhande pillen.

Wanneer Linda ‘s ochtends vers geraapte eitjes komt brengen, treft ze een puinhoop aan. Jimmy, heeft behoorlijk dronken, de keuken “versierd” door het eten tegen de muur en het plafond te gooien.
‘Linda begon te huilen,’ weet Jo Jo. ‘Ze was helemaal overstuur. Dus kwam Paul er bij om de gemoederen te bedaren. Maar toen hij de rotzooi zag, ging hij zelf uit de bol: “Verontschuldig je bij Linda!” riep hij tegen de kleine, zatte Schot, Of maak dat je weg komt.’ “Rot zelf op, smeerlap. Ik blijf hier niet langer op die smerige klote boerderij. Ik ben jullie allebei meer dan beu”.’

Summerhayes vult aan: ‘Er was duidelijk iets aan de hand. Er moet een ‘rock and roll’ incident hebben plaatsgevonden, een tijdje na het eten. Het zag er niet uit, met overal voedselresten op plaatsen waar dat niet hoorde. […] Er was een ‘band meeting’. Ik weet niet wat er gezegd werd, of wat er die nacht is gebeurd, maar ik herinner me dat Jimmy vertrok en dat hij niet aanwezig was bij de sessie die dag, of bij om het even welke daarna…’

In zijn boek Blackbird / The Life & Times Of Paul McCartney (1991), vertelt Geoffrey Giuliano hoe Jimmy die nacht naar het huis van de McCartneys strompelt, met in zijn zak een kleine revolver. Hij is vastbesloten Paul en Linda in hun slaap te vermoorden. Hij slaagt er in binnen te dringen tot in hun slaapkamer, maar dan ontbreekt hem de moed. Hij loopt terug naar buiten en wil zelfmoord plegen. Net op het moment dat hij de loop in zijn mond stopt, komen Denny en Jo Jo aan rijden. Gevangen in de koplampen van hun busje, laat Jimmy de revolver vallen.
Hoewel Denny het voorwoord van dat boek heeft geschreven, ontkent hij in 2010 het hele gebeuren.
‘Daar herinner ik mij niets van. […] Ik heb het verhaal ook gehoord, maar het zegt mij niets. Als ik hem had moeten tegenhouden, zou ik dat zeker nog weten. Jimmy dronk nogal en… op een moment had hij echt wel iets tegen Paul. Geen idee waarom… Maar zo was Jimmy: hij zocht altijd ruzie… de drank, he. Er is zeker iets gebeurd, maar ik heb hem niet moeten tegenhouden of zo.’

In ieder geval: exit Jimmy McCulloch.

wings02

De geplande opname van ‘Mull of Kintyre’ gaan door, met de Campbeltown Pipe Band. Er zijn zeven doedelzakspelers en evenveel drummers.
De jonge Ian McKerral vertelt verder: ‘We waren uitgenodigd op de boerderij. Paul was er en Linda. Paul was heel ontspannen. Hij droeg een jeans, een vest en een hemd met ruitjes. Linda was in verwachting van haar zoon James, toen. Ze waren allebei erg vriendelijk.’

Er worden verschillende takes opgenomen en de opnamen lopen uit tot in de vroege avond.
‘We kregen iets te eten – sandwiches en bier voor de jongens – en het werd een feestje. Maar we konden niet lang blijven, want de volgende dag moesten we weer naar school. Op die leeftijd was het heel wat om naast een vroeger lid van the Beatles te staan.’

Denny toont zich erg tevreden over het resultaat: ‘Het haar op je armen komt overeind op het moment dat de doedelzakken er bij komen. Toch?’

Maar bij Paul slaat de twijfel toe. In 1977 staat punk immers op zijn hoogtepunt. ‘De Sex Pistols deden ‘Pretty Vacant’ en ‘God Save The Queen’. Ik vond dat prima, maar het idee om op dat moment met een Schotse wals te komen…’
Hij overweegt daarom om het hardste nummer van de sessies, ‘Girl’s School’, als single naar voor te schuiven. De mensen van EMI zien echter potentieel in dat nummer met de doedelzakken.
Het compromis is een dubbele a-kant. ‘Mull of Kintyre’/’Girl’s School’ verschijnt op 11 november 1977.

EMI blijkt gelijk te hebben: de single raakt een gevoelige snaar bij een groot deel van de Britse bevolking. Alle verkoopcijfers sneuvelen. Er gaan zelfs meer plaatjes van de hand dan van ‘She Loves You’ van The Beatles: meer dan twee miljoen exemplaren De single blijft er maar liefst negen weken lang onafgebroken op 1 staan.

Ook in de rest van Europa en Australië worden records verpulverd.
In Amerika daarentegen slaat de single absoluut niet aan. ‘Mull of Kintyre’ wordt er genegeerd en ‘Girl’s School’ komt niet hoger dan een 33ste plaats.


13 oktober 1977 – regisseur: Michael Lindsay-Hogg

Om niet steeds hetzelfde filmpje te moeten uitzenden, wordt een tweede clipje gemaakt.


9 december 1977 – regisseur: Nicholas Ferguson

***

25 oktober tot 1 december 1977 – Abbey Road studios, Londen

Op 11 september 1977 wordt officieel meegedeeld dat Jimmy McCulloch Wings verlaten heeft om te gaan spelen bij de opnieuw opgerichte Small Faces.
Een dag later, bevalt Linda van een zoontje: James Louis McCartney.

Anderhalve maand later worden de sessies hernomen, in de Abbey Road studio. Wings is opnieuw gereduceerd tot een trio. Na het ontslag van Jimmy, had Joe verwacht dat Paul een nieuwe gitarist zou zoeken, om weer op tournee te vertrekken. Toen dat niet gebeurde, liet hij weten niet terug te keren uit Amerika, om er full time bij zijn familie te blijven. ‘Ik vond het fijn bij Wings,’ verklaart hij. ‘Ik heb er veel geleerd, maar ik was het beu om maandenlang opnamen te maken. Ik wou thuis blijven en kijken of ik het kon maken als Joe English, zonder het toevoegsel “van de band van Paul McCartney”.’
Denny kan wel begrip opbrengen voor zijn visie: ‘Joe wou profiteren van zijn geld en op een boerderij gaan wonen. De muziekindustrie is prima, tot je op een punt komt waarop je zo druk bezig bent, dat je je familie kwijt dreigt te raken.’

Op zich is het niet erg dat de gitarist en drummer ontbreken op het appel. De sessies zijn immers bedoeld om de songs af te werken: overdubs, inzingen en zo. Wanneer de sessies echter aanslepen, blikt het drietal ook een half dozijn nieuwe songs in.

Zo is ‘Girlfriend’ speciaal geschreven door Paul voor Michael Jackson… in 1972, toen die nog bij The Jackson Five zat. Toen de twee mekaar voor het eerst ontmoetten, tijdens de presentatie van Venus and Mars, in Los Angeles, heeft Paul het nummer aangeboden aan Michael. Die vond het wel leuk, maar heeft er niets mee gedaan.
Daarom neemt Paul het nu zelf op, met gebruik van een falset stem, die hij zelden laat horen.
Gek genoeg komt het later toch nog goed. Quincy Jones, dan de producer van Michael, hoort het nummer op London Town en vindt het geknipt voor Michale. Wanneer hij het laat horen, herkent die het nummer dat Paul hem een paar jaar geleden heeft voorgezongen. Hij neemt het op en brengt het uit op zijn elpee Off The Wall. Maar over Michael Jackson later meer…

Helemaal anders is ‘Name And Address’, een pastiche/eerbetoon aan de pas overleden Elvis Presley.

‘Children Children’ is een nummer van Denny, over zijn kinderen. Volgens Jo Jo heette het dan ook oorspronkelijk ‘Laine and Heidi’, maar die titel vond Paul ‘te sentimenteel’. Ook een andere bijdrage van Denny aan de plaat gaat over kinderen: ‘Deliver Your Children’. Beide nummers, gedragen door akoestische gitaren, geven de plaat een wat folkachtig karakter.

Andere titels zijn: ‘Backwards Traveller’, ‘Cuff Link’ en het uitstekende, maar onuitgegeven ‘Waterspout’.

3-14 december 1977 – AIR studios, Londen

Voor het toevoegen van strijkers aan een aantal songs worden de sessies, vanaf 3 december, verplaatst naar de AIR studio van George Martin. Voor de arrangementen doet Paul beroep op drie mensen: Mike Vickers van Manfred Mann, Bobby Richards en Will Malone. Die laatste is de man die jaren later zowel ‘Unfinished Sympathy’ van Massive Attack als ‘Bittersweet Symphony’ van The Verve tot grotere hoogten zal tillen.

4-23 januari 1978 – Abbye Road studios, Londen

Na nieuwjaar werken Paul en Geoff nog drie weken aan het mixen van het materiaal. Eindelijk, na een jaar is London Town klaar. In het totaal zijn er 26 songs opgenomen.

London Town en singles

‘With a Little Luck’/’Backwards Traveller’-‘Cuff Link’ verschijnt in maart 1978. De a-kant is daarbij met meer dan twee minuten ingekort.
Volgens Wikipedia is ‘With a Little Luck’ het eerste synth-pop nummer dat op de radio wordt gedraaid en zeker het eerste dat in de hitlijsten opduikt. Ondanks het toch wat ijle geluid bereikt het plaatje de top 5 in Engeland en prijkt het zelfs twee weken an de top van de Amerikaanse hitlijst.

De elpee zelf verschijnt einde maart. De werktitel, Water Wings heeft het niet gehaald. In plaats daarvan is de plaat genoemd naar het openingsnummer: London Town.
Enkel Paul, Linda en Denny zijn te zien op de hoes.

De muziekcritici ontvangen de plaat over het algemeen gematigd positief. Hier en daar wordt er op gewezen dat Paul de melodieën met het grootste gemak uit zijn mouw blijft schudden, maar dat hij echt wel wat meer moeite mag doen om de zaakjes ofwel af te werken (‘Backwards Traveller’ duurt nauwelijks één minuut) of op tijd te stoppen (twee songs gaan over de zes minuten grens).

Toch zijn de menigen, met het verstrijken van de jaren, wat positiever geworden. Zo schrijft Stephen Thomas Erlewine van Allmusic: ‘[London Town is] een relaxte, haast moeiteloze verzameling van professionele pop en, als dusdanig, één van zijn sterkste platen.’

Het publiek lijkt zich van de kritiek niet veel van aan te trekken, al zit een eerste plaats er net niet in. Hoogste noteringen zijn: 4 in Engeland en 2 in de VS.

Omdat een aantal critici mopperen dat er veel te weinig gerockt wordt op London Town, kiest Paul voor ‘I’ve Had Enough’ als tweede single. Nochtans staan er veel sterkere songs op de elpee, of zelfs de outtake ‘Waterspout’.
De plaat blijft hangen rond een 25ste plaats.

De keuze voor de laatste single is veel beter: het titelnummer, ‘London Town’. Het komt echter te laat en de plaat strandt buiten de top 40.

PS 1 – Jimmy McCulloch
Jimmy deed een korte tournee door Engeland met Small Faces en werkte ook mee aan de elpee ’78 In the Shade. Daarna richtte hij eerst de band Wild Horses op, met Thin Lizzy guitarist Brian Robertson en drummer Kenney Jones. Maar al snel stapte hij over naar de band The Dukes.
Op 27 september 1979, twee jaar na zijn vertrek uit Wings, overleed hij aan een hartstilstand ten gevolge van een overdosis heroine. Hij was 26 jaar oud.

PS 2 – Joe English
Joe richtte eerst de groep Tall Dogs op en ging dan aan de slag bij Sea Level. In 1981 werd hij een herboren Christen en maakt enkel nog religieuze muziek, in Nashville.
Hier geeft hij zelf tekst en uitleg:
http://www.wordoffaithfellowship.org/testimonies/joe-english

PS 3 – Denny Laine en ‘Mull of Kintyre’

In het boek van Geoffrey Giuliano (1991) wordt Denny Laine geciteerd, alsof hij zich te kort gedaan voelt door Paul wat betreft de verloning voor zijn bijdrage aan de song.
‘Paul had het refrein, maar de rest schreven we samen. De tekst kwam vooral van mij. Het nummer bracht hem veel geld op. Het stond 16 [sic] weken op 1 en er werden er miljoenen van verkocht. Maar ik kreeg daar weinig van. Ik werkte op loonbasis toen – niet op percent. Natuurlijk werd er meer beloofd, maar dat heb ik nooit gezien. Toen ik Paul vroeg om iets te regelen, kreeg ik te horen: “Ik ben Paul McCartney. Je mag blij zijn dat je met mij mag samenwerken.” […] Ik werd behandeld als een goedbetaalde sessieman – een zware belediging.’

In 2009 staat hij daar heel anders tegenover: ‘Het was de grootste hit in Engeland allertijden – tot Live Aid kwam. […] Ik ben er dus best wel trots daarbij betrokken te zijn geweest. Veel mensen denken dat mijn rechten verkocht heb. Dat is niet zo: ik heb een gedeelte verkocht, omdat ik vond dat Paul er meer recht op had. We hebben een afspraak gemaakt dat ik een deel behoud en hij een deel terugkrijgt.’

Die verkoop gebeurde omstreeks 1986-87. Denny dreigde failliet te worden verklaard en ging bij Paul aankloppen voor hulp. Via zijn muziekuitgeverij MPL werd overeengekomen dat Denny zijn publicatierechten van het nummer verkocht voor £ 100,000. Denny behoudt dus helft van de auteursrechten – net als Paul: elk 25%. MPL heeft de andere 50%. ‘Ik had het geld toen hard nodig,’ verklaart Denny.

77750109ad2e404e5806acb5c531c942343618ae

 beatles martin

Zoals de meeste Britten is de BBC nogal gehecht aan tradities. Zo programmeert Auntie Beeb, zoals de openbare omroep daar liefkozend wordt genoemd, telkens wel een speciaal programma voor iedere Bank Holiday. Een Bank Holiday is een wat vreemde naam voor een algemene verlofdag. De laatste maandag van augustus is er zo en: de Summer Bank Holiday.

Anyway, met het nakende verschijnen van de remasters van The Beatles cd’s in het vooruitzicht lag het onderwerp eigenlijk voor de hand.

Op maandag 31 augustus zond BBC Radio 2 dus een speciale aflevering uit van The Record Producers met George Martin als centrale gast. De man die als enige echt kan aanspraak maken op de eretitel “ de vijfde Beatle” vertelde er nog eens al zijn verhaaltjes. Over hoe hij ‘Strawberry Fields Forever’ heeft moeten maken uit twee totaal verschillende versies en hoe John wou dat hij in ‘Tomorrow Never Knows’ zou klinken als een “lama op een berg in Tibet”.

 

De verhalen werden geïllustreerd met de bijhorende songs. Natuurlijk in de splinternieuw geremasterde versies. Martin vertelt daarbij ook hoe ze enkele foute overgangen hebben kunnen verbeteren, zoals bijvoorbeeld in ‘Please Please Me’. Allemaal heel interessant.

 

Maar echt geweldig zijn enkele dissecties van Beatlessongs. Steve Levine is in de Abbey Road Studios mogen gaan luisteren naar de originele opnamen. En zo kan hij ons de afzonderlijke sporen laten horen van bijvoorbeeld ‘She’s Leaving Home’. In het midden van de jaren zestig moest er nog worden gewerkt met 4-sporen apparatuur. Dat wil zeggen dat men slechts vier sporen ter beschikking had. Bijvoorbeeld eentje voor bas en drums, eentje voor de gitaren, eentje voor de lead zang en een voor de backing vocals. En dan was het op. Zo zijn al die platen gemaakt.

Voor ‘She’s Leaving Home’ werd er gewerkt met een orkest. En dat nam al heel wat sporen in beslag. Dus moesten Paul en John samen op één spoor zingen. Twee verschillende teksten en twee verschillende melodieën gelijktijdig inzingen. Het minste foutje is fataal: helemaal opnieuw beginnen. 

Paul zingt: “She / is leaving / home” en John ondertussen “We gave her most of our lives / Sacrificed most of our lives / We gave her everything money could buy”

Heel straf.

Ook heel mooi is ‘Come Together’, waarbij we fragmenten van de sporen met de bas, drums en gitaar allemaal afzonderlijk te horen krijgen. En daarna het orgel en de John “guide vocal”. Dat is geleide zang tijdens het live opnemen. Dat wordt dan later vervangen door de echte zang.  Heel fascinerend om te beluisteren allemaal.

Hier is het programma in flac:

http://www.megaupload.com/?d=7WUYG6K5

En als we toch bezig zijn. Hier is nog een ander programma: The Beatles At The Beeb. Dit is een twee uur durend programma met live in de studio opnamen die The Beatles vooral in 1963 en ’64 maakten speciaal voor radiouitzendingen van de BBC.

http://www.megaupload.com/?d=JZ99HM09

http://www.megaupload.com/?d=WB1HRI0M

Voor wie ze niet wil opslaan op zijn iPod of PC, zijn hier ook beide programma’s (tijdelijk nog) rechtstreeks te beluisteren:

The Record Producers:
http://www.bbc.co.uk/iplayer/console/b00mc0cc

The Beatles At The Beeb:
http://www.bbc.co.uk/iplayer/console/b00mc0c5

 

In de lente van 1968 gonst het van de geruchten dat The Beatles een dertig tal songs gaan opnemen voor hun volgende plaat.  Al op 20 april 1968 meldt het Britse muziektijdschrift New Musical Express dat The Beatles tegen het einde van de maand terug de studio zullen intrekken.  Een concurrerend blad, Melody Maker, komt s op 29 mei met meer details. Ze hebben een kort interview met Paul: “Twintig [songs] werden geschreven toen we bij de Maharishi waren in Indië. De andere tien schreven we sinds we terug naar Londen zijn gekomen. We denken er over om ze alle dertig op te nemen en dan er een stuk of 14 uit te kiezen voor een LP. Misschien worden het twee platen of zelfs drie. We zien wel als we er mee klaar zijn.”

Het blad heeft zelfs een lijstje gekregen met werktitels van de songs die Paul wil opnemen: ‘Obla-dee Obla-da’, ‘ Scrap Heap’, ‘Ballad’, ‘Back In The U.S.S.R.’, ‘Country Boy’, ‘Martha My Dear’, ‘Silly Girl’ en ‘Rocky Racoon’.

 

 

De Kinfauns Tapes

 

Ter voorbereiding maken John, George en Paul tijdens de derde week van mei alvast demo-opnamen van de songs die ze de laatste maanden hebben geschreven. Dat gebeurt in Kinfauns, het huis van George huis in Esher. In zijn huisstudio heeft hij een Ampex vier-sporen bandopnemer opgesteld. In het algemeen speelt de componist zijn songs telkens twee keer op akoestische gitaar terwijl hij zingt. Er zijn maar een handvol uitzonderingen. Op vier nummers van Lennon is slechts een enkele gitaar te horen. George voegt voor twee nummers harmonium en /of orgel toe. Op de opname van ‘Sour Milk Sea’ is er zelfs elektrische gitaar, bas en percussie toegevoegd.

 

Alles bij elkaar zetten ze zevenentwintig songs op band, waarvan John bijna de helft voor zijn rekening neemt. Paul komt met zeven songs en George met vijf. Het geluid is verre van perfect en de synchronisatie bij het overdubben laat te wensen over, vooral op de demo’s van John. Toch is het interessant om deze ontspannen versies te horen. Begin jaren negentig verschenen er een twintigtal op een bootleg: Unsurpassed Demos. Maar tot verassing van de verzamelaars bleken er nog meer te zijn, toen in 1995 zeven tracks officieel verschenen op Anthology 3.

Daarbij waren verschillende nummers die pas op Abbey Road zouden verschijnen: ‘Mean Mr. Mustard’ en ‘Polythene Pam’.

 

Sommige nummers zouden ze zelfs pas na de split van The Beatles in een echte studio opnemen: John’s ‘I’m Just a Child of Nature’ is een vroege versie van ‘Jealous Guy’, terwijl zijn ‘What’s the New Mary Jane’ op een veto van de andere stuitte en nooit werd afgewerkt. Paul hield ‘Junk’ achter voor zijn solodebuut en George bleef met het meeste materiaal zitten: ‘Sour Milk Sea’ gaf hij aan Jackie Lomax, ‘Not Guilty’ werd opgenomen door The Beatles maar niet uitgebracht en ‘Circles’  verscheen pas in 1982 op Gonne Troppo.

 

 

Mei ’68 in de studio

 

De eigenlijke opname gaan van start op 30 mei. Nochtans was de studio 2 van EMI studio aan Abbey Road vanaf 20 mei geboekt voor elke werkdag, telkens van 14:30 tot middernacht. The Beatles gingen er van uit dat ze  tien weken zouden nodig hebben: tot 26 juli.

 

Het eerste werk zijn 18 takes van wat John ziet als de nieuwe single: ‘Revolution’. Het is zijn commentaar op de gebeurtenissen in de lente van 1968. Overal in de Westerse wereld braken er rellen uit: studenten en arbeiders braken de straten op in Leuven, Parijs en Praag. Betogingen tegen de oorlog in Vietnam vonden plaats in New York en Londen. En in Memphis en Detroit reageerden de zwarte op jaren van onderdrukking na de moord van hun leider Martin Luther King.

“Ik was er over aan het denken gegaan in de heuvels van Indië,” vertelde John in 1980 aan Playboy. “Ik had zo’n gevoel van ‘God zal ons ter hulp komen’: ‘It’s going to be all right.’ Daarom deed ik het: ik wou er over praten. Ik wou iets zeggen over revoluties. Ik wou zeggen tegen de luisteraar: ‘Wat vind jij? Dit is wat ik vind.’

En ik sta er nog altijd achter: ik wil het plan zien. Geweld doe ik niet aan mee. Ik klim alleen op de barricades met bloemen.
Jarenlang mochten we niks zeggen over de oorlog… Maar nu wou ik absoluut dat The Beatles een standpunt innamen over de oorlog.”

 

The Beatles zijn goed op dreef en een van de best geslaagde takes ontaard in een lange kakofonische jam. Die past helemaal in het straatje van de avant-garde kunst van Yoko, die dan ook haar steentje bijdraagt met kreten en gefluister.

De volgende dagen wordt de opname afgewerkt met talrijke overdubs. Om zijn stem anders te doen klinken zingt John het nummer in, liggend op de vloer. Paul en George voegen doo-wop backing vocals toe.

 

De volgende paar dagen worden besteedt aan Ringo’s ‘Don’t Pass Me By’. Maar er is veel afleiding in de studio: de zangeres Lulu komt op bezoek en ook Davy Jones van the Monkees, het fotomodel Twiggy en de cineast Franco Zeffirelli.

 

 

Solo Beatles

 

Na amper een week worden de geplande sessies alweer afgezegd omdat George en Ringo met hun vrouwen naar Los Angeles vliegen voor een vakantie in Monterey.

 

John en Yoko profiteren van de gelegenheid om de laatste zes minuten van ‘Revolution’ om te werken in een afzonderlijk nummer: ‘Revolution No. 9’. Dagenlang voegen ze allerlei geluidseffecten aan de toch al kakofonische opname toe. Sommige effecten maken ze zelf terwijl ze andere uit de EMI archieven halen.

 

John en Yoko komen pas ’s avonds naar de studio afgezakt. Dus is Paul dinsdagnamiddag 11 juni de enige is komen opdagen. Hij neemt dan maar in zijn eentje een nummer op: ‘Blackbird’. Het is zijn commentaar op de recente gebeurtenissen. “Ik dacht aan een zwarte vrouw, in plaats van aan een merel. Het was de tijd van de burgerrechtenbeweging. Ik wou iets zeggen over de zwarte vrouw, die de dupe was van al die problemen in de Vernigde Staten… ‘Laat me je aanmoedigen om te blijven proberen, om vertrouwen te houden: er is hoop.’ Maar ik heb nogal de gewoonte om het niet openlijk te zeggen. Dus, in plaats van iets te zeggen als ‘Black woman living in Little Rock’, had ik het over een vogel, een symbool, iets dat algemeen toepasbaar is.”

 

George en Ringo keren op 18 juni terug uit Amerika… maar twee dagen later vertrekt Paul dan weer naar Los Angeles om de Apple te gaan promoten bij de platenmaatschappij Capitol.

Die avond vindt er een hectische sessie plaats waarbij de master wordt samengesteld voor ‘Revolution 9’. John en Yoko hebben alle drie de studio’s nodig om de bandjes met geluidseffecten rechtstreeks, tijdens de mix toe te voegen aan de mastertape. John zit zelf achter de knoppen van het mengpaneel.

 

Terwijl John en Yoko de volgende paar dagen besteden aan het afwerken en mixen van beide versies van ‘Revolution’ maakt George gebruik van de onbenutte studiotijd om met Jackie Lomax ‘Sour Milk Sea’ op te nemen.

 

 

Een nieuwe start

 

Pas op 26 juni is iedereen terug op post, na een onderbreking van twintig dagen. Eindelijk kan dan nog eens een nieuw nummer worden aangepakt. De keuze valt op John’s ‘Everybody’s Got Something To Hide Exept Me And My Monkey’. Op het stukje over de aap na, bestaat de tekst grotendeels uit citaten van de Maharishi.

“Natuurlijk ging het over mij en Yoko,” bevestigd John: “Iedereen leek wel paranoïde, behalve wij twee. Wij waren smoorverliefd. Alles is klaar en duidelijk wanneer je verliefd bent. Rondom ons was iedereen gespannen: ‘Wat doet ZIJ hier? Waarom is ze bij hem?’ Zo een gedoe terwijl wij gewoon de hele tijd samen wilden zijn.”

 

Twee dagen wordt er gerepeteerd en opgenomen – of beter avonden, want de sessies beginnen pas rond 19 uur en gaan door tot half vijf in de ochtend.

Het volgende nummer is er opnieuw eentje van John: ‘Good Night’. Het is zijn afscheid aan zijn vijfjarig zoontje Julian. Hij durft het echter niet zelf te zingen. Daarom vraagt hij Ringo om het te doen. “Ik denk dat hij het niet goed vond voor zijn imago,” meent Paul. “Maar het was prachtig om het hem te horen doen: hij zong het fantastisch. We hoorden het hem zingen om het Ringo aan te leren. Hij deed het met veel gevoel. John toonde zelden zijn zachte kant. Maar toch blijven die momenten me het beste bij, die momenten wanneer hij zichzelf bloot gaf als een gevoelig, liefdevol mens.”

De volgende paar dagen worden beide nummers verder verfijnd en afgewerkt.

 

Pas op 3 juli wordt er voor het eerst samen gewerkt aan een nummer van Paul: ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’. “[Jimmy Scott] was een vriend van me, een Nigeriaan… en wanneer je hem vroeg: ‘hoe is het?’ antwoordde hij steeds: ‘Say ob-la-di, ob-la-da life goes on, bra.’ Ik vond dat mooi.

Ik herinner me dat George Harrison tegen me zei dat hij zo niet kon schrijven. Hij schrijft altijd vanuit persoonlijke ervaring. Hij zei: ‘Ik snap niet hoe je zoiets als ob-la-di, ob-la-da, kunt schrijven. Ken jij die Molly en Desmond?’ Ik zei: ‘Nee, die vind ik uit, zoals een romanschrijver zijn personages bedenkt.”

Paul ziet het nummer als een potentiële single en wil het dan ook zo goed mogelijk op band krijgen. Verschillende keren wordt er helemaal opnieuw begonnen, in de loop van de volgende vier-vijf dagen.

 

 

Revolution No. 3

 

Vanaf 9 juli is het weer aan John. Hij wil een snellere versie van ‘Revolution’: sneller en harder. “De spanning steeg tussen The Beatles,” vertelde John in  1980. “Ik ha de langzame versie van ‘Revolution 1’ gedaan en ik wou die als single uitbrengen: als een statement van the Beatles over Vietnam en over de revolutie. Die eerste versie van ‘Revolution’ …wel, George en Paul waren niet akkoord: ze vonden het niet snel genoeg. Als je wil discussiëren over wat al dan niet een hitsingle is…  misschien [heb je gelijk]. Maar the Beatles konden het zich permitteren om de langzame, goed verstaanbare versie van ‘Revolution’ als single uit te brengen. Of het nu een gouden of een houten plaat was geworden.”

 

“Als ze harder en sneller willen kunnen ze dat krijgen ook,” moet John hebben gedacht. Hij wil dat alle naalden in het rood slaan: alle regels en reglementen overboord. Geluidstechnicus Phil McDonald vertelt: “John wou die klank: geen zuiver geludi. De gitaren werden rechtstreeks ingeplugd in de opname console, dat was technisch absoluut geen goed idee. Alles ging aan het piepen en knarsen. Gelukkig hebben de onderhoudsmensen er niks van gemerkt. Ze waren niet blij met ‘misbruik van apparatuur’.”

 

De geluidstechnici merken ook wel dat er spanningen zijn tussen de vroegere vrienden. Geoff Emerick was sinds een jaar of vijf de rechterhand van George Martin, de producer van The Beatles. De man kwam telkens weer op de proppen met technische oplossingen voor hun eisen om de klank te veranderen en te verbeteren. Maar aan zijn  geduld kwam een einde, tijdens het afwerken van ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’

“We staken veel werk in ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’. Paul was het nummer opnieuw in aan het zingen, toen George Martin iets over zijn zang zei. Paul snapte terug: ‘Kom jij dan hier en zing het verdomme zelf’. Het was vreselijk.”

Voor Emerick is het de druppel die de emmer doet overlopen. Hij is de enorm verslechterde sfeer en het geruzie beu en wil niet langer werken voor the Beatles.

“Een week daar voor had John ook al zoiets tegen mij gezegd. Ik was aan het werk om die verstoorde gitaarklank van ‘Revolution’ voor mekaar te krijgen. Ik zat naast het mengpaneel om die dingen in te pluggen – iets wat strik verboden was. Hij kwam naast me staan en zei: ‘Een maand of drie in het leger zou je goed gedaan hebben.’ Ik heb geen idee waarom hij dat zei, maar het maakte me kwaad.”

De volgende dag stapt hij naar George Martin en laat weten dat hij onmiddellijk opstapt. “John kwam nog naar me toe. Hij zei: ‘Het heeft niets met jou te maken. Het is dit – de studio.’ Ik bedoel: bakstenen muren, metalige industriële verlichting tegen het plafond en dan die grijze doeken tegen de muren. Ze zaten daar week na week opgesloten.

Maar ik was weg.”

 

Ook Paul’s vriendin, Francie Schwartz merkt dat de mannen onder druk staan. Op een avond gaat ze Paul  opzoeken in de studio. “Paul lag op zijn rug op de grond. Hij was iets aan het uitproberen op zijn bas. Iedereen was eten en er was niemand anders daar. Toen hij mij zag, riep hij: ‘Juden raus!’

Ik vond het zo triest. Ik sloop terug naar buiten en ging naar huis. We hebben het er nooit meer over gehad. Ik denk dat hij zich schaamde. Toen hij die nacht thuis kwam was hij overstuur – nog meer dan anders. Tegen de hoogzomer moet het erg geworden zijn voor Paul: de anderen beten van zich af wanneer hij de leiding nam.”

 

Niemand durft de andere nog aanwijzingen te geven en er wordt eigenlijk alleen nog gejamd. Verschillende versies van ‘Sexy Sadie’ lopen uit tot meer dan acht minuten en een versie van ‘Helter Skelter’duurt zelfs 27’11”.

 

 

Een weekendje er tussen uit

 

Een adempauze is meer dan nodig. John en Yoko brengen per helikopter een bezoek aan het eiland Dorinish. John heeft het eiland voor de Ierse kust een tijdje geleden gekocht, maar hij is er nog nooit geweest.

Paul rijdt ondertussen met Francie naar Liverpool om haar voor te stellen aan zijn vader. En daarna brengt hij een bezoekje aan John’s ex, Cynthia.

 

Na het weekend wordt eerst een paar dagen op neutral terrein gewerkt: diverse songs worden afgewerkt. En dan, op 25 juli is het eindelijk de beurt aan George. Nadat hij zijn demoversie van ‘While My Guitar Gently Wheeps’.

heeft opgenomen en voorgesteld wordt er uitgebreid gerepeteerd. Na afloop kan hij twee banden met outtakes mee naar huis nemen.

 

 

Hey Jude

 

Maar de volgende dag komt Paul met ‘Hey Jude’ aandragen. John is er behoorlijk van aangedaan. Onmiddellijk wordt besloten dat dit de nieuwe single moet worden. George moet weer even op zijn tanden bijten.

 

De volgende dagen repeteren The Beatles uitgebreid op het nummer, in afwachting van de echte opnamen in de Trident Studios. Die onafhankelijk studio beschikt namelijk over 8-sporen opnameapparatuur terwijl EMI het nog altijd met 4-sporen moet doen.

Op 31 juli is het zo ver. De basis track staat op band in vier takes.”Daar hangt een grappige anekdote aan vast,” vertelt Paul: “Ringo ging even naar het toilet en ik had dat niet gemerkt. Het toilet is niet ver van de plaats waar het drumstel stond opgesteld, maar hij was achter mij door gelopen. Ik begon te spelen en het was de goede take. Maar het duurt een hele tijd eer de drums invallen bij ‘Hey Jude’. Opeens voel ik Ringo op zijn tenen langs mij door trippelen, zich haastend om op tijd bij zijn drumstel te raken. Hij zet zich neer en: boom boom boom, Zijn timing was absoluut perfect.”

De volgende dag vinden de opnamen met een 36-man sterk orkest plaats. “De studio in Trident was lang en smal,” vertelt Chris Thomas – toen 21 jaar en leerling-producer. “Toen we de overdubs met het orkest opnamen moesten we de trombones helemaal vooraan plaatsen, anders kregen de anderen ze in hun nek.”

Wanneer ze de backing vocals gaan inzingen zet John zijn koptelefoon op. Maar die staat veel te hard. Op 2:58 is zijn reactie nog goed hoorbaar op de achtergrond.

 

Er wordt lang getwijfeld of ‘Hey Jude’ wel geschikt is om als single te worden uitgebracht. 7:11 erg lang voor een 45-toeren plaatje. Het kost dan ook behoorlijk veel moeite om de klank goed te krijgen. “Het was langer dan een single ooit geweest was,” weet Paul McCartney, “Maar we hadden uitstekende technici. We vrogen hoelang een 45 toren plaatje mocht zijn. Vier minuten was de grens, vertelden ze, voor het volume serieus naar beneden ging en iedereen het ding harder moest gaan zetten. Maar ze pakten het handig aan, door het stuk dat niet hard hoefde te zijn te compressoren zodat er meer plaats vrij kwam voor de rest. Op de een of andere manier slaagden ze er in om de 7 minuten er op te krijgen – een hele prestatie.”

 

Apple Records wordt officieel gelanceerd op 11 augustus 1968 met National Apple Week. De pers ontvangt een speciaal pakket Our First Four. Daarin zitten naast ‘Hey Jude’/’Revolution’ van The Beatles, ook drie andere Apple singles: ‘Those Were The Days’ van Mary Hopkin, ‘Sour Milk Sea’ van Jackie Lomax en ‘Thingumybob’ van the Black Dyke Mills Band. Tegenwoordig is zo’n doos meer dan € 1 700 waard.

 

 

 

Augustus

 

Na ‘Hey Jude’ is het nog eens de beurt aan George Harrison. Hij heeft vijf dagen en 101 takes nodig om ‘Not Guilty’ op band te zetten. En dan wordt het nummer niet gebruikt. Wanneer één van die sessies al om 2 uur ’s nachts is afgelopen blijft Paul nog wat hangen, om in zijn eentje ‘Mother Nature’s Son’ op te nemen.

 

Het studio personeel raakt al die nachtelijke sessies stilaan beu. Daarom trekt EMI een aantal jonge technici aan om de anderen wat rust te gunnen. Een van die nieuwelingen is John Smith. Hij is pas 17. In de jaren negentig deed hij zijn verhaal tegen Mark Lewisohn: “Er werd veel geruzied en gesnauwd in de band. De mensen die voor de opnamen instonden wilden terugkeren naar normale werkuren. Maar daar wilden the Beatles niets van weten. Dikwijls werkten ze van 6 uur ’s avonds tot 8 uur ’s morgens. Dat zagen de meeste ouderen echt niet zitten.
Nochtans was het prettig werken voor hun en met hun. Ze hadden veel meer geld dan ik…zij arriveerden in een Rolls Royce en ik kwam met de metro. Toch waren het gewone mensen, voor zover mogelijk. Ik stond niet in bewondering voor hun en dat wilden ze ook niet. Daarom schoten we goed op met mekaar.”

Het ergste zijn de lange uren wanneer de technici moeten wachten terwijl de muzikanten iets uitwerken. Bij mooi weer gaan ze dan wat verpozen op het dak van de studio. Van daar uit kunnen ze kijken naar de buurvrouwen die zich omkleden om te gaan slapen. Wanneer The Beatles daar van horen, brengen ze ook verrekijkers mee.

“Nochtans kon je echt niet veel zien. Zelfs niet met verrekijkers. Maar het was wel een grappig zicht om hen daar te zien staan, op een rijtje met hun verrekijkers.”

 

 

Op 12 augustus is George ver genoeg opgeschoten met ‘Not Guilty’ om het nummer in te zingen. Dat doet hij niet in de studio, maar in de controlekamer. Een van de technici lacht met de eeuwige zoektocht van The Beatles om een “ander geluid” te verkrijgen: “Wat gaan we nu nog meemaken? We hebben het rommelhok nog niet geprobeerd.”

Zoiets moet je niet tegen Lennon zeggen. Het hok wordt leeggemaakt en de volgende avond kruipen ze er met hun vieren in om ‘Yer Blues’ en een nieuwe versie van ‘Sexy Sadie’ op te nemen.

 

George heeft weer een vakantie gepland. Dat spoort de anderen aan om wat sneller te werken. Zowel John’s experimentele ‘What’s The New, Mary Jane?’als Paul’s country pastiche ‘Rocky Raccoon’ staan er elk in één avond op. George probeert dan zelf ook nog even ‘While My Guitar Gently Wheeps’ opnieuw.

 

John en Ringo profiteren dan van de afwezigheid van George om enkele songs af te werken en bij te schaven, terwijl Paul in een andere studio alleen werkt. In een paar uur tijd zet hij ‘Wild Honey Pie’ op band.

 

Doordat Paul op wandelafstand van de Abbey Road studio woonde kon hij veel gemakkelijker binnen springen dan de anderen – die minstens een uur moesten rijden. Daardoor was hij dikwijls als eerste aanwezig. Hij had al een riff, een basloopje of een drumpatroon uitgewerkt voordat de anderen kwamen binnen sijpelden. En af en toe werkte dat zijn collega’s behoorlijk op de zenuwen. Dat was ook het geval bij de opname van ‘Back In The USSR’. Wanneer George binnenkomt is Ringo al opgestapt.

“Ik herinner me niet meer waarom Ringo weg ging,” vertelt George: “Iemand zei me: ‘Oh, Ringo is met vakantie.’ Later ontdekten we dat hij vond dat wij met ons drieën goed overeen kwamen en hij niet. Het was zoiets. Iedereen voelde het zo aan. We waren het allemaal stilaan beu: ‘Waarom ben ik hier nog? Zij zijn allemaal zo hip en ik pas er niet bij.’”

Het nieuws wordt geheim gehouden en de opnamen gaan door, zonder Ringo.

 

Op 26 augustus vindt de feestelijke opening plaats van de club Vesuvio, waarvan Mick Jagger en Keith Richards mede-eigenaren zijn. De Stones stellen hun nieuwe lp Beggars Banquet, voor. Het is het succes van de avond tot Paul, rond een uur of drie binnenkomt. Hij heeft de nieuwe, nog niet verschenen, single van The Beatles mee. Wanneer de DJ die oplegt is iedereen zwaar onder de indruk. “Mick kwam naar me toe,” vertelt Paul trots, “Hij zei: ‘Dat zijn bijna twee songs, man. Eerst een nummer en dan nog dat heel stuk “na na na” aan het einde’”

 

Nog steeds zonder Ringo keren de overgebleven Beatles terug naar de Trident Studios om er ‘Dear Prudence’ op band te zetten. Paul speelt drums en George en John gitaren. De basistrack krijgt een aantal overdubs tijdens de volgende nacht: bas (Paul), zang (John), backing vocals, handgeklap en tamboerijn (Paul, George, Mal Evans, John McCartney (Paul’s neef) en Jackie Lomax), piano (Paul) en flügelhorn (Paul).

 

‘Hey Jude’/’Revolution’ wordt op 30 augustus uitgebracht als eerste Beatles-single op het Apple label. Met meer dan 6 miljoen exemplaren wordt het de best verkochte single van de groep. In Amerika vliegen er de eerste week al meer dan 1 miljoen exemplaren van de deur uit, waardoor de single op 10 binnen komt in de lijst van Billboard. Zoiets is nog nooit vertoond.

 

Ringo keert net op tijd terug op mee te werken aan de opname van promofilmpjes voor beide songs van de single. Dat gebeurt op 4 september in de Twickenham filmstudios. Michael Lindsay-Hogg heeft de leiding. Ze zijn zo tevreden over zijn werk dat ze hem later opnieuw vragen voor Let It Be.

 

 

Chaos en hysterie

 

Niemand had verwacht dat de opnamen zo lang zouden aanslepen. George Martin had dan ook een vakantie geboekt. The Beatles maken meteen van zijn afwezigheid gebruik om in opstand te komen. Ze zijn te weten gekomen dat in de EMI studio ook een 8-sporen machine is, maar dat die nog niet mag worden gebruikt. Ieder nieuw apparaat moet immers eerst goed onderzocht en goedgekeurd worden en zoiets vraagt tijd.

Ze maken van gelegenheid gebruik om de machine te “bevrijden”. George laat meteen de bestaande vier-sporen band van ‘While My Guitar Gently Wheeps’ overzetten op acht-sporen. Vervolgens probeert hij, in zijn eentje, een zorgvuldig achteruit gespeelde gitaarsolo er aan toe te voegen. Hij wil het geluid van een huilende gitaar verkrijgen, zonder gebruik te maken van een wah-wah pedaal. Urenlang is hij daar mee bezig. Volgens Geoff Emerick had George altijd veel tijd nodig voor zijn solo’s. “Niets ging ooit snel bij hem. Hij had het overal wat moeilijk mee.”

 

Maar het resultaat stelt hem toch niet tevreden. Hij besluit helemaal opnieuw te beginnen. Omdat ook dat niet helemaal naar zijn zin is, haalt hij er Eric Clapton bij.

 

Wanneer op 9 september de leerling-producer Chris Thomas terugkomt uit zijn vakantie vindt hij een nota van George Martin op zijn bureau, waarin die hem vraagt, hem te vervangen als Beatles-producer. “Ik werkte pas zes maanden voor George. Ik was nog in mijn proefperiode…” vertelt Chris Thomas: “Ik dacht: ik ga daar stilletjes zitten in de controlekamer en ik hou mij gedeisd. Maar niets daarvan. Paul kwam binnen en vroeg wat ik daar deed. Ik was er van uit gegaan dat George hen had verwittigd. Dus zei ik: George heeft me gezegd om te komen, wisten jullie dat niet? Paul keek me aan en zei: ‘Als je ons wilt producen, dan doe je maar. En anders kun je het afstappen.’ En weg was ie. Ik heb uren niks durven zeggen. Ik zat daar stijf van schrik toen de anderen binnen kwamen.

Ken Scott had het overgenomen van Geoff Emerick omdat die niet meer tegen de gespannen sfeer kon. Ik zat naast Ken en zij begonnen met ‘Helter Skelter’. Ik dacht: die gaan mij negeren en ik vlieg er uit. En dan kan ik mijn job wel vergeten.

Dus had ik niks meer te verliezen. Toen iemand een foutje maakte, zei ik: ‘Er ging iets fout.’ En zei: ‘Niets van’. Maar ze kwamen allemaal luisteren en ze gaven mij gelijk. Het lijkt ongelofelijk dat ik dat gedurfd had, maar het was gewoon puur uit angst dat ik het deed.”

 

Onder zijn “leiding” proberen The Beatles een chaotische remake van ‘Helter Skelter’. “Ik had gelezen dat The Who net de luidste, wildste rock ‘n’ roll plaat ooit hadden gemaakt,” legt Paul uit. “Ik heb geen idee over welk nummer het ging, maar ik dacht: “Juist! Dat moeten wij ook doen’.”

John speelt bas en saxofoon, Mal Evans speelt al even amateuristisch trompet, George en Paul delen de gitaarsolo’s en Ringo beukt op zijn drumstel. Er is verder ook nog piano, heel veel feedback en vervorming en backing vocals van John en George. Terwijl de manische lead zang van Paul wordt opgenomen, draagt George bij tot de sfeer door met een brandende asbak op zijn hoofd door de studio te rennen.

“‘Helter Skelter’ was pure gekte en hysterie,” weet ook Ringo. “Soms moet je je eens laten gaan en met die song – Paul’s bas en mijn drum – Paul begon te schreeuwen en te krijsen en verzon het ter plaatse.”

“We begonnen er aan om half drie in de namiddag,” vertelt Chris Thomas. “En we waren klaar tegen half drie ’s nachts. Na afloop vroeg ik aan Paul: ‘En hoe zit het voor morgen?’ Hij zei: ‘Je bent welkom.’ Ik dacht: ‘Hij heeft mij niet weg gestuurd. Wow!’”

 

Met ‘Glass Onion’ bedankt John Paul en neemt hij meteen ook mentaal afscheid.

 

George is er niet bij wanneer ‘I Will’ opgenomen wordt. Paul zingt en speelt akoestische gitaar, Ringo speelt maracas en cimbalen en John geeft het ritme aan door met hout op metaal te kloppen. Paul improviseert vrijelijk tussendoor: ‘Can you take me back’, ‘Step Inside Love’, ‘Los Paranoias’, …

De volgende avond werkt Paul alleen van 7 ’s avonds tot 5 in de ochtend aan het afwerken van de song. Hij voegt een backing vocal toe, een dum-dum-dum baritone bas klank nabootsing en een tweede akoestische gitaar.

 

Ook de volgende dag, 18 september, is hij vroeger dan de anderen in de studio. Hij speelt wat met een ideetje rond het thema van een verjaardag. Wanneer iedereen aanwezig is, wordt ‘Birthday’ dan opgenomen, in 20 takes. Ze werken snel, want die avond zendt de BBC The Girl Can’t Help It uit: een klassieke rock ‘n’ roll film uit 1956 met Little Richard, Fats Domino en Eddie Cochran. Na de basistracks trekken The Beatles, Yoko, Patti, Chris Thomas en waarschijnlijk nog wat anderen naar Paul’s huis om er TV te gaan kijken. En daarna keren ze terug naar de studio, waar ze de song afwerken. De meisjes mogen zelfs meezingen.

 

Een dag later is George weer aan de beurt: ‘Piggies’. Chris Thomas komt met het idee om een klavecimbel te gebruiken. “Die stond in studio 1 opgesteld voor een sessie van klassieke muziek,’ vertelt hij. “Ik had er wat op gespeeld en ik vond dat het erg goed klonk. Dus zei ik tegen George: Er staat een klavecimbel, is dat niks voor jouw song?”

 

 

De laatste loodjes

 

Begin oktober keert George Martin terug uit verlof. In de Trident studio leidt hij de opname van Paul’s ‘Honey Pie’ en ‘Savoy Truffle’ van George – niet bepaald hoogtepunten uit het repertoire van The Beatles.

‘Martha My Dear’ is beter. Paul nam het nummer – alweer – helemaal alleen op. “Toen ik piano leerde spelen,” vertelt Paul, ‘wou ik zien hoever ik kon gaan. Dit begon als iets dat je leert tijdens een pianoles. Het is nogal moeilijk om te spelen: het is twee-handig. De woorden betekenen niet echt iets: ik probeerde zomaar wat. Toevallig kwam ik op ‘Martha my dear.’ Het is puur verzonnen. Martha, is eigenlijk mijn hond en onze relatie is puur platonisch, geloof me.”

 

Ringo en George hebben reisplannen vanaf half oktober en dus moet er stevig worden doorgewerkt.

George besteedt twee lange nachten aan ‘Long Long Long’. Het spookachtige geluid aan het einde van de song is een fles wijn die ratelt door de lage tonen van een versterker. The Beatles waren dol op dit soort toevalligheden.

John zet op één avond ‘I’m So Tired’ en ‘The Continuing Story of Bungalow Bill’ op band. Yoko Ono en Maureen Starkey zijn bij de opname aanwezig en Yoko mag zelfs één regel zingen.

Terwijl de anderen ‘Long Long Long’ afwerken neemt Paul in zijn eentje ‘Why Don’t We Do It in the Road’ op. Wanneer John het resultaat hoort is die niet blij. Het is precies zijn soort song en hij had er wat graag aan meegewerkt. 

 

In een aantal marathonsessies worden strijkers en blazers toegevoegd en songs gemixt.

John krijgt het laatste woord: op zondag 13 oktober neemt hij het laatste nummer op voor het album: ‘Julia’. Het is John’s enige solo-nummer voor The Beatles. Linda fotografeert.

De volgende dag vertrekt Ringo met zijn familie naar Sardinië, met vakantie.

 

De laatste mixen worden gemaakt en op woensdag 16 oktober werken John, Paul en George, George Martin en Chris Thomas onafgebroken gedurende 24 uur om de LP samen te stellen en af te mixen.

 

Er zijn in totaal 32 nummers opgenomen, waarvan ‘Not Guilty’ en ‘What’s The New Mary Jane’ (één experimentele geluidscollage is genoeg) op de plank blijven liggen.

 

 

Het is eerder een verzameling van solo-opnamen dan een echte groeps-lp. “Het is niet gemakkelijk om de muziek van drie songschrijvers op één plaat samen te brengen,” meent John. “Dus maakten we er een dubbel van.”

 

George Martin heeft zijn bedenkingen. “Ik vond niet alle songs even sterk. Ik vond dat we beter er een heel erg  sterk enkel album uit konden halen, in plaats van een dubbele LP. Maar ze hielden voet bij stuk. Ik denk dat het ongelofelijk goed zou zijn geweest als het wat meer … gebald was.

Nochtans hebben een pak mensen me verteld dat ze het hun beste plaat vinden. Dat is niet mijn mening, maar…. Pas veel later heb ik gehoord dat ze door al die songs op te nemen sneller van hun contract met EMI af wilden geraken.”

 

“Wat moet je anders doen als je zoveel songs hebt,” meent George Harrison: “We zaten met veel ego’s in de band. Misschien hadden we een pak songs opzij kunnen leggen of er b-kantjes van maken.”

 

 

Bij het bepalen van de volgorde worden enkele regeltjes gehanteerd: de vier overblijvende nummers van George worden netjes verdeeld over de vier plaatkanten. En verder worden alle songs over dieren samen gebracht op één zijde.

 

Geluidstechnicus Ken Scott vertelt over de dag lange laatste spurt: “Het was uitputtend. We zaten letterlijk overal. We probeerden zoveel verschillende manieren om de songs te ordenen. Ik kan het mij niet herinneren. Ik zat in de ene controlekamer en John Smith zat in een andere. We waren allemaal tegelijk bezig. We zaten overal verspreid doorheen de studio’s van Abbey Road. Ik kan u echt niet vertellen wie wat gedaan heeft.”

 

 

Na een hazenslaapje vertrekken George Harrison, Mal Evans en Jackie Lomax naar Los Angeles.  George neemt de masters van The Beatles mee die hij persoonlijk gaat afgeven bij Capitol.


 

 

THE BEATLES of de witte dubbel-lp verschijnt op 22 november 1968 in Engeland en drie dagen later in Amerika. Hoewel het Apple label op de labels prijkt, wordt de plaat eigenlijk gewoon verdeeld door respectievelijk Capitol en EMI. Terwijl in Engeland zowel een mono als een stereoversie beschikbaar is, krijgen de Verenigde Staten enkel de stereo versie.

Nochtans is de mono uitgave diegene die door The Beatles zelf is samengesteld. Zij waren bij alle mono mixen aanwezig. De stereo uitgaven wijkt op een groot aantal punten af van die mono versie.

 

De totale verkoopscijfers komen wereldwijd op meer dan zeventien miljoen exemplaren.

 

 

 

https://i0.wp.com/www.jpgr.co.uk/pcs7067_c.jpg