Dolly Parton en Porter Wagoner

1973-‘74

Als er punten gegeven worden voor street credibility bij muzikanten, staat Dolly Parton aan de top bij de countryzangers. Een vet Southern accent geeft al aan dat ze is opgegroeid in het Appalachengebergte. En inderdaad: het houten éénkamerhuisje waarin ze is grootgebracht, stond in Locust Ridge in Tennessee – een dorpje aan de voet van de Smoky Mountains. ‘Dirt poor’, omschrijft ze zelf haar familie. Vader probeerde zijn veertien kinderen in leven te houden met de opbrengsten van zijn tabakskweek. Moeder maakte kleding voor haar kroost van allerhande lappen stof.

Haar zuivere stem brengt Dolly al op 13-jarige leeftijd in de befaamde Grand Ole Opry radioshow, die vanuit het Ryman theater in Nashville wordt uitgezonden. Ze ontmoet er Johnny Cash, die haar adviseert om vooral haar eigen weg te volgen. Een raad die ze ter harte neemt: de dag na haar afstuderen in 1964, verhuist ze naar Nashville om er een carrière in de muziek na te streven.

In 1967 wordt ze geïnviteerd door countryster Porter Wagoner om zijn vaste partner, Norma Jean, te vervangen in zijn wekelijkse TV-show: The Porter Wagoner Show. Wagoner werpt zich op als haar mentor en produceert een reeks succesvolle duetsingles met haar. Solo-succes laat langer op zich wachten. Maar wanneer de doorbraak er eindelijk komt, in het begin van de jaren zeventig, probeert ze zich los te maken van haar mentor. Het is een moeizaam proces, want de man duldt geen tegenspraak. Bovendien is hij verliefd op zijn protegé – die daar echter niets van wil weten. ‘Hij was … en ik bedoel dat echt niet verkeerd, maar hij was een echte macho’, verklaart Dolly later. ‘Hij was de baas. Het was zijn show. Maar hij was ook erg koppig. Dar kwamen hevige ruzies van, want ik laat niet met me sollen.’
In 1993 licht ze verder toe: ‘Er ontstaat een liefde-haat verhouding wanneer je lang met iemand samenwerkt. Porter en ik waren beiden erg competitief en gepassioneerd. Dan komt er jaloezie bij kijken. Ik schaam mij niet voor die gevoelens. Maar uiteindelijk moest ik wel weggaan. Hij wou niet luisteren. Ik kon niets doen om de breuk te verzachten. Daarom schreef ik deze song.’ Ze doelt op ‘I Will Always Love You’, dat ze in juni 1973 opneemt.

In februari 1974 maakt Dolly Parton bekend dat ze de samenwerking met stop zet. In april treden ze een laatste keer samen op. Op 6 juni 1974 – een jaar na de opname – brengt Dolly Parton het nummer uit. Het slaat meteen aan en bereikt de top de van country lijst van Billboard.

De tekst wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd en soms zelfs als openingsdans gebruikt op trouwfeesten. Het gaat echter over een vrouw die beseft dat de relatie voorbij is. Toch hoopt ze dat de man die ze verlaat, gelukkig wordt.

Elbis Presley herkent de gevoelens, na zijn eigen breuk met Priscilla. Hij wil het nummer graag opnemen. Maar wanneer zijn manager, Kolonel Parker de helft van de publicatierechten opeist, bedankt Dolly voor de eer.

1975
Daardoor is Linda Ronstadt één van de eersten om het nummer te coveren. Dat doet ze op haar elpee Prisoner in Disguise , uitgebracht in september 1975. Ronstadt laat daarbij de laatste strofe (“I wish you joy and I wish you happiness…”) achterwege.

1982

Begin jaren tachtig is Dolly Parton voor het eerst te zien in de bioscoop. In Nine To Five speelt ze een secretaresse die heeft af te rekenen met een seksistische baas. Een rol die grotendeels gebaseerd is op haar verhouding met Porter Wagoner. Haar acteerprestaties worden gewaardeerd met twee Golden Globe nominaties en ook de titelsong is een groot succes.

Haar volgende film is The Best Little Whorehouse In Texas, gebaseerd op een recente Broadway musical. Dolly schrijft een aantal nieuwe nummers voor de filmadaptie. Maar het grootste succes blijkt weggelegd voor een nieuwe versie van ‘ Will Always Love You’. De song bereikt voor de tweede keer de top van de country lijst.

1992

Tien jaar verder en opnieuw een film met een zangeres in de hoofdrol: The Bodyguard, met Whitney Houston.

Oorspronkelijk is het de bedoeling dat de R&B zangeres, voor de finale van de film, een nieuwe versie zal opnemen van ‘What Becomes of the Brokenhearted’. Maar dan heeft Paul Young plots een hit met zijn cover van de Motownhit. Hij heeft het nummer van Jimmy Ruffin uit 1966, opgenomen voor een andere film: Fried Green Tomatoes.
Kevin Costner, die de mannelijke hoofdrol spelt in The Bodyguard komt met het voorstel om ‘I Will Always Love You’ te gebruiken.
Clive Davis, de grote baas van Arista Records, de platenmaatschappij waarbij Whitney Houston onder contract staat, vindt het maar niets: een R&B artieste met een countrysong? Costner houdt echter voet bij stuk: ‘Ik zei: “We gaan het begin a cappella doen. Het moet gewoon a cappella zijn , omdat ze daarmee aantoont hoeveel ze van die kerel houdt: ze zingt het zonder muziek!’
Omdat Whitney het nummer niet kent, geeft David Foster haar de elpee van Linda Ronstadt, zodat ze kan instuderen. Maar wanneer de producer Dolly Parton belt om haar te vertellen van de plannen, grijpt die in. Ze staat er op dat de laatste strofe weer in eer wordt hersteld. De toon van het nummer verandert helemaal er zonder, zo meent ze. Foster moet op zijn beurt de regisseur overtuigen om de scene 40 seconden langer te laten duren.

Whitney’s coverversie wordt een ongezien succes: ‘I Will Always Love You’ brengt maar liefst 14 weken door aan de top van de Amerikaanse hitlijsten. De rest van de wereld volgt. Met vier miljoen verkochte exemplaren is het één van de best verkochte singles ooit. De soundtrack doet het zelfs nog beter: met maar liefst 45 miljoen exemplaren is het wereldwijd de best verkochte soundtrack ooit.

Alluderend op Presley’s cover die niet doorging, grapt Dolly: ‘Whitney’s versie bracht me genoeg op om Graceland te kopen.’

1995

In 1995 besluit Parton het nummer zelf een derde keer op te nemen, voor de cd Something Special . Dit keer als een duet met Vince Gill. Deze versie brengt het niet verder dan een – relatief gezien – magere 15de plaats op de country lijst.

2012

Bijna twee decennia lang lijkt het alsof ‘I Will Always Love You’ eindelijk zijn tijd heeft gehad. Maar in 2012 duikt het plots opnieuw op.
Amber Riley heeft het nummer gecoverd voor een aflevering van de Amerikaanse tienerserie Glee. De band wordt afgeleverd bij de producers van de TV-serie op 10 februari. Netjes op tijd voor de uitzending vijf dagen later.

De volgende dag, 11 februari 2012, wordt Whitney Houston dood aangetroffen in het bad in een hotelkamer in het Beverly Hills. De 48 jarige zangeres is overleden aan een hartaanval, te wijten aan het gebruik van drugs.

Tijdens de uitreiking van de Grammy’s in Los Angeles, een dag later, brengt Jennifer Hudson het nummer als eerbetoon aan de overleden ster. Meteen volgt een nieuwe notering in de top 3.
Hiermee bereikt het nummer voor de vijfde keer de Amerikaanse hitlijsten, verspreid over vier decennia.

 

 

Deel 5 – Pieces Of The Sky

‘Grams dood was een traumatische ervaring voor mij,’ geeft Emmylou Harris toe. ‘Tussen zijn dood en het maken van mijn eerste elpee beleefde ik een vreselijk jaar (sic). Ik smeet me in mijn werk, maar hij hart was er niet bij.’

Ze ziet het als haar taak Grams werk verder te zetten. ‘Ik had geen keuze. Die muziek was te belangrijk  voor mij. En ik kon niets anders. Het was dat, of terug gaan opdienen. Dus vormde ik een kleine band in D.C..’

De kern van de vijfkoppige Angel Band bestaat uit Emmylou, Tom Guidera en steelgitarist Danny Pendleton.

‘Repeteren in een garage in de vrieskou en dan terug naar de zaaltjes waar ik voordien akoestisch had gespeeld – voor Gram. Het was een leerproces, maar ook een manier om te overleven.‘

Zes avonden per week, spelen ze vier sets in de Red Fox Inn, in Washington.

Op een avond zitten er twee mensen in de zaal die met meer dan gewone belangstelling lijken te luisteren. De man en vrouw blijven de hele avond. Ze hebben zelfs een casetterecorder bij, waarmee zij alles opnemen. Na afloop stellen ze zich voor, allebei met een Canadees accent. De vrouw is Mary Martin, A&R verantwoordelijke van Warner/Reprise. De man is Brian Ahern, producer.

Hun aanwezigheid is, voor een stuk te danken aan Linda Ronstadt. 

Die heeft Emmy en haar dochterje uitgenodigd om te komen logeren in Los Angeles. ‘Ze vroeg me om samen met haar op te treden in de Roxy,’ legt Emmylou uit. ‘Ze was een enorme steun voor me, na de dood van Gram. Ze hielp me om een platencontract te krijgen. Ze bemoederde me en was erg genereus.’

Don Schmitzer, een van de bazen van Warner Bros. heeft haar daarbij opgemerkt. Hij geeft Martin de opdracht om een mogelijkeke samenwerking te onderzoeken. Mary Martin werkte vroeger voor Albert Grossman, toen die manager was van Bob Dylan. Zij was het die de folkzanger in contact bracht met The Band. Later werd ze zelf manager van Leonard Cohen en Van Morrison.

Wanneer Mary Emmylou getraceerd heeft in Washington, belt ze Ahern in Toronto. De gitarist heeft countryzangeres Anne Murray ontdekt en haar versie van ‘Snowbird’ geproduceertd. Het plaatje was een dikke hit in Canada en de Verenigde Staten.

De beide toeschouwers zijn voldoende onder de indruk om Emmylou Harris een kans te geven. ‘[Ze zong nummers van] Merle Haggard, Gram Parsons… ,’ zegt Ahern. ‘Ik denk dat ik nog het meest gecharmeerd was van het feit dat ze haar band strak in de hand had.’ 

In oktober 1974 biedt Reprise, een dochterafdeling van Warner Records, Emmylou Harris een contract aan. De voorwaarde is dat Brian Ahern de opnamen zal leiden.

Ter voorbereiding nemen ze samen een groot aantal songs door. ‘Brian [liet me] naar bandjes met songs te luisteren,’ vertelt Emmylou. ‘We luisterden een hele dag, acht uur, naar spul dat me absoluut niets deed. Na een tijdje moesten we er om lachen; we dede nogal onnozel.’ Maar dan zet Brian een cassette aan van iemand die hij net onder contract heeft genomen bij zijn eigen muziekuitgeverij: Rodney Crowell. ‘Ik riep: Dat lijkt er meer op. Die kerel is fantastisch. Hij heeft duidelijk geluisterd naar George Jones. Het waren twee nummers: ‘Song For The Life’ en ‘Bluebird Wine’.’

Ahern laat de 22-jarige overvliegen naar Washington om er met Emmylou en haar Angel Band te spelen. ‘Na afloop gingen we ergens heen en speelden songs tot de vroege ochtend’, herinnert Rodney zich. ‘De klik was er meteen. Ik hield van oude muziek – zoals the Louvin Brothers – en zij ook. Het was een beetje archivaris-achtig. Musicologie, een hele nacht lang. Country-musicology. Ik denk dat Gram Parsons haar het wereldje ingeleid had. Ik denk ook dat het zo goed klinkte omdat ik uit Texas kwam en er mee opgegroeid was.’

In afwachting van grootsere dingen vindt alvast een eerste sessie plaats in de Track Recorders Inc in Silver Spring, Maryland. Met The Angel Band worden ‘Before Believing’ en ‘Queen Of the Silver Dollar’ van Shel Silverstein op band gezet. 

Kort daarna verhuizen Emmy en haar dochter naar Los Angeles, waar ze intrekken bij Linda Ronstadt.

Brian Ahern heeft er een huis gehuurd in Lania Lane, een bochtige, doodlopende straat in Coldwater Canyon. ‘We hadden geen beddegoed, dus moesten Linda en Emmy gaan winkelen. Ze kwamen terug met achterbak van Linda’s MGB volgestouwd vol spullen voor ons, de jongens van de techniek.’

Het huis wordt immers ook gebruik als studio. Voor de opnamen laat Brian zijn zelf ontworpen mobiele studio overkomen, vanuit Toronto. De Enactron Truck is een 19-ton zware vrachtwagen volgestouwd met opnameapparatuur. Hiermee kan hij om het even waar opnemen. Zoals gewoon bij hem thuis, dus, in de huiskamer voor de open haard.

‘Brian woonde in een slaakamer aan de achterzijde,’ vertelt Bernie Leadon, die ook aan de opnamen meewerkte.  ‘De rest van het huis was nu eens woonruimte en dan weer de plaats voor de opnamen. Zo werd de hele plaat gemaakt. Het was een constante: op elk uur van de dag konden ze opnemen. De truck stond geparkeerd voor het huis in de heuvels, bij Beverly Hills… maar niet in de dure buurt van Beverly Hills.’

Contact tussen de controleruimte en de ‘studio’ gebeurt via een gesloten TV-circuit. In de vrachtwagen is er ook een kleine geïsoleerde ruimte, waar solo’s kunnen worden ingespeeld.

De eigenlijke opnamen vinden plaats aan het einde van oktober 1974. Daarvoor wordt de hulp ingeroepen van de muzikanten van Gram Parsons soloalbums: drummer Ron Tutt, pianist Glen D. Hardin, bassist Emory Gordy Jr., sologitarist  James Burton en banjospeler Herb Pedersen. Daarnaast zijn er ook nog Fayssoux Starling op backing vocals en Bernie Leadon op verschillende snaarinstrumenten.

Door de aanwezigheid van Presley’s bandleden wordt het één van de duurste countryplaten tot dan toe. Om de kosten te beperken, blijven de eigenlijke opnamen beperkt tot twee dagen: woensdag 30 en donderdag 31 oktober. 

Door live op te nemen slagen ze er in om, in die beperkte tijd, een twintigtal songs op band te zetten. ‘We namen veel te veel op,’ legt Ahern uit. ‘Ik dacht dat, als we de zwakke eerste plaat konden overslaan, en rechtstreeks doorstoten naar nummer twee – bij wijze van spreken – de muziek veel beter zou zijn. Op die manier bespaarden we een pak tijd en geld zowel voor de platenmaatschappij als voor de artiest. […] In zekere zin was haar debuut meteen haar tweede plaat.’

Volgens Herb Pedersen heeft Ahern de touwtjes stevig in handen: ‘Hij wist hoe hij de arrangementen wilde hebben. Hij was een geschoold muzikant in Canada voor hij naar hier kwam. Hij speelde zelf heel wat slaggitaar op die plaat, maar dat staat nergens vermeld. Hij was erg zorgvuldig in de keuze van arrangementen, toonaarden en melodieën. Hij wou absoluut niet een plaatje met het zoveelste countryzangeresje afleveren.’

‘Ik liet haar [de songs] voorzingen,’ vertelt Ahern. ‘[…] Dan deed ik suggesties om de structuur te veranderen. Ik schreef de akkoorden neer en speelde het dan zelf, op mijn akoestische gitaar en beelde me het nummer in, in mijn hoofd.’

Maar ook Emmylou laat zich gelden, weet Pedersen: ‘Wanneer ik de tweede stem inzong, was zij er steeds bij, om te luisteren of  het was zoals zij het wou. Zij maakte evenveel de dienst uit als hij, denk ik.’

‘Het is moelijk uit te leggen wat ik wou,’ blikt Emmylou terug, ‘het was heel intuitief. Ik was zeer sterk geïnspireerd door de muziek van Gram. Op mijn manier probeerde ik die voort te zetten.’

De songs zijn met opzet geselecteerd uit een heel breed gamma. Dat gaat van klassiekers uit de country/rock als ‘Coat Of Many Colors’ van Dolly Parton en ‘The Bottle Let Me Down’ van Merle Haggard tot nummers van The Beatles: ‘For No One’ en ‘Here, There And Everywhere’. Natuurlijk mag een song van Parsons helden, Charlie en Ira Louvin niet ontbreken. De keuze valt op ‘If I Could Only Win Your Love’.

Voor één nummer  heeft Emmylou de tekst zelf geschreven: ‘Boulder To Birmingham’ is een erg persoonlijke song, waarin ze afscheid neemt van Parsons.

De producer zorgt er voor dat Emmylou’s klaterheldere stem centraal komt te staan. Ondanks de aanwezigheid van steelgitaar, fiddle en mandoline is het resultaat meer pop dan country. Toch staat het ver van de gelikte country-rock die The Eagles in die tijd zo populair maken.

Harris geeft toe dat ze geen idee had hoe de plaat zal worden ontvangen. ‘Ik was behoorlijk nerveus. Ik dacht dat niemand de plaat zou snappen. Ik wist dat een aantal mensen, van wie de mening voor mij belang was, het goed zouden vinden. Mensen als John Starling, van wie ik wist dat hij  ‘If I Could Only Win Your Love’ prachtig zou vinden. Het was allemaal nieuw voor mij, zo’n echte plaat maken. Het was nogal eclectisch.’

 

Op 7 februari 1975 verschijnt Pieces of the Sky.  De plaat is genoemd naar een regel uit ‘Before Believing’, een nummer van Danny Flowers.

Als eerste single kiest de platenmaatschappij voor ‘Too Far Gone’. Het nummer van Billy Sherrill was in 1967 een hit voor Tammy Wynette. Emmylou’s versie verschijnt op 26 februari 1975. Glen D. Hardin verzorgde het strijkers  arrangement en James Burton schittert op elektrische gitaar. De single maakt niet echt brokken en komt niet hoger dan een 73ste  plaats in de Countrylijst.

– – –

Ter promotie van de elpee doet Emmylou enkele optredens, als voorprogramma van de Earl Scruggs Revue. Ze wordt daarbij begeleid door Bernie Leadon en Herb Pedersen. ‘Het was puur akoestisch,’ vertelt Leadon, ‘met driestemmige zang. Herb heeft een ongelofelijke stem. Het werkt inspirerend om te zingen met  twee van die fantastische stemmen.’

Eddie Tickner, die het management van Emmylou heeft overgenomen, meent dat een doorbraak het best kan geforceerd worden in Europa. De platenmaatschappij wil er wel geld instoppen, op voorwaarde dat ze een “hot band” heeft.

Emmylou zou graag de mensen achter zich krijgen waarmee ze de plaat heeft opgenomen. ‘Glen D Hardin was meteen akkoord. We speelden een paar keer samen en we amuseerden ons geweldig. Het was een fantastische bende, die mekaar allemaal goed aanvoelen. Rodney Crowell kwam er bij en we wisten meteen dat er magie in de lucht zou hangen van zodra we een podium op kropen.’

De Hot Band  bestaat uit gitarist James Burton, pianist Glen D. Hardin en bassist Emory Gordy – allemaal uit de tourband van Elvis. Drummer is John Ware, singer-songwriter Rodney Crowell speelt slaggitaar, Hank de Vito pedal steel. Gelukkig voor haar had Elvis Presley in die periode geen optredens gepland. ‘Ik betwijfel of Elvis besefte dat zijn band met iemand anders rondtrok. We deden het niet achter zijn rug, maar hij was zo afgeschermd dat ik bewtijfel of hij er iets van merkte.’

Eigenlijk kan Emmylou zich zo’n band niet veroorloven. ‘Ik ging voor een kwart miljoen dollar in het rood met de Hot Band. Gelukkig maakte de verkoop van de plaat veel goed. Ik had geen garantie dat ik er uit zou raken, maar ik greep de kans om met de muzikanten waarmee Gram gewerkt had met beide handen aan. Ik wou zoveel mogelijk Grams werk uitdragen. Plus natuurlijk het feit dat ze fantastisch waren en dat ze me de moed gaven om naar buiten te treden.’

Door verplichtingen bij Elvis Presley kan er slechts één keer gerepeteerd worden voor de band de baan op trekt.

‘We speelden in The New Vic [in London] voor een uitverkochte zaal. Je voelde de verwachtingen voor die band. James Burton was er bij, mensen die vereerd werden. Het publiek hier kenden de achtergrond. Ze kennen de songwriters, ze weten wie op de plaat speelt, ze kennen de muzikanten …ze weten alles!

Het was fantastisch om die opwinding te voelen voor wat ik deed. Dat sloeg over naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. En toen had ik een echte Top 5 plaat op de country lijst met een oud nummer van de Louvin Brothers.

Dat opende de deuren van Nashville en country radio, maar blijkbaar was er ook interesse vanuit de popwereld.Mensen die mijn nplaten kochten, kochten ook platen van Talking Heads. Dat trok de aandacht: er is hier iets gaande!’

Drie maanden touren met The Hot Band werpt zijn vruchten af en de tweede single krijgt dan ook veel meer aandacht.  

Emmylou’s versie van het Louvin Brothers nummer ‘If I Could Only Win Your Love’ verschijnt  op 4 juni 1975. De solo op mandoline contrasteert sterk met de heersende muzikale trends: prog rock, jazz fusion, disco, urban cowboy en de eerste aanzetten tot punk. Desondanks wordt het duet met Herb Pedersen die zomer een top 5 hit in de Amerikaanse countrylijst en zelfs een notering in de poplijst.

Door een countrysong aanvaardbaar te maken voor een groot publiek vervolledigt Emmylou Harris het levenswerk van Gram Parsons.

Deel 3 – The Fallen Angels

Emmylou  spendeert het geld dat ze kreeg voor haar bijdrage aan de opnamen van Gram Parsons solodebuut aan een splinternieuwe Martin D28 akoestische gitaar.  Die kan ze meteen gebruiken tijdens de maandlange tournee die Grams manager Eddie Tickner organiseert in het voorjaar van 1973.

Presley’s muzikanten zijn veel te duur, dus moet Parsons op zoek naar andere begeleiders. ‘We probeerden Waddy Wachtel te krijgen, op gitaar,’ weet Phil Kaufman, ‘maar hij wou niet op tournee. We vroegen [ex-Byrds ] Clarence White, die kon niet. Dus namen we een vriend van Emmylou: Gerry Mule.’

Verder bestaat de band uit twee oudere sessiemuzikanten uit Nashville: bassist Kyle Tullis en steelgitarist Neil Flanz. De ‘psychotic redneck ‘ drummer komt uit The Remains.

De band krijgt de naam The Fallen Angels (Parsons had The Turkeys voorgesteld, maar dat werd weggelachen).

Road manager Kaufman reist mee om toe te zien dat Parsons uit de buurt van  verboden spullen blijft. Ook Grams vrouw Gretchen trekt mee rond, vooral omdat ze erg jaloers is op Emmy. Emmy zelf heeft haar dochtertje mee.

De geplande repetities draaien uit op feesten, al doet Emmylou nog zo haar best om hen bij de les te houden.

Meteen bij het eerste concert gaat het dan ook goed fout. ‘In Boulder bleek dat [Gerry Mule, de sologitarist] het niet kon,’ weet Kaufman. ‘Hij was een beetje als een baseball coach: hij kon het uitleggen, maar hij kon niet samenspelen. Dus trokken we de stad in en vroegen: “Kan hier iemand gitaar spelen?” Zo vonden we Jock Bartley, ergens in een winkeltje in Boulder. We huurden hem in en vertrokken. Heel bizar.’

Een paar optredens zijn als voorprogramma van The Eagles. Bernie Leadon bevestigt Emmylou’s bezorgdheid over de samenhang van de band: ‘Ik had met Gram gewerkt en wist dat hij niet veel zin had in repeteren. Dat hield in had hij er geen graten in zag om songs te herschikken als hij dat nodig vond. De lengte van een intro, het aantal strofen, het hernemen van een refrein, dat kon allemaal zomaar veranderen.’

Hij herinnert zich wel de prachtige combinatie van de stemmen van Gram en Emmy . ‘Dat was volledig haar verdienste,’ meent hij.  ‘[Op het podium stond] Emmy vlak bij hem en keek naar zijn gezicht, naar zijn mond. Het was haast telepathisch hoe ze wist wat hij zou gaan doen. Als je goed luistert naar die opnamen, zou het me niet verbazen dat haar zang een microseconde achter de zijne volgt.’

Na afloop van een optreden blijven Gram en de muzikanten vaak, tot een stuk in de nacht, plaatjes draaien en countryliedjes zingen. ‘Hij liet me kennismaken met The Louvin Brothers,’ vertelt Emmylou.

Deze spoedcursus country is voor Harris een openbaring. ‘Een nieuwe wereld ging voor me open. […] Daarvoor had ik altijd het idee gehad dat country politiek incorrect was. […] Natuurlijk hou ik van the South. Ik ben er geboren, ik heb er familie van wie ik ontzettend veel hou, maar die waarschijnlijk nooit zullen begrijpen dat blank en zwart naast samen kunnen leven. Het zijn goede mensen, maar ze zijn zo opgegroeid. De muziek van the South stond voor mij voor al dat foute spul. Daarom verloochende ik mijn afkomst, omdat zoveel daar belachelijk was: die kapsels en die kostuums… Ik luisterde nooit naar country muziek.’

In Houston, mogen The Fallen Angels vier avonden openen voor Neil Young. Die trekt rond met zijn Time Fades Away tour. Linda Ronstadt en haar band spelen vormen het voorprogramma.

Chris Hillman – hij weer – stelt de beide zangeressen aan mekaar voor. ‘Jullie zouden goed met mekaar kunnen opschieten,’ meent hij.  En gelijk heeft hij. ‘Toen ik haar voor het eerst ontmoette, dacht ik: Ik wel met haar zingen,’ vertelt Linda Ronstadt: ‘Ik zag ons al de Everly Sisters. Ze had natuurlijk al Gram om mee te zingen en dat was een fantastische combinatie. Ik weet nog dat ik tegen mijn toenmalige vriend zei dat Emmy hoger en langer kon zingen dan ik, en luider en zachter en dat haar frasering beter was. Ze was op-en-top country–rock. Country–rock was tot dan toe mijn specialiteit, maar ze waren mij hard aan het pushen om meer de rocktoer op te gaan. En ik vond: ‘Ze doet dat zo goed, ik geef het op.’ Niemand kan tegen haar op.’

‘Het opzet was om country en rock & roll te spelen in de betere hippie honky tonks van de natie,’ vat Emmylou de tour samen. ‘Het publiek was er. De zalen waren klein, maar het was intens. Misschien niet in dezelfde mate in Chicago als in Austin, maar de energie was er wel altijd.

Ze kwamen om die jonge man te zien en zijn stem te horen, een stem die kon breken en kraken, puur en prachtig, zoetgevooisd, maar ook vol pijn. Er werden niet bepaald records verbroken aan de kassa, maar diegene die er bij waren zullen het nooit vergeten…’

Een optreden voor een radiozender in Long Island, opgenomen in maart 1973, verschijnt negen jaar later, als Gram Parsons & The Fallen Angels Live 1973. De live versie van ‘Love Hurts’ krijgt dan zelfs een nominatie als ‘Beste opname door een country duo.

Zowel op als naast het podium, wordt Emmylou steeds met veel respect behandeld, door de andere muzikanten. ‘Misschien wilden ze haar beschermen omdat ze van de oostkust kwam en al een kind had,’ meent Leadon. ‘Ik denk dat iedereen om haar gaf omdat ze er zo onschuldig en oprecht uitzag.’

Minder goed ligt Emmy bij Gretchen. Hoewel alle betrokkenen volhouden dat er nooit iets is gebeurd tussen die twee, is mevrouw Parsons razend jaloers op de goede verstandhouding tussen de beide zangers. De spanningen lopen zo hoog op, dat de tourmanager Gretchen op een bus zet, richting L.A.

– – –

Enkele maanden na de tournee van The Fallen Angels zijn er plannen voor een “All Star World Tour”. Ter voorbereiding heeft Warner Bros. Records alvast een mini-tour opgezet in het eerste weekend van juni 1973. Het geheel wordt aangekondigd als een “country-rock festival”. De verschillende deelnemende bands zijn allemaal opgebouwd rond ex-leden van The Byrds: Clarence White, Gene Parsons, Sneaky Pete Kleinow en Chris Ethridge.

Op 14 juli wordt Clarence White echter omvergereden door een dronken chauffeur. Hij overlijdt een dag later.

De plannen voor de wereldtournee komen hiermee abrupt ten einde.

 

 

Wordt vervolgd:

Deel 4 – Sleepless Nights : Grievous Angel

 

 

Het kan zijn dat het slechts een indruk is, maar het valt mij op dat er de afgelopen maanden veel mensen uit de muziekwereld van ons zijn heen gegaan. Sinds Kerstmis alleen al, denk ik dan aan singer/songwriters Vic Chesnutt, Lhasa de Sela en Bobby Charles, Birthday Party gitarist Rowland S. Howard, Tim Hart, oprichter van de folkrock groep Steeleye Span, soul producer Willie Mitchell, punkrocker Jay Reatard en soulzanger Teddy Pendergrass.

Maar het meeste heeft me het nieuws aangegrepen van het overlijden van Kate McGarrigle.

 Kate vormde samen met haar twee jaar oudere zus het erg sympathieke duo dat hier in Vlaanderen en Nederland vooral bekend is omwille van hun hitje uit 1975: ‘Complainte pour Sainte-Catherine’. Ik denk dat iedereen het refrein nog wel zal kunnen meezingen:

“Y’a longtemps qu’on fait d’la politique
Vingt ans de guerre contre les moustiques
Croyez pas qu’on n’est pas chretiens
Le dimanche on promene son chien”

Hier is het nog eens.
 

Gek genoeg sloeg het nummer alleen hier aan. Het wordt bijvoorbeeld in geen enkel Engelstalig in memoriam vernoemd.

Na dat debuut hebben de zussen nog een tiental platen gemaakt, allemaal van hoge kwaliteit, maar echt doorgebroken zijn ze nooit. Misschien wel omdat ze muziek niet zagen als een carriere. Het was hun passie. 

Kate werd op 6 februari 1946 geboren, in Saint-Sauveur-Des-Monts in Québec. Haar zus Anne volgde twee jaar later. Er is ook nog een oudere zus, Jane.

Hun vader, Frank McGarrigle, was een grote fan van 19de eeuwse songs, vooral dan van die van Stephen Foster. Kate verwerkte haar herinneringen aan die tijd waarin ze die “songs that may no longer please us” zongen in ‘The Work Song’, een nummer gebracht door Maria Muldaur in 1973:

When I was a little thing
Papa tried to make me sing
‘Home, Sweet Home’ and ‘Aura Lee’
These were songs my daddy taught me
‘Camptown Races’ and ‘Susanna, don’t you cry’
‘Gentle Annie’ still brings a tear to my eye.

De zussen kregen pianoles van de nonnen in St. Sauveur en zeurden lang genoeg tot ze een gitaar kregen om rock ‘n’ roll te kunnen spelen, zoals de Everly Brothers. Maar het was een optreden van Pete Seeger dat hen, in 1960, het folkpad deed volgen. Met twee jongens vormden ze de Mountain City Four, waarbij ze een repertoire brachten van Britse balladen en Canadeese liedjes. 

Na haar studies voor ingenieur trok Kate naar New York, waar ze kennis maakt met een beginnende folkzanger, Loudon Wainwright III. Ze trouwen en keren terug naar Québec. In 1973 wordt Rufus geboren en drie jaar later volgt Martha.

Ondertussen is Kate zelf ook begonnen met nummers te schrijven. Haar eerste poging is ‘Heart Like A Wheel’. Dat wordt, in 1974, door Linda Ronstadt opgenomen als titelsong van haar elpee. Het wordt een dike hit. Maria Muldaur volgt met ‘Work Song’. Die vraagt de zussen ook om backing vocals te doen voor haar volgende plaat.

Dat vormt de opstap naar hun eigen debuutplaat Kate & Anna McGarrigle. Warner Brothers investeert serieus: Joe Boyd producet en mensen als Lowell George, bassist Tony Levin en  Bobby Keys, saxspeler bij The Stones komen meespelen.

Een van de hoogtepunten is ‘Talk To Me of Mendocino’.

Linda Ronstadt vertelde over die song, in 1998: “Hun spul is zo ontroerend. Het is geen muziek die je op de achtergrond draait. Ik moet er echt voor gaan zitten en luisteren. […] De eerste keer dat ik hun nummer ‘Talk To Me of Mendocino’ hoorde, zat ik in de auto. Ze had me op een bandje gestuurd, mijn manager had het me en ik was naar huis aan het rijden… Ik moest aan de kant gaan staan, het bracht me aan het huilen. Niet dat ik… Ik ween niet gemakkelijk… Het greep me zo aan dat het jaren heeft geduurd voor ik het kon opnemen. Ik moest wachten tot ik het aankon.”

De opvolger is Dancer With Bruised Knees (1977), opnieuw in een productie van Boyd en met John Cale en Bill Monroe als gasten. Daarop staan drie Franstalige songs, hetgeen dan weer lijdt tot een volledig Franstalige plaat Entre Lajeunesse Et La Sagesse (1981- ook gekend als  The French Album).

Via Linda Ronstadt kwamen ze in contact met Emmylou Harris, die zeer graag met de zussen samenwerkte en regelmatig bij hun thuis logeerde. Emmylou stond trouwens tussen de rest van de familie, aan het sterfbed toen Kate op 19 januari overleed aan kanker.

Maar eigenlijk doen Martha en Rufus het hele verhaal veel grappiger uit de doeken, in dit filmpje over hun moeder en tante:

Herfst. De bladeren vallen. De kale takken komen tevoorschijn. Straks kunnen we door de bomen het bos terug zien. Tijd voor een overzicht.  Een soort van inhoudsopgave van de interessantste stukjes die in de loop van de laatste twee, drie jaren op mijn blogs zijn verschenen.

Voor mijn stukjes over de elpees van Bob Dylan volstaat deze link.

 

Southern muziekinstrumenten

De geschiedenis en toelichtingen bij muziekinstrumenten die mee de klankkleur bepalen van Americana en rootsmuziek.

slide gitaar
steel gitaar 
Dobro’s en National Guitars
Mandoline deel 1 en deel 2
banjo deel 1 en deel 2 

 

Nick Drake  

Five Leaves Left 
Bryter Layter
Françoise Hardy
postuum verschenen platen  
enkele clipjes

The Beatles of de Witte Dubbel : the Beatles in 1968, in zeven delen.
inleiding
Rishikesh
John Lennon
– Paul McCartney
George Harrison
Ringo Starr
–  de opnamen van de Witte Dubbel elpee

De hoezen van Britse Beatles elpees

De Plastic Ono Band op het Rock ‘n’ Roll Revival Festival in Toronto, 13 september 1969 

John Lennon: Rock ‘n’ Roll/Roots 

George Harrison – Delaney Bramlett 

 

Favoriete songs 

Donovan – Sunny Goodge Street
Bobbie Gentry – Ode To Billie Joe
Peter Jones – Kilkelly
The Animals – House Of the Rising Sun
The Beatles – In My Life
Leonard Cohen – Hallelujah en zo
The Rolling Stones – Wild Horses  (ook wel Gram Parsons)
Ry Cooder – Cancion Mixteca
Diversen – Delia’s Gone
Drive-By Truckers – Two Daughters and a Beautiful Wife
Glenn Campbell – Guess I’m Dumb
Gerry Rafferty – Baker Street
Peter LaFarge – The Ballad Of Ira Hayes
Favoriete platen 

David Crosby – If I Only could Remember My Name
Joni Mitchell – Hejira
Richard & Linda Thompson – Shoot Out the Lights 
Dennis Wilson Pacific Ocean Blue  en  Bambu
Emmylou Harris, Dolly Parton & Linda Ronstadt: Trio en Trio II

Voila, urenlang lees- en luistergenot voor de lange winteravonden.

In een serie over muziekinstrumenten die onlosmakelijk verbonden zijn met de muziek uit de South mag natuurlijk de banjo niet ontbreken. “Amerika’s instrument” noemen ze het wel eens. Traditioneel is het instrument veel te horen in old time country en folk, maar de laatste jaren grijpen vooral Americana singer/songwriters graag terug naar die betoverende, bezwerende banjoklanken.

Enkele voorbeelden uit de laatste drie decennia.

The Violent Femmes – “Country Death Song”.

Toen de folk-punk band The Violent Femmes de songs van Hallowed Ground (1984) aan de platenmaatschappij voorstelden, had de grote baas alleen klachten over ‘Country Death Song’: “t Is goed, tot de piano begint en de boel verknoeit.” De band heeft echter helemaal geen piano gebruikt op dit nummer. De man kende het verschil niet tussen het geluid van een piano en dat van een banjo.

 

‘Black Soul Choir’ van 16 Horsepower, uit Sackcloth ‘n’ Ashes (1998)

“Muziek van de oude wereld, de nieuwe wereld en een andere wereld,” zoals David Eugene Edwards het uitdrukt.

 

Gillian Welch – ‘My First Lover’, uit Time (The Revelator) (2001)

Omdat Ariejan Korteweg het zoweel mooier weet uit te drukken, een citaat uit zijn colum Enteren:

“Zangeres Gillian Welch is iemand die weet wat enteren is. Harkerig neemt ze in My first lover de afslag naar het verleden, om op zoek te gaan naar haar eerste geliefde. Een rammelbanjo is haar enige gezelschap. Ze volgt een dun spoor dat haar, zo te horen tot haar eigen verrassing, bij ‘Quicksilver Girl’ van Steve Miller brengt. Een bij nader inzien wonderschoon lied, waarin zonder enige haast de liefde voor een vlinderachtig meisje wordt bezongen. Met hese stem schuift ze het refrein van dat lied haar eigen tekst binnen: “quicksilver girl, quicksilver girl”.
Steve Miller was een hoogbegaafde, aartsluie gitarist, wiens muziek klonk als iemand die zich behaaglijk uitrekt na een diepe slaap. Volkomen op z’n gemak vertelt hij over een verloren liefde: “quicksilver girl, lover of the world. When she needs a little lovin’, she’ll turn on the heat. . .”
Meer dan twintig jaar zijn verstreken. Welch laat de fysieke kant van de zaak rusten. Ze grijpt naar de banjo en beperkt zich tot het eind: and she’s free.”
(Gepubliceerd in De Volkskrant op 18 oktober 2001)

 

Laura Veirs – ‘Through December’, uit The Triumphs and Travails of Orphan Mae (2001). Zo triest… zo schoon.

 

In ‘Decatur’ vertelt Sufjan Stevens het ware verhaal van de skeletten die door een overstroming van het kerkhof door de straten spoelden. Uit Come on Feel the Illinoise (2005).

 

Op ‘Banks Of The Edisto’ bezingt Dyana Kurtz een overleden vriend. Uit Another Black Feather (2006).

 

Omdat er opvallend veel lijken gepasseerd zijn, eindigen we met iets lichter:

Dolly Parton, Emmylou Harris en Linda Ronstadt bezingen in 1976 Partons Hillbilly oom, ‘Apple Jack’.

 

Na het grote succes van de Trio LP in 1987 kregen Emmylou Harris, Linda Ronstadt en Dolly Parton steeds weer dezelfde vraag te horen: “komt er een vervolg?”. Het duurde echter twaalf jaar eer Trio II in de winkels lag en het is zeer onwaarschijnlijk dat er ooit nog een Trio III zal verschijnen.

Was de eerste plaat al een moeilijke bevalling, bij de tweede ontstonden er nog veel meer complicaties.

 

 

Emmylou Harris

 

Het begin van de jaren negentig was een periode van grote veranderingen voor Emmylou Harris. Aan het einde van de jaren tachtig had ze problemen gekregen met haar stembanden. Ze kon de voortdurende competitie met het versterkte instrumentarium van haar begeleidingsband The Hot Band niet meer aan. Noodgedwongen ontbond ze de band die haar jarenlang had begeleid.

 

In januari 1992 liep ook haar derde huwelijk, met Paul Kennerley, op de klippen en de platenmaatschappij  Warner Bros./Reprise Records beëindigde, na twintig jaar, de samenwerking met haar. De reden daarvoor was dat ze nog weinig werd gedraaid door de Amerikaanse radiozenders. Die vonden haar te oud.

 

Ze liet zich echter niet ontmoedigen en vocht terug. Ze formeerde een nieuwe band: The Nash Ramblers. Met die puur akoestische band gaf ze enkele optredens in het Nashville’s legendarisch Ryman Auditorium. De zaal van waaruit vroeger de Grand Old Ophry uitzendingen plaatsvonden stond al enkele jaren leeg. Met de opbrengsten van de uitstekende live-LP At the Ryman, hielp ze mee de zaal terug in orde te laten brengen.

 

Daarna wou ze terug iets gaan doen, samen met Linda Ronstadt. Ze wou ook andere mensen er bij betrekken: zangers en schrijvers waarvoor ze een bewondering had, zoals de Canadese zussen McGarrigle. Ronstadt introduceerde haar aan Alison Krauss.

 

 

Met of zonder Dolly?

 

Ronstadt stelde ook voor om Dolly er terug bij te halen. Maar Emmylou zag dat zo niet zitten. Ze herinnerde zich maar al te goed hoe moeilijk de vorige samenwerking was verlopen. Wat een problemen het gaf om de agenda’s op mekaar af te stemmen en hoe moeilijk het was geweest om promotie te doen voor de plaat – en dat was nu nog belangrijker geworden dan vroeger.

Puur praktisch bekeken zou het een ramp zijn als Dolly aan de plaat meewerkte en zich dan terug trok. “Met ons tweeën konden we de plaat niet promoten, als het een trio-lp was,” weet Linda. “Dus wou Emmy dat we het onder ons hielden. Bovendien herinnerde ze zich dat wij een andere smaak hebben dan haar. Maar ik vond dat wat we met ons drieën hadden gedaan zo mooi was. Ik wou dat overdoen, dus vocht ik daar voor.”

 

Ze polsten Dolly of die zin heeft om mee te werken aan een paar tracks. Die liet weten dat ze het te druk had.

 

In 1993 had Dolly Parton namelijk net de jackpot gewonnen – of toch iets in die aard. Whitney Houston had een oud nummer van haar gecoverd voor de soundtrack van de film The Bodyguard. Gedurende de laatste maanden van 1992 en de lente van 1993 voerde ‘I Will Always Love You’ maar liefst 14 weken de Amerikaanse hitlijsten aan en er werden 12 miljoen exemplaren van verkocht.

Dolly had het nummer twintig jaar eerder geschreven als afscheid aan haar muzikale partner en mentor Porter Wagoner. Het was toen ook al een dikke  countryhit geweest voor haarzelf. Elvis Presley had het nummer toen willen coveren, maar zijn manager had de helft van de rechten opgeëist en daar had ze niet van willen weten. Dat was dus niet doorgegaan.

“En nu kan ik Graceland zelf kopen,” grapte ze.

 

Een half jaar na haar oorspronkelijke weigering, liet Dolly Parton opeens weten wel weer mee te willen werken aan een tweede Trio plaat.

 

 

1994

 

Omdat Bob Krasnow, de grote baas van Elektra, de platenmaatschappij van Linda Ronstadt, de samenwerking met Dolly Parton niet zag zitten, was Linda bereid de kosten voor de opnamen op zich te nemen. Een studio werd geboekt in Marin County, Californië. Een aantal topmuzikanten werd ingehuurd, zoals mandolinespeler David Grisman, steelgitarist Ben Keith, drummer Jim Keltner en bluegrassgitaristen Carl Jackson en John Starling. Daarnaast waren er ook mensen als Alison Krauss op fiddle en David Lindley op autoharp.


En dan, de avond voor de eerste sessie, kwam er een fax van Dolly: er was iets misgelopen en ze moest een dag of tien weg.

 

Omdat de muzikanten veel te duur waren om ze terug naar huis te sturen, besloten de beide andere zangeressen de opnamen maar te maken zonder Dolly.

 

Uiteindelijk kwam Parton toch opdagen. Emmylou en Linda namen haar even apart. Ze wilden er zeker van zijn dat er nu niets meer fout kon gaan. “We vragen je nu of je bereid bent om drie wken uit te trekken voor promotie en een korte tournee. We moeten een datum vastleggen.” Zij geeft haar woord.

“‘Ik heb zoveel ijzers in het vuur dat ik mijn eigen kont verbrand,’ dat waren haar exacte woorden,” herinnert Linda Ronstadt zich. “Wij dachten: ‘Dat is mooi.’ Maar ze had haar erewoord gegeven.

Krasnow was er echter niet gerust in. Hij zei: “Ze heeft de reputatie niet betrouwbaar te zijn.” Maar ik zei: ze gaf me haar erewoord en dat is voldoende voor mij.”

 

Ze spraken een datum af waarop Dolly haar zang zou toevoegen. De studio werd voor een week gereserveerd… En dan zei ze opnieuw af. “Dat koste ons alweer $20,000,” zucht Ronstadt. “Iedere keer als we zo een fax kregen gingen er twintig in rook op.”

 

De zenuwen raakten stilaan overspannen. Emmylou had net haar vader verloren, maar er stond ook een tournee geboekt en af zeggen zou een enorm financieel verlies met zich meebrengen. Linda had net een nieuwe baby gekregen en spendeerde elk vrij uur in de studio, waar ze, samen met George Massenburg, de zaak op tijd probeerde klaar te krijgen.

 

Een van de eerste songs die af raakt is de hymne ‘Softly And Tenderly’… en die blijft tot 2007 in het archief liggen, tot Emmylou hem opdiept voor haar Songbird boxset. Ze vertelt daarover: “Ik vond het erg jammer dat deze [song] niet werd uitgebracht. Ik vind de zang zo buitengewoon. Wanneer Linda daar omhoog gaat begrijp je weer waarom ze een van de mooiste stemmen heeft…. en dan lieten we Dolly weer terug die oude nummers zingen…Het was een ongelofelijke ervaring om die stemmen  terug samen te horen.”

 

‘Feels Like Home’ was geschreven door Randy Newman, voor zijn Faust project, waaraan Linda had meegewerkt.  Het kreeg een prachtige, nieuwe benadering die het nummer helemaal tot zijn recht liet komen.

 

Op ‘Lover’s Return’, een song van A. P. Carter, uit 1935, speelt de fiddle van Alison Krauss een prominente rol. Maar het mooiste is de cover van ‘After the Gold Rush’. Het titelnummer van Neil Young’s plaat uit 1970 word gedragen door piano, maar krijgt daarbij de hulp van een heel bijzonder instrument: de armonica. Dat is een glasinstrument, waarvoor Linda een bijzondere belangstelling heeft.

 

In dit clipje, gedraaid in maart 1999 in een synagoge in New York, is het instrument twee keer heel even te zien, tegen het einde aan.

 

 

Uiteindelijk stonden Dolly’s partijen er op. Of toch bijna. “We moesten nog twee mixen doen en toen bracht ze opeens een live LP uit – een maand voor onze plaat zou verschijnen. Ze zei dat die goed zou verkopen en dat de Trio plaat zou helpen promoten.

Wel, dat vonden wij dus niet zo’n goed idee. Maar we konden haar niet aan de telefoon krijgen.”

 

De kosten liepen verder op en de afgesproken releasedatum naderde schrikbarend snel. Paniek sloeg toe. Tracks werden aan de kant geschoven en Linda begon voor een aantal songs Dolly’s partijen zelf in te zingen. Voor andere werd Valerie Carter er bij betrokken.

 

Pas na meer dan een week beantwoorde Dolly Parton de telefoon. “Hoe kunnen jullie mij dit aandoen?” pruilde ze, “Ik verdrink in het werk.”

“Dolly, je hebt een keuze gemaakt,” stelde Linda.

“Het was God’s wil,” meende Dolly: “alsof je een been breekt of zo.”

“Niks God’s wil,” kaatste Linda terug. “Het was de wil van Dolly.”

 

Volgens Parton “smeekte en bad” ze haar partners nog om het uitbrengen van de plaat uit te stellen tot de volgende lente. Dan zou ze zich zeker kunnen vrijmaken voor promotie. Maar dat zien ze niet zitten “Het werd een machtsstrijd,” meent Parton: “Het maakte dat ik me gekwetst voelde, beledigd en beladen met schuld. Ik zou mij aan mijn woord gehouden hebben, maar mijn belofte was niet goed genoeg voor hun. Uiteindelijk riep ik: ‘De pot op. Vervolg me dan maar.'”
 

 

 

Feels Like Home

 

Om tenminste een deel van haar kosten te recupereren besloot Linda een aantal songs te gebruiken voor haar volgende solo-LP. Dolly (of haar platenmaatschappij) wilden echter geen toestemming geven voor het gebruik van haar stem. De songs mochten wel worden gebruikt – mits haar stem was weggemixt – tegen een redelijke financiële vergoeding.

 

Met de hulp van, onder andere, Alison Krauss nam Ronstadt nog een aantal bijkomende songs op en in maart 1995 verscheen Feels Like Home. Vijf van de songs waren afkomstig van de Trio sessies: ‘High Sierra’, ‘The Blue Train’, ‘Feels Like Home’, ‘After the Gold Rush’ en ‘Lover’s Return’.

 

Ter vergelijking: de “solo-versie” van Linda Ronstadt.

 

 

Dolly slaat terug

 

In juli 1995 publiceerde het Amerikaanse damesblad Home Journal een interview met Dolly Parton. Tegenover Jim Jerome liet ze zich laatdunkend uit over haar beide collega’s: Harris noemde ze “een brave country puriste die haar materiaal  uiterst zorgvuldig uitkiest” en Ronstadt, een perfectionistische diva die “leeft voor de studio en zo langzaam werkt dat ik er gek van wordt. Ik wou een cattle prod nemen (nvdr: een stok waarmee het vee een elektrische schok wordt toegediend om het aan te sporen) en roepen: ‘Wordt wakker, teef, ik heb nog wat anders te doen’.”

Dat was allemaal nergens voor nodig, vond ze, want “ik zing het net zo goed de eerste keer als de honderdste.”

 

Op de vraag of de vriendschap nu voorbij was, antwoordde Parton schouderophalend: “We waren toch al nooit zo close – gewoon zakenrelaties.” Ze wil wel toegeven dat ze het jammer vindt van de prachtige samenzang, die aanvoelde “als een creatief, emotioneel orgasme.” 

 

 

Natuurlijk vielen die uitspraken niet in goede aarde. Linda Ronstadt reageerde in een interview met Bill Deyoung, dat in augustus 1996 verscheen in Goldmine. 

“Ik kan niet met haar werken. Ze heeft bewezen dat ze onbetrouwbaar is. Emmy wil niet meer met haar werken, omdat zij vindt dat ze geen waardering heeft voor wat wij gedaan hebben. Daarom is die plaat niet uitgekomen. En Dolly heeft ons dan ook beledigd in dat interview. Zij was erg onvriendelijk tegenover ons. Ik vind dat ze zich moet verontschuldigen.”

 

En dat deed zij dan ook.

“Ze schreef ons allebei een brief en zei dat ze spijt had van hoe het allemaal was gelopen,” vertelt Ronstadt drie jaar later aan hetzelfde tijdschrift, “en dat het fijn zou zijn om de plaat toch nog een kans te geven, in de vorm waarin ze oorspronkelijk was bedoeld. We hebben het bijgelegd en dat was dat.”

 

In 1997 werden de oorspronkelijke opnamen terug boven gehaald en eindelijk afgewerkt. Maar het was nog steeds moeilijk om de agenda’s op mekaar afgestemd te krijgen en het duurde tot februari 1999 eer Trio II in de rekken verscheen. De drie hadden zelfs nooit de tijd gevonden om samen te poseren voor een hoesfoto, zodat er zwart-wit fototootjes uit hun kindertijd moesten worden gebruikt.

 

De kritieken zijn nog steeds zeer positief, maar de magie van de eerste keer is er niet meer. Er worden dan ook “slechts” een half miljoen exemplaren van verkocht – een vierde van de voorganger.

 

In maart 1999 vindt een korte gezamenlijke tournee plaats. Ook het videoclipje voor ‘After The Goldrush’ werd toen gedraaid.

 

High Sierra

 

En hoe kijkt Emmylou Harris nu terug op hun avontuur?

“Uiteindelijk, mogen we mekaar toch graag. Er waren gewoon wat misverstanden en die zijn uit de hand gelopen. Ik dank dat iedereen er spijt van heeft, omdat we van mekaar houden en vooral van de muziek die we samen maken. Ik ben erg blij dat Trio II uitgekomen is. Maar belangrijker nog, vind ik, is dat we rond de tafel zijn gaan zitten en ons hart hebben gelucht. We zijn terug vriendinnen nu. Dat is het belangrijkste. Want dit zijn twee zeer bijzondere vrouwen. Wij drieën hebben een zeer speciale band.”