Dylan and the Dead

 

Zowel artistiek als emotioneel was Dylan in 1987 op een dieptepunt aanbeland. Hij leed al enkele jaren aan writer’s block, was zwaar aan de drank en zijn geheime huwelijk met een van zijn zwarte zangeressen stelde niet veel voor. Zelfs wanneer zij met hem mee de wereld rond trok bedroog hij haar voortdurend met een van zijn vele vriendinnen.

Zelfs optreden zei hem niks meer. 

 

Tien jaar later blikte hij terug: “[In 1987] had ik het dieptepunt bereikt. Wat het ook was wat ik had willen doen, dat was het zeker niet. Ik wou er mee ophouden… Ik wist niet meer wat [mijn songs] betekenden… alleen maar wat woorden? Het stond allemaal zover van mij af. ..
Ik teerde lang voort op mijn naam. Mijn naam en mijn reputatie, dat was alles wat ik nog had. Ik was ten prooi gevallen aan geheugenverlies… Ik wist niet wat ik moest voorstellen op het podium.”

 

Toch heeft Elliott Roberts, de manager van Bob Dylan, voor zijn cliënt nog een aantal optredens op touw gezet samen met The Grateful Dead.  “We hielden altijd al van zijn muziek,” verklaarde Jerry Garcia, de leider van die band enthousiast: “en nog steeds. Dat was iets wat we altijd al wilden doen: Bob Dylan & The Grateful Dead. Dus toen we hem tegenkwamen [in ‘86] en we erover begonnen zei hij OK.”

Dylan was alleen maar akkoord gegaan omdat het een erg lucratieve deal was: hij krijgt maar liefst 70% van de inkomsten!

 

* * *

 

Garcia had dat jaar enkele maanden op het randje van de dood gebalanceerd. Hij was in een coma geraakt, veroorzaakt door een combinatie van suikerziekte en langdurig gebruik van heroïne en cocaïne. Met de gezamenlijke tournee in het vooruitzicht zorgde Garcia er voor dat hij clean was. Ook de rest van de band keek uit naar deze zes uitzonderlijke optredens. “Hij kwam langs voor een week of twee, drie en we repeteerden en probeerden wat uit. We speelden wat dingen en hadden plezier en trokken met elkaar op.”

 

Maar Dylan zag dat allemaal heel anders. Hij bracht zelfs geen gitaar mee naar de repetities.  Bob Weir bood hem aan er één te kiezen uit zijn collectie. Dylan pikte er  een roze exemplaar uit.

 

De repetities vonden, de eerste twee weken van juni 1987, plaats in Club Front in San Rafael, Californië. Dylan verbeef er in het Stoufers Hotel. Zijn vrouw was thuisgebleven met hun dochtertje. Dylan had Carole Childs mee om hem gezelschap te houden.

 

Tot Dylans verassing wilden de Dead meer en andere nummers repeteren dan hij gewoonlijk speelde met Petty. Dat probleem had hij ook al bij de Heartbreakers gehad: “Benmont Tench bleef mij maar vragen, smeken bijna, om eens wat andere nummers te spelen… en ik kwam iedere keer met een of andere smoes…”

 

De paniek sloeg bij hem toe: “Geen van die liedjes zei me ook maar iets en ik wist niet hoe ik ze met enige overtuiging kon zingen. “

 

In zijn Kronieken vertelt Dylan hoe hij met een smoesje de deur uit vluchtte en het op een lopen zette. Een paar straten verder passeerde hij een bar waar een paar muzikanten jazzballades speelden. Hij ging er binnen en keek naar de mannen. De zanger was ontspannen en zong met een natuurlijke kracht.

“Plots, zonder enige waarschuwing, leek het alsof deze kerel een raam naar mijn ziel had open gezet,” vertelt Dylan. “Ik deed dat vroeger ook zo, besefte ik. Het was lang geleden en het ging automatisch. Die techniek was zo elementair, zo simpel en ik was haar vergeten. Ik vroeg me af of ik het nog steeds kon. Ik wilde het op z’n minst een keer proberen.”

 

Hij keerde terug naar de repetitieruimte, alsof er niks was gebeurd, en probeerde het uit.  “In het begin verliep het moeizaam, alsof ik door een betonnen muur heen moest. Ik proefde alleen het stof. Maar dan kwam er opeens iets  los vanbinnen. Heel wonderlijk… Ik speelde die shows met de Dead en hoefde er nooit bij na te denken. Misschien hadden ze gewoon iets in mijn drankje gedaan – wie weet? Maar wat ze ook voorstelden, voor mij was alles prima. En dat had ik allemaal te danken aan die oude jazz zanger.“

 

Natuurlijk hebben de Grateful Dead en hun management een ander beeld van die repetities. “Hij was moeilijk om mee samen te werken,” weet Bob Weir. “Hij wou een nummer ooit meer dan twee of drie keer repeteren. We speelden misschien honderd nummers elk twee of drie keer…”

 

* * *

 

 

 

De tournee zelf ging twee weken later van start, op 4 juli. De dag  ervoor hadden Dylan en de Dead afgesproken in het Red Lion Hotel bij Foxboro, om de setlist op te stellen. De band wou een vast repertoire voorstellen, terwijl de zanger, verrassend genoeg, net met het  voornemen kwam om de setlist overhoop te gooien. “Bob kwam met een lijst nummers die weinig leek op wat we hadden gerepeteerd.”

Het resultaat was niets minder dan een ramp. “Het was alsof we nooit hadden gerepeteerd,” aldus Bob Weir over de openingsshow in het Sullivan Stadium van Foxboro, Massachusetts.

 

Geen van de beide drummers van de band volgde de zanger of gaf hem een basis om op voort te bouwen. Na twee songs werd het al duidelijk dat Dylan liever ergens was geweest.  Tussen de songs draaide hij zijn rug naar het publiek om zijn gitaar te stemmen. En tijdens het zingen keek hij naar de grond. Zijn stem klonk ook meer gehavend dan ooit.

 

Jerry Garcia toonde zich verbaasd om de werkmethoden van The Zimm: “Hij is grappig: een beetje een kameleon. Hij speelt volgens zijn gevoel… maar er zijn twee dingen die uiterst belangrijk zijn in de muziek, waar hij echt geen kaas van heeft gegeten: een nummer beginnen en eindigen. Alles wat daar tussen zit is fantastisch, maar het begin en het einde… “

 

Het meest dramatische was echter dat het jongensachtige imago van de vorige zomer was omgeslagen in het andere uiterste: Dylan zag er plots uit als een oude man, met een baard, gekromde rug, bijziend en zwijgzaam zowel tussen de nummers als tussen de optredens. Contractueel was vastgelegd dat op de videoschermen geen close-ups van hem mochten worden vertoond.

Volgens Denny McNally, de biograaf van de groep, was Dylan tijdens deze reeks optredens zo dronken of stoned dat hij dikwijls zijn teksten vergat. Soms speelde hij gewoon in een andere toonaard dan de rest van de groep. Kringen rond de zanger legden uit dat Dylan zware medicatie nam, omdat hij rugklachten had.

 

Samen speelden ze een half dozijn shows, telkens voor zo’n 75 000 toeschouwers. De Dead speelde eerst twee uur lang en dan volgde een gezamenlijke set met de Dead als backing band voor Bob. Daarbij brachten ze telkens twaalf songs, plus een toegift. Per set waren er hooguit drie nummers die niet uit de jaren zestig kwamen.

Tot de verrassingen behoorden ‘Chimes Of Freedom’ dat hij sinds 1964 niet meer had gezongen. Zowel ‘John Brown’ als ‘Tomorrow Is A Long Time’ waren nog nooit in een studio versie verschenen.

En dan waren er nog ‘Queen Jane Approximately’ en ‘Joey’ die hun live debuut kregen.

 

Terwijl de concerten hadden gezorgd voor een pak frustraties bij de Dead, had Dylan er veel van geleerd.  Zowel van hun gezelschap, als van de wijze waarop ze, haast moeiteloos, elke denkbare vorm van Amerikaanse muziek naar hun hand zetten: of hun nu folk ballads uit de Appalachen waren, een nummer van Bing Crosby of free-form jazz.  “Hij schreef niet veel toe,” blikte Jerry Garcia terug. “Ik denk dat hij op zoek was naar een nieuwe richting voor zijn songs.  We praatten over mensen als Elisabeth Cotton, Mississippi Sheiks, Earl Scrugs, Bill Monroe, Gus Cannon, Hank Williams…. We probeerden wat van die dingen uit tijdens de repetities. Ik toonde Bob wat van die nummers: ‘Two Soldiers’, ‘Jack-A-Roe’, ‘John Hardy’… Het probleem was dat Bob die nummers liever leek te spelen dan zijn eigen songs.”

 

“[Met de Grateful Dead] had ik een soort openbaring,” verklapte hij aan Mikal Gilmore van Rolling Stone: “Ik leerde er hoe ik die songs opnieuw kon spelen, door bepaalde technieken te gebruiken. Toen ik daarna weer met Petty ging optreden, gebruikte ik die technieken en ik ontdekte dat ik opnieuw kon spelen.”

Voortaan zou hij veel gevarieerder sets brengen, waarbij de setlist vlak voor het optreden werd bepaald en dan nog dikwijls ter plekke werd gewijzigd.

 

* * *

 

Maar de lijdensweg van Garcia en de zijnen was nog niet voorbij. Natuurlijk waren alle shows opgenomen met de bedoeling een live-LP op de markt te brengen.

 

We gingen naar zijn huis in Malibu,” vertelde Jerry Garcia, “dat ligt daar ergens… ver van de stad. Hij heeft daar grote honden rondlopen, zeker een stuk of zeven… We komen daar aan, en direct  omsingelen die honden de auto.

Dylan was iets in zijn huis aan het rommelen en hij nam ons mee naar een soort zaal, met een open haard, houten lambrisering  en een hoog plafond. Op tafel stond een goedkope ghetto blaster. Hij pakte de cassette, stopte die daarin en zei: ‘Vinden jullie ook niet dat de zang wat te hard staat, hier?’ Wij zitten daar maar te luisteren naar dat goedkope apparaat en hij zegt dan: ‘Ik vind dat er wat meer bas mag’.”

 

The Dead had het optreden van 12 juli integraal uit te brengen, maar daartegen stelde Dylan zijn veto.  Hij schrapte drie van de beste versies: ‘Wicked Messenger’, ‘Ballad of Frankie Lee and Judas Priest’ en ‘Chimes Of Freedom’ en stond er op dat ze werden vervangen door – nog maar eens – ‘All Along the Watchtower’ en ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ van een andere avond.

 

* * *

 

De plaat, Dylan And The Dead, verscheen pas anderhalf jaar na de tournee: op 6 februari 1989.

 

Er staan slechts zeven nummers op en geen enkel daarvan is de moeite waard. Dylan worstelt zich mompelend door de teksten, hele lappen overslaand of door elkaar haspelend. De band doet zijn best om hem te volgen.

 

Een van de drummers van de band, Tim Hart, bekeek het zo: “We probeerden een zanger te begeleiden op songs die niemand kende. Het was niet ons beste werk – en het zijne trouwens ook niet. Ik snap niet waarom iemand zoiets op plaat wou uitbrengen.”

 

En toch deed de live opname het beter dan Dylans recente studiowerk en bereikte zelfs een 37ste plaats in de Billboard-albumlijst. Maar dat was misschien meer te danken aan de nasleep van het succes van de Traveling Wilburys, waarvan de plaat een paar maanden eerder was verschenen.

 

‘Queen Jane Approximately’ van 12 juli 1987

 

 

Down In The Groove 

 

Ondanks de tegenvallende verkoopsresultaten van zijn laatste paar platen, Empire Burslesque en Knocked Out Loaded besluit Bob Dylan het nog één keer te proberen. Een haast totaal gebrek aan inspiratie speelt hem nu al een jaar of twee parten. Noodgedwongen neemt hij daarom opnieuw zijn toevlucht tot het opnemen van covers.

 

 

Begin maart

 

De opnamen gaan van start op 5 maart 1987. In de Sunset Sound Studios van Hollywood verzamelt Bob een groepje muzikanten rond de Indiaanse gitarist Jesse Ed Davis: pianist James Ehinger, Gary Ray (van de Showdown Band) op clarinet, plus de ritmetandem Mark A. Schatzkamer en Robert Tsukamoto.

 

De productie is in handen van David Briggs, sinds 1968 zowat de vaste producer van Neil Young. Het lijkt een ideale keuze want, zoals Joel Bernstein na zijn dood in 1995 uitlegde: “Hij probeerde steeds de beste uitvoering uit de artiest te krijgen. Maar boven alles zorgde hij ervoor dat de luisteraar een realistisch beeld kreeg van de muziek zoals die live werd gespeeld in de kamer. Dat was waar hij naar streefde: een live geluid in de kamer! En om dat te bereiken schuwde hij geen enkel technologisch trucje.”

 

Veel gegevens zijn er niet bekend over deze sessies, want de boekhouding kreeg niet veel aandacht. De geluidstechnicus die de nota’s bijhield gaf meestal zo maar een naam aan de composities die hij niet kende. De genoteerde titels zijn: ‘Street People’, Side Walks’, ‘Shake Sugaree’ en ‘My Prayer’.

‘Shake Sugaree’ wordt soms toegeschreven aan Gerry Garcia van The Greatful Dead, maar eigenlijk werd het nummer geschreven door Elizabeth Cotton. (zie  http://forum.goddeau.com/viewtopic.php?p=132409#p132409 voor meer uitleg)

 

‘Side Walks’ dook in februari 2007 plots op. Het blijkt een cover te zijn van een song van soullegende Solomon Burke, uit 1979. Iemand bood een tape te koop aan met daarop vier volledige takes van Dylans versie van het nummer. De gevraagde prijs van 12 500 dollar bleek wat te hoog gegrepen. Daarom maakte de verkoper cassetten van de band, die voor 50 dollar per stuk de deur uitgingen.

 

 

‘Side Walks’

 

Een week later is Bob Dylan aanwezig bij een herdenkingsconcert ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van  het overlijden van George Gershwin. Hij brengt er een prachtige versie van ‘Soon’. Het optreden in de Brooklyn Academy Of Music van New York is op 17 juli 1987 te zien op de Duitse zender ZDF-TV.

 

 

‘Soon’ op 17 juli 1987

 

Einde maart

 

Voor de tweede sessie, op 27 maart, heeft Dylan een merkwaardige groep muzikanten om zich heen verzameld. Daarvoor contacteerde hij ex-Sex Pistol Steve Jones. “Hij belde me op en vroeg of ik een band kon samenstellen om wat sessies te doen. Ik zei ja. Paul Simonon van The Clash was op dat moment in de stad. En de gitarist met wie ik toen werkte ook en de drummer uit de band van Pat Benatar.”

 

Met twee Britse punkers en twee Amerikaanse rockers legt de zanger zich toe op het op band zetten van… een aantal rhythm & bluesnummers. ‘Chain Gang’ van Sam Cooke en ‘If You Need Me ‘ van Wilson Pickett passeren de revue. ‘Sally Sue Brown’ is van Arthur Alexander en ‘Shake Your Money’ waarschijnlijk van Emore James.

 

 

Begin april

 

Het lijkt een logische stap om dan maar over te gaan op zwarte muzikanten. Raymond Lee Pounds is de drummer van Stevie Wonder op diens Songs in the Key of Life en tourde met Barry White, Lou Rawls en The Temptations. James Jamerson is DE bassist van Motown. En voor de solo’s riep Dylan de hulp in van de gitarist van de Red Hot Chili Peppers: Jack Morris Sherman. Met deze wonderlijke combinatie muzikanten vonden twee sessies plaats: op 3 en 11 april.

 

Het songrepertoire vloog weer alle kanten uit: van een countrysong van Merle Haggard, over ‘Just When I Needed You Most’ van Randy Vanwarmer (!) tot ‘Willie And The Hand Jive’ van Johnny Otis.

Drie songs kwamen in aanmerking om officieel te worden uitgebracht: ‘Ninety Miles An Hour’ van Hank Snow, ‘Important Words’ van Gene Vincent en ‘When Did You Leave Heaven?’ uit de musical Sing, Baby, Sing (1936).

 

Hoewel dat laatste nummer in een andere versie op de plaat verschijnt. Daarbij heeft de geluidstechnicus Stephen Shelton plaats genomen achter het drumstel en krijgt Dylan verder enkel hulp van Madelyn Quebec. Er zijn geen gegevens over de opnamedatum van die sobere uitvoering.

 

 

Einde april

 

Daarna laste Bob een pauze in, om wat andere dingen te gaan doen.

 

Op 14 april dook hij op in Memphis. Ringo Starr was daar een plaat aan het opnemen met de legendarische producer Chips Moman – de man verantwoordelijk voor de beste plaat van Elvis Presley: Elvis in Memphis. Maar ook is hij, samen met Dan Penn, de auteur van Southern soul klassiekers als ‘Do Right Woman’ (Aretha Franklin) en ‘Dark End Of The Street’ (James Carr).

 

Bob Dylan gaat er harmonica spelen en zingt zelf ook een strofe op ‘Wish I Knew Now (What I Knew Then)’. De opnamen worden echter nooit uitgebracht omdat de drummer in die periode zelden nuchter was. Het nummer zou door Dylan zijn geschreven.

 

Dylan maakt van de gelegenheid gebruik om Graceland te bezoeken en ook de plaats waar Martin Luther King werd vermoord.

 

Een week later is hij terug in Los Angeles, waar hij tijdens een concert van U2 een verrassingsoptreden doet. Tijdens een etentje vertelt Bono hem over een nummer dat hij  onlangs heeft gedroomd. Toen hij wakker werd zat het in zijn hoofd. Hij vraagt Dylan of het soms een oud nummer van hem is. Dat blijkt niet het geval. Hij is wel bereid om de song verder samen af te werken.

“Hij vindt het heden heel belangrijk,” legt Bono later uit, “Bob Dylan zijnde. Hij voelt zich gevangen in het verleden en dat is hij ook, in zekere zin. Ik bedoel, niemand vraagt Smokey Robinson om op elke plaat een nieuwe ‘Tracks of my Tears’ te zetten… We waren wat samen aan het schrijven en hij kwam met enkele prachtige regels. En dan zegt hij: ‘nee, schrap dat maar.’ Kun je dat geloven? Hij vond het te kort staan bij wat mensen verwachten van Bob Dylan.”

De song is ‘Love Rescue Me’.

Dylan is zelfs bereid om wat mee te zingen bij de opname van het nummer. Dat gebeurt in juni, tijdens een sessie geproducet door Jimmy Iovine. Rattle And Hum wordt uitgebracht in oktober ‘88.

 

Dylan gaat ook even opnieuw acteren. Hij speelt een klein rolletje in Backtrack, een film van Jodie Foster. Daarin speelt hij een kunstenaar die een getuige van een moord beschermd. Dylan is 50 seconden in beeld.

Ook Neil Young speelt mee.

 

 

Begin mei

 

Op 1 mei worden de sessies hervat. Natuurlijk is de band weer geheel vernieuwd. Danny Kortchmar is een Westcoast gitarist, wiens naam steevast opduikt op platen van James Taylor, Jackson Browne en David Crosby.

Bassist Randy Jackson is afkomstig uit Baton Rouge en zat op dat moment in de rackband Jouney.

Steve Jordan was de drummer van Saturday Night Life en had net de drumstoel van de Roling Stones warm gehouden tijdens de opnamen van Dirty Work. Charlie Watts was op dat moment tijdelijk werkonbekwaam wegens teveel van… van alles. 

 

Een uitstekende versie van ‘Let’s Stick Together’ van Wilbert Harrison is het meest hoopvolle resultaat. Verder passeerden ook ‘Rock ‘n’ Roll Ruby’ van Johnny Cash, ‘Listen To Me’ van Buddy Holly en opnieuw ‘Important Words’ van Gene Vincent.

 

‘Ugliest Girl In The World’ is een overblijvertje van The Grateful Dead tekstschrijver Robert Hunter. Dylan schaafde de tekst wat bij en verzon de melodie.

 

 

Willie Green, Terry Evans en Bobby King vormden het fantastische achtergrond koor op vele platen van Ry Cooder. Samen met de kersverse mevrouw Dylan, Carolyn Dennis, en haar moeder Madelyn Quebec, voegden King en Green op 5 mei gospelklanken toe aan de track ‘Sally Sue Brown’.

 

 

Begin juni

 

Dylan’s manager, Elliott Roberts, heeft een aantal optredens op touw gezet van zijn cliënt samen met The Grateful Dead. De repetities vinden plaats in Club Front in San Rafael, Californië.

Over deze samenwerking kun je in een volgend hoofdstuk meer lezen.

 

 

Einde juni

 

Na zijn terugkeer in Los Angeles, herneemt Dylan de sessies voor Down In The Groove.

Van Robert Hunter heeft Dylan opnieuw enkele teksten gekregen. Daarvan lijkt ‘Silvio’ hem het best bruikbaar.

 

Op 16 juni neemt Bob de basistrack er van op, in een minimale bezetting van enkel bassist Nathan East en drummer Mike Baird, naast zijn eigen gitaar.

Enkele leden van de Grateful Dead, Jerry Garcia, Bob Weir en Brent Mydland, komen hem dan helpen bij het inzingen. Zij worden daarbij bijgestaan door Dylans vrouw en schoonmoeder.

 

Voor de 19de eeuwse folkballad ‘Shenandoah’ heeft hij enkel de hulp van de bassist en de beide zangeressen nodig.

 

Naast de beide nieuwe nummers vertrouwd deze band ook nog een versie van ‘Rank Strangers To Me’ aan de tape toe. Dylan kent het nummer van de eerbiedwaardige bluegrassband The Stanley Brothers. ‘You Can’t Judge A Book By Looking At The Cover’ is dan weer van Willie Dixon.

 

De volgende dag vindt een laatste sessie plaats. Dylan vond de minimale bezetting blijkbaar wel prettig werken want naast zijn eigen gitaar kiest hij als enig ander instrument voor een bas. Daarvoor doet hij beroep om de man van Joni Mitchell: Larry Klein. Om het geluid toch wat voller te maken krijgen de beide vaste zangeressen versterking van twee andere: Alexandra Brown en Peggi Blu.

Samen nemen ze een nieuwe versie op van ‘Rank Strangers To Me’, plus ‘Ninety Miles An Hour (Down A Dead End Street)’, een countryhit van Hank Snow uit 1963.

 

Ook ‘Important Words’ van Gene Vincent krijgt een definitieve uitvoering.

 

Het afwerken van de plaat laat Dylan over aan technicus Stephen Shelton. Die vraagt Bobby King en Willie Green nog even terug om, op 23 juni, wat extra backing vocals toe te voegen aan ‘Ninety Miles An Hour’.

 

Tijdens de afgelopen maanden heeft Dylan ook nog twee andere covers opgenomen:

‘Got Love If You Want It’ van Slim Harpo  en ‘Pretty Boy Floyd’ van Woody Guthrie.

Hiervan zijn geen opnamedata bekend. De Guthrie cover is bedoeld voor een tribute plaat van het Folkways label: A Vison Shared.

 

 

Na de korte tournee met The Grateful Dead in juli, gevolgd door een derde tournee met Tom Petty en diens Heartbreakers.

 

 

De lange weg naar de release van Down In The Groove

 

Op 18 januari 1988 verlengt hij zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd’s. De platenfirma verspreidt onmiddellijk promo-cassettes van Down In The Groove.

 

Let’s Stick Together

When Did You Leave Heaven?

Got Love If You Want It

Ninety Miles An Hour

Sally Sue Brown.

Ugliest Girl In The World

Silvio

Important Words

Shenandoah

Rank Strangers.

 

Twee nummers van deze eerste versie zullen de uiteindelijke versie niet halen: ‘Got Love If You Want It’ en ‘Important Words’.

 

Een maand later volgt een tweede, aangepaste versie van de promo-cassettes. ‘Important Words’ is geschrapt en vervangen door het beste nummer van de oundtrack van Hearts Of Fire: de cover van ‘The Usual’ van he John Hiatt.

 

Let’s Stick Together

When Did You Leave Heaven?

Got Love If You Want It

Ninety Miles An Hour

Sally Sue Brown

Ugliest Girl In The World

Silvio

The Usual

Shenandoah

Rank Strangers.

 

 

Pas een jaar na de opname, verschijnt Down In The Groove eindelijk, op 19 mei 1988.

Opnieuw is de tracklist aangepast. ‘The Usual’ is opnieuw verdwenen en vervangen door een veel zwakker song uit de Hearts Of Fire sessies: ‘Had A Dream About You, Baby’.

Ook van ‘Got Love If You Want It’ en ‘Important Words’ is er geen spoor meer. Dat eerste nummer staat, per ongeluk, nog wel op de in Argentinië geperste exemplaren van de plaat.

Dylan is blijkbaar terug de archieven in gedoken, want ‘Death Is Not The End’ is een overblijvertje uit 1983. Een merkwaardige keuze, vooral omdat ‘Blind Willie McTell’ en ‘Foot Of Pride’ van diezelfde Infidels sessies toen ook nog onuitgebracht waren.

 

Beide “nieuwe” songs zijn bewerkt met overdubs. Voor ‘Death Is Not The End’ deed Dylan zelfs beroep op een paar hip-hoppers uit New York: Full Force. Jammer genoeg is daarvan weinig te merken. Hun backing vocals klinken niet anders dan die van om het even wie.

 

Net als bij Knocked Out Loaded waren de reacties haast unaniem negatief. Opnieuw is de plaat erg kort en zijn er veel covers. Hoewel er nog minder exemplaren van verkocht worden dan van de voorganger is de hoogste notering een 61ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten en een 32ste in de Engelse.

 

Dylan verdedigde het grote aantal covers op de plaat: “Er is geen regel die zegt dat iemand zijn eigen nummers moet schrijven. En ik doe dat. Ik schrijf veel nummers. En dan? Je kun Ik schrijf veel nummers. n eigen nummers moet schrijven,”962 opnam voor dit toneelstuk.t ook een nummer nemen dat iemand anders heeft geschreven en dat tot het jouwe maken. Ik zeg niet dat op deze plaat definitieve versies staan van wat dan ook, maar ik vond die nummers wel goed. Af en toe moet je eens wat van iemand anders zingen.”

 

Rolling Stone zou de plaat in 2007 bestempelen als Dylans allerslechtste prestatie. Dat is misschien wat overdreven. Zowel het openingsnummer ‘ Let’s Stick Together’ als de laatste song ‘ Rank Strangers to Me’ zijn sterke covers. Ook zijn country-gospel versie van ‘Shenandoah’ is zeer de moeite waard.

 

‘Silvio’ verscheen in juni 1988 op single en – in tegenstelling tot heel veel andere recente songs – bracht Dylan het nummer vrij dikwijls live tijdens de volgende jaren. Later wordt het ook een aantal keren geselecteerd voor verzamelaars als Greatest Hits, Vol. 3 en zelfs The Essential Bob Dylan. Voor de b-kant van de single werd terug gegrepen naar een nummer van Empire Burlesque sessies: ’Driftin’ Too Far From The Shore’.

 

‘Death Is Not The End’ werd in 1996 gecoverd door Nick Cave en Freek de Jonge bestormde een jaar later de hitlijsten van de Lage landen met een hertaling als ‘Is er leven na de dood?’.

 

Opvallend is dat haast alle songs op Down In The Groove gaan over vervreemding, ouderdom en dood. Daarmee vormen ze een voorproefje van de thema’s die de volgende decennia zijn nummers zullen beheersen.

 

 

‘Silvio’ live op 12 augustus 2003 in de Hammerstein Ballroom, New york.