Het komt niet meer zo veel voor, maar af en toe kun je nog eens iets ontdekken. “Een deur die plots opengaat” en een heel nieuwe wereld toont.

 

Onlangs legde ik Ghost Repeater van Jeffrey Foucault nog eens op. Een prachtige cd en een van mijn favorieten van de laatste jaren. Ik las dat de cd geproducet was door Bo Ramsey. Nu had ik dat al eerder gelezen, maar er verder nooit bij nagedacht.  Ramsey kende ik natuurlijk ook als producer van Lucinda Williams‘ Essence.

Maar deze keer ging ik Bo Ramsey eens googelen. Zo kwam ik terecht bij Greg Brown, een man waar Ramsey al jaren mee samenwerkt.

Ramsey is blijkbaar zelfs getrouwd met zijn dochter: Pieta Brown. Daar kan hij moeilijk een bezwaar tegen hebben, want zelf is hij niet lang geleden getrouwd met Iris DeMent.

Soit, Greg blijkt al jaren prachtige platen te maken. Allmusic geeft ze haast allemaal vier sterren of meer. Waarom ken ik die dan niet?

Daar heb ik dus even iets aan gedaan. Over And Under, If I Had Knwon, Further In en Honey in The Lions Head blijken allemaal zeer de moeite waard.

Een uitstekend excuus om wat filmpjes te plaatsen.

Pieta Brown met Bo Ramsey brengen ‘How Many times’ van Muddy Waters.

Bo Ramsey met ‘Living In  A Cornfield’

Greg Brown met ‘Hey, Baby, Hey’

Iris DeMent met Emmylou Harris: ‘Our Town’.
Let ook even op Jerry Douglas’s lap steelspel op een dobro.  

Jeffrey Foucault met ‘One For Sorrow’

Advertenties

Americana Treasures is een mooi initiatief: gevestigde namen uit het genre touren samen met jonge talenten langs een aantal theaters in de Lage Landen. Al is dat wel erg relatief want in Vlaanderen is er blijkbaar maar één cultureel centrum dat er aan deel neemt: het CC van Leopoldsburg.

Eerder zag ik er al Slaid Cleaves met Jeffrey Foucault en Caroline Herring en een andere keer veteraan Chip Taylor met zijn protégé Carrie Rodriguez.

 

Zaterdag stond Oh Susanne geprogrammeerd, met Luke Doucet en special guest Melissa McClelland.

Er stonden vier microfoons netjes naast elkaar op een rijtje. Vier, want ze hadden ook nog een bassist meegebracht: Rich Levesque.

 

Het werd een verrassend concert. Ik had verwacht dat elk om zijn beurt een set zou spelen, waarna ze allemaal samen eventueel wat bissen zouden brengen. Zij hadden er echter voor gekozen om iedereen gelijkwaardig te behandelen. En terecht, zo bleek.

Beurt om beurt brachten de drie singer-songwriters ieder één song, zowel instrumentaal als vocaal begeleid door de drie anderen. Zo maakten ze drie rondjes voor en drie rondjes na de pauze.

 

Melissa mocht openen. Met haar rode kleed, elektrische dobro en mooie, warme stem wist ze meteen de aandacht te vatten. Volgens het foldertje is ze in haar thuisland, Canada, een grootheid, maar ik had zelfs nooit van haar gehoord. Het blijkt dat haar cd’s hier ook nog niet verdeeld werden. Daar zou pas volgend jaar verandering in komen.

Niets te vroeg, afgaand op Thumbelina’s One Night Stand, dat ik in de pauze kocht.

 

Die cd is geproducet door Luke Doucet. Die heeft er al een hele carrière opzitten: een zevental platen, waarvan de helft met de band Veal – een soort Canadeese Flaming Lips. Zijn solowerk is wat folkier, met een stevige scheut country. Denk aan Ryan Adams, Ron Sexsmith of Ray Lamontagne. De klank wordt vooral bepaald door zijn prachtige Gretsch White Falcon, waar hij – terecht – uiterst trost op is. Het is de rockabilly gitaar bij uitstek, maar ook Neil Young maakt er graag gebruik van: hij staat er mee afgebeeld op de binnenhoes van Decade.

Uit songs als ‘Long Haul Driver’ blijkt dat Doucet een uitstekend verhalenverteller terwijl hij met het cynische ‘I Wish I Was American’ zijn  politieke standpunten duidelijk maakt.

 

Suzie Ungerleider verstopt zich achter het pseudoniem Oh Susanne. Met haar donkerbruine rok en blouse en bruine akoestische gitaar leek ze zich zelfs op het podium een beetje te willen verstoppen. Gelukkig heeft ze wel een stem. Daarmee bracht ze eigen songs als ‘Greyhound Bus’, maar ook een prachtige cover van Dylan’s ‘Billy’ uit de soundtrack van Pat Garrett & Billy The Kid. 

 

Voor de bissen nam Luke het voortouw. Eerder had hij al de namen van The Band en Neil Young laten vallen, maar nu wou hij even een eerbetoon brengen aan de mensen waar zij hun mosterd halen: eerst ‘Folsom Prison Blues’ van Johnny Cash en daarna een sfeervolle versie van Springsteen’s ‘I’m On Fire’. Bij deze covers namen ook weer alle zangers om beurt een strofe voor hun rekening en zelfs de bassist werd deze keer niet vergeten.

 

Het was kermis in Leopoldsburg en buiten was er vuurwerk. De knallen waren tot in de zaal te horen. Maar ook binnen was er veel moois te beleven voor het driehonderdtal toeschouwers.

 

Het hadden er gerust nog wat meer mogen zijn, maar de radio en gedrukte pers hebben het veel te druk met andere dingen. Daarom zal ik hier maar even wat promotie maken: op 28 november komt Steve Forbert naar het CC Leopoldsburg.

Er zijn nog tickets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier zijn wat videoclipjes:

 

 

 

 

 

 

Luke Doucet – It’s Not The Liquor I Miss

 

 

 

 

 

Melissa McClelland – Passenger 24

 

 

 

 

 

Oh Susanna – Right By Your Side

 

 

En om je een idee te geven hoe het er tijdens het concert aan toe ging:

 

 

 

Melissa McClelland & Luke Doucet met Cidne Treen

(ze droegen zelfs dezelfde kleren)