Deel 16: Paul McCartney – Pipes of Peace
‘Toen we aan Tug of War begonnen, stelde ik voor aan Paul: Laten we deze plaat wat harder maken, meer funky dan je tot nu toe hebt gedaan… In feite is dat beter gelukt met Pipes Of Peace dan met Tug Of War.’
George Martin – 1984

31 oktober 1983: elpee Pipes of Peace van Paul McCartney
Kant 1: ‘Pipes of Peace’, ‘Say Say Say’ (Paul McCartney/Michael Jackson), ‘The Other Me’, ‘Keep Under Cover’, ‘So Bad’
Kant 2: ‘The Man’ (Paul McCartney/Michael Jackson), ‘Sweetest Little Show’, ‘Average Person’, ‘Hey Hey’ (Paul McCartney/ Stanley Clarke), ‘Tug of Peace’, ‘Through Our Love’

nota: ‘Average Person’, ‘Keep Under Cover’, ‘Sweetest Little Show’ en ‘Hey Hey’ zijn opgenomen tijdens de sessies voor Tug of War.

Wanneer Michael Jackson 21 wordt, toont hij meteen zijn onafhankelijkheid van zijn familie door een eigen manager te kiezen: John Branca. Het is de eerste zet in een ambitieus plan. Het doel is niet minder dan de grootste ster te worden in de showbusiness… en meteen ook de rijkste.
Off The Wall, zijn eerste solo-elpee als volwassene, is een enorm succes: vijf hitsingles, drie American Music Awards, twee Billboard Music Awards en een Grammy.
Maar toch ervaart de jongeman het als een ontgoocheling: alle prijzen zijn in de categorieën Soul/R&B of als zwarte artiest. ‘Het was zeer oneerlijk dat ik niet de onderscheiding kreeg voor Plaat van het jaar. Zoiets zal nooit meer gebeuren.’ Wanneer Rolling Stone hem afwijst voor een coverartikel is de maat vol. ‘Wacht maar af. Ooit zullen ze me smeken voor een interview. Misschien geef ik er een, misschien ook niet.’

Hij is vastbesloten om met zijn volgende plaat een blank publiek aan te spreken. Hoe kun je zoiets beter forceren dan door een duet met een populaire blanke zanger? De keuze valt dan al snel op de man die vermeld staat in het Guiness Book of Records als ‘de meest geëerde componist en uitvoeren artiest in de muziekwereld’?
In de uitgave van 1979 staan Paul McCartney’s verdiensten opgesomt:
– succesvolste artiest aller tijden (43 songs geschreven tussen 1962 en 1978 waarvan meer dan 1 miljoen exemplaren zijn verkocht);
– record aantal gouden platen (42 met the Beatles, 17 met Wings en 1 met Billy Preston: 60 in totaal);
– ‘s werelds meest succesvolle artiest (geschatte aantal verkochte platen tot 1979: meer dan 100 miljoen elpees en 100 miljoen singles).

Paul legt uit hoe het eerste contact is verlopen: ‘Ik hoorde voor het eerst iets van Michael met Kerst 1980. Hij belde me op en mijn eerste reactie was: ‘Wie ben je en hoe kom je aan mijn privénummer?’ Michael lachte en legde uit wie hij was. Terwijl we aan het praten waren, vroeg ik hem waarom hij belde. Hij zei: Wat zou je er van denken om samen wat hits te maken?’
Dat was de start van ons gezamenlijk avontuur.’

Om de een of andere redenen komt Michael niet, net als de andere gasten op Tug of War, in maart 1981 naar Montserrat. In plaats daarvan gaat hij Paul twee maanden later opzoeken in Soho.
‘We zaten samen op de bovenste verdieping van ons kantoor in Londen’, vertelt Paul acht jaar later. ‘Ik nam mijn gitaar en ‘Say, Say, Say’ kwam er uit. […] Michael hielp vooral met de tekst. Michael is meer een zanger dan een schrijver.’
De volgende dag werken ze verder bij Paul thuis, in Sussex, waar ze de basis van een tweede nummer componeren: ‘The Man’.

Met George Martin als producer, worden basistracks voor beide nummers opgenomen in de Londense A.I.R. Studios. Eigenlijk zijn het meer demo’s: enkel akoestische gitaar en zang.

Na afloop keert Michael terug naar Los Angeles voor de Triumph tournee met zijn broers. Paul schaaft verder aan de opnamen voor Tug of War.

Pas wanneer die plaat in de winkels ligt, wordt de samenwerking hernomen. Van 14 tot 16 april 1982 is Paul in Los Angeles om er, in de Westlake Studios, een song op te nemen voor de opvolger van Off The Wall. Niet toevallig is dit duet het allereerste nummer van Thriller dat op band wordt gezet.
Jackson toont zich erg enthousiast: ‘Van al mijn opnamen als solo-artiest, heb ik de beste herinneringen aan ‘The Girl Is Mine’. Werken met Paul McCartney was opwindend en we hadden gewoon erg veel pret. We plaagden mekaar: met dingen gooien en grapjes maken. We namen het grotendeels live op: instrumenten en zang gelijktijdig.’
Het nummer is door Michael alleen geschreven, naar een idee van zijn producer Quincy Jones, over twee mannen die ruziën om een vrouw. Het wat zoetsappige liedje is duidelijk bedoeld om een doorbraak bij het blanke publiek te vergemakkelijken. Het verschijnt dan ook in het najaar van 1982 als eerste single van de elpee en bereikt zijn doel: 1 in de R&B singles lijst. Maar veel belangrijker nog: een tweede plaats in Billboard Hot 100.

* * *

Inmiddels is Paul zelf ook begonnen aan de opvolger van zijn succesplaat.
In het najaar van 1982 werkt het team van Tug of War in Pauls huisstudio in Sussex en in de A.I.R. Studio in Londen. Met George Martin als producer en Geoff Emerick als geluidstechnicus, bespeelt Paul zowat alle instrumenten zelf. Occasioneel doen ze beroep op een gastdrummer als Ringo Starr of Dave Mattack. Eric Stewart van 10cc draagt wat gitaar bij, maar vooral backing vocals (zijn kenmerkende stijl waarbij hij laag na laag backing vocals aanbrengt is alom tegenwoordig op de plaat).

Jammer genoeg heeft hij echter af te rekenen met een gebrek aan inspiratie. Heeft hij teveel tijd en energie gestoken in het voorbereiden van de film Give My Regards to Broadstreet (onwaarschijnlijk) of heeft zijn muze hem gewoon in de steek gelaten? ‘So Bad’, ‘The Other Me’ en ‘Through Our Love’ zijn niet bepaald meesterwerken en ‘Tug Of Peace’ is vulsel. Om aan voldoende songs te komen worden wat restopnamen van de Montserrat sessies bovengehaald.
Enkel wanneer hij wordt uitgedaagd slaagt Paul er in boven de middelmaat uit te stijgen. De Liverpoolse schrijver George Melly kwam met het idee om een song te schrijven waarin het begrip wereldvrede wordt uitgelegd aan kinderen. Daarop komt Paul met ‘Pipes of Peace’.
Oorspronkelijk wou hij het nummer opbouwen rond fluiten van overal ter wereld. Het blijkt echter moeilijk om een muzikant te vinden die bijvoorbeeld de shehnai (een Indische hobo) kan bespelen. Inmiddels is wel een basistrack opgenomen met een tablaspeler James Kippen. George Martin komt met een filmscore achtige intro en voor de backing vocals wordt beroep gedaan op een kinderkoor.

Heel veel tijd is er echter niet. Na zes weken gaat Hug Fo’ Love (of, andere werktitel: Tug Of War II) voor een jaartje de kast in, want vanaf november gaat alle aandacht naar Pauls filmproject. Maar daarover later meer.

* * *

Begin februari 1983 is Michael Jackson opnieuw te gast bij Paul thuis, om de beide songs waaraan ze een jaar eerder begonnen zijn, af te werken. Voor ‘Say Say Say’ heeft Michael, tijdens de opnamen van Thriller, een demo uitgewerkt met zijn muzikanten. Paul is zo onder de indruk dat deze opname, na het inzingen en afwerken, op de plaat terecht komt.

Jacksons plannetje heeft inmiddels vruchten afgeworpen: muziekzender MTV is overstag gegaan en draait voor het eerst een clipje van een zwarte artiest: ‘Billy Jean’. De single voert overal ter wereld de hitlijsten aan en de kassa rinkelt in huize Jackson.
De 24-jarige zanger vraagt zijn 20-jaar oudere collega om advies. Paul gaat daar graag op in: ‘Ik zei: Je verdient nu goed geld. Je bent een ster. Om te beginnen: zoek iemand die je kan vertrouwen om je geld te beheren. Wacht daar niet mee, want voor je het weet is het verdwenen. Dat is zovelen in de showbusiness al overkomen.
Dan: maak videoclips en zorg dat je er de rechten over behoudt. […]
En ten derde: denk eens na over de mogelijkheid om te investeren in muziekbeheer.’
Ter illustratie toont Paul hem een dik boek, waarin alle songs zijn afgedrukt waarvan hij de rechten heeft opgekocht. Alles van Buddy Holly bijvoorbeeld. ‘Zo verdien je gemakkelijk geld’, legt hij uit. ‘Telkens één van deze songs op de radio wordt gedraaid, of iemand het ergens live brengt, rinkelt mijn kassa.’

Michael luistert aandachtig. Bij zijn terugkeer in Los Angeles geeft hij zijn manager de opdracht om uit te kijken naar songcatalogi op de markt. Zijn eerste aankoop zijn de composities van Sly Stewart van Sly and the Family Stone.
Maar anderhalf jaar later biedt zich onverwacht een kans aan, wanneer Holmes à Court de catalogus van ATV Music op de markt brengt. De Australische zakenman heeft de muziekuitgeverij pas twee jaar eerder opgekocht voor zo’n 20 miljoen pond. Maar nu vindt hij het tijd om de belegging te laten renderen. De kroonjuwelen tussen de vierduizend songs van ATV zijn de 256 nummers van The Beatles die zijn geregistreerd bij Northern Song.
Michael moet en zal die hebben. Branca voert een jaar lang onderhandelingen en weet in november 1985 de vette vis binnen te halen voor 47,5 miljoen dollar.

* * *

Na het afronden van de filmopnamen, herneemt Paul het werk aan Pipes Of Peace. In juni 1983 werkt hij met George Martin de tracks af, in diens A.I.R. Studio in Londen. Het opzet is om een dramatisch geheel te brengen door de songs te linken met geluidseffecten en overgangsstukjes. Maar dat idee verdwijnt al snel in de prullenmand.

* * *

Op 3 oktober 1983 ligt de ‘Say, Say, Say’/’Ode To A Koala Bear’ bij de platenboer. Zoals te doen gebruikelijk in de jaren tachtig zijn er zowel een single- als een 12” versie. Het b-kantje – een niemendalletje van Paul uit december ’80 – is exclusief voor deze uitgave. Op de 12” versie staat bovendien nog een instrumentale remix ‘Say Say Say’. Deze remix is, net als de lange versie, onder handen genomen door John Jellybean Benitez.

Begin oktober zijn Paul en Linda vier dagen in Los Alamos, Californië om er een videoclipje te draaien voor het nummer. Vanzelfsprekend is Michael er ook bij, samen met zijn zus La Toya Jackson en de acteur Harry Dean Stanton. Voor het eerst zit er in een muziekclipje een verhaallijn en het is dan ook het eerste waarin dialoog voorkomt. Het geheel ziet er prachtig uit en dat mag ook wel voor een budget van een half miljoen dollar.

Maar het rendeert: het duet met Michael Jackson is met 26 de hoogste nieuwe binnenkomer in de Amerikaanse top 100 sinds Lennons ‘Imagine’ in 1971. ‘Say, Say, Say’ bereikt snel de top en behoudt die positie gedurende zes weken.
In Engeland loopt de verkoop niet zo vlot. Paul is niet tevreden over de klank bij het promofilmpje, waardoor het even duurt eer het op de Britse TV te zien is. Wanneer na drie weken eindelijk klaar is, is het plaatje echter al gezakt in de hitlijst. De samensteller van het BBC programma Top Of the Pops, beslist daarom om het zelfs niet uit te zenden.
Gelukkig vertoont het concurrerende The Tube het de volgende dag wel, waarna de verkoop onmiddellijk weer aangezwengeld wordt. De volgende week stijgt de single van 14 naar 3 en een week later bereikt het als hoogste notering alsnog een tweede plaats.

Als tweede single wordt gekozen voor het titelnummer, met de ode aan Macca en Linda’s zoontje James als b-kant. In de Verenigde Staten kiest men er echter voor om de single om te draaien, zodat ‘So Bad’ er een (bescheiden) hit wordt.

Ter ondersteuning van ‘Pipes of Peace’, wordt begin december 1983 in Chobham Common, Surrey, een videoclip opgenomen onder leiding van regisseur Hugh Symonds. Het thema is een historische gebeurtenis uit de Eerste Wereldoorlog: op Kerstdag 1914 verbroederden soldaten van beide kanten, één dag lang, tijdens een staakt-het-vuren. De scene wordt nagespeeld met een 200-tal figuranten.
Paul – met een zeer kort geknipt kapsel – speelt de dubbelrol: zowel een Britse als een Duitse soldaat.

De £ 200.000 kostende clip is goed voor een Brit Award als beste videoclip van 1983 en helpt het nummer aan een eerste plaats in de Britse hitparade.
Het is meteen ook de laatste single van Paul McCartney die de top van Britse hitlijst bereikt, net als ‘Say Say Say’ dat de laatste was in de Amerikaanse lijsten.

Ondanks de beide hitsingles valt de verkoop van de elpee Pipes Of Peace wat tegen: 15 in de VS en 4 in Engeland. De critici reageren over het algemeen dan ook minder enthousiast dan over Tug Of War. Hoewel het muzikaal allemaal wel snor zit, laat vooral de kwaliteit van de teksten veel te wensen over, menen ze. De productie is top, de muziek klinkt inderdaad wat meer als jaren tachtig funk en rock, met de kenmerkende drumsound. Maar het niveau van een aantal songs laat vooral tekstueel wat te wensen over. Met ‘But something took hold of me/And I acted like a dustbin lid’ (!?) als absoluut dieptepunt.
Ook ‘Sweetest Little Show’, een boodschap aan zichzelf dat hij boven de kritiek moet staan, is ronduit gênant.

‘You’ve been around a long time
But you’re still good for a while
And if they try to criticize you
Make them smile, make them smile.’

* * *

‘The Man’, het tweede duet met Michael Jackson staat gepland als derde single. Het videoclipje is zelfs al klaar. Maar dan worden Paul en Linda, tijdens een vakantie in de Caraïben, weer betrapt op het bezit van cannabis. Op 16 januari 1984, dag op dag vier jaar na de arrestatie in Japan, pleiten ze schuldig voor de rechtbank in Barbados.
Wanneer ze drie dagen later arriveren op het vliegveld van Heathrow, treft de douane bovendien opnieuw marihuana aan in een filmkokertje van Linda.

Profiterend van de belangstelling waarvan Paul op het ogenblik “geniet”, publiceert de Britse roddelkrant The Sun, in vier dagelijkse afleveringen een lang artikel van Denny Laine over zijn leven bij de McCartney’s, waarbij de klemtoon ligt op hun “gierige” levensstijl..

Om Michael Jackson niet te betrekken in die negatieve publiciteit besluit Paul ‘The Man’ niet uit te brengen op single. Ook de videoclip wordt nooit uitgezonden en de b-kant ‘Blackpool’ is schijnbaar voorgoed verdwenen in Macca’s archief.

De opsomming van records in het Guiness Book of Records was, achteraf gezien, een teken aan de wand. Voor wie de absolute top bereikt rest er slechts één optie: naar beneden. De zeven magere jaren staan voor de deur voor Paul McCartney.

Advertenties

13427280cf617b1786cb8c68392295d01b562bbc

Opgenomen: tussen februari 1977 en januari 1978, op diverse locaties

Uitgebracht: Wings elpee London Town – 27 maart 1978 (VS) en 31 maart 1978 (VK)

kant 1: ‘London Town’, ‘Cafe On The Left Bank’, ‘I’m Carrying’, ‘Backwards Traveller’, ‘Cuff Link’, ‘Children Children’, ‘Girlfriend’, ‘I’ve Had Enough’
kant 2: ‘With A Little Luck’, ‘Famous Groupies’, ‘Deliver Your Children’, ‘Name And Address’, ‘Don’t Let It Bring You Down’, ‘Morse Moose And The Grey Goose’

11 november 1977: Wings single ‘Mull of Kintyre’/’Girl’s School’.

En ook nog:
6 mei 1977: Holly Days van Denny Laine
kant 1: ‘Heartbeat’, ‘Moondreams’, ‘Rave On’,’I’m Gonna Love You Too’, ‘Fool’s Paradise’, ‘Lonesome Tears’
kant 2: ‘It’s So Easy’/’Listen to Me’, ‘Look at Me’, ‘Take Your Time’, ‘I’m Looking for Someone to Love’

31 mei 1977: ‘Seaside Woman’/’B Side To Seaside’, single van Suzy and the Red Stripes (enkel in de VS). In Engeland verschijnt de single twee jaar later, op 10 augustus 1979.

Vanaf november 1976 geniet Wings van drie maanden rust. De voorbije jaren zijn dan ook behoorlijk hectisch geweest voor de band: een uiterst succesvolle tournee van meer dan een jaar, waarbij drie continenten zijn aangedaan, plus twee studio elpees en verschillende nummer één singles.

Zelfs tijdens een break in de tournee, gedurende de zomermaanden, heeft Paul niet stil gezeten. Voor een live-elpee Wings Over America en een film Rockshow , beluistert hij de meer dan 90 uren opnamen die in Amerika zijn gemaakt. Elk van de 34 concerten is er opgenomen. Daarvan zijn telkens de beste vijf versies van elk nummer uitgekozen. Paul maakt de selectie en verzorgt de mix. Naar verluidt werkt hij 14 uur per dag, zeven dagen per week, gedurende zes weken, om alles op tijd klaar te krijgen.
De opnamen worden uitgebreid bijgewerkt. Volgens drummer Joe English waren er heel wat overdubs nodig, omdat ‘mensen vals zongen en dan heb ik het niet over Paul.[…] Aan de toetsen was het meeste werk, dan Denny’s partijen en dan de backing vocals. Paul moest een paar dingen opnieuw inzingen, door een slecht werkende micro, maar de zang van de anderen… We zaten in een gigantische studio en je zag jezelf zingen of spelen op het scherm. Dan moest je proberen om de zang te laten overeenkomen met de mimiek op het scherm. Het was grappig, een speciale ervaring.’

Zodra dat werk klaar is, trekt Paul zich met zijn familie terug op de boerderij in Schotland. Daar maakt hij, in zijn Rude Studio, Holly Days. De plaat met covers van Buddy Holly songs wordt gepresenteerd als een solo elpee van Denny Laine, maar eigenlijk is diens inbreng beperkt tot het inzingen.
Wel maken ze van de gelegenheid gebruik om samen een aantal nummers te schrijven, waarvan er vijf op de volgende Wings elpee zullen verschijnen.

Die paar maanden vakantie zijn dus meer dan welkom.

7 tot 19 februari 1977 – Abbey Road studios, Londen

Wanneer de band op 7 februari 1977 verzamelt in de Abbey Road studio, is dat om te beginnen aan de derde elpee op rij met dezelfde bezetting: Paul en Linda McCartney, Denny Laine, Jimmy McCulloch en Joe English. Zelfs de geluidstechnicus Pete Henderson is er weer bij.
Hoewel: de blazerssectie die het geluid van Wings heeft opgeleukt op de laatste twee elpees en de wereldtournee is er niet meer bij. In plaats daarvan heeft Paul een nieuw speeltje: de Yamaha CS-80. De synthesizer die de muziek van de jaren tachtig zal overheersen, is voor gewone stervelingen pas beschikbaar vanaf 1978. Maar een ex-Beatle kun je moeilijk beschouwen als een gewone sterveling. Macca heeft een van de allereerste exemplaren te pakken gekregen. Het nummer ‘London Town’ drijft vooral op deze klanken. Al zijn er ook enkele korte, maar krachtige gitaarsolo’s van Jimmy te horen.
(Veel) meer elektrische gitaar is te horen op ‘Girls’ School’. De tekst is gebaseerd op de titels uit een advertentie van een krant. Een advertentie voor … pornovideo’s. De titels van de aangeboden waren inspireren Paul voor de karakters uit zijn song: ‘Sleepy Head’, ‘School Mistress’, ‘Oriental Princess’ …

Het opzet is om snel een elpee in te blikken en daarna weer op tournee te vertrekken. Maar dan blijkt dat Linda in verwachting te zijn. De baby is uitgerekend voor september.
Daarom besluiten Paul en Linda om het even kalm aan te doen. Al na amper twee weken repeteren en opnemen, trekken ze er tussen uit voor een vakantie op Jamaica, met de kinderen.

16 tot 31 maart 1977 – Abbey Road studios, Londen

De sessies worden half maart hervat, met Geoff Emerick achter de knoppen. Emerick was de vaste geluidstechnicus van The Beatles, van Revolver tot Abbey Road.
Hij vertelt enthousiast over Hawaii, waar hij net George Martin heeft geassisteerd bij opnamen met de groep America. Om belastingtechnische redenen spreekt het idee om in het buitenland op te nemen Paul sterk aan. Denny komt met het voorstel om op een boot te gaan werken, in internationale wateren.

Paul laat uitzoeken of zoiets praktisch uitvoerbaar is. ‘Na een paar telefoontjes naar Record Plant in L.A. bleek het mogelijk om opnameapparatuur te installeren op een schip,’ vertelt hij. Een geschikte boot wordt gevonden in de buurt van de Maagdeneilanden, in het Caribisch gebied.

In afwachting wordt verder gewerkt. Het tempo ligt erg laag, want aan het einde van de maand staan er slechts een handvol songs op band. Typisch Macca: allemaal heel verscheiden van aanpak. Naast ‘London Town’, met een prominente rol voor de Yamaha CS-80 en de stevige rocker ‘Girl’s School’, wordt ‘Deliver Your Children’ voortgestuwd door de akoestische gitaren van Paul en Denny. Joe en Jimmy komen er zelfs niet aan te pas.
Dat is ook zo voor ‘B-Side To Seaside’. Paul bespeelt alle instrumenten in zijn eentje, waarna Linda het inzingt.
Het nummer is speciaal geschreven als b-kant van – de naam zegt het al – ‘Seaside Woman’, een solo-single van Linda. Dat reggaedeuntje is al jaren geleden opgenomen, maar nooit uitgebracht. Dat komt er nu eindelijk van, onder de groepsnaam Suzy and the Red Stripes, naar de naam van een Jamaicaans bier.

londontowngroupphoto

2 tot 31 mei 1977 – aan boord van de Fair Carol, Maagdeneilanden

Op 30 april vliegen de bandleden, technici en de kinderen van Paul en Linda naar het eiland Sint Thomas, een van de Amerikaanse Maagdeneilanden, die liggen tussen Puerto Rico en de Bovenwindse eilanden. ‘Van daar voeren we naar Sint John, een nabijgelegen eiland’, vertelt Paul. ‘Vlak na zonsondergang meerden we aan in Watermelon Bay, dat was uitgekozen als de minst woelige plek in de buurt.’

McCartney heeft er vier boten gehuurd: hij en zijn familie verblijven op de El Toro, de andere mannen op de Wanderlust , de Samala is voor eten en ontspanning en de Fair Carol is het schip waarop de opnamen zullen plaatsvinden. ‘De boot die we huurden wordt normaal gebruikt voor mensen die met vakantie gaan’, legt Paul uit. ‘De kapitein was niet blij toen hij al die instrumenten zag. We verbouwden zijn boot zowat en dat vond hij maar niks. De verblijfsruimte werd omgebouwd tot studio en op een ander dek kwam de controlekamer.’

‘Het was fantastisch! […] ’s Nachts plezier maken: van het bovenste dek in het water springen en zo. Op een avond had ik wat te veel gedronken en brak ik bijna iets bij een sprong van de ene boot naar de andere. Maar zoiets hoort bij een vakantie, niet?’
Er zijn nog meer van die voorvalletjes: Denny heeft te lijden van zware zonnebrand, Jimmy wordt tijdelijk doof, assistent Alan Crowder valt van een trap en breekt zijn hiel en Geoff Emerick tenslotte krijgt een stroomstoot door zijn voet.
Daarenboven krijgen ze de Amerikaanse douane op bezoek. De mannen vinden geen drugs, maar geven toch een waarschuwing.

Daartegenover staat dat de 24-sporen apparatuur uitstekend werkt. ‘We hadden geen last van zoutwater in de apparatuur of aanvallen van haaien of zo,’ bevestigt Paul. ‘De studio werkte fantastisch. Meteen de eerste dag hadden we al een nummer klaar.’
Die eerste song is ‘Cafe On The Left Bank’ – typisch genoeg, een observatie van hoe Engelsen zich in het buitenland gedragen.

Assistent technicus Mark Vigars licht toe: ‘[Al snel ontstond] een patroon: drie tot vier uur durende sessies in de voormiddag en dan nog eens in de late namiddag tot avond, met daartussen tijd om te zwemmen, waterskieën en heerlijk lekker eten op de Samala. Daarvoor zorgde niemand minder dan de kapitein zelf, Tony Garton, een stoere zeebonk, maar ook een uitstekende chef.’

Na vier weken staan er een twaalftal songs op band: ‘I’m Carrying’, ‘I’ve Had Enough’ (dan nog puur instrumentaal), ‘With A Little Luck’, ‘Famous Groupies’, ‘Don’t Let It Bring You Down’ en ‘Morse Moose And The Grey Goose’. Paul waakt er voor dat de synthesizer niet te fel de bovenhand haalt, door een aantal songs puur akoestisch op te nemen.
Daarnaast zijn er ook een aantal songs of jams die de plaat niet zullen halen: ‘Boil Crisis’ (een punknummer), ‘El Toro Passing’, ‘Running Round The Room’, ‘Standing Very Still’, ‘After You’ve Gone’ en ‘Fairy Tale’.

1977x-londontown

Sratch in zijn Black Ark studio

Sratch in zijn Black Ark studio

20 juni 1977 – Black Ark studio, Jamaica

In juni gaan Paul, Linda en de kinderen opnieuw met vakantie naar Jamaica. Ze maken van de gelegenheid gebruik om er de legendarische Lee ‘Scratch’ Perry te gaan opzoeken. De bizarre producer van ondermeer Bob Marley en The Congos is dan op zijn hoogtepunt met hits als ‘Police and Thieves’ van Junior Murvin en ‘War Ina Babylon’ van Max Romeo.
Linda, die al lang een grote reggaefan is, wil graag wat tracks met hem opnemen voor haar solo-elpee. Perry trommelt wat muzikanten op: Billy Gardner (slaggitaar), Boris Garner (bas), Miky Boo (drums) en Winston Write (toetsen). Jammer genoeg hebben Paul en Linda geen nummers geschreven. Daarom worden op 20 juni wat covers opgenomen van Linda’s favorieten uit de jaren vijftig: ‘Mr. Sandman’en ‘Sugartime’. Het resultaat stelt teleur, zoals kan worden beluisterd op de postume cd Wide Prarie.

***

Paul+McCartney+and+Wings+-+Mull+Of+Kintyre+-+7'+RECORD-286319

Mull of Kintyre – juli – augustus 1977 – Spirit of Ranachan studio, Schotland

Het afwerken van de reggae opnamen gebeurt in de Spirit of Ranachan studio. Linda (en Paul) zingen de nummers in en Paul speelt ook elektrische gitaar.

Spirit of Ranachan is een plechtige naam voor de nieuwe studio die Paul heeft laten inrichten in een schuur van zijn boederij in Schotland. Hij had er al de Rude Studio, maar die had slechts 4-sporen apparatuur. De nieuwe is uitgerust met 24-sporen apparatuur.

Paul maakt er ook een hele resem demo-opnamen, van nieuwe nummers. Daarbij zitten ook wat songs die al een tijdje geleden zijn geschreven, maar waar nog niets mee is gebeurd. ‘Mull Of Kintyre’ is er zo een. Paul had de aanzet al in 1974.
‘Ik was echt verliefd geworden op Schotland. Op een dag bedacht ik dat er al een tijdje geen Schotse songs meer werden geschreven. Al die nummers voor doedelzak stamden uit de vorige eeuw. Dus bedacht ik iets over de omgeving daar: het [eiland] Mull bij Kintyre. Het was helemaal niet de bedoeling om een hit te schrijven. Ik wou gewoon iets schrijven over die streek.’

Hij roept er zijn maat Denny bij om het verder uit te werken. ‘We schreven het nummer samen, met een fles whiskey, op een namiddag, buiten, tussen de heuvels van Kintyre. Paul had het refrein al. De rest schreven we samen en de tekst kwam vooral van mij. […] Mull, daar stond een oude vuurtoren, verder was er total niets te zien. […] Een vuurtoren, een kerkhof en een luizig hotel waar de bandleden soms verbleven.’

‘Ik maakte dus een demo van wat ik had,’ gaat Paul verder, ‘En toen dacht ik: hier horen doedelzakken bij.’ Daarvoor doet hij een beroep op de plaatselijke band. ‘Het was een fantastisch idee om de Campbeltown Pipe Band er bij te halen,’ meent Denny. ‘Het bleek wel dat we de toonaard moesten aanpassen voor de drone van de doedelzakken’

Een van de blazers van de Campbeltown Pipe Band, de 16-jarige Ian McKerral blikt later terug: ‘Onze bandleider, Tony Wilson, vertelde op de bijeenkomst dat hij benaderd was door Paul McCartney om dat nummer op te nemen. Wij dachten dat het een grap was. Tony was met hen gaan praten en Linda had hem de melodie voorgespeeld op toetsen, zodat hij een arrangement kon uitwerken. We kregen zowat een maand de tijd.’

Er wordt een datum geprikt: 9 augustus.
Omdat de opnamen in de open lucht zullen doorgaan – als het weer het toelaat – op de boerderij in Campletown, huurt Paul een mobiele studio in: RAK. Geoff Emerick wordt er bij gehaald om de opnamen in goede banen te leiden. Hij wordt bijgestaan door Mark Vigars en Tim Summerhayes van RAK. ‘Als ik me goed herinner, dan brachten we de mobiele studio al een paar dagen op voorhand naar de boerderij,’ meent Summerhayes. ‘We maakten alles in orde in de controleruimte [een koeienstal] en de zone waar de opname zou plaatsvinden.

De dag voor de opname arriveren ook de andere bandleden, Jimmy en Joe, plus nog wat roadies.
Het is een hele opgave om al dat volk te huisvesten. Summerhayes vertelt: ‘Mark en ik deelden een caravan, op de boerderij en Geoff lag in een kleine caravan, naast die van ons. Zo’n 50 meter verder, op een begraasde heuvel, was een huisje waarin de band was ondergebracht . Denny had zijn eigen caravan en woonde kort bij de plaats waar werd opgenomen!’

Jo Jo Laine, de vrouw van Denny is niet te spreken over de levensomstandigheden op de boerderij. ‘Dat gebouw waarin we werden verondersteld om te gaan verblijven leek meer op een stal dan op een huis. De muren, vloer, alles: puur cement. Ik weet nog dat Jimmy het had over ‘de bunker’. Er lag geen tapijt of zo. Er stonden enkel een paar stoelen en een oude matras.’

Ook het huisje, waarin de roadies verblijven, is niet veel beter. Er is daar wel warm water. ‘Daar aten we meestal allemaal samen,’ verklaart Tim Summerhayes, ‘behalve dan Paul en zijn familie. Die aten in hun eigen huisje, een paar kilometer verderop.’

‘Ik dacht: Paul en Linda zitten daar mooi in luxe, aan de andere kant van de heuvel’, gaat Jo Jo verder. ‘Maar toen bleek dat zij nog enger behuisd waren dan wij. Zowat het enige verschil was dat zij er een TV hadden. Verder waren de omstandigheden er niet beter dan bij ons. Ik denk dat ze –op de een of andere manier – wilden bewijzen dat geld niet belangrijk was. Ik bedoel: hun kinderen droegen soms verschillende sokken. En veel van de kleedjes die Stella droeg, had ik Mary het vorige jaar mee zien rondlopen. Al moet ik toegeven dat de kinderen wel gelukkig waren – of er tenminste zo uitzagen.’
‘Het was geen luxe,’ geeft Denny toe, ‘maar echt slecht was het niet.’

De avond voor de opname is er een gezamenlijk diner. De geluidstechnici kruipen vroeg onder de wol, maar Jimmy en de roadies blijven doen een nachtje door, met veel drank en allerhande pillen.

Wanneer Linda ‘s ochtends vers geraapte eitjes komt brengen, treft ze een puinhoop aan. Jimmy, heeft behoorlijk dronken, de keuken “versierd” door het eten tegen de muur en het plafond te gooien.
‘Linda begon te huilen,’ weet Jo Jo. ‘Ze was helemaal overstuur. Dus kwam Paul er bij om de gemoederen te bedaren. Maar toen hij de rotzooi zag, ging hij zelf uit de bol: “Verontschuldig je bij Linda!” riep hij tegen de kleine, zatte Schot, Of maak dat je weg komt.’ “Rot zelf op, smeerlap. Ik blijf hier niet langer op die smerige klote boerderij. Ik ben jullie allebei meer dan beu”.’

Summerhayes vult aan: ‘Er was duidelijk iets aan de hand. Er moet een ‘rock and roll’ incident hebben plaatsgevonden, een tijdje na het eten. Het zag er niet uit, met overal voedselresten op plaatsen waar dat niet hoorde. […] Er was een ‘band meeting’. Ik weet niet wat er gezegd werd, of wat er die nacht is gebeurd, maar ik herinner me dat Jimmy vertrok en dat hij niet aanwezig was bij de sessie die dag, of bij om het even welke daarna…’

In zijn boek Blackbird / The Life & Times Of Paul McCartney (1991), vertelt Geoffrey Giuliano hoe Jimmy die nacht naar het huis van de McCartneys strompelt, met in zijn zak een kleine revolver. Hij is vastbesloten Paul en Linda in hun slaap te vermoorden. Hij slaagt er in binnen te dringen tot in hun slaapkamer, maar dan ontbreekt hem de moed. Hij loopt terug naar buiten en wil zelfmoord plegen. Net op het moment dat hij de loop in zijn mond stopt, komen Denny en Jo Jo aan rijden. Gevangen in de koplampen van hun busje, laat Jimmy de revolver vallen.
Hoewel Denny het voorwoord van dat boek heeft geschreven, ontkent hij in 2010 het hele gebeuren.
‘Daar herinner ik mij niets van. […] Ik heb het verhaal ook gehoord, maar het zegt mij niets. Als ik hem had moeten tegenhouden, zou ik dat zeker nog weten. Jimmy dronk nogal en… op een moment had hij echt wel iets tegen Paul. Geen idee waarom… Maar zo was Jimmy: hij zocht altijd ruzie… de drank, he. Er is zeker iets gebeurd, maar ik heb hem niet moeten tegenhouden of zo.’

In ieder geval: exit Jimmy McCulloch.

wings02

De geplande opname van ‘Mull of Kintyre’ gaan door, met de Campbeltown Pipe Band. Er zijn zeven doedelzakspelers en evenveel drummers.
De jonge Ian McKerral vertelt verder: ‘We waren uitgenodigd op de boerderij. Paul was er en Linda. Paul was heel ontspannen. Hij droeg een jeans, een vest en een hemd met ruitjes. Linda was in verwachting van haar zoon James, toen. Ze waren allebei erg vriendelijk.’

Er worden verschillende takes opgenomen en de opnamen lopen uit tot in de vroege avond.
‘We kregen iets te eten – sandwiches en bier voor de jongens – en het werd een feestje. Maar we konden niet lang blijven, want de volgende dag moesten we weer naar school. Op die leeftijd was het heel wat om naast een vroeger lid van the Beatles te staan.’

Denny toont zich erg tevreden over het resultaat: ‘Het haar op je armen komt overeind op het moment dat de doedelzakken er bij komen. Toch?’

Maar bij Paul slaat de twijfel toe. In 1977 staat punk immers op zijn hoogtepunt. ‘De Sex Pistols deden ‘Pretty Vacant’ en ‘God Save The Queen’. Ik vond dat prima, maar het idee om op dat moment met een Schotse wals te komen…’
Hij overweegt daarom om het hardste nummer van de sessies, ‘Girl’s School’, als single naar voor te schuiven. De mensen van EMI zien echter potentieel in dat nummer met de doedelzakken.
Het compromis is een dubbele a-kant. ‘Mull of Kintyre’/’Girl’s School’ verschijnt op 11 november 1977.

EMI blijkt gelijk te hebben: de single raakt een gevoelige snaar bij een groot deel van de Britse bevolking. Alle verkoopcijfers sneuvelen. Er gaan zelfs meer plaatjes van de hand dan van ‘She Loves You’ van The Beatles: meer dan twee miljoen exemplaren De single blijft er maar liefst negen weken lang onafgebroken op 1 staan.

Ook in de rest van Europa en Australië worden records verpulverd.
In Amerika daarentegen slaat de single absoluut niet aan. ‘Mull of Kintyre’ wordt er genegeerd en ‘Girl’s School’ komt niet hoger dan een 33ste plaats.


13 oktober 1977 – regisseur: Michael Lindsay-Hogg

Om niet steeds hetzelfde filmpje te moeten uitzenden, wordt een tweede clipje gemaakt.


9 december 1977 – regisseur: Nicholas Ferguson

***

25 oktober tot 1 december 1977 – Abbey Road studios, Londen

Op 11 september 1977 wordt officieel meegedeeld dat Jimmy McCulloch Wings verlaten heeft om te gaan spelen bij de opnieuw opgerichte Small Faces.
Een dag later, bevalt Linda van een zoontje: James Louis McCartney.

Anderhalve maand later worden de sessies hernomen, in de Abbey Road studio. Wings is opnieuw gereduceerd tot een trio. Na het ontslag van Jimmy, had Joe verwacht dat Paul een nieuwe gitarist zou zoeken, om weer op tournee te vertrekken. Toen dat niet gebeurde, liet hij weten niet terug te keren uit Amerika, om er full time bij zijn familie te blijven. ‘Ik vond het fijn bij Wings,’ verklaart hij. ‘Ik heb er veel geleerd, maar ik was het beu om maandenlang opnamen te maken. Ik wou thuis blijven en kijken of ik het kon maken als Joe English, zonder het toevoegsel “van de band van Paul McCartney”.’
Denny kan wel begrip opbrengen voor zijn visie: ‘Joe wou profiteren van zijn geld en op een boerderij gaan wonen. De muziekindustrie is prima, tot je op een punt komt waarop je zo druk bezig bent, dat je je familie kwijt dreigt te raken.’

Op zich is het niet erg dat de gitarist en drummer ontbreken op het appel. De sessies zijn immers bedoeld om de songs af te werken: overdubs, inzingen en zo. Wanneer de sessies echter aanslepen, blikt het drietal ook een half dozijn nieuwe songs in.

Zo is ‘Girlfriend’ speciaal geschreven door Paul voor Michael Jackson… in 1972, toen die nog bij The Jackson Five zat. Toen de twee mekaar voor het eerst ontmoetten, tijdens de presentatie van Venus and Mars, in Los Angeles, heeft Paul het nummer aangeboden aan Michael. Die vond het wel leuk, maar heeft er niets mee gedaan.
Daarom neemt Paul het nu zelf op, met gebruik van een falset stem, die hij zelden laat horen.
Gek genoeg komt het later toch nog goed. Quincy Jones, dan de producer van Michael, hoort het nummer op London Town en vindt het geknipt voor Michale. Wanneer hij het laat horen, herkent die het nummer dat Paul hem een paar jaar geleden heeft voorgezongen. Hij neemt het op en brengt het uit op zijn elpee Off The Wall. Maar over Michael Jackson later meer…

Helemaal anders is ‘Name And Address’, een pastiche/eerbetoon aan de pas overleden Elvis Presley.

‘Children Children’ is een nummer van Denny, over zijn kinderen. Volgens Jo Jo heette het dan ook oorspronkelijk ‘Laine and Heidi’, maar die titel vond Paul ‘te sentimenteel’. Ook een andere bijdrage van Denny aan de plaat gaat over kinderen: ‘Deliver Your Children’. Beide nummers, gedragen door akoestische gitaren, geven de plaat een wat folkachtig karakter.

Andere titels zijn: ‘Backwards Traveller’, ‘Cuff Link’ en het uitstekende, maar onuitgegeven ‘Waterspout’.

3-14 december 1977 – AIR studios, Londen

Voor het toevoegen van strijkers aan een aantal songs worden de sessies, vanaf 3 december, verplaatst naar de AIR studio van George Martin. Voor de arrangementen doet Paul beroep op drie mensen: Mike Vickers van Manfred Mann, Bobby Richards en Will Malone. Die laatste is de man die jaren later zowel ‘Unfinished Sympathy’ van Massive Attack als ‘Bittersweet Symphony’ van The Verve tot grotere hoogten zal tillen.

4-23 januari 1978 – Abbye Road studios, Londen

Na nieuwjaar werken Paul en Geoff nog drie weken aan het mixen van het materiaal. Eindelijk, na een jaar is London Town klaar. In het totaal zijn er 26 songs opgenomen.

London Town en singles

‘With a Little Luck’/’Backwards Traveller’-‘Cuff Link’ verschijnt in maart 1978. De a-kant is daarbij met meer dan twee minuten ingekort.
Volgens Wikipedia is ‘With a Little Luck’ het eerste synth-pop nummer dat op de radio wordt gedraaid en zeker het eerste dat in de hitlijsten opduikt. Ondanks het toch wat ijle geluid bereikt het plaatje de top 5 in Engeland en prijkt het zelfs twee weken an de top van de Amerikaanse hitlijst.

De elpee zelf verschijnt einde maart. De werktitel, Water Wings heeft het niet gehaald. In plaats daarvan is de plaat genoemd naar het openingsnummer: London Town.
Enkel Paul, Linda en Denny zijn te zien op de hoes.

De muziekcritici ontvangen de plaat over het algemeen gematigd positief. Hier en daar wordt er op gewezen dat Paul de melodieën met het grootste gemak uit zijn mouw blijft schudden, maar dat hij echt wel wat meer moeite mag doen om de zaakjes ofwel af te werken (‘Backwards Traveller’ duurt nauwelijks één minuut) of op tijd te stoppen (twee songs gaan over de zes minuten grens).

Toch zijn de menigen, met het verstrijken van de jaren, wat positiever geworden. Zo schrijft Stephen Thomas Erlewine van Allmusic: ‘[London Town is] een relaxte, haast moeiteloze verzameling van professionele pop en, als dusdanig, één van zijn sterkste platen.’

Het publiek lijkt zich van de kritiek niet veel van aan te trekken, al zit een eerste plaats er net niet in. Hoogste noteringen zijn: 4 in Engeland en 2 in de VS.

Omdat een aantal critici mopperen dat er veel te weinig gerockt wordt op London Town, kiest Paul voor ‘I’ve Had Enough’ als tweede single. Nochtans staan er veel sterkere songs op de elpee, of zelfs de outtake ‘Waterspout’.
De plaat blijft hangen rond een 25ste plaats.

De keuze voor de laatste single is veel beter: het titelnummer, ‘London Town’. Het komt echter te laat en de plaat strandt buiten de top 40.

PS 1 – Jimmy McCulloch
Jimmy deed een korte tournee door Engeland met Small Faces en werkte ook mee aan de elpee ’78 In the Shade. Daarna richtte hij eerst de band Wild Horses op, met Thin Lizzy guitarist Brian Robertson en drummer Kenney Jones. Maar al snel stapte hij over naar de band The Dukes.
Op 27 september 1979, twee jaar na zijn vertrek uit Wings, overleed hij aan een hartstilstand ten gevolge van een overdosis heroine. Hij was 26 jaar oud.

PS 2 – Joe English
Joe richtte eerst de groep Tall Dogs op en ging dan aan de slag bij Sea Level. In 1981 werd hij een herboren Christen en maakt enkel nog religieuze muziek, in Nashville.
Hier geeft hij zelf tekst en uitleg:
http://www.wordoffaithfellowship.org/testimonies/joe-english

PS 3 – Denny Laine en ‘Mull of Kintyre’

In het boek van Geoffrey Giuliano (1991) wordt Denny Laine geciteerd, alsof hij zich te kort gedaan voelt door Paul wat betreft de verloning voor zijn bijdrage aan de song.
‘Paul had het refrein, maar de rest schreven we samen. De tekst kwam vooral van mij. Het nummer bracht hem veel geld op. Het stond 16 [sic] weken op 1 en er werden er miljoenen van verkocht. Maar ik kreeg daar weinig van. Ik werkte op loonbasis toen – niet op percent. Natuurlijk werd er meer beloofd, maar dat heb ik nooit gezien. Toen ik Paul vroeg om iets te regelen, kreeg ik te horen: “Ik ben Paul McCartney. Je mag blij zijn dat je met mij mag samenwerken.” […] Ik werd behandeld als een goedbetaalde sessieman – een zware belediging.’

In 2009 staat hij daar heel anders tegenover: ‘Het was de grootste hit in Engeland allertijden – tot Live Aid kwam. […] Ik ben er dus best wel trots daarbij betrokken te zijn geweest. Veel mensen denken dat mijn rechten verkocht heb. Dat is niet zo: ik heb een gedeelte verkocht, omdat ik vond dat Paul er meer recht op had. We hebben een afspraak gemaakt dat ik een deel behoud en hij een deel terugkrijgt.’

Die verkoop gebeurde omstreeks 1986-87. Denny dreigde failliet te worden verklaard en ging bij Paul aankloppen voor hulp. Via zijn muziekuitgeverij MPL werd overeengekomen dat Denny zijn publicatierechten van het nummer verkocht voor £ 100,000. Denny behoudt dus helft van de auteursrechten – net als Paul: elk 25%. MPL heeft de andere 50%. ‘Ik had het geld toen hard nodig,’ verklaart Denny.

77750109ad2e404e5806acb5c531c942343618ae

Het platenlabel Motown vierde zijn 25 jarig bestaan in 1983. Alle grote namen kwamen opdraven, maar het was Michael Jackson die de show stal met dit optreden. Zo herinner me ik hem het liefste: als een zeer getalenteerde zanger en danser.
Als ik me niet vergis was dit ook de eerste keer dat hij zijn moonwalk demonstreerde.