PaulMcCartney-McCartney1970EMIRecor

De breuk
Wanneer de vier Beatles voor het laatst samen in één ruimte zijn geweest is niet geweten. Een mogelijke datum had 20 september 1969 kunnen zijn. Die dag werd het vernieuwde contract met Capitol Records ondertekend in het kantoor van Apple. Jammer genoeg verkoos George om die dag afwezig te blijven.
Het was nochtans een erg belangrijk moment voor de groep.

Allen Klein, de manager van The Beatles verkeerde bij de onderhandelingen in een uitstekende onderhandelingspositie. Hoewel het bestaande contract van de groep nog liep tot 1976, hadden The Beatles hun verplichte hoeveelheid aan product al bijna helemaal vervuld. Er moest enkel nog één van de vijf albums afgeleverd worden en met de nakende releasedatum van Abbey Road (29 september) was ook die klus geklaard. Om de groep aan zich te binden ging Capitol akkoord met het optrekken van de royalties van 17 naar 25% per elpee, zelfs voor de “reeds bestaande producten”.

Zelfs Paul, die een gezonde afkeer heeft van Klein, is onder de indruk van de verwezenlijkingen van de man: ‘Als je ons liggen hebt, zie ik niet in hoe.’

klein

De sfeer binnen de groep is echter al een hele tijd slecht. ‘Ik voelde de split aankomen,’ vertelt Paul in maart 1971. ‘John bleef maar roepen dat we muzikaal ter plaatse trappelden.’
Zoals hij de laatste jaren al meer heeft gedaan, probeert hij met een oplossing te komen om de groep weer bij te sturen.
‘Op een nacht […] dacht ik: “Wat we missen is: samen spelen.” We hadden toen al een hele tijd niet meer opgetreden. Om een goed muzikant te blijven heb je dat contact met het publiek nodig. Het menselijk aspect. Dus bedacht ik om in kleine zalen te gaan spelen, voor een paar honderd man. Iemand een zaaltje laten boeken en dat wat posters ophangen: ‘Zaterdagavond: Ricky and the Red Stripes’. En dan kwamen wij daar aan, in een busje. Ik vond het een fantastisch idee.’

Met het ondertekende contract op tafel vind hij het ideale moment om met het voorstel te komen. ‘We stonden te praten in kantoor van Apple,’ gaat hij verder. ‘Ringo was er bij – hij ging akkoord. George was er, dacht ik, niet. En dan roept John opeens: “Jij bent gek. […]
“Trouwens, ik stap uit de groep,” riep hij. “Ik wil een scheiding.” Dat zei hij letterlijk: “Ik wil een scheiding.” En voor het eerst, meende hij het ook.’

John Lennon had zich al langer willen losmaken van The Beatles om samen met Yoko Ono zijn ding te doen. Toevallig had zich onlangs een gelegenheid voorgedaan waarbij hij een uitkomst had gezien voor zijn situatie. Op 13 september had hij, eerder toevallig, een optreden gegeven met de gelegenheidsformatie The Plastic Ono Band, op een festival in Toronto. (zie: http://peerkesplaatjes.blogspot.be/2008/08/lennon-in-toronto.html)

Na afloop wou hij al zijn vertrek uit de groep aankondigen. Klein kon hem echter overtuigen daarmee te wachten tot het contract met Capitol Records getekend is en het aanzienlijke voorschot binnen.

Wanneer Paul dan komt met het voorstel om een serie onaangekondigde optredens te geven, om zo de kameraadschap van vroeger te herstellen, had hij zo’n heftige reactie van John allerminst verwacht.

‘Ik zei tegen Paul: ik stap er uit,’ legt John in december 1969 uit aan Rolling Stone. ‘Tijdens de vlucht terug van Toronto, wist ik het al. […] Ik wist nog niet hoe of wat – of ik een nieuwe vaste groep zou nemen of zo. […] Ik zie tegen Klein: het is voorbij.’

‘Het was een zware slag voor iedereen,’ blikt Paul terug. ‘We beseften dat, dat fantastisch iets waar we allemaal deel van uitmaakten, voorbij was. Dit was het einde. Zoiets raakt iedereen, wat het ook is. Het is zoiets als van school gaan. Je doet het graag en dan is het opeens gedaan. Of wat ook je ding is. Ons ding was The Beatles.’

tumblr_lyddadmhSV1ro625mo1_500_thumb

Kluizenaar
Paul is zwaar aangeslagen door het nieuws. Hij vertrekt met Linda en de kinderen. Eerst maken ze een lange zwerftocht langs de kusten van Devon en Cornwall. Daarna trekken ze zich maandenlang terug op een bouwvallig boerderijtje in Schotland.

Paul leeft er als een kluizenaar. Hij wast of scheert zich niet meer. Hij heeft waarschijnlijk een zenuwinzinking en voelt zich totaal nutteloos. Later omschrijft hij zijn toestand als “catatonic dispair”. Daardoor gebruikt hij zelfs een tijdje heroïne.

‘We waren vrienden, we zijn samen groot geworden. Het was zo mooi geweest. We hadden al die fantastische dingen samen gedaan en plots stonden we daar: te schreeuwen tegen mekaar.
‘Ik was zeer depressief,’ verklapt Paul jaren later. ‘Ik wou niet meer uit bed. Als ik dan toch opstond, greep ik meteen naar de whisky. Fijn! Omstreeks een uur of drie, had ik ‘m helemaal om en kroop weer in bed.’

‘Het was angstaanjagend,’ verklaart Linda. ‘Ik wou het niet opgeven, maar het was verschrikkelijk. Onwezenlijk. Ik stond er alleen voor – ik had geen keuze – ik moest het proberen. We hadden twee kinderen, waren net een jaar getrouwd en mijn man wou zijn bed niet uit. Hij dronk veel te veel. Hij vertelde me dat hij zich nutteloos voelde. Ik wist dat hij zichzelf pijnigde dat hij de schuld voor de breuk op zich nam. Ik wist dat hij er bovenop zou komen, maar als hij er zelf niet in geloofde, stond ik machteloos. Ik kon alleen maar proberen. Meer kon ik niet. Ik kan je wel vertellen: ik had er mijn handen aan vol.’

‘Ik was onmogelijk,’ beseft Paul. ‘Ik snap niet hoe iemand het met mij uithield. Voor het eerst in mijn leven, zat ik, in mijn ogen, aan de grond… Zoiets had ik nooit meegemaakt. Het was zwaar voor Linda. Ik zou het met zelf niet uitgehouden hebben. Ik begrijp dus niet hoe Linda het gered heeft.’

Het wordt een definitieve breuk met het verleden: in plaats van te trachten in de voorhoede te lopen zou Paul voortaan de wereld door kinderogen bekijken. Weg met de dure auto’s, kaviaar, adellijke vrienden, geflirt met de avant-garde. In plaats daarvan kiest hij voor simpele plattelandswaarden en wordt bovendien radicaal vegetarisch. ‘Linda was lam aan het bereiden en ondertussen keken we naar de lammetjes in de weide. Toen zagen we de situatie opeens onder ogen. Linda heeft mij altijd gracieus de eer gegeven om met het idee te komen om vegetarisch te gaan leven, maar eigenlijk kwamen we gelijktijdig tot het inzicht, daar in Schotland. We keken mekaar aan en besloten geen vlees meer te eten.”

Opnieuw beginnen
Vlak voor de Kerstdagen keren de McCartney’s weer naar Londen.
Paul huurt meteen een Studer viersporen opnameapparaat en één microfoon. Vervolgens contacteert hij geluidstechnicus John Smith om de machine te installeren, in zijn huis in St. John’s Wood. Die komt langs, op 24 december. Om het toestel uit te proberen, speelt Paul een nieuw nummertje: ‘The Lovely Linda’. ‘Paul is de machine aan het uittesten, wanneer Linda binnenkomt,’ vertelt Smith. ‘Ze loopt naar de achterdeur en opent die. Het knarsen is te horen op de opname. Paul besloot het er in te laten. Dat was typisch voor The Beatles. Ze probeerden steeds weer iets nieuws uit.’
Paul bevestigt het verhaal: ‘Linda en ik werkten voor het eerst samen. De plaatopnamen gebeurden thuis. Je hoort haar lopen door de zitplaats, naar de tuin. En aan het einde van het nummer, hoor je de deur opengaan. […] Het was de bedoeling om het nummertje later af te werken. Ik had nog een stukje dat wat Spaans klonk, mariachi bijna… Maar het bleef een fragmentje en dat was ook wel leuk. Het werd het openingsnummer van de McCartneyplaat. Het zet meteen de sfeer.’

In de loop van de volgende week zet hij zo een aantal basistracks op band: gitaren, bas, drums en toetsen – alles in zijn eentje. Daarbij zijn ook enkele nummers die hij eerder aan The Beatles had aangeboden, maar toen niet verder zijn uitgewerkt. Beide songs ontstonden in Indië, in de lente van 1968. Van ‘Jubilee’, zoals het oorspronkelijk heette, zet hij twee versies van op band: een instrumentale versie ‘Singalong Junk’ en een met zang: ‘Junk’.
‘Teddy Boy’ werd, met The Beatles gerepeteerd tijdens de Get Back sessies in januari 1969. John stak toen de draak mee en Paul niet verder aan.

Een laatste keer Beatles
Hoewel de opnamen ondertussen bijna een jaar geleden zijn afgerond is er nog steeds elpee die kan worden uitgebracht, samen met de film Let It Be. Omdat in de film een fragment te zien is waarin George het nummer ‘I Me Mine’ aan de anderen voorspeelt, moet er een echte opname van worden gemaakt. Dat gebeurt op zaterdag 3 januari 1970. George krijgt daarbij de hulp van Paul en Ringo. John schittert door afwezigheid. Het trio neemt eerst 16 takes van de basis track op (akoestische gitaar, bas en drums). Vervolgens wordt het nummer afgewerkt met de nodige overdubs: elektrische piano en gitaar, zang, orgel en opnieuw akoestische gitaar. En dat allemaal voor een nummertje van nauwelijks anderhalve minuut.
De volgende dag vindt de laatste opnamesessies van The Beatles plaats. George, Paul en Linda voegen harmony zang toe aan take 27 van ‘Let It Be’, dat is geselecteerd om als single te worden uitgebracht. Daarna krijgt het nummer live overdubs van twee trompetten, twee trombones en een tenor saxofoon, in een arrangement van George Martin. Aan deze opname voegt George dan een tweede gitaarsolo toe, aangevuld met drums van Ringo en maracas van Paul. Helemaal aan het einde komt er dan nog een stukje cello’s.
’s Maandags stelt Glyn Johns dan een nieuwe mastertape voor de elpee samen. Hij weigert daarbij echter de pas afgewerkte nieuwe mix van ‘Let It Be’ te gebruiken.
Maar ook deze vierde versie wordt afgekeurd. The Beatles blijven het oneens of ze de plaat goed vinden of niet. Bovendien maakt John bezwaar tegen het vermelden van Glyn Johns als producer op de hoes.

Schrijver en theaterrecensent Kenneth Tynan heeft in deze periode contact met Paul. In een brief aan zijn uitgever laat hij weten dat zijn plan om Paul te interviewen niet kan doorgaan. ‘Met spijt moet ik je laten weten dat Paul McCartney liever niet heeft dat er over hem geschreven wordt, op dit moment. Ik begrijp dat The Beatles al geruime tijd uit elkaar aan het groeien zijn. Dit weekend ging Paul naar een opnamesessie voor een nieuwe single. Dat was blijkbaar de eerste activiteit van de groep waarbij hij betrokken was, in negen maand tijd. Hij heeft geen idee over hoe de toekomst er voor hem uitziet en wil vooral niet onder de loep terwijl hij een beslissing daarover neemt.’

Paul in the studio

Billy Martin
Zeer weinig mensen uit zijn omgeving zijn op de hoogte, waar Paul mee bezig is. Tony Bramwell is een van de weinigen die hij nog vertrouwt binnen Apple. ‘Het werd erg deprimerend tegen het einde. Alles gebeurde stiekem. Paul sloop studio’s in en uit, onder een valse naam, werkend aan zijn eerste solo-elpee. Ik moest hem geheimhouding beloven.’
Onder het pseudoniem Billy Martin, heeft Paul studiotijd geboekt van 10 tot 20 februari, in de Morgan Studio in noordwest Londen. Het is een relatief nieuwe studio, waar Led Zeppelin, The Kinks en The Who opnamen hebben gemaakt.

Hij wil er zijn basistracks afwerken, in een professionele omgeving. Omdat de VU-meters van zijn viersporen bandopnemer niet goed werkten, heeft hij moeten raden naar de opnameniveaus. Hij heeft daardoor veel werk om de opnamen over te zetten op 8-sporen. Pas daarna kan hij overdubs opnemen. Hij begint er ook enkele nieuwe opnamen, vanaf nul: ‘Hot As Sun’ en ‘Kreen-Akore’.

Voor het mixen van de tracks, werkt hij toch liever in de vertrouwde Abbey Road studio’s. Dat gebeurt vanaf 21 februari., nog steeds onder het pseudoniem Billy Martin. Waarschijnlijk niet toevallig heeft Ringo er net een dag eerder de laatste hand gelegd aan zijn solo-elpee Sentimental Journey.

Op 22 februari zet hij, in één sessie twee uitstekende nummers op band: ‘Every Night’ en ‘Maybe I’m Amazed’ op. Dat laatste is een eerbetoon aan de vrouw die hem door zijn depressie heeft gesleurd. ‘Dat was voor Linda en ook over haar,’ legt Paul uit. ’Ik wou een liefdesliedje, met wat meer diepgang: “Maybe I’m amazed the way you hang me on a line, pulled me out of time”. Het soort dingen dat je alleen aan je liefje kunt vertellen in een liedje. Ik denk dat veel mensen dat wel herkennen. Het is wat tegendraads, maar mensen begrijpen wat ik bedoel. Het is vooral dat “maybe’ I’m amazed”. Een rechttoe-rechtaan liefdeslied zou gaan van “I’m amazed at the way you love me”. Zo zou iets van Sinatra gaan en dan zou het ‘I’m Amazed’ heten. Maar door die ‘maybe’ is het alsof die kerel het niet echt wil toegeven.’

Op 25 februari rondt Paul zijn opnamen af. Eerst beluistert hij zijn werk tot dan toe. Vervolgens neemt hij ‘Man We Was Lonely’ op, in 12 takes. Hij werkt het nummer af (met een beetje zang van Linda) en mixt het in stereo.
Na afloop belt hij John om hem te zeggen dat hij een solo-elpee heeft opgenomen en dat hij die in april wil uitbrengen. Hij verklaart ook dat hij uit The Beatles wil stappen. John antwoordt alleen maar: ‘Goed! Dan zijn we al met twee die het mentaal aanvaard hebben.’

Storm op komst
Ondertussen blijft de Get Back/Let It Be saga blijft maar aanslepen. De première van de film nadert en de bijhorende elpee is nog steeds niet klaar. Allen Klein komt met het voorstel om de legendarische Amerikaanse producer Phil Spector in te huren. Die heeft, in januari John Lennon geholpen om diens solo single ‘Instant Karma!’ in te blikken. Lennon was zeer te spreken over zijn productie en de top 3 notering bewees dat Spector het nog steeds kon, zelfs al had hij zich drie jaar eerder teruggetrokken uit de muziekwereld.

Hoewel de vier Beatles hun akkoord geven, laten John en Paul het aan George en Ringo over om de mixsessies te superviseren. Vandaar dat op 23 maart, terwijl Spector de banden mixt in Room 4 van de Abbey Road Studios, Paul in een andere ruimte van het gebouw de master tapes voor McCartney klaarmaakt.

Twee dagen later ontdekt Paul dat Klein de releasedatum van zijn elpee heeft uitgesteld. Als directeur van Apple Records, bevestigt George Harrison hem echter dat de eerder gemaakte afspraken blijven gelden en er dus niks aan de hand is.

John is het daar echter niet mee eens en op 31 maart schrijft hij een brief aan Paul en laat die door George mee ondertekenen.

“Beste Paul,
We hebben veel nagedacht over jouw elpee en die van The Beatles en hebben besloten dat het stom zou zijn indien Apple twee belangrijke platen zou uitbrengen binnen één week (en dan zijn e rook nog die van Ringo en [de verzamelelpee] Hey Jude). Dus sturen we een brief aan [de platenmaatschappij] EMI dat ze jouw plaat uitstellen tot 4 juni.
We dachten dat je het wel zou begrijpen, wanneer je beseft dat de plaat van The Beatles verschijnt op 24 april.
Jammer dat het zo is moeten lopen – het is niks persoonlijks,
Liefs,
John en George”

Een tweede brief, die Lennon aan EMI schrijft, laat geen ruimte voor interpretatie: “We hebben besloten dat het beter voor ons is, wanneer de plaat niet op die datum verschijnt”.

Ringo staat er bij en kijkt er naar. ‘Ze stelden die brief op als directeurs van de firma,’ vertelt Ringo. ‘Ik vond het niet fair om de boodschap door een of andere loopjongen te laten overbrengen. Dus bood ik aan om hem zelf te gaan brengen.
Ik schrok behoorlijk, toen hij helemaal uit de bol ging. Hij schreeuwde naar me, porde met zijn vinger naar mijn gezicht en riep: ‘Ik maak jullie allemaal kapot’ en ‘daar zul je voor boeten.
Hij zei me dat ik best mijn jas kon aantrekken en vertrekken. Ik kon het niet geloven. Ik was er echt door aangedaan.

Paul verklaart zijn reactie later: ‘Ik wees hem de deur. Ik moest dat doen, om op te komen voor mezelf, want ik was aan het instorten. Het voelde aan als een enorme mentale klap.’
Ringo toont zich begripvol: ‘Hoewel ik vond dat hij zich gedroeg als een verwend kind, begreep ik dat de datum waarop de plaat zou worden uitgebracht voor hem van gigantische emotionele betekenis was. Ik vond… dat we hem zijn zin moesten geven.’

Op 7 april kondigt Pauls manager (en schoonvader) John Eastman de McCartney elpee officieel aan. De plaat zal tien dagen later verschijnen.

Paul heeft absoluut geen zin om promotionele interviews te geven voor zijn elpee. “Ik was getraumatiseerd, veronderstel ik,’ blikt hij terug. ‘Het was onwezenlijk en ik had geen zin in interviews voor die plaat. Omdat ik wist dat ze zouden vragen: “Hoe zit het met The Beatles?’ Ik had geen zin om daar om te antwoorden. Dus ik vroeg [aan Apple manager Peter Brown]: stuur me een lijstje met vragen en ik zal ze invullen.’
De ingevulde lijst wordt dan, samen met plaat verstuurd naar de journalisten.

Peter stelt een lijst met 41 vragen op. Een paar daarvan raken gevoelige punten aan.


V: Vond je het fijn om in je eentje te werken?
A: Zeer. Ik hoefde alleen an mezelf te vragen om een beslissing te nemen en ik ging altijd akkoord.
V: Is deze plaat een pauze, even weg van The Beatles of het begin van een solo carrière?
A: de tijd zal het uitwijzen. Een solo-elpee wijst op “het begin van een solo carrière”… en de plaat maken zonder The Beatles houdt een pauze in. Beide, dus.
V: Hebben je plannen om op te treden?
A: Nee
V: Is de breuk met The Beatles tijdelijk of permanent? Te wijten aan persoonlijke meningsverschillen of muzikale?
A: Persoonlijke meningsverschillen. Zakelijke meningsverschillen. Muzikale meningsverschillen. Maar bovenal: ik voel me beter bij mijn gezin. Tijdelijk of permanent? Geen idee.
V: Zie je Lennon-McCartney ooit nog opnieuw samenwerken?
A: Nee.

Later geeft Paul toe dat hij dit ‘zelf-interview’ nooit heeft bedoeld als aankondiging van de split. Hij beweert gewoon eerlijk de vragen te hebben beantwoordt. ‘Ik had kunnen zeggen: daar geef ik geen antwoord op,’ licht Paul in 1994 toe. ‘Maar ik dacht: de pot op. Als hij het wil weten, geef ik antwoord. Ik had het gevoel dat ik niet verder kon met mijn leven, als ik het niet vertelde.’

beatles-5

Don Short van de Daily Mirror is een van de eersten die een kopie van Pauls “zelf-interview” in handen krijgt. Hij trekt zijn conclusies. Maar wanneer hij navraag doet bij Apple, wordt daar alles ontkent. Toch bloklettert krant de volgende ochtend op zijn voorpagina: PAUL STAPT UIT THE BEATLES.
Het nieuws slaat overal ter wereld in als een bom.

Het hoofdkwartier van Apple wordt belegerd, maar niemand wil veel kwijt. Ringo verklaart droog: ‘Dit is ook voor mij nieuws.’ George geeft geen commentaar en John reageert laconiek: “Zeg maar dat ik grapte: hij stapte niet op – hij werd ontslagen.’

Paul zelf is niet bereikbaar voor commentaar: hij is met zijn gezin opnieuw naar Schotland vertrokken. De ernst van zijn verklaringen dringt nu pas tot hem door.
‘Het was nooit mijn bedoeling om mijn vertrek aan te kondigen. Dat is een misverstand. Toen ik de koppen zag, dacht ik: Christus, wat heb ik gedaan? Het was gewoon een feit. Ik stapte niet uit
The Beatles – The Beatles stapten uit The Beatles. Maar niemand wil de man zijn die het moet zeggen, dat het feestje voorbij is.’

Vernietigende kritieken
Het solo debuut van Paul McCartney verschijnt op 17 april 1970 (en drie dagen later in de Verenigde Staten), onder de toepasselijke titel: McCARTNEY. De back to basics filosofie die in het Get Back/Let It Be werd nagestreefd is duidelijk doorgetrokken: eenvoudige songs, improvisaties soms zelfs, gebracht zonder toeters of bellen.

De meeste kritieken zijn lauw tot zelfs agressief. Melody Maker heeft het over “het non-event van het jaar”. Ook de andere Beatles hebben enkel afkeer voor het werk van hun ex-collega: ondermaats meent John.

Toch worden er twee miljoen exemplaren van verkocht. De elpee strandt in Engeland op de tweede plaats, vlak achter Bridge Over Troubled Water van Simon & Garfunkel. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan stoot de plaat wel helemaal door tot de top.
En dat ondanks de steun van een single. Op radio’s wordt vooral ‘Maybe I’m Amazed’ veel gedraaid, maar Paul wil geen toestemming geven om het nummer op 45 toeren uit te brengen.
Wel is er een promovideo, geregisseerd door David Putnam, met een montage van foto’s van Paul en zijn familie.

Zes jaar later verschijnt ‘Maybe I’m Amazed’ alsnog op single, in een live versie van Wings Over America.


‘Every Night’ in een live versie uit 1979, met Wings, ter gelegenheid van een benefiet voor de bevolking van Campucea.


‘Singalong Junk’ opgenomen in 1991, voor MTV Unplugged.

Dit jaar bestaan The Rolling Stones vijftig jaar. Dat wordt alom gevierd. Reden genoeg om ook mijn steentje bij te dragen aan de feestvreugde. Laten we daarom eens terugblikken naar de eerste elpee van de groep die er werkelijk toe doet: Aftermath, uit 1966.

Voor de doorbraak van The Beatles waren de Britten er nooit in geslaagd iets te beteken de Amerikaanse hitparade. Daar kwam in 1964 verandering in, met de zogenaamde British Invasion. De Amerikaanse platenmaatschappijen waren echter overtuigd van hun superioriteit en meenden veel beter te weten wat de Amerikaanse jeugd wou. Daarom namen ze niet zomaar de Britse singlereleases over, maar kozen ze zelf welke songs ze als singles op de markt brachten. Ook de elpees werden onafhankelijk van de oorspronkelijke uitgaven samengesteld.

In Groot-Brittannië huldigde men het principe dat de klant recht had op waarde voor zijn geld: Value for money. Elpees telden er traditioneel 14 songs. Tracks die al op single waren uitgebracht, verschenen niet meer op een elpee. Dat werd aan de overzijde van de oceaan helemaal anders bekeken: daar zette men slechts 12 songs op een album, inclusief de recente hitsingles. Op die manier kon men de tracks uitsmeren over veel meer platen: drie Amerikaanse albums in plaats van twee Britse elpees. Money, money, money….

De artiesten hadden daarbij geen enkele inspraak in titels, hoezen of tracklists. The Beatles ergerden zich daar mateloos aan en dat gold ook voor hun collega’s, The Rolling Stones.

Keith, Andrew en Mick – december 1965 in RCA Studios

december 1965

De eerste drie platen van The Stones waren een samenraapsel van covers en wat eigen nummers, opgenomen tijdens wat vrije momenten tussen een druk tourschema. Om meer een eenheid te vormen besloot de groep om een hele stapel nieuwe zelfgeschreven songs op band te zetten, tijdens een weeklange sessie. ‘Al de vorige sessies waren haastklussen’, verklaart Keith Richards achteraf. ‘Dit keer konden we het rustig aan doen, de tijd ervoor nemen.’

Die sessie is gepland van 3 tot 8 december 1965, na afloop van een maandlange Amerikaanse tournee De songs hebben ze ook allemaal geschreven in die periode. ‘Een Amerikaanse tournee hield in dat je begon te schrijven voor een volgende plaat. Na een week of drie, vier had je genoeg materiaal, en dan trok je naar L.A. om er te gaan opnemen. We werkten snel op die manier en wanneer je zo’n tour achter de rug had, waren we prima op mekaar ingespeeld als band.’

Manager Andrew Loog Oldham, die ook optreedt als producer, heeft de RCA Studios in Hollywood, Californië, geboekt. Vanaf de eerste noten wist de band dat dit anders zou worden. ‘Die studio’s waren niet zo funky als die van Chess,” vergelijkt Bill Wyman met de studio in Chicago, waar ze het vorige jaar waren gaan opnemen. ‘Maar je krijgt er wel een commerciëler geluid. [De geluidstechnicus, Dave Hassinger] heeft een uitstekend oor. Hij zorgde voor een fantastische klank. Omdat de klank altijd goed zat, hadden we meestal genoeg aan een take of 3, 4 per song.’

Een van de eerste songs waaraan ze werken is ‘19th Nervous Breakdown’. “We hadden er net vijf hectische weken in de States op zitten en [op een avond] riep ik: “Geen idee wat jullie er van denken, maar ik ben zowat klaar voor mijn 19de zenuwaanval.” We zagen het als een mogelijke songtitel. Keith en ik werkten er aan tijdens de vrije momenten in de tour.”
Het meest opvallende kenmerk van de song zit helemaal aan het einde: Bill Wyman speelt er een paar reeksen aflopende basnoten. “Ik bespeelde een kleine Framus bas op dat nummer,’ legt hij uit. ‘Andrew of Keith vroeg: “Kun je niet iets aan het einde doen, om de ruimte tussen de zang en de band op te vullen? Ik bedacht dat Bo Diddley-achtige ding. Met mijn vingertop liet ik de snaar stuiteren tegen het pickup element en liep dan mijn vinger over de snaar. Dat gaf dat geluid alsof er een bom aan komt.’

‘Voor het eerst experimenteerden we ook met andere muzikanten,’ gaat de bassist verder. ‘Iemand als Jack Nitzsche speelde af en toe piano.’ Dat is bijvoorbeeld het geval op ‘Sad Day’. Op de 11 minuten lange track ‘Going Home’, is hij dan weer te horen op percussie. Zesde Stone, Ian Stuart, zit daarbij aan de toetsen.
Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling om zo’n lang nummer op te nemen. De song was voorzien als iets van een minuut of twee-drie. Maar ‘… toen we bezig waren, wachten we op een teken om op te houden’, verklaart Wyman. ‘Maar niemand gaf iets aan….’ Hij wijst ook nog op een foutje: ‘Op een moment hoor je de drums wegvallen. Keith had zijn jas naar Charlie geworpen. Die herpakte zich echter snel.’

Met dezelfde bezetting wordt ook ‘Doncha Bother Me’ op band gezet.
Bij ‘Take It or Leave It’ bespeelt Nitzsche het orgel. Brian Jones is daarbij dan weer te horen op klavecimbel en een Japanse snareninstrument: de koto.

Voor de solo op ‘Mother’s Little Helper’, grijpt Keith naar een 12-snarige elektrische gitaar. ‘Een 12-snarige met een slide er op, ‘specifieert hij. ‘Dat geeft het iets Oosters. Het nummer had iets speciaals nodig, want anders klonk het nogal vaudeville-achtig.’

Jack en Keith

Could You Walk On The Water?

Eens weergekeerd in Engeland, wordt uit de sessies een elpee samengesteld. De platenfirma, Decca Records, plant 10 maart 1966 als datum van verschijnen.

De tracklist:

kant 1: ‘19th Nervous Breakdown’, ‘Sad Day’, ‘Take It Or Leave It’, ‘Think’, ‘Mother’s Little Helper’
kant 2: ‘Goin’ Home’, ‘Sittin’ On A Fence’, ‘Don’t You Follow Me’, ‘Ride On, Baby’, ‘Looking Tired’

‘Goin’ Home’ is daarbij stevig ingekort, waardoor de plaat net geen half duurt. ‘Don’t You Follow Me’ is de oorspronkelijke titel voor wat later ‘Doncha Bother’ zal gedoopt worden en ‘Looking Tired’ tenslotte is een overblijvertje uit de sessies voor de vorige elpee, Out Of Our Heads.

Voor de hoes kiest Oldham een foto waarbij de hoofden van de bandleden tevoorschijn komen uit een waterreservoir.

Wanneer de plaat wordt gepresenteerd aan de raad van bestuur van de platenfirma verslikken enkele hoge pieten zich in hun thee bij het zien van de voorgestelde hoesfoto, in combinatie met de bewust provocerende titel. Ze weigeren de plaat uit te brengen op die manier.

Terwijl de onderhandelingen lopen, wordt ‘19th Nervous Breakdown’ naar voor geschoven als een single. Het verschijnt op 4 februari 1966, met op de b-kant een ouder nummer: de Stones versie van ‘As Tears Go By’. Marianne Faithfull had in ‘64 een hit gehad met haar versie van de song – één van de eerste successen van het schrijversduo Jagger/Richards. En de Stones versie was in de VS een hit in december ’65.
Daarom kiest men daar voor een nieuw nummer als b-kant: ‘Sad Day’.
Mede dankzij optredens op Top of The Pops en de Ed Sullivan Show bereikt de single aan beide zijden van de oceaan de top 3: 2 in de VS en 1 in Engeland.

maart 1966

Na afloop van een Australische tournee, keren Jagger en Co terug naar de RCA Studio’s in Los Angeles om er vier dagen lang bijkomende opnamen te maken: van 3 tot 9 maart 1966.

De vrijheid die ze er vorige keer hebben ervaren zet aan tot meer experimenteerdrift. De periode waarin The Stones uitsluitend rhythm-en bluesnummers brachten, ligt definitief achter hen. In 2003 blikt de zanger terug: ‘In die periode begonnen we ook wat andere soorten muziek te schrijven. Keith schreef veel melodieën en we probeerden verschillende arrangementen uit. Niets was vooraf gepland. Alles gebeurde in de studio, spontaan. We deden alles in een paar sessies bij RCA. We waren goed bezig. Het zit tsjokvol hooks: ‘Paint It Black’, die Bo Diddley riff in ‘19th Nervous Breakdown’ – uiterst hooky en pure pop.’

‘We experimenteerden meer met instrumenten,’ gaat de bassist verder. ‘We hadden nooit eerder die vrijheid in de studio. Brian vond er altijd wel iets om uit te proberen.’ Manager Andrew Oldham is het daar mee eens: ‘Brians bijdrage is merkbaar op zowat elke track bij die opnamen in RCA. Als hij een instrument niet kon bespelen, leerde hij het wel. Nummers als ‘Lady Jane’ of ‘Paint It Black’ zouden heel anders klinken zonder hem. Bij sommige songs was het veel meer dan alleen maar decoratief. Soms was het Brians spel dat er iets speciaals van maakte.’

‘Ik denk niet dat Brian de gitaar beu was,’ meent Mick. ‘Hij hield van het inkleuren van de songs – en hij deed dat uitstekend. Zijn gitaarspel was heel goed, vooral als hij slide speelde – dat was zijn sterke – maar hij was niet echt een rockgitarist. Keith deed dat beter en dus was Brian niet echt nodig daarvoor. Daarom greep hij naar een blokfluit of een sitar. Brian was meer een all-round muzikant dan een gespecialiseerd gitarist.’

‘Ik heb veel geleerd van platen als platen als December’s Children en Aftermath’, vertelt Keith. ‘Ik speelde alle gitaarpartijen die Brian normaal gezien zou hebben gedaan. Gekkenwerk was dat! Het was niet zoals tegenwoordig, dat je vier tot zes maanden aan een plaat werkt. Toen had je tien dagen de tijd om een elpee op te nemen… plus een single. Dat was de norm. Doordat Brian een stapje terug zette op [als gitarist], kwam alle druk op mij terecht.’

Een mooi voorbeeld is ‘Paint It Black’.
‘We zagen het [eerst] als een comedy track’, verklapt Keith, ‘met een funky ritme’. Maar dat leidde nergens naar toe. Ze zijn wat aan het dollen met de song, wanneer Bill Wyman met zijn vuisten op de pedalen van een Hammond orgel begint te slaan. Als Brian daar dan bij komt met een sitar, valt plots alles op zijn plaats.

Brian

Een flink aantal songs gaan natuurlijk over meisjes: ‘Lady Jane’, ‘Under My Thumb’, ‘Out of Time’ en ‘Stupid Girl’. De ode aan de adellijke Jane is één van die songs waarop ze nieuwe wegen verkennen. De akoestische gitaar van Keith wordt aangevuld met Jack Nitzsche op klavecimbel en Brian Jones op dulcimer, een snaarinstrument dat met stokjes wordt bespeeld. ‘Brian was helemaal weg van de dulcimer toen,’ weet Keith. ‘Dat kwam door Richard Fariña… We waren toen ook beginnen luisteren naar muziek uit de Appalachen. Als je het mij vraagt, klinkt ‘Lady Jane’ erg Elizabethiaans. Er zijn nog steeds enkele plekken in England waar ze zo nog spreken: het Engels van Chaucer’.
‘Ik heb zelf geen idee waar het eigenlijk over gaat,’ verklapt Mick. ‘De namen zijn historisch juist, maar het is puur toeval dat ze allemaal passen binnen dezelfde periode.’

In de andere songs komen de meisjes er niet zo goed van af. Stuk voor stuk worden ze onder de duim gehouden, als ouderwets bestempeld of gewoon dom genoemd. ‘Dat is het gevolg van onze omgeving…’, meent Keith. ‘…hotels en te veel domme grieten. Niet allemaal dom – verre van – maar je hebt er zo bij.’

Jaren later moet Mick zich nog steeds verdedigen voor deze vrouwonvriendelijke teksten. In 1976: ‘Ach, [die songs] waren zo naïef – en toch zit er ook een waarheid in, niet?. Ik vind niet dat er iets mis mee is. Het kwam er misschien niet helemaal goed uit, maar die songs waren toch echt wel juist. Kijk, je zegt iets en dan denken ze dat het op alle vrouwen slaat. Maar als je goed naar de tekst luistert – niet te letterlijk – “under my thumb, a girl who ONCE had ME down” Snap je? Dat is toch niet onredelijk. Waarom zou dat op elke vrouw slaan?’ ‘Het was gewoon terugslaan eigenlijk,’ verduidelijkt hij zes jaar later nog. ‘de “onderdrukte man” slaat terug.’
Dat komt uit mijn tienertijd’, meent hij in ’78. ‘In die tijd was er nog geen kritiek van de feministen, want dat bestond toen nog niet.’

Ook hier weer wordt het geluid bepaald door Brian – dit keer op marimba.
Op ‘Stupid Girl’ horen we Brian nog eens op akoestische gitaar. Keith speelt elektrische, Ian Stewart op orgel en Jack Nitzsche op elektrische piano. ‘Dat nummer is veel smeriger dan ‘Under My Thumb’, meent Mick in 1995. ‘Ik had duidelijk problemen toen. Mijn relatie zat niet goed. Of beter: teveel slechte relaties. Ik had toen veel vriendinnen. En geen van hen scheen het zich aan te trekken dat het niet echt klikte. Ik zat duidelijk in de verkeerde omgeving.’

Na afloop kijkt Mick tevreden terug op de sessies: ‘We namen 21 Jagger-Richard composities op in Los Angeles. We waren zo druk bezig, dat ik er over dacht om mijn bed naar de studio te verhuizen.’

Brian is niet zo gelukkig met de evolutie. Nu Mick en Keith alle songs aandragen, komt zijn positie als leider van de groep steeds meer onder druk te staan. ‘Fysisch, noch op andere wijze, was Brian sterk genoeg om de controle te houden’, verklaart Charlie Watts. Ook Ian Stewart bevestigt: ‘Songschrijver zorgde voor veel wrijvingen. Maar Brian kon het gewoon niet. […] Zijn probeersels waren echt vreselijk.’
Keith ziet het zo: ‘Brian trok het zich erg aan, dat Mick en ik alle songs schreven. […] Hij herwon nooit meer enige status. Hij verloor meer en meer zijn interesse in de groep.’ Dat gebrek aan doorzettingsvermogen kenmerkt zich ook in zijn spel. ‘Hij was een slimme muzikant’, weet Charlie, ‘maar hij bleef nooit lang genoeg aan iets werken om een uitstekend muzikant te worden. Hij bespeelde een bepaald instrument gedurende drie weken en keek er dan nooit meer naar om.’

Big Hits (High Tide and Green Grass)

De Amerikaanse platenmaatschappij begint stilaan ongeduldig te worden. Er wordt van uitgegaan dat groepen als The Beatles en The Rolling Stones slechts een paar jaar succes zullen hebben. Dus moet er snel geïncasseerd worden. Omdat de nieuwe elpee te lang op zich laat wachten, komen ze, op 28 maart 1966, met een verzamelalbum: Big Hits (High Tide and Green Grass).

Het fotoboekje dat was voorbereid voor Could You Walk On Water wordt er bij gevoegd en voor de hoes wordt een andere foto uit dezelfde fotosessie in het Franklin Canyon Park in Los Angeles gekozen. London Records is echter wel zo voorzichtig om te kiezen voor een foto waarbij de Stones naast het water staan en niet er op!

Aftermath

De Britse platenfirma kiest er voor om nog even te wachten met de verzamelaar en brengt Aftermath uit op 15 april 1966. De titel Aftermath – nasleep – is een inside-joke naar de lange strijd om de oorspronkelijke elpee uit te brengen.

In de tussentijd zijn een aantal nummers uit de eerste sessies geschrapt. ‘19th Nervous Breakdown’ en ‘Sad Day’ zijn al op single verschenen. ‘Ride On Baby,’ ‘Sitting On A Fence’ en ‘Looking Tired’ verdwijnen in de kast (al duiken twee van die drie songs in 1967 op, op de Amerikaanse compialtie Flowers).

De klemtoon komt te liggen op de recentere opnamen. Van de elf nummers opgenomen in maart, worden er negen geselecteerd voor de nieuwe tracklist.

Die ziet er zo uit:
kant 1: ‘Mother’s Little Helper’, ‘Stupid Girl’, ‘Lady Jane’, ‘Under My Thumb’, ‘Doncha Bother Me’, ‘Goin’ Home’
kant 2: ‘Flight 505’, ‘High And Dry’, ‘Out Of Time’, ‘It’s Not Easy’, ‘I Am Waiting,’ ‘Take It Or Leave It’ ‘Think’, ‘What To Do’

De twee overblijvende songs, ‘Paint It, Black’ (met komma, opeens) en ‘Long Long While’ komen terecht op de volgende single, die op 13 mei verschijnt. Het wordt de zesde Stones singles die de top bereikt in Engeland.

De Britse muziekpers reageert enthousiast op de elpee. Melody Maker noemt het ‘ongetwijfeld de beste Stones plaat tot nu toe’ en de New Musical Express stelt dat de band ‘heeft gezorgd dat je de beste investering ooit kunt doen met deze nieuwe elpee’. Het publiek volgt: de plaat verdringt de soundtrack van The Sound Of Music van de top en voert acht weken lang de Britse hitlijsten aan.
… waarna het weer de beurt is aan ‘Edelweiss’ en ‘The hills come alive…’.

Een andere Aftermath

Omdat ze de verkoop van de verzamelelpee niet willen dwarsbomen, wacht London Records tot 1 juli eer ze Aftermath in de VS op de markt brengen. In afwachting verschijnt wel al ‘Paint It, Black’ op single, maar met ‘Stupid Girl’ als b-kant. De single bereikt ook daar de top.

Wanneer Aftermath er dan, met anderhalve maand vertraging, toch verschijnt, is er, ironisch genoeg, toch weer gekozen voor een andere tracklist en hoes. Vier nummers houdt men achter de hand voor latere releases: ‘Mother’s Little Helper’, ‘Out Of Time’, ‘Take It Or Leave It’ en ‘What To Do’. De meest recente hitsingle komt vooraan en het 11 minuten lange ‘Goin’ Home’ komt als afsluiter, in plaats van pal in het midden van de plaat.

Dat geeft dit resultaat:
kant 1: ‘Paint It, Black’, ‘Stupid Girl’, ‘Lady Jane’, ‘Under My Thumb’, ‘Doncha Bother Me’, ‘Think’
kant 2: ‘Flight 505’, ‘High and Dry’, ‘It’s Not Easy’, ‘I Am Waiting’, ‘Goin’ Home’

De hoesfoto wordt vervangen door een andere foto, geleend uit het programmaboekje van de Britse tournee. Voor alle duidelijkheid is de bandnaam er bij gezet, plus de toevoeging: ‘Including ‘Paint It, Black’’.

Ter promotie is er ook een nieuwe single: ‘Mother’s Little Helper’ met ‘Lady Jane’ als b-kant.
Desondanks moet Aftermath het afleggen tegen Yesterday and Today van The Beatles – ook al zo’n Amerikaanse bijgeharkt zootje. Vooral bekend omwille van de slagershoes, waarmee de vier uit Liverpool wilden protesteren tegen het verminken van hun elpees door de Amerikaanse platenmaatschappij.

Charlie, Andrew, Brian, Mick, Keith en Bill
Jack en Ian buiten beeld.

In 1995 blikt Mick Jagger terug op de plaat: ‘Die plaat was een keerpunt voor ons. Het was de eerste keer dat we alle songs zelf schreven. Eindelijk konden we breken met die, ongetwijfeld, zeer fijne en interessante covers van oude R&B songs – het blijven tenslotte covers. Om eerlijk te zijn: we vonden trouwens dat we die nummers geen recht deden, vooral omdat we de maturiteit niet hadden. […]
[Aftermath] biedt een heel spectrum aan muzikale stijlen: ‘Paint It Black’ was zo’n beetje een Turks nummer. Er waren ook erg bluesy dingen, zoals ‘Goin’ Home’. Als ik me niet vergis staan e rook watt rage nummers tussen. Heel wat goede nummers, verschillende stijlen en goed opgenomen. Wat mij betreft: een hoogtepunt.’

Het verhaal is welgekend. Dick Rowe van Decca was de man die The Beatles niet wou tekenen, na hun auditie op 1 januari 1962. “Guitar groups are on the way out, Mr. Epstein.”

17 maand later is de man in de Philharmonic Hall in Liverpool. Hij zit er in een jury van een talentenwedstrijd: the Lancashire and Chesire Beat Group Contest. Naast hem zit George Harrison. Erg vervelend, natuurlijk.

Maar de man ziet zijn kans om zijn gezicht en misschien wel zijn carrière te redden. Hij vraagt aan George of die hem een tip kan geven voor een andere groep, voor zijn label. George raadt hem aan eens naar The Rolling Stones te gaan kijken. “Je kunt ze vinden in de Crawdaddy Club, in Richmond” voegt George er nog aan toe.

Volgens Stephen Davis in Old Gods, Almost Dead, reed Rowe in een ruk van Liverpool naar Londen, om er de band in actie te zien. In die tijd waren er nog geen snelwegen en was dat een rit van 7 à 8 uur. Diezelfde avond nog tekende Andrew Loog Oldham, de nagelnieuwe manager van de band, het contract.

In Rolling With The Stones, plakt Bill Wyman er de exacte datum op: 5 mei 1963.

Fantastisch verhaal, toch?

Nemen we er de boeken van Mark Lewisohn bij. De man heeft alle kranten van Liverpool en omstreken uitgeplozen om dag aan dag te kunnen weergeven wat The Beatles deden. Waar ze optraden enz. Hij heeft geen enkele advertentie gevonden voor die talentenwedstrijd.

Sterker nog: The Beatles waren niet eens in England op dat moment.

Op zondag, 28 april 1963, vlogen George, Paul en Ringo naar Santa Cruz, Tenerife, voor een vakantie met hun vrienden uit Hamburg. Ze keerden weer op 9 mei.

Het lijkt er dus op dat het één van de vele verhalen is, die verzonnen zijn door Andrew Loog Oldham, om zijn groep in de pers te krijgen.

Een tijdje geleden plaatste ik hier een foto van mijn Dylancollectie.
Iemand vroeg toen of ik zoiets kon doen met mijn verzameling Beatlesspullen.

Mijn passie voor The Beatles begon in 1973. Toen kocht ik de blauwe en rode verzamelaars. Tot mijn verbazing (her)kende ik veel meer songs van de groep dan ik had verwacht.  In eerste instantie vond ik de beginperiode het leukst, maar algauw fascineerde de songs op de blauwe elpees me meer. Het einde van ‘A Day In The Life’ vond ik zelf ronduit angstaanjagend.

Korte tijd later zag ik in het uitstalraam van een boekenwikel in Maastricht Het complete platenverhaal (zie foto 3 onderaan). Toen ik aan de juffrouw in de winkel naar het boek vroeg, antwoordde ze: “Die metde kostuums van Sgt. Peppers op de omslag?” Ik had geen idee waarover ze het had.

In dit boek staat het chronologische verhaal van alle Britse singles en elpees van de groep.  Daardoor kon ik netjes alle juiste platen kopen, want toen lagen nog vele vreemde (Amerikaanse, Franse… persingen) in de winkels. 
Het heeft een jaar of vier geduurd eer ik alles bij elkaar had. Daarna begon ik aan de platen van Paul, John, George en Ringo (in die volgorde).

In 1989 ontdekte ik in een platenwinkel in Aken een aantal bootlegs Unsurpassed Masters. Die lagen toen nog gewoon in de rekken. Het was kort na het verschijnen van het fantastische boek The Complete Beatles Recording Sessions van Mark Lewisohn, waarin sprake was van die outtakes. Opeens had ik er een heel pak nieuwe nummers bij.Daardoor was ik weer een hele tijd zoet met mijn liefde voor de groep.

In het midden van de jaren negentig kwam er dan The Beatles Anthology, met drie dubbel-cd’s, het boek en een TV-reeks. Die nieuwe singles hadden voor mij echt niet gehoeven.

Tegen 2003 ben ik gestopt met het kopen van nieuwe dingen van The Beatles.

En nu de foto’s. Wanneer je er op klikt, kun je, in een nieuw blad, de foto’s op groter formaat zien.    

 

 

 

A DAY IN THE LIFE

 

 

John en Paul sloten ooit een deal om alle songs die ze samen of afzonderlijk schreven te laten registreren als Lennon/McCartney. Vooral in de beginjaren van The Beatles was dat ook het geval. Gaandeweg verliep de samenwerking wat losser, waarbij de basisstructuur van een nummer aan de ander werd gepresenteerd, zodat die eventueel wat verbeteringen of aanvullingen kon voorstellen. De voornaamste songschrijver is meestal heel eenvoudig te herkennen: diegene die het nummer heeft geschreven zingt het ook.

‘A Day In The Life’ is een van die songs waaraan beide songschrijvers een belangrijke bijdrage hebben geleverd. Elk op hun typische manier.

 

Jarenlang hebben The Beatles zowat 24 uur per dag samengeleefd. Maar in augustus 1966 zijn ze gestopt met touren. Meteen kan elk zowat zijn eigen weg gaan. Dat is duidelijk merkbaar aan hun uiterlijk. De uniforme pakken zijn vervangen door kleurrijke outfits met gestreepte broeken en bolletjeshemden. Het typische Beatleskapsel is verdwenen en snorren en baarden sieren de bekende gezichten.

 

Paul heeft een huis gekocht, op wandelafstand van de EMI studio aan Abbey Road, in het noordwesten van Londen. Doordat hij nu vlakbij woont is hij dikwijls eerder dan de andere in de studio. Hij probeert er nieuwe muzikale ideeën en productie-effecten uit, die hij dan aan de anderen voorstelt als een voldongen feit. Ringo schijnt het zich niet aan te trekken, wanneer Paul een bepaald drumpatroon voorstelt. Maar George is er niet zo mee opgezet wanneer hij Pauls gitaarsolo’s noot voor noot moet naspelen.

Ook privé gedraagt Paul zich als een vrije vogel. Zijn verloofde, de actrice Jane Asher, is soms maandenlang op tournee met het theatergezelschap waarvan ze deel uitmaakt. Paul stort zich dan volop in het uitgangsleven. ‘Ik was een vrijgezel in Londen,’ legt hij, in ‘86 uit aan Rolling Stone.  “Ik leefde op mijn eentje, bezocht toneelstukken, verdiepte me in [het underground tijdschrift] International Times met Allen Ginsburg. Het was een fantastische tijd. Ik maakte 8 mm amateur filmpjes en toonde ze beeld per beeld – klik, klik, klik – zodat ze bijna een uur duurden, in plaats van 10 minuten, weet je wel? Ik herinner me dat ik ze liet zien aan Antonioni – die in stad was om er Blow Up te draaien – en Keith Richards. We brachten heel wat fijne avonden door – niet altijd even nuchter, vrees ik – met het kijken naar die films. Ik heb ze nog steeds ergens liggen.
Ik hield ook van Stockhausen en maakte heel wat geluidstapes. Die zond ik dan naar vrienden, gewoon voor de lol. Ik weet nog dat ik ooit tegen John zei: “Ik ga een plaat maken met deze spullen. Die heet ik dan Paul McCartney Goes Too Far.” John riep: “Dat moet je doen, man!”

 

John daarentegen zit zowat gevangen in zijn villa in het chique Weybridge, op een uur rijden van Londen. Wanneer het niet echt nodig is, komt hij zijn huis niet uit. Dat vertaalt zich in de onderwerpen van de songs die hij bijdraagt aan Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Een tekening van zijn vijfjarige zoontje Julian vormt de inspiratie voor ‘Lucy In The Sky With Diamonds’. De kreet van reclamespotje voor cornflakes verwerkt hij tot ‘Good Morning, Good Morning’ en een antieke poster voor een circusvoorstelling gebruikt hij haast letterlijk voor ‘For The Benefit Of Mr. Kite’.

Voor ‘A The Day In The Life’ baseert John zich op een aantal artikels in de Daily Mail van 17 januari 1967.

 

 

17 januari 1967

 

‘Een schitterende song,’ meent Paul. ‘Grotendeels Johns nummer, maar ik was er bij betrokken van in het begin. Hij vertelde me het idée om de tekst te baseren op artikels uit de krant.’

John bevestigt: ‘Ik schreef het nummer met de Daily Mail voor me, op de piano,’ vertelt John in 1967. ‘Het lag open op ‘News In Brief’ of ‘Far or Neer’ of hoe ze dat noemen.’ Twee verhalen trokken mijn aandacht. Eentje was over een erfgenaam die dood ging in zijn auto. Dat was het belangrijkste nieuws. Hij strierf in Londen bij een auto ongeluk.’

 

Het is het verslag van de lijkschouwing op Tara Brown. Het artikel trok de aandacht van John, omdat Tara een vriend van Paul was. Browne was een van de koplopers van de Londense Underground scène. Met kleding in wilde kleuren  en zijn psychedelische beschilderde sportwagen was hij een opvallend figuur. Zodra hij 25 zou worden, wachtte hem een enorme som geld, als erfgenaam van het Guinness fortuin.

Paul was een regelmatige bezoeker in Tara’s luxe vrijgezellenflat in Belgravia, waar ze marihuana roken en uren naar muziek luisteren.

 

De 21-jarige jongeman negeerde in de vroege uren van 18 december  1966 een rood licht. Zijn Lotus Elan crakste tegen een geparkeerde bestelwagen. Zijn 19-jarige vriendin Suki Poitier overleefde de klap, maar Tara zelf was niet zo gelukkig.

 

I read the news today oh boy
About a lucky man who made the grade
And though the news was rather sad
Well I just had to laugh
I saw the photograph
He blew his mind out in a car
He didn’t notice that the lights had changed
A crowd of people stood and stared
They’d seen his face before
Nobody was really sure
If he was from the House of Lords.

Paul relativeert: ‘De regel over de politicus die zelfmoord pleegde in zijn auto schreven we samen. Er wordt beweerd dat het over Tara Browne gaat, de erfgenaam van Guinness, maar dat denk ik niet. Toen we het schreven dacht ik toch niet aan Tara. John misschien wel. Ik beelde me een politicus in, die verdoofd door drugs aan een verkeerslicht stopte, zonder te merken dat de lichten veranderd waren. Dat van ‘blew his mind’ was puur een verwijzing naar drugs… had niets van doen met een auto ongeval.‘

 

Ook John distancieerde zich: ‘Ik gaf geen verslag van het ongeval. Tara schoot zich niet voor het hoofd. Maar dat kwam bij me op toen ik dat schreef.’

 

 

De tweede strofe gaat over een oorlogsfilm. Het is een verwijzing naar How I Won the War, de film van Richard Lester, waarin Lennon geacteerd heeft (zie ‘Strawberry Fields Forever’).

 

I saw a film today oh boy
The English Army had just won the war
A crowd of people turned away
but I just had to look
Having read the book

 

Voor de laatste strofe grijpt John opnieuw naar de krant van 17 januari. Er was een stukje over dat ze vierduizend gaten hadden geteld in Blackburn Lancashire.’

‘Bladerend door de krant vonden we kleine stukjes, zoals dat over de gaten in de weg in Blackburne, Lancashire,’ vertelt Paul, ‘en een ander over de [Londense concertzaal] Albert Hall. John verbond die twee, heel handig, als ‘now how many holes it takes to fill the Albert Hall’….’

John vult aan: ‘Toen we de song opnamen, ontbrak er nog een woord… Ik wist dat het zoiets moest worden: ‘Now they know how many holes it takes to  – puntje, puntje – the Albert Hall.’ Om de een of andere redden kon ik geen werkwoord bedenken. Wat deden die gaten in de Albert Hall? Het was Terry Doran die kwam met ‘fill’ the Albert Hall. Dat werd het dan.’

‘…en daardoor werden we in de ban geslagen’, lacht Paul. ‘De BBC dacht dat we vulgair deden. Dat was niet het geval.’

 

I read the news today oh boy
Four thousand holes in Blackburn, Lancashire
And though the holes were rather small
They had to count them all
Now they know how many holes it takes to fill the Albert Hall.

 

 

Daarmee heeft John drie strofen, waarin hij het verschil beklemtoont tussen de werkelijkheid en het waarnemen ervan.

 

 

18 januari 1967

 

‘’A Day in the Life’ – dat was me wat!,’ vertelt John trots, in 1968. ‘Ik hield er van. Een prima samenwerking van Paul en mezelf. Ik had dat stuk van ‘I read the news today’ en Paul was er weg van. […] Ik had een middle-eight nodig, en Paul had er een. Bang, bang, en hij had het. Het ging mooi samen. ’

 

Zoals John het uitlegt, moet Paul met zijn middenstuk zijn gekomen  tijdens de repetitie. ‘We arrangeerden en repeteerden het – dat doen we niet vaak – de dag voor de opname, in de namiddag. We waren aan het spelen en raakten goed op dreef. We wisten dus allemaal wat we zouden spelen.’

 

Pauls stukje gaat over de routine van elke dag en het ontsnappen aan de dagdaagelijkse realiteit.

‘Het was iets helemaal anders, maar het paste toevallig,’ meent Paul. ‘Het was gewoon iets waarbij ik me herinderde hoe het was om de straat uit te lopen om de bus te nemen, naar school. Iets roken en de klas in gaan. Een reflectie over mijn schooltijd. Ik rookte een Woodbine, iemand zei iets en mijn gedachten dwaalden af.’

 

Het is nog een overblijvertje van het begin van de opnamen, toen zowel ‘Strawberry Fields Forever’ als ‘Penny Lane’ over hun jeugd in Liverpool gingen. Het concept om daarmee een hele elpee te vullen, ging echter de deur uit, toen beide nummers geselecteerd werden voor een single en daarmee van de traklist voor Sgt. Pepper’s werden geschrapt.

 

Woke up, fell out of bed,
Dragged a comb across my head
Found my way downstairs and drank a cup,
And looking up I noticed I was late.
Found my coat and grabbed my hat
Made the bus in second splat
Found my way upstairs and had a smoke,
and somebody spoke and I went into a dream.

De bindende kracht tussen de bijdragen van beide songschrijvers is het zinnetje “I’d love to turn you on.”

Paul stelt hij het zo: ‘Tim Leary kwam in die tijd met “Turn on, tune in, drop out” en wij schreven ‘I’d love to turn you on.’ John en ik keken mekaar aan en wisten: ‘ja hoor, dit gaat over drugs. Jij hebt het door, he?’

 

Niemand weet wie met het zinnetje kwam aanzetten. Zelf geven ze mekaar de eer. John, in 1980: ‘Pauls bijdrage was dat prachtige bindstukje ‘I’d love to turn you on.’ Ik had het grootste stuk van de song en de tekst, maar hij kwam met dat zinnetje dat hij in zijn hoofd had en nergens anders voor kon gebruiken.’

 

Vier jaar later, meent Paul dan weer dat John de regel bedacht. ‘Ik herinner me […] dat ik dacht: veel verder kunnen we niet gaan. […] Dat was er eentje van John en een verdomd goeie ook. ‘

19 en 20 januari 1967

 

De opnamen beginnen op donderdag 19 januari, om half acht ‘s avonds. De werktitel is dan nog: ‘In The Life Of….‘

 

De basis track is een live opname van bongo’s (Ringo), maracas (George), piano (Paul) en akoestische Gibson J-160E (John). Daarna zingt John het nummer in.

Omdat ze nog geen idee hebben hoe het middenstuk eruit zal zien laten ze een assistent de 24 maten aftellen. Onder begeleiding van Paul’s getinkel op de piano en met steeds meer echo op zijn stem telt hij Mal Evans van 1 tot 24.  ‘Omdat we dat nogal freaky vonden,’ legt Paul uit. Om het einde van dat deel aan te duiden, laten ze een wekker aflopen.

Pauls zang ontbreekt dan nog, maar na Johns derde strofe telt Mal opnieuw tot 24. Tot slot klinkt er een piano die altijd maar klimt en klimt en klimt en… stop.

Take 1 is indrukwekkende opname. Johns merkwaardige manier van aftellen (‘sugar plum fairy, sugar plum fairy’) is te beluisteren op Anthology 2.

 

Darana volgen nog drie pogingen om dit te verbeteren. Take 4 is de beste versie. Deze wordt gebruikt voor verdere overdubs: John zingt het nummer daarna drie keer in, op de sporen 2, 3 en 4, telkens zwaar bewerkt met echo. Op spoor 3 staat ook nog het pianointro van Paul.

 

De volgende dag wordt take 4 teruggebracht tot twee sporen, in 3 mixen, 5 tot 7, waarvan 6 de beste wordt bevonden. De basistrack blijft spoor 1, terwijl de drie andere sporen zijn samengevoegd op spoor 2. Hierop zingt Paul zijn stukje in. Maar daarbij vergist hij zich en zegt ‘Oh shit’ zodat het later opnieuw moet worden ingezongen.

Op spoor 3 komen Ringo’s drums en Paul op bas. Spoor 4 wordt oorspronkelijk vrijgehouden voor het orkest, maar dan wil Paul wil toch nog wat piano toevoegen en zo is de band opnieuw vol.

 

Op 3 februari zingt Paul zijn deel opnieuw in. Ook de ritmesectie op spoor 3 wordt overgedaan, waarbij Ringo tom-toms bespeelt, in plaats van zijn gewone drumstel. Daar was heel wat overtuigingskracht voor nodig. ‘We moesten hem overhalen om tom-toms te spelen,’ verklapt Paul. ‘Hij wil nooit een solo doen, maar we supporterden: “Kom op. Je bent geweldig! Dit wordt prachtig.”  En dat was het ook.‘

 

 

 

10 februari 1967

 

Hoewel de rest van het nummer zo goed als klaar is, zijn er nog twee keer 24 maten die moeten gevuld worden. Paul heeft een voorstel: een “freak-out”, een geluid dat steeds luider wordt. ‘Het crescendo van het orkest was gebaseerd op wat ideeën die ik kreeg door Stockhausen en zo… Een beetje abstract.’

John ziet dat wel ziten: een ‘geweldige opbouw, van niets tot zoiets als het einde van de wereld.’

 

Paul stelt voor negentig muzikanten in de studio te halen en die telkens een toontje hoger te laten spelen tot de limieten van hun instrument. George Martin ziet dat niet zitten. Zelfs voor The Beatles zouden de kosten, te hoog oplopen.

 

Zo’n bende kun je ook niet onvoorbereid in de studio halen, vindt de procucer. Dus maakt hij op 30 januari een ruwe mono mix 1 van take 6 als demo. Op basis daarvan schrijft Martin, in samenspraak met McCartney een soort arrangement. Het komt er op neer dat de muzikanten beginnen op de laagste noot van hun instrument en geleidelijk hoger gaan, om te eindigen op de allerhoogste noot.

 ‘Ik begon met op de partituren voor elk instrument de laagste noot te schrijven, eindigend met een E majeur akkoord. Aan het begin van elke van de 24 maten gaf ik aan waar ze ongeveer moesten zijn op dat moment.’

 

De grote dag is 10 februari. Die dag verzamelt een bonte bende in de studio. The Beatles hebben wat vrienden uitgenodigd: Mick Jagger en Marianne Faithfull, Keith Richard, Mike Nesmith, Donovan, Simon en Marijke van The Fool, Ron Richards, Tony Bramwell…

 

Er zijn twaalf violen, vier violas, vier cello’s, twee bassen, één harp, één oboe, twee fluiten, drie trompetten, drie trombones, een tuba, twee klarinetten, twee bassooons, twee hoorns en een percussionist. De veertig klassiek getrainde muzikanten komen veelal uit de orkesten van het Royal Philharmonic en de London Symphony.

George Martin heeft de zware taak hen uit te leggen dat ze maar één noot hoeven te spelen. Maar wel steeds luider.  ‘Ze mochten het eigenlijk in hun eigen tempo doen… maar zo werkt een orkest niet. Dat is tegen hun tradities.’

 

Om de sfeer te bevorderen worden gekke hoedjes, valse neuzen en dergelijke uitgedeeld.

 

Zeven camera’s moeten alles op beeld vastleggen.

‘Het was een zootje,’ meent Peter Brown. ‘Ze filmden de laatste sessie in Abbey Road – die met het London Symphony Orchestra. Toen we aankwamen deelden ze 16 mm camera’s uit, en draagbare microfoons. We mochten filmen wat we wilden. Maar er waren geen afspraken gemaakt voor enige echte filmopnamen. Alles was dus puur naar eigen goeddunken. Geen enkel shot was lang genoeg – de mensen amuseerden zich gewoon met de camera’s.’

 

George Martin geeft de instructies: ‘We beginnen heel stil en eindigen heel hard. We straten heel laag en eindigen geel hoog. Je moet zelf bepalen hoe je er geraakt, zo geleidelijk aan mogelijk… zonder echte noten te spelen. Wat je ook doet, luister niet naar de kerel naast je, want ik wil niet dat je hetzelfde doet.’ Natuurlijk keken ze me allemaal aan alsof ik niet goed wijs was.’

 

Het dirigeren van het orkest neemt Paul op zich: ‘Wat opviel was dat je goed het karakter van het orkest er in zag: de strijkers zijn als schapen – ze keken naar wat de ander ging doen. “Ga jij omhoog? Ik ga!” en dan gingen ze allemaal samen. De leider nam hen mee. De koperblazers waren veel wilder. Jazz kerels, he.’

Na afloop breekt er een spontaan applaus los.

 

Het geheel wordt vier keer opgenomen op afzonderlijke opnameapparatuur, terwijl de opnamen van the Beatles op een andere meespeelt. Zo krijgt Paul eigenlijk veel meer dan hij had gevraagd: 160 muzikanten!

 

Na afloop van de opnamen worden de vier sporen samengedrukt op één spoor: take 7.

 

Wanneer de muzikanten naar huis zijn proberen the Beatles met hun vrienden een idee uit voor het einde van het nummer: een langgerekte “hummmmmm”. Ze proberen het vier keer eer ze een take hebben waarop ze niet in lachen uitbarsten. Die opname, take 11, wordt dan nog drie keer overgedaan zodat een hele band ermee vol staat. Het geheel is echter niet echt bevredigend, ook al omdat niemand het 20 seconden volhoudt.

 

 

22 februari 1967

 

Omdat het “koor van stemmen” niet geslaagd is, wordt op 22 februari een ander idee uitgeprobeerd: één langgerkte noot op de piano.

Paul heeft weer de leiding: “Have you got your pedal down, Mal?”

Mal: “Which one’s that?

Paul: “The right hand one, far right. It keeps the echo going.”

John: “Keep it down the whole time.”

Paul: “Right. On four then. One, two, three…”

 

John, Paul, Ringo en Mal Evans slaan gelijktijdig het E majeur akkoord aan, op drie piano’s: Buuungggg.

Er zijn negen takes nodig om precies gelijk te raken.

De laatste poging wordt als beste gekozen en hierop wordt alles dan nog drie keer overgedaan, met steun van George Martin op een harmonium. Dit geluid wordt dan nog bijgewerkt tot een langgerekte geluidsmuur van 53″.

 

Na ongeveer 34 uren werk is ‘A Day In The Life klaar’ om te worden gemixt. Met 5’03” is ‘A Day In The Life’ zo’n twee minuten langer dan elk ander nummer dat The Beatles tot dan toe hadden uitgebracht.

 

Wanneer David Crosby de mannen, in de studio, komt bezoeken, krijgt hij het voorrecht om het nummer te beluisteren. ‘Voor zover ik weet, was ik de eerste mens, behalve hen en George Martin en de geluidstechnici om ‘A Day In The Life’ te horen. Ik had heel wat [hash] gerookt. […] Ze zetten me daar neer. Ze hadden gigantische luidsprekers, op wieltjes en die werden aan weerszijden van de stoel gezet. Tegen het einde van dat laatste pianoakkoord lagen mijn hersens op de grond, man.’

Woensdag 6 juni 1962 is een historische dag. Het Liverpoolse bandje The Beatles mag op auditie in Londen. John Lennon is 21, Paul McCartney net geen 20, George Harrison 19 en  Pete Best 20.

De kans is hen geboden door George Martin, producer en hoofd van Parlophone. Martin is, in 1955, gepromoveerd tot hoofd van het platenlabel. Al stelt dat ook weer niet zoveel voor, want Parlophone is slechts een onbeduidende afdeling van het grote EMI. Het label houdt het hoofd boven water door een specialisatie in comedy platen, met artiesten als Peter Sellers en Spike Milligan. Martin wil het ruimer zien en zoekt naar aansluiting bij een jeugdiger publiek. 

Brian Epstein, de manager van het groepje uit Liverpool heeft Martin in februari een band laten horen met eerdere opnamen van de groep voor een andere platenmaatschappij: Decca. Die had The Beatles afgewezen met de legendarische woorden: “Groepjes met gitaren hebben afgedaan, meneer Epstein.” 

Ook Martin bedankt in eerste instantie. “Ze hadden een ongewoon geluid: een zekere ruwheid, die ik nog nooit eerder was tegengekomen. Ik vond het wel interessant dat er meerdere zangers waren – dat op zich was ongewoon.”

Epstein houdt echter vol. Op 9 mei heeft hij een nieuwe afspraak met de producer. Gecharmeerd door het enthousiasme van de man, stemt Martin om de groep een kans te geven. “Ik wou ze eens zien en dan bekeken we wel hoe het verder moest.”

Hij biedt Epstein zelfs een opnamecontract aan. Hij heeft immers niets te verliezen. Het contract voor één jaar voorziet dat vier songs zullen worden uitgebracht, waarvoor Brian en The Beatles samen een penny krijgen per plaat (er gaan 240 pennies in £1 – en dat moet dan door 5 worden gedeeld). Voor platen die eventueel in het buitenland worden verkocht krijgen ze maar de helft.

Achteraf geeft Martin toe dat de overeenkomst kan bestempeld worden als “Pretty awful”.

Bovendien houdt hij nog een slag om de arm: hij zal de papieren in orde laten brengen, op de handtekeningen na. Die zullen eventueel, bij de auditie op 6 juni, gezet worden.

het telegram dat Epstein aan The Beatles in Hamburg stuurde om hen te vertellen dat hij een contract versierd had.

 

 

The Beatles keren op zaterdag 2 juni terug uit Hamburg, waar ze enkele maanden hebben gespeeld. Hoewel ze pas ’s avonds laat in Liverppol arriveren, staat Epstein er op dat ze de volgende middag om 3 uur present zijn in The Cavern voor een uitgebreide repetitie.  Hij heeft een lijst opgesteld met 33 nummers die ze zouden kunnen spelen voor meneer Martin. De songs zijn met zorg gekozen om alle aspecten van de groep aan bod te laten komen. Er zijn zowel covers bij, als zelfgeschreven nummers. Er zijn rockers bij, maar ook shownummers en songs uit musicals. Elk van de drie zangers heeft zijn eigen lijstje: Paul zingt dertien keer, John tien keer en George zeven. En dan is er nog een medley waarbij elk van de drie een solospot neemt. Ook de volgende dag is er nog een repetitie. Je kunt beter goed voorbereid zijn.

Dinsdag vatten ze dan de lange trip naar Londen aan: 320 km, waarvan het grootste gedeelte over gewone wegen (er is enkel een autostrade vanaf Birmingham). De trip duurt acht à tien uur. Zelfs radio kan de eentonigheid niet doorbreken, want muziekprogramma’s zijn beperkt tot een uurtje of twee op zaterdagvoormiddag.

Gelukkig hebben ze een chauffeur: Neil Aspinall heeft zijn studies als boekhouder opgegeven om full-time voor de groep te gaan werken als roadie. Hij heeft een tweedehands busje gekocht. Eentje met zijraampjes, zelfs!

De auditie is gepland voor woensdagavond. Daardoor kunnen de jongens van de gelegenheid profiteren om de muziekwinkels in Londen te gaan bezoeken. Maar niet te lang, want Epstein staat er op dat ze ruim op tijd arriveren in de studio. Dus vertrekken ze onmiddellijk na het avondeten naar het noordwesten van Londen, waar de EMI studios zijn gevestigd in een groot herenhuis aan Abbey Road. 

De portier, John Skinner is niet onder de indruk van het gezelschap: “Een versleten wit busje reed de parking op. Ze zagen er allemaal mager uit: spichtig, bijna ondervoed. Hun road-manager, Neil Aspinall, zei dat ze voor een sessie kwamen en dat ze The Beatles heetten. Ik dacht: wat een vreemde naam.”

Ook de rest van het personeel, netjes uitgerust in witte stofjassen, denkt er zo over. “We hadden al meer vreemde snuiters zien passeren,” grinnikt geluidstechnicus Norman Smith, “maar niets zoals The Beatles. Wat een vreemd zootje!”

“The Beatles zagen er raar uit,” meent ook zijn college Ken Townsend, doelend op hun zwarte leren jassen. “En ze hadden zulk lang haar. Wanneer je nu foto’s terugziet van toen kun je het moeilijk geloven, maar voor die tijd was dat echt heel lang. En dan dat zwaar Liverpool accent – we hadden nog nooit iemand van Liverpool over de vloer gehad in Abbey Road.”

Terwijl ze hun materiaal aan het uitladen zijn, komt George Martin even langs. Een blik op hun aftandse versterkers en hij heeft genoeg gezien. Hij gaat het over aan zijn assistent, Ron Richards en verdwijnt zelf naar de kantine.

“Soms zei ik: ‘Goed Ron, neem jij het maar over’,” blikt Martin later terug. “Dit was tenslotte maar een test… van vier rare snijbonen uit Liverpool, dan nog. Het stelde niks voor. Ik zei: ‘Oké, Ron, regel het maar. Ik spring straks wel even binnen’. Zo ging dat.”

Bedremmeld wachten de vier muzikanten in de grote ruimte. “[Studio 2] had zo’n grote witte verlichtingspanelen”, weet Paul McCartney: “net als bij een cricketwedstrijd, hoog boven onze hoofden. En dan was er een eindeloze trap naar de controleruimte. Daar was de hemel, waar de goden verbleven. Wij stonden beneden, stervend van de zenuwen!”

Vol goede moed beginnen The Beatles met de medley en werken dan hun lijstje af.

Er wordt besloten vier nummers op te nemen. De keuze valt op ‘Love Me Do’, ‘PS I Love You’ en ‘Ask Me Why’. Maar begonnen wordt met een cover.  “Die vier werden gekozen om te beklemtonen dat we zelf songs schrijven,” weet Pete Best, “en als we een cover brachten, zoals ‘Besame Mucho’, dat we daar dan toch een eigen interpretatie aan konden geven.”

Maar voor er sprake kan zijn van opnemen, moeten eerst wat technische problemen worden opgelost.

“Hun materiaal was vreselijk, “gruwt Norman Smith: “Lelijke, ongeverfde houten versterkers. Vreselijk lawaaierig. Er kwam evenveel (neven)geluiden uit hun versterkers als van de instrumenten zelf. Het ergste was Pauls bas. Het was al snel duidelijk dat we zo niets zouden kunnen opnemen. Er was een stuk kabel gewikkeld rond Johns versterker. Alles kraakte en bromde… problemen met de cimbalen. Ik herinner me dat ik dacht: hier is werk aan.”

Townsend probeert eerst wat te herstellen met een soldeerbout, maar dat helpt niet. Het ziet er naar uit dat de hele zaak moet worden afgeblazen.

Dan komt iemand met een noodoplossing. De echokamer in de kelder is niet in gebruik die avond. Daar staat een grote Tannoy klankkast. Met vereende krachten sleuren ze het grote, zware ding naar boven. Eindelijk kunnen ze aan de slag. 

Na ‘Besame Mucho’ wordt ‘Love Me Do’ aangepakt. De geluidstechnici spitsen hun oren. Dit klinkt fris. Dit moet George Martin horen!

Iemand gaat hem uit de kantine halen. Terecht, zo blijkt. Hij houdt ook wel van ‘Love Me Do’. “Die harmonica maakte het interessant”, verklaart Martin. “Ik hou wel van zo’n jammerende harmonica. Het doet me denken aan de platen van Sonny Terry en Brownie McGhee. Ik wist dat ik daar iets mee kon doen.”

Toch vindt hij dat er iets aan schort.

Paul vertelt: “We begonnen te spelen, (zingt) ‘Love, love me do/you know I love you’. Ik zing tweede stem. Dan komen we aan ‘pleeease’. STOP. John doet ‘Love me…’ en stopt dan zijn  harmonica in zijn mond: ‘Wah, wah, wahh.’ George Martin roept: ‘Wacht eens, wacht eens! Zo gaat dat niet. Iemand anders moet ‘Love me do’ zingen, want dat gaat zo niet: ‘Love me wahhh’. Dan gaan ze het ‘Love Me Wahhh’ noemen. Dus, Paul, wil jij ‘Love me do’ zingen?’

Verdorie,  de zenuwen gierden door mijn keel. Ik bedoel: opeens wordt het arrangement van iets dat we al zo lang deden, helemaal omgegooid. John moest dus stoppen na die regel. Hij zingt dan ‘Pleeeease’, stopt zijn harmonica in zijn mond en ik zing ‘Love me do’ en John doet ‘Wahhh-wahhh-wahhh’. We deden alles live, dus kreeg ik opeens dat cruciale moment op onze eerste plaat. Zonder een ander geluid, alles stopt, ik sta in de schijnwerper en ik doe (met trillende stem) ‘Love me do-oo’. Ik hoor nog steeds de trilling in mijn stem.”

Na afloop zijn The Beatles eigenlijk best wel tevreden met hun prestatie in de studio. “We waren een beetje blasé,” geeft Pete Best toe. “Toen, bij Decca, stonden we te bibberen op onze benen, maar bij EMI waren we zekerder van onszelf. De sfeer was er veel meer ontspannen.” “Het ging lang niet slecht,” meent ook George Harrison ”Ik denk dat George Martin ons wel wat ruw en ongepolijst vond, maar hij hoorde toch ook wel een zekere kwaliteit die ons interessant maakte.”

Na afloop roept Martin de vier in de controlekamer om de opnamen te beluisteren. Hij wijst hen waar ze in de fout zijn gegaan. “George nam hen goed onder handen,” vertelt Ken Townsend: “Hij gaf een hele uitleg over de werking van een studiomicrofoon. Dat die langs alle zijden opneemt. Dat je dus rondom kunt staan, in tegenstelling tot een microfoon voor optredens die maar langs één kant werkt.”

The Beatles luisteren zonder één woord te zeggen. “Ze knikten zelfs niet bevestigend met hun hoofd,” grinnikt Norman Smith. “Toen George zijn hele uitleg had gegeven, vroeg hij: ‘Jullie hebben niks gezegd. Is er iets waar jullie iets op aan te merken hebben?”

Het is George Harrison die het woord neemt: “Om te beginnen: die das van jou trekt op niks.”

Er valt een doodse stilte.

Dan schiet Martin in de lach. Het ijs is gebroken. “De volgende vijftien – twintig minuten kwam de ene grap na de andere,” lacht George Martin. “Puur entertainment. Toen ze wegwaren zat ik daar: wat dacht je daarvan? De tranen rolden over mijn wangen.”

Op hun beurt zijn ook The Beatles onder de indruk van George Martin. “Hij spreekt zonder accent,” stelt George Harrison vast, “Geen Cockney of Liverpools of Birminghams. Iemand die zo spreekt vonden we altijd hautain. Maar hij was zeer vriendelijk, een beetje als een onderwijzer. We moesten respect voor hem hebben, maar tegelijk liet hij ons voelen dat hij niet stijf deftig is – dat je met hem mocht lachen.”

De enige die wat afzijdig bleef is de drummer. Terwijl de anderen aan het dollen zijn, zit Pete Best daar maar stilletjes een sigaretje te roken. Dat is ook de geluidstechnici opgevallen. Bovendien zijn ze zo al niet te spreken over zijn drumspel. De man mept wel goed door – hij is dan ook bekend omwille van zijn atomic beat – en dat is prima voor optredens. Maar in de studio laat hij steekjes vallen: hij is niet erg maatvast.

‘Ik zei tegen George dat hij er uit moest,” zegt Ron Richards. “Een goeie jongen hoor! Maar als drummer was hij niet zo best.” De producer is het me hem eens. Hij brengt de boodschap over.

Paul: “George nam ons even apart en zei: ‘Ik ben niet zo te spreken over jullie drummer.’ En wij riepen: Ik ga hem dat niet zeggen. Vertel jij hem dat maar!”

Uiteindelijk is het Brian Epstein die het op zich neemt om de drummer te ontslaan.

“Dat was nu ook weer niet de bedoeling,” meent George Martin.“Het was het laatste strootje, denk ik… Paul, John en George wilden Pete Best er uit en Ringo in. Maar ik had alleen maar gezegd dat ik voor opnamen liever een sessiedrummer zou inhuren. Ik had nooit verwacht dat ze hem zouden laten gaan. Hij zag er het beste uit van allemaal. Hij had iets James Dean-achtigs over hem.”

Zoals gebruikelijk in die tijd worden de opnamen achteraf gewist, zodat de banden weer voor wat anders kunnen worden gebruikt. Toch zijn de opnamen van ‘Love Me Do’ en ‘Besame Mucho’ bewaard gebleven, doordat er lakplaten van zijn terug gevonden. Beide nummers verschenen halfweg de jaren negentig op de eerste Anthology cd.

de instrumental sheet van Parlophone records voor 6 juni 1962

Er zouden nog twee pogingen nodig zijn voor ‘Love Me Do’ klaar was om als single te worden uitgebracht. Een keer met een ingehuurde studiodrummer, Andy White en een keer met de nieuwe drummer van The Beatles: Ringo Starr.

 

 

 

Met dank aan Josse voor de illustraties.

 

De laatste tournee van The Beatles

 

 

De laatste tournee van The Beatles vindt plaats in de zomer van 1966. Nergens is er sprake van een afscheidstournee. Dat kan ook moeilijk, want niemand – zelfs John, Paul, George en Ringo zelf – beseft dat hun laatste shows zullen zijn.

Alles samen hebben ze, sinds ze negen jaar eerder begonnen met spelen, zo’n 1400 keer opgetreden. Een aanzienlijke prestatie.

De lol is er dan ook een beetje af, vooral omwille van alle heisa die het telkens weer met zich meebrengt. Het is iedere keer opnieuw een heel gedoe om heelhuids ter bestemming te raken en achteraf weer te kunnen ontsnappen aan de uitzinnige fans.

Muzikaal stelt het ook allemaal niet veel meer voor. Per show brengen ze slechts elf songs. Ze zingen toonloos en nemen niet eens de moeit om hun instrumenten te stemmen. 

Waarom zouden ze ook? Met hun 120 watt versterkertjes kunnen ze niet opboksen tegen het alles overstemmende en niet aflatende gekrijs van tienduizenden meisjesstemmen.

Repeteren is overbodig geworden. Het repertoire is gekend. De songs die ze de afgelopen maanden hebben opgenomen voor hun nieuwe elpee Revolver, zijn veelal te complex om live te brengen.

‘We trekken ons er niet veel meer van aan wat we op het podium presteren’,  geeft John Lennon toe. ‘We repeteren enkel nog wat we noemen: grijnzen om niks. Een, twee, drie en we grijnzen om niks.’

Wanneer ze aan een moeilijke passage komen, schudden ze even synchroon met hun hoofden, zodat het gillen nog een paar decibels luider wordt. ‘We zouden de wassen beelden van onszelf op tournee kunnen sturen en dan zou de massa even content zijn’, gaat John verder. ‘Concerten van The Beatles hebben hebben niets meer met muziek te maken. Het zijn verdomde stamrituelen.’

 

Duitsland

 

Het eerste deel van de tournee brengt hen naar Duitsland, Japan en de Filippijnen.

Het vertrek is gepland op donderdag 23 juni, om 11 uur. Veel slaap kunnen ze niet gehad hebben, want die nacht hebben ze tot halftwee doorgewerkt om, samen met George Martin, de laatste hand te leggen aan de eindmixen van Revolver.

Het loopt echter al meteen fout. In het vliegtuig worden ze opgewacht door een advocaat. Een Duitse vrouw, Erika Heubers, beweert dat Paul de vader is van haar dochter Bettina. Totnogtoe heeft Paul de zaak steeds ontkend, maar de man komt nu met een papier dat Paul moet ondertekenen. Eerder mag de vlucht niet vertrekken. De overeenkomst is dat Paul jaarlijks een relatief klein bedrag betaalt tot de 18de verjaardag van het kind. In ruil wordt het vaderschap verder ontkend.

Brian Epstein, de manager van de groep, stelt dat het goedkoper is om de £3,000 op te hoesten, dan de tournee af te gelasten.

Paul kan niet anders dan toegeven. (De zaak duikt een paar decennia opnieuw op. Dan blijkt uit een DNA-test, dat Paul niet de vader is.)

De volgende dag gaat de tournee van start met twee shows in Circus-Krone-Bau in Munchen. Het voorprogramma wordt gevormd door Cliff Bennett and the Rebel Rousers, the Rattles en Peter and Gordon.

Na afloop eist het stadsbestuur van Munchen van Brian Epstein, een vermakelijkheidsbelasting. In Duitsland bestaat zoiets eigenlijk niet, maar de overheid beweert dat de muziek van The Beatles ‘slechts bijkomstig is bij het schreeuwen en stampen van het publiek, waarvoor het bedoeld is om het te veroorzaken.’

De dag daarna worden ze, vroeg in de ochtend, met een vloot Mercedessen, onder politie-escorte naar het station gebracht. Daar stappen ze in een speciale trein om naar Essen te sporen. Op de trein hebben ze elk een eigen kamer en kunnen ze ontbijten. Ook in Essen geven ze twee optredens, in de Grugahalle.

Na een treinrit van vier uur arriveert het gezelschap vervolgens om 6 uur ‘s ochtends in het station van Hamburg. Van daar worden ze naar het Schloßhotel in Tremsbüttel bij Bargteheide gebracht. De bedoeling is een eind van het stadscentrum en dus ook van de fans te logeren.  Het helpt niet echt, want tegen de middag staan er al honderden fans onder hun balkons.

Na afloop van twee concerten, in de Ernst Merck Halle, maken John en Paul een nostalgische trip langs de Reeperbahn, waarbij ze de plaatsen gaan bezoeken waar ze ‘in hun jeugd’ hebben gespeeld.  

Op maandag 27 juni vliegen ze terug naar Londen.

 

Japan

 

Amper enkele uren later vertrekken ze opnieuw, nu naar Japan.

De bedoeling is over de noordpool te vliegen, maar ten gevolge van een tyfoon wordt het vliegtuig afgeleid naar Anchorage, Alaska.

Daar aangekomen is het pure chaos. Niemand is op de komst van The Beatles voorzien en iedereen doet ontzettend zijn best om alles in goede banen te leiden. Gestrand in een hotel, met niks om handen, vliegen ze in de drank.

Pas 9 uur later is de storm wat gaan liggen en kan de reis verder gezet worden.

In Tokio gelden strikte veiligheidsmaatregelen. Omdat The Beatles in de Budokan Hall gaan spelen, heeft een uiterst rechtse groepering doodsbedreigingen geuit. Ze beschouwen het stadium  als een heilige plaats die enkel voor Japanse gevechtskunsten mag worden gebruikt.

Er zijn 35 000 veiligheidsmensen opgetrommeld om The Beatles te beschermen tijdens de vier dagen dat ze in Japan zijn. Tijdens elk van de vijf concerten die ze er geven, staan er drieduizend agenten op strategische plaatsen opgesteld om de tienduizend toeschouwers in bedwang te houden.

De jongens kijken met stijgende verbazing om zich heen ‘Er waren allemaal van die vreemde kleine ventjes in rare auto’s’, weet George Harrison. ‘De trip naar het centrum van Tokio duurde een eeuwigheid. We zagen studenten rebelleren tegen de politie. Het was net of we in de derde Wereldoorlog terecht waren gekomen.  De politie droeg van die stalen helmen, zoals ik ze me herinnerde van de oorlog.’

‘Ze brachten ons rechtstreeks naar het Hilton en daar mochten we niet meer uit.’ Hoewel ze in de presidentiele suite logeren, zitten The Beatles letterlijk opgesloten in hun hotel voor de gehele duur van hun verblijf in Japan. ‘Ik heb geen voet buiten het Hilton gezet’, legt George uit, ‘behalve dan om naar de concerten te gaan. 

‘Alles was perfect getimed’, gaat George verder. Zoveel seconden van de deur tot de lift, zoveel seconden tot de kelderverdieping….  ‘Alle verkeer was stil gelegd, van het hotel tot aan het Budokan. Politie op elke straathoek. We gingen naar daar, deden onze show, kwamen terug en de volgende dag allemaal exact hetzelfde. Zeer vreemd!’

Om zijn gasten wat afleiding te bezorgen, laat de promotor kooplui komen om de fijnste waren te tonen – tegen overdreven prijzen. The Beatles kopen kimono’s, porselein en horloges. Er worden zelfs geisha’s binnen gebracht. Maar daar gaan ze niet op in.

Ze krijgen ook wat dingen cadeau: de nieuwste Nikon fototoestellen en een groot vel handgeschept papier, plus water- en olieverf. De vier jonge mannen beginnen dan maar aan een gemeenschappelijk schilderij. Ze zetten een lamp in het midden van het blad en maken, elk op een hoek, een tekening.

Het werk wordt even onderbroken voor het namiddagconcert, maar daarna werken ze verder aan hun kunstwerk. Onder luisteren ze naar acetates van Revolver en roken marihuana. De meegekomen fotograaf Robert Whitaker maakt foto’s, waarvan er een terechtkomt op de achterhoes van de verzamelplaat A Collection of Oldies… But Goldies.

 

de Filippijnen

Zondag 3 juli vliegen ze van van Tokio, over Hong Kong, naar Manilla, op de Filippijnen. Daar worden ze opgewacht door 50 000 mensen. De politie wil niet onderdoen voor die van Japan en sleept de vier Beatles letterlijk uit het vliegtuig. Omringd door twee bataljons in volledige gevechtsuitrusting worden ze naar het hoofdkwartier van de luchtmacht gebracht.

‘Overal elders – Amerika, Zweden, Duitsland – werden we met respect behandeld’, gruwt George Harrison, ‘ook al was er die gekte. (…) Maar in Manilla was de sfeer uiterst negatief. Voor het eerst  werden we slecht  behandeld. Ze haalden ons van het vliegtuig… Zo’n gorilla’s: grote kerels, ernstige gezichten, witte hemden, korte mouwen… en meteen namen ze onze ‘diplomatenkoffertjes’ in beslag. Wij vieren, John, Paul, Ringo en ik, werden van de anderen gescheiden. Ze duwden ons in een auto en die kerel vertrok. Onze valiezen bleven achter op tarmac en ik dacht: het is zover, we worden gearresteerd.

Ze worden echter naar een zwaarbewaakt privé jacht gebracht, in de baai van Manilla.  De eigenaar, miljonair Don Manolo Elizalde toont hen als trofeeën aan zijn vrienden.

Het is 4 uur in de ochtend eer Brian Epstein de zaak terug onder controle krijgt en de vier naar hun suite in het Hotel Manilla kunnen.

In de vroege namiddag van de volgende dag sluipen Paul en Ringo uit hun hotel, om wat van de omgeving te zien. Ze belanden in Makati, de financiële buurt, waar Paul foto’s trekt van het contrast tussen de tentoongestelde rijkdom en de sloppenbuurt er naast.

Wanneer ze terug keren in het hotel, heerst daar paniek. Er staan militairen klaar om hen op te halen. Het blijkt dat ze die ochtend al verwacht werden op het presidentieel paleis. De uitnodiging van president Marcos heeft hen echter nooit bereikt.

Op TV worden beelden getoond van wachtende mensen in en om het paleis. ‘De commentator herhaalde steeds maar weer: ‘De Fab Four zijn er nog steeds niet’, vertelt George. ‘Dus zagen we onszelf niet komen opdagen. Uiteindelijk gaf de vrouw van de president, mevrouw (Imelda) Marcos het op en trok zich terug.’

 

De beide concerten die namiddag en avond in het Rizal Memorial voetbalstadium verlopen zonder problemen, voor respectievelijk 30 000 en 50 000 mensen. Het publiek is zich nog van niets bewust.

Brian Epstein heft ondertussen geregeld dat hij, tijdens een rechtsreekse TV-uitzending, zich wil verontschuldigen. De uitzending wordt echter voortdurend gestoord.

De vogende ochtend breekt de hel pas echt los, na het verschijnen van de kranten. Die reageren hysterisch op de “beledigingen”. Het blijkt dat het feit dat ze niet van een uitnodiging op de hoogte waren, niet als excuus wordt aanvaardt.

Een van Epsteins assitenten is opgepakt en de hele nacht ondervraagd. Er is geen room service meer in het hotel en ook de security is volledig verdwenen.

Bij het vertrek naar de luchthaven zijn alle veiligheidsmaatregelen weggenomen. De Beatles en hun entourage worden bespuugd en uitgejouwd. De liften zijn zelfs uitgeschakeld, zodat ze met hun bagage de trappen op moeten zeulen.

Ondertussen worden ze door de menigte geduwd en geschopt. Ringo gaat onderuit, maar het zijn vooral Mal Evans en Brian Epstein die de klappen opvangen. Ze hebben allebei verzorging nodig.

Wanneer ze tenslotte in het vliegtuig zijn gesukkeld, worden Neil, Brian en Tony Barrow terug uitgehaald om “administratieve redenen”.  Na nog eens 44 angstige minuten en het betalen van een zware, pas bedachte “belasting”, kan de KLM vlucht 862 tenslotte toch vertrekken.

Minuten na het vertrek laat Marcos een verklaring publiceren dat The Beatles de hem en zijn familie niet opzettelijk hebben beledigd.

De vlucht gaat richting New Dehli, via een tussenstop in Bangkok. The Beatles hopen in Indië even op adem te kunnen komen. George had van tevoren al te kennen gegeven dat hij er een paar dagen wou blijven, om een goede sitar te kopen. De anderen vonden dat een goed idee en het werd geregeld dat iedereen in New Dehli zou uitstappen.

‘Maar nadat we dat gedoe in Manilla hadden meegemaakt, wou niemand nog van het vliegtuig in Delhi’, vertelt George. ‘Ze dachten: “Nee dank u, geen wijzingen meer. Laten we maar naar huis gaan”.’

Het blijkt echter dat de tickets al zijn omgewisseld en de plaatsen bezet. Dus moet iedereen uitstappen. 

Maar zelfs in Indië heeft de Beatlemania toegeslagen: 600 fans staan hen op te wachten op het vliegveld en het hotel is weer bezet gebied. Voor George is de maat vol: hij dreigt uit de groep te stappen als ze niet stoppen met optreden.

Wanneer ze twee dagen later van New Dehli naar London terugvliegen, vertellen The Beatles aan Brian Epstein dat ze stoppen met optreden. Brian is zo aangeslagen door het bericht dat hij er lijfelijk ziek van wordt. Bij hun aankomst op London Airport, om zes uur ’s ochtends, vraagt de piloot om een ambulance in stand by.

Zoals gebruikelijk volgt er een korte persconferentie. Op de vraag wat ze nu gaan doen antwoord George Harrison: ‘We gaan een paar weken recupereren voor we door de Amerikanen in elkaar worden geslagen.’ Hij heeft geen idee hoezeer hij gelijk zal krijgen.

de setlist op Pauls bas