Dankzij Michael Jackson en Sony Music kan muziek van the Beatles ook ingezet worden om bier te verkopen. En dat kan wel eens verfrissend zijn b ij deze temperaturen. Dus…
5 juli 2009
Dankzij Michael Jackson en Sony Music kan muziek van the Beatles ook ingezet worden om bier te verkopen. En dat kan wel eens verfrissend zijn b ij deze temperaturen. Dus…
2 juli 2009

Begin jaren tachtig liep in stage bij een architektenbureau. Ik was er veel alleen en de radio was dan mijn enige gezelschap. Jammer genoeg stelde de uitzendingen van de goede oude BRT toen niet veel voor. Radio 1 was enkel in AM te beluisteren met heel veel geruis en Radio 2 was toen ook al gericht op huisvrouwen: veel kooktips en tuinpraatjes. Geeuw! Rudi’s Club op woensdagsnamiddags was zowat het enige muziekprogramma.
Studio Brussel of Radio Donna waren nog niet uitgevonden. Dus was de enige optie uitwijken. Er werd dan ook veel naar het Nederlandse Radio 3 geluisterd. Of naar de uitzendingen van de Franstalige omroep Radio 21. Daar zorgden mensen als Marc Moulin en Gilles Verlant voor een frisse wind. Ook op TV trouwens was er veel meer aandacht voor rock en pop bij onze zuiderburen dan bij ons: Génération ’80 en Lunettes noires pour des nuits blanches waren stukken avontuurlijker dan Avro’s TopPop of Veronica’s Countdown.
Natuurlijk hadden die mensen niet alleen aandacht voor Britse en Amerikaanse artiesten, zodat “het chanson” toen ook in Vlaanderen op flink wat belangstelling mocht rekenen.
Door de komst van de eigen, Vlaamse muziekzenders hebben wij het contact met de Franstalige muziek voor een groot stuk verloren. Nochtans wordt er nog steeds mooie muziek gemaakt.
En nu met de vakantie in aantocht lijkt het mij een geschikt moment om u wat recente voorbeelden van zuchtmeisjes en hun mannelijke collega’s aan te bieden.
Benjamin Biolay – Mon amour m’a baissé
Een man met een uitstekende smaak: muzikaal de erfgenaam van Gainsbourg en wat les filles betreft: getrouwd (geweest) met Chiara Mastroianni (dochter van Catherine Deneuve en Marcello Mastroianni).
Coralie Clement – Indécise
Je merkt het niet aan de familienaam, maar het is de zus van Biolay. Het talent isblijkbaar aangeboren.
Keren Ann – Au coin du monde
Geboren in Israël, opgegroeid in Nederland en Frankrijk en woont nu in New York. Ze heeft samengewerkt met Biolay en probeert nu in het Engels carrière te maken. Iemand om in het oog te houden!
Camille – Ta douleur
Camille Dalmais ken je misschien van Nouvelle Vague, of van de soundtrack van Ratatouille. Maar haar cd’s Le sac des filles en vooral Le fil zijn zeer eigenzinnig en zeer de moeite waard.
Raphael – Caravanne
Ook al het resultaat van verschillende culturen: een Joods Russische-Marokaanse vader en een Argentijnse moeder. De cd Caravnne betekende zijn doorbraak in 2005.
Sandrine Kiberlain – Y’a du monde
In Frankrijk zingt zowat elke actrice. En sommigen kunnen het ook echt.
Emily Loizeau – Je suis jalouse
Haar vorige cd, L’autre bout du monde was heel goed en volgens het muziektijdschrift Heaven is de nieuwe, Pays Sauvage, nog beter.
Francoiz Breut – Ma colère
Striptekenares Françoise Breut ken je misschien van haar bijdragen aan Calexico.
Amélie-Les-Crayons – Les jours de neige en ville
Met een naam als Amélie Pham-Van-Cang kun je beter op zoek naar een pseudoniem.
Emilie Simon - Fleurs de saison
Simon doet het synthesizers en plantjes. En tourde met Placebo.
28 juni 2009
Dit vind ik nu prachtig, zie.
Cyndi Lauper met ‘True Colours’. Ze zingt het in een soort sportpaleis, maar haast a capella, met alleen maar de viool van Larry Campbell als begeleiding.
Kippenvel.
26 juni 2009
Het platenlabel Motown vierde zijn 25 jarig bestaan in 1983. Alle grote namen kwamen opdraven, maar het was Michael Jackson die de show stal met dit optreden. Zo herinner me ik hem het liefste: als een zeer getalenteerde zanger en danser.
Als ik me niet vergis was dit ook de eerste keer dat hij zijn moonwalk demonstreerde.
14 juni 2009
In de serie over Americana en roots instrumenten zal het volgende deel gaan over de mandoline.
Ter voorbereiding alvast was filmkes:
John Hiatt – ‘Cry Love’ met David Immerglück of the Counting Crows op mandoline
Steve Earle – ‘Copperhead Road’. Steve doet het zelf. En zonder doedelzakken, deze keer.
Alison Krauss – Everytime You Say Goodbye
Sierra Hull is pas zestien, maar dat meiske zal nog veel groter worden. Figuurlijk dan.
Fleet Foxes – Blue Ridge Mountains
Emmylou Harris and The Nash Ramblers – ‘The Other Side Of Life’ met Sam Bush op mandoline
Joan Osborne – ‘St.-Theresa’.
Een prachtige song, met een belangrijke rol voor de mandoline. Eerst in een wat pompeuze uitvoering.
En dan in een heel sobere versie, met Jerry Douglas en Donal Lunny.
5 juni 2009

John Lennon – ROCK ‘N’ ROLL (Roots)
Op 27 mei werd Phil Spector veroordeeld tot een gevangenis van minstens 19 jaar. Hij was eerder al schuldig bevonden aan moord op een vrouw, die hij enkele uren daarvoor had opgepikt in een bar. De reden waarom hij dat heeft gedaan blijven onduidelijk. Zoals zoveel in het leven van een van de grootste producers in de geschiedenis van de muziek.
Dat heeft ook John Lennon mogen ervaren. Aan het begin van de solo carrière van de ex-Beatle hebben beide mannen samen schitterende dingen gedaan. Denk maar aan de single ‘Instant Karma’ en de LP’s Plastic Ono Band en Imagine. Maar toen John een plaat vol covers van oude rock ’n’ roll songs wou opnemen liep het fout. Al was dat niet allemaal alleen de schuld van Spector.
Het verhaal achter John Lennons Rock ‘n’ Roll plaat is boeiend genoeg voor een prachtige documentaire…. of een aflevering van The Sopranos.
Fans van die mafiaserie kennen zeker Herman “Hesh” Rabkin, de joodse adviseur van Tony Soprano. Een man die in de jaren vijftig en zestig vele zwarten een kans heeft gegeven om sterren te worden in de muziekwereld. Maar daar vooral zelf een mooie cent aan over heeft gehouden.
De rol is voor een groot stuk gemodelleerd op een bestaande figuur: Moishe “Morris” Levy. Morris was begonnen als nachtclubuitbater in New York. Toen hem gevraagd werd om maandelijks rechten te betalen op de liedjes die er in zijn club werden gespeeld, begreep hij dat er geld te verdienen was met auteursrechten. In 1956 richtte hij ‘Roulette Records’ op, om zelf opnamen te maken van artiesten die optraden in zijn clubs. Wanneer artiesten schulden hadden zorgde hij er voor dat die werden ingelost, in ruil voor hun deel van de auteursrechten. Zo werd hij eigenaar van een groot aantal bekende songs.
Toen The Beatles Abbey Road uitbrachten zag hij een kans om de kassa nog wat meer te laten rinkelen. De eerste regels van ‘Come Together’ zijn “Here come old flat-top, he comes groovin’ up with me”. Dat lijkt sterkt op “Here come a flat-top, he was movin’ up with me” uit Chuck Berry’s nummer ‘You Can’t Catch Me’. En daarvan bezat één van zijn vele firma’s, Big Seven Music, nu toevallig de rechten.
Levy spande een rechtszaak aan tegen MacLen Music, Inc., Northern Songs, Ltd. en Apple Records, Inc.
Na drie jaar touwtrekken werd op 12 oktober 1973 de zaak in der minne geregeld. Big Seven liet de aanklacht vallen in ruil voor Lennons belofte om drie nummers waarvan de rechten berusten bij de muziekuitgeverij op te nemen voor zijn volgende langspeelplaat.
De catalogus van Big Seven omvat vooral rock en pop nummers uit de late jaren vijftig en begin zestig.
Een lang weekend
John is dan net begonnen aan zijn Lost Weekend: achttien maanden zonder Yoko Ono. Na aanslepende huwelijksproblemen heeft ze hem het huis uitgezet. Om een oogje in het zeil te houden heeft ze hem gekoppeld aan haar Chinese assistente, May Pang.
Het kersverse koppeltje besluit het mooie weer te gaan opzoeken. En waar kun je dan beter zijn dan ergens waar het haast nooit regent? Enkele reis Californië, dus.
Toch denkt John niet meteen aan feesten en lekker luieren. Integendeel, om de scheiding te verwerken besluit hij zich meteen op het werk te werpen. Hij ziet dat wel zitten: wat covers van de rock n’ roll songs uit zijn tienertijd op te nemen. Hij wil zich vooral amuseren in de studio. “John zei: ‘Ik wil zelfs niet producen deze keer,’” vertelt May Pang. “Ik wil gewoon de zanger zijn in de band en mijn hart uitschreeuwen… al mijn favoriete songs zingen.”
Al dat gedoe dat er bij komt: muzikanten bij elkaar zoeken, arrangementen maken of de banden mixen… Daar moet iemand anders maar voor zorgen. En wie kan dat beter dan Phil Spector, de architect van de Wall of Sound?
Maar Spector laat niet in zijn kaarten kijken. Wekenlang blijft hij de boot afhouden, tot John hem verzekert dat hij de volledige zeggenschap krijgt. “Phil vroeg hem: ‘Weet je dat zeker?’” herinnert May Pang zich. “John had de hint moeten snappen.
En ik had moeten zien aankomen wat er ging gebeuren toen hij voor het eerst naar ons toe kwam om de arrangementen te bespreken. Hij kwam midden in de nacht aan – iedereen lag al in bed. En hij bleef tot het terug licht werd.”
Back To Mono
De opnamen vinden plaats in de A&M’s Studios A in Los Angeles. Voor de duur van de opnamen zijn John en May te gast in Bel Air, in het huis van platenbaas en producer Lou Adler.
De eerste sessies voor Oldies But Mouldies, zoals John het project heeft gedoopt, is gepland voor woensdag 17 oktober 1973. En dat is meteen al een verrassende ervaring.
May Pang: “We hadden gedacht dat er een stuk of zes muzikanten zouden klaarstaan, maar het bleken er 28 te zijn! Er waren zes gitaristen – drie elektrische en drie akoestische – en twee drummers: Hal Blaine en Jim Keltner… Tot mijn verbazing zag ik (gitarist) Steve Cropper, (percussionist) Jeff Barry, Michael Hazelwood, de man die ‘The Air That I Breathe’ schreef en ‘It Never Rains In Southern California’, speelde akoestische gitaar…
Barry Mann was er, Leon Russell, Dr. John….”
Een van de vele aanwezigen is Booker T and the MG’s guitarist Steve Cropper: ”Ik kwam binnen en zag al die andere gitaristen. Ik dacht: wat kom ik hier doen? Ik had nog nooit zoveel gitaristen bij elkaar gezien tijdens één sessie. Het was letterlijk een muur van geluid.”
Nog meer namen: Jesse Ed Davis, Jose Feliciano, Jim Gordon, Nicky Hopkins, Jim Horn, Bobby Keys, Dan Phillips, David Scott, Nine Tempo, Larry Carlton, David Cohen en Klaus Voorman.
Bovendien houdt Spectors manier van werken in dat iedereen constant beschikbaar moet zijn. Erg kostelijk, vooral als niemand iets om handen heeft. Want zelf komt hij drie uur te laat opdagen. “[Spector] was erg onvoorspelbaar, “ weet May. “John had … nooit problemen [met hem] gehad. Maar nu was hij veel te laat en daar hield John niet van. Het bleek al snel dat het elke keer van dat was. En wanneer hij dan arriveerde was hij verkleed.”
“Iedere nacht droeg hij een ander kostuum,” bevestigt Jim Keltner. “Nu eens als een chirurg en dan weer als een karate expert… Hij had ook naamkaartjes en versieringen voor iedereen. Hij wou er iets plezants van maken.”
En daar hoort drank bij – veel drank. “Phil dronk een fles sterke drank,” volgens Pang. “Hij gaf de toon aan. En iedereen ging uit de bol.” John had hem de leiding gegeven en had geen greep meer op wat er gebeurde. “Hoewel ik hem nooit eerder had zien drinken tijdens het werk, maakte John nu ook iedere avond een fles Courvoisier soldaat.”
De feestvreugde wordt nog vergroot door de vele bezoekers die langs komen om John Lennon aan het werk te zien: Jack Nicholson, Joni Mitchell, Warren Beaty, Mick Jagger, David Geffen, Cher… “Ik moest buiten gaan zitten want het werd een circus daarbinnen,” zucht May.
Toch slagen ze er in om, tijdens elke sessie, één nummer op band te krijgen. De eerste nacht is dat:‘Bony Moronie’ (een hit van Larry Williams uit 1957) en de tweede ‘Angel Baby’ (een obscure doo-wop song van Rosie and the Originals uit 1960).
Een van de bezoekers tijdens de derde avond is de zanger Harry Nilsson. Maar wanneer die arriveert kan hij de ex-Beatle nergens vinden dus al dat volk. Hij gaat meteen op zoek en treft hem uiteindelijk aan in een ander studio…. vastgebonden op een stoel. John was agressief geworden van de drank en Spector had hem met een paar stropdassen laten vastbinden.
“Die man is gevaarlijk,” gaf Spector als uitleg aan Pang, “hou hem op afstand. Trouwens,” zo voegde hij er nog aan toe: “was het geen fantastische sessie?”
Wanneer Lennon gedronken heeft wordt hij wel vaker agressief. Dat is ook het geval op de verjaardag van May Pang: 24 oktober. Die avond gaan ze uit eten, in het gezelschap van Elton John. Toevallig ontmoeten ze daar ook het dan erg populaire tieneridool David Cassidy. Het wordt heel gezellig en het feest wordt achteraf verder gezet in de studio. De sessie voor de Chuck Berry song ‘Sweet Little Sixteen’ loopt tot halfvier in de ochtend.
Maar na afloop is John niet te genieten. Hij is opnieuw stomdronken en eens terug in het huis van Lou Adler, begint hij May uit te schelden. Hij meent dat ze zou hebben geflirt met Cassidy. Hij trapt haar bril kapot, trekt een kroonluchter van het plafond en gooit Adlers gouden platen uit het raam. Daarna belt hij naar Yoko om haar te vertellen dat May hem bedriegt en dat hij terugkomt naar New York. Doodsbang boekt May meteen een vlucht en ze vertrekken zo snel mogelijk.
Wanneer ze in New York landen is John terug nuchter genoeg om zich te realiseren waar hij mee bezig is. Hij biedt May zijn verontschuldigingen aan en vraagt haar met hem terug te keren naar Los Angeles.
Daar arriveren ze net op tijd voor de volgende sessie.
Na de zevende sessie op zondag 28 oktober wordt er even een pauze ingelast.
Er volgen enkele ontspannen weken voor John en May. Phil komt af en toe langs en John componeert nummers voor een nieuwe LP.
Na een onderbreking van een maand worden de opnamen op 28 november hernomen.
Het gaat er nog steeds even wild aan toe. Zo erg zelfs dat hen de verdere toegang tot de studio worden ontzegd. “Eén of andere dronken idioot had een fles sterke drank over het mengpaneel gegoten,” verklaart May Pang. “John was er kapot van. Zoiets doe je niet.”
“Het was een beetje uit de hand gelopen,“ meent zelfs Phil Spector: “Het was dan ook voor ons allebei de eerste vakantie die we hadden sinds we onze carrières waren begonnen. We vierden feest en nodigden teveel volk uit. (…) Dat was niet gezond en het was niet goed. Zo wou ik niet meer werken en John ook niet.”
Omdat ze niet langer welkom zijn in de A & M studio’s wordt uitgekeken naar een andere locatie. Die vinden ze in de Record Plant West, waar op 3 december terug verzameld wordt. Een van de bezoekers die avond is Stevie Wonder. Wanneer die al te lang met een van de geluidstechnici staat te praten, bedreigt Phil Spector hem met twee revolvers. Hij meende dat de zanger de man wou inpikken voor zijn eigen sessies.
Tijdens de volgende sessie, op 11 december, zou er opnieuw een ernstig incident hebben plaatsgevonden. In haar boek Loving John, beschrijft May Pang wat er is gebeurd: “[Beatlesassistent] Mal [Evans] was er bij en ook Phils moeder [Bertha]. We waren naar de resultaten van die avond aan het luisteren toen we een schot hoorden. Iedereen ging op de grond liggen, maar ik rende naar buiten om te zien wat er aan de hand was. Phil had een revolver vast en Mal Evans pakte die van hem af. Mensen waren aan het schreeuwen.
John stond daar met zijn vingers in zijn oren en riep: ‘’Phil, als je me wil neerschieten, doe dat dan, maar maak mijn oren niet kapot. Die heb ik nodig.’”
Hoewel vertegenwoordigers van Record Plant West steeds zijn blijven ontkennen dat er effectief is geschoten, wordt het verhaal bevestigd door drummer Jim Keltner.
Pang verklaartw at er is gebeurd: “Phil had Mal een paar keer op zijn neus geslagen. Mal had hem gezegd daar mee op te houden, maar Phil had geroepen dat niemand hem orders te geven had. Toen hij naar zijn revolver greep was die per ongeluk afgegaan.
John en ik hadden altijd gedacht dat er geen kogels in zaten, maar de volgende dag kwam Mal langs en zei: ‘Hier is de kogel van gisteren’.”
De volgende sessie komt Spector niet opdagen. Nu had hij eerder ook al eens een sessie afgeblazen met de mededeling dat de studio afgebrand was. Een telefoontje van John aan Record Plant had uitgewezen dat er niks aan de hand was.
Maar die avond blijven ze vergeefs wachten. Erger nog: ook de volgende dagen is hij nergens meer te bereiken.
Noodgedwongen vallen de opnamen stil.
Pas na een week hoort John iets van de excentrieke producer. In een kort telefoontje meldt Spector hem dat hij de mastertapes van de sessies heeft. Het blijkt dat hij de kosten voor de opnamen zelf heeft betaald en daarom de banden iedere avond mee naar huis mocht nemen.
En hij is niet van plan ze terug te bezorgen.
Daarna lijkt het opnieuw of Spector in rook is opgegaan. Wekenlang ontbreekt elk teken van leven
Pas in april laat zijn secretaresse een mededeling verspreiden: Phil zou rond 10 februari een zwaar ongeval hebben gehad met zijn auto, in de buurt van Phoenix.
Op 31 maart zou hij dan een tweede ongeval hebben gehad, dit keer in Los Angeles. Spector zelf verklaart later dat hij daarbij door de voorruit van zijn wagen werd gekatapulteerd. 72 uur lang zweefde hij tussen leven en dood. Daarna was er ingrijpende plastische chirurgie nodig om hem terug toonbaar te maken. Nog steeds volgens zijn eigen verklaringen waren er 380 hechtingen nodig in zijn gezicht plus 480 aan de achterkant van zijn hoofd, zijn neus moest terug worden aangenaaid en zijn haar was op slag wit geworden.
In ieder geval kon hij het ziekenhuis pas op 8 juli verlaten. De eerste keer dat hij terug in het openbaar verscheen was op in de rechtszaal van Santa Monica. Daar probeerde hij zijn ex-vrouw, Veronica Bennett (Ronnie Spector van The Ronettes) te beletten om de jongste van hun drie geadopteerde kinderen te mogen zien. De scheiding was eerder dat jaar uitgesproken en Spector had het hoederecht verkregen. Ook van de identieke tweeling die hij haar eerder voor Kerstmis had cadeau gedaan.
Zij krijgt wel alimentatie. Al heeft hij een vrachtwagen nodig om die te laten afleveren: in stukjes van één cent. Wanneer een rechter daar een einde aan maakt laat hij cheques drukken met op de achterzijde een boodschap: “Fuck Off”.
Poesjes
Omdat John de banden nodig heeft om zijn verplichtingen tegenover Morris Levy te vervullen, laat hij Capitol Records een proces aanspannen tegen Phil Spector. Hij hoopt, via gerechtelijke weg, de banden terug op te kunnen eisen.
Met niets meer om handen stort John zich in het nachtleven. Zonder vaste stekt hij met zijn vriendin van de ene tijdelijke verblijfplaats naar de andere: New York, Las Vegas, Los Angeles… Nergens blijven ze lang en overal wordt er hard gefeest. Regelmatig staan er foto’s in de kranten van een stomdronken Lennon die uit een of andere nightclub wordt gezet omdat hij er zich weer eens misdragen heeft.
In maart besluit John om met drinkebroer Harry Nilsson een LP te gaan maken: Pussycats. Maar de sessies lopen opnieuw in het honderd. Het dramatische dieptepunt is wanneer Harry bloed begint op te hoesten: een gescheurde stemband. Het zware leven heeft zijn tol geëist.
Het is een keerpunt voor John. Hij ziet in dat er snel iets moet gebeuren. Om te ontnuchteren sluit hij zich een aantal dagen op in zijn slaapkamer. Wanneer hij terugkeert is hij helemaal veranderd: hij is rustiger en gebruikt geen drank en drugs meer. Hij begint terug fatsoenlijk te eten en zoekt contact met zijn familieleden in Liverpool. Uren hangt hij aan de telefoon met zijn tantes en zijn zussen Julia en Jacqui.
Hij vat de afgelopen weken mooi samen in een nieuw nummer: ‘Nobody Loves You (When You’re Down And Out)’. Hij wil weer een eigen lp opnemen.
Begin juli is hij er helemaal klaar voor. Deze keer houdt hij alles strak in de hand. Hij heeft zelf de muzikanten uitgekozen, de studio geboekt en staat er op om uitgebreid te repeteren.

de hoes van Walls and Bridges
Levy is niet blij
Op 26 september 1974 verschijnt Walls And Bridges. Op de hoes staan stroken van drie tekeningen die John als kind heeft gemaakt. Hij had ze speciaal uit Liverpool laten overvliegen, met de bedoeling ze te gebruiken voor de hoes van de oldies plaat.
Met de plaat zelf is er echter een probleem: volgens de overeenkomst met Big Seven Music, hadden er drie songs op de plaat moeten staan, waarvan de auteursrechten beheert worden door die muziekuitgeverij. In een zwakke poging om hen tevreden te stellen heeft John een cover van één van hun songs als afsluiter geplaatst: ‘Ya Ya’. Of liever een stukje van een jam, met zijn zoontje Julian als drummer.
Morris Levy is er de man niet naar om zich zo gemakkelijk te laten afschepen. Al op 30 september belt hij Lennon’s advocaat, Harold Seider, op en dringt aan op een ontmoeting met John.
Tijdens een lunch in de New Yorkse Club Cavallero, op 8 oktober, legt John aan Morris Levy en Phil Kahl van Big Seven uit wat er gebeurd is met de Spector opnamen. Dat hij inderdaad drie nummers van Big Seven heeft opgenomen, voor wat hij dacht dat zijn volgende lp zou worden. Hij vreest echter dat het publiek inmiddels de interesse heeft verloren in de nostalgierage die in 1973 heerste na het uitbrengen van de film American Graffiti.
Fase 2 van de Rock ’n’ Roll opnamen
Vlak voor de opnamen van Walls and Bridges was er iemand tien dozen komen brengen: de tapes die Phil Spector zo lang had achtergehouden. De platenmaatschappij A&M had de banden kunnen overnemen van de producer, voor $90,000. John was echter helemaal gefocust op zijn nieuwe LP en liet de dozen voorlopig onaangeroerd.
Wanneer de zanger de banden eindelijk beluisterde schrokt hij van wat hij hoorde. ”Ik zag hem voortdurend gezichten trekken,’” verteld May Pang: “Hij vond het vreselijk. Te pijnlijk om te beluisteren. Hij maakte een gebaar met zijn hand en riep: ‘volgende’.
Het was één zatte boel, maar bovendien had Spector de 24 sporen voortdurend allemaal open gelaten. Niets had enige helderheid. Alles liep in elkaar over: gitaren op de pianosporen, elektrische en akoestische gitaren allemaal door elkaar…”
Na veel zoeken houdt John vier nummers over die geschikt zijn om te worden uitgebracht. Wanneer John de opnamen aan Levy laat horen begrijpt die dat er onvoldoende materiaal beschikbaar is. Even wordt met het idee gespeeld om een EP (een single met vier nummers) te maken, maar dat formaat wordt in Amerika al lang niet meer verkocht. En voor twee singles zijn de nummers niet sterk genoeg.
Er wordt overeengekomen dat Lennon bijkomende opnamen zal maken.
Levy nodigt John meteen uit om met de sessiemuzikanten van de opnamen van Walls And Bridges te komen repeteren, in zijn buitenverblijf bij Ghent, New York.
Op vrijdag 18 oktober komt Levy persoonlijk John en May oppikken om hen naar zijn farm in Sunnyview te brengen. Een select groepje uitstekende muzikanten wordt per limo aangevoerd: gitaristen Jesse Ed Davis en Eddie Mottau, pianist Kenny Ascher, bassist Klaus Voormann en drummer Jim Keltner. In een ontspannen sfeer wordt er gerepeteerd. Levy maakt opnamen van de repetities.
De volgende maandag kunnen de opnamen worden hervat. Deze keer wordt er gewerkt in de Record Plant East, New York. Dat de sfeer nu veel beter is, bevestigt Jim Keltner: “Het was fantastisch. John dronk niet meer – hij had alles onder controle nu en dat maakte een enorm verschil.”
Ze nemen twee nummers per dag op, alles zo veel mogelijk live. John staat er op zo min mogelijk af te wijken van de oorspronkelijke arrangementen.
Aan het einde van de week zijn de opnamen achter de rug. Het laatste werk was het inzingen van ‘Just Because’, waarvan de backing al in Los Angeles was opgenomen.
Op vijf dagen hebben ze elf covers op band gezet. Tussendoor is er ook één nieuwe compositie van John aan bod gekomen: ‘Move Over Ms. L’ – een boodschap aan Yoko.
Een misverstand?
Tijdens het etentje overhandigt John twee dozen met een kopie van de ongemixte stereo dubs van de vijftien oldies songs. “Dat gebeurde in het volste vertrouwen, “weet May Pang, “Het was alleen bedoeld om naar te luisteren. Het was niet de standaard kwaliteit van een plaat.”
Dat weekend begint hij dan toch aan het mixen. “Het voornaamste probleem daarbij was het enorme verschil tussen beide groepen opnamen,” vertelde John achteraf: “De Spector sound tegenover mijn eigen geluid – van achtentwintig muzikanten naar acht. Maar ze passen prima bij elkaar, vind ik.”
Tijdens het gesprek begin oktober had Levy het terloops over Adam VIII ltd., een mail-oder label dat hij heeft opgericht om via TV platen te verkopen. Het idee sprak John wel aan, maar hij had er op gewezen dat in zijn geval EMI en Capitol hun rechten zouden doen gelden.
Later beweert Levy dat John hem toen mondeling toelating heeft gegeven om het afgewerkte “oldies” album via TV te verkopen op zijn Adam VIII. Dat wordt door May Pang formeel ontkend.

Pas maanden later komt Capitol toevallig te weten dat Levy zijn plannen doorgezet heeft om de plaat van hun artiest in eigen beheer te gaan verkopen.
Tijdens een spoedvergadering wordt besproken dat een rechtszaak lang kan duren en veel geld zal kosten. Capitol beslist om Johns plaat vervroegd uit te brengen. Er is geen tijd voor uitgebreide hoesnota’s of een bewerkelijke hoes. Een foto van Jurgen Vollmer uit 1961, waarop John staat in zijn Hamburgperiode kan uitkomst bieden. De drie schimmen die voorbijlopen zijn overigens de andere Beatles.
Maar Capitol wordt in snelheid gepakt. Op zaterdag 8 februari 1975 verschijnen de eerste spotjes op de Amerikaanse televisie. Adam VIII biedt JOHN LENNON SINGS THE GREAT ROCK ‘N’ ROLL HITS (ROOTS) te koop wordt aan. De vraagprijs is $4.98, twee dollar onder de gangbare $6.98.
Op aanraden van zijn advocaten reageert John onmiddellijk met een telegram naar Levy: “Het gebruik van mijn muziek, mijn naam en beeltenis op de plaat genaamd Roots… zijn ontoelaatbaar. John Lennon.”
Capitol Records zelf spant een proces aan tegen Morris Levy om hem te dwingen de plaat terug te trekken.
Op 17 februari 1975 brengt Capitol Records vervroegd een paar duizend LP’s en eight-track tapes van ROCK ‘N’ ROLL op de markt. De winkelprijs is één dollar meer dan wat Adam VIII vraagt.
De tracklist wijkt lichtjes af van die van Adam VIII. Door ‘Angel Baby’, één van de drie Big Seven Music songs weg te laten, verbreekt John openlijk de afgesproken regeling.

En ook twee rechtszaken
Het hele verhaal eindigt zoals het ook is begonnen: met rechtszaken.
Morris Levy spant, op 25 februari, via zijn maatschappijen Big Seven Music Corp (eigenaar van de copyrights) en Adam VIII (platenmaatschappij) een proces in tegen John Lennon wegens het verbreken van een mondelinge overeenkomst. Hij stelt dat deze overeenkomst bedoeld was om de ‘Come Together’ regeling te vervangen en dat Lennon deze overeenkomst verbrak door hem niet toe te laten het contract ten uitvoer te brengen. Dat de andere verdedigers (Capitol Records, EMI Records en Lennons advocaat) samenspanden om hem te dwarsbomen en dat hij financieel verlies leed door de contractbreuk. Hij eist daarom een schadevergoeding van $42 miljoen. Hij maakt geen enkele melding dat John de oorspronkelijke overeenkomst niet is nagekomen.
John Lennon, Capitol Records en EMI Records reageren met een tegeneis. Wegens ongeoorloofd gebruik van Johns opnamen, naam en afbeelding eisen ze een schadevergoeding omdat ze minder exemplaren van hun LP kunnen verkopen door Roots en door de verminderde verkoopprijs. John Lennon zelf vraagt ook een schadevergoeding omdat zijn reputatie werd geschaad door de “shoddiness” van de verpakking van Roots.
De rechtszaak wordt vrij vlug afgehandeld. Op 13 juli 1976 beslist de rechter in het voordeel van John Lennon en Capitol Records. Morris Levy moet $144.700 in verloren royalties betalen, plus een regeling aan John voor de schade aan zijn reputatie.
Levy gaat nog in beroep, maar ook dan wordt hij weer in het ongelijk gesteld.
Voor Spector waren de gouden jaren voorbij: hij zou nooit meer een fatsoenlijke plaat maken. John Lennon zou wel nog één keer een plaat opnemen.
20 mei 2009

De hoezen van de Britse Beatles LP’s
Nu binnenkort de remasters van de oorspronkelijke Britse LP’s er aan komen, is het misschien interessant om het verhaal achter de hoezen te vertellen.
De reeks artikelen kun je terug vinden op de site van de Nederlandse Beatlsfanclub. Omdat het een heel werk is om al die illustraties opnieuw hier binnen te halen, volsta ik voor één keer met het plaatsen van een link.
16 mei 2009
Most Of The Time
Een van de mooiste nummers van Bob Dylan uit zijn latere periode is ‘Most Of The Time’, dat in september 1989 verscheen op Oh Mercy. Dankzij Tell Tale Signs hebben we nog twee andere versies uit die sessies. En dan is er ook nog een geheel andere versie, een jaar later opgenomen voor een videoclipje.
versie 1 – Tell Tale Signs cd 1 – 8 maart 1989 (3:46)
Wanneer Bob Dylan de song voor het eerst naar de studio in New Orleans brengt, heeft hij enkel een tekst en moet nog op zoek naar een melodie. Hij probeert het nummer voor te spelen op zijn akoestische gitaar. Dankzij de alertheid van geluidstechnicus Malcoln Burn werd deze versie bewaard. In een interview voor het Britse muziektijdschrift Uncut vertelt hij trots: “Ik nam het op. [Dylan] zei: ‘We zouden het zo kunnen doen.’ – en hij speelde het hele nummer op akoestische gitaar en harmonica. Het archetypische Bob Dylan geluid. Hij verwees naar zichzelf in de derde persoon: ‘Dat zou de typisch Bob Dylan manier zijn.” En dan probeerde hij het anders: als een blues, echt heel langzaam. En die versie nam ik ook op.”
Deze kale versie had net zo goed op Another Side of Bob Dylan kunnen staan, of op Blood On The Tracks. Alleen de stem verraadt dat de opname dateert uit zijn latere periode. Hij is nog hoorbaar op zoek naar de melodie, maar hoewel hij weet dat het niet de bedoeling is om deze opname ooit te gebruiken, is de emotie al aanwezig.
* * *
In ‘Most Of The Time’ maakt de zanger zichzelf iets wijs. Hij houdt bij hoog en laag vol dat hij haar vergeten is. Meestal toch. Want iedere keer hij ontkent dat hij nog aan haar denkt, komt de herinnering natuurlijk terug. Hij is haar zo fel vergeten dat hij een nummer aan haar wijdt.
* * *
versie 2b – Oh Mercy – 12 maart 1989 (5:01) en radio edit (3:55)
Vier dagen later probeert hij de song “voor echt” op te nemen. Producer Daniel Lanois speelt dobro, Dylan zelf akoestische gitaar. De ritmesectie bestaat uit drummer Willie Green en bassist Tony Hall. Cyril Neville en Daryl Johnson voegen percussie toe.
En, speciaal voor deze sessie is er een extra muzikant uitgenodigd: rockabilly gitarist Mason Ruffner.
Met Ruffner wordt ‘Most Of The Time’ opnieuw uitgeprobeerd. Er is nog steeds geen echte melodie gevonden en het is Lanois die er voor zorgt dat de song zich ontwikkeld tot een langzaam, melancholisch nummer. “De versie die op de plaat is gekomen heeft de typische Lanois stempel,” weet geluidstechnicus Malcolm Burn, “waarbij Lanois de basistrack overdub na overdub aankleedt”. Volgens zijn collega Mark Howard was de uiteindelijk versie “gebouwd rond een kleine groep: enkel Bob, Dan en Malcolm. De basis was een loop of een patroon van een 808 drum machine”.
Het resultaat, zoals het op Oh mercy verschijnt is de meest ambitieuze productie van de plaat. “Magistraal”, zoals criticus Allan Jones schreef. Of “ruimtelijk en theatraal”, zoals Malcolm Burn het noemde: “Op en top Lanois.”
In Chronicles schrijft Dylan dat, terwijl Lanois de track opbouwde, hij zich alsmaar ongemakkelijker ging voelen. Het klonk allemaal niet slecht, maar het was niet zoals hij het had bedoeld. Hij wist niet welke kant het dan wel moest uitgaan, maar zo niet. “Een big band behandeling zou misschien goed geweest zijn. In gedachte zong ik het met begeleiding van het Johnny Otis Orchestra. Een pak regels moesten een andere plaats krijgen en ik voelde mij afgeblokt.”
Misschien dat hij daarom op Tell Tale Signs ook een versie heeft geplaatst uit diezelfde sessie – misschien zelfs dezelfde take – maar dan zoals de song live in de studio klonk. “Evolution mix” noemde de producer deze versie.
Niet zo geproducet, minder swampy, minder Lanois. De akoestische gitaren zijn meer prominent aanwezig en er zijn enkele kleine tekstafwijkingen.
I got enough faith and I got enough strength
I keep it all away, way beyond arm’s length
zingt hij, in plaats van
I don’t build up illusion ’till it makes me sick,
I ain’t afraid of confusion no matter how thick
versie 2a – Tell Tale Signs cd 3 – 12 maart 1989 (5:10)
* * *
Maar is het wel een vrouw die hem heeft verlaten? Misschien bezingt Dylan zijn muze.
De song werd geschreven in januari 1988, na een lange periode van writer’s Block. Op zijn vorige plaat, Down In The Groove, had Dylan geen enkele nieuwe tekst geschreven. Hij was zelfs al een tijdje aan het overwegen of hij niet beter een ander beroep zou kiezen.
Gehandicapt dooreen stom ongeluk in de tuin en ingesneeuwd op zijn boerderij wordt hij geconfronteerd met zichzelf. Hij vraagt zich af of zijn muze hem voor altijd heeft verlaten.
Most of the time
I can’t even be sure
If she was ever with me
Or if I was ever with her
Was het mijn muze wel, of mocht ik enkel af en toe in haar gezelschap vertoeven?
* * *
versie 3 – video clip – 16 maart 1990 (4:55)
Toen ‘Most Of The Time’ werd geselecteerd als derde single van de plaat, drong de platenfirma aan op een videoclipje. Dylan was net Under The Red Sky aan het voorbereiden met Don en David Was als producers.
Net een jaar na de oorspronkelijke opname trok hij daarom opnieuw de studio in. Deze keer was het de Culver City Studios in Los Angeles. Hij koos echter voor een radicaal andere aanpak dan die van Lanois. Geen van de oorspronkelijke muzikanten was uitgenodigd. In plaats daarvan koos hij voor meestergitarist David Lindley en de ritmesectie van Randy Jackson en Kenny Aronoff.
Deze versie verscheen ook op de promoversie van de single.
* * *
Een derde interpretatie is dat het helemaal niet over een vrouw gaat: geen van vlees en bloed, maar ook geen mythische. Het zou ook kunnen dat de zanger, nu hij de vijftig nadert, terugblikt op zijn jeugd. Een periode in zijn leven die voorgoed voorbij is en die ver achter hem ligt. “It don’t matter where it went” zingt hij in de versie op cd 3 van Tell Tale Signs.
I can survive and I can endure
And I don’t even think about her
Most of the time
14 mei 2009

Een tijdje geleden gaf ik hier een overzichtje van mijn favoriete Bob Dylan bootlegs.
Eentje daarvan was Folksinger’s Choice.
Dat is de volledige opname van het gelijknamige radioprogramma dat in het voorjaar van 1962 werd uitgezonden op een New Yorkse zender WBAI -FM. De folkzangeres Cynthia Gooding sprak daarin met haar kersverse collega, Bob Dylan. De opname dateert uit februari 1962, dus tussen de opname en het verschijnen van zijn debuutplaat.
Dylan speelt een tiental nummers – goed dan: elf – en vertelt tussendoor honderduit over zijn invloeden en achtergrond. Naast drie weinig gehoorde eigen composities (‘The Death Of Emmett Till’, ‘Standing On The Highway’ en ‘Hard Times In New York Town’) brengt hij een eerbetoon aan zijn grote voorbeelden: Woody Guthrie, Hank Williams en een aantal bluesmannen (Howlin’ Wolf, Bukka White en Big Joe Williams). Enigszins verrassend laat hij daarbij horen uitstekend akoestische blues te kunnen spelen, zichzelf begeleidend op harmonica.
Maar fijner nog dan de muziek zijn de gesprekken. Hilarisch is de manier waarop hij daarbij, met het grootste gemak en zeer overtuigend, complete leugens verzint. Gooding laat hem voluit zijn gang gaan, hoewel ze hem al jaren geleden voor het eerst heeft ontmoet en dus minstens haar twijfels moet hebben gehad over wat hij allemaal verteld.
Bij een latere gelegenheid gaf ze ooit als commentaar: “Hij praat en hij lacht. En net wanneer je denkt hem op een leugen te kunnen betrappen, haalt hij zijn mondharmonica boven en blaast alles weg.”
Luister en geniet. En vrees niet: de geluidskwaliteit is perfect.
En de hoesjes kun je hier vinden.