Deel 5 – Pieces Of The Sky

‘Grams dood was een traumatische ervaring voor mij,’ geeft Emmylou Harris toe. ‘Tussen zijn dood en het maken van mijn eerste elpee beleefde ik een vreselijk jaar (sic). Ik smeet me in mijn werk, maar hij hart was er niet bij.’

Ze ziet het als haar taak Grams werk verder te zetten. ‘Ik had geen keuze. Die muziek was te belangrijk  voor mij. En ik kon niets anders. Het was dat, of terug gaan opdienen. Dus vormde ik een kleine band in D.C..’

De kern van de vijfkoppige Angel Band bestaat uit Emmylou, Tom Guidera en steelgitarist Danny Pendleton.

‘Repeteren in een garage in de vrieskou en dan terug naar de zaaltjes waar ik voordien akoestisch had gespeeld – voor Gram. Het was een leerproces, maar ook een manier om te overleven.‘

Zes avonden per week, spelen ze vier sets in de Red Fox Inn, in Washington.

Op een avond zitten er twee mensen in de zaal die met meer dan gewone belangstelling lijken te luisteren. De man en vrouw blijven de hele avond. Ze hebben zelfs een casetterecorder bij, waarmee zij alles opnemen. Na afloop stellen ze zich voor, allebei met een Canadees accent. De vrouw is Mary Martin, A&R verantwoordelijke van Warner/Reprise. De man is Brian Ahern, producer.

Hun aanwezigheid is, voor een stuk te danken aan Linda Ronstadt. 

Die heeft Emmy en haar dochterje uitgenodigd om te komen logeren in Los Angeles. ‘Ze vroeg me om samen met haar op te treden in de Roxy,’ legt Emmylou uit. ‘Ze was een enorme steun voor me, na de dood van Gram. Ze hielp me om een platencontract te krijgen. Ze bemoederde me en was erg genereus.’

Don Schmitzer, een van de bazen van Warner Bros. heeft haar daarbij opgemerkt. Hij geeft Martin de opdracht om een mogelijkeke samenwerking te onderzoeken. Mary Martin werkte vroeger voor Albert Grossman, toen die manager was van Bob Dylan. Zij was het die de folkzanger in contact bracht met The Band. Later werd ze zelf manager van Leonard Cohen en Van Morrison.

Wanneer Mary Emmylou getraceerd heeft in Washington, belt ze Ahern in Toronto. De gitarist heeft countryzangeres Anne Murray ontdekt en haar versie van ‘Snowbird’ geproduceertd. Het plaatje was een dikke hit in Canada en de Verenigde Staten.

De beide toeschouwers zijn voldoende onder de indruk om Emmylou Harris een kans te geven. ‘[Ze zong nummers van] Merle Haggard, Gram Parsons… ,’ zegt Ahern. ‘Ik denk dat ik nog het meest gecharmeerd was van het feit dat ze haar band strak in de hand had.’ 

In oktober 1974 biedt Reprise, een dochterafdeling van Warner Records, Emmylou Harris een contract aan. De voorwaarde is dat Brian Ahern de opnamen zal leiden.

Ter voorbereiding nemen ze samen een groot aantal songs door. ‘Brian [liet me] naar bandjes met songs te luisteren,’ vertelt Emmylou. ‘We luisterden een hele dag, acht uur, naar spul dat me absoluut niets deed. Na een tijdje moesten we er om lachen; we dede nogal onnozel.’ Maar dan zet Brian een cassette aan van iemand die hij net onder contract heeft genomen bij zijn eigen muziekuitgeverij: Rodney Crowell. ‘Ik riep: Dat lijkt er meer op. Die kerel is fantastisch. Hij heeft duidelijk geluisterd naar George Jones. Het waren twee nummers: ‘Song For The Life’ en ‘Bluebird Wine’.’

Ahern laat de 22-jarige overvliegen naar Washington om er met Emmylou en haar Angel Band te spelen. ‘Na afloop gingen we ergens heen en speelden songs tot de vroege ochtend’, herinnert Rodney zich. ‘De klik was er meteen. Ik hield van oude muziek – zoals the Louvin Brothers – en zij ook. Het was een beetje archivaris-achtig. Musicologie, een hele nacht lang. Country-musicology. Ik denk dat Gram Parsons haar het wereldje ingeleid had. Ik denk ook dat het zo goed klinkte omdat ik uit Texas kwam en er mee opgegroeid was.’

In afwachting van grootsere dingen vindt alvast een eerste sessie plaats in de Track Recorders Inc in Silver Spring, Maryland. Met The Angel Band worden ‘Before Believing’ en ‘Queen Of the Silver Dollar’ van Shel Silverstein op band gezet. 

Kort daarna verhuizen Emmy en haar dochter naar Los Angeles, waar ze intrekken bij Linda Ronstadt.

Brian Ahern heeft er een huis gehuurd in Lania Lane, een bochtige, doodlopende straat in Coldwater Canyon. ‘We hadden geen beddegoed, dus moesten Linda en Emmy gaan winkelen. Ze kwamen terug met achterbak van Linda’s MGB volgestouwd vol spullen voor ons, de jongens van de techniek.’

Het huis wordt immers ook gebruik als studio. Voor de opnamen laat Brian zijn zelf ontworpen mobiele studio overkomen, vanuit Toronto. De Enactron Truck is een 19-ton zware vrachtwagen volgestouwd met opnameapparatuur. Hiermee kan hij om het even waar opnemen. Zoals gewoon bij hem thuis, dus, in de huiskamer voor de open haard.

‘Brian woonde in een slaakamer aan de achterzijde,’ vertelt Bernie Leadon, die ook aan de opnamen meewerkte.  ‘De rest van het huis was nu eens woonruimte en dan weer de plaats voor de opnamen. Zo werd de hele plaat gemaakt. Het was een constante: op elk uur van de dag konden ze opnemen. De truck stond geparkeerd voor het huis in de heuvels, bij Beverly Hills… maar niet in de dure buurt van Beverly Hills.’

Contact tussen de controleruimte en de ‘studio’ gebeurt via een gesloten TV-circuit. In de vrachtwagen is er ook een kleine geïsoleerde ruimte, waar solo’s kunnen worden ingespeeld.

De eigenlijke opnamen vinden plaats aan het einde van oktober 1974. Daarvoor wordt de hulp ingeroepen van de muzikanten van Gram Parsons soloalbums: drummer Ron Tutt, pianist Glen D. Hardin, bassist Emory Gordy Jr., sologitarist  James Burton en banjospeler Herb Pedersen. Daarnaast zijn er ook nog Fayssoux Starling op backing vocals en Bernie Leadon op verschillende snaarinstrumenten.

Door de aanwezigheid van Presley’s bandleden wordt het één van de duurste countryplaten tot dan toe. Om de kosten te beperken, blijven de eigenlijke opnamen beperkt tot twee dagen: woensdag 30 en donderdag 31 oktober. 

Door live op te nemen slagen ze er in om, in die beperkte tijd, een twintigtal songs op band te zetten. ‘We namen veel te veel op,’ legt Ahern uit. ‘Ik dacht dat, als we de zwakke eerste plaat konden overslaan, en rechtstreeks doorstoten naar nummer twee – bij wijze van spreken – de muziek veel beter zou zijn. Op die manier bespaarden we een pak tijd en geld zowel voor de platenmaatschappij als voor de artiest. […] In zekere zin was haar debuut meteen haar tweede plaat.’

Volgens Herb Pedersen heeft Ahern de touwtjes stevig in handen: ‘Hij wist hoe hij de arrangementen wilde hebben. Hij was een geschoold muzikant in Canada voor hij naar hier kwam. Hij speelde zelf heel wat slaggitaar op die plaat, maar dat staat nergens vermeld. Hij was erg zorgvuldig in de keuze van arrangementen, toonaarden en melodieën. Hij wou absoluut niet een plaatje met het zoveelste countryzangeresje afleveren.’

‘Ik liet haar [de songs] voorzingen,’ vertelt Ahern. ‘[…] Dan deed ik suggesties om de structuur te veranderen. Ik schreef de akkoorden neer en speelde het dan zelf, op mijn akoestische gitaar en beelde me het nummer in, in mijn hoofd.’

Maar ook Emmylou laat zich gelden, weet Pedersen: ‘Wanneer ik de tweede stem inzong, was zij er steeds bij, om te luisteren of  het was zoals zij het wou. Zij maakte evenveel de dienst uit als hij, denk ik.’

‘Het is moelijk uit te leggen wat ik wou,’ blikt Emmylou terug, ‘het was heel intuitief. Ik was zeer sterk geïnspireerd door de muziek van Gram. Op mijn manier probeerde ik die voort te zetten.’

De songs zijn met opzet geselecteerd uit een heel breed gamma. Dat gaat van klassiekers uit de country/rock als ‘Coat Of Many Colors’ van Dolly Parton en ‘The Bottle Let Me Down’ van Merle Haggard tot nummers van The Beatles: ‘For No One’ en ‘Here, There And Everywhere’. Natuurlijk mag een song van Parsons helden, Charlie en Ira Louvin niet ontbreken. De keuze valt op ‘If I Could Only Win Your Love’.

Voor één nummer  heeft Emmylou de tekst zelf geschreven: ‘Boulder To Birmingham’ is een erg persoonlijke song, waarin ze afscheid neemt van Parsons.

De producer zorgt er voor dat Emmylou’s klaterheldere stem centraal komt te staan. Ondanks de aanwezigheid van steelgitaar, fiddle en mandoline is het resultaat meer pop dan country. Toch staat het ver van de gelikte country-rock die The Eagles in die tijd zo populair maken.

Harris geeft toe dat ze geen idee had hoe de plaat zal worden ontvangen. ‘Ik was behoorlijk nerveus. Ik dacht dat niemand de plaat zou snappen. Ik wist dat een aantal mensen, van wie de mening voor mij belang was, het goed zouden vinden. Mensen als John Starling, van wie ik wist dat hij  ‘If I Could Only Win Your Love’ prachtig zou vinden. Het was allemaal nieuw voor mij, zo’n echte plaat maken. Het was nogal eclectisch.’

 

Op 7 februari 1975 verschijnt Pieces of the Sky.  De plaat is genoemd naar een regel uit ‘Before Believing’, een nummer van Danny Flowers.

Als eerste single kiest de platenmaatschappij voor ‘Too Far Gone’. Het nummer van Billy Sherrill was in 1967 een hit voor Tammy Wynette. Emmylou’s versie verschijnt op 26 februari 1975. Glen D. Hardin verzorgde het strijkers  arrangement en James Burton schittert op elektrische gitaar. De single maakt niet echt brokken en komt niet hoger dan een 73ste  plaats in de Countrylijst.

- – -

Ter promotie van de elpee doet Emmylou enkele optredens, als voorprogramma van de Earl Scruggs Revue. Ze wordt daarbij begeleid door Bernie Leadon en Herb Pedersen. ‘Het was puur akoestisch,’ vertelt Leadon, ‘met driestemmige zang. Herb heeft een ongelofelijke stem. Het werkt inspirerend om te zingen met  twee van die fantastische stemmen.’

Eddie Tickner, die het management van Emmylou heeft overgenomen, meent dat een doorbraak het best kan geforceerd worden in Europa. De platenmaatschappij wil er wel geld instoppen, op voorwaarde dat ze een “hot band” heeft.

Emmylou zou graag de mensen achter zich krijgen waarmee ze de plaat heeft opgenomen. ‘Glen D Hardin was meteen akkoord. We speelden een paar keer samen en we amuseerden ons geweldig. Het was een fantastische bende, die mekaar allemaal goed aanvoelen. Rodney Crowell kwam er bij en we wisten meteen dat er magie in de lucht zou hangen van zodra we een podium op kropen.’

De Hot Band  bestaat uit gitarist James Burton, pianist Glen D. Hardin en bassist Emory Gordy – allemaal uit de tourband van Elvis. Drummer is John Ware, singer-songwriter Rodney Crowell speelt slaggitaar, Hank de Vito pedal steel. Gelukkig voor haar had Elvis Presley in die periode geen optredens gepland. ‘Ik betwijfel of Elvis besefte dat zijn band met iemand anders rondtrok. We deden het niet achter zijn rug, maar hij was zo afgeschermd dat ik bewtijfel of hij er iets van merkte.’

Eigenlijk kan Emmylou zich zo’n band niet veroorloven. ‘Ik ging voor een kwart miljoen dollar in het rood met de Hot Band. Gelukkig maakte de verkoop van de plaat veel goed. Ik had geen garantie dat ik er uit zou raken, maar ik greep de kans om met de muzikanten waarmee Gram gewerkt had met beide handen aan. Ik wou zoveel mogelijk Grams werk uitdragen. Plus natuurlijk het feit dat ze fantastisch waren en dat ze me de moed gaven om naar buiten te treden.’

Door verplichtingen bij Elvis Presley kan er slechts één keer gerepeteerd worden voor de band de baan op trekt.

‘We speelden in The New Vic [in London] voor een uitverkochte zaal. Je voelde de verwachtingen voor die band. James Burton was er bij, mensen die vereerd werden. Het publiek hier kenden de achtergrond. Ze kennen de songwriters, ze weten wie op de plaat speelt, ze kennen de muzikanten …ze weten alles!

Het was fantastisch om die opwinding te voelen voor wat ik deed. Dat sloeg over naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. En toen had ik een echte Top 5 plaat op de country lijst met een oud nummer van de Louvin Brothers.

Dat opende de deuren van Nashville en country radio, maar blijkbaar was er ook interesse vanuit de popwereld.Mensen die mijn nplaten kochten, kochten ook platen van Talking Heads. Dat trok de aandacht: er is hier iets gaande!’

Drie maanden touren met The Hot Band werpt zijn vruchten af en de tweede single krijgt dan ook veel meer aandacht.  

Emmylou’s versie van het Louvin Brothers nummer ‘If I Could Only Win Your Love’ verschijnt  op 4 juni 1975. De solo op mandoline contrasteert sterk met de heersende muzikale trends: prog rock, jazz fusion, disco, urban cowboy en de eerste aanzetten tot punk. Desondanks wordt het duet met Herb Pedersen die zomer een top 5 hit in de Amerikaanse countrylijst en zelfs een notering in de poplijst.

Door een countrysong aanvaardbaar te maken voor een groot publiek vervolledigt Emmylou Harris het levenswerk van Gram Parsons.

Deel 4 – Sleepless Nights / Grievous Angel

De opnamen voor de tweede soloplaat van Gram Parsons, verlopen een stuk vlotter dan de sessies voor GP.  Dat komt omdat  arrangementen van een aantal songs al vastliggen. ‘Veel van dat materiaal was on the road uitgewerkt,’ verduidelijkt Emmylou, doelend op de tournee die ze dat voorjaar hebben afgewerkt. ‘Die plaat is geboren op de bus. De zang van ‘Love Hurts’ is uitgewerkt op de bus. We brachten het elke avond. Tegen die tijd zat onze frasering perfect. Ik wist precies wat Gram zou doen, voor hij het deed. […]  Dat ging volledig zonder er bij na te denken.’

Nochtans volgen de opnamen na een zeer turbulente periode in het leven van Gram Parsons.

Die zomer is zijn huis afgebrand. De juiste oorzaak wordt nooit vastgesteld, maar de zanger meent dat zijn jonge vrouw, Gretchen, onvoorzichtig is geweest met een sigaret. Ze trekken even in bij haar vader, maar de spanningen en emoties blijken te veel voor hun toch al niet zo schitterende relatie.

Gram trekt er uit en Gretchen laat een abortus plegen. 

De gebeurtenissen, gecombineerd met zijn zware druggebruik, maken dat Gram weinig tijd heeft gehad om songs te schrijven. Hij heeft dan ook slechts twee nieuwe nummers klaar.

‘In My Hour of Darkness’ is een eerbetoon aan drie goede vrienden die in de afgelopen maanden zijn omgekomen. Over Clarence White hadden we het al in deel 4. Brandon de Wilde was een voormalig kindacteur met wie Parsons een elpee heeft opgenomen, met zijn toenmalige groep, de International Submarine Band.  Sid Keiser uit de band van Delaney & Bonnie, was een drugbuddie, die Gram steeds aan de beste kwaliteit beste spullen kon helpen.

Het tweede nieuwe nummer is ‘Return Of The Grievous Angel’. De tekst is gebaseerd op een gedicht dat Gram Parsons kreeg van een student in Boston, Tom Brown. Gram herkende er zich zelf in en zette het op muziek.

Bij gebrek aan nieuw materiaal zoekt Parsons wat overblijvers bij elkaar. ‘Brass Buttons’, waarin hij het heeft over het alcoholprobleem van zijn moeder is al acht jaar oud. ‘$1000 Wedding’ is wat jonger, maar werd toch ook al geschreven toen hij nog bij de Burrito’s was. Daarnaast is er een ook nog nieuwe versie van zijn bekendste nummer, ‘Hickory Wind’.

Net als op de eerste elpee vult hij die eigen nummers aan met countryklassiekers. ‘Cash on the Barrelhead’ en ‘The Angels Rejoiced Last Night’  zijn van The Louvin Brothers, ‘Brand New Heartache’, ‘Sleepless Nights’ en ‘Love Hurts’ komen van The Everly Brothers, uit het songbook van Felice en Boudleaux Bryant. ‘I Can’t Dance’ tenslotte is van Tom T. Hall.

Daarnaast is er ook nog  een song, die door Emmylou wordt aangedragen. ‘Ik kwam met ‘Hearts On Fire’ aanzetten omdat ik zoveel hield van Walter [Egan]’s nummer.’ Emmylou’s partner Tom Guidera, werkt het nu verder uit.

Geluidstechnicus Hugh Davies is opnieuw van de partij. Behalve de techniek, neemt hij ook weer de productie op zich.

Ook de kern van de studioband blijft, in grote lijnen, dezelfde: uit Presley’s TCB band komt naast gitarist James Burton, pianist Glen D. Hardin en drummer Ronnie Tutt nu ook bassist Emory Gordy. Al Perkins bespeelt de steelgitaar.

Herb Pedersen komt uit de bluegrassband The Dillars. Daarnaast zijn er gastrollen voor goede vrienden als Bernie Leadon, N.D. Smart, Byron Berline en Linda Ronstadt.

Gram heeft beloofd heeft zich te concentreren en zelfs van de heroïne voor de duur van de sessies. Toch gaat het al meteen fout.

‘Ik herinner me dat [Gram] veel te laat kwam voor de eerste sessie,’ weet Pedersen nog. ‘ We zaten in de studio van Wally Heider in Los Angeles en hij kwam binnen samen met Emmylou. Dat was de eerste keer dat ik samen met hem opnam.

We hadden een lijstje met twaalf songs af te werken en er was heel weinig studiotijd.’

‘De basistracks stonden er in één week op,’ bevestigt Emory Gordy. ‘Gram speelde ons alle songs voor. Glen [D. Hardin] had de basisakkoorden genoteerd voor we de studio ingingen. We vertrokken met die basis. Er waren geen formele arrangementen vastgelegd – we speelden wat we dachten dat goed was voor de song. Het viel allemaal netjes op zijn plaats. Als er iets fout liep, hoorden we dat bij het beluisteren  en dan verbeterden we dat met een nieuwe take.’

Soms is zo’n tweede take echt wel nodig.

‘Michael Clarke zat achter het drumstel toen we ‘$1,000 Wedding’ opnamen – die van mij waren nooit  zo goedkoop,’ lacht Herb Pedersen. ‘Johnny ‘Guitar’ Watson en Larry Williams waren er bij, in de controleruimte. Ze waren hilarisch! Wij maar ons best doen om zo’n vreselijk sloom nummer te spelen en zij maar commentaar geven als Wolfman Jack.’

‘De opnamen gebeurden volledig live,’ vult Emmylou aan. ‘Iedereen speelde samen en Gram en ik  zongen ondertussen,’ vertelt Emmylou. ‘Meestal [waren er] maar een paar takes nodig.‘ De zang wordt later wel opnieuw ingezongen, met wat hulp van Linda Ronstadt.

‘Elke avond kregen we ruwe mixen van het werk van die dag. Die namen we mee en beluisterden we dan keer op keer. We waren heel enthousiast, stonden te huppelen van plezier. GP was een strijd geweest, maar Grams zang was zoveel beter nu, na een jaar spelen.’

Toch ligt niet alles vooraf vast: ‘Grams manier van werken was: aan een aantal songs beginnen en dan het afwerken uitstellen tot op het allerlaatste moment,’ gaat Emory verder. ‘Hij werkte dikwijls een idee uit dat pas bij hem opgekomen was en liet het dan verder rusten tot de song moest worden afgewerkt.’

Zo staat Emmylou vermeld als mede-auteur van ‘In My Hour of Darkness’. Zelf wijt ze dit aan de vrijgevigheid van Gram. Zij zegt enkel verantwoordelijk  te zijn voor het arrangement, dat ontstond in de studio.

De opnamen verlopen vlotter en de resultaten zijn ook beter dan bij de eerste elpee. Zowel de zang als het spelen getuigen van een groter vertrouwen. Een paar hardere nummers zorgen voor wat meer afwisseling.

Gram zelf is zeer in zijn nopjes met wat er op band staat. Over de telefoon vertelt hij aan zijn zus in Tennessee: ‘GP was goed, maar Sleepless Nights is meer zoals ik meer hetgeen ik wilde bereiken.’

- – - -

Na afloop van de sessies, vraagt Gram de scheiding aan en trek dan naar het Joshua Tree Memorial Park in het zuid-oosten van Californië. Hij houdt van de plek. Hij houdt er van om, in zijn eentje  de Mohave Desert tedoorkruisen, op zoek naar UFO’s.

Ondertussen is Emmylou terug gekeerd naar Washington, om er haar dochter op te halen voor de geplande definitieve verhuizing naar de Westkust. In oktober staat er immers alweer een tournee gepland.

Maar dan krijgt ze vreselijk nieuws: op 19 september 1973 is Gram Parsons overleden aan een overdosis drugs, in combinatie met alcohol. Hij was pas 26.

In de pers krijgt het overlijden niet veel aandacht, vooral ook omdat de volgende dag de veel bekendere singer/songwriter Jim Croce omkomt bij een vliegtuigcrash.

Harris betreurt dat ze niets heeft kunnen doen om Parsons dood te voorkomen. ‘Daar heb ik verschrikkelijk veel spijt van. Had ik het niet moeten zien aankomen? Hij was zo jong, zo’n sterke persoonlijkheid. Ik kon niet begrijpen dat hij er niet meer zou zijn.’

‘Ik had de indruk dat het beter met hem ging. Hij dronk niet meer. Het leek mij dat hij meer een meer sobere momenten had. Hij zag er gezonder uit. Al herinner ik me dat Bernie Leadon langskwam… We waren wat een dollen met een bal, gewoon een stelletje hippies die doen alsof  ze baseball kunnen spelen. Phil Kaufman was scheidsrechter – gewoon wat pret, in de zon. Ik hoorde Bernie zeggen: “Gram ziet er vreselijk uit.” Ik dacht: dat is niet waar. Voor mij, omdat ik zo dicht bij hem stond en omdat hij nuchter was, zag ik hem beter worden. Misschien was het gewoon dat ik het niet wou zien, dat kan.’

Hoewel Parsons de echtscheidingenformulieren had ingevuld, alvorens naar Joshua  Tree te vertrekken, bleel achteraf dat Kaufman de papieren nog niet had ingediend op het tijdstip van overlijden. Daardoor blijft Gretchen de wettige erfgename, samen met dochter Polly en Grams zus Avis en hun halfzus Diane.

Emmylou blijkt niet welkom op de begrafenisplechtigheid. Gretchen ziet haar nog steeds als een concurrente. ‘Ik kreeg de kans niet om te rouwen,’ meent Emmylou. ‘Ik kon niet anders dan er voor op de vlucht gaan. Ik sprong in mijn autootje en trok door Amerika, maandenlang… Op zoek naar mensen die Gram gekend hadden, die me konden troosten… op zoek naar iets om me aan op te trekken.’

Wanneer Grams tweede soloelpee verschijnt, in januari 1974, blijkt dat Gretchen ook daar Emmylou’s bijdrage heeft geminimaliseerd. Zo zijn een aantal duetten weggelaten, waaronder het titelnummer ‘Sleepless Nights’. De plaat heet daarom nu Grievous Angel. Ook de hoes heeft ze veranderd. Gram had de plaat willen laten verschijnen als ‘Gram Parsons with Emmylou Harris’. Een foto van hen samen, zittend op de Harley Davidson van Phil Kaufmann,  zou op de  voorzijde prijken. Gretchen vond die foto echter ‘aanstootgevend’.

Daarom liet ze die vervangen door een foto van Grams hoofd in een zee van blauw.

Vooral het ontbreken van één nummer voelt Emmylou aan als een gemis. ‘Wat betreft mijn mooiste duet met Gram: iedereen zal meteen denken aan ‘Love Hurts’, maar ik wil ‘The Angels Rejoiced Last Night’ daar graag meteen aan toevoegen.’  Niet toevallig selecteert zij dit nummer ook voor haar boxset Songbird.

Toch is het Gram zelf die dit nummer niet op de plaat wou: ‘Die komt op de volgende. Er zijn al genoeg nummers over engelen op deze.’

de oorspronkelijke hoes, gepubliceerd in Rolling Stone

- – - -

De hamvraag blijft: hebben gram en Emmy ooit iets met elkaar gehad?

Phil Kaufman stelt het zo: ‘Als Gram niet getrouwd was, dan zouden er zeker iets gebeurd zijn tussen hen.’

In een recent interview geeft Emmylou toe: ‘Reken maar! Als hij niet gestorven was. Het ging die kant uit. Enkele weken daarvoor had ik voor mezelf toegegeven dat ik verliefd was geworden. Maar, ik wou hem nog niets zeggen. Ik wou even afwachten. Er was tijd genoeg… maar toen ging ie dood. Dus, heb ik het hem nooit kunnen vertellen. […] Ik wou het niet over de telefoon zeggen. Ik wou hem zien, maar ik kreeg de kans niet meer.’

Kaufman voegt er aan toe: ‘Als Gram en Emmylou een koppel waren geworden, zou het zijn leven hebben gered. Zij had geen slechte gewoontes. Zij had hem op het rechte pad gebracht. Ze zouden nu nog samen zijn en nog lang en gelukkig geleefd hebben.’

Wordt vervolgd, in deel 5: Pieces Of The Sky.

Deel 3 – The Fallen Angels

Emmylou  spendeert het geld dat ze kreeg voor haar bijdrage aan de opnamen van Gram Parsons solodebuut aan een splinternieuwe Martin D28 akoestische gitaar.  Die kan ze meteen gebruiken tijdens de maandlange tournee die Grams manager Eddie Tickner organiseert in het voorjaar van 1973.

Presley’s muzikanten zijn veel te duur, dus moet Parsons op zoek naar andere begeleiders. ‘We probeerden Waddy Wachtel te krijgen, op gitaar,’ weet Phil Kaufman, ‘maar hij wou niet op tournee. We vroegen [ex-Byrds ] Clarence White, die kon niet. Dus namen we een vriend van Emmylou: Gerry Mule.’

Verder bestaat de band uit twee oudere sessiemuzikanten uit Nashville: bassist Kyle Tullis en steelgitarist Neil Flanz. De ‘psychotic redneck ‘ drummer komt uit The Remains.

De band krijgt de naam The Fallen Angels (Parsons had The Turkeys voorgesteld, maar dat werd weggelachen).

Road manager Kaufman reist mee om toe te zien dat Parsons uit de buurt van  verboden spullen blijft. Ook Grams vrouw Gretchen trekt mee rond, vooral omdat ze erg jaloers is op Emmy. Emmy zelf heeft haar dochtertje mee.

De geplande repetities draaien uit op feesten, al doet Emmylou nog zo haar best om hen bij de les te houden.

Meteen bij het eerste concert gaat het dan ook goed fout. ‘In Boulder bleek dat [Gerry Mule, de sologitarist] het niet kon,’ weet Kaufman. ‘Hij was een beetje als een baseball coach: hij kon het uitleggen, maar hij kon niet samenspelen. Dus trokken we de stad in en vroegen: “Kan hier iemand gitaar spelen?” Zo vonden we Jock Bartley, ergens in een winkeltje in Boulder. We huurden hem in en vertrokken. Heel bizar.’

Een paar optredens zijn als voorprogramma van The Eagles. Bernie Leadon bevestigt Emmylou’s bezorgdheid over de samenhang van de band: ‘Ik had met Gram gewerkt en wist dat hij niet veel zin had in repeteren. Dat hield in had hij er geen graten in zag om songs te herschikken als hij dat nodig vond. De lengte van een intro, het aantal strofen, het hernemen van een refrein, dat kon allemaal zomaar veranderen.’

Hij herinnert zich wel de prachtige combinatie van de stemmen van Gram en Emmy . ‘Dat was volledig haar verdienste,’ meent hij.  ‘[Op het podium stond] Emmy vlak bij hem en keek naar zijn gezicht, naar zijn mond. Het was haast telepathisch hoe ze wist wat hij zou gaan doen. Als je goed luistert naar die opnamen, zou het me niet verbazen dat haar zang een microseconde achter de zijne volgt.’

Na afloop van een optreden blijven Gram en de muzikanten vaak, tot een stuk in de nacht, plaatjes draaien en countryliedjes zingen. ‘Hij liet me kennismaken met The Louvin Brothers,’ vertelt Emmylou.

Deze spoedcursus country is voor Harris een openbaring. ‘Een nieuwe wereld ging voor me open. […] Daarvoor had ik altijd het idee gehad dat country politiek incorrect was. […] Natuurlijk hou ik van the South. Ik ben er geboren, ik heb er familie van wie ik ontzettend veel hou, maar die waarschijnlijk nooit zullen begrijpen dat blank en zwart naast samen kunnen leven. Het zijn goede mensen, maar ze zijn zo opgegroeid. De muziek van the South stond voor mij voor al dat foute spul. Daarom verloochende ik mijn afkomst, omdat zoveel daar belachelijk was: die kapsels en die kostuums… Ik luisterde nooit naar country muziek.’

In Houston, mogen The Fallen Angels vier avonden openen voor Neil Young. Die trekt rond met zijn Time Fades Away tour. Linda Ronstadt en haar band spelen vormen het voorprogramma.

Chris Hillman – hij weer – stelt de beide zangeressen aan mekaar voor. ‘Jullie zouden goed met mekaar kunnen opschieten,’ meent hij.  En gelijk heeft hij. ‘Toen ik haar voor het eerst ontmoette, dacht ik: Ik wel met haar zingen,’ vertelt Linda Ronstadt: ‘Ik zag ons al de Everly Sisters. Ze had natuurlijk al Gram om mee te zingen en dat was een fantastische combinatie. Ik weet nog dat ik tegen mijn toenmalige vriend zei dat Emmy hoger en langer kon zingen dan ik, en luider en zachter en dat haar frasering beter was. Ze was op-en-top country–rock. Country–rock was tot dan toe mijn specialiteit, maar ze waren mij hard aan het pushen om meer de rocktoer op te gaan. En ik vond: ‘Ze doet dat zo goed, ik geef het op.’ Niemand kan tegen haar op.’

‘Het opzet was om country en rock & roll te spelen in de betere hippie honky tonks van de natie,’ vat Emmylou de tour samen. ‘Het publiek was er. De zalen waren klein, maar het was intens. Misschien niet in dezelfde mate in Chicago als in Austin, maar de energie was er wel altijd.

Ze kwamen om die jonge man te zien en zijn stem te horen, een stem die kon breken en kraken, puur en prachtig, zoetgevooisd, maar ook vol pijn. Er werden niet bepaald records verbroken aan de kassa, maar diegene die er bij waren zullen het nooit vergeten…’

Een optreden voor een radiozender in Long Island, opgenomen in maart 1973, verschijnt negen jaar later, als Gram Parsons & The Fallen Angels Live 1973. De live versie van ‘Love Hurts’ krijgt dan zelfs een nominatie als ‘Beste opname door een country duo.

Zowel op als naast het podium, wordt Emmylou steeds met veel respect behandeld, door de andere muzikanten. ‘Misschien wilden ze haar beschermen omdat ze van de oostkust kwam en al een kind had,’ meent Leadon. ‘Ik denk dat iedereen om haar gaf omdat ze er zo onschuldig en oprecht uitzag.’

Minder goed ligt Emmy bij Gretchen. Hoewel alle betrokkenen volhouden dat er nooit iets is gebeurd tussen die twee, is mevrouw Parsons razend jaloers op de goede verstandhouding tussen de beide zangers. De spanningen lopen zo hoog op, dat de tourmanager Gretchen op een bus zet, richting L.A.

- – -

Enkele maanden na de tournee van The Fallen Angels zijn er plannen voor een “All Star World Tour”. Ter voorbereiding heeft Warner Bros. Records alvast een mini-tour opgezet in het eerste weekend van juni 1973. Het geheel wordt aangekondigd als een “country-rock festival”. De verschillende deelnemende bands zijn allemaal opgebouwd rond ex-leden van The Byrds: Clarence White, Gene Parsons, Sneaky Pete Kleinow en Chris Ethridge.

Op 14 juli wordt Clarence White echter omvergereden door een dronken chauffeur. Hij overlijdt een dag later.

De plannen voor de wereldtournee komen hiermee abrupt ten einde.

 

 

Wordt vervolgd:

Deel 4 – Sleepless Nights : Grievous Angel

 

 

 

Deel 2 – GP

 Gram Parsons

Ingram Cecil Connor III wordt geboren op 5 november 1946 in Winter Haven, Florida. Zijn moeder is van zeer rijke afkomst en bezit uitgestrekte citrusplantages. Vader is een held uit de Tweede Wereldoorlog. Maar allebei hebben ze problemen, die ze trachten te verdringen met alcohol. Na de zelfmoord van haar man, hertrouwt zijn moeder met Robert Parsons. Een aantal jaren gaat het goed, tot Robert een buitenechtelijke affaire blijkt te hebben. Moeder drinkt zich letterlijk dood.

Gram Parsons, zoals hij zich inmiddels is gaan noemen, vlucht in de muziek. Eerst is Elvis zijn grote held, later sluit hij aan bij de folkbeweging. Maar wanneer hij, aan de universiteit van Harvard, in de ban raakt van de countrymuziek van Merle Haggard, vindt hij zijn roeping. Hij besluit zijn studie filosofie op te geven om ‘Cosmic American Music’ op de kaart te zetten, een vermenging van alle Amerikaanse muzieksoorten: rock en country, met soul en folkinvloeden.

Een eerste elpee met de International Submarine Band komt niet van de grond. Via Chris Hillman komt hij bij The Byrds terecht, als jazzpianist (!). Hij drukt zijn stempel op het baanbrekende Sweetheart Of The Rodeo. Tijdens een Europese tournee met de groep, komt hij in contact met the Rolling Stones. Zijn passie voor countrymuziek maakt grote indruk op Keith Richard.

Terug in Los Angeles richt hij, samen met Hillman The Flying Burrito Brothers op. De eerste elpee, The Gilded Palace Of Sin brengt de Bakersfield Sound naar een rock publiek. Maar zijn druggebruik maakt hem onberekenbaar en in juni 1970, kort na het verschijnen van de tweede elpee, wordt hij uit de groep gezet.

Zoektocht naar een zangeres

 

Terwijl Gram probeert een solocarrière uit de grond te stampen, gaat de groep door met een aantal nieuwe mensen. Maar het loopt niet zoals het hoort. Na een geflopte derde plaat denkt Chris Hillman er zelfs over om op het aanbod van Stephen Stills in te gaan om samen een nieuwe groep op te richten.

 

Na afloop van een concert in Washington, DC, krijgt Rick Roberts, de nieuwe gitarist van de band, bezoek van een oude kennis. Ze staan te praten wanneer Chris Hillman er bij komt staan. Die meent dat er iets moet gebeuren om de band weer wat schwung te geven. Een zangeres zou misschien een oplossing kunnen zijn.

Wanneer Hillman weg is, vertelt Roberts vriend hem over een zangeres die hij onlangs aan het werk heeft gezien. Ze heeft niet alleen een mooie stem, maar ziet er ook heel goed uit. 

Roberts is geïnteresseerd en samen trekken ze naar Clyde’s. Daar merkt hij dat zijn vriend niet heeft overdreven. De zangeres maakt indruk. Zeker wanneer ze, met een cover van ‘It Wasn’t God Who Made Honky Tonk Angels’ van Kitty Wells, ook blijkt country te kunnen brengen. Emmylou Harris zou wel eens precies kunnen zijn waarnaar The Flying Burrito Brothers op zoek zijn.

De volgende avond brengt Roberts, Chris Hillman mee. Ze blijven hangen tot Emmylou’s set afgelopen is en vragen dan aan de zangeres of ze zin heeft om de volgende dagen enkele nummers mee te komen doen, bij hun verdere optredens in de club. Dat gebeurt een keer of twee, drie.

- – -

Enkele weken later zijn de Burrito’s weer in de buurt van Washington: ze spelen in Baltimore, zo’n veertig kilometer van de hoofdstad. Gram is net terug van Europa, waar hij rondgehangen heeft met Keith Richards en Anita Pallenberg. Er is afgesproken dat hij komt  meespelen bij het concert.

In de kleedkamer vertelt Parsons over zijn soloplannen en dat ie op zoek is naar een geschikte zangeres. Iemand met wie hij close harmony kan zingen, in de stijl van zijn geliefde Louvin Brothers, zoiets als George Jones met Tammy Wynette.

Hillman vertelt hem over het zangeresje dat enkele keren met hen heeft meegezongen. ‘Chris Hillman was zo enthousiast, toen hij me vertelde over Emmylou dat ik haar wel moest zien,’ getuigt Parsons.

Alleen: niet weet hoe met haar in contact te komen.

Opnieuw komt het toeval ter hulp. Een van de meisjes die backstage rondhangen is de babysit voor Emmy’s dochtertje. Zij komt met het telefoonnummer dat het leven van Emmylou Harris een heel nieuwe wending zal geven.

‘Ik wist niet eens wie hij was,’ lacht Emmylou, terugdenkend aan het telefoontje van Gram Parsons. ‘Hij wou dat ik naar Baltimore kwam. Maar dat ging niet: ik moest spelen. Dus kwam hij met de trein naar D.C.

We spraken af aan het station. Gram was daar met zijn nieuwe vrouw, Gretchen. Zo’n charmante Southern boy, met uitstekende manieren en een brede glimlach. Ik speelde die avond in Clyde’s. Tussen twee sets deden we een paar songs samen, voor die paar aanwezigen.’

Parsons is onder de indruk: ‘Ik was er kapot van toen ik haar hoorde. Ik wou uittesten hoe goed ze was, of ze de manier van zingen en het gevoel van country kon oppikken. … We zongen één van de moeilijkste countryduetten die ik ken: ‘That’s All It Took’ [van George Jones en Gene Pitney]. Emmy zong het alsof ze nooit iets anders had gedaan.’

‘Gram zei dat het goed klonk,” vertelt Emmylou, ‘en dat hij me zou bellen. Ik dacht: Dat zal wel.’

 

GP

Zowat een jaar gaat voorbij.

Het heeft even geduurd eer Gram doorhad dat een platencontract met Rolling Stones Records er niet in zat. Daarna ging hij aankloppen bij Warner Brothers/Reprise Records. Mo Ostin wou hem wel tekenen. Een van Parsons idolen, Merle Haggard zou als producer optreden. Maar Haggard vindt Gram een hippie en grijpt zijn huwelijksproblemen aan om de zaak af te blazen.

Haggards geluidstechnicus, Hugh Davies, ziet de samenwerking wel zitten. Op zoek naar een andere producer, laat Parsons Ric Gretch overkomen. Hij is met de bassist van de Britse groep Family bevriend geraakt tijdens de Europese tournee met The Byrds. Hij heeft van Gretch zelfs een countryfan gemaakt.

Het is augustus 1972, wanneer Emmylou een vliegtuigticket voor Los Angeles in de bus krijgt. ‘Ik verwachtte niet dat de elpee er echt zou komen. Maar ik dacht: Ik neem dat vliegtuig, voor het avontuur. […] Ze boden me $500 om mee te doen aan de sessies. Dat was een berg geld voor iemand die moeite had om $100 per week te bij elkaar te krijgen.’

Parsons heeft een uitstekende groep muzikanten bij elkaar kunnen krijgen. Naast zijn vriend Barry Tashian op bas, treffen we de kern van Elvis Presley’s TCB Band: pianist Glen D. Hardin, drummer Ronnie Tutt en gitarist James Burton. ‘Gram kon echt onder de indruk raken van sommige mensen,’ meent Al Perkins. ‘Mensen als Elvis en Merle… Daarom wou hij hun muzikanten er bij betrekken.’ 

Emmylou is niet onder de indruk: ‘Weet je, ik had geen idee wie die mensen waren. Muzikaal was ik helemaal geïsoleerd. Ik had wel wat country gezongen, maar ik snapte er eigenlijk niks van. Ik wist toen ook niets van wat er in de popmuziek gebeurde.’

In de studio gaat het echter al meteen mis: Gretch heeft nierproblemen en moet de tweede dag verstek geven. Gelukkig zijn de muzikanten zo ervaren dat het gebrek aan een producer geen probleem vormt.

Erger is het drankmisbruik van Gram zelf. Emmylou schrikt als ze merkt hoeveel hij drinkt. ‘Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Zo stevig doordrinken…. en de drugs… Ik zal niet beweren dat ik nog nooit iemand had zien gebruiken…‘ 

Volgens Parsons manager Phil Kaufman was zijn client er slecht aan toe: ‘Cocaine en alcohol. Op een bepaald moment hebben we de zaak moeten stil leggen. We hadden de band van Elvis, we hadden een paar opnamen gemaakt, we hadden Emmylou daar, maar hij was te ver heen om iets te presteren.

Dus nam ik hem even apart en zei hem waar het op stond. Ik zei: “Zo komt er geen plaat.” […] Helemaal nuchter werd ie niet, maar toch voldoende om een beetje samenhangend te werken.

Zijn huwelijk was toen al naar de botten. Dat hielp zeker niet. [Gretchen] was een probleem. […] Ze was, weet je… een feeks. Ze wou de vrouw/vriendin van een rockster zijn. En dat lukte niet echt.’

Daarna verliepen de sessies in de Wally Heider’s Studio in Los Angeles, over het algemeen, tamelijk vlot. Glen D. Hardin werpt zich op als leider van de muzikanten. ‘Ik vond de muziek echt goed,’ meent Davis. ‘Ik amuseerde me. Het was country, maar tegelijk funky… niet echt rock, maar toch zeker geen traditionele country.’ 

Hoewel zijn muziek wordt geklasseerd als country–rock, had Gram, volgens Emmylou, een hekel aan de term. ‘Dat hield voor hem in iets in dat minder voorstelde dan de som van de delen. Ik weet dat hij erg hield van schoonheid van de traditionele muziek, maar daar wou hij dan zijn eigen poëzie aan toevoegen. Neem een nummer als ‘Sin City’: de structuur is zoals die van een van die prachtige songs van The Louvin Brothers, maar de tekst kon enkel geschreven zijn door iemand van zijn generatie en met zijn ervaringen.’

In het begin is Emmylou nogal nerveus, maar daarna wordt ze zowat de mascotte van het team: de chick-singer!. ‘Zij was gewoon een lief meisje,’ weet Phil Kaufman. ‘Ze zat daar maar te breien. Ze had haar dochtertje bij.’

Haar aanwezigheid werkt kalmerend. 

Gram laat het uitwerken van de harmoniezang helemaal aan Emmylou over. ‘We bespraken niets op voorhand. We begonnen er gewoon aan. Gram zei me nooit om zo of zo te zingen. Af en toe stelde hij iets voor: ‘Aan het einde van de song kun je misschien omhoog gaan, in plaat van naar beneden.’ Dat was bij ‘We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning’, maar er werd nooit iets gerepeteerd. Hij begon te zingen en ik viel in. Ik ontdekte dat ik een aangeboren aanleg had voor harmoniezang. Omdat ik geen opleiding had gevolgd, koos ik nooit een bepaalde noot omdat het zo moest […] Ik zag het gewoon als een tweede melodie.’

‘Het was allemaal nogal chaotisch,’ weet ze nog. ‘Gram was al een tijdje niet meer aan het werk geweest, in een studio. Ik zag geen lijn in wat we bezig waren. Eigenlijk was het de aanzet tot een fenomenale muzikale opvoeding voor mij. Achteraf bekeken snap ik niet hoe ik er door ben geraakt. Ik denk dat het louter naïviteit was.‘ 

‘De songs hadden geen begin of einde,’ gruwt  Emmylou. ‘Ik dacht eerst nog dat het zo hoorde. Gram zong iets en schakelde dan over op een ander nummer. Ik had een cassetterecorder en nam alles op, om het dan te leren. Het was absoluut niet plezierig, dat mag je weten.

Op een dag beluisterde ik een opname van de vorige avond. Ik hoorde hem zingen – we deden ‘The Angels Rejoiced Last Night’, van de Louvin Brothers – en ik dacht: Lieve help, die man kan zingen! Opeens drong het tot me door. Daarvoor was ik zo geconcentreerd bezig geweest met mijn eigen zang, het leren van de liedjes, mijn gitaarspel en het samenspel met de band  – ik had nog nooit met een band gewerkt. Ik was dus altijd druk bezig geweest met mijn eigen ding en had nooit echt geluisterd. Opeens hoorde ik het en ik werd verliefd op zijn stem. Toen begon ik het te snappen.’

‘Ze deed het perfect,’ meent Kaufman. ‘’Ze had haar huiswerk gedaan en had aandacht voor wat Gram wou. Ze kon de beide partijen zingen. Ze ving zijn tekorten op, gewoon door hem te volgen [lacht].’

De samenwerking levert hartverscheurende duetten op, met als hoogtepunt  ‘We’ll Sweep Out the Ashes in the Morning’, een cover van een nummer van Joyce Allsup. De oorspronkelijke versie is van Carl and Pearl Butler uit ’69. Het is een van de drie countrycovers. De anderen zijn ‘Streets of Baltimore’ van Tompall Glaser en Harlan Howard – vooral bekend in de versie van countryzanger Bobby Bare. En ‘That’s All It Took’, een pure countrysong, uit  ’62 gezongen door George Jones in duet met Margie Singleton.  

Daarnaast is er een nummer van Ric Gretch en een cover van een recente rocksong van de J. Geils Band. De zes overige nummers zijn eigen composities van Gram.  Het bekendst daarvan is waarschijnlijk ‘She’, een gospel-getint nummer, dat hij enkele jaren eerder geschreven heeft met de bassist van The Flying Burrito Brothers.

GP verschijnt in januari 1973 bij Reprise Records. Ondanks de kwaliteit, de verschillende enthousiaste besprekingen en het succes van volgelingen als The Eagles en Poco blijft de plaat een commerciële flop. 

Geen van beide singles (‘She’ en ‘Cry One More Time’) maakt brokken, noch in de rock-, noch in de countrylijsten.

 

 

Emmylou Harris

Op Hard Bargain, de recente cd van Emmylou Harris, staat een eerbetoon aan Gram Parsons. In ‘The Road’ bezingt ze haar omgang en relatie met de zanger. Het is dan ook niet de eerste keer dat ze terugblikt op haar mentor. In 1975 was er al ‘Boulder to Birmingham’ – één van de weinige nummers die ze tijdens de eerste twintig jaar van haar carrière zelf schreef.  En in 1985 was er The Ballad of Sally Rose. Dat was zowaar een conceptalbum, over een jong zangeresje, dat opkijkt tegen haar minnaar en grote voorbeeld: een muzikant die zwaar leeft en omkomt tijdens een tournee. Je moet echt geen kenner zijn om er het verhaal van Gram en Emmylou in te herkennen.

In 1999 was Emmylou de drijvende kracht achter Return of the Grievous Angel: A Tribute to Gram Parsons, waarop mensen als Elvis Costello en Chrissie Hynde nummers van Parsons coverden.

Gram is ondertussen al bijna veertig jaar geleden overleden. Wat is dat toch dat de grote dame zo onder de indruk blijft van die paar maanden dat ze samengewerkt heeft met die man?

Zelf legt ze het zo uit, tijdens een recent interview met Rolling Stone: “Het is vreselijk dat Gram zo jong stierf, maar ik ben blij dat onze wegen hebben gekruist. ‘The Road’ is mijn dankwoord aan hem en tegelijk een boodschap aan de wereld: ‘Ik ben nog steeds hier en ik kreeg al deze prachtige dingen omdat ik die mens mocht ontmoeten’.”

Deel 1 – Folkzangeres

Emmylou Harris wordt geboren op 2 april 1947, in Birmingham, Alabama. Haar ouders zijn Walter “Buck” Harris en Eugenia Murchison. Vader is afkomstig uit New Jersey. Hij is chemicus van opleiding maar verkoos, na de oorlog, om in het leger te blijven, als officier bij de marine. In Birmingham is hij getrouwd met een plaatselijke schone, uit een boerenfamilie afkomstig uit Chilton bij Clanton. De kleine Emmy is het tweede kind van het gezin. Ze hebben ook al een jongetje: Walter Rutland Harris, Jr.

Vaders job houdt in dat het gezin regelmatig verhuist, van basis naar basis. Pas wanneer de kinderen aan hun middelbare school moeten beginnen, komt er wat standvastigheid.  De familie vestigt zich in Woodbridge, Virginia.  ‘Het was geen hechte gemeenschap. De mensen kwamen van overal. Er was dus geen cultuur.’ Daardoor heeft ze, ondanks haar zuidelijke omgeving, niet echt een zuiders accent en is ze ook niet groot gebracht met country-and-western muziek.

Emmy volgt korte tijd pianolessen, maar schakelt al snel over op klarinet en speelt sax in de fanfare van Woodbridge High. Voor haar zestiende verjaardag krijgt ze van haar grootvader een kleine akoestische gitaar. Met de hulp van boekjes leert ze zichzelf gitaar spelen. Het is dan 1963 en folk is volop in de mode. ‘Als tiener was ik geobsedeerd door Bob Dylan. En Joan Baez! Ik bedoel: welk meisje wilde toen niet Joan Baez zijn?’

‘Er zat pit in [die folk],’ gaat ze verder, ‘er was iets romantisch aan die ballades. Country vond ik vervelend. Je moet eerst opgroeien, huur betalen en dan, wanneer je hart gebroken wordt, kun je pas country verstaan.’ Ze oefent veel en treedt regelmatig op tijdens feestjes. Ze krijgt zoveel lof dat ze zelfs even overweegt van school te gaan ‘om Woody Guthrie’ te worden.

Emmy is een verlegen meisje, altijd met haar neus in de boeken. Aan het einde van haar High School wordt Emmy uitgeroepen tot beste student van haar jaar. Ze krijgt een beurs om naar de universiteit te gaan. Achteraf bekeken omschrijft ze zichzelf als een strevertje.

Toch is ze ook cheerleader en wint zelfs een schoonheidswedstrijd. ‘Erg politiek correct was ik niet als tiener,’ geeft ze toe. ‘Ik wou gewoon populair zijn, zoals alle tienermeisjes. Het stelde niet zo veel voor, hoor. We hebben hier over Woodbridge, Virginia. Ik bedoel: er deden zeven meisjes mee. …  Ze hebben me gevraagd om mee te doen. Ik wou verder studeren en vertelde hen dat ik niet verder zou gaan, als ik zou winnen. Dat vonden ze niet erg. Ik won en kreeg een geldprijs.. en een kroontje natuurlijk.’

Ze gaat toneelschool volgen. ‘Ik wou actrice worden. Ik las scripts en speelde toneel in school. Toen ik een kleine beurs kreeg om naar de universiteit van North Carolina te gaan, ging ik ter voorbereiding toneelles volgen aan de universiteit van Boston. Daarna zou ik dan overstappen.

Omdat ze die studies zelf moet betalen, gaat ze opdienen in een restaurant in Virginia Beach, nabij Norfolk.
‘Ik trad er wat op in kleine folkclubs en leerde er wat muzikanten kennen.‘

Een van hen is Mike Williams, die met zijn 12-snarige gitaar haar optredens wat opleukt. Het repertoire is erg uiteenlopend: van Hank Williams tot the Beatles. Als het maar niet te moeilijk is en de teksten haar aanstaan. Ze zingt vooral omdat de school saai is en ze het geld kan gebruiken.

De acteerlessen blijken niet helemaal wat ze er van verwacht had. ‘Toen ik dan naar de universiteit ging, merkte ik al snel dat ik niet hetzelfde talent had voor acteren als voor muziek. Ik deed het allebei  graag, maar ik besefte dat muziek echt mijn ding was. Ik  blonk niet uit door acteertalent. Ik was alleen maar de beste actrice in onze kleine school geweest, snap je?

Emmy in 1966 aan het UNC van Greensboro

New York, New York

Halfweg het tweede jaar besluit ze haar studies te laten vallen en in Tanglewood toneellessen te gaan volgen. ‘Ik kon zelfs die zes weken niet volhouden – en ik had er zelf voor betaald.” Ze beseft dat een toekomst als actrice er niet in zit. ‘Wanneer ik zong, kon ik me echt inleven. Maar als ik acteerde, speelde ik gewoon een rol.’

Daarom trekt ze naar New York, waar ze het wil gaan maken in de folkwereld. Om kosten te sparen verblijft ze in een YMCA. Overdag gaat ze opdienen in restaurants, om ’s avonds te kunnen optreden in Greenwich Village. Maar de optredens zijn schaars en de inkomsten navenant. Het is inmiddels 1967 en de folkrage is helemaal voorbij. Psychedelische muziek is nu de mode.

Na een tijdje krijgt ze een vaste avond bij Gerde’s Folk City, een club waar Bob Dylan nog heeft gespeeld. Ze vindt er haar plaats in een groepje songwriters waaronder Jerry Jeff Walker, Paul Siebel en David Bromberg. Ze komt een paar keer op TV, bij plaatselijke uitzendingen. Maar echt doorbreken zit er niet in. Daarvoor is ze niet soepel genoeg: vertegenwoordigers van platenmaatschappijen zien geen brood in wat ze doet. ‘Ik had een tamelijk interessant repertoire, maar ze snapten er niets van.’

‘Ik zong nummers van Paul Siebel en Joan Baez, wat van Simon and Garfunkel en een paar nummers die ik zelf had geschreven. Erg uiteenlopend. Ik deed wat van Buck Owens, I deed een paar nummers van Hank Williams, maar dan meer als grap, moet ik toegeven. Ik begreep ze niet echt.’

Haar voornaamste bron van inkomsten blijft opdienen. Ook  werkt ze een tijdje in een boekenwinkel.

 

Begin 1969 trouwt ze met een collega songwriter Tom Slocum. Die helpt haar om een haar songs onder te brengen bij een muziekuitgeverij: Jay-Gee Record Company. Ze bieden haar 3% op de netto verkoopprijs voor zelfgeschreven nummers. Het copyright wordt ondergebracht bij haar eigen muziekuitgeverij Hannah Brown Music, Nanshel Music en Jubilant Music.

Het folklabel Jubilee wilde opnamen wel uit te brengen. ‘Niemand had interesse in waar ik mee bezig was. Mijn manager bracht me in contact met  Jubilee. Ik maakte de fout blindelings te tekenen, zonder vooraf een advocaat te raadplegen. Ik was nogal passief – nu nog trouwens, zij het iets minder  -  ik tekende gewoon het contract en was gebonden aan een firma die niet veel voor me kon of wilde doen.’

Die zomer neemt ze, tijdens drie sessies van drie uur, de songs op voor haar debuutplaat: Gliding Bird. Het is een onschuldige, onopvallende folkplaat, duidelijk gemodelleerd op Clouds van Joni Mitchell. De zang is erg onzeker. Emmylou geeft toe: ‘Het was richtingloos. Ik had geen echte eigen stijl. Ik deed zomaar wat.’ Het titelnummer is geschreven door haar kersverse echtgenoot. Daarnaast zijn er vijf eigen composities, de rest zijn covers. ‘Dat is nog het beste van die plaat,’ meent Emmylou: ‘het toont dat ik songs wou schrijven. De helft van de songs had ik zelf geschreven. Het zijn niet de beste nummers ter wereld, maar ik ben hoef me er ook niet voor te schamen. De helft van de plaat heb ik zelf geschreven!’

De cover van het Bacharach/David nummer ‘I’ll Never Fall In Love Again’ is er op verzoek van de producer, Ray Ellis – en zwaar tegen haar zin. De andere covers zijn wel haar keuze: nummers van Fred Neil, Bob Dylan en Hank Williams. ‘Ik vind dat de covers nogal goed gekozen waren. … Het waren de eerste sporen van wat zou volgen.’

‘I’ll Be Your Baby Tonight’ / ‘I’ll Never Fall In Love Again’ wordt naar voren geschoven als debuutsingle. En verdwijnt spoorloos.

In februari 1970 verschijnt Gliding Bird. Er worden slechts 1 300 exemplaren van verkocht en Jubilee schuift haar een kostennota van $8,000 onder de neus. Tot overmaat van ramp gaat het label dan ook nog eens over kop.

Emmy is inmiddels zwanger, maar zolang haar toestand het toelaat werkt ze als model in een kunstschool (‘met mijn kleren aan en met een paraplu in mijn handen – vraag me niet waarom!’ en gaat weer opdienen.

Er volgt nog een tweede single: ‘Paddy’ / ‘Fugue For The Ox’. De a-kant is geschreven voor de gelijknamige film, gebaseerd op de populaire voetballer George Best. Het is een zwak nummer, maar Emmylou doet haar best.

Nashville, Tennessee

Op 15 maart 1970 bevalt Emmylou van haar eerste dochtertje: Mika Hallie Slocum.  New York lijkt plots een vuilee en gevaarlijke stad. Bovendien is het huwelijk met Tom niet echt denderend. Ze besluiten hebben en houden in hun aftands autootje te stoppen en weg te trekken. ‘Omdat ik, eigenlijk meer voor de grap – een paar countrysongs bracht in mijn show, dacht ik dat ik het als countryzangeres kon gaan maken in Nashville. (lacht) Niet erg doordacht, he! Maar ja, ik was nog zo jong. Als het niet goed gaat – we hadden niet veel geld, mijn carrière zat in het slop en ons huwelijk was ook al niet geweldig – dus was mijn filosofie: we verhuizen!’

De verandering van omgeving brengt echter niet de verhoopte verbetering in de relatie en al na enkele weken, besluit Tom terug te liften naar New York. Emmylou blijft alleen achter, in een vreemde stad en met een baby. Er volgen maanden van zwoegen en armoede, vooral door de hoge schuldenlast. Ze moet zien rond te komen met voedselbonnen.

Clarksville, Maryland

Na een paar miserabele maanden in de Music City keert ze terug naar haar ouders, die inmiddels op een kleine boerderij wonen in Clarksville, Maryland, niet ver van Washington. Ze wordt er hartelijk opgevangen. ‘Ze zeiden: “Je kan blijven zolang je wilt”.’

Ze vindt werk bij een bouwbedrijf in de buurt. Als hostess moet ze in een modelwoning de potentiële klanten rondlijden. ‘Ik had het huis voor mij alleen. Ik verstopte mijn gitaar in de wc en als er niemand was, speelde ik er op. Het was een fijne job… tot ze ontdekten dat ik niet kon typen. Gelukkig had ik dan al wat vrienden leren kennen die muziek maakten in Washington, DC.’

Via zanger/gitarist John Starling (oprichter van de Seldom Scene) en diens vrouw, Fayssoux komt ze in contact met een ander muzikaal koppel. Bill Danoff en Taffy Nivert vormen de band Fat City (na de flop van hun elpee Welcome To Fat City richten ze de Starland Vocal Band op en hebben een hele dikke hit met ‘Afternoon Delight’). Die moedigen haar aan om verder te gaan. Ze stellen haar voor aan de gitarist Gerry Mule en bassist Tom Guidera. Ze zorgen er ook voor dat het trio aan de bak komt in een van de vele rock en folkclubs in het  Georgetown District.

Na een paar maanden vinden ze een vaste stek bij Clyde’s. Het stelt niet veel voor: het is een achterkamer van een vrijgezellenbar in de uitgaansbuurt van Washington. Maar ze kunnen er zes dagen per week spelen, drie sets per avond. Aan het publiek dat toch niets beters te doen heeft dan te luisteren, kunnen ze het repertoire van ‘vreemde en obscure’ songs kwijt.  ‘Washington is een fantastische stad voor muziek,’ blikt Emmylou terug.  ‘Er zijn veel studenten en er is echt interesse in muziek. […] De opbrengsten zijn gering, maar het was zeker evenveel als ik kon verdienen met opdienen. Met de hulp van mijn ouders die zorgden voor mijn dochtertje, kreeg ik de kans om naam te maken in het clubcircuit. Ik verdiende zo’n 100 dollar per week: genoeg voor de huur en de groenten.’

Na een tijdje beginnen Emmy en de bassist een relatie.  Tom trekt in bij Emmy, haar dochtertje en haar ouders.

Niets wijst er op dat in deze situatie nog veel verandering zal komen, de volgende jaren.

 

 

 

A DAY IN THE LIFE

 

 

John en Paul sloten ooit een deal om alle songs die ze samen of afzonderlijk schreven te laten registreren als Lennon/McCartney. Vooral in de beginjaren van The Beatles was dat ook het geval. Gaandeweg verliep de samenwerking wat losser, waarbij de basisstructuur van een nummer aan de ander werd gepresenteerd, zodat die eventueel wat verbeteringen of aanvullingen kon voorstellen. De voornaamste songschrijver is meestal heel eenvoudig te herkennen: diegene die het nummer heeft geschreven zingt het ook.

‘A Day In The Life’ is een van die songs waaraan beide songschrijvers een belangrijke bijdrage hebben geleverd. Elk op hun typische manier.

 

Jarenlang hebben The Beatles zowat 24 uur per dag samengeleefd. Maar in augustus 1966 zijn ze gestopt met touren. Meteen kan elk zowat zijn eigen weg gaan. Dat is duidelijk merkbaar aan hun uiterlijk. De uniforme pakken zijn vervangen door kleurrijke outfits met gestreepte broeken en bolletjeshemden. Het typische Beatleskapsel is verdwenen en snorren en baarden sieren de bekende gezichten.

 

Paul heeft een huis gekocht, op wandelafstand van de EMI studio aan Abbey Road, in het noordwesten van Londen. Doordat hij nu vlakbij woont is hij dikwijls eerder dan de andere in de studio. Hij probeert er nieuwe muzikale ideeën en productie-effecten uit, die hij dan aan de anderen voorstelt als een voldongen feit. Ringo schijnt het zich niet aan te trekken, wanneer Paul een bepaald drumpatroon voorstelt. Maar George is er niet zo mee opgezet wanneer hij Pauls gitaarsolo’s noot voor noot moet naspelen.

Ook privé gedraagt Paul zich als een vrije vogel. Zijn verloofde, de actrice Jane Asher, is soms maandenlang op tournee met het theatergezelschap waarvan ze deel uitmaakt. Paul stort zich dan volop in het uitgangsleven. ‘Ik was een vrijgezel in Londen,’ legt hij, in ‘86 uit aan Rolling Stone.  “Ik leefde op mijn eentje, bezocht toneelstukken, verdiepte me in [het underground tijdschrift] International Times met Allen Ginsburg. Het was een fantastische tijd. Ik maakte 8 mm amateur filmpjes en toonde ze beeld per beeld – klik, klik, klik – zodat ze bijna een uur duurden, in plaats van 10 minuten, weet je wel? Ik herinner me dat ik ze liet zien aan Antonioni – die in stad was om er Blow Up te draaien – en Keith Richards. We brachten heel wat fijne avonden door – niet altijd even nuchter, vrees ik – met het kijken naar die films. Ik heb ze nog steeds ergens liggen.
Ik hield ook van Stockhausen en maakte heel wat geluidstapes. Die zond ik dan naar vrienden, gewoon voor de lol. Ik weet nog dat ik ooit tegen John zei: “Ik ga een plaat maken met deze spullen. Die heet ik dan Paul McCartney Goes Too Far.” John riep: “Dat moet je doen, man!”

 

John daarentegen zit zowat gevangen in zijn villa in het chique Weybridge, op een uur rijden van Londen. Wanneer het niet echt nodig is, komt hij zijn huis niet uit. Dat vertaalt zich in de onderwerpen van de songs die hij bijdraagt aan Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Een tekening van zijn vijfjarige zoontje Julian vormt de inspiratie voor ‘Lucy In The Sky With Diamonds’. De kreet van reclamespotje voor cornflakes verwerkt hij tot ‘Good Morning, Good Morning’ en een antieke poster voor een circusvoorstelling gebruikt hij haast letterlijk voor ‘For The Benefit Of Mr. Kite’.

Voor ‘A The Day In The Life’ baseert John zich op een aantal artikels in de Daily Mail van 17 januari 1967.

 

 

17 januari 1967

 

‘Een schitterende song,’ meent Paul. ‘Grotendeels Johns nummer, maar ik was er bij betrokken van in het begin. Hij vertelde me het idée om de tekst te baseren op artikels uit de krant.’

John bevestigt: ‘Ik schreef het nummer met de Daily Mail voor me, op de piano,’ vertelt John in 1967. ‘Het lag open op ‘News In Brief’ of ‘Far or Neer’ of hoe ze dat noemen.’ Twee verhalen trokken mijn aandacht. Eentje was over een erfgenaam die dood ging in zijn auto. Dat was het belangrijkste nieuws. Hij strierf in Londen bij een auto ongeluk.’

 

Het is het verslag van de lijkschouwing op Tara Brown. Het artikel trok de aandacht van John, omdat Tara een vriend van Paul was. Browne was een van de koplopers van de Londense Underground scène. Met kleding in wilde kleuren  en zijn psychedelische beschilderde sportwagen was hij een opvallend figuur. Zodra hij 25 zou worden, wachtte hem een enorme som geld, als erfgenaam van het Guinness fortuin.

Paul was een regelmatige bezoeker in Tara’s luxe vrijgezellenflat in Belgravia, waar ze marihuana roken en uren naar muziek luisteren.

 

De 21-jarige jongeman negeerde in de vroege uren van 18 december  1966 een rood licht. Zijn Lotus Elan crakste tegen een geparkeerde bestelwagen. Zijn 19-jarige vriendin Suki Poitier overleefde de klap, maar Tara zelf was niet zo gelukkig.

 

I read the news today oh boy
About a lucky man who made the grade
And though the news was rather sad
Well I just had to laugh
I saw the photograph
He blew his mind out in a car
He didn’t notice that the lights had changed
A crowd of people stood and stared
They’d seen his face before
Nobody was really sure
If he was from the House of Lords.

Paul relativeert: ‘De regel over de politicus die zelfmoord pleegde in zijn auto schreven we samen. Er wordt beweerd dat het over Tara Browne gaat, de erfgenaam van Guinness, maar dat denk ik niet. Toen we het schreven dacht ik toch niet aan Tara. John misschien wel. Ik beelde me een politicus in, die verdoofd door drugs aan een verkeerslicht stopte, zonder te merken dat de lichten veranderd waren. Dat van ‘blew his mind’ was puur een verwijzing naar drugs… had niets van doen met een auto ongeval.‘

 

Ook John distancieerde zich: ‘Ik gaf geen verslag van het ongeval. Tara schoot zich niet voor het hoofd. Maar dat kwam bij me op toen ik dat schreef.’

 

 

De tweede strofe gaat over een oorlogsfilm. Het is een verwijzing naar How I Won the War, de film van Richard Lester, waarin Lennon geacteerd heeft (zie ‘Strawberry Fields Forever’).

 

I saw a film today oh boy
The English Army had just won the war
A crowd of people turned away
but I just had to look
Having read the book

 

Voor de laatste strofe grijpt John opnieuw naar de krant van 17 januari. Er was een stukje over dat ze vierduizend gaten hadden geteld in Blackburn Lancashire.’

‘Bladerend door de krant vonden we kleine stukjes, zoals dat over de gaten in de weg in Blackburne, Lancashire,’ vertelt Paul, ‘en een ander over de [Londense concertzaal] Albert Hall. John verbond die twee, heel handig, als ‘now how many holes it takes to fill the Albert Hall’….’

John vult aan: ‘Toen we de song opnamen, ontbrak er nog een woord… Ik wist dat het zoiets moest worden: ‘Now they know how many holes it takes to  – puntje, puntje – the Albert Hall.’ Om de een of andere redden kon ik geen werkwoord bedenken. Wat deden die gaten in de Albert Hall? Het was Terry Doran die kwam met ‘fill’ the Albert Hall. Dat werd het dan.’

‘…en daardoor werden we in de ban geslagen’, lacht Paul. ‘De BBC dacht dat we vulgair deden. Dat was niet het geval.’

 

I read the news today oh boy
Four thousand holes in Blackburn, Lancashire
And though the holes were rather small
They had to count them all
Now they know how many holes it takes to fill the Albert Hall.

 

 

Daarmee heeft John drie strofen, waarin hij het verschil beklemtoont tussen de werkelijkheid en het waarnemen ervan.

 

 

18 januari 1967

 

‘’A Day in the Life’ – dat was me wat!,’ vertelt John trots, in 1968. ‘Ik hield er van. Een prima samenwerking van Paul en mezelf. Ik had dat stuk van ‘I read the news today’ en Paul was er weg van. […] Ik had een middle-eight nodig, en Paul had er een. Bang, bang, en hij had het. Het ging mooi samen. ’

 

Zoals John het uitlegt, moet Paul met zijn middenstuk zijn gekomen  tijdens de repetitie. ‘We arrangeerden en repeteerden het – dat doen we niet vaak – de dag voor de opname, in de namiddag. We waren aan het spelen en raakten goed op dreef. We wisten dus allemaal wat we zouden spelen.’

 

Pauls stukje gaat over de routine van elke dag en het ontsnappen aan de dagdaagelijkse realiteit.

‘Het was iets helemaal anders, maar het paste toevallig,’ meent Paul. ‘Het was gewoon iets waarbij ik me herinderde hoe het was om de straat uit te lopen om de bus te nemen, naar school. Iets roken en de klas in gaan. Een reflectie over mijn schooltijd. Ik rookte een Woodbine, iemand zei iets en mijn gedachten dwaalden af.’

 

Het is nog een overblijvertje van het begin van de opnamen, toen zowel ‘Strawberry Fields Forever’ als ‘Penny Lane’ over hun jeugd in Liverpool gingen. Het concept om daarmee een hele elpee te vullen, ging echter de deur uit, toen beide nummers geselecteerd werden voor een single en daarmee van de traklist voor Sgt. Pepper’s werden geschrapt.

 

Woke up, fell out of bed,
Dragged a comb across my head
Found my way downstairs and drank a cup,
And looking up I noticed I was late.
Found my coat and grabbed my hat
Made the bus in second splat
Found my way upstairs and had a smoke,
and somebody spoke and I went into a dream.

De bindende kracht tussen de bijdragen van beide songschrijvers is het zinnetje “I’d love to turn you on.”

Paul stelt hij het zo: ‘Tim Leary kwam in die tijd met “Turn on, tune in, drop out” en wij schreven ‘I’d love to turn you on.’ John en ik keken mekaar aan en wisten: ‘ja hoor, dit gaat over drugs. Jij hebt het door, he?’

 

Niemand weet wie met het zinnetje kwam aanzetten. Zelf geven ze mekaar de eer. John, in 1980: ‘Pauls bijdrage was dat prachtige bindstukje ‘I’d love to turn you on.’ Ik had het grootste stuk van de song en de tekst, maar hij kwam met dat zinnetje dat hij in zijn hoofd had en nergens anders voor kon gebruiken.’

 

Vier jaar later, meent Paul dan weer dat John de regel bedacht. ‘Ik herinner me […] dat ik dacht: veel verder kunnen we niet gaan. […] Dat was er eentje van John en een verdomd goeie ook. ‘

19 en 20 januari 1967

 

De opnamen beginnen op donderdag 19 januari, om half acht ‘s avonds. De werktitel is dan nog: ‘In The Life Of….‘

 

De basis track is een live opname van bongo’s (Ringo), maracas (George), piano (Paul) en akoestische Gibson J-160E (John). Daarna zingt John het nummer in.

Omdat ze nog geen idee hebben hoe het middenstuk eruit zal zien laten ze een assistent de 24 maten aftellen. Onder begeleiding van Paul’s getinkel op de piano en met steeds meer echo op zijn stem telt hij Mal Evans van 1 tot 24.  ‘Omdat we dat nogal freaky vonden,’ legt Paul uit. Om het einde van dat deel aan te duiden, laten ze een wekker aflopen.

Pauls zang ontbreekt dan nog, maar na Johns derde strofe telt Mal opnieuw tot 24. Tot slot klinkt er een piano die altijd maar klimt en klimt en klimt en… stop.

Take 1 is indrukwekkende opname. Johns merkwaardige manier van aftellen (‘sugar plum fairy, sugar plum fairy’) is te beluisteren op Anthology 2.

 

Darana volgen nog drie pogingen om dit te verbeteren. Take 4 is de beste versie. Deze wordt gebruikt voor verdere overdubs: John zingt het nummer daarna drie keer in, op de sporen 2, 3 en 4, telkens zwaar bewerkt met echo. Op spoor 3 staat ook nog het pianointro van Paul.

 

De volgende dag wordt take 4 teruggebracht tot twee sporen, in 3 mixen, 5 tot 7, waarvan 6 de beste wordt bevonden. De basistrack blijft spoor 1, terwijl de drie andere sporen zijn samengevoegd op spoor 2. Hierop zingt Paul zijn stukje in. Maar daarbij vergist hij zich en zegt ‘Oh shit’ zodat het later opnieuw moet worden ingezongen.

Op spoor 3 komen Ringo’s drums en Paul op bas. Spoor 4 wordt oorspronkelijk vrijgehouden voor het orkest, maar dan wil Paul wil toch nog wat piano toevoegen en zo is de band opnieuw vol.

 

Op 3 februari zingt Paul zijn deel opnieuw in. Ook de ritmesectie op spoor 3 wordt overgedaan, waarbij Ringo tom-toms bespeelt, in plaats van zijn gewone drumstel. Daar was heel wat overtuigingskracht voor nodig. ‘We moesten hem overhalen om tom-toms te spelen,’ verklapt Paul. ‘Hij wil nooit een solo doen, maar we supporterden: “Kom op. Je bent geweldig! Dit wordt prachtig.”  En dat was het ook.‘

 

 

 

10 februari 1967

 

Hoewel de rest van het nummer zo goed als klaar is, zijn er nog twee keer 24 maten die moeten gevuld worden. Paul heeft een voorstel: een “freak-out”, een geluid dat steeds luider wordt. ‘Het crescendo van het orkest was gebaseerd op wat ideeën die ik kreeg door Stockhausen en zo… Een beetje abstract.’

John ziet dat wel ziten: een ‘geweldige opbouw, van niets tot zoiets als het einde van de wereld.’

 

Paul stelt voor negentig muzikanten in de studio te halen en die telkens een toontje hoger te laten spelen tot de limieten van hun instrument. George Martin ziet dat niet zitten. Zelfs voor The Beatles zouden de kosten, te hoog oplopen.

 

Zo’n bende kun je ook niet onvoorbereid in de studio halen, vindt de procucer. Dus maakt hij op 30 januari een ruwe mono mix 1 van take 6 als demo. Op basis daarvan schrijft Martin, in samenspraak met McCartney een soort arrangement. Het komt er op neer dat de muzikanten beginnen op de laagste noot van hun instrument en geleidelijk hoger gaan, om te eindigen op de allerhoogste noot.

 ‘Ik begon met op de partituren voor elk instrument de laagste noot te schrijven, eindigend met een E majeur akkoord. Aan het begin van elke van de 24 maten gaf ik aan waar ze ongeveer moesten zijn op dat moment.’

 

De grote dag is 10 februari. Die dag verzamelt een bonte bende in de studio. The Beatles hebben wat vrienden uitgenodigd: Mick Jagger en Marianne Faithfull, Keith Richard, Mike Nesmith, Donovan, Simon en Marijke van The Fool, Ron Richards, Tony Bramwell…

 

Er zijn twaalf violen, vier violas, vier cello’s, twee bassen, één harp, één oboe, twee fluiten, drie trompetten, drie trombones, een tuba, twee klarinetten, twee bassooons, twee hoorns en een percussionist. De veertig klassiek getrainde muzikanten komen veelal uit de orkesten van het Royal Philharmonic en de London Symphony.

George Martin heeft de zware taak hen uit te leggen dat ze maar één noot hoeven te spelen. Maar wel steeds luider.  ‘Ze mochten het eigenlijk in hun eigen tempo doen… maar zo werkt een orkest niet. Dat is tegen hun tradities.’

 

Om de sfeer te bevorderen worden gekke hoedjes, valse neuzen en dergelijke uitgedeeld.

 

Zeven camera’s moeten alles op beeld vastleggen.

‘Het was een zootje,’ meent Peter Brown. ‘Ze filmden de laatste sessie in Abbey Road – die met het London Symphony Orchestra. Toen we aankwamen deelden ze 16 mm camera’s uit, en draagbare microfoons. We mochten filmen wat we wilden. Maar er waren geen afspraken gemaakt voor enige echte filmopnamen. Alles was dus puur naar eigen goeddunken. Geen enkel shot was lang genoeg – de mensen amuseerden zich gewoon met de camera’s.’

 

George Martin geeft de instructies: ‘We beginnen heel stil en eindigen heel hard. We straten heel laag en eindigen geel hoog. Je moet zelf bepalen hoe je er geraakt, zo geleidelijk aan mogelijk… zonder echte noten te spelen. Wat je ook doet, luister niet naar de kerel naast je, want ik wil niet dat je hetzelfde doet.’ Natuurlijk keken ze me allemaal aan alsof ik niet goed wijs was.’

 

Het dirigeren van het orkest neemt Paul op zich: ‘Wat opviel was dat je goed het karakter van het orkest er in zag: de strijkers zijn als schapen – ze keken naar wat de ander ging doen. “Ga jij omhoog? Ik ga!” en dan gingen ze allemaal samen. De leider nam hen mee. De koperblazers waren veel wilder. Jazz kerels, he.’

Na afloop breekt er een spontaan applaus los.

 

Het geheel wordt vier keer opgenomen op afzonderlijke opnameapparatuur, terwijl de opnamen van the Beatles op een andere meespeelt. Zo krijgt Paul eigenlijk veel meer dan hij had gevraagd: 160 muzikanten!

 

Na afloop van de opnamen worden de vier sporen samengedrukt op één spoor: take 7.

 

Wanneer de muzikanten naar huis zijn proberen the Beatles met hun vrienden een idee uit voor het einde van het nummer: een langgerekte “hummmmmm”. Ze proberen het vier keer eer ze een take hebben waarop ze niet in lachen uitbarsten. Die opname, take 11, wordt dan nog drie keer overgedaan zodat een hele band ermee vol staat. Het geheel is echter niet echt bevredigend, ook al omdat niemand het 20 seconden volhoudt.

 

 

22 februari 1967

 

Omdat het “koor van stemmen” niet geslaagd is, wordt op 22 februari een ander idee uitgeprobeerd: één langgerkte noot op de piano.

Paul heeft weer de leiding: “Have you got your pedal down, Mal?”

Mal: “Which one’s that?

Paul: “The right hand one, far right. It keeps the echo going.”

John: “Keep it down the whole time.”

Paul: “Right. On four then. One, two, three…”

 

John, Paul, Ringo en Mal Evans slaan gelijktijdig het E majeur akkoord aan, op drie piano’s: Buuungggg.

Er zijn negen takes nodig om precies gelijk te raken.

De laatste poging wordt als beste gekozen en hierop wordt alles dan nog drie keer overgedaan, met steun van George Martin op een harmonium. Dit geluid wordt dan nog bijgewerkt tot een langgerekte geluidsmuur van 53″.

 

Na ongeveer 34 uren werk is ‘A Day In The Life klaar’ om te worden gemixt. Met 5’03” is ‘A Day In The Life’ zo’n twee minuten langer dan elk ander nummer dat The Beatles tot dan toe hadden uitgebracht.

 

Wanneer David Crosby de mannen, in de studio, komt bezoeken, krijgt hij het voorrecht om het nummer te beluisteren. ‘Voor zover ik weet, was ik de eerste mens, behalve hen en George Martin en de geluidstechnici om ‘A Day In The Life’ te horen. Ik had heel wat [hash] gerookt. […] Ze zetten me daar neer. Ze hadden gigantische luidsprekers, op wieltjes en die werden aan weerszijden van de stoel gezet. Tegen het einde van dat laatste pianoakkoord lagen mijn hersens op de grond, man.’

Het uitstalraam van mijn favoriete platenwinkel ligt vol met dikke boxen, remasters en andere overbodige Deluxe edities van spullen die ik allang in huis heb. Het is duidelijk: de Kerstperiode staat voor de deur. Tijd om terug te blikken! Dat doen we traditiegetrouw met het jaarlijstje.

Er viel opnieuw heel wat lekkers te beleven. Voor we aan het lijstje beginnen wil ik toch even wat dingetjes vernoemen die niet in aanmerking komen, om diverse redenen.

Zo moet ik toch zeker een plaatje vermelden dat vorig jaar is uitgekomen, maar dat ik te laat heb ontdekt: Folk Songs For the American Longhair van Brother Dege.

Verder heb ik erg genoten van een paar compilaties, vol zuiderse klanken. Wie mij een beetje kent, weet dat ik hiermee doel op het zuiden van de Verenigde Staten, de bakermat van zowat alle muziek die mij dierbaar is. Delta Swamp draagt als vlotbekkende ondertitel Sounds From The South: At The Crossroads of Rock, Country and Soul. De dubbel-cd brengt wat hij belooft: muziek die niet te vangen is onder één hoedje.

Al ligt de klemtoon op soul, geldt datzelfde eigenlijk ook voor The Fame Studios Story 1961-1973. Op drie cd’s krijgen we een greep songs die zijn opgenomen in de legendarisch Muscle Shoals studio, gelegen in Alabama, vlakbij de grens met Tennessee en Mississippi. Hoewel dat zowat het hart is van  Dixieland, werkten blank en zwart er broederlijk samen. Een hele prestatie in die tijd.

Tenslotte wil ik Smile ook even vermelden. Het legendarische verloren meesterwerk van Brian Wilson is eindelijk, zo’n 45 jaar na de opnamen, verschenen. Vijftien jaar geleden zou ik er heel blij mee zijn geweest. Toen heb ik, aan de hand van verschillende bootlegs, verschillende cassettes gemaakt met mijn eigen versie van wat had kunnen zijn. Brian Wilson bracht een jaar of zeven een nieuwe interpretatie van het materiaal en dat was goed. Eigenlijk voegt die schitterend uitgegeven, ontzettend dure box set niets meer toe aan het verhaal. Vooral jammer vind ik dat de tracklist van Brian Wislon Present Smile is aangehouden voor deze uitgave. Dat was toch meer de visie van Darian Sahanaja, dan die van de opper Beach Boy zelve. Ik had dan ook liever iets gehoord dat dichter bij de oorspronkelijke opzet zat.
Jammer.
Maar het blijft een prachtig hebbeding.

Onze jeugdhelden worden oud. Paul McCartney wordt volgend jaar 70 en Bob Dylan is het in mei al geworden. Dat werd gevierd en hoe! Natuurlijk was er mijn boek, Bob Dylan in de studio, dat – tot mijn verrassing en grote vreugde – over het algemeen zeer goed werd ontvangen.

A Nod To Bob, Vol. 2 is een heel mooi eerbetoon van een select groepje Americana artiesten die een voortreffelijke interpretatie hebben gemaakt van songs uit Dylans oeuvre. Dikwijls leidt zoiets nogal eens tot tenenkrommende resultaten (wacht op die vier cd’s box set van Amnesty International), maar dit plaatje kon mij zeer bekoren.

Nonkel Bob kwam de feestelijkheden zelf luister bijzetten, middels een bij momenten uitstekend concert in het Sportpaleis.

En dan nu… tromgeroffel: het lijstje!

1.         Gillian Welch – The Harrow & The Harvest


2.         Thurston Moore – Demolished Thoughts

3.         The Bony King of Nowhere – Eleonore

4.         Raphael Saadiq – Stone Rollin’

5.         Ryan Adams – Ashes And Fire

6.         Jeffrey Foucault – Horse Latitudes
7.         Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion – Bright Examples
8.         Buddy Miller – Majestic Silver Strings
9.         Josh T. Pearson – Last Of The Country Gentlemen
10.      Eilen Jewell – Queen Of The Minor Key

11.      PJ Harvey – Let England Shake
12.      Israel Nash Gripka – Barn Doors And Concrete Floors
13.      John Hiatt – Dirty Jeans and Mudslide Hymns
14.      Joe Henry – Reverie
15.      Lucinda Williams – Blessed
16.      Tom Russell – Mesabi
17.      The Walkabouts – Travels In The Dustland
18.      Laura Marling – A Creature I Don’t Know
19.      William Elliott Whitmore – Field Songs
20.      Wilco  – The Whole Love

Verder zijn er nog eervolle vermeldingen voor:

  • Amatorski – TBC
  • Matt Bauer – The Jessamine County Book of the Livin
  • Blackie and the Rodeo Kings – Kings and Queens
  • Ray Bonneville – Bad Man’s Blood
  • Kate Bush – 50 Words For Snow
  • Ry Cooder – Pull Up Some Dust And Sit Down
  • King Creosote & Jon Hopkins – Diamond Mine
  • The Decembrists – The King Is Dead
  • Bon Iver – Bon Iver
  • Paul Simon – So Beautiful or So What

Wanneer John op de proppen komt met ‘Strawberry Fields Forever’ reageert Paul onmiddellijk met een eigen nummer over zijn jeugd in Liverpool.  ‘Ik denk dat we die [nummers] in dezelfde periode schreven,’ probeert Paul zich in 1994 te herinneren. ‘We antwoorden vaak mekaars songs. Het kan best zijn dat het mijn versie was van een herrinneringsong.’

Penny Lane is een straat in Liverpool. Gek genoeg heeft Paul er echter nooit gewoond, maar John wel. Vlak voor zijn dood vertelde hij: ‘Penny Lane is niet enkel een straat, maar een district… een voorstad waar ik met met mijn moeder en vader gewoond heb, tot mijn vier jaar. Ik was de enige Beatle die in Penny Lane heeft gewoond.’

Penny Lane is dus meer dan een straatnaam, het is vooral een aanduiding voor een hele buurt. Er was een belangrijk busstation in Penny Lane en vele groene dubbeldekkers Liverpool gaven dan ook aan dat ze naar Penny Lane reden.  Het busstation was een verzamelpunt voor de jeugd: de plaats van waar uit je naar het stadscentrum kon rijden.

Paul liep al langer rond met het idee. Een jaar eerder, tijdens de opnamen van de het TV-programma The Music Of Lennon And McCartney, op 1 november 1965 vermelde hij terloops dat hij een nummer over Penny Lane wil schrijven. Ook John gebruikte de naam Penny Lane in een vroege versie van ‘In My Life’, maar dat werd niks.

In december 1966 zet hij zich echt aan het schrijven. ‘Het waren jeugdherinneringen: er is een bushalte die Penny Lane heet. Er was een kappersazaak: Bioletti’s, met foto’s van hoofden in de etalage, als voorbeeld van haarsnit die je er kan vragen. Ik dikte dat wat aan en maakte er van dat het was alsof hij een tentoonstelling hield in zijn uitstalraam. Het was allemaal gebaseerd op echte dingen. Op de hoek was er een bank. Dus bedacht ik een bankier – geen bestaande persoon – met lichtjes dubieuze gewoontes, en de kinderen die hem uitlachen en de gietende regen.

Ook de brandweerkazerne was een beetje een dichterlijke vrijheid. Er is een brandweerkazerne, maar die licht een paar kilometer verder. Niet echt in Penny Lane. Maar we hadden een derde strofe nodig… Ik vond het stukje over ‘It’s a clean machine’ erg geslaagd. Ik vind het nog steeds een mooie uitdrukking. Soms heb je geluk en klinkt iets mooi en wordt het een vaste uitdrukking.

Kortom: de bank, de kapper en de brandweerkazerne bestonden allemaal echt.’

John bevestigt: ‘We waren echt op dreef toen we ons Penny Lane voor de geest haalden: de bank was er, en het busstation met de tramhokjes en de wachtende mensen en de controleur stond er… de brandweerwagens waren in de buurt. Het was als je jeugd herleven.’

Toch is er meer aan de hand dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Wat eerst een mooie zomerdag lijkt, ‘beneath the blue suburban skies’, wordt plots verstoord door stortregen ‘the fireman rushes in from the pouring rain’. Even later staat zelfs de winter voor deur: ‘selling poppies from a tray’ verwijst immers naar 11 november. Op Remembrance Day wordt het einde van de Eerste Wereldoorlog herdacht. In Engeland en Amerika verkoopt men dan ‘poppies’: rode bloemen, een verwijzing naar de papavers, de rode bloemen op de slagvelden van Vlaanderen.

Dat de tijdsverwarring in de tekst geen slordigheid is, maar een bewust surrealistische toets, valt op te maken uit Pauls terzijde over de verpleegster: ‘She feels as if she’s in a play… she is anyway’.

‘John en ik spraken vaak af in Penny Lane,’ verklaart Paul. ‘Ieder jaar, op Poppy Day, stond daar iemand van het Britse leger om poppies te verkopen. John en ik stopten dan een shilling in het blikje en namen een bloemetje. Dat was onze herinnering. We fantaseerden over een verpleegster die de poppies verkocht – Amerikanen dachten vaak dat het om puppies ging!
Dat is ook weer een interessant beeld.’

Paul heeft twee strofen geschreven wanneer hij het nummer aan John toont. Samen schrijven ze de derde strofe. vast te zitten.

‘Het waren jeugdherinneringen: half vergeten dingen van een jaar of acht, tien eerder. Recente nostalgie, fijne herinneringen voor ons allebei.’

Een zicht op Penny Lane, in 1957. De foto is gemaakt van uit de bushalte. In het midden is de kapperszaak.

 

Opnamen

De opnamen beginnen op 29 december 1966 om 7 uur ‘s avonds. Terwijl John in een andere studio druk doende is met de post-synchronisatie van de film How I Won The War, neemt Paul in zijn eentje, de basistrack op.

Voor de opname vertelt hij aan George Martin: ‘Ik wil een heel zuivere opname … Misschien iets in de aard van de Beach Boys.’

Gezeten aan de piano speelt hij het nummer zes keer. Enkel de laatste twee pogingen het einde. Take 6 wordt als basis genomen om op verder te werken.

Deze basismelodie, op spoor 1, vult hij aan met een tweede piano-opname, deze keer vervormd weergegeven door een gitaarversterker. Op spoor 3 komen tamboerijn en een derde piano, op halve snelheid opgenomen. Spoor 4 tenslotte is een combinatie van enkele tonen van een harmonium, opnieuw door een gitaarversterker, vreemde percussie effecten en enkele tikken op een cimbaal.

Van deze opnamen worden twee ruwe mono-mixen gemaakt en dan is het kwart na 2 en tijd om naar huis te gaan.

De volgende avond wordt eerst een mono mix gemaakt, om de 4-sporen band terug te brengen tot één spoor, take 7. Op een van de vrijgekomen sporen wordt dan de eerste zang toegevoegd, door Paul, met John op tweede stem. Haast vanzelfsprekend wordt ook daar weer mee geëxperimenteerd: de zang wordt iets vertraagd opgenomen, zodat die wat hoger klinkt bij het afspelen. 

Het is weer ver na middernacht wanneer ze opnieuw twee mono-mixen maken als demo’s.

Na nieuwjaar, op 4 januari 1967, wordt het werk hernomen. Eerst is er nog maar eens een piano-overdub, dit keer gespeeld door John, plus een gitaarsolo van door George. De beiden instrumenten staan op hetzelfde spoor. Paul zingt het nummer opnieuw in op een ander.

Beatleshulpje Mal Evans noteert in zijn dagboek: : “Opname ‘Penny Lane’, maar Paul en John zijn nog niet tevreden. Dus doen de we de zang morgen opnieuw. Gingen naar de [club] Bag O’ Nails omstreeks 3:45 na de sessie. Cyn, Terry en Stan. Jane kwam naar de studio in haar auto. Aten vis met friet in de studio. Overal brandende wierookstokjes vannacht – begin van de geur te houden.’

De volgende dag doet Paul de zang dus over. Met de geur van de frieten nog in de studio, wijzigt hij daarbij de tekst lichtjes. Hij voegt de opmerking “very strange” toe, maar ook het aangebrande woordspelletje ‘four of fish and finger pies’. ‘A four of fish’ is een vaste uitdrukking waarmee men voor 4 penny vis met friet bestelde, terwijl ‘finger pie’ verwijst naar gefoefel van tieners in het slipje van hun vriendinnetje. Het openbare toilet bij de bushalte was daarvoor een ideale plek.

De rest van de avond nemen The Beatles, onder leiding van Paul ‘Carnival of Light’ op. Dat is een 13’48” durende collage van geluiden voor een underground-feest, in het Roundhouse Theatre. Een voorloper van Johns ‘Revolution N° 9’.

De dag daarna, op 6 januari, worden bas (Paul), drums (Ringo) en slaggitaar (John) toegevoegd aan de opnamen. Alle instrumenten worden vertraagd opgenomen. Ook de conga drums die John daarna bespeeld worden vervormd en vertraagd opgenomen. 

Omdat alle sporen opnieuw vol zijn, wordt take 7 teruggebracht tot twee sporen als take 8. Hierbij sneuvelen de opnamen van de gitaren: zowel George’s sologitaar als Johns slaggitaar worden gewist.

De vrijgekomen sporen raken diezelfde avond opnieuw gevuld. Spoor 3 met nog meer pianospel van John en George Martin, aangevuld met handgeklap. Op spoor 4 geven Paul, John en George, door middel van scatzang aan waar blazers moeten komen.

Tegen 1 uur ‘s nachts wordt take 8 weer gemixt tot take 9, waarbij opnieuw twee sporen vrijkomen. Spoor 3 wordt daarbij echter alweer gewist.

Tijdens het weekend schrijft George Martin een blazersarrangement. Op 9 januari staan daarvoor negen muzikanten opgetrommeld. Het instrumentarium bestaat uit vier fluiten, twee trompetten, twee piccolo’s en een bugel. John maakt stiekem opnamen van de sessie.

Na afloop worden weer twee ruwe mono-mixen gemaakt: remix 5 en 6 van take 9.

De volgende dag volgt nog meer scatzang. De stemming is blijkbaar opperbest want ze besluiten wat grapjes toe te voegen: telkens de brandweerwagen wordt vermeld, wordt er even heftig geschud met een handbel. Ook het geluid van een bus (op 3:32) is een aardigheidje.

Drie dagen later, op 12 januari, worden nog meer blazers toegevoegd: twee trompetten, twee hobo’s en twee althobo’s.

Er wordt zelfs een contrabassist bijgehaald voor een piepklein accentje. Vanaf 2:03 speelt de bassist twee maten of vier seconden lang, telkens opnieuw dezelfde noot. Het geluid van de staande bas onderlijnt de traagheid van de bankier, die lijdt aan artritis. Dat komt er van als je halsstarrig weigert een regenjas (mackintosh, afgekort tot mack) te dragen in de regen.

Er worden opnieuw twee mono mixen gemaakt: RM7 en RM8. Paul neemt een acetate van RM 8 mee naar huis.

De Anthology mix, met de hobo’s

Maar Paul is niet helemaal tevreden.

Een paar dagen eerder, op 11 januari, heeft hij op TV een uitvoering gezien van Bachs tweede Brandenburgse concert door het English Chamber Orchestra. Hij is behoorlijk onder de indruk van de bijzondere klank van de piccolo trompet. De volgende dag legt hij tegen George Martin uit, dat hij ook dit geluid wil toevoegen. Hij neuriet voor wat hij wil dat er gespeeld wordt. Het is aan Martin om de partituur uit te schrijven. 

De beroemde piccolo trompet solo wordt toegevoegd op 17 januari. Het is David Mason die het uitvoert. Mason is ook de man die het instrument bespeelde tijdens de uitvoering op TV. Volgens de aanwijzingen van Paul, speelt hij twee solo’s: één in het middenstuk en één aan het einde.

David Mason, die eerder dit jaar overleed, vertelt doet hier zijn verhaal uit de doeken.

Na afloop van de opnamen worden opnieuw drie mono-mixen gemaakt van take 9. De beste daarvan wordt onmiddellijk naar de Verenigde Staten gestuurd, om daar als master te dienen voor de single. In afwachting worden alvast wat promo kopieën geperst en verspreid.

Maar ondertussen bedenkt Paul zich en op 25 januari, laat hij George Martin het nummer opnieuw mixen, maar zonder het laatste stukje van de tweede trompetsolo.

Deze versie verschijnt op de single ‘Strawberry Fields Forever’/’Penny Lane’ die op 17 februari 1967 wordt uitgebracht. De eerste 25 000 exemplaren zitten in een fotohoesje – een primeur voor Engeland.

Filmpje

Net als voor ‘Strawberry Fields Forever’, maakt regisseur Peter Goldman een 35 mm filmpje voor ‘Penny Lane’.

‘Het ging allemaal razendsnel,’ getuigt Goldman. ‘Ik zat al goed en wel in het vliegtuig voor het tot me doordrong waar ik aan begonnen was. Zenuwen en opwinding kwamen opzetten. Hoe zou ik  iets kunnen maken dat grappig-bizar-slim-gek-gesofistikeerd genoeg zou zijn om The Beatles tevreden te stellen? Het was tijdens de vlucht dat ik bedacht om paarden te gebruiken.

“Hou je van paarden?” vroeg ik The Beatles, toen ik hen mijn ideeën voorlegde voor het promofilmpje  voor ‘Penny Lane’.  “Tuurlijk, paarden. We hebben veel vrienden die paarden hebben.” Ze dachten alle vier wel paard te kunnen rijden, als het kalme dieren waren tenminste.”

Op 5 februari zien verbaasde passanten The Beatles heen en weer lopen de nauwe straatjes van het plaatsje Stratford, in het Londense East End. Het nieuws verspreidt zich razendsnel. ‘De aanblik van de vier paarden bleek te veel voor de heuse menigte die zich inmiddels had verzameld,’ weet Peter Goldman. ‘Het roepen en krijsen maakte de paarden angstig.’ In afwachting dat de situatie wat bekoelt, trekken de jongens zich terug in een pub. ‘Natuurlijk was het dolle pret toen The Beatles en de film crew daar binnen kwamen. Er werd een fotograaf bij gehaald om de gelegenheid te vereeuwigen. De uitbater, zijn personeel, vrouwen, kinderen… iedereen kwam er bij. Iedereen moest er bij voor een familieportret met The Beatles. Oma werd wakker gemaakt, de baby uit de wieg gehaald.  … The Beatles zeiden nooit nee, tegen dit soort situaties. Geduldig kreeg iedereen een handje, mensen mochten hun jassen passen….’

De opnamen worden twee dagen later verder gezet in Knole Park, Sevenoaks, waar ook de scènes voor ‘Strawberry Fields Forever’ zijn gedraaid. ‘De scènes met de paarden zouden daar worden overgedaan,’ legt Goldman uit, ‘ maar dat was ook geen succes. Het viel nogal mee dat Paul een beetje kon rijden, toen zijn paard plots voor iets schrok en op de vlucht ging, dwars door een grote vlakte in dat enorme park.’ De andere paarden lopen er achter en het is een heel gedoe om de dieren weer te vangen. Uiteindelijk kunnen ze toch nog een paar minuten filmen. ‘De jongens waren blij dat de opnamen er op zaten.’ 

Gelukkig is er ook nog een minder gevaarlijke scène voorzien: een diner bij kaarslicht… overdag.

Daarvoor komt de enorme catering bus van de groep mooi van pas. ‘John, Paul, George en Ringo hielden van lekker eten,’ weet de regisseur. ‘Ze werden behoorlijk boos als ze hun speciale gerechten niet kregen, zelfs tijdens buitenopnamen.

Dus volgde de grote metalen, bontgekleurde bus hun overal. … Het eten werd geserveerd in een strikte volgorde: eerst John, Paul, George en Ringo, dan kwam ik, als hoofd van de filmploeg, daarna mijn assistant en zo voort.’

Enkele dagen later draait Goldman ook wat beelden in Liverpool, om toch de indruk te wekken dat de opnamen daar hadden plaatsgevonden. Daarop zijn onder andere de karakteristieke groene bussen te zien en natuurlijk ook de bushalte waar het allemaal om draait: ‘the shelter in the middle of the roundabout’.

Doorheen het filmpje zij er ook nog beelden van Lennon die , in zijn eentje, door King’s Road in Chelsea loopt.

Het filpje wordt gemonteerd door Tony Bramwell, een van de vertrouwensmannen van de groep. ‘Het was echt een mini-film. Allemaal gedraaid in dat verdomde park en die straten. Daarna werkten Andrew Gosling en ik als gekken, 36 uur, om alles te ontwikkelen en achter elkaar te plakken. Het heeft een pak geld gekost.’

STRAWBERRY FIELDS FOREVER

de achterzijde van het hoesje van de single

Schrijven

De Amerikaanse zomertournee van The Beatles in 1966 was niet bepaald een pretje geweest. (Zie hier en hier.)  Zelfs Paul, de man die er altijd al het meest van al die aandacht genoot, heeft er genoeg van. Ze besluiten dan ook er mee stoppen. Er valt een enorme druk van hun schouders. ‘Dat was het,’ roept George opgelucht, ‘Ik ben geen Beatle meer.’

Ieder gaat een tijdje zijn eigen weg. George reist naar Indië om er te leren sitar spelen en er kennis te maken met de Oosterse religies. Paul richt zijn nieuwe huis in en trekt dan naar Kenia, op safari. Ringo blijft thuis bij vrouw en kinderen en John gaat in op het aanbod van regisseur Dick Lester om te acteren in een film. Hij krijgt de rol van soldaat Gripweed in de anti-oorlogskomedie How I Won The War.

De filmopnamen vinden grotendeels plaats in het woestijnachtige Almeria, in Spanje. Maar de verveling slaat als snel toe. John ervaart al vlug dat filmen vooral wachten betekent. Bovendien is er in Santa Isabel, waar ze verblijven, ook al niet veel te zien. John en Cynthia delen er een grote villa met een van de andere acteurs,  Micheal Crawford en diens vrouw. ‘Almeria was vreselijk,’ vertelt Crawford. ‘Er viel absoluut niets te beleven ’s avonds. We vermaakten ons met Monoploy en Risk… ‘

Om iets om handen te hebben grijpt John naar zijn gitaar. Dan zat hij in zijn slaapkamer en werkte aan een melodie op zijn gitaar,’ weet Crawford. ‘Ik hoorde hem steeds weer hetzelfde spelen tot hij een mooie akkoordenreeks had. Het was interessant om te horen hoe een song werd geschreven. Hij heeft me toen niets uitgelegd over de tekst, of waarom hij dat schreef. ‘

De eerste aanzet is een langzame talking blues, waarbij John ‘de tekst [wil] laten klinken als een gesprek,’ zoals hij het later uitlegt. Het begint als een nostalgische terugblik op zijn jeugd.

Een van de hoogtepunten van de zomervakanties was het jaarlijkse tuinfeest van een weeshuis in de buurt van zijn thuis aan Menlove Avenue, in Liverpool. ‘Strawberry Field (John voegde de ‘s’ toe) was een groot Victoriaans gebouw te midden van een uitgestrekte bos, aan Beaconsfield Road. Sinds 1936 bood  het Leger Des Heils er opvang voor weesjongens. De gotische architectuur van het huis en het mysterieuze van de bossen fascineerde de kleine John.

Na een tijdje ontdekte hij een manier om ongemerkt op het terrein te komen. Het werd een favoriete schuilplaats. Het was een plek waar hij alleen kon zijn en zijn verbeelding de vrije loop kon laten gaan.

In 1995 licht Paul toe: ‘Ik heb ergens gelezen dat iemand Strawberry Field omschreef als een saaie, grauwe plek. En dat het enkel in Johns verbeelding een mooie plaats was. Maar in de zomers was het er niet saai of grauw: het was een geheime tuin. John dacht helemaal niet aan dat weeshuis. Er was een plekje waar je over de muur kon klimmen en dan kwam je in een verwilderde tuin. Helemaal niet onderhouden. Het was zoiets als de tuin in The Lion, the Witch and the Wardrobe [van de Narnia films] en zo zag hij het ook. Het was een plaats waar hij zich kon verstoppen, om wat te gaan roken, wat te dromen. Een plek waar hij kon ontsnappen.’

Door de romantische associaties wordt Strawberry Field een symbool van zijn verlangen om zich terug te trekken. Het versterkt het  gevoel dat hij op de een of andere wijze anders is dan zijn tijdgenoten. ‘Ik was altijd al hip,’ verklaart John in 1968, ‘Ik was hip in de kleuterklas. Ik was anders dan de anderen. Heel mijn leven ben ik al anders.’ ‘Niemand zit op zijn golflengte’, verwoordt hij als: ‘No one I think is in my tree/ I mean it must be high or low’.

Meteen probeert hij zichzelf gerust te stellen: ‘That is, I think, it’s not too bad’.

‘Ik was te verlegen en twijfelde aan mezelf. Niemand was zoals ik. Dus moest ik gek zijn of geniaal: ‘I mean it must be high or low’. Er was iets mis met me, dacht ik, omdat ik dingen zag die anderen niet zagen.’

In het volgend couplet probeert hij te omschrijven hoezeer de aanpassingsproblemen aan hemzelf te wijten zijn: ‘Always, no sometimes think it’s me’.

Hij is hier nog maar amper mee begonnen, of hij corrigeert zichzelf al. Het lijkt heel sterk op spreektaal, op iemand die iets probeert te formuleren, terwijl hij er over nadenkt.

Ook even verder, nadat hij beweerd heeft het verschil tussen realiteit en droom te kennen, herziet hij zijn uitspraak, opnieuw midden in een redenering: ‘I think I know, I mean …” voordat hij haast wanhopig roept: ‘but it’s all wrong.’ Meteen vindt hij ook dat weer te sterk uitgedrukt, dus gaat hij verder: ‘That is, I think I disagree.’

 Dan vat hij het refrein aan: ‘Let me take you back to Strawberry Fields.’ Terug naar zijn kindertijd. Een tijd waar ‘nothing is real.’  Later maakt hij er ‘take you down’ van.

Demo’s

In het huurhuis in Santa Isabel, neemt John een zestal demo’s op van het nummer, onder de werktitel ‘It’s Not Too Bad’. In totaal zowat 8 minuten opnamen. John bespeelt daarbij een klassieke gitaar met nylon snaren.

W anneer John en Cynthia, begin november terugkeren naar huis, ziet de toekomst van The Beatles er zeer onzeker uit. ‘Ik dacht:  dit is het einde. Geen tournees meer… ik begon er over na te denken wat ik nu moest doen. Een leven zonder The Beatles: hoe zou dat zijn? De zes weken [in Spanje] had ik daar over nagedacht.’

Maar Paul ziet het helemaal anders. Hij wil verder met de groep. Hij wil opnieuw de studio in – dat nieuwe contract, daar zorgt Brian Epstein wel voor. Hij wil een plaat maken die nog sterker is dan Pet Sounds van The Beach Boys. ‘Ze waren het beu om de gevangenen te zijn van hun eigen roem,’ weet George Martin. ‘De Nieuwe Plaat zou een een pure studiocreatie zijn. Ze hoefden de songs helemaal niet live te kunnen brengen.’ Alles kan voortaan: blazers, strijkers, exotische instrumenten…

John begint meteen te experimenteren met verschillende manieren om het nummer op band te zetten. In zijn muziekkamer in zijn huis in Weybridge, probeert hij eerst een basistrack te maken met zang en zijn elektrische Epiphone Casino gitaar. Vijf pogingen die zijn bewaard, raken niet verder dan de derde regel: “No one I think is in my tree”.

Aan die opname voegt hij dan allerlei overdubs toe: zang, fingerpicking Casino gitaar en mellotron. Twee van deze demo’s worden in 1996 uitgebracht op Anthology 2 van The Beatles.

Daarop staat ook één volledige versie, op zacht aangeslagen elektrische gitaar. De strofe die begint met “Living is easy…” is nog niet geschreven. Op de take is ook een orgel te horen, dat John er later bij heeft gevoegd.

Opnamen

De eigenlijke opnamen beginnen in studio 2 aan Abbey Road in Londen,

Op donderdag 24 november 1966 beginnen de opnamen voor Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Voor het eerst hebben ze geen voorgeschreven datum waarop de plaat af moet zijn. Zij  bepalen dus zelf het tempo en kunnen net zo lang aan een nummer werken tot zij vinden dat het af is.

‘Strawberry Fields’ is het eerste nummer waaraan gewerkt wordt. John toont het nummer aan de anderen door het voor te spelen op zijn akoestische gitaar. Hij heeft de tekst uitgebreid met een nieuwe strofe “Living is easy …”. Die komt helemaal aan het begin.

Na uitgebreide repetities beginnen The Beatles aan de eerste take.

Paul slaat meteen al aan het experimenteren: hij wil fluit spelen, op een mellotron. ‘Een vreselijk instrument is dat eigenlijk,’ licht producer George Martin toe. ‘Het was een voorloper van de synthesizer, al zou had het meer gemeen met een sample apparaat. Het geluid dat we gebruikten op ‘Strawberry Fields’ was bedoeld als een echte fluit, maar geen enkele fluitist zou zo kunenn spelen! Het was een fantastisch geluid en je kunt je het niet meer wegdenken. In plaats van de Mellotron te gebruiken om authentieke instrumenten te imiteren, namen we het zoals het was en dat was eigenlijk veel interessanter.’

Op die eerste take horen we behalve Paul op de mellotron, de zang en gitaar van John, George speelt bas op de laagste snaren van een elektrische gitaar en Ringo natuurlijk drums.

Deze basistrack wordt vervolgens aangevuld met tomtoms, maracas, slide gitaar op Stratocaster (George) op spoor 2, een tweede keer zang van John, plus mellotron van Paul op spoor 3 en tenslotte nog eens zang van John (voor het refrein) en woordenloze harmonies door John, Paul en George.

Na het weekend, op 28 november, keren the Beatles terug naar de studio om een nieuwe versie op te nemen van ‘Strawberry Fields Forever’. Op aandringen van George Martin begint het nummer nu met het refrein. Paul speelt nu ook voor het eerst de mellotron-intro whoo-whoo, whoo-whoo, whoo-whoo, hoo-oo

Take 2 is een basis-track, gespreid over twee sporen. Take 3 is een valse start, maar take 4 is volledig. In eerste instantie speelt John niet mee. De basis-track wordt opgenomen met drums, mellotron en maracas. Dan voegt George elektrische gitaar toe, bespeeld in de fingerpicking stijl, op spoor 2. Op spoor 3 staan Paul op bas en John met enkele aflopende swoops van de mellotron, plus George die slide speelt op zijn Stratocaster.     Pas op spoor 4 komt de zang van John. Die wordt versneld opgenomen.

Van take 4 worden daarna 3 mono-mixen gemaakt om er lakplaatjes van te kunnen maken, zodat de mannen thuis kunnen beluisteren wat ze hebben opgenomen. 

De volgende dag wordt vroeg opnieuw begonnen. Take 5 is opnieuw een valse start. Take 6 is weer een volledige track, ongeveer zoals take 4, alleen in een wat hoger tempo. Tevreden met dat resultaat wordt een eerste mix gemaakt, zodat het geheel kan worden overgezet op een nieuwe take 7, waarbij wat sporen vrij komen. Hierop komen dan andere overdubs: Lennon’s zang, piano’s en bas. Deze versie wordt aangeduid als beste en er worden dan weer drie mono-mixen van gemaakt.

De volgende dagen wordt er gewerkt aan een nummer van Paul: ‘When I’m 64’, een nummer in vaudeville-stijl dat nog dateert uit de Cavern Club dagen, toen The Beatles het nummer brachten wanneer de versterkers uitvielen.

Wanneer dat klaar is, vertelt John aan George Martin dat hij niet echt tevreden is over de opnamen (“too heavy”) en dat hij het nog eens wilde proberen, in een sneller tempo en misschien met de hulp van andere muzikanten.

Op 8 december, om 19 uur beginnen de opnamen voor een nieuwe basistrack. Omdat George Martin en Geoff Emerick naar de première van Cliff Richards nieuwe film Finders, Keepers moeten, beginnen the Beatles alvast te werken met geluidstechnicus Dave Harries.

Ze profiteren van de situatie om eens lekker wild te gaan doen: Ringo tracht moedig het ritme erin te houden met zijn drums, John en Paul spelen bongo’s en George en Paul hebben pauken aangesleept. Zelfs de roadies mogen meedoen: Neil Aspinall schraapt over de grond, terwijl Mal Evans schudt met een tamboerijn en Terry Doran de maracas mishandelt… Ondertussen wordt er geroepen  (‘Tell you… What?’), gelachen (‘Ho, huh-huh. Can you hear… buh, da-da dup…’) en gemompeld (‘Cranberry sauce. Cranberry sauce. My mother made it for me.’).

Wanneer George en Geoff om 23 uur binnenwandelen vinden ze de studio in chaos. Martin beveelt: ‘Zo kan het wel weer, jongens.’

Wanneer om 20 voor 4 ‘s nachts de opnamen afgelopen zijn, staan er vijftien nieuwe takes op band: takes 9 tot 24, waarvan elf volledige. Het zijn allemaal enkel instrumentale opnamen.

George Martin heeft dan bovendien al een nieuwe backingtrack samengesteld, door twee van de onvolledige takes, takes 15 en 24 aan elkaar te plakken.

Hiervan maakt Martin dan de volgende dag een tape reductie naar take 25. Hiervoor brengt hij de drums, bongo’s, pauken, maracas en tamboerijn allemaal samen op spoor 1. Hierdoor hebben ze weer drie nieuwe sporen om op te werken. Op spoor 2 komt svaramandal, een soort Indische harp – een klusje voor George, plus nog meer percussie, waaronder stevige drumwerk van Ringo.

Hiervan wordt een mono mix (RM4) gemaakt zodat er weer lakplaatjes van kunnen worden getrokken.

Daarna worden, met de grootste zorg cimbalen toegevoegd aan spoor 2. Om een andere klank te krijgen wordt het geluid echter achterstevoren afgespeeld.

Aan de hand van dit plaatje kan George Martin, op aanwijzingen van John, een arrangement schrijven voor de blazers en strijkers.

De studiomuzikanten die op 15 december hun opwachting maken zijn vier trompettisten en drie cellisten. Samen vullen ze sporen 3 en 4, zodat take 25 opnieuw helemaal vol is.

Daar wordt take 26 van gemaakt, waardoor opnieuw twee sporen vrij komen voor Johns zang. Na het inzingen wordt nog een mono-mix RM9 gemaakt en ‘Strawberry Fields Forever’ is eindelijk klaar.

Alhoewel, op 21 december voegt John toch nog wat zang en piano toe aan take 26.

Maar opnieuw is John nog niet tevreden. Hij vraagt aan George Martin: ‘Kun je het begin van de eerste versie niet aan het eind van de tweede hangen?’

‘Dan hebben we twee problemen,’ antwoordt George: ‘Ten eerste zijn ze in verschillende toonaarden en ten tweede zijn ze in een verschillend tempo. Verder geen probleem, hoor.’
‘Ach, daar zul je wel iets op vinden,’ meent John, ‘Jij kan dat, George.’
George Martin gaat de uitdaging aan. Door monoremix 10 van take 7 wat te versnellen en monoremix 11 van take 26 wat te vertragen kan hij er een master van maken. Een prachtig werkstuk.
De overgang zit precies op 1:00. Let er op en ‘Strawberry Fields Forever’ zal nooit meer hetzelfde klinken.
Oorspronkelijk wou George het einde laten uitsterven, maar omdat hij het laatste stukje zo prachtig vond, fade hij dat weer terug in. Vandaar het ‘valse einde’.

Geen enkel ander Beatlesnummer is zo sterk veranderd tijdens het opnameproces.
In de vier weken waarover de opnamen verspreid lagen, investeerden the Beatles al hun talent en alle trucks die ze de twee jaren daarvoor hadden geleerd in een monumentaal product. Dat verschilde echter zo sterk van het oorspronkelijke akoestische concept dat John in zijn hoofd had, dat hij tot het eind van zijn leven volhield dat ‘Strawberry Fields Forever’ slecht opgenomen was.   

Single

Op 27 januari 1967 tekenen The Beatles een nieuw contract voor negen jaar met EMI. Omdat de platenmaatschappij dringend een nieuwe single vraagt, moet George Martin – onder protest – twee nummers selecteren uit de drie die tot dan toe zijn afgewerkt. De keuze valt op ‘Strawberry Fields Forever’ van John en ‘Penny Lane’ van Paul – toevallig twee songs die gaan over hun jeugd in Liverpool.

Omdat ze de nummers niet live willen of kunnen promoten, wordt de Zweedse regisseur Peter Goldman gevraagd om promofilmpjes te maken voor beide songs. Met een cameraploeg van Don Long Productions maakt hij eerst filmopnamen voor ‘Strawberry Fields Forever’.

Het idee voor het vreemde instrument in de boom, komt van Klaus Voorman (de man die de hoes van Revolver heeft getekend). Tony Bramwell krijgt de opdracht om een geschikte boom te zoeken. Die vindt hij in Kent: in Knole Park, Sevenoaks. ‘We vonden een piano,’ legt Bramwell uit, ‘haalden die uit elkaar en spendeerden uren met telkens weer in en uit die verdomde boom te klimmen. Die glanzende snaren zijn van dat spul dat gebruikt wordt voor Kerstgeschenken.’

‘De wind speelde met die slingers: ze bleven maar uit de boom vallen,‘ vult Goldman aan. ‘Het was een zootje. The Beatles zaten in Johns Rolls Royce. Ze hadden dolle pret. Door een microfoon en een luidspreker moedigden ze ons aan en gaven commentaar.’  

‘Er was niet echt een verhaal,’ gaat Bramwell verder, ‘We probeerden van alles uit: de snelheid van de camera aanpassen en de film achteruit spoelen…’

De volgende dag wordt, opnieuw in Sevenoaks, de scene opgenomen waarin Paul in de boom springt.
Volgens Peter Goldman droegen The Beatles elk zeven verschillende kostuums voor de opnamen. Het is haast allemaal hun eigen kledij. Enkel de rode jassen werden speciaal voor het filmpje gemaakt.

Tijdens een wandeling in het stadje vindt John een circus poster uit 1843. De tekst op de poster gebruikt hij later, zowat letterlijk, voor ‘Being For The Benefit Of Mr. Kite’.

De single met dubbele a-kant verschijnt op 17 februari 1967. Hoewel het een van de allerbeste singles allertijden is, bereikt het plaatje toch niet de top van de Britse hitlijst. Die eer is voorbehouden aan ‘Release Me’ van Engelbert Humperdinck. De geruchten dat ‘The Beatles passé zijn’ blijken echter wat voorbarig.

 

Sneller dan verwacht kwam Bob Dylan in Nederland uit. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het boek pas in oktober van de persen zou rollen, maar toen BD hoorde van het boek, leek het hem wel leuk om meteen maar zelf naar onze streken af te zakken.

Vandaar dat u nu al dit boek kan lezen, als voorbereiding op zijn optredens in Antwerpen en Rotterdam.

We vinden het haast vanzelfsprekend dat Bob Dylan elk jaar langskomt om ten dans te spelen. Dat was vroeger wel even anders. Het duurde tot 1978 voor hij voor het eerst zijn opwachting maakte bij onze noorderburen. België moest zelfs nog zes jaar langer wachten!

Precies over die andere tijden gaat dit boeiende boek van Tom Willems, de man achter de uitstekende blog Bob Dylan in (het) Nederland(s).

Tom heeft zowat alles gelezen dat er in, in de jaren zestig en zeventig, in het Nederlands over Dylan is gepubliceerd. Daarenboven heeft hij iedereen gesproken die op de een of andere manier betrokken was bij radiospecials, uitgave van bootlegs, of pogingen om Dylan naar Nederland te halen. Met die kennis schets hij een vrij volledig beeld hoe een Dylanfan zijn idool in de jaren zestig en zeventig in onze streken kon ervaren.

Hij stelt vast dat, de karige muziekpers van die tijd, de zanger meteen introduceerde als “de stem van een generatie”. Opmerkelijk, vermits Nederland pas kennis maakte met de man toen hij al overgestapt was op een elektrische gitaar. Wie Dylans elpees met protestsongs wou horen moest zelfs wachten tot 1967, of naar Londen of Parijs trekken om er de platen te kopen. 

Het boek is ook voor Vlamingen interessant, omdat de geschiedenis hier op een haast identieke manier is verlopen. Vooral ook omdat de platen die hier in de winkels lagen dikwijls in Nederland werden geperst en de radio’s van de Vlaamse jeugd, heel dikwijls ook op Hilversum stonden afgestemd. 

Of op de eerste commerciële zenders, die vanaf 1970, hun plaatsje opeisten vanaf schepen in de Noordzee. Een van die “piraten” heeft er trouwens voor gezorgd dat ‘Wigwam’ Dylans grootste hit in de Lage Landen is geworden. Dat komt zo: Radio Noordzee Internationaal gebruikte het melancholieke deuntje uit Self Portrait als achtergrond voor een van hun promospotjes. Die spotjes kwamen elk uur wel een paar keer langs. De luisteraars kregen Dylans la-la-la’s dus zo dikwijls te horen, dat ze er aan verslaafd begonnen te raken. Het plaatje werd massaal gekocht en stuwde daardoor de top 3 binnen, zowel boven als onder de Moerdijk.

Veel aandacht gaat natuurlijk naar dat eerste optreden van Bob Dylan in Nederland, op 23 juni 1978, in het Feyenoord-stadion. Tom Willems schets de verwachtingen van de fans, de voorbereidingen, de omstandigheden en de verslagen achteraf. Het vormt meteen het hoogtepunt en het slotstuk van het boek.

Nog even meegeven dat Bob Dylan in Nederland niet in de winkels te koop is en dus best via het internet wordt besteld. Links vind je op Toms blog.

Volgende pagina »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.