Een experimentje.

Ik kom de naam van Rita Coolidge tegen op heel wat van mijn favoriete platen van het einde van de jaren zestig. Ik ken haar eigenlijk vooral als zangeres van ballads en duetten met Kris Kristofferson. Dus heb ik wat research gedaan.

Gelukkig wou ze, speciaal voor de lezers van Peerke’s Plaatjes  haar verhaal hier zelf vertellen.

Rita Coolidge

“Zingen heb ik altijd graag gedaan. Iedereen in onze familie. Mijn zussen Priscilla en Linda zongen in het kerkkoor in Lafayette, Tennessee. Papa was dominee in Lafayette. Dominee Coolidge. Ik mocht al meedoen toen ik nog heel klein was. Ik heb leren zingen en dansen in dat kerkkoor. Wij waren The Coolidge Sisters en ik was de jongste.

Met The Coolidge Sisters hebben we heel wat prijzen gewonnen, op talentenwedstrijden en zo. We zongen overal waar we konden: op feestjes en braderieën en zo. Tot Priscilla een beurs kreeg, om professioneel zanglessen te gaan volgen. Linda is toen gestopt met zingen. Ze had er genoeg van. Later ben ik dan naar Florida getrokken om er kunst te gaan studeren  aan de universiteit.

Na het behalen van mijn diploma, wou ik het eerst even proberen als zangeres, in Memphis. Naast optredens, soms samen met Priscilla, zong ik af en toe wat reclamespotjes in, bij Pepper-Tanner. Een van de mensen daar, Marty Lacker, was een goede vriend van Elvis Presley. Hij had net een platenfirma opgericht: Pepper Records. Hij vond mijn stem zo mooi dat hij aanbood om een singeltje op te nemen, in de American Studio, in Memphis. Maar ‘Turn Around and Love You’ werd een dikke flop.

Toen hebben Delaney en Bonnie mij “ontdekt”.

Delaney Bramlett en Bonnie O’Keefe – dat was me een stel! Heftig! Ze hingen altijd aan mekaar. Ofwel waren ze smoorverliefd, ofwel hadden ze kletterende ruzie. Altijd wat met die twee. Ze waren getrouwd, vijf dagen nadat ze mekaar hadden leren kennen!

Delaney was een Shindog geweest. Je weet wel, een van de muzikanten van de band van het TV programma Shinding. En Bonnie was de eerste blanke in de groep van Ike en Tina Turner: de Ikettes.

Enfin, ze gingen een elpee opnemen voor Stax, in Los Angeles. En ze vroegen of ik geen zin had om mee te doen. Ik had toch geen andere plannen, dus…

Heel gek: in L.A. kende iedereen mijn naam! Het bleek dat ‘Turn Around and Love You’ er in de top 10 had gestaan. Nergens had het plaatje iets gedaan, behalve in L.A.  Ik ben nooit terug gekeerd naar Memphis. Ik liet alles achter en begon opnieuw.

Waar we daar terecht kwamen! Een bende hippies. Maar wel stuk voor stuk heel fijne muzikanten. Het draaide allemaal zo’n beetje rond Leon Russell. Leon was jarenlang sessiemuzikant geweest. Hij heeft piano en gitaar gespeeld bij iedereen: van Frank Sinatra tot the Beach Boys en The Byrds. Maar nu wou hij iets anders. Hij had een groot huis gekocht in Skyhill Drive, in de heuvels boven Hollywood. Daar had hij een studio ingericht. Het was eigenlijk een soort clubhuis. Veel jonge beginnende muzikanten hingen daar rond, voor de sfeer en in de hoop carrière te kunnen maken.

De vaste kern was The Flying Burrito Brothers. Dat waren twee mannen die uit de International Submarine Band van Gram Parsons waren gestapt. Gram wou meer de richting van country uit en zij wilden meer rock spelen. De band wisselde dikwijls van bezetting. Leon speelde mee en gitarist Jesse Ed Davis – een volbloed indiaan. Wij zijn trouwens halfbloed: van mama’s kant zijn we Cherokee. Saxofonist Bobby Keys… Taj Mahal was er ook, J.J. Cale… Dr. John kwam langs…

Rare jongens die twee Burrito Brothers. Heel principieel. Ze hadden een absolute afkeer van de muziekindustrie. Ze wilden geen platencontract. Toen ze fans begonnen te krijgen in LA, zijn ze naar New York vertrokken. Parsons heeft de naam later overgenomen.

Maar dat was later. Met Delaney en Bonnie  hebben we dus Accept No Substitutes opgenomen. We hadden een heel fijne band, met bassist Carl Radle, drummer Jim Gordon, Bobby Whitlock op orgel en gitaar, Bobby Keys op sax en Jim Price op trompet. Allemaal Southernes, mensen uit het zuiden.

In afwachting dat de plaat zou gaan verkopen, speelden we de clubs in en rond L.A.

In de zomer van 1968 kwam Gram Parsons zijn oude makkers opzoeken. Hij had Keith Richards bij en Anita Pallenberg. De Stones waren in stad om er Beggars Banquet af te werken. Ze kwamen kijken naar ons optreden in de Palomino. Gram was enthousiast. Hij vond dat we het verdienden om door te breken. Toen hij de volgende keer langs, in november, kwam had hij weer iemand anders bij: George Harrison.

George wou de plaat in Engeland laten uitbrengen door Apple Records, maar dat ging uiteindelijk niet door.

Later kregen we een telefoontje van Eric Clapton. Die had een nieuwe groep: Blind Faith. George Harrison had hem onze plaat laten horen en hij vroeg of we zin handen om het voorprogramma te doen van hun Amerikaanse tournee.
Die tournee vond plaats in de zomer van ’69. Clapton kwam elke avond naar ons kijken. Hij hing voortdurend bij ons rond, om te jammen en zo. Hij reisde zelfs mee in onze tourbus.

Na afloop van die tournee wou hij een plaat opnemen met ons. Clapton had altijd alleen gitaar gespeeld. Zingen liet hij aan anderen over. Maar Delaney had hem over de streep getrokken. ‘Je hebt een prima stem,’ hoorde ik hem zeggen, als je er niets mee doet, neemt God die stem weg!’

De opnamen vonden plaats  in Los Angeles, met Delaney als producer. Hij heeft ook de meegeschreven aan een groot aantal nummers, waaronder ‘Let It Rain’. En hij heeft hem laten kennis maken met de liedjes van J.J. Cale. ‘After Midnight’ is een dikke hit geworden.

In november zijn we dan naar Engeland gevlogen, voor een Britse tournee. Eric Clapton had ons uitgenodigd. We mochten allemaal logeren in zijn huis Hurtwood Edge, in Surrey. We stapten pas van het vliegtuig of hij nam ons al meteen mee naar zijn vriend George Harrison. Die was in de studio aan het werk met Doris Troy. Daar hebben we meteen ‘So Far’ opgenomen, een nummer dat Klaus Voorman had geschreven. Die was er trouwens ook bij. ‘Willen jullie niet naar bed?’ vroeg hij. ‘Jullie komen net van het vliegtuig!’ Euh… nee. Wij willen spelen!”

Bij Eric thuis.
Achterste rij Eric Clapton, Judy Keys, Rita Coolidge, Jim Gordon, Jim Price.
Voorste rij: Bobby Whitlock, Bonnie Bramlett, Delaney Bramlett, PP Arnold (voorprogramma), Carl Radle, Bobby Keys (vooraan).

Tijdens de tournee hadden wij opeens drie extra gitaristen: Eric Clapton, Dave Mason van Traffic en George Harrison van The Beatles. Die drie stonden er op om elke avond mee te spelen, achteraan op het podium. Anoniem. Zo enthousiast waren ze.

Maar  voor mij had de tour een wrang nasmaakje. Jim Gordon en ik waren een koppel, maar af en toe gedroeg Jim zich heel vreemd. Hij hoorde stemmen en zo. Een keer kwamen we net van het podium en opeens gaf hij mij een vuistslag in mijn gezicht. Zomaar, zonder enige aanleiding. Achteraf gezien was het misschien maar goed, dat het daarna over was tussen ons, want later heeft hij zijn moeder vermoord. Ook iets met die stemmen…

In januari hebben we nog die eerste plaat van Eric verder afgewerkt in in Los Angeles, maar daarna was het gedaan. Dat gedoe tussen Delaney en Bonnie werkte iedereen op zijn zenuwen en de band is gesplit.

***

Maar de rust heeft niet lang geduurd.

Voor ik bij Jim was, had ik nog een tijdje iets gehad met Leon Russell en die had ‘Delta Lady’ voor mij geschreven. Mooi, he? Delta Lady was zijn koosnaampje voor mij. Hij had het nummer aan Joe Cocker gegeven en die heeft het opgenomen voor zijn tweede elpee. Leon was namelijk producer voor die plaat.

Begin maart ’70 was Joe op bezoek gekomen bij ons. Hij wou wat uitrusten van een uitputtende tournee met zijn Grease Band. Die band was trouwens ook gesplit – teveel stress en teveel… van alles. Bon, Joe was dus net bij ons, toen hij van zijn manager te horen kreeg dat hij opnieuw de baan op moest. Die had hem geboekt voor een nieuwe tournee van zeven weken… te beginnen binnen één week!

De manager liet hem verstaan dat, als hij niet zou komen opdagen, hij zijn carrière verder wel kon vergeten. Daar zou hij wel voor zorgen.

Paniek!

Leon stelde voor om hem te helpen. Hij zou de muzikale leiding van de tour op zich nemen, een band bijeen zoeken, de repetities leiden,  gitaar en piano spelen… Kortom: alles. De volledige band van Delaney en Bonnie werd terug opgetrommeld  – minus dat koppel natuurlijk. Plus Bobby Whitlock die bij Clapton gebleven was om samen aan songs te werken. Daar kwamen wat leden van de Grease Band bij en nog wat anderen. Uiteindelijk stonden we met dertig man klaar voor de repetities. Twee drummers, blazers, een koor van tien man… Tien uur per dag hebben we gerepeteerd. De tournee heette niet voor niets Mad Dogs and Englishmen.

Het was groots. Fantastisch! Iets helemaal nieuws. Je moet de film zeker eens bekijken, als je hem te pakken krijgt. Ik zou wel eens de beelden willen zien die de film niet gehaald hebben. Dat was zeker “kinderen niet toegelaten”!

http://www.youtube.com/watch?v=n6splB7acXc

Iedere avond kreeg ik een solo spot met mijn versie van ‘Groupie (Superstar)’, een nummer dat Bonnie, samen met Leon had geschreven.

Na  de tournee zijn Carl Radle en Jim Gordon weer naar Engeland gevlogen om er de nummers op te nemen waaraan Eric Clapton en Bobby Whitlock hebben gewerkt. Dat is de plaat Layla and Other Assorted Love Songs geworden. Je kent ‘Layla’ toch, he. Tuurlijk. Wie kent dat niet?

Dat tweede deel, dat  lange pianostuk, dat komt eigenlijk een beetje van mij.

Dat zit zo. Op een keer had Eric iets vergeten in de studio. Toen hij daar aankwam was Jim, Jim Gordon dus, in zijn eentje aan het werk. Hij gaf toe dat hij, in de vrijgekomen studiotijd een plaat aan het opnemen was. Eric vond dat pianostuk dat hij gehoord had heel mooi en vroeg of hij het zelf mocht gebruiken. Dat mocht.

Maar eigenlijk had ik die melodie geschreven, toen we nog bij Delaney and Bonnie waren, in een gastenverblijf bij John Garfield Jr. Jim heeft me dat zo dikwijls horen spelen. Het nummer heet eigenlijk ‘Time.’ Mijn zus Priscilla heeft het later ook opgenomen, samen met haar man, Booker T. Jones.

***

In de lente van 1970 ging ik terug naar LA, om er mijn solodebuut op te nemen met David Anderle als producer. Natuurlijk kreeg ik daarbij hulp van vele vrienden en collega’s: Priscilla en Booker T., Donald Duck Dunn, Leon Russell en Marc Benno, Bobby Womack, Spooner Oldham, een aantal Byrds, Jim Keltner, … noem maar op. Tussendoor werkten we ook nog aan een ander solodebuut: dat van Dave Mason van Traffic. Fijne tijden.

Maar toen kwam dat gedoe met Stephen en Graham. Stephen Stills was toen zowat de toonaangevende figuur bij Crosby, Stills, Nash & Young – de carrière van Neil kwam pas later echt van de grond. Stephen woonde toen in Londen, in een huis dat hij van Ringo Starr had gekocht. Ik had hem ontmoet tijdens de sessies met Clapton, in Londen. Hij speelde mee op ‘Let It Rain’. Daarna maakte hij er zijn eigen soloplaat, in de Island Studios. Hij maakte altijd eerste de basistracks in zijn eentje en dan vulde hij die aan met andere dingen. Daarvoor kon hij krijgen wie hij wou: Jimi Hendrix kwam langs, Eric Clapton, Ringo…

In de zomer [juni 1970 – nvdr] was hij terug in Los Angeles voor een tournee met CSN en Young. Tussendoor werkte hij de plaat af. Hij had Booker T er bij gevraagd en Priscilla en mij ook, om de backing in te zingen. Er was nog veel bekend volk: Mama Cass, John Sebastian en zo… en natuurlijk Graham Nash.

Graham nodigde me uit om eens naar een show van CSN & Y te komen kijken. Hij gaf me zijn telefoonnummer.

Maar toen ik belde nam Stephen op. Hij vertelde me dat Graham zich had bedacht, maar dat hij me wel een backstage pasje kon bezorgen.

Toen hij me kwam oppikken, vertelde Stephen me  dat hij verliefd op me was. Al een hele tijd. We kusten en … enfin. We waren een koppeltje voor we de backstage kwamen. Stephen speelde die avond fantastisch. Hij bleef maar doorgaan: het ene nummer na het andere. Prachtig. Tijdens de pauze bleek dat het helemaal niet de bedoeling was dat Stephen zoveel nummers speelde. Bedoeling was om beurt om beurt eentje te doen. Vooral Graham leek nogal gepikeerd. Tegenover mij deed hij koel en afstandelijk.

De dagen en weken daarna was Stephen heel lief. Hij noemde me The Raven, omwille van mijn lange zwarte haar. Hij had zelfs twee nummers over mij geschreven: ‘Sit Yourself Down’ en ‘Cherokee’. …

Maar, een paar weken later, vertelde Graham me dat Stephen eigenlijk vuil spel had gespeeld. Dat hij helemaal niet gezegd had dat hij niet met mij wilde gaan. Ik was er echt door geschokt. Ik wou hem dat zelf gaan vertellen. We reden naar zijn huis. Hij lag in een zetel bij het zwembad, toen we aankwamen. Toen ik hem confronteerde met zijn bedrog en hem vertelde dat ik Graham eigenlijk leuker vond dan, werd Stephen razend. Hij spuwde zelfsnaar Graham. Daarna heeft hij maandenlang geen woord meer tegen hem gezegd.

David Crosby heeft er een nummer over geschreven: ‘Cowboy Movie’, op zijn eerste soloelpee, If I Could Only Remember My Name. De namen zijn verandert, maar verder kun je ons allemaal wel herkennen. Ik ben “the indian maiden”, waarover Stephen – “Eli the Gunner” – en Graham -“theDuke” – ruziën. Davis is “Fat Albert” en Neil is “Young Billy”. Zij kijken toe hoe hun clubje uitelkaar valt.
Achteraf beweerde men dat dit de reden was waarom de band uit elkaar ging, maar dat geloof ik niet. Er was veel geld mee gemoeid… en drugs en ego’s en zo.

Korte tijd later, op 9 november 1970, stond ik in de vlieghaven van Los Angeles te wachten op mijn vliegtuig. Ik wou terug naar Memphis. Daar kwam ik Kris Kristofferson tegen. Hij had net zijn eerste plaat uit en hij was onderweg naar Nashville om er een interview te gaan geven. We raakten aan de praat. Hij had een tijdje iets gehad met Janis Joplin maar die was kort daarvoor gestorven [4 oktober 1970 – nvdr]. Mijn relatie met Graham leed onder de spanningen in de groep. Het klikte meteen met Kris en hij vloog met me mee naar huis.

Drie jaar later zijn we getrouwd.

 

 

Deel 5 – George Harrison

 

 

Sinds hem, in 1965 tijdens de filmopnamen van Help, een boekje over Hindoeïsme in handen was gestopt, was George Harrison zeer geïnteresseerd in oosterse religies en mystiek. Hij was al eens naar Indië afgereisd om er bij de sitar expert Ravi Shankar lessen te gaan volgen. Daarna had hij er ook opnamen gemaakt voor de soundtrack van de film Wonderwall.

Het was zijn vrouw Patti, die hem had gewezen op de Maharishi Mahesh Yogi. George zag diens Transcendente Meditatie helemaal zitten en de andere Beatles wilden hem best daarin volgen.

 

Min of meer toch. Want geen van de anderen ging er zo in op als George. Toen enkele topmensen van Apple hen kwamen opzoeken in Rishikesh, nam George Dennis O’Dell even apart. “Hij vertelde me dat hij had geleerd om te leviteren,” vertelt Dennis: “Ik dacht: dat wil ik zien. Hij demonstreerde het. Maar of hij ook echt een paar centimeter van de grond kwam weet ik niet – ik was te verbaasd over wat ik zag. Ik begreep dat dit een zeer toegewijd man was.”

 

Wanneer John ontgoocheld wegvlucht uit het meditatiecentrum, reizen George en Patti naar Madras, in het zuiden van Indië, waar ze een weekje bij Ravi Shankar gaan logeren. Ze werken er mee aan de opnamen voor een documentaire film over de meester. De werktitel is East Meets West, maar die wordt later veranderd in Messenger Out of The East. Wanneer de film in november 1971 eindelijk verschijnt blijkt de titel nog eens gewijzigd: Raga.

 

 

Mei

 

Volgens Patti is George veranderd sinds ze zijn terug gekomen uit Indië. Zozeer zelfs dat hun relatie er onder lijdt. “Na de trip naar de ashram van de Maharishi, was George geobsedeerd door het mediteren,” schrijft Patti Boyd in haar autobiografie. “Soms was hij teruggetrokken en depressief. Dat had natuurlijk ook een invloed om mijn gevoelens en ik dacht aan zelfmoord. Ik denk niet dat ik ooit op het punt heb gestaan om me echt van kant te maken, maar ik had toch al wel bedacht hoe ik het zou doen. Ik zou een kleed aantrekken van Ossie Clark en mezelf van [de kliffen aan] Beachy Head af werpen.”

“Hij had ook andere vrouwen,” schrijft ze verder, “en dat kwetste me. George was gefascineerd door de god Krishna die altijd omringd werd door mooie meisjes. Toen we terug keerden uit Indië wou hij een soort Krishna figuur zijn, een spiritueel wezen met veel minnaressen. Dat was wat hij tegen mij zei.”

 

Ondanks dat hij al een tijdje van de drugs afblijkt verkeert George in dei tijd toch in een permanente roes door het vele mediteren.

Half mei vliegen George en Ringo met hun vrouwen naar Cannes, om er aanwezig te zijn bij de wereldpremière van Wonderwall op het filmfestival. “Ik weet dat ik er geweest ben,” vertelt George, “omdat ik de hoestekst van Derek [Taylor] heb gelezen toen de soundtrack op cd uitkwam. Ik herinnerde me er absoluut niets meer van, tot ik de foto’s zag waarop we stonden met een nogal mooie jongedame die meespeelde in de film: Jane Birkin.”

 

 

Juni

 

De opnamen voor de Dubbele Witte van The Beatles zijn net een week bezig wanneer de sessies alweer moeten worden stopgezet. George en Ringo vertrekken opnieuw samen met hun vrouwen. Deze keren vliegen ze naar Los Angeles voor een vakantie in Monterey. George gaat er ook bijkomende filmopnamen  met Ravi Shankar.

 

Tijdens dit bezoek begrijpt George dat hij, ondanks het vele oefenen, nooit een uitblinker zal worden op de sitar. “Drie jaar heb ik sitar gespeeld,” blikt hij in 1977 terug. “Ik luisterde alleen nog naar klassieke Indische muziek. Ik speelde praktisch uitsluitend sitar. Alleen wanneer we optraden of opnamen maakten haalde ik mijn gitaar nog eens boven. Ik leerde wat ik moest spelen, deed wat ik moest doen en daarmee klaar. Ik was alle interesse in de gitaar kwijt.

Ik herinner me dat ik terug kwam uit Californië en ik had een sitar bij me. [Op de terugweg] stopten we in New York.  We checkten in en Jimi Hendrix en Eric Clapton verbleven ook in hetzelfde hotel… Dat was de laatste keer dat ik sitar heb gespeeld.
Ik raakte bevriend met Eric, en die gasten speelden allemaal fantastisch. Ik had het gevoel dat ik jarenlang van alles had gemist … Alle jonge gasten speelden zo geweldig en ik had het allemaal gemist. Al die jaren dat ik bij The Beatles zat: iedere keer diezelfde oude liedjes spelen… en daarnaast die Indische muziek.”

Hij neemt zich voor om terug meer gitaar te gaan spelen en schaft zich alvast een nieuw exemplaar aan: een Gibson J-200.

 

Wanneer ze terug arriveren in Londen, zijn John en Yoko nog steeds bezig met het maken van assemblages voor ‘Revolution N° 9′. Omdat die pas ’s avonds in actie schieten, staat de studio in de namiddag leeg.

 

George maakt daarvan gebruik om een single op te nemen met een nieuwe Apple artiest: Jackie Lomax. Voor zijn single debuut neemt Lomax een nummer van George op: ‘Sour Milk Sea’. “Ik schreef dat in Rishikesh,” verklaart de Beatle: “Het was eigenlijk gebaseerd op Vishvasara Tantra, van de Tantrische kunst…’what is here is elsewhere, what is not here is nowhere’. Het is een afbeelding en die heet Sour Milk Sea – Kalladadi Samudra in het Sanskriet. Ik gebruikte Sour Milk Sea als een idee: als je in problemen zit, klaag er niet over, maar doe er iets aan.”

 

Naast George zelf spelen Paul, Ringo, Eric Clapton, Klaus Voormann en Nicky Hopkins mee. Voor het arrangement rekent George op zijn vriend John Barham. Die blikt terug: “Ik werkte [een tijdje] nauw samen met George. Het viel me dan ook op dat zodra de andere drie in de studio verschenen, George plots helemaal veranderde: hij werd afstandelijk en gesloten [tegenover de buitenstaanders]. Zijn focus sloeg meteen om. Het was niet onaangenaam – in feite bewonderen muzikanten die dit meemaken het professionalisme en de creatieve focus die er uit blijken.” 

 

 

Juli

 

Pas op 25 juli – de opnamen voor de dubbel-lp zijn dan al bijna twee maanden bezig, zijn The Beatles eindelijk toe aan een nummer van George.

Terwijl de anderen nog met iets aan het afwerken zijn in studio 2, neemt hij eerst een akoestische versie op van ‘While My Guitar Gently Wheeps’, in studio 1. Zoals later te horen is op de Anthology cd’s wordt het een prachtige versie met enkel zijn nieuwe Gibson J-200 en wat ondersteuning van een orgel. George maakt de demo om aan de anderen laten horen hoe het nummer zou moeten klinken.

Wanneer die er bij komen wordt er uitgebreid gerepeteerd. “Maar,” zucht George, “niemand was geïnteresseerd. Ringo waarschijnlijk wel, maar John en Paul zeker niet. Toen ik die nacht naar huis ging was ik echt ontgoocheld, want ik vond het echt een goed nummer. Het is toch echt geen rommel.”

 

De volgende dag zou er verder aan worden gewerkt, maar dan komt Paul met ‘Hey Jude’. George is al wat gepikeerd en wanneer Paul hem dan ook nog verteld dat hij vindt dat het geluid van zijn elektrische gitaar niet echt bij het  nummer past is de maat voor hem vol. De gitarist legt zijn instrument neer en doet niet meer mee.

Wanneer de volgende dag de camera’s komen voor de opname van een documentaire volgt George alles vanuit de controlekamer.

 

 

Augustus

 

En toch had Paul misschien ergens een punt: George heeft veel te lang zijn gitaarspel verwaarloosd.

 

Om hem aan te moedigen geeft Eric Clapton hem een kersenrode Gibson Les Paul Deluxe uit 1957. De gitaar heeft een naam: Lucy. Lucy geeft, in combinatie met George’s nieuwe Fender versterker, een uitstekende klank. 
Het wordt George’s favoriete instrument, zozeer dat hij bijna geen andere gitaar meer aanraakt. Zijn Gibson SG geeft hij zelfs weg, aan Pete Ham van Badfinger.

 

Het was niet alleen de vriendschap van een medemuzikant die Eric Clapton veel over de vloer deed komen in huize Harrison. “Eric sprong regelmatig binnen,” vertelt Patti: “Hij en George waren goede vrienden geworden, die samen speelden en samen schreven. Eric’s gitaarspel werd door iedereen bewonderd. Volgens graffiti op de muren van de metro was hij zelfs “God”. Het was echt opwindend om hem bezig te zien. Hij zag er ook goed uit op een podium – echt sexy.
Maar toen ik hem “in het echt” zag gedroeg hij zich niet als een rockster – hij was verassend verlegen en terughoudend. Ik voelde dat hij mij aantrekkelijk vond en ik hield wel van zijn aandacht. Het was erg flatterend dat ik hem er telkens op betrapte dat hij naar me zat te kijken of dat hij langs mij wou komen zitten. Hij maakte me complimentjes over mijn kleren of over het eten en hij maakte me aan het lachen. Allemaal dingen die George al lang niet meer deed.”

 

De nieuwe gitaar gebruikt George voor het eerst op 7 augustus, wanneer The Beatles beginnen aan de opname van  tweede song van hem: ‘Not Guilty’.

“Daarin gaf ik lucht aan boosheid, om de manier waarop Lennon en McCartney mij behandelden tijdens het maken van de Witte Dubbel. Ik zei dat ik niet schuldig was: dat ik hun carrières niet in de weg stond. Ik zei dat het niet mijn schuld was dat zij zich hadden meeslepen naar Rishikesh om er de Maharishi te zien.”

De opnamen verlopen moeizaam want van de 46 basis tracks die worden begonnen, zijn er slechts vijf volledig.

 

In de tweede helft van de maand verlaat George de sessies al weer: Deze keer om met Patti, een weekje van de zon te gaan genieten in Griekenland.

 

 

September

 

Vlak voor ze op vakantie vertrokken werd, na een onderbreking van zes weken, nog eens poging ondernomen om ‘While My Guitar Gently Wheeps’ op te nemen. Op 5 september probeerden The Beatles om deze versie af te werken.

Toen ze merkten dat het niks werd begonnen ze zelfs helemaal op nieuw.

Maar weer was George niet tevreden. “Het klikte niet. John, Paul en Ringo waren er totaal niet in geïnteresseerd. Ik wist nochtans zeker dat het een goed nummer was. De volgende dag zag ik Eric Clapton. Ik vertelde hem: We gaan dat nummer opnemen. Kom mee. Hij zei: ‘Nee. Dat kan ik niet doen. Niemand speelt ooit op een plaat van The Beatles.’ Ik zei: Kijk, het is mijn nummer en ik wil dat je er op meespeelt.'”

Door die impuls doen The Beatles nog eens extra hun best: Paul kwam bijvoorbeeld met een mooie piano intro.

Clapton speelt de solo op zijn Les Paul gitaar.

“Ik vond het fantastisch,” vertelt George, maar “… toen we luisterden naar het resultaat riep [Eric]: ‘We hebben een probleem: het klinkt niet Beatlesachtig.'”

Daarom wordt besloten om het geluid van de solo sterk vervormd weer te geven.

 

Een paar dagen later nemen ze nog een nummer van George op: ‘Piggies’. Tijdens een pauze laat George aan de assistent-producer, Chris Thomas, een nieuwe song horen die pas heeft geschreven: ‘Something’. Omdat Chris zegt dat hij het geweldig vindt, besluit George dat hij het best aan iemand als Joe Cocker kan geven.

 

 

Oktober

 

Nu de sessies op hun einde beginnen te lopen en John en Paul stilaan door hun voorraad songs zitten, mag George nog wat nummers uit de kast halen: ‘Savoy Truffle’  en ‘Long, Long, Long’ volgen elkaar snel op.

 

Op 17 oktober, de dag na het afwerken van de dubbel-LP vertrekken George, Mal Evans en Jackie Lomax naar Los Angeles.  George neemt de masters van The Beatles mee die hij persoonlijk gaat afgeven bij Capitol.

 
George en zijn gezelschap zullen bijna zeven weken in Amerika blijven. De bedoeling is er promotie te maken voor de single van Lomax en vooral ook opnamen te maken van diens debuut-lp. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de beste sessiemuzikanten: drummer Hall Blaine, pianist Larry Knechtel en bassist Joe Osborn.

 

 

November

 

Tijdens de sessies in Los Angeles voor de LP van Lomax, maakt George kennis met de Moog synthesizer. Hij vindt het nieuwe instrument geweldig interessant en koopt er prompt een. Bernie Krause, die het ding, samen met Robert Moog heeft uitgevonden, geeft hem wat lessen. George laat de lessen opnemen en brengt die later zelfs uit als één kant van zijn experimentele solo-LP Electronic Sounds.

 

In Los Angeles maakt George ook kennis met iemand die een grote invloed zal uitoefenen op zijn solo carrière: Delaney Bramlett. Delaney, die al zowat van alles heeft gedaan, van katoenplukken tot het leger en sessiemuzikant, is na zijn huwelijk met de eerste blanke Ikette Bonnie O’Farell een eigen groep begonnen: Delaney & Bonnie. Het is een uitstekende groep muzikanten met drummers Jim Gordon en Jim Keltner, bassist Carl radle, gitarist/organist Bobby Whitlock, de blazers Bobby Keys (sax) en Jim Price (trompet) en backing zangeres Rita Coolidge.

Na een optreden van hen te hebben bijgewoond stelt hij hen voor om hun plaat, Accept No Substitute, die in de US door Stax is uitgebracht, in Engeland bij Apple onder te brengen. Maar wanneer Peter Asher hen daar over gaat opzoeken, valt die in slaap tijdens de auditie. Daarom tekenen ze bij Atlantic Records.

Delaney leert George een nieuwe techniek aan die voor een heel groot stuk de sound van zijn solo carrière zal bepalen: de slide.

“Ik voelde dat ik een achterstand had. Eric gaf me die Les Paul, die me echt terug op het goede spoor hielp omdat die zo funky klinkt. Daarom begon ik slide te spelen, omdat ik het gevoel had niet meer mee te zijn bij het spelen van “hot licks”. Voor slide had ik geen lessen nodig: ik begon er gewoon mee.“

 

 

Wanneer de opnamen van de LP van Jackie Lomax klaar zijn, trekken George en Patti naar Woodstock, bij New York, waar ze twee weken logeren bij Bob Dylan. George en Bob werken er samen aan ‘I’d Have You Anytime’. George schrijft er ook een song met zijn visie op het einde van The Beatles: ‘All Things Must Pass’.

 

Op 30 november varen George en Patti, Mal Evans en Jackie Lomax per boot terug naar Engeland.

           

 

December

 

Bij zijn terugkeer is George vol van zijn bezoek aan The Band en Dylan. Hij heeft een dozijn exemplaren van Music From Big Pink meegebracht om aan iedereen uit te delen. “Het is een meesterwerk,” drukt hij iedereen op het hart. Hij vertelt ook aan iedereen die het horen wil dat hij een song heeft geschreven samen met Dylan – zoiets had nog nooit iemand gedaan.

Daarnaast heeft Dylan hem ook een band meegegeven met opnamen van The Basement Tapes.

 

 

Naast de productie van Jackie Lomax is George dat najaar ook nauw betrokken bij enkele andere Apple projecten.

 

Zo is er een nieuwe groep uit Californië naar Londen komen overvliegen om hun kans te wagen bij Apple. De muzikanten zijn kort daarvoor elk uit hun eigen groepen gestapt. Het zijn de Amerikaanse David Crosby, uit The Byrds, de Canadeese Stephen Stills, uit Buffalo Springfield en de Brit Graham Nash, uit The Hollies. Ze hebben gemerkt dat hun stemmen prachtig bij elkaar pass en besloten daarom samen te gaan werken als Crosby, Stills & Nash.

 

Tony Bramwell van Apple verteld: “Ze hadden een demo binnen gebracht en iedereen vond het geweldig… behalve John: die vond het maar niks.”

Toch ging George op de uitnodiging in om eens naar hen te gaan luisteren. Wat hij hoorde, in hun flat in Moscow Road, maakte behoorlijk indruk… en toch wees hij hen af. Stephen Stills maakt de kapitale fout aan hem te vragen of Paul McCartney hun plaat zou kunnen producen. George stapte, zwaar beledigd, op.

 

 

Een andere groep had meer succes bij Apple:

Syamasundar Das, een jonge Amerikaanse aanhanger van Krishna zocht George op, in het Apple kantoor. Na een gesprek van twee uur, nodigde George hem en de andere Krishna-aanhangers, uit voor een bezoek aan zijn huis in Esher om er de andere Beatles te ontmoeten.

Een van zijn companen vertelt: “We waren er ‘Hare Krishna’ aan het zingen en opeens riep George: ‘Dat wil ik opnemen.'”

De single van de Radha Krsna Temple wordt verassend genoeg een enorm succes. In Engeland strandt de single op een 17de plaats, maar in Duitsland en vooral Tschechoslowakije, voert het plaatje wekenlang de hitlijsten aan.

 

 

 

 

 

George en Eric met ‘While My Guitar Gently Weeps’ tijdens het Concert For Bangla Desh in 1971.