in de studio

in de studio

In de herfst van 1986 besloot George Harrison dat het tijd werd voor een comeback. Nadat zijn laatste plaat, Gone Troppo, uit 1982, door de critici was afgekraakt en door het publiek genegeerd, had de ex-Beatle even genoeg gehad van de muziekindustrie. Vijf jaar lang had hij zich nog zelden in het openbaar laten zien. Al die tijd had hij zich toegelegd op het onderhouden van zijn tuin en het uitbouwen van zijn filmmaatschappij Handmade Films.  

Om aansluiting vinden bij de geëvolueerde muziekscène zocht hij een geschikte medeproducer. Op aanraden van Dave Edmunds contacteerde hij de vroegere frontman van het Electric Light Orchestra. Jeff Lynne. was altijd al een Beatlesfreak geweest en ging dan ook graag op het verzoek in.

 

Vanaf begin januari tot einde maart 1987 werkten ze samen in George’s huisstudio in Friar Park, aan de opname van Cloud Nine.

 

In februari gingen ze samen naar een optreden van Dave Edmunds kijken in The Palace in Hollywood. Brian Setzer, de leider van de rockabilly groep Stray Cat speelde er mee tijdens de bisnummers. Achteraf gingen George en Jeff, Edmunds opzoeken in zijn kleedkamer. Daar troffen ze ook Bob Dylan, Tom Petty en Duane Eddy. De tequila en Corona vloeiden rijkelijk en al grappend meenden ze dat ze samen wel eens een fantastische band zouden kunnen vormen.

 

 castingcallphoto1

 

Van links naar rechts: Mike Campbell, Dave Edmunds, Brian Setzer, Jeff Lynne, George Harrison, Duane Eddy, Bob Dylan – foto Robert Matheu voor het Amerikaanse muziekblad Creem.

 

* * *

 

Omdat hij vreesde dat niemand hem nog zou kennen, dacht de gitarist er goed aan te doen zich wat meer in de openbaarheid te begeven. Zo verscheen hij in juni op het podium van het jaarlijkse liefdadigheidsfeest The Prince’s Trust.

 

En in oktober was hij present bij elk van de zeven concerten van Bob Dylan in Engeland.

Tom Petty vertelde daar over: “We waren met the Heartbreakers op tournee in Engeland, samen met Bob Dylan. Na een concert in Birmingham kwam George ons opzoeken. Het was mijn verjaardag en hij had een taartje meegebracht. We hadden elkaar daarvoor nog maar één keer ontmoet, maar het was meteen alsof we al ons heel leven lang dikke vrienden waren. Ik heb nog een foto van die avond: ik, George, Jeff Lynne, Roger McGuinn, Bob Dylan en Mike Campbell – alle mensen die ik leuk vind samen op één foto. Ringo was er ook bij, geloof ik. Die avond trok een orkaan door mijn leven en sindsdien is de wind nooit meer gaan liggen.”

 

Na herhaald aandringen was George bereid om, bij het laatste concert in Wembley, een nummer mee te gaan spelen. Dat werd ‘Rainy Day Woman # 12 & 35’. Na afloop van de tournee ging Dylan een paar dagen logeren bij George thuis, in Henley.

 

Op 20 januari van het volgende jaar kwamen George N Bob elkaar alweer tegen. Deze keer in New York, waar in het Waldorf Astoria Hotel, voor de derde keer artiesten werden opgenomen in de Rock And Roll Hall Of Fame. In 1988 was het de beurt aan heel wat grote namen: The Beatles, Bob Dylan, the Beach Boys, Les Paul, Woody Guthrie, the Supremes, the Drifters en Berry Gordy.

 

De avond wordt traditioneel afgesloten met een jamsessie, waaraan iedereen meedoet. Bob en George brengen samen ‘Twist And Shout’ en ‘All Along The Watchtower’.

 

Bruce Springsteen mocht Dylan inleiden. Hij vertelde dat “hij onze hersenen heeft bevrijdt, zoals Elvis onze lichamen heeft bevrijdt.” Hij vroeg ook aandacht voor Dylans recentere werk en wees er op wat een prachtige song ‘Every Grain Of Sand’ is.

 

Datzelfde nummer werd er een maand later ook door George uitgepikt, wanneer hij nog eens op de Amerikaanse radio te horen was. In het programma Rockline, bracht hij een akoestische versie van ‘Every Grain Of Sand’  om te bewijzen dat Dylan nog steeds waardevolle nummers schreef.

 

 

* * *

 

Mede dankzij een zeer grappig videoclipje was George’s single ‘Got My Mind Set On You’ naar de top in de Britse hitlijsten doorgestoten. Ook de opvolger ‘When We Was Fab’ en de LP zelf deden het uitstekend. De platenmaastchappij vroeg om een nieuwe song, als extraatje  voor de 12″ versie van de derde single: ‘This Is Love’.

 

Begin april vliegt George naar Los Angeles, waar Jeff Lynne de comebackplaat van Roy Orbison aan het producen is. Tijdens een etentje met stelt George voor om samen iets op te nemen. Orbison is meteen enthousiast. Omdat er niet zo snel een studio beschikbaar is bellen ze Bob Dylan of ze zijn privé-studio in zijn huis in Malibu mogen gebruiken. Onderweg passeert George nog even bij Tom Petty om zijn gitaar op te pikken, die hij daar eerder heeft laten liggen. Petty besluit ook mee te gaan.

 

Wanneer ze allemaal in de tuin van Bob huis zitten, ziet George daar wat kartonnen dozen staan. De openingszin “been beat up and battered around”, is een beschrijving van de toestand van die dozen en de titel ‘Handle with Care’ komt rechtstreeks van het label dat er op is geplakt.

“Ik dacht: ik ga dit niet alleen zingen,” blikte George achteraf terug: “Ik heb Roy Orbison hier  – ik ga een regel voor hem schrijven. En toen dacht ik: nu even doorzetten en dan laat ik Tom en Bob het middenstuk zingen.”

 

Iedereen draagt een regeltje bij. Alleen Bob Dylan heeft wat aansporing nodig: “Geef ons wat tekst, gij befaamde tekstschrijver” roept George. In een uurtje hebben ze de song klaar. Ze besluiten allemaal mee te doen en de zang te verdelen.

 

Zodra Mo Ostin, de directeur van Warner Brothers, het nummer hoort vindt hij het veel te goed voor een b-kant. Er wordt voorgesteld er een single van te maken en zelfs een budget ter beschikking te stellen voor meer. Het hobbyclubje besluit een hele plaat te maken: The Traveling Wilburys zijn geboren.

 

Tome Petty meent dat George echter al langer  met het idee speelde om samen iets te gaan doen. “We zagen elkaar al regelmatig daarvoor. Ik denk dat we al een gedeelte van [mijn solo-lp] Full Moon Fever op hadden genomen. Roy was er pas bij gekomen, omdat Jeff met hem aan het werk was. De eerste keer dat ik Roy ontmoette schreven Jeff, Roy en ik dat nummer: ‘You Got It’. .. Iedereen kende elkaar dus al. We zochten mekaar op. En George vond – omdat hij een extra track nodig had – dus dacht hij: we zijn hier nu allemaal, laat ons allemaal iets zingen. Toen het op band stond, vond hij het niet echt een George Harrison plaat, het is meer iets voor een groep. ‘Wat vinden jullie: hebben we een groep?’ En zo ging de bal aan het rollen. Het was een fantastische band. Het was heel plezierig om er bij te zijn.”

 

De gitaristen van de Traveling Wilburys

  

De opnamen voor de LP vinden plaats in de studio van Dave Stewart in Los Angeles, van 8 tot 21 mei 1988.

Lynne producet de plaat. De vijf gitaristen krijgen de hulp van drummer Jim Keltner. Tom Petty speelt ook bas en Jeff Lynne toetsen.

De opnamen worden ook gefilmd. Whatever Wilbury Wilbury wordt echter nooit uitgebracht voor het grote publiek.

 

Het plan is om elke dag een nummer te schrijven en dat dan op te nemen.

De opnamen voorlopen zeer voorspoedig. “We genoten er allemaal van,” blikte Roy Orbison terug: “Het was zo ontspannen. Er waren geen ego’s bij betrokken en er hing een zeer speciale sfeer.”

Zelfs Dylan schijnt daardoor terug in zijn plooi te komen. Dit resulteert in drie nieuwe nummers en een tamelijk geweldige LP. Zo werd ‘Dirty World’ geschreven nadat Bob voorstelde: “Laat ons er eentje doen in de stijl van Prince!”

De Springsteen parodie ‘Tweeter and The Monkey Man’ is Dylans beste bijdrage. “Dat kwam van Tom Petty en Bob, die in de keuken zaten,” vertelt George Harrison. “Jeff en ik zaten er bij, maar we begrepen niks van wat ze zeiden – Americana en zo. We haalden een cassetterecorder en namen het op. Dan schreven we alles uit wat ze verteld hadden. En Bob bewerkte dat een beetje… Hij had één take nodig om zich wat op te warmen en dan deden we de tweede take ‘voor echt’. De rest van ons had meer tijd, maar Bob moest op tournee en we wisten dat we het niet opnieuw konden inzingen. Dus moest het meteen goed zitten. Op die tweede take zong hij het in één keer in.”

 

De naam van de groep komt van een opmerking die iemand maakte tijdens de opname. Telkens er een foutje werd gemaakt riep er wel iemand: “We’ll bury it in the mix!” En dat werd al snel “Wilbury”. George stelde voor om er ‘The Trembling Wilburys’ van te maken, maar uiteindelijk werd het ‘The Traveling Wilburys’.

 

Voor de grap nemen ze ook allemaal een andere identiteit aan. Ze zouden allemaal halfbroers zijn, de zonen van Charles Truscott Wilbury, Sr.: George wordt Nelson Wilbury, Roy Orbison is Lefty, Bob Dylan is Lucky, Jeff Lynne is Otis en Tom Petty is Charles T. Junior.

Achteraf worden de basistracks door George en Jeff nog wat bijgewerkt in de George’s studio in Friar Park, met percussie en saxofoons.

 

 

Traveling Wilburys, Vol. 1  wordt op 18 oktober 1988 uitgebracht. Tegelijk verschijnt ook de single ‘Handle With Care’/‘Margarita’.  De single blijft in Billboard steken op de 45ste plaats en in Engeland bereikt hij een 21ste plaats.

De LP zelf wordt de verassingshit van het jaar. Waarschijnlijk mee door de recente successen van Harrison en Petty gaan er meer dan twee miljoen exemplaren van de deur uit. Het grote commercieel succes vertaalt zich in meer dan 40 weken in de Amerikaanse hitlijsten met een derde plaats als hoogste notering. Op die manier haalt Dylan, voor het eerst in de jaren tachtig, platinum. Meer zelfs: het is zijn allereerste dubbel-platina plaat.

In Engeland is het succes iets minder met een 16de plaats

 

In de nasleep gaat er ook veel aandacht naar de plaat van Roy Orbison die met ‘You Got It’ helemaal terug aan de top geraakt. Jammer genoeg kan hij niet lang van zijn nieuwe status genieten: op 6 december overlijdt hij plotseling aan een hartaanval.

 

 

 

Down In The Groove 

 

Ondanks de tegenvallende verkoopsresultaten van zijn laatste paar platen, Empire Burslesque en Knocked Out Loaded besluit Bob Dylan het nog één keer te proberen. Een haast totaal gebrek aan inspiratie speelt hem nu al een jaar of twee parten. Noodgedwongen neemt hij daarom opnieuw zijn toevlucht tot het opnemen van covers.

 

 

Begin maart

 

De opnamen gaan van start op 5 maart 1987. In de Sunset Sound Studios van Hollywood verzamelt Bob een groepje muzikanten rond de Indiaanse gitarist Jesse Ed Davis: pianist James Ehinger, Gary Ray (van de Showdown Band) op clarinet, plus de ritmetandem Mark A. Schatzkamer en Robert Tsukamoto.

 

De productie is in handen van David Briggs, sinds 1968 zowat de vaste producer van Neil Young. Het lijkt een ideale keuze want, zoals Joel Bernstein na zijn dood in 1995 uitlegde: “Hij probeerde steeds de beste uitvoering uit de artiest te krijgen. Maar boven alles zorgde hij ervoor dat de luisteraar een realistisch beeld kreeg van de muziek zoals die live werd gespeeld in de kamer. Dat was waar hij naar streefde: een live geluid in de kamer! En om dat te bereiken schuwde hij geen enkel technologisch trucje.”

 

Veel gegevens zijn er niet bekend over deze sessies, want de boekhouding kreeg niet veel aandacht. De geluidstechnicus die de nota’s bijhield gaf meestal zo maar een naam aan de composities die hij niet kende. De genoteerde titels zijn: ‘Street People’, Side Walks’, ‘Shake Sugaree’ en ‘My Prayer’.

‘Shake Sugaree’ wordt soms toegeschreven aan Gerry Garcia van The Greatful Dead, maar eigenlijk werd het nummer geschreven door Elizabeth Cotton. (zie  http://forum.goddeau.com/viewtopic.php?p=132409#p132409 voor meer uitleg)

 

‘Side Walks’ dook in februari 2007 plots op. Het blijkt een cover te zijn van een song van soullegende Solomon Burke, uit 1979. Iemand bood een tape te koop aan met daarop vier volledige takes van Dylans versie van het nummer. De gevraagde prijs van 12 500 dollar bleek wat te hoog gegrepen. Daarom maakte de verkoper cassetten van de band, die voor 50 dollar per stuk de deur uitgingen.

 

 

‘Side Walks’

 

Een week later is Bob Dylan aanwezig bij een herdenkingsconcert ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van  het overlijden van George Gershwin. Hij brengt er een prachtige versie van ‘Soon’. Het optreden in de Brooklyn Academy Of Music van New York is op 17 juli 1987 te zien op de Duitse zender ZDF-TV.

 

 

‘Soon’ op 17 juli 1987

 

Einde maart

 

Voor de tweede sessie, op 27 maart, heeft Dylan een merkwaardige groep muzikanten om zich heen verzameld. Daarvoor contacteerde hij ex-Sex Pistol Steve Jones. “Hij belde me op en vroeg of ik een band kon samenstellen om wat sessies te doen. Ik zei ja. Paul Simonon van The Clash was op dat moment in de stad. En de gitarist met wie ik toen werkte ook en de drummer uit de band van Pat Benatar.”

 

Met twee Britse punkers en twee Amerikaanse rockers legt de zanger zich toe op het op band zetten van… een aantal rhythm & bluesnummers. ‘Chain Gang’ van Sam Cooke en ‘If You Need Me ‘ van Wilson Pickett passeren de revue. ‘Sally Sue Brown’ is van Arthur Alexander en ‘Shake Your Money’ waarschijnlijk van Emore James.

 

 

Begin april

 

Het lijkt een logische stap om dan maar over te gaan op zwarte muzikanten. Raymond Lee Pounds is de drummer van Stevie Wonder op diens Songs in the Key of Life en tourde met Barry White, Lou Rawls en The Temptations. James Jamerson is DE bassist van Motown. En voor de solo’s riep Dylan de hulp in van de gitarist van de Red Hot Chili Peppers: Jack Morris Sherman. Met deze wonderlijke combinatie muzikanten vonden twee sessies plaats: op 3 en 11 april.

 

Het songrepertoire vloog weer alle kanten uit: van een countrysong van Merle Haggard, over ‘Just When I Needed You Most’ van Randy Vanwarmer (!) tot ‘Willie And The Hand Jive’ van Johnny Otis.

Drie songs kwamen in aanmerking om officieel te worden uitgebracht: ‘Ninety Miles An Hour’ van Hank Snow, ‘Important Words’ van Gene Vincent en ‘When Did You Leave Heaven?’ uit de musical Sing, Baby, Sing (1936).

 

Hoewel dat laatste nummer in een andere versie op de plaat verschijnt. Daarbij heeft de geluidstechnicus Stephen Shelton plaats genomen achter het drumstel en krijgt Dylan verder enkel hulp van Madelyn Quebec. Er zijn geen gegevens over de opnamedatum van die sobere uitvoering.

 

 

Einde april

 

Daarna laste Bob een pauze in, om wat andere dingen te gaan doen.

 

Op 14 april dook hij op in Memphis. Ringo Starr was daar een plaat aan het opnemen met de legendarische producer Chips Moman – de man verantwoordelijk voor de beste plaat van Elvis Presley: Elvis in Memphis. Maar ook is hij, samen met Dan Penn, de auteur van Southern soul klassiekers als ‘Do Right Woman’ (Aretha Franklin) en ‘Dark End Of The Street’ (James Carr).

 

Bob Dylan gaat er harmonica spelen en zingt zelf ook een strofe op ‘Wish I Knew Now (What I Knew Then)’. De opnamen worden echter nooit uitgebracht omdat de drummer in die periode zelden nuchter was. Het nummer zou door Dylan zijn geschreven.

 

Dylan maakt van de gelegenheid gebruik om Graceland te bezoeken en ook de plaats waar Martin Luther King werd vermoord.

 

Een week later is hij terug in Los Angeles, waar hij tijdens een concert van U2 een verrassingsoptreden doet. Tijdens een etentje vertelt Bono hem over een nummer dat hij  onlangs heeft gedroomd. Toen hij wakker werd zat het in zijn hoofd. Hij vraagt Dylan of het soms een oud nummer van hem is. Dat blijkt niet het geval. Hij is wel bereid om de song verder samen af te werken.

“Hij vindt het heden heel belangrijk,” legt Bono later uit, “Bob Dylan zijnde. Hij voelt zich gevangen in het verleden en dat is hij ook, in zekere zin. Ik bedoel, niemand vraagt Smokey Robinson om op elke plaat een nieuwe ‘Tracks of my Tears’ te zetten… We waren wat samen aan het schrijven en hij kwam met enkele prachtige regels. En dan zegt hij: ‘nee, schrap dat maar.’ Kun je dat geloven? Hij vond het te kort staan bij wat mensen verwachten van Bob Dylan.”

De song is ‘Love Rescue Me’.

Dylan is zelfs bereid om wat mee te zingen bij de opname van het nummer. Dat gebeurt in juni, tijdens een sessie geproducet door Jimmy Iovine. Rattle And Hum wordt uitgebracht in oktober ‘88.

 

Dylan gaat ook even opnieuw acteren. Hij speelt een klein rolletje in Backtrack, een film van Jodie Foster. Daarin speelt hij een kunstenaar die een getuige van een moord beschermd. Dylan is 50 seconden in beeld.

Ook Neil Young speelt mee.

 

 

Begin mei

 

Op 1 mei worden de sessies hervat. Natuurlijk is de band weer geheel vernieuwd. Danny Kortchmar is een Westcoast gitarist, wiens naam steevast opduikt op platen van James Taylor, Jackson Browne en David Crosby.

Bassist Randy Jackson is afkomstig uit Baton Rouge en zat op dat moment in de rackband Jouney.

Steve Jordan was de drummer van Saturday Night Life en had net de drumstoel van de Roling Stones warm gehouden tijdens de opnamen van Dirty Work. Charlie Watts was op dat moment tijdelijk werkonbekwaam wegens teveel van… van alles. 

 

Een uitstekende versie van ‘Let’s Stick Together’ van Wilbert Harrison is het meest hoopvolle resultaat. Verder passeerden ook ‘Rock ‘n’ Roll Ruby’ van Johnny Cash, ‘Listen To Me’ van Buddy Holly en opnieuw ‘Important Words’ van Gene Vincent.

 

‘Ugliest Girl In The World’ is een overblijvertje van The Grateful Dead tekstschrijver Robert Hunter. Dylan schaafde de tekst wat bij en verzon de melodie.

 

 

Willie Green, Terry Evans en Bobby King vormden het fantastische achtergrond koor op vele platen van Ry Cooder. Samen met de kersverse mevrouw Dylan, Carolyn Dennis, en haar moeder Madelyn Quebec, voegden King en Green op 5 mei gospelklanken toe aan de track ‘Sally Sue Brown’.

 

 

Begin juni

 

Dylan’s manager, Elliott Roberts, heeft een aantal optredens op touw gezet van zijn cliënt samen met The Grateful Dead. De repetities vinden plaats in Club Front in San Rafael, Californië.

Over deze samenwerking kun je in een volgend hoofdstuk meer lezen.

 

 

Einde juni

 

Na zijn terugkeer in Los Angeles, herneemt Dylan de sessies voor Down In The Groove.

Van Robert Hunter heeft Dylan opnieuw enkele teksten gekregen. Daarvan lijkt ‘Silvio’ hem het best bruikbaar.

 

Op 16 juni neemt Bob de basistrack er van op, in een minimale bezetting van enkel bassist Nathan East en drummer Mike Baird, naast zijn eigen gitaar.

Enkele leden van de Grateful Dead, Jerry Garcia, Bob Weir en Brent Mydland, komen hem dan helpen bij het inzingen. Zij worden daarbij bijgestaan door Dylans vrouw en schoonmoeder.

 

Voor de 19de eeuwse folkballad ‘Shenandoah’ heeft hij enkel de hulp van de bassist en de beide zangeressen nodig.

 

Naast de beide nieuwe nummers vertrouwd deze band ook nog een versie van ‘Rank Strangers To Me’ aan de tape toe. Dylan kent het nummer van de eerbiedwaardige bluegrassband The Stanley Brothers. ‘You Can’t Judge A Book By Looking At The Cover’ is dan weer van Willie Dixon.

 

De volgende dag vindt een laatste sessie plaats. Dylan vond de minimale bezetting blijkbaar wel prettig werken want naast zijn eigen gitaar kiest hij als enig ander instrument voor een bas. Daarvoor doet hij beroep om de man van Joni Mitchell: Larry Klein. Om het geluid toch wat voller te maken krijgen de beide vaste zangeressen versterking van twee andere: Alexandra Brown en Peggi Blu.

Samen nemen ze een nieuwe versie op van ‘Rank Strangers To Me’, plus ‘Ninety Miles An Hour (Down A Dead End Street)’, een countryhit van Hank Snow uit 1963.

 

Ook ‘Important Words’ van Gene Vincent krijgt een definitieve uitvoering.

 

Het afwerken van de plaat laat Dylan over aan technicus Stephen Shelton. Die vraagt Bobby King en Willie Green nog even terug om, op 23 juni, wat extra backing vocals toe te voegen aan ‘Ninety Miles An Hour’.

 

Tijdens de afgelopen maanden heeft Dylan ook nog twee andere covers opgenomen:

‘Got Love If You Want It’ van Slim Harpo  en ‘Pretty Boy Floyd’ van Woody Guthrie.

Hiervan zijn geen opnamedata bekend. De Guthrie cover is bedoeld voor een tribute plaat van het Folkways label: A Vison Shared.

 

 

Na de korte tournee met The Grateful Dead in juli, gevolgd door een derde tournee met Tom Petty en diens Heartbreakers.

 

 

De lange weg naar de release van Down In The Groove

 

Op 18 januari 1988 verlengt hij zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd’s. De platenfirma verspreidt onmiddellijk promo-cassettes van Down In The Groove.

 

Let’s Stick Together

When Did You Leave Heaven?

Got Love If You Want It

Ninety Miles An Hour

Sally Sue Brown.

Ugliest Girl In The World

Silvio

Important Words

Shenandoah

Rank Strangers.

 

Twee nummers van deze eerste versie zullen de uiteindelijke versie niet halen: ‘Got Love If You Want It’ en ‘Important Words’.

 

Een maand later volgt een tweede, aangepaste versie van de promo-cassettes. ‘Important Words’ is geschrapt en vervangen door het beste nummer van de oundtrack van Hearts Of Fire: de cover van ‘The Usual’ van he John Hiatt.

 

Let’s Stick Together

When Did You Leave Heaven?

Got Love If You Want It

Ninety Miles An Hour

Sally Sue Brown

Ugliest Girl In The World

Silvio

The Usual

Shenandoah

Rank Strangers.

 

 

Pas een jaar na de opname, verschijnt Down In The Groove eindelijk, op 19 mei 1988.

Opnieuw is de tracklist aangepast. ‘The Usual’ is opnieuw verdwenen en vervangen door een veel zwakker song uit de Hearts Of Fire sessies: ‘Had A Dream About You, Baby’.

Ook van ‘Got Love If You Want It’ en ‘Important Words’ is er geen spoor meer. Dat eerste nummer staat, per ongeluk, nog wel op de in Argentinië geperste exemplaren van de plaat.

Dylan is blijkbaar terug de archieven in gedoken, want ‘Death Is Not The End’ is een overblijvertje uit 1983. Een merkwaardige keuze, vooral omdat ‘Blind Willie McTell’ en ‘Foot Of Pride’ van diezelfde Infidels sessies toen ook nog onuitgebracht waren.

 

Beide “nieuwe” songs zijn bewerkt met overdubs. Voor ‘Death Is Not The End’ deed Dylan zelfs beroep op een paar hip-hoppers uit New York: Full Force. Jammer genoeg is daarvan weinig te merken. Hun backing vocals klinken niet anders dan die van om het even wie.

 

Net als bij Knocked Out Loaded waren de reacties haast unaniem negatief. Opnieuw is de plaat erg kort en zijn er veel covers. Hoewel er nog minder exemplaren van verkocht worden dan van de voorganger is de hoogste notering een 61ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten en een 32ste in de Engelse.

 

Dylan verdedigde het grote aantal covers op de plaat: “Er is geen regel die zegt dat iemand zijn eigen nummers moet schrijven. En ik doe dat. Ik schrijf veel nummers. En dan? Je kun Ik schrijf veel nummers. n eigen nummers moet schrijven,”962 opnam voor dit toneelstuk.t ook een nummer nemen dat iemand anders heeft geschreven en dat tot het jouwe maken. Ik zeg niet dat op deze plaat definitieve versies staan van wat dan ook, maar ik vond die nummers wel goed. Af en toe moet je eens wat van iemand anders zingen.”

 

Rolling Stone zou de plaat in 2007 bestempelen als Dylans allerslechtste prestatie. Dat is misschien wat overdreven. Zowel het openingsnummer ‘ Let’s Stick Together’ als de laatste song ‘ Rank Strangers to Me’ zijn sterke covers. Ook zijn country-gospel versie van ‘Shenandoah’ is zeer de moeite waard.

 

‘Silvio’ verscheen in juni 1988 op single en – in tegenstelling tot heel veel andere recente songs – bracht Dylan het nummer vrij dikwijls live tijdens de volgende jaren. Later wordt het ook een aantal keren geselecteerd voor verzamelaars als Greatest Hits, Vol. 3 en zelfs The Essential Bob Dylan. Voor de b-kant van de single werd terug gegrepen naar een nummer van Empire Burlesque sessies: ’Driftin’ Too Far From The Shore’.

 

‘Death Is Not The End’ werd in 1996 gecoverd door Nick Cave en Freek de Jonge bestormde een jaar later de hitlijsten van de Lage landen met een hertaling als ‘Is er leven na de dood?’.

 

Opvallend is dat haast alle songs op Down In The Groove gaan over vervreemding, ouderdom en dood. Daarmee vormen ze een voorproefje van de thema’s die de volgende decennia zijn nummers zullen beheersen.

 

 

‘Silvio’ live op 12 augustus 2003 in de Hammerstein Ballroom, New york.