Het is altijd weer grappig om te zien hoe bekende mensen er vroeger uitzagen. Als kind of als jongere. Lang voor de rimepltjes, de wallen onder de ogen, de make up of cosmetische ingrepen hun intrede deden.

Robert Zimmerman, 1957. Vier jaar voor hij zijn naam veranderde in Bob Dylan.

Long John Silver and The Moondogs, of zijn het al The Quarrymen?  George Harrison, John Lennon, Paul McCartney en, euh… dinges. The pre-Fab Four, toen ze nog skiffle speelden.  1957 of zo.

Nog een skifflegroepje, uit diezelfde periode: met een piepjonge Jimmy Page.

We blijven bij de gitaargoden: Emil and The Detectives, in 1964. Rechts herkent u gitarist Richard Thompson, links, met de Beatlesbas, Hugh Cornwell. Hugh zou zo’n 15 jaar later pas bekendheid verwerven bij The Stranglers. Richard kennen we van Fairport Convention en zichzelf.
Het had het begin kunnen zijn van de folkpunk…

Nog eentje: Jack White, lang voor The White Stripes

Als je The Beatles ziet, zijn The Rolling Stones nooit veraf. Hier zijn ze in 1963. Voor hun manager het imago van stoute jongens had bedacht.

Ook al zo’n keurige jongen: David Jones, voor hij David Bowie werd.

 Computerspecialist Declan MacManus, voor hij Elvis Costello werd – 1975  

John Hiatt 1974

Steve Earle, pas aangekomen in Nashville –  1974

Bruce Springsteen, 1975 – voor de fitness.  

Zie je Neil Young? 1963.

Laten we de meisjes niet vergeten! 

Linda Ronstadt, 1967

Joni Mitchell, 1969

 

Alison Krauss, met krulletjes en babyvet.

Folkzangeres Emmylou Harris, in 1967

En wie weet wie dit is?

 

In de serie over Americana en  roots instrumenten zal het volgende deel gaan over de mandoline.

Ter voorbereiding alvast was filmkes:

John Hiatt – ‘Cry Love’ met David Immerglück of the Counting Crows op mandoline

 

Steve Earle – ‘Copperhead Road’. Steve doet het zelf. En zonder doedelzakken, deze keer.

 

Alison Krauss – Everytime You Say Goodbye
Sierra Hull is pas zestien, maar dat meiske zal nog veel groter worden. Figuurlijk dan.

 

Fleet Foxes – Blue Ridge Mountains

 

Emmylou Harris and The Nash Ramblers – ‘The Other Side Of Life’ met Sam Bush op mandoline

 

Joan Osborne – ‘St.-Theresa’.
Een prachtige song, met een belangrijke rol voor de mandoline. Eerst in een wat pompeuze uitvoering.

En dan in een heel sobere versie, met Jerry Douglas en Donal Lunny.

Slide gitaar

 

Op verzoek van mijn goede maat Leo, kun je hier, in de loop van de volgende maanden, af en toe wat lezen over de instrumenten die mee de klank bepalen van de americana en alt.country muziek.

 

* * *

 

In zijn boek Father Of The Blues beschrijft W.C. Handy de eerste keer dat hij de blues hoorde. Het gebeurde in 1903. In Tutwiler, in de Mississippi Delta, was hij tijdens het wachten op de trein, in slaap gedommeld.

“Een lange, slungelachtige neger was naast mij op een gitaar beginnen spelen terwijl ik sliep… Tijdens het spelen drukte hij met een mes op de snaren, precies op dezelfde manier als Hawaïaanse gitaristen doen met een ijzeren staaf… De zanger herhaalde de regel drie keer, en begeleide zichzelf op zijn gitaar met de vreemdste muziek die ik ooit had gehoord.”

 

 

Geen enkele klank is zo kenmerkend voor de Amerikaanse rootsmuziek als de zangerige klanken van de slide. Dit is geen speciale gitaar, maar een techniek. In plaats van zijn vingers op de fret (de ijzeren staajes op de gitaarhals) te plaatsen, gebruikt de bespeler een glad, hard voorwerp om over de snaren te schuiven: de slide. Dit kan van alles zijn: een kam, een zakmes, een ijzeren staafje of een metalen buisje…

 

 

Hoe werkt het?

 

Een basisregel bij snaarinstrumenten is: snaren met een kortere trillende lengte geven een hogere toon dan bij een langere trillende lengte. Om nu de lengte van een gespannen snaar te regelen drukt een rechtshandige gitarist met de vingers van zijn linkerhand een aantal snaren tegen de gitaarhals en meer bepaald tegen de “frets”. Dat zijn die metalen streepjes op de hals van de gitaar. Door met de vinger de snaren tegen een van de frets te drukken, wordt de lengte van de snaar ten opzichte van de brug gewijzigd en daarmee wordt dus de toonhoogte veranderd. Dat is de gewone “manier” van spelen.

In plaats van zijn vingers gebruikt bepaalt een slide gitarist met het buisje over de lengte waarover de snaar kan trillen. Deze techniek laat toe twee noten te verbinden door ze in elkaar te laten overgaan.

 

De techniek kan worden toegepast zowel op elektrische als op akoestische gitaren. Het instrument wordt daarbij op de standaard manier vastgehouden, dus verticaal, met het klankgat naar voren (in het geval van een akoestische gitaar).

 

 

Oorsprong van de techniek

 

In zijn boek Deep Blues, meent Robert Palmer dat “de slide techniek oorspronkelijk geassocieerd was met een Afrikaans instrument dat regelmatig opdook in het Amerikaanse Zuiden.” Hij heeft het over de diddley-bow, een éénsnarige instrument, afgeleid van de oeroude mondboog. Zwarte kinderen in Mississippi spanden een draad op aan twee nagels in een muur. Met een steen of een flesje gleden ze dan over de snaar en maakten hiermee geluid.

 

Ook de Oostenrijkse etno-musicoloog Gerhard Kubik is een voorstander van deze theorie. Kubik is een autoriteit op het gebied van de Afrikaanse muziek. Het door hem bijeengebrachte Phonogrammarchiv Wien is met meer dan 25 000 opnames de grootste verzameling van traditionele Afrikaanse muziek ter wereld. Samen met David Evans van de universiteit van Memphis schreef hij een (onuitgegeven) boek over de oorsprong van de slide techniek.

 

Volgens hem is het een eeuwenoude Afrikaanse techniek, afkomstig uit West Centraal Afrika. “Dat is een dichtbeboste streek waar de raffiapalm groeit. Een erg nuttige plant waar talloze huishoudelijke voorwerpen mee worden gemaakt: tafels, stoelen, bedden en muziekinstrumenten. Eentje daarvan is de zogenaamde mono ideochord zither. Ideochord betekent dat het gehele instrument gemaakt is van hetzelfde materiaal. Van de nerf van een raffiablad wordt een enkele snaar afgepeld. Tegenwoordig is een instrument voor kinderen. Een jongen strijkt over de snaar met twee stokken, terwijl een ander de toon aangeeft door een mes te gebruiken als glijder. 

Zowel het instrument als de techniek werden met de slaven overgebracht naar andere delen van de wereld, zoals bijvoorbeeld Venezuela, waar de de carangané haast identiek is aan het oorspronkelijke Afrikaanse model. 

In de Verenigde Staten, veranderde de ideochord naar een heterochord, waarmee ik bedoel dat de snaar uit ander materiaal werd gemaakt. De snaar is een draad die tegen een muur werd bevestigd of op een plank. Het wordt bespeeld door één speler. De slide gitaar techniek is hier van afgeleid. Zeelui pasten hem toe op de gitaar. Door hun reizen over de hele wereld verspreiden zij hun kennis. In Hawaï leidde dat tot de zogenaamde Hawaïaanse gitaar, die erg populair werd in de jaren twintig.”

 

Maar er waren al zwarte gitaristen in het Zuiden die slide speelden lang voor die tijd. Eén van de voorlopers van de slide gitaar is een instrumentje dat kinderen zelf konden maken: de diddley-bow of diddley bo.

 

Seasick Steve op een diddley-bo

 

 

Delta blues

 

De slide techniek werd snel populair bij bluesmuzikanten. Het geluid is een fantastisch medium om intense emoties mee te vertolken. Een geoefende speler kan er de menselijke stem mee benaderen: hij kan zuchten en krijsen, jubelen en janken. Alle soorten stemmingen kan hij met zijn instrument opgeroepen.

 

Een ander voordeel van de techniek is het vibrato, dat gemakkelijk verkregen wordt door met de hand heen en weer te gaan zodat de slide snel heen en weer beweegt.

 

Bovendien had je er niet veel voor nodig: een zakmes en een metalen vingerhoed volstonden. Bij gebrek aan zakmes kon je zelfs een flessenhals gebruiken. Vandaar de term “bottleneck”.

 

Een groot voordeel is ook dat de slide over één vinger kan worden geplaatst zodat de andere vingers vrij blijven om gewone akkoorden mee te spelen. Meestal is dit de ringvinger of de pink.

 

De eerste opname van een slide dateert uit 1923. De zwarte country-blues gitarist Sylvester Weaver nam op 6 november van dat jaar twee solo gitaarstukken op: ‘Guitar Blues’ en ”Guitar Rag’. Ondanks de titels gebruikte hij daarbij geen gitaar, maar een guitjo – een banjo met een gitaarhals. Als slide gebruikte hij een mes. 

 

 

Vele andere blues- en gospelgitaristen volgden: Blind Willie Johnson, Blind Willie McTell, Mississippi Fred McDowell en Son House. Volgens de legende verkocht Robert Johnson zijn ziel aan de duivel, als die hem de techniek aanleerde.

De slide gitaar werd daarmee haast vereenzelvigd met de Delta blues.

 

 

Elektrische slide

 

In de jaren veertig schoof het centrum van de blues van de Delta naar Chicago. Door de intrede van machines in de landbouw verloren steeds meer zwarte werknemers hun jobs, terwijl de oorlogsindustrie in het noorden welvaart bracht. Vele werkloze jongeren trokken daarom langs de Mississippi naar de grote stad. Bovendien was tegen die tijd de elektrisch versterkte gitaar op grote schaal doorgebroken.

 

De sleutelfiguur tussen de akoestische en de elektrische slide is Robert Nighthawk. Omdat hij weinig opnamen heeft gemaakt is hij weinig gekend, maar zijn invloed kan niet worden overschat.

 

Hij werd in 1909 geboren in Helena, Arkansas als Robert Lee McCollum. Als knaap van vijftien trok hij de wereld in om de kost te verdienen als harmonicaspeler. Na een paar jaar kreeg hij daarbij het gezelschap van een verre neef, Houston Stackhouse. Die leerde hem gitaarspelen e n hij bleek een uitstekende leerling die al snel zijn leraar overklaste.  

 

Hun omzwervingen brachten hen tot in Chicago, waar Robert de slide techniek afkeek van Tampa Red. Toen hij, begin jaren veertig, die techniek combineerde met een elektrisch versterkte gitaar, gaf hij een totaal nieuwe wending aan het geluid van de blues. Natuurlijk trok hij daarmee de aandacht van vele jonge muzikanten, vooral bij zijn terugkeer naar de Delta. Earl Hooker, Elmore James en Muddy Waters waren allemaal trouwe luisteraars van zijn radioshow op een locale zender, die hij presenteerde onder zijn bijnaam Robert Nighthawk.

 

Het was een van zijn  leerlingen, Muddy Waters, die met de pluimen ging lopen. Zijn single ‘I Can’t Be Satisfied’/’Feel Like Going Home’, uit 1948 wordt aanzien als de eerste elektrische blues met een prominente slide gitaar.

 

Zijn collega, Elmore James, werd in 1951 echter “ The King of the Slide Guitar” dankzij zijn elektrische versie van het nummer ‘Dust My Broom’.

 

Emore James – Dust My Broom

 

 

De Britse bluesboom

 

Aan het einde van de jaren vijftig waren vele jonge zwarten de blues wat ontgroeid. Ze luisterden liever naar opzwepende rhythm & blues en rock ‘n’ roll. Merkwaardig genoeg waren net op dat moment vele Britse jongelui in de ban geraakt van de blues – een uitloper van de skifflerage.

Daarom waagden vele grote bluesnamen de overtocht om in het bloeiende clubcircuit van Londen te gaan optreden.

Brian Jones van The Rolling Stones was de eerste Brit die de slide techniek onder de knie kreeg. Hij kreeg al snel navolging door mensen als Jeremy Spencer van Fleetwood Mac, Jeff Beck bij John Mayal’s Bluesbreakers, Syd Barrett (Pink Floyd)

Maar het geluid kon niet echt een plaats veroveren in de beatboom en het bleef dan ook een van de vele exotische toevoegingen. Een gimmick eigenlijk.

Veelzeggend is dat George Harrison pas echt slide leerde spelen toen the Beatles zo goed als voorbij waren.

 

 

Southern rock

 

Het was zijn goede vriend Eric Clapton die voor een terugkeer van de slide zorgde in het thuisland. Die was in Miami om er een solo-lp op te nemen met de hulp van de band van Delaney and Bonnie Bramlett. Atlantic producer Tom Dowd nodigde de Britse meestergitarist uit om eens mee te gaan kijken naar een jonge rockband uit Macon, Georgia, waarmee hij ook aan het werk was: The Allman Brothers Band. Clapton was zwaar onder de indruk van het slide spel van Duane Allman. Hij nodigde hem uit om mee te komen spelen. Het resultaat was een overdonderende dubbel-LP Layla and Other Assorted Lovesongs, uitgebracht onder de naam Derek And The Dominoes.

 

Maar ook de Allmans lieten de stadia vollopen. Het extreme volume van de torens Marshall versterkers, gecombineerd met Duane’s meesterlijke slide spel bracht een hele generatie rockfans het hoofd op hol. De Southern rock was geboren.

 

Andere grote slidespelers in die periode waren George Thorogood, Bonnie Raitt, Lowell George (Little Feat) en Jerry Garcia (Grateful Dead).

 

The Allman Brothers Band met Duane live in de Fillmore East: ‘Don’t Keep Me Wondering’

 

 

Ry Coooder

 

Ry Cooder wilde zich niet beperken tot de rock en de bluesrock. Hij keerde terug naar de roots van de Amerikaanse muziek en dolf de akoestische slide terug op.The Rolling Stones nodigden hem uit om hun Let It Bleed op te leuken met zijn licks en zelf bracht hij een hele reeks prachtige platen uit.

 

Ry Cooder:  ‘Vigilante Man’, live op de Old Grey Whistle Test – 1973.

 

De doorbraak naar het grote publiek kwam er echter pas met de soundtrack van de film Paris, Texas. Geïnspireerd op het geluid van ‘Dark Was The Night – Cold Was The Ground’ van Blind Willie Johnson verklankte hij de Texaanse woestijn met zijn gitaar. Sindsdien kun je er donder op zeggen dat wanneer een scène uit een Southern boerengat opduikt in een film er een slide weerklinkt.

 

 

Jaren tachtig

 

Aan het einde van de jaren tachtig vallen vooral Sonny Landreth, (solo en in John Hiatt’s band The Goners) en de blinde Canadees Jeff Healey op met hun uitzonderlijke slide spel.

 

Sonny Landreth met John Hiatt: ‘Riding With The King’

 

 

Jaren negentig

 

Laatbloeier Kelly Joe Phelps begon pas slide te spelen op zijn dertigste. Maar hij werd snel een absolute meester op het instrument. Jammer genoeg besloot hij in 2001 de techniek vaarwel te zeggen om zich toe te leggen op andere stijlen. 

 

Kelly Jo Phelps – Piece By Piece

 

 

Vandaag

 

Grote namen vandaag zijn: Derek Trucks en Warren Haynes, Joe Bonamassa, Eric Sardinas, Dan Auerbach (The Black Keys), de Finse Erja Lyytinen, Beck, Ben Harper…

 

 

The Black Keys met ‘Thickfreakness’.

 

Joe Bonamassa – The River

 

Erja Lyytinen met ‘Nasty Weather’

Down In The Groove 

 

Ondanks de tegenvallende verkoopsresultaten van zijn laatste paar platen, Empire Burslesque en Knocked Out Loaded besluit Bob Dylan het nog één keer te proberen. Een haast totaal gebrek aan inspiratie speelt hem nu al een jaar of twee parten. Noodgedwongen neemt hij daarom opnieuw zijn toevlucht tot het opnemen van covers.

 

 

Begin maart

 

De opnamen gaan van start op 5 maart 1987. In de Sunset Sound Studios van Hollywood verzamelt Bob een groepje muzikanten rond de Indiaanse gitarist Jesse Ed Davis: pianist James Ehinger, Gary Ray (van de Showdown Band) op clarinet, plus de ritmetandem Mark A. Schatzkamer en Robert Tsukamoto.

 

De productie is in handen van David Briggs, sinds 1968 zowat de vaste producer van Neil Young. Het lijkt een ideale keuze want, zoals Joel Bernstein na zijn dood in 1995 uitlegde: “Hij probeerde steeds de beste uitvoering uit de artiest te krijgen. Maar boven alles zorgde hij ervoor dat de luisteraar een realistisch beeld kreeg van de muziek zoals die live werd gespeeld in de kamer. Dat was waar hij naar streefde: een live geluid in de kamer! En om dat te bereiken schuwde hij geen enkel technologisch trucje.”

 

Veel gegevens zijn er niet bekend over deze sessies, want de boekhouding kreeg niet veel aandacht. De geluidstechnicus die de nota’s bijhield gaf meestal zo maar een naam aan de composities die hij niet kende. De genoteerde titels zijn: ‘Street People’, Side Walks’, ‘Shake Sugaree’ en ‘My Prayer’.

‘Shake Sugaree’ wordt soms toegeschreven aan Gerry Garcia van The Greatful Dead, maar eigenlijk werd het nummer geschreven door Elizabeth Cotton. (zie  http://forum.goddeau.com/viewtopic.php?p=132409#p132409 voor meer uitleg)

 

‘Side Walks’ dook in februari 2007 plots op. Het blijkt een cover te zijn van een song van soullegende Solomon Burke, uit 1979. Iemand bood een tape te koop aan met daarop vier volledige takes van Dylans versie van het nummer. De gevraagde prijs van 12 500 dollar bleek wat te hoog gegrepen. Daarom maakte de verkoper cassetten van de band, die voor 50 dollar per stuk de deur uitgingen.

 

 

‘Side Walks’

 

Een week later is Bob Dylan aanwezig bij een herdenkingsconcert ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van  het overlijden van George Gershwin. Hij brengt er een prachtige versie van ‘Soon’. Het optreden in de Brooklyn Academy Of Music van New York is op 17 juli 1987 te zien op de Duitse zender ZDF-TV.

 

 

‘Soon’ op 17 juli 1987

 

Einde maart

 

Voor de tweede sessie, op 27 maart, heeft Dylan een merkwaardige groep muzikanten om zich heen verzameld. Daarvoor contacteerde hij ex-Sex Pistol Steve Jones. “Hij belde me op en vroeg of ik een band kon samenstellen om wat sessies te doen. Ik zei ja. Paul Simonon van The Clash was op dat moment in de stad. En de gitarist met wie ik toen werkte ook en de drummer uit de band van Pat Benatar.”

 

Met twee Britse punkers en twee Amerikaanse rockers legt de zanger zich toe op het op band zetten van… een aantal rhythm & bluesnummers. ‘Chain Gang’ van Sam Cooke en ‘If You Need Me ‘ van Wilson Pickett passeren de revue. ‘Sally Sue Brown’ is van Arthur Alexander en ‘Shake Your Money’ waarschijnlijk van Emore James.

 

 

Begin april

 

Het lijkt een logische stap om dan maar over te gaan op zwarte muzikanten. Raymond Lee Pounds is de drummer van Stevie Wonder op diens Songs in the Key of Life en tourde met Barry White, Lou Rawls en The Temptations. James Jamerson is DE bassist van Motown. En voor de solo’s riep Dylan de hulp in van de gitarist van de Red Hot Chili Peppers: Jack Morris Sherman. Met deze wonderlijke combinatie muzikanten vonden twee sessies plaats: op 3 en 11 april.

 

Het songrepertoire vloog weer alle kanten uit: van een countrysong van Merle Haggard, over ‘Just When I Needed You Most’ van Randy Vanwarmer (!) tot ‘Willie And The Hand Jive’ van Johnny Otis.

Drie songs kwamen in aanmerking om officieel te worden uitgebracht: ‘Ninety Miles An Hour’ van Hank Snow, ‘Important Words’ van Gene Vincent en ‘When Did You Leave Heaven?’ uit de musical Sing, Baby, Sing (1936).

 

Hoewel dat laatste nummer in een andere versie op de plaat verschijnt. Daarbij heeft de geluidstechnicus Stephen Shelton plaats genomen achter het drumstel en krijgt Dylan verder enkel hulp van Madelyn Quebec. Er zijn geen gegevens over de opnamedatum van die sobere uitvoering.

 

 

Einde april

 

Daarna laste Bob een pauze in, om wat andere dingen te gaan doen.

 

Op 14 april dook hij op in Memphis. Ringo Starr was daar een plaat aan het opnemen met de legendarische producer Chips Moman – de man verantwoordelijk voor de beste plaat van Elvis Presley: Elvis in Memphis. Maar ook is hij, samen met Dan Penn, de auteur van Southern soul klassiekers als ‘Do Right Woman’ (Aretha Franklin) en ‘Dark End Of The Street’ (James Carr).

 

Bob Dylan gaat er harmonica spelen en zingt zelf ook een strofe op ‘Wish I Knew Now (What I Knew Then)’. De opnamen worden echter nooit uitgebracht omdat de drummer in die periode zelden nuchter was. Het nummer zou door Dylan zijn geschreven.

 

Dylan maakt van de gelegenheid gebruik om Graceland te bezoeken en ook de plaats waar Martin Luther King werd vermoord.

 

Een week later is hij terug in Los Angeles, waar hij tijdens een concert van U2 een verrassingsoptreden doet. Tijdens een etentje vertelt Bono hem over een nummer dat hij  onlangs heeft gedroomd. Toen hij wakker werd zat het in zijn hoofd. Hij vraagt Dylan of het soms een oud nummer van hem is. Dat blijkt niet het geval. Hij is wel bereid om de song verder samen af te werken.

“Hij vindt het heden heel belangrijk,” legt Bono later uit, “Bob Dylan zijnde. Hij voelt zich gevangen in het verleden en dat is hij ook, in zekere zin. Ik bedoel, niemand vraagt Smokey Robinson om op elke plaat een nieuwe ‘Tracks of my Tears’ te zetten… We waren wat samen aan het schrijven en hij kwam met enkele prachtige regels. En dan zegt hij: ‘nee, schrap dat maar.’ Kun je dat geloven? Hij vond het te kort staan bij wat mensen verwachten van Bob Dylan.”

De song is ‘Love Rescue Me’.

Dylan is zelfs bereid om wat mee te zingen bij de opname van het nummer. Dat gebeurt in juni, tijdens een sessie geproducet door Jimmy Iovine. Rattle And Hum wordt uitgebracht in oktober ‘88.

 

Dylan gaat ook even opnieuw acteren. Hij speelt een klein rolletje in Backtrack, een film van Jodie Foster. Daarin speelt hij een kunstenaar die een getuige van een moord beschermd. Dylan is 50 seconden in beeld.

Ook Neil Young speelt mee.

 

 

Begin mei

 

Op 1 mei worden de sessies hervat. Natuurlijk is de band weer geheel vernieuwd. Danny Kortchmar is een Westcoast gitarist, wiens naam steevast opduikt op platen van James Taylor, Jackson Browne en David Crosby.

Bassist Randy Jackson is afkomstig uit Baton Rouge en zat op dat moment in de rackband Jouney.

Steve Jordan was de drummer van Saturday Night Life en had net de drumstoel van de Roling Stones warm gehouden tijdens de opnamen van Dirty Work. Charlie Watts was op dat moment tijdelijk werkonbekwaam wegens teveel van… van alles. 

 

Een uitstekende versie van ‘Let’s Stick Together’ van Wilbert Harrison is het meest hoopvolle resultaat. Verder passeerden ook ‘Rock ‘n’ Roll Ruby’ van Johnny Cash, ‘Listen To Me’ van Buddy Holly en opnieuw ‘Important Words’ van Gene Vincent.

 

‘Ugliest Girl In The World’ is een overblijvertje van The Grateful Dead tekstschrijver Robert Hunter. Dylan schaafde de tekst wat bij en verzon de melodie.

 

 

Willie Green, Terry Evans en Bobby King vormden het fantastische achtergrond koor op vele platen van Ry Cooder. Samen met de kersverse mevrouw Dylan, Carolyn Dennis, en haar moeder Madelyn Quebec, voegden King en Green op 5 mei gospelklanken toe aan de track ‘Sally Sue Brown’.

 

 

Begin juni

 

Dylan’s manager, Elliott Roberts, heeft een aantal optredens op touw gezet van zijn cliënt samen met The Grateful Dead. De repetities vinden plaats in Club Front in San Rafael, Californië.

Over deze samenwerking kun je in een volgend hoofdstuk meer lezen.

 

 

Einde juni

 

Na zijn terugkeer in Los Angeles, herneemt Dylan de sessies voor Down In The Groove.

Van Robert Hunter heeft Dylan opnieuw enkele teksten gekregen. Daarvan lijkt ‘Silvio’ hem het best bruikbaar.

 

Op 16 juni neemt Bob de basistrack er van op, in een minimale bezetting van enkel bassist Nathan East en drummer Mike Baird, naast zijn eigen gitaar.

Enkele leden van de Grateful Dead, Jerry Garcia, Bob Weir en Brent Mydland, komen hem dan helpen bij het inzingen. Zij worden daarbij bijgestaan door Dylans vrouw en schoonmoeder.

 

Voor de 19de eeuwse folkballad ‘Shenandoah’ heeft hij enkel de hulp van de bassist en de beide zangeressen nodig.

 

Naast de beide nieuwe nummers vertrouwd deze band ook nog een versie van ‘Rank Strangers To Me’ aan de tape toe. Dylan kent het nummer van de eerbiedwaardige bluegrassband The Stanley Brothers. ‘You Can’t Judge A Book By Looking At The Cover’ is dan weer van Willie Dixon.

 

De volgende dag vindt een laatste sessie plaats. Dylan vond de minimale bezetting blijkbaar wel prettig werken want naast zijn eigen gitaar kiest hij als enig ander instrument voor een bas. Daarvoor doet hij beroep om de man van Joni Mitchell: Larry Klein. Om het geluid toch wat voller te maken krijgen de beide vaste zangeressen versterking van twee andere: Alexandra Brown en Peggi Blu.

Samen nemen ze een nieuwe versie op van ‘Rank Strangers To Me’, plus ‘Ninety Miles An Hour (Down A Dead End Street)’, een countryhit van Hank Snow uit 1963.

 

Ook ‘Important Words’ van Gene Vincent krijgt een definitieve uitvoering.

 

Het afwerken van de plaat laat Dylan over aan technicus Stephen Shelton. Die vraagt Bobby King en Willie Green nog even terug om, op 23 juni, wat extra backing vocals toe te voegen aan ‘Ninety Miles An Hour’.

 

Tijdens de afgelopen maanden heeft Dylan ook nog twee andere covers opgenomen:

‘Got Love If You Want It’ van Slim Harpo  en ‘Pretty Boy Floyd’ van Woody Guthrie.

Hiervan zijn geen opnamedata bekend. De Guthrie cover is bedoeld voor een tribute plaat van het Folkways label: A Vison Shared.

 

 

Na de korte tournee met The Grateful Dead in juli, gevolgd door een derde tournee met Tom Petty en diens Heartbreakers.

 

 

De lange weg naar de release van Down In The Groove

 

Op 18 januari 1988 verlengt hij zijn contract bij CBS/Columbia voor nog eens tien cd’s. De platenfirma verspreidt onmiddellijk promo-cassettes van Down In The Groove.

 

Let’s Stick Together

When Did You Leave Heaven?

Got Love If You Want It

Ninety Miles An Hour

Sally Sue Brown.

Ugliest Girl In The World

Silvio

Important Words

Shenandoah

Rank Strangers.

 

Twee nummers van deze eerste versie zullen de uiteindelijke versie niet halen: ‘Got Love If You Want It’ en ‘Important Words’.

 

Een maand later volgt een tweede, aangepaste versie van de promo-cassettes. ‘Important Words’ is geschrapt en vervangen door het beste nummer van de oundtrack van Hearts Of Fire: de cover van ‘The Usual’ van he John Hiatt.

 

Let’s Stick Together

When Did You Leave Heaven?

Got Love If You Want It

Ninety Miles An Hour

Sally Sue Brown

Ugliest Girl In The World

Silvio

The Usual

Shenandoah

Rank Strangers.

 

 

Pas een jaar na de opname, verschijnt Down In The Groove eindelijk, op 19 mei 1988.

Opnieuw is de tracklist aangepast. ‘The Usual’ is opnieuw verdwenen en vervangen door een veel zwakker song uit de Hearts Of Fire sessies: ‘Had A Dream About You, Baby’.

Ook van ‘Got Love If You Want It’ en ‘Important Words’ is er geen spoor meer. Dat eerste nummer staat, per ongeluk, nog wel op de in Argentinië geperste exemplaren van de plaat.

Dylan is blijkbaar terug de archieven in gedoken, want ‘Death Is Not The End’ is een overblijvertje uit 1983. Een merkwaardige keuze, vooral omdat ‘Blind Willie McTell’ en ‘Foot Of Pride’ van diezelfde Infidels sessies toen ook nog onuitgebracht waren.

 

Beide “nieuwe” songs zijn bewerkt met overdubs. Voor ‘Death Is Not The End’ deed Dylan zelfs beroep op een paar hip-hoppers uit New York: Full Force. Jammer genoeg is daarvan weinig te merken. Hun backing vocals klinken niet anders dan die van om het even wie.

 

Net als bij Knocked Out Loaded waren de reacties haast unaniem negatief. Opnieuw is de plaat erg kort en zijn er veel covers. Hoewel er nog minder exemplaren van verkocht worden dan van de voorganger is de hoogste notering een 61ste plaats in de Amerikaanse hitlijsten en een 32ste in de Engelse.

 

Dylan verdedigde het grote aantal covers op de plaat: “Er is geen regel die zegt dat iemand zijn eigen nummers moet schrijven. En ik doe dat. Ik schrijf veel nummers. En dan? Je kun Ik schrijf veel nummers. n eigen nummers moet schrijven,”962 opnam voor dit toneelstuk.t ook een nummer nemen dat iemand anders heeft geschreven en dat tot het jouwe maken. Ik zeg niet dat op deze plaat definitieve versies staan van wat dan ook, maar ik vond die nummers wel goed. Af en toe moet je eens wat van iemand anders zingen.”

 

Rolling Stone zou de plaat in 2007 bestempelen als Dylans allerslechtste prestatie. Dat is misschien wat overdreven. Zowel het openingsnummer ‘ Let’s Stick Together’ als de laatste song ‘ Rank Strangers to Me’ zijn sterke covers. Ook zijn country-gospel versie van ‘Shenandoah’ is zeer de moeite waard.

 

‘Silvio’ verscheen in juni 1988 op single en – in tegenstelling tot heel veel andere recente songs – bracht Dylan het nummer vrij dikwijls live tijdens de volgende jaren. Later wordt het ook een aantal keren geselecteerd voor verzamelaars als Greatest Hits, Vol. 3 en zelfs The Essential Bob Dylan. Voor de b-kant van de single werd terug gegrepen naar een nummer van Empire Burlesque sessies: ’Driftin’ Too Far From The Shore’.

 

‘Death Is Not The End’ werd in 1996 gecoverd door Nick Cave en Freek de Jonge bestormde een jaar later de hitlijsten van de Lage landen met een hertaling als ‘Is er leven na de dood?’.

 

Opvallend is dat haast alle songs op Down In The Groove gaan over vervreemding, ouderdom en dood. Daarmee vormen ze een voorproefje van de thema’s die de volgende decennia zijn nummers zullen beheersen.

 

 

‘Silvio’ live op 12 augustus 2003 in de Hammerstein Ballroom, New york.

Hearts of Fire

 

 

 

Op 15 mei 1986, terwijl Bob Dylan nog volop bezig was met het afwerken van Knocked Out Loaded, kondigde Lorimar Productions aan dat de zanger zou gaan meespelen in een film: Hearts Of Fire.

Met zo een beroemde acteur, plus de succesvolle regisseur Richard Marquand (Return Of The Jedi, Jagged Edge) was de kans groot dat dit een kaskraker zou worden. Dylan ontving waarschijnlijk één miljoen dollar ontvangen voor zijn acteerwerk.

Er was ook overeengekomen dat hij vier nieuwe nummers zou schrijven voor de soundtrack.
 

De producers wilden dan ook geen risico’s nemen. Het oorspronkelijke scenario was van Scott Richardson. Maar eens Dylan was gestrikt, besloot de studio dat het script moest worden herschreven omdat, in hun ogen, Richardson te jong was voor een film met de legendarische zanger.

Joe Eszterhas werd aangetrokken. Die opvliegende vent was op dat moment Hollywoods “gouden jongen” met successen als Flashdance, Jagged Edge en Basic Instinct.

 

Dylan zag het toen niet meer zitten, maar het contract was getekend.

 

 

De opnamen vonden gedeeltelijk plaats in Engeland. 

 

Om het begin van de opnamen aan te kondigen werd op 18 augustus 1986 een persconferentie gegeven in het National Film Theater in London. Regisseur Richard Marquand (Return Of The Jedi, Jagged Edge) en de twee hoofdrolspelers stonden de verzamelde pers te woord. Uit het artikel van John Bauldie in The Telegraph blijkt vooral dat Dylan het allemaal erg vervelend vond.

Vraag: “Waarom doe je mee aan een film?”

Antwoord: “Wel, weet je, ik heb toch niks beters te doen op het ogenblik.”

Vraag: “Heb je plannen voor na deze film, Bob?”

Antwoord: “Zwerven en daarna misschien opnieuw op tournee gaan.”

Vraag: “Je deed je laatste tournee met Petty voor het geld. Is dat je nieuwe filosofie?”

Antwoord: “Ik doe het altijd voor het geld! Wat is daar nieuw aan?”

 

Het verhaal is dan ook niet erg inspirerend: Billy Parker (Bob Dylan) is een rock-ster op zijn retour. Toevallig ontmoet hij de jonge zangeres Molly McGuire (Fiona Flanegan). Hij neemt haar onder zijn hoede tijdens een Britse tournee. Molly wordt er “ontdekt” door de geslepen promoter James Colt (Rupert Everett). Die haalt haar op het podium en… in zijn bed. Verslagen en dronken vlucht Billy terug naar zijn boerderij, terwijl Molly successen bereikt. De twee vinden mekaar echter terug wanneer zij een triomfantelijke tournee door de Verenigde Staten doet.

Of zoiets.

 

Tijdens de persconferentie had Dylan al laten vallen dat hij nog geen nieuwe songs had geschreven. Toen ze op 27 en 28 augustus de Townhouse Studio’s in London introkken om wat nummers op band te zetten had hij er maar drie klaar. ‘Had A Dream About You, Baby’ , ‘Night After Night’ behoren niet tot zijn beste werk en ‘To Fall In Love With You’ was nog zwakker.

Nood gedwongen moest hij zijn toevlucht nemen tot het coveren van werk van anderen: ‘Old Five And Dimer’ van Billy Joe Shaver en ‘A Couple More Years’ van Shel Silverstein. Maar het beste was een stevige cover van ‘The Usual’ van John Hiatt.

 

Bij de opnamen kreeg hij hulp van gitarist Eric Clapton, bassisten Ron Wood en Kip Winger, pianist Beau Hill en drummer Henry Spinetti. Later voegden The New West Horns daar nog blazers aan toe.

 

De opnamen op locatie vonden plaats in Wales: in het amusementspark Coney Beach bij het kuststadje Porthcawl en in het nabij gelegen Southerndown.

 

De zangeres Linda Thompson ging hem daar opzoeken. “Hij had laten weten dat hij mij wou ontmoeten,” vertelt ze. “Dus ging ik naar zijn caravan. Hij had een boxer-short aan en ik kon mijn ogen niet van zijn benen afhouden. Ze waren zo dun! Alles wat ik wist te bedenken was: ‘Je benen zijn zo dun.’ En hij zei:’ Ja, ik ben op dieet. Het levenslang-fit dieet. Je mag uitsluitend fruit eten voor de middag.’

Het was half elf in de ochtend en hij zat daar met een glas cognac in zijn hand.

Ik zei: ‘Mag alcohol van dat dieet?’

En hij antwoordt – op de hem eigen manier: ‘Ik denk van wel’.”

 

Daanaast kreeg hij ook bezoek van Christopher Sykes van de BBC. Die trachte hem te interviewen voor het programma Arena. Hoewel Dylan een interview had toegstaan, was hij niet erg toeschietelijk om mee te werken.

 

 

Begin oktober verhuisden de filmopnamen naar Toronto in Canada.

Carole Childs probeerde Dylan te overtuigen haar over te laten komen, maar hij weigerde haar te zien. Hij was haar wat moe geraakt. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen vrouwelijk gezelschap wou: Susan Ross bleef wel in de buurt.

Tegenover haar verklaarde hij: “Weet je, wat de mensen ook vertellen, ik heb genoeg geschreven. Als ik nooit nog één nummer schrijf, kan niemand mij iets verwijten.”umentaire is interessanter dan de film die ondertussen werd opgenomen. and.insshow epen jaar. voor sessies die om midderna

 

Op 10 oktober werd een verrassingsconcert aangekondigd van Bob Dylan en Fiona Flanagan. Zo’n duizend “gelukkigen” wachtten die avond tweeëneenhalf uur voor Bob het podium opklom. Hij speelde een paar noten op zijn gitaar, waarna Fiona Flanagan een liedje playbackte.

Het zogenaamde concert bleek een scène te zijn voor de film Hearts Of Fire.

 

Een week later vond de laatste opnamedag plaats. Christopher Sykes was Dylan achterna gereisd naar Toronto.

Zoveel volharding mocht worden beloond, vond Dylan blijkbaar. Hij was bereid hem te ontvangen in zijn trailer. Hoewel hij meer geïnteresseerd leek in tekenen dan in praten, ging hij toch dieper in op het thema van de film. “Artiesten streven in het begin van carrière roem en rijkdom na,” legde hij uit. “Die rijkdom is interessant, maar die roem valt zwaar tegen. Als je een kamer binnenkomt is het afgelopen. Dan zie je niemand meer normaal doen.”

 

Het interview werd uitgezonden door BBC1 in Engeland in de Arena documentaire Getting To Dylan. De documentaire bleek interessanter dan de film waar het allemaal om draaide.

 

 

 

De film ging een jaar later pas in roulatie. Naast allerhande andere strubbelingen was regisseur Richard Marquard op 4 september 1987 overleden aan een hartaanval. Hij was pas 49.

Dylan beweerde later dat de producers van de film zijn dood hadden veroorzaakt.

 

 

De trailer van Hearts of Fire

De première van Hearts of Fire vond plaats op 9 oktober 1987, in het Odeon Marble Arch in Londen. Hoewel Dylan die dag in het Londense Mayfair Hotel verbleef, weigerde hij naar de vertoning te gaan.

 

De film was na het overlijden van de regisseur haastig afgewerkt en het resultaat was erg zwak. Dylan, waar het toch allemaal om draaide, ziet er erg op zijn ongemak uit. Ook de bijrolletjes van Ian Dury, Richie Havens en Ron Wood stellen niet veel voor. De muziek van Dylan, Neil Young, Shel Silverstein, John Hiatt en nog wat mindere goden moet de meubelen redden.

 

De film liep slechts twee weken en werd dan al uit roulatie gehaald.

In de Verenigde Staten kwam de film zelfs nooit in de zalen.

 

De – erg korte – soundtrack van Hearts Of Fire lag op 20 oktober in de winkels. Daarop staan drie songs door Dylan, vier van Fiona en drie van Rupert Everett.

Omdat ‘Night After Night’ en ‘Had a Dream About You Baby’ nooit elders verschenen heeft de cd toch nog enige waarde voor verzamelaars. Wel staat die tweede song, in een andere mix, later ook op Down in the Groove. ‘De cover van ‘The Usual’ verscheen ook als single, maar enkel in Europa.